<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><ORDER xmlns:fmx="http://opoce" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.55-20141201.xd"><BIB.ORDER><REF.CASE FILE="n.a."><NO.CASE>T‑330/14 P</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62014TO0330</NO.CELEX><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:T:2014:1082">EU:T:2014:1082</NO.ECLI><NO.SEQ>0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>1</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>5</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>5</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.ORDER><CURR.TITLE><PAGE.HEADER><P>BESCHIKKING VAN <DATE ISO="20141211">11. 12. 2014</DATE> – ZAAK T‑330/14 P</P><P>JELENKOWSKA-LUCA / COMMISSIE</P></PAGE.HEADER></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Beschikking van het Gerecht</HT> (Kamer voor hogere voorzieningen)</P><P><DATE ISO="20141211">11 december 2014</DATE><NOTE TYPE="FOOTNOTE" NUMBERING="STAR" NOTE.ID="E0001"><P>Procestaal: Pools.</P></NOTE></P></TI></TITLE><INDEX><KEYWORD>Hogere voorziening</KEYWORD><KEYWORD>Openbare dienst</KEYWORD><KEYWORD>Ambtenaren</KEYWORD><KEYWORD>Hogere voorziening, ingediend in een andere taal dan de taal waarin de beslissing was opgesteld van het Gerecht voor ambtenarenzaken waartegen de hogere voorziening is gericht</KEYWORD><KEYWORD>Hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk</KEYWORD></INDEX><ORDER.INIT><P>In zaak T‑330/14 P,</P><P>betreffende een hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (Eerste kamer) van <DATE ISO="20140121">21 januari 2014</DATE>, Jelenkowska-Luca/Commissie (F‑114/12, JurAmbt., <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:F:2014:3">EU:F:2014:3</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>), en strekkende tot vernietiging van dat arrest,</P></ORDER.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Ewelina Jelenkowska-Luca</HT>, ambtenaar van de Europese Commissie, wonende te Rome (Italië), vertegenwoordigd door D. de Abreu Caldas, J.‑N. Louis en M. de Abreu Caldas, advocaten,</P><PARTY.STATUS>rekwirante,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>andere partij in de procedure</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Europese Commissie</HT>, aanvankelijk vertegenwoordigd door K. Herrmann en V. Joris, vervolgens door K. Herrmann en J. Currall als gemachtigden,</P><PARTY.STATUS>verweerster in eerste aanleg,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><P>geeft</P><PREAMBLE.GEN><PREAMBLE.INIT><P>HET GERECHT (Kamer voor hogere voorzieningen),</P><P>samengesteld als volgt: M. Jaeger, president, M. Prek en G. Berardis (rapporteur), rechters,</P><P>griffier: E. Coulon,</P></PREAMBLE.INIT><PREAMBLE.FINAL>de navolgende</PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE.GEN><CONTENTS.ORDER><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P><HT TYPE="BOLD">Beschikking</HT></P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Met haar krachtens artikel 9 van bijlage I bij het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie ingestelde hogere voorziening vraagt Jelenkowska-Luca om vernietiging van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (Eerste kamer) van <DATE ISO="20140121">21 januari 2014</DATE>, Jelenkowska-Luca/Commissie (F‑114/12, JurAmbt., EU:F:2014:3; hierna: <QUOT.START CODE="201E" REF.END="QE0001" ID="QS0001"/>bestreden arrest<QUOT.END REF.START="QS0001" CODE="201D" ID="QE0001"/>), houdende verwerping door het Gerecht van haar beroep tot nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van <DATE ISO="20120711">11 juli 2012</DATE> tot afwijzing van haar klacht tegen het besluit van het Bureau beheer en<?PAGE NO="2"?> afwikkeling van individuele rechten (PMO) van <DATE ISO="20100825">25 augustus 2010</DATE>, waarbij haar de ontheemdingstoelage als bedoeld in artikel 4, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie is geweigerd.</TXT></NP><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P><HT TYPE="BOLD">Feiten, procesverloop en conclusies van rekwirante</HT></P></TI></TITLE><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20140121">21 januari 2014</DATE> heeft het Gerecht voor ambtenarenzaken het bestreden arrest gewezen in het Pools, voor welke procestaal rekwirante bij het indienen van haar verzoek tot nietigverklaring bij het Gerecht voor ambtenarenzaken had gekozen overeenkomstig artikel 35, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, dat overeenkomstig artikel 29 van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht voor ambtenarenzaken van toepassing is op laatstgenoemd Gerecht. Dat arrest is op <DATE ISO="20140122">22 januari 2014</DATE> aan rekwirante betekend.</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Bij verzoekschrift, opgesteld in het Frans en neergelegd ter griffie van het Gerecht op <DATE ISO="20140331">31 maart 2014</DATE>, heeft rekwirante de onderhavige hogere voorziening ingesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Bij brief van <DATE ISO="20140415">15 april 2014</DATE> heeft de griffier van het Gerecht rekwirante ervan in kennis gesteld dat, overeenkomstig artikel 7, lid 5, eerste alinea, van de instructies voor de griffier van het Gerecht, de hogere voorziening niet kon worden ingeschreven aangezien zij niet was opgesteld in de taal die wordt voorgeschreven door artikel 136 bis van het Reglement voor de procesvoering, in casu het Pools.</TXT></NP><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Bij brief van <DATE ISO="20140502">2 mei 2014</DATE> heeft een van de raadslieden van rekwirante aan de president van het Gerecht verzocht het besluit om de hogere voorziening niet in te schrijven te heroverwegen, en uit welwillendheid in te stemmen met de inschrijving daarvan op de datum van indiening van het verzoekschrift, te weten op <DATE ISO="20140331">31 maart 2014</DATE>. Dienaangaande heeft hij erop gewezen dat Jelenkowska-Luca zich slechts enkele dagen voor het verstrijken van de termijn voor het indienen van de hogere voorziening tot zijn kantoor had gewend en dat zij hem alle relevante informatie, met inbegrip van het bestreden arrest, had verstrekt in het Frans, zonder evenwel aan te geven dat de procestaal in eerste aanleg het Pools was geweest.</TXT></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Aangezien het Gerecht die brief heeft aangemerkt als een verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik op grond van artikel 35, lid 2, sub c, van het Reglement voor de procesvoering, heeft het besloten om de hogere voorziening in te schrijven en heeft het voornoemde brief op <DATE ISO="20140618">18 juni 2014</DATE> doorgezonden naar de Commissie, waarbij het de Commissie heeft verzocht om overeenkomstig bovengenoemde bepaling haar opmerkingen in te dienen met betrekking tot dat verzoek.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20140701">1 juli 2014</DATE> heeft de Commissie haar opmerkingen ingediend met betrekking tot het verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik. Zij heeft zich verzet tegen deze afwijking, onder aanvoering van met name het argument dat dit verzoek te laat was ingediend, aangezien de toestemming van het Gerecht om een andere taal te gebruiken dan de overeenkomstig artikel 136 bis van het Reglement voor de procesvoering vastgestelde procestaal, had moeten worden verleend vóór het verstrijken van de termijn voor het instellen van hogere voorziening, welke termijn van openbare orde is.</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20140818">18 augustus 2014</DATE> zijn de opmerkingen van de Commissie aan rekwirante betekend.</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Rekwirante verzoekt het Gerecht:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>het bestreden arrest te vernietigen;</P></ITEM><ITEM><P>de Commissie te veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties.</P></ITEM></LIST></P></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="3"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P><HT TYPE="BOLD">In rechte</HT></P></TI></TITLE><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>Volgens artikel 145 van het Reglement voor de procesvoering kan het Gerecht, wanneer de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is, op ieder moment, op rapport van de rechter-rapporteur, bij met redenen omklede beschikking de hogere voorziening geheel of gedeeltelijk afwijzen.</TXT></NP><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>In casu acht het Gerecht zich voldoende geïnformeerd door de processtukken en beslist het om krachtens dat artikel uitspraak te doen zonder de behandeling voort te zetten.</TXT></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Krachtens artikel 9, eerste alinea, van bijlage I bij het Statuut van het Hof kan, uiterlijk binnen twee maanden te rekenen vanaf de betekening van de bestreden beslissing, bij het Gerecht een verzoek om hogere voorziening worden ingediend tegen eindbeslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken, alsmede tegen beslissingen die het geding ten gronde slechts gedeeltelijk beslechten of die een einde maken aan een procesincident ter zake van onbevoegdheid of niet-ontvankelijkheid.</TXT></NP><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Deze procestermijn wordt overeenkomstig artikel 102, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering verlengd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen. Volgens vaste rechtspraak zijn de procestermijnen en de termijnen wegens afstand geen afzonderlijke termijnen, zodat, wanneer de procestermijn is verstreken, deze moet worden vermeerderd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen (zie beschikking van <DATE ISO="20140707">7 juli 2014</DATE>, Gomes Moreira/ECDC, T‑39/14 P, JurAmbt., <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:T:2014:684">EU:T:2014:684</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 5 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>Bovendien is volgens vaste rechtspraak de beroepstermijn – aangezien hij is ingesteld ter waarborging van de duidelijkheid en de zekerheid van rechtssituaties alsmede om elke discriminatie of willekeurige behandeling bij de rechtsbedeling te vermijden – van openbare orde, en dient de Unierechter ambtshalve na te gaan of hij is geëerbiedigd (zie beschikking Gomes Moreira/ECDC, punt 13 supra, <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:T:2014:684">EU:T:2014:684</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 6 en aldaar aangehaalde rechtspraak).</TXT></NP><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>In casu blijkt uit het dossier dat het bestreden arrest aan rekwirante is betekend op <DATE ISO="20140122">22 januari 2014</DATE>. Hieruit volgt dat de termijn om hogere voorziening in te stellen, na te zijn vermeerderd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen, is verstreken op <DATE ISO="20140401">1 april 2014</DATE>. Rekwirante heeft haar hogere voorziening tegen het bestreden arrest ingesteld op <DATE ISO="20140331">31 maart 2014</DATE>, dus één dag voor het verstrijken van deze termijn.</TXT></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>Krachtens artikel 136 bis van het Reglement voor de procesvoering is in de procedure van hogere voorziening tegen beslissingen van het Gerecht voor ambtenarenzaken, de procestaal de taal waarin de beslissing was opgesteld van dit Gerecht waartegen de hogere voorziening is gericht, onverminderd artikel 35, leden 2, sub b en c, en 3, vierde alinea, van dat reglement.</TXT></NP><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>De partijen die een hogere voorziening instellen bij het Gerecht zijn derhalve verplicht tot eerbiediging van de procestaal die door de rekwirant is gekozen in de zaak voor het Gerecht voor ambtenarenzaken (zie in die zin en naar analogie beschikking van <DATE ISO="20100520">20 mei 2010</DATE>, Petrides/Commissie, C‑64/98 P-REV, <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2010:279">EU:C:2010:279</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 15).</TXT></NP><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>Op grond van artikel 35, lid 2, sub c, van het Reglement voor de procesvoering, dat is opgenomen in het vijfde hoofdstuk van de eerste titel, met het opschrift <QUOT.START CODE="201E" REF.END="QE0002" ID="QS0002"/>Van het taalgebruik<QUOT.END REF.START="QS0002" CODE="201D" ID="QE0002"/>, mag het Gerecht evenwel, op verzoek van een partij, de wederpartij gehoord, verlof verlenen tot het geheel of gedeeltelijk bezigen van een andere van de in artikel 35, lid 1, van dit reglement vermelde talen als procestaal. Dienaangaande heeft het Gerecht reeds geoordeeld dat een verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik omstandig en specifiek moet zijn gemotiveerd (beschikking van <DATE ISO="19930513">13 mei 1993</DATE>, Ladbroke Racing/Commissie, T‑74/92, Jurispr., <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:T:1993:41">EU:T:1993:41</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 14), a fortiori wanneer het is ingediend door de rekwirant zelf (beschikking van <DATE ISO="19970124">24 januari 1997</DATE>, EFMA/Raad, T‑121/95, Jurispr., <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:T:1997:6">EU:T:1997:6</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 10).</TXT></NP><?PAGE NO="4"?><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>Bovendien bepaalt artikel 35, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering dat <QUOT.START CODE="201E" REF.END="QE0003" ID="QS0003"/>[d]e procestaal [...] in het bijzonder [wordt] gebezigd voor de memories en pleidooien van partijen, de bijlagen en producties daaronder begrepen, alsmede voor de processen-verbaal en de beslissingen van het Gerecht<QUOT.END REF.START="QS0003" CODE="201D" ID="QE0003"/>, en dat <QUOT.START CODE="201E" REF.END="QE0004" ID="QS0004"/>[a]lle stukken en bijlagen die in een andere dan de procestaal zijn gesteld, [vergezeld] gaan van een vertaling in de procestaal<QUOT.END REF.START="QS0004" CODE="201D" ID="QE0004"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>In casu is, zoals reeds is gepreciseerd in punt 2 supra, de taal waarin het bestreden arrest was opgesteld, en dus de taal van de hogere voorziening, het Pools.</TXT></NP><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>De door rekwirante ter griffie van het Gerecht neergelegde hogere voorziening was evenwel opgesteld in het Frans en ging niet vergezeld van een vertaling in het Pools, noch van een verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik.</TXT></NP><NP><NO.P>22</NO.P><TXT>Pas een maand na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hogere voorziening, vermeerderd met een forfaitaire termijn wegens afstand van tien dagen, en 15 dagen na door de griffie van het Gerecht ervan in kennis te zijn gesteld dat de hogere voorziening niet kon worden ingeschreven omdat de gebruikte taal niet de taal was die was voorgeschreven door artikel 136 bis van het Reglement voor de procesvoering (zie punt 4 supra), zond de raadsman van rekwirante naar die griffie de brief met een verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik (zie punt 5 supra).</TXT></NP><NP><NO.P>23</NO.P><TXT>Los van de vraag of de in die brief door rekwirante aangevoerde redenen voldoen aan het vereiste van een voldoende omstandige en specifieke motivering die een afwijking kan rechtvaardigen van de taal waarvoor zij oorspronkelijk had gekozen in de procedure bij het Gerecht voor ambtenarenzaken, zij erop gewezen dat een verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik dat is ingediend na het verstrijken van de termijn voor het instellen van een hogere voorziening, en dat – zoals het in casu door verzoekster ingediende verzoek – juist betrekking heeft op het in een andere taal dan de procestaal opgesteld verzoekschrift in hogere voorziening, er niet toe kan leiden dat met terugwerkende kracht toestemming wordt verleend voor het gebruik van die andere taal in het verzoekschrift, en dus niet tot gevolg kan hebben dat de hogere voorziening achteraf in overeenstemming wordt gebracht met de in het Reglement voor de procesvoering voorziene regeling van het taalgebruik.</TXT></NP><NP><NO.P>24</NO.P><TXT>Aangezien voor een afwijking van de regel van het gebruik van de procestaal toestemming moet worden verleend door het Gerecht – op een omstandig en gemotiveerd verzoek daartoe – staat het bovendien aan de rekwirant om attent te zijn en om, met het oog op de termijn voor het instellen van de hogere voorziening, dit verzoek tijdig in te dienen.</TXT></NP><NP><NO.P>25</NO.P><TXT>Derhalve dient te worden geconcludeerd dat de onderhavige hogere voorziening, aangezien zij niet is ingediend in de procestaal van de zaak die aanleiding heeft gegeven tot het bestreden arrest, te weten het Pools, niet is ingesteld in overeenstemming met de regeling van het taalgebruik van het Gerecht, en niet ontvankelijk is (zie in die zin en naar analogie beschikking Petrides/Commissie, punt 17 supra, <REF.DOC.ECR><NO.ECLI ECLI="ECLI:EU:C:2010:279">EU:C:2010:279</NO.ECLI></REF.DOC.ECR>, punt 16). Deze niet-ontvankelijkheidsgrond kan niet worden omzeild door een verzoek tot afwijking van de regeling voor het taalgebruik dat wordt ingediend na het verstrijken van de termijn voor het instellen van de hogere voorziening.</TXT></NP><NP><NO.P>26</NO.P><TXT>Gelet op alle voorgaande overwegingen moet de hogere voorziening kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard, zonder dat deze aan de Commissie behoeft te worden betekend en zonder dat uitspraak behoeft te worden gedaan over de gegrondheid van het verzoek tot afwijking van de regeling van het taalgebruik.</TXT></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="5"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P><HT TYPE="BOLD">Kosten</HT></P></TI></TITLE><NP><NO.P>27</NO.P><TXT>Aangezien de onderhavige beschikking wordt gegeven vóór de betekening van het verzoekschrift aan de Commissie, volstaat het te beslissen dat rekwirante haar eigen kosten zal dragen, overeenkomstig artikel 87, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering, dat krachtens artikel 144 van datzelfde reglement van toepassing is op de procedure in hogere voorziening.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><JURISDICTION><INTRO><P>HET GERECHT (Kamer voor hogere voorzieningen)</P><P>beschikt:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">1)</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">De hogere voorziening wordt afgewezen.</HT></TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P><HT TYPE="BOLD">2)</HT></NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Ewelina Jelenkowska-Luca zal haar eigen kosten dragen.</HT></TXT><P>Luxemburg, <DATE ISO="20141211">11 december 2014</DATE>.</P></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.ORDER><SIGNATURE.CASE><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>E. Coulon</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president</P><P>M. Jaeger</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></ORDER>