30.4.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 158/829


P8_TA(2019)0410

Aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 VWEU — deel I ***I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (COM(2016)0799 — C8-0524/2016 — 2016/0400A(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

(2021/C 158/57)

Het Europees Parlement,

—

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0799),

—

gezien artikel 294, lid 2, en artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 64, lid 2, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder a), artikel 168, lid 4, onder b), artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0524/2016),

—

gezien het advies van de Commissie juridische zaken over de voorgestelde rechtsgrond,

—

gezien artikel 294, lid 3, en artikel 33, artikel 43, lid 2, artikel 53, lid 1, artikel 62, artikel 91, artikel 100, lid 2, artikel 114, artikel 153, lid 2, onder b), artikel 168, lid 4, onder b, artikel 172, artikel 192, lid 1, artikel 207, lid 2, artikel 214, lid 3, en artikel 338, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

—

gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 1 juni 2017 (1),

—

gezien het advies van het Comité van de Regio's van 1 december 2017 (2),

—

gezien de brieven van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie interne markt en consumentenbescherming,

—

gezien gezien het besluit van de Conferentie van voorzitters van 7 maart 2019 om de Commissie juridische zaken toestemming te geven om het voornoemde Commissievoorstel te splitsen en op basis daarvan twee afzonderlijke wetgevingsverslagen op te stellen,

—

gezien het overeenkomstig artikel 69 septies, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 27 februari 2019 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,

—

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A8-0190/2019),

—

gezien de artikelen 59 en 39 van zijn Reglement,

—

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen en het standpunt in de vorm van amendementen van de Commissie economische en monetaire zaken, de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie vervoer en toerisme en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A8-0020/2018),

1.

stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.

hecht zijn goedkeuring aan de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

3.

neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij onderhavige resolutie is gevoegd;

4.

verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

(1)  PB C 288 van 31.8.2017, blz. 29.

(2)  PB C 164 van 8.5.2018, blz. 82.


P8_TC1-COD(2016)0400A

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2019/… van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing van een aantal rechtshandelingen die voorzien in het gebruik van de regelgevingsprocedure met toetsing, aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2019/1243.)


BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE

Gemeenschappelijke verklaring van het Parlement, de Raad en de Commissie

In punt 27 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven erkennen de drie instellingen de noodzaak om alle bestaande wetgeving aan te passen aan het bij het Verdrag van Lissabon ingevoerde rechtskader, en met name de noodzaak om hoge prioriteit te verlenen aan de snelle aanpassing van alle basishandelingen die nog verwijzen naar de regelgevingsprocedure met toetsing. Naar aanleiding van het daartoe strekkende voorstel van de Commissie komt deze verordening aan die behoefte tegemoet door te voorzien in de aanpassing van de regelgevingsprocedure met toetsing in een belangrijk aantal handelingen die in dat voorstel zijn vervat. De drie instellingen zullen blijven werken aan de aanpassing van de resterende handelingen van dat voorstel.

Verklaring van de Commissie

De Commissie neemt nota van de keuze van de wetgevers om te voorzien in een beperkte geldigheidsduur van alle bevoegdheidsdelegaties waarbij de regelgevingsprocedure met toetsing door middel van deze verordening onderling wordt afgestemd, gekoppeld aan een rapportageverplichting en een stilzwijgende verlenging van de bevoegdheidsdelegatie. Met name gezien het grote aantal verslagen dat met regelmatige tussenpozen zou moeten worden ingediend en gezien het feit dat informatie over het gebruik van de bevoegdheden gemakkelijk beschikbaar is via het register van gedelegeerde handelingen, benadrukt de Commissie dat zij over een discretionaire bevoegdheid beschikt ten aanzien van de wijze waarop zij aan de rapportageverplichting zal voldoen. In voorkomend geval kan de Commissie daarom de verslagen die op grond van verschillende basishandelingen moeten worden ingediend, in één document samenbrengen.