|
28.4.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 149/125 |
P9_TA(2022)0367
Duurzame brandstoffen voor de zeevaart (initiatief FuelEU Zeevaart) ***I
Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 19 oktober 2022 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (COM(2021)0562 — C9-0333/2021 — 2021/0210(COD)) (1)
(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)
(2023/C 149/13)
Amendement 1
Voorstel voor een verordening
Overweging 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 2
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 3
Voorstel voor een verordening
Overweging 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 4
Voorstel voor een verordening
Overweging 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 5
Voorstel voor een verordening
Overweging 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 6
Voorstel voor een verordening
Overweging 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 7
Voorstel voor een verordening
Overweging 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 8
Voorstel voor een verordening
Overweging 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 9
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 10
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 11
Voorstel voor een verordening
Overweging 4 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 12
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 13
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 14
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 15
Voorstel voor een verordening
Overweging 5 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 16
Voorstel voor een verordening
Overweging 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 17
Voorstel voor een verordening
Overweging 7
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 18
Voorstel voor een verordening
Overweging 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 19
Voorstel voor een verordening
Overweging 9
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 20
Voorstel voor een verordening
Overweging 10
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 21
Voorstel voor een verordening
Overweging 10 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 22
Voorstel voor een verordening
Overweging 11
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 23
Voorstel voor een verordening
Overweging 11 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 24
Voorstel voor een verordening
Overweging 13
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 25
Voorstel voor een verordening
Overweging 14
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 26
Voorstel voor een verordening
Overweging 15
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 27
Voorstel voor een verordening
Overweging 16
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 28
Voorstel voor een verordening
Overweging 17
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 29
Voorstel voor een verordening
Overweging 21
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 30
Voorstel voor een verordening
Overweging 22
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 31
Voorstel voor een verordening
Overweging 23
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 32
Voorstel voor een verordening
Overweging 24
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 33
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 34
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 35
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 36
Voorstel voor een verordening
Overweging 24 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 37
Voorstel voor een verordening
Overweging 25
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 38
Voorstel voor een verordening
Overweging 26
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 39
Voorstel voor een verordening
Overweging 27
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 40
Voorstel voor een verordening
Overweging 27 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 41
Voorstel voor een verordening
Overweging 28
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 42
Voorstel voor een verordening
Overweging 31 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 43
Voorstel voor een verordening
Overweging 36
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 44
Voorstel voor een verordening
Overweging 37
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 45
Voorstel voor een verordening
Overweging 39
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 46
Voorstel voor een verordening
Overweging 40
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 47
Voorstel voor een verordening
Overweging 42
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 48
Voorstel voor een verordening
Overweging 42 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 49
Voorstel voor een verordening
Overweging 42 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 50
Voorstel voor een verordening
Overweging 43
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 51
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 1 — punt a
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 52
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 53
Voorstel voor een verordening
Artikel 1 — alinea 1 — laatste gedeelte
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
om het consistente gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen en alternatieve energiebronnen in de hele Unie te bevorderen en tegelijk de vlotte werking van de zeevaart te waarborgen en verstoringen van de interne markt te vermijden. |
Dit heeft tot doel het consistente gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen en alternatieve energiebronnen in het zeevervoer in de hele Unie te bevorderen , overeenkomstig de doelstelling van de Unie om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, en tegelijk de vlotte werking van de zeevaart te waarborgen , ontwikkelingskansen te creëren voor de zeevaartsector en verstoringen van de interne markt te vermijden. |
Amendement 54
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — lid 1 — inleidende zin
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening is van toepassing op alle schepen van meer dan 5 000 brutoton, ongeacht hun vlag, met betrekking tot: |
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 55
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 56
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt b bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 57
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
(Niet van toepassing op de Nederlandse versie) |
Amendement 58
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Deze verordening is niet van toepassing op oorlogsschepen, hulpschepen van de marine, schepen die vis vangen of verwerken, houten schepen van een primitieve bouw , schepen die niet mechanisch worden aangedreven of overheidsschepen die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt. |
Deze verordening is niet van toepassing op oorlogsschepen, hulpschepen van de marine, schepen die vis vangen of verwerken, houten schepen van een primitieve bouw of overheidsschepen die voor niet-commerciële doeleinden worden gebruikt. |
Amendement 59
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Uiterlijk op 31 december 2025 stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling de lijst vast van naburige containeroverslaghavens die niet vallen onder de in deze verordening neergelegde definitie van aanloophavens voor containerschepen. |
|
|
Vervolgens stelt de Commissie ten minste om de twee jaar uitvoeringshandelingen vast tot actualisering van deze lijst van naburige containeroverslaghavens die niet vallen onder de in deze verordening neergelegde definitie van aanloophavens voor containerschepen. |
|
|
In die uitvoeringshandelingen wordt een lijst opgenomen van naburige containeroverslaghavens buiten de Unie die minder dan 300 zeemijl van het grondgebied van de Unie liggen en waar het aandeel containeroverslag, gemeten in twintig-voet containermaat, meer dan 65 % van het totale containerverkeer van die haven bedraagt in de meest recente periode van twaalf maanden waarvoor relevante gegevens beschikbaar zijn. |
|
|
In het kader van deze lijst worden containers als overgeslagen beschouwd indien ze van een schip in de haven worden gelost met als enig doel ze op een ander schip te laden. Havens in een derde land dat op doeltreffende wijze maatregelen toepast die even ambitieus zijn als de vereisten van deze verordening worden niet opgenomen op de lijst. |
|
|
Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 27, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. |
Amendement 60
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Met betrekking tot de energie die wordt gebruikt voor reizen uitgevoerd door passagiersschepen die geen cruiseschepen zijn tussen een aanloophaven onder de jurisdictie van een lidstaat en een aanloophaven onder de jurisdictie van dezelfde lidstaat die gelegen is op een eiland met minder dan 100 000 permanente ingezetenen, en met betrekking tot de energie die wordt gebruikt tijdens het verblijf van deze schepen in een aanloophaven van het desbetreffende eiland, kunnen de lidstaten specifieke routes en havens vrijstellen van de toepassing van alinea 1, punten a) en b). De lidstaten brengen die vrijstellingen vóór de inwerkingtreding ervan ter kennis van de Commissie, die deze bekendmaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dergelijke vrijstellingen zijn niet meer van toepassing na 31 december 2029. |
Amendement 61
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Met betrekking tot de energie die wordt gebruikt voor reizen tussen een aanloophaven in een ultraperifeer gebied en een andere aanloophaven in een ultraperifeer gebied, en met betrekking tot de energie die wordt gebruikt tijdens het verblijf van schepen in de aanloophavens van de desbetreffende ultraperifere gebieden, kunnen de lidstaten specifieke routes en havens vrijstellen van de toepassing van alinea 1, punten a) en b bis). De lidstaten brengen die vrijstellingen vóór de inwerkingtreding ervan ter kennis van de Commissie, die deze bekendmaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dergelijke vrijstellingen zijn niet meer van toepassing na 31 december 2029. Niets belet de lidstaten, hun regio’s en gebieden om te beslissen deze vrijstelling niet toe te passen of om een toegekende vrijstelling te beëindigen vóór 31 december 2029. |
Amendement 62
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Met betrekking tot de energie die wordt gebruikt voor reizen uitgevoerd in het kader van een openbaredienstcontract of voor reizen uitgevoerd door vaartuigen die onderworpen zijn aan openbaredienstverplichtingen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad, kunnen de lidstaten specifieke routes vrijstellen van de toepassing van alinea 1. De lidstaten brengen dergelijke vrijstellingen vóór de inwerkingtreding ervan ter kennis van de Commissie, die deze bekendmaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Dergelijke vrijstellingen zijn niet meer van toepassing na 31 december 2029. |
Amendement 63
Voorstel voor een verordening
Artikel 2 — alinea 2 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
De Commissie monitort voortdurend in hoeverre deze verordening leidt tot vrachtverlegging, met name via overslaghavens in buurlanden. Indien de Commissie significante negatieve gevolgen voor Uniehavens vaststelt, dient zij bij het Europees Parlement en de Raad wetgevingsvoorstellen in tot wijziging van deze verordening. De Commissie onderzoekt in het bijzonder de gevolgen van deze verordening voor ultraperifere gebieden en eilanden en stelt, indien passend, wijzigingen voor in het toepassingsgebied van deze verordening. |
Amendement 64
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt h
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 65
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt h bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 66
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt i
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 67
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt m
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 68
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt n
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 69
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt q bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 70
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt q ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 71
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt q quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 72
Voorstel voor een verordening
Artikel 3 — alinea 1 — punt r
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 73
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — streepje 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 74
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — streepje 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 75
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — streepje 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 76
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — streepje 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 77
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 2 — laatste alinea
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
[*: De referentiewaarde, die in een later stadium van de wetgevingsprocedure zal worden berekend, komt overeen met de voor de vloot gemiddelde broeikasgasintensiteit van de aan boord van schepen gebruikte energie in 2020, bepaald op basis van de in het kader van Verordening (EU) 2015/757 gemonitorde en gerapporteerde gegevens en met gebruikmaking van de in bijlage I bij die verordening vastgestelde methodologie en standaardwaarden.] |
[*: De referentiewaarde, die in een later stadium van de wetgevingsprocedure zal worden berekend, komt overeen met de voor de Unievloot gemiddelde broeikasgasintensiteit van de aan boord van schepen gebruikte energie in 2020, bepaald op basis van de in het kader van Verordening (EU) 2015/757 gemonitorde en gerapporteerde gegevens en met gebruikmaking van de in bijlage I bij die verordening vastgestelde methodologie en standaardwaarden.] |
Amendement 78
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie wordt berekend als de hoeveelheid broeikasgasemissies per energie-eenheid volgens de in bijlage I gespecificeerde methodologie. |
3. De broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie wordt berekend als de hoeveelheid broeikasgasemissies per energie-eenheid volgens de in bijlage I gespecificeerde methodologie. Voor schepen in ijsklassen wordt een correctiefactor toegepast, waarbij het hogere brandstofverbruik dat samenhangt met ijsvaart in mindering wordt gebracht. |
Amendement 79
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De in bijlage II bij deze verordening opgegeven standaardwaarden dienen als basis voor de berekening van de emissiefactoren. Indien er werkelijke waarden bestaan die zijn geverifieerd door middel van certificering of directe emissiemetingen, mogen die werkelijke waarden in plaats daarvan worden gebruikt. |
Amendement 80
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II, teneinde de “van bron tot kielzog”-emissiefactoren in verband met nieuwe energiebronnen op te nemen of de bestaande emissiefactoren aan te passen om te zorgen voor consistentie met toekomstige internationale normen of de wetgeving van de Unie op het gebied van energie. |
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II, teneinde de “van bron tot kielzog”-emissiefactoren in verband met nieuwe energiebronnen op te nemen, de bestaande emissiefactoren aan te passen om te zorgen voor consistentie met toekomstige internationale normen of de wetgeving van de Unie op het gebied van energie en ervoor te zorgen dat zij in alle fasen van de levenscyclus van de brandstof zo representatief mogelijk zijn voor de werkelijke emissies, overeenkomstig de best beschikbare wetenschappelijke en technische kennis . |
Amendement 81
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
4 bis. Er wordt overleg georganiseerd tussen havenbeheerders, terminalexploitanten, reders, scheepsexploitanten, brandstofleveranciers en andere belanghebbenden om te zorgen voor samenwerking met betrekking tot de alternatieve brandstofvoorziening die in afzonderlijke havens wordt gepland en gebruikt, alsook met betrekking tot de verwachte vraag van vaartuigen die deze havens aandoen. |
Amendement 82
Voorstel voor een verordening
Artikel 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
Artikel 4 bis |
||
|
|
Gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong |
||
|
|
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen, zo nodig gebruikmakend van het bij Richtlijn XXXX [richtlijn hernieuwbare energie] ingestelde mechanisme voor de uitwisseling van kredieten, om ervoor te zorgen dat hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong beschikbaar worden gesteld in havens op hun grondgebied. |
||
|
|
2. Van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2034 wordt een vermenigvuldigingsfactor 2 gebruikt in de noemer van vergelijking (1) van bijlage I een voor de berekening van de broeikasgasintensiteit van de aan boord gebruikte energie, om bedrijven te belonen voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. |
||
|
|
3. Vanaf 1 januari 2030 wordt ten minste 2 % van de jaarlijkse gemiddelde energie die aan boord van een schip wordt gebruikt, gehaald met hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong die voldoen aan artikel 9, lid 1, punt b). |
||
|
|
4. Tot en met 31 december 2034 is lid 3 niet van toepassing op maatschappijen en hun dochterondernemingen die drie of minder schepen exploiteren die binnen het toepassingsgebied van artikel 2, lid 1, vallen. |
||
|
|
5. Uiterlijk in 2028 beoordeelt de Commissie de verplichting van lid 3 met het oog op de aanpassing ervan indien: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de criteria voor deze beoordeling vast te stellen en de verplichtingen in artikel 4 bis, lid 3, en bijlage V aan te passen indien dit op grond van de overeenkomstig lid 5 uitgevoerde beoordeling nodig wordt geacht. |
Amendement 83
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Vanaf 1 januari 2030 moet een schip op een ligplaats in een aanloophaven onder de jurisdictie van een lidstaat, aangesloten worden op een walstroomvoorziening en voor alle energiebehoeften op de ligplaats walstroom gebruiken. |
1. Vanaf 1 januari 2030 moet een schip op een ligplaats in een aanloophaven die onder artikel 9 van Verordening XXXX-XXX (verordening infrastructuur voor alternatieve brandstoffen) valt, worden aangesloten op een walstroomvoorziening en voor al zijn elektriciteitsbehoeften op de ligplaats walstroom gebruiken. In het geval dat een niet-TEN-T-haven vrijwillig walstroomvoorziening heeft aangelegd, gebruiken schepen die die haven aandoen en die compatibele uitrusting voor walstroomvoorziening aan boord hebben, walstroom, indien deze op de ligplaats die zij gebruiken, beschikbaar is. |
Amendement 84
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 85
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 86
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 87
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Scheepsexploitanten stellen de havens die zij aandoen vooraf in kennis van hun voornemen om op walstroomvoorzieningen aan te sluiten of hun voornemen om gebruik te maken van emissievrije technologie als gedefinieerd in bijlage III bij deze verordening. Scheepsexploitanten vermelden, indien van toepassing, ook de hoeveelheid stroom die zij tijdens die aanloop verwachten nodig te hebben en informeren over de beschikbare stroominstallatie aan boord. |
Amendement 88
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III teneinde verwijzingen naar nieuwe technologieën op te nemen in de lijst van toepasselijke emissievrije technologieën of criteria voor het gebruik ervan, als die nieuwe technologieën in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang gelijkwaardig worden bevonden aan de in die bijlage vermelde technologieën. |
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III teneinde verwijzingen naar nieuwe technologieën op te nemen in de lijst van toepasselijke emissievrije technologieën of de criteria voor het gebruik ervan te wijzigen , als die nieuwe technologieën of de criteria voor het gebruik ervan in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang gelijkwaardig aan of beter dan de in die bijlage vermelde technologieën worden bevonden . |
Amendement 89
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
5. De havenbeheerder bepaalt of de in lid 3 genoemde uitzonderingen van toepassing zijn en geeft het certificaat af of weigert dat af te geven overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV. |
5. De havenbeheerder of, indien van toepassing, de exploitant van de terminal of de bevoegde autoriteit bepaalt of de in lid 3 genoemde uitzonderingen van toepassing zijn en geeft het certificaat af of weigert dat af te geven overeenkomstig de voorschriften van bijlage IV. |
Amendement 90
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Vanaf 1 januari 2035 mogen de in lid 3, punten d) en e), genoemde uitzonderingen gedurende één verslagjaar in totaal niet meer dan vijfmaal op een bepaald schip van toepassing zijn. Een aanloophaven wordt niet meegeteld voor de naleving van deze bepaling als de maatschappij aantoont dat zij redelijkerwijs niet kon weten dat het schip om de in lid 3, punten d) en e), genoemde redenen niet kon worden aangesloten. |
Schrappen |
Amendement 91
Voorstel voor een verordening
Artikel 5 — lid 7 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
7 bis. Er wordt overleg georganiseerd tussen havenbeheerders, terminalexploitanten, reders, scheepsexploitanten, leveranciers van walstroom, netbeheerders en andere belanghebbenden om te zorgen voor samenwerking met betrekking tot de walstroominfrastructuur die in afzonderlijke havens wordt gepland en gebruikt, alsook met betrekking tot de verwachte vraag van vaartuigen die deze havens aandoen. |
Amendement 92
Voorstel voor een verordening
Artikel 6 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De maatschappijen verkrijgen, registreren, verzamelen, analyseren en documenteren de monitoringgegevens, met inbegrip van aannames, referenties, emissiefactoren en activiteitsgegevens, op transparante en nauwkeurige wijze zodat de verificateur de broeikasgasintensiteit van de aan boord van schepen gebruikte energie kan bepalen. |
4. De maatschappijen verkrijgen, registreren, verzamelen, analyseren en documenteren de monitoringgegevens, met inbegrip van aannames, referenties, emissiefactoren en activiteitsgegevens, alsmede alle andere informatie die vereist is om te voldoen aan deze verordening, op transparante en nauwkeurige wijze zodat de verificateur de broeikasgasintensiteit van de aan boord van schepen gebruikte energie kan bepalen. |
Amendement 93
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 94
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 — punt k
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 95
Voorstel voor een verordening
Artikel 7 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
3 bis. Indien de extra energie die nodig is vanwege de ijsklasse van het schip moet worden uitgesloten van de berekening van de energie die aan boord wordt gebruikt, omvat het monitoringplan ook: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 96
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De maatschappijen controleren regelmatig en ten minste jaarlijks of het monitoringplan van een schip de aard en functie van het schip weerspiegelt en of de monitoringmethode kan worden verbeterd. |
1. De maatschappijen controleren regelmatig en ten minste jaarlijks of het monitoringplan van een schip de aard en functie van het schip weerspiegelt en of de monitoringmethode kan worden verbeterd , gecorrigeerd of bijgewerkt . |
Amendement 97
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De maatschappijen wijzigen het monitoringplan in elk van de volgende situaties: |
2. De maatschappijen wijzigen het monitoringplan onverwijld in elk van de volgende situaties: |
Amendement 98
Voorstel voor een verordening
Artikel 8 — lid 2 — punt e bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 99
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De maatschappijen verstrekken nauwkeurige en betrouwbare gegevens over de broeikasgasemissie-intensiteit en de duurzaamheidskenmerken van biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof, die worden gecontroleerd aan de hand van een regeling die door de Commissie is erkend overeenkomstig artikel 30, leden 5 en 6, van Richtlijn (EU) 2018/2001. |
2. De maatschappijen verstrekken nauwkeurige , volledige en betrouwbare gegevens over de broeikasgasemissie-intensiteit en de duurzaamheidskenmerken van biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof, die worden gecontroleerd aan de hand van een regeling die door de Commissie is erkend overeenkomstig artikel 30, leden 5 en 6, van Richtlijn (EU) 2018/2001. |
Amendement 100
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De maatschappijen mogen afwijken van de vastgestelde standaardwaarden voor de “van tank tot kielzog”-emissiefactoren, mits de werkelijke waarden worden gecertificeerd door middel van laboratoriumtests of directe emissiemetingen . De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen door voorschriften vast te stellen voor het uitvoeren van laboratoriumtests en directe emissiemetingen. |
3. De maatschappijen mogen afwijken van de vastgestelde standaardwaarden voor de “van tank tot kielzog”-emissiefactoren, mits de werkelijke waarden worden gecertificeerd door middel van directe emissiemetingen overeenkomstig bestaande certificerings- en verificatieregelingen als vastgesteld bij Richtlijn (EU) 2018/2001 en Richtlijn (EU) XXXX/XXXX (gasrichtlijn) . De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen door voorschriften vast te stellen voor het uitvoeren van directe emissiemetingen. |
Amendement 101
Voorstel voor een verordening
Artikel 9 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 9 bis Certificering van andere brandstoffen 1. De maatschappijen mogen afwijken van de vastgestelde standaardwaarden voor de emissiefactoren van bron tot tank van alle andere brandstoffen, mits de werkelijke waarden worden vastgesteld door middel van certificering of directe emissiemetingen. 2. De maatschappijen mogen afwijken van de vastgestelde standaardwaarden voor de “van tank tot kielzog”-emissiefactoren van alle andere brandstoffen, mits de werkelijke waarden worden gecertificeerd door middel van directe emissiemetingen. 3. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen door voorschriften vast te stellen voor de certificering van de werkelijke emissies van bron tot tank en voorschriften voor het uitvoeren van directe emissiemetingen. |
Amendement 102
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De verificateur beoordeelt of het monitoringplan conform de voorschriften van de artikelen 6 en 9 is. Als bij de beoordeling door de verificateur inconsistenties met die voorschriften worden vastgesteld, wordt het monitoringplan op die punten door de betrokken maatschappij herzien en wordt het herziene plan met het oog op een eindbeoordeling door de verificateur ingediend voordat de verslagperiode aanvangt. De maatschappij komt met de verificateur een termijn voor de indiening van die herzieningen overeen. Die termijn mag in ieder geval niet langer zijn dan het tijdstip waarop de verslagperiode aanvangt. |
1. De verificateur beoordeelt of het monitoringplan conform de voorschriften van de artikelen 6 en 9 is. Als bij de beoordeling door de verificateur inconsistenties met die voorschriften worden vastgesteld, wordt het monitoringplan onverwijld op die punten door de betrokken maatschappij herzien en wordt het herziene plan met het oog op een eindbeoordeling door de verificateur ingediend voordat de verslagperiode aanvangt. De maatschappij komt met de verificateur een termijn voor de indiening van die herzieningen overeen. Die termijn mag in ieder geval niet langer zijn dan het tijdstip waarop de verslagperiode aanvangt. |
Amendement 103
Voorstel voor een verordening
Artikel 10 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Als bij de verificatiebeoordeling onjuiste of niet-conforme verklaringen worden vastgesteld, stelt de verificateur de betrokken maatschappij daarvan tijdig in kennis. Vervolgens wijzigt de maatschappij de onjuiste of niet-conforme verklaringen zodat het verificatieproces tijdig kan worden afgerond. |
3. Als bij de verificatiebeoordeling onjuiste of niet-conforme verklaringen worden vastgesteld, stelt de verificateur de betrokken maatschappij daarvan tijdig in kennis. Vervolgens wijzigt de maatschappij de onjuiste of niet-conforme verklaringen onverwijld zodat het verificatieproces tijdig kan worden afgerond. |
Amendement 104
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 2 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 105
Voorstel voor een verordening
Artikel 11 — lid 3 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 106
Voorstel voor een verordening
Artikel 12 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De verificateur stelt mogelijke risico’s vast die verband houden met het monitoring- en rapportageproces door de gerapporteerde hoeveelheden, types en emissiefactoren van de aan boord van schepen gebruikte energie te vergelijken met geraamde gegevens die zijn gebaseerd op de trackinggegevens en de kenmerken van het schip, zoals het geïnstalleerde motorvermogen. Als er aanmerkelijke afwijkingen worden gevonden, voert de verificateur nadere analyses uit. |
1. De verificateur stelt mogelijke risico’s vast die verband houden met het monitoring- en rapportageproces door de gerapporteerde hoeveelheden, types en emissiefactoren van de aan boord van schepen gebruikte energie te vergelijken met geraamde gegevens die zijn gebaseerd op de trackinggegevens en de kenmerken van het schip, zoals het geïnstalleerde motorvermogen. Als er aanmerkelijke afwijkingen worden gevonden die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening kunnen ondermijnen , voert de verificateur nadere analyses uit. |
Amendement 107
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Verificateurs worden voor activiteiten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008. |
1. Verificateurs worden voor activiteiten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen geaccrediteerd door een nationale accreditatie-instantie, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008. De nationale accreditatie-instantie bezorgt de Commissie regelmatig de lijst van geaccrediteerde verificateurs, samen met alle contactgegevens. |
Amendement 108
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. De nationale accreditatie-instanties zorgen ervoor dat de verificateurs: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 109
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. Om potentiële belangenconflicten uit te sluiten is de verificateur voor zijn inkomsten niet in hoofdzaak afhankelijk van één maatschappij. |
Amendement 110
Voorstel voor een verordening
Artikel 13 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen door nadere methoden en criteria vast te stellen voor de accreditatie van verificateurs. De in de gedelegeerde handelingen gespecificeerde methoden zijn gebaseerd op de in de artikelen 10 en 11 bedoelde verificatiebeginselen en op relevante internationaal aanvaarde normen. |
3. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om ter aanvulling van deze verordening gedelegeerde handelingen aan te nemen door nadere methoden en criteria vast te stellen voor de accreditatie van verificateurs en andere regels om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de verificateurs te verzekeren . De in de gedelegeerde handelingen gespecificeerde methoden zijn gebaseerd op de in de artikelen 10 en 11 bedoelde verificatiebeginselen en op relevante internationaal aanvaarde normen. |
Amendement 111
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — punt c
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 112
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 113
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 — punt e
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 114
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
1 bis. Indien de extra energie die nodig is vanwege de ijsklasse van het schip moet worden uitgesloten van de energie die aan boord wordt gebruikt, omvat het monitoringplan ook: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 115
Voorstel voor een verordening
Artikel 14 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De maatschappijen registreren de in lid 1 genoemde informatie en gegevens jaarlijks op transparante wijze, zodat de verificateur kan nagaan of deze verordening wordt nageleefd. |
2. De maatschappijen registreren de in lid 1 genoemde informatie en gegevens op tijdige en transparante wijze en bundelen deze jaarlijks , zodat de verificateur kan nagaan of deze verordening wordt nageleefd. |
Amendement 116
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 2 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 117
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 2 — punt d
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
Schrappen |
Amendement 118
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. Aan de hand van de door de verificateur verstrekte informatie berekent de bevoegde autoriteit van de lidstaat het bedrag van de in artikel 20, leden 1 en 2, bedoelde boetes en stelt hij de maatschappij hiervan in kennis. |
Amendement 119
Voorstel voor een verordening
Artikel 15 — lid 4 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
4 bis. De administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij is: |
||
|
|
|
||
|
|
|
||
|
|
|
Amendement 120
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie ontwikkelt een elektronische conformiteitsdatabank voor het toezicht op de naleving van de artikelen 4 en 5; zij waarborgt de werking van de databank en houdt ze up-to-date. De conformiteitsdatabank wordt gebruikt om een register bij te houden van de nalevingsbalans van de schepen en het gebruik van de flexibiliteitsmechanismen van de artikelen 17 en 18. Ze is toegankelijk voor de maatschappijen, de verificateurs, de bevoegde autoriteiten en de Commissie. |
1. De Commissie ontwikkelt een elektronische conformiteitsdatabank , die geïntegreerd is met het krachtens Verordening (EU) 2015/757 ingestelde THETIS-MRV-systeem, voor het toezicht op de naleving van de artikelen 4 en 5; zij waarborgt de werking van de databank en houdt ze up-to-date. De conformiteitsdatabank wordt gebruikt om een register bij te houden van de nalevingsbalans van de schepen , het gebruik van de in artikel 5, lid 3, vastgestelde vrijstellingen en het gebruik van de flexibiliteitsmechanismen van de artikelen 17 en 18 en de opgelegde boetes op grond van artikel 20 . Ze is toegankelijk voor de maatschappijen, de verificateurs, de bevoegde autoriteiten en de Commissie. |
Amendement 121
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. De maatschappijen mogen het nalevingsoverschot van schepen die niet onder deze verordening vallen en die volledig worden aangedreven door hernieuwbare energie, zoals wind- of zonne-energie, overboeken, zolang de schepen in kwestie niet uitsluitend worden gebruikt voor recreatieve doeleinden. |
Amendement 122
Voorstel voor een verordening
Artikel 16 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. Uiterlijk 30 april van elk jaar registreert de maatschappij in de conformiteitsdatabank voor elk van haar schepen de door de verificateur geverifieerde informatie als bedoeld in artikel 15, lid 2, samen met informatie aan de hand waarvan de identiteit van het schip, de maatschappij en de verificateur die de beoordeling heeft uitgevoerd, kan worden vastgesteld. |
3. Uiterlijk 30 april van elk jaar registreert de maatschappij in de conformiteitsdatabank voor elk van haar schepen de door de verificateur geverifieerde en berekende informatie als bedoeld in artikel 15, lid 2 , het gebruik van het in artikelen 17 en 18 bedoelde flexibiliteitsmechanisme, de jaarlijkse uit hoofde van artikel 5, lid 3, toegepaste uitzonderingen, indien van toepassing , samen met informatie aan de hand waarvan de identiteit van het schip, de maatschappij en de verificateur die de beoordeling heeft uitgevoerd, kan worden vastgesteld. |
Amendement 123
Voorstel voor een verordening
Artikel 17 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Als het schip tijdens de verslagperiode een nalevingsoverschot heeft, mag de maatschappij dat voor de volgende verslagperiode op de nalevingsbalans van hetzelfde schip boeken. De maatschappij registreert de overboeking van het nalevingsoverschot naar de volgende verslagperiode in de conformiteitsdatabank, onder voorbehoud van goedkeuring door haar verificateur. Zodra het FuelEU-conformiteitscertificaat is afgegeven, mag de maatschappij het nalevingsoverschot niet meer storten. |
1. Als het schip op basis van de in artikel 15, lid 2, bedoelde informatie tijdens de verslagperiode een nalevingsoverschot heeft voor zijn broeikasgasintensiteit of zijn RFNBO-quota zoals respectievelijk bedoeld in artikel 4, lid 2, en artikel 4 bis, lid 3 , mag de maatschappij dat voor de volgende verslagperiode op de nalevingsbalans van hetzelfde schip boeken. De maatschappij registreert de overboeking van het nalevingsoverschot naar de volgende verslagperiode in de conformiteitsdatabank, onder voorbehoud van goedkeuring door haar verificateur. Zodra het FuelEU-conformiteitscertificaat is afgegeven, mag de maatschappij het nalevingsoverschot niet meer storten. Het ongebruikte nalevingsoverschot voor de volgende verslagperiode is drie jaar geldig. |
Amendement 124
Voorstel voor een verordening
Artikel 18 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De nalevingsbalansen van twee of meer schepen die door dezelfde verificateur worden geverifieerd, mogen worden samengevoegd met het oog op de naleving van de voorschriften van artikel 4. De nalevingsbalans van een schip mag in dezelfde verslagperiode in niet meer dan één pool worden opgenomen. |
1. De nalevingsbalansen voor de broeikasgasintensiteit en voor de RFNBO-quota zoals respectievelijk bedoeld in artikel 4, lid 2, en artikel 4 bis, lid 3, van twee of meer schepen die door dezelfde verificateur worden geverifieerd, mogen worden samengevoegd met het oog op de naleving van de voorschriften van artikel 4 en artikel 4 bis . De nalevingsbalans van een schip mag in dezelfde verslagperiode in niet meer dan één pool worden opgenomen. |
Amendement 125
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. Als het schip op 1 mei van het jaar na de verslagperiode een nalevingstekort heeft, moet de maatschappij een boete betalen. De verificateur berekent het bedrag van de boete op basis van de formule in bijlage V. |
1. Als het schip op 1 mei van het jaar na de verslagperiode een nalevingstekort heeft, moet de maatschappij een corrigerende boete betalen. De bevoegde autoriteit van de lidstaat berekent , op basis van de door de verificateur verstrekte informatie, het bedrag van de boete op basis van de formules in bijlage V , voor de grenswaarden voor de broeikasgasintensiteit en, indien van toepassing, de quota voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, zoals respectievelijk bedoeld in artikel 4, lid 2, en artikel 4 bis, lid 3 . |
Amendement 126
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De maatschappij betaalt een boete voor elke niet-conforme havenaanloop. De verificateur berekent het bedrag van de boete door het bedrag van 250 EUR te vermenigvuldigen met het aantal megawatt aan geïnstalleerd vermogen aan boord en met het aantal op de ligplaats doorgebrachte uren. |
2. De maatschappij betaalt een boete voor elke niet-conforme havenaanloop. De bevoegde autoriteit van de lidstaat berekent , op basis van de door de verificateur verstrekte informatie, het bedrag van de boete door het bedrag van 250 EUR in prijzen van 2022 te vermenigvuldigen met het aantal megawatt aan geïnstalleerd vermogen aan boord en met het aantal op de ligplaats doorgebrachte uren. Bij deze berekening wordt de hoeveelheid tijd die nodig is om op de walstroomvoorziening aan te sluiten, verondersteld twee uur te zijn, en die tijd wordt standaard afgetrokken van de berekening van het aantal op de ligplaats doorgebrachte uren, om rekening te houden met de tijd die nodig is om op de walstroomvoorziening aan te sluiten. |
Amendement 127
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 3 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 bis. De administrerende staat ten aanzien van een maatschappij zorgt ervoor dat de maatschappij, voor ieder van haar schepen die op 1 juni van het verslagjaar een nalevingstekort heeft, eventueel na een validering door de bevoegde autoriteit, uiterlijk op 30 juni van het verslagjaar een bedrag betaalt dat gelijk is aan de boete die voortvloeit uit de toepassing van de in bijlage V, deel B, gespecificeerde formules. |
Amendement 128
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 3 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 ter. Indien de maatschappij een overeenkomst sluit met een commerciële exploitant waarin wordt bepaald dat deze exploitant verantwoordelijk is voor de aankoop van brandstof en de exploitatie van het schip, bepalen de maatschappij en die commerciële exploitant aan de hand van een contractuele regeling dat laatstgenoemde aansprakelijk is voor de betaling van de kosten die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde boetes. Voor de toepassing van dit lid wordt onder de verantwoordelijkheid voor de exploitatie van het schip het bepalen van de vervoerde vracht, het traject, de routering en/of de snelheid van het schip verstaan. |
Amendement 129
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 3 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
3 quater. Indien de maatschappij of de commerciële exploitant een contract sluit met een brandstofleverancier, waarbij die laatste verantwoordelijk wordt gesteld voor de levering van specifieke brandstoffen, omvat dit contract bepalingen waarin de brandstofleverancier aansprakelijk wordt gesteld voor de schadeloosstelling van de maatschappij of de commerciële exploitant met betrekking tot de betaling van de in dit artikel bedoelde boetes, indien de brandstof niet is geleverd volgens de afgesproken voorwaarden. Voor de toepassing van dit lid moeten de in het kader van de vermelde contracten geleverde brandstoffen in overeenstemming zijn met de bepalingen van artikel 9, lid 1, punt b). |
Amendement 130
Voorstel voor een verordening
Artikel 20 — lid 4
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage V vast te stellen, teneinde de in lid 1 van dit artikel bedoelde formule aan te passen en om het bedrag van de in lid 2 van dit artikel vastgestelde vaste boete te wijzigen, rekening houdend met de evolutie van de energiekosten . |
4. De Commissie is overeenkomstig artikel 26 bevoegd om gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage V vast te stellen, teneinde de in lid 1 van dit artikel bedoelde formule aan te passen en om het bedrag van de in lid 2 van dit artikel vastgestelde vaste boete te wijzigen, zodra de evolutie van de energiekosten het ontradend effect van de bestaande boetes ondermijnt. Wat de in lid 1 van dit artikel bedoelde formule betreft, moet de hieruit voortvloeiende boete groter zijn dan de hoeveelheid en de kosten van de hernieuwbare en koolstofarme brandstof die de schepen zouden hebben gebruikt als zij aan de voorschriften van deze verordening hadden voldaan. |
Amendement 131
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De in artikel 20, leden 1 en 2, bedoelde boetes worden toegewezen aan gemeenschappelijke projecten die gericht zijn op de snelle inzet van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart. Projecten die worden gefinancierd met uit boetes verkregen middelen, moeten de productie van grotere hoeveelheden hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen voor de zeevaart stimuleren, de aanleg van geschikte bunkervoorzieningen of elektrische aansluitpunten in havens faciliteren en de ontwikkeling, beproeving en toepassing van de meest innovatieve Europese technologieën in de vloot ondersteunen om aanzienlijke emissiereducties te realiseren. |
1. De in artikel 20, leden 1 en 2, bedoelde boetes worden toegewezen aan gemeenschappelijke projecten die gericht zijn op de snelle inzet van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart. Projecten die worden gefinancierd met uit boetes verkregen middelen, moeten de productie van grotere hoeveelheden hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen voor de zeevaart stimuleren, de aanleg van geschikte bunkervoorzieningen of elektrische aansluitpunten in havens , of de aanpassing van de bovenbouw, indien nodig, faciliteren en de ontwikkeling, beproeving en toepassing van de meest innovatieve Europese technologieën in de vloot ondersteunen om aanzienlijke emissiereducties te realiseren. |
Amendement 132
Voorstel voor een verordening
Artikel 21 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De in lid 1 genoemde inkomsten uit boetes worden toegewezen aan het in artikel 10 bis , lid 8, van Richtlijn 2003/87/EG vermelde innovatiefonds . Die ontvangsten vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement en worden ingevoerd overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op het innovatiefonds . |
2. De in lid 1 genoemde inkomsten worden toegewezen aan het in artikel 3 octies bis ter van Richtlijn 2003/87/EG vermelde oceaanfonds. Deze inkomsten worden bestemd voor de zeevaart en dragen bij tot de decarbonisatie ervan . Die ontvangsten vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 5, van het Financieel Reglement en worden ingevoerd overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op het oceaanfonds . |
Amendement 133
Voorstel voor een verordening
Artikel 24 — lid 1
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De maatschappijen hebben het recht een aanvraag in te dienen voor een herziening van de berekeningen en van de maatregelen die de verificateur hen uit hoofde van deze verordening heeft opgelegd, met inbegrip van de weigering om een FuelEU-conformiteitscertificaat af te geven overeenkomstig artikel 19, lid 1. |
1. De maatschappijen hebben het recht een aanvraag in te dienen voor een herziening van de berekeningen en van de maatregelen die de bevoegde autoriteit van de lidstaat of de verificateur hen uit hoofde van deze verordening heeft opgelegd, met inbegrip van de weigering om een FuelEU-conformiteitscertificaat af te geven overeenkomstig artikel 19, lid 1. |
Amendement 134
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in de artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. |
2. De bevoegdheid tot vaststelling van de in de artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 6, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 9 bis, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, bedoelde gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. |
Amendement 135
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 3
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
3. De in artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk moment door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
3. De in artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 6, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 9 bis, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan op elk moment door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. |
Amendement 136
Voorstel voor een verordening
Artikel 26 — lid 6
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
6. Een overeenkomstig artikel 4, lid 4, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking als het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of als zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.” |
6. Een overeenkomstig artikel 4, lid 4, artikel 4 bis, lid 6, artikel 5, lid 4, artikel 9, lid 3, artikel 9 bis, lid 3, artikel 13, lid 3, artikel 20, lid 4, en artikel 21, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking als het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of als zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.” |
Amendement 137
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid - 1 (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
-1. Uiterlijk 1 januari 2024 publiceert de Commissie een verslag over de sociale gevolgen van deze verordening. Dit verslag omvat een prognose met betrekking tot de gevolgen van deze verordening voor de werkgelegenheid en opleidingsbehoeften tot 2030 en tot 2050. |
Amendement 138
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
1. De Commissie brengt uiterlijk 1 januari 2030 verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de resultaten van een evaluatie van de werking van deze verordening, de ontwikkeling van de technologieën en de markt voor hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart en de gevolgen ervan voor de maritieme sector in de Unie. De Commissie beraadt zich op mogelijke wijzigingen van: |
1. De Commissie brengt uiterlijk 1 januari 2027 en vervolgens om de vijf jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de resultaten van een evaluatie van de werking van deze verordening, de ontwikkeling van de technologieën en de markt voor hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart en de gevolgen ervan voor de maritieme sector in de Unie. In dit verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de bijdrage van deze verordening aan de verwezenlijking van de algemene en sectorspecifieke klimaatdoelstellingen van de Unie, zoals vastgesteld in de Europese klimaatwet, en aan de doelstellingen van de Unie op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie. Het verslag omvat eveneens een evaluatie van het effect van deze verordening op de werking van de eengemaakte markt, het concurrentievermogen van de maritieme sector, de tarieven voor vrachtvervoer en de omvang van de koolstoflekkage en economische weglekeffecten. De Commissie evalueert tegelijk ook het effect van deze verordening op de vermindering van de mondiale broeikasgasemissies in de vervoersector en op de ontwikkeling van mondiale en regionale handelsstromen. De Commissie beraadt zich op mogelijke wijzigingen van: |
Amendement 139
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — punt a bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||||
|
|
|
Amendement 140
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — punt a ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 141
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — punt a quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 142
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — punt b
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||||
|
|
Amendement 143
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 — punt c bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
||
|
|
|
Amendement 144
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 bis. Teneinde een doelgerichte en technologieneutrale aanpak te garanderen, moet deze verordening worden geëvalueerd en indien nodig herzien zodra nieuwe technologieën die de broeikasgasemissies verminderen, zoals koolstofafvang aan boord, nieuwe hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen en nieuwe voortstuwingsmethoden, zoals windvoortstuwing, op technisch en economisch gebied rijp zijn. De Commissie evalueert voortdurend de rijpheid van verschillende technologieën voor de vermindering van broeikasgasemissies en presenteert in dit verband uiterlijk 1 januari 2027 een eerste evaluatie aan het Europees Parlement en de Raad. |
Amendement 145
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 ter (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 ter. De Commissie evalueert voortdurend de hoeveelheid alternatieve brandstoffen die beschikbaar wordt gesteld aan scheepvaartmaatschappijen in de Unie en brengt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk op 1 januari 2027, en vervolgens om de vijf jaar tot 2050, op de hoogte van de resultaten. Indien het aanbod van deze brandstoffen niet voldoet aan de vraag van scheepvaartmaatschappijen voor het nakomen van de verplichtingen van deze verordening, moet de Commissie maatregelen voorstellen om te waarborgen dat leveranciers van scheepsbrandstoffen in de Unie toereikende hoeveelheden alternatieve brandstoffen beschikbaar stellen aan scheepvaartmaatschappijen die Uniehavens aandoen. |
Amendement 146
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 quater (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quater. De Commissie stelt wijzigingen in deze verordening voor indien de Internationale Maritieme Organisatie mondiale grenswaarden voor broeikasgasintensiteit goedkeurt die gelijkwaardig zijn aan deze verordening, teneinde een volledige afstemming op het internationale akkoord te waarborgen. |
Amendement 147
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 quinquies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 quinquies. Uiterlijk op 1 januari 2027 en vervolgens om de vijf jaar tot 2050 brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de resultaten van een alomvattende evaluatie van het totale macro-economische effect van het “Fit for 55”-wetgevingspakket (1 bis) . In dat verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de effecten op het concurrentievermogen, de banencreatie, de tarieven voor vrachtvervoer, de koopkracht van gezinnen en de omvang van de koolstoflekkage in de Unie. |
Amendement 148
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 — lid 1 sexies (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
1 sexies. De Commissie overweegt mogelijke wijzigingen van deze verordening met het oog op vereenvoudiging van de regelgeving. De Commissie en de bevoegde autoriteiten passen de administratieve procedures voortdurend aan aan beste praktijken en treffen alle maatregelen om de handhaving van deze verordening te vereenvoudigen, waarbij zij de administratieve lasten voor scheepseigenaren, exploitanten, havens en verificateurs tot een minimum beperken. |
Amendement 149
Voorstel voor een verordening
Artikel 28 bis (nieuw)
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
|
Artikel 28 bis Compenserende vermindering van de regelgeving De Commissie doet, in overeenstemming met haar mededeling over de toepassing van het “one in, one out”-beginsel, uiterlijk 1 januari 2024 voorstellen om de regelgevingslasten als gevolg van deze verordening te compenseren, door bepalingen in andere wetgevingshandelingen van de Unie die regelgevingslast voor de scheepvaartsector opleveren, te herzien of te schrappen. |
Amendement 150
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — vergelijking 1
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Broeikasgas-intensiteitsindex |
WtT |
TtW |
|
Broeikasgasintensiteit
|
|
|
Amendement
|
Broeikasgas-intensiteitsindex |
WtT |
TtW |
|
Broeikasgasintensiteit
|
|
|
Amendement 151
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — tabel 1 — rij 6 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
n brandstof(fen) |
Aantal in de referentieperiode aan het schip geleverde brandstoffen |
Amendement 152
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — tabel 1 — rij 12 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
MULTi |
Multiplicator die wordt toegepast op hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong |
Amendement 153
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — tabel 1 — rij 19 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Mi, j A |
Aangepaste massa van de specifieke brandstof i geoxideerd in verbruiker j [gFuel] als gevolg van het varen in ijsomstandigheden van een schip in ijsklasse IC, IB, IA of IA Super of een gelijkwaardige ijsklasse (1 bis) , en als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of een gelijkwaardige ijsklasse. In voorkomend geval wordt in vergelijking (1) de aangepaste massa Mi, j A gebruikt in plaats van de massa Mi, j. |
Amendement 154
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — alinea 4 — inleidende formule
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor fossiele brandstoffen worden de standaardwaarden van bijlage II gebruikt. |
Voor fossiele brandstoffen worden de standaardwaarden van bijlage II gebruikt , tenzij werkelijke waarden kunnen worden verstrekt door middel van certificering of directe emissiemetingen . |
Amendement 155
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — alinea 4 — regel 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Voor de toepassing van deze verordening wordt de term ΣEk x CO2eq electricity in de teller van vergelijking (1) ingesteld op nul. |
Voor de toepassing van deze verordening wordt de term ΣEk x CO2eq electricity in de teller van vergelijking (1) ingesteld op nul. |
|
|
De term MULT in de noemer van vergelijking (1) wordt in overeenstemming met artikel 9, lid 1 ter, vastgesteld op de waarde van de RFNBO-multiplicator als bedoeld in artikel 4 bis, lid 2. Voor alle andere brandstoffen wordt de multiplicator vastgesteld op 1. |
Amendement 156
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — alinea 5
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De brandstofmassa [Mi] wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid die overeenkomstig het rapportagekader van Verordening (EU) 2015/757 wordt gerapporteerd voor reizen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, op basis van de door de maatschappij gekozen monitoringmethodiek. |
De brandstofmassa [Mi] wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid die overeenkomstig het rapportagekader van Verordening (EU) 2015/757 wordt gerapporteerd voor reizen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, op basis van de door de maatschappij gekozen monitoringmethodiek. De aangepaste brandstofmassa [MiA] kan worden gebruikt in plaats van de brandstofmassa [Mi] voor een schip van de ijsklasse IC, IB, IA of IA Super of een gelijkwaardige ijsklasse. De aangepaste massa [MiA] wordt gedefinieerd in bijlage V bis. |
Amendement 157
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — alinea 12
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Overeenkomstig het in artikel 7 bedoelde monitoringplan en na beoordeling door de verificateur, mogen andere methoden zoals directe CO 2eq-meting en laboratoriumtests worden gebruikt als die de algehele nauwkeurigheid van de berekening verhogen. |
Overeenkomstig het in artikel 7 bedoelde monitoringplan en na beoordeling door de verificateur, mogen andere methoden zoals directe 2eq-meting worden gebruikt als die de algehele nauwkeurigheid van de berekening verhogen. |
Amendement 158
Voorstel voor een verordening
Bijlage I — alinea 15 — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Brandstofklasse |
WtT |
TtW |
|
Fossiele brandstoffen |
Er wordt gebruikgemaakt van de standaardwaarden in tabel 1 van deze verordening. |
De CO2-koolstoffactoren van de MRV-verordening worden gebruikt voor brandstoffen waarvoor een dergelijke factor is opgegeven. Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden in tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van laboratoriumtests of directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
|
Duurzame hernieuwbare brandstoffen (Vloeibare biomassa, biogas, e-brand-stoffen) |
Voor alle brandstoffen waarvan het traject in RED II is opgenomen, kunnen ook de CO2eq-waarden van RED II (zonder verbranding) worden gebruikt. Er kan gebruik worden gemaakt van het bij RED II goedgekeurde certificeringssysteem. |
Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden van tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van laboratoriumtests of directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
|
Andere (waaronder elektriciteit) |
Voor alle brandstoffen waarvan het traject in RED II is opgenomen, kunnen ook de CO2eq-waarden van RED II (zonder verbranding) worden gebruikt. Er kan gebruik worden gemaakt van het bij RED II goedgekeurde certificeringssysteem. |
Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden van tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van laboratoriumtests of directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
Amendement
|
Brandstofklasse |
WtT |
TtW |
|
Fossiele brandstoffen |
Er wordt gebruikgemaakt van de standaardwaarden in tabel 1 van deze verordening , tenzij werkelijke waarden kunnen worden verstrekt door middel van certificering of directe emissiemetingen . |
De CO2-koolstoffactoren van de MRV-verordening worden gebruikt voor brandstoffen waarvoor een dergelijke factor is opgegeven. Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden in tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
|
Duurzame hernieuwbare brandstoffen (Vloeibare biomassa, biogas, e-brand-stoffen) |
Voor alle brandstoffen waarvan het traject in RED II is opgenomen, kunnen ook de CO2eq-waarden van RED II (zonder verbranding) worden gebruikt. Er kan gebruikgemaakt worden van het bij RED II goedgekeurde certificeringssysteem of directe emissiemetingen . |
Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden van tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
|
Andere (waaronder elektriciteit) |
Voor alle brandstoffen waarvan het traject in RED II is opgenomen, kunnen ook de CO2eq-waarden van RED II (zonder verbranding) worden gebruikt. Er kan gebruikgemaakt worden van het bij RED II goedgekeurde certificeringssysteem of directe emissiemetingen . |
Voor alle andere emissiefactoren kunnen ook de standaardwaarden van tabel 1 van deze verordening worden gebruikt. Door middel van directe emissiemetingen gecertificeerde waarden |
Amendement 159
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 2
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
De emissiefactoren van biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof worden bepaald volgens de in deel C van bijlage 5 bij Richtlijn (EU) 2018/2001 beschreven methodologie. |
De emissiefactoren van biobrandstoffen, biogas, hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof worden bepaald volgens de in deel C van bijlage 5 bij Richtlijn (EU) 2018/2001 beschreven methodologie. |
|
|
De emissiefactoren voor elke soort brandstof kunnen bij wijze van alternatief ook worden vastgesteld op basis van werkelijke, gecertificeerde waarden of op basis van waarden die zijn vastgesteld door middel van directe emissiemetingen. |
Amendement 160
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — tabel
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
Bio-LNG Belangrijkste producten/ afval/ mengsel van grondstoffen |
0,05 |
Verwijzing naar Richtlijn (EU) 2018/2001 |
LNG Otto (dualfuel middelhoog toerental) |
2,755 MEPC245 (66), Verordening (EU) 2015/757 |
0,00005 |
0,00018 |
3,1 |
|
LNG Otto (dualfuel laag toerental) |
1,7 |
||||||
|
LNG Diesel (dualfuel) |
0,2 |
||||||
|
LBSI |
NB |
Amendement
|
Bio-LNG Belangrijkste producten/ afval/ mengsel van grondstoffen |
0,05 |
Verwijzing naar Richtlijn (EU) 2018/2001 |
LNG Otto (dualfuel middelhoog toerental) |
2,755 MEPC245 (66), Verordening (EU) 2015/757 |
0 |
0,00011 |
3,1 |
|
LNG Otto (dualfuel laag toerental) |
1,7 |
||||||
|
LNG Diesel (dualfuel) |
0,2 |
||||||
|
LBSI |
NB |
Amendement 161
Voorstel voor een verordening
Bijlage II — alinea 8
|
Door de Commissie voorgestelde tekst |
Amendement |
|
Kolom 4 bevat de waarden van de CO2eq-emissie in [gCO2eq/MJ]. Voor fossiele brandstoffen worden alleen de standaardwaarden in de tabel gebruikt. Voor alle andere brandstoffen (behalve wanneer uitdrukkelijk aangegeven) moeten de waarden worden berekend aan de hand van de methodologie of de standaardwaarden overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001, na aftrek van de verbrandingsemissies en bij volledige oxidatie van de brandstof (33). |
Kolom 4 bevat de waarden van de CO2eq-emissie in [gCO2eq/MJ]. Voor fossiele brandstoffen worden de standaardwaarden in de tabel gebruikt , tenzij werkelijke waarden kunnen worden verstrekt door middel van certificering of directe emissiemetingen . Voor alle andere brandstoffen (behalve wanneer uitdrukkelijk aangegeven) moeten de waarden worden berekend aan de hand van de methodologie of de standaardwaarden overeenkomstig Richtlijn (EU) 2018/2001, na aftrek van de verbrandingsemissies en bij volledige oxidatie van de brandstof (33). |
Amendement 162
Voorstel voor een verordening
Bijlage III — tabel — rij 4 bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
|
Overige emissievrije energiebronnen |
Elke technologie waarmee gelijkwaardige of significantere emissiereducties worden gerealiseerd dan degene die zouden worden gerealiseerd door gebruik van walstroomvoorzieningen. |
Amendement 163
Voorstel voor een verordening
Bijlage V
Door de Commissie voorgestelde tekst
|
BIJLAGE V |
|||
|
FORMULES VOOR DE BEREKENING VAN DE NALEVINGSBALANS EN BOETES in artikel 20, lid 1 |
|||
|
Formule voor de berekening van de nalevingsbalans van het schip |
|||
|
Voor de berekening van de nalevingsbalans van een schip wordt de volgende formule toegepast: |
|||
|
Nalevingsbalans [gCO2eq/MJ] = |
|
||
|
Waarbij: |
|||
|
gCO 2eq |
Gram CO2-equivalent |
||
|
GHGIEtarget |
Grenswaarde voor de broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie, overeenkomstig artikel 4, lid 2, van deze verordening |
||
|
GHGIEactual |
Jaarlijks gemiddelde van de broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie, berekend voor de desbetreffende verslagperiode |
||
|
Formule voor de berekening van de boete in artikel 20, lid 1 |
|||
|
Het bedrag van de in artikel 20, lid 1, vastgestelde boete wordt als volgt berekend: |
|||
|
Boete = |
(Nalevingsbalans / GHGIEactual) x omzettingsfactor van MJ naar ton VLSFO (41,0 MJ / kg) x 2 400 EUR |
||
Amendement
|
BIJLAGE V |
|||||
|
FORMULES VOOR DE BEREKENING VAN DE NALEVINGSBALANS EN CORRIGERENDE BOETES in artikel 20, lid 1 |
|||||
|
|||||
|
|||||
|
Voor de berekening van de nalevingsbalans van een schip wordt de volgende formule toegepast: |
|||||
|
Nalevingsbalans [gCO2eq/MJ] = |
|
||||
|
Waarbij: |
|||||
|
gCO 2eq |
Gram CO2-equivalent |
||||
|
GHGIEtarget |
Grenswaarde voor de broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie, overeenkomstig artikel 4, lid 2, van deze verordening |
||||
|
GHGIEactual |
Jaarlijks gemiddelde van de broeikasgasintensiteit van de aan boord van een schip gebruikte energie, berekend voor de desbetreffende verslagperiode |
||||
|
|||||
|
CB_RFNBO [% RFNBO] = |
(% RFNBOquota — % RFNBOactual) |
||||
|
Waarbij: |
|
||||
|
CB_RFNBO |
Nalevingsbalans met betrekking tot de RFNBOquota, artikel 4 bis, lid 3 |
||||
|
% RFNBOquota |
RFNBOquota van de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid energie gebruikt aan boord van een schip overeenkomstig artikel 4 bis, lid 3, van deze verordening |
||||
|
% RFNBOactual |
Percentage van de jaarlijkse gemiddelde hoeveelheid energie, gerapporteerd door een schip, dat daadwerkelijk wordt gehaald met RFNBOs die in overeenstemming zijn met artikel 9, lid 1, punt b) |
||||
|
|||||
|
|||||
|
Het bedrag van de in artikel 20, lid 1, vastgestelde boete wordt als volgt berekend: |
|||||
|
Boete = |
(Nalevingsbalans / GHGIEactual) x omzettingsfactor van MJ naar ton VLSFO (41,0 MJ / kg) x 2 400 EUR |
||||
|
|||||
|
Het bedrag van de in artikel 20, lid 1 bis, vastgestelde corrigerende boete wordt als volgt berekend: |
|||||
|
Corrigerende boete (RFNBO) = |
abs(CB_RFNBO) x Pd x 3 |
||||
|
Waarbij: |
|
||||
|
Corrigerende boete |
in EUR |
||||
|
abs(CB_RFNBO) |
Is de absolute waarde van de nalevingsbalans voor de quota voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong |
||||
|
Pd |
Prijsverschil tussen de quota’s voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en de fossiele brandstof die compatibel is met de installatie op het schip |
||||
Amendement 164
Voorstel voor een verordening
Bijlage V bis (nieuw)
Door de Commissie voorgestelde tekst
Amendement
BIJLAGE V bis
BEREKENING VAN DE AANGEPASTE BRANDSTOFMASSA EN AANVULLENDE ENERGIE
Ten eerste wordt in deze bijlage beschreven hoe de aangepaste brandstofmassa moet worden berekend met gebruikmaking van de aanvullende energie als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse (1 bis) , en de aanvullende energie die wordt gebruikt door een schip in ijsklasse IC, IB, IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse als gevolg van het varen in ijsomstandigheden. Ten tweede wordt erin beschreven hoe de aanvullende energie moet worden berekend.
Aangepaste massa [Mj A]
De aangepaste brandstofmassa [Mi A] wordt berekend op basis van de aanvullende energie die wordt gebruikt voor het varen in ijsomstandigheden en de aanvullende energie die wordt gebruikt als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse. De maatschappij mag kiezen aan welke brandstof i de aanvullende energie wordt toegewezen. De gekozen brandstof i moet een van de brandstoffen zijn die het schip gedurende de verslagperiode heeft gebruikt. De hoeveelheid energie die overeenkomt met de verbruikte hoeveelheid energie van brandstof i mag lager zijn dan de hoeveelheid aanvullende energie.
De aangepaste brandstofmassa i [Mi A] wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.1) |
waarbij Mi totaal de totale brandstofmassa i vertegenwoordigt, Mi aanvullend als gevolg van ijsklasse de brandstofmassa als gevolg van aanvullend energieverbruik van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse, en Mi aanvullend als gevolg van ijsomstandigheden de brandstofmassa als gevolg van het aanvullende energieverbruik als gevolg van het varen in ijsomstandigheden.
De brandstofmassa i die het aanvullende energieverbruik als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse vertegenwoordigt, wordt berekend met
|
|
, (Ax.2) |
waarbij Eaanvullend als gevolg van de ijsklasse het aanvullende energieverbruik als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse vertegenwoordigt, en LCVi de calorische onderwaarde van de brandstof i.
Op dezelfde manier wordt de brandstofmassa als gevolg van het aanvullende energieverbruik als gevolg van het varen in ijsomstandigheden berekend met
|
|
, (Ax.3) |
waarbij Eaanvullend als gevolg van ijsomstandigheden het aanvullende energieverbruik als gevolg van het varen in ijsomstandigheden vertegenwoordigt.
Aanvullende energie als gevolg van ijsklasse en als gevolg van het varen in ijsomstandigheden
Het aanvullende energieverbruik als gevolg van de technische eigenschappen van een schip in ijsklasse IA of IA Super of in een gelijkwaardige ijsklasse wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.4) |
waarbij Ereizen, totaal de totale hoeveelheid verbruikte energie voor alle reizen vertegenwoordigt, en Eaanvullend als gevolg van ijsomstandigheden het aanvullende energieverbruik als gevolg van het varen in ijsomstandigheden.
De totale hoeveelheid verbruikte energie voor alle reizen wordt berekend met
|
|
, (Ax.5) |
waarbij Mi, reizen, totaal de brandstofmassa i vertegenwoordigt die voor alle onder het toepassingsgebied van deze verordening vallende reizen wordt gebruikt, LCVi de calorische onderwaarde van brandstof i, en Eelekt., reizen, totaal de hoeveelheid aan het schip geleverde gebruikte elektriciteit voor alle reizen.
De brandstofmassa i Mi, reizen, totaal die voor alle onder het toepassingsgebied van deze verordening vallende reizen wordt gebruikt, wordt berekend met
|
|
, (Ax.6) |
waarbij Mi, reizen tussen lidstaten de geaggregeerde brandstofmassa vertegenwoordigt die wordt verbruikt voor alle reizen tussen havens onder de jurisdictie van een lidstaat, Mi, reizen van lidstaten de geaggregeerde brandstofmassa die wordt verbruikt voor alle reizen die vertrekken uit een haven onder de jurisdictie van een lidstaat, en Mi, reizen naar lidstaten de geaggregeerde brandstofmassa die wordt verbruikt voor alle reizen die aankomen in een haven onder de jurisdictie van een lidstaat. De verbruikte hoeveelheid elektriciteit die aan het schip wordt geleverd Eelekt., reizen totaal kan op dezelfde manier worden berekend.
Het aanvullende energieverbruik als gevolg van het varen in ijsomstandigheden wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.7) |
waarbij Ereizen, open water de tijdens reizen in open water verbruikte energie vertegenwoordigt, en Ereizen, ijsomstandigheden, aangepast het aangepaste energieverbruik in ijsomstandigheden.
Het energieverbruik voor reizen waarbij uitsluitend in open water wordt gevaren, wordt als volgt berekend:
|
|
(Ax.8) |
waarbij Ereizen, ijsomstandigheden het energieverbruik vertegenwoordigt voor het varen in ijsomstandigheden, hetgeen als volgt wordt berekend:
|
|
(Ax.9) |
waarbij Mi, reizen, ijsomstandigheden de brandstofmassa i vertegenwoordigt die wordt verbruikt voor het varen in ijsomstandigheden, en Eelekt., reizen, totaal de hoeveelheid aan het schip geleverde verbruikte elektriciteit voor reizen in ijsomstandigheden.
De brandstofmassa i die voor reizen in ijsomstandigheden wordt verbruikt, wordt als volgt bepaald:
|
|
, (Ax.10) |
waarbij Mi, reizen tussen lidstaten, ijsomstandigheden de geaggregeerde brandstofmassa vertegenwoordigt die door een schip met een ijsklasse wordt verbruikt voor alle reizen onder ijsomstandigheden tussen havens onder de jurisdictie van een lidstaat, Mi, reizen van lidstaten de geaggregeerde brandstofmassa die door een schip met een ijsklasse wordt verbruikt voor alle reizen onder ijsomstandigheden die vertrekken uit een haven onder de jurisdictie van een lidstaat, en Mi, reizen naar lidstaten de geaggregeerde brandstofmassa die door een schip met een ijsklasse wordt verbruikt voor alle reizen onder ijsomstandigheden die aankomen in een haven onder de jurisdictie van een lidstaat. De verbruikte hoeveelheid elektriciteit die aan het schip wordt geleverd Eijsomstandigheden kan op dezelfde manier worden berekend.
Het aangepaste energieverbruik onder ijsomstandigheden wordt berekend met
1)
|
|
(Ax.11) |
met de afgelegen afstand voor reizen in ijsomstandigheden Dijsomstandigheden en het energieverbruik per in open water afgelegde afstand
C1492023NL29910120221020NL0016.000129922991P9_TC1-COD(2022)0227Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 20 oktober 2022 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2022/… van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van specifieke bepalingen voor de samenwerkingsprogramma’s voor de periode 2014-2020 die worden ondersteund door het Europees nabuurschapsinstrument in het kader van de doelstelling Europese territoriale samenwerking, naar aanleiding van de verstoring van de programma-uitvoering(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2022/2192.)
De afgelegen afstand voor reizen in ijsomstandigheden Dijsomstandigheden wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.12) |
waarbij Dreizen tussen lidstaten, ijsomstandigheden de geaggregeerde afgelegde afstand vertegenwoordigt voor reizen in ijsomstandigheden tussen havens onder de jurisdictie van een lidstaat, Dreizen van lidstaten de geaggregeerde afgelegde afstand voor reizen in ijsomstandigheden die vertrekken uit een haven onder de jurisdictie van een lidstaat, en Dreizen naar lidstaten de geaggregeerde afgelegde afstand voor reizen onder ijsomstandigheden die aankomen in een haven onder de jurisdictie van een lidstaat.
Deze laatste wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.13) |
waarbij Ereizen, ijsomstandigheden het energieverbruik voor reizen onder ijsomstandigheden vertegenwoordigt, en Dtotaal de totale jaarlijkse afgelegde afstand.
De totale jaarlijkse afgelegde afstand wordt als volgt berekend:
|
|
, (Ax.14) |
waarbij Dreizen tussen lidstaten de geaggregeerde afgelegde afstand vertegenwoordigt voor reizen tussen havens onder de jurisdictie van een lidstaat, Dreizen van lidstaten de geaggregeerde afgelegde afstand voor alle reizen die vertrekken uit een haven onder de jurisdictie van een lidstaat, en Dreizen naar lidstaten de geaggregeerde afgelegde afstand voor reizen die aankomen in een haven onder de jurisdictie van een lidstaat.
(1) De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0233/2022).
(1 bis) Verslag van de Associatie van reders van de Europese Gemeenschap “The Economic Value of the EU Shipping Industry”, 2020.
(1 bis) Studie van het Europees Milieuagentschap, 2020, https://www.eea.europa.eu/publications/rail-and-waterborne-transport
(19) COM(2020)0563
(20) COM(2020)0562
(19) COM(2020)0563
(20) COM(2020)0562
(21) Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).
(24) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(24) Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).
(1 bis) Europese Commissie, Brussel, werkdocument van de diensten van de Commissie, “Better Regulation Guidelines”, 3.11.2021, SWD(2021)0305.
(1 bis) Mededeling van de Commissie (COM(2021)0550) van 14 juli 2021.
(1 bis) Voor aanvullende informatie over de concordantie tussen ijsklassen, zie aanbeveling 25/7 van HELCOM op http://www.helcom.fi.
(33) Er wordt verwezen naar Richtlijn (EU) 2018/2001, bijlage V.C.1, punt a), naar de term eu: “emissies van de gebruikte brandstof”.
(33) Er wordt verwezen naar Richtlijn (EU) 2018/2001, bijlage V.C.1, punt a), naar de term eu: “emissies van de gebruikte brandstof”.
(1 bis) Voor aanvullende informatie over de concordantie tussen ijsklassen, zie aanbeveling 25/7 van HELCOM op http://www.helcom.fi.