|
11.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 117/120 |
P9_TA(2021)0392
Toepassing van de EU-voorschriften voor de uitwisseling van belastinggegevens
Resolutie van het Europees Parlement van 16 september 2021 over de toepassing van de EU-voorschriften voor de uitwisseling van belastinggegevens: geboekte vooruitgang, opgedane ervaring en weg te werken belemmeringen (2020/2046(INI))
(2022/C 117/13)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de artikelen 4 en 14 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), |
|
— |
gezien de artikelen 113 en 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), |
|
— |
gezien Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (1) (“DAC”), |
|
— |
gezien Verordening (EU) nr. 1286/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van een actieprogramma ter verbetering van het functioneren van de belastingstelsels in de Europese Unie voor de periode 2014-2020 (Fiscalis 2020) en tot intrekking van Beschikking nr. 1482/2007/EG (2), |
|
— |
gezien Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (3), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (4), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (5), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad van 6 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten (6), |
|
— |
gezien Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (7), |
|
— |
gezien het voorstel van de Commissie van 15 juli 2020 voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (DAC7) (COM(2020)0314), |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad van 2 juni 2020 over de toekomstige evolutie van de administratieve samenwerking op belastinggebied in de EU, |
|
— |
gezien zijn standpunt van 10 maart 2021 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (8), |
|
— |
gezien de aanvangseffectbeoordeling van de Commissie van 23 november 2020 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft maatregelen ter versterking van de bestaande voorschriften en ter uitbreiding van het kader voor uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met cryptoactiva en elektronisch geld, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie van 18 december 2017 over de toepassing van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de directe belastingen (COM(2017)0781), |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie van 17 december 2018 inzake een overzicht en beoordeling van de statistieken en informatie over de automatische uitwisseling van inlichtingen op het gebied van directe belastingen (COM(2018)0844), |
|
— |
gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 12 september 2019 over de evaluatie van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (SWD(2019)0327), |
|
— |
gezien Speciaal verslag nr. 03/2021 van de Europese Rekenkamer met als titel “Uitwisseling van fiscale inlichtingen in de EU: de basis is solide, de uitvoering suboptimaal”, |
|
— |
gezien zijn resolutie van 26 maart 2019 over financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking (9), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 7 mei 2020 inzake een actieplan voor een alomvattend EU-beleid voor de preventie van witwassen en financieren van terrorisme (C(2020)2800), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 15 juli 2020 over een actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (COM(2020)0312), |
|
— |
gezien de studie met als titel “Implementatie van de EU-vereisten voor de uitwisseling van belastinginformatie”, gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten (10), |
|
— |
gezien het actieplan van de OESO van 19 juli 2013 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving, |
|
— |
gezien het verslag van de OESO van 9 december 2020 met als titel “Peer Review of the Automatic Exchange of Financial Account Information 2020”, |
|
— |
gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 18 september 2020 over doeltreffende en gecoördineerde EU-maatregelen ter bestrijding van belastingfraude, belastingontwijking, het witwassen van geld en belastingparadijzen (11), |
|
— |
gezien artikel 54 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, onder e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0193/2021), |
|
A. |
overwegende dat de EU wordt geconfronteerd met oneerlijke of agressieve belastingpraktijken, zoals het feit dat de lidstaten jaarlijks tussen 160 en 190 miljard EUR inkomsten mislopen (12) ten gevolge van belastingontduiking en winstverschuivingen door multinationale ondernemingen; overwegende dat de omvang van dit inkomstenverlies aanzienlijk is in het licht van de sociale, economische en gezondheidscrisis waarmee de Unie momenteel te kampen heeft; overwegende dat belastingbetalers in de EU in 2016 offshore 1,5 biljoen EUR bezaten, met als gevolg een gemiddeld verlies aan belastinginkomsten van 46 miljard EUR in de EU ten gevolge van belastingontduiking door personen (13); overwegende dat dit bedrag slechts een deel van het globale probleem van belastingontwijking door personen en ondernemingen vertegenwoordigt, en dat het onrechtmatig wordt onttrokken aan de nationale begrotingen en daarmee extra lasten voor plichtsgetrouwe belastingbetalers met zich meebrengt; |
|
B. |
overwegende dat de samenwerking tussen de belastingdiensten om belastingontduiking, belastingontwijking en belastingfraude doeltreffender te beteugelen de laatste jaren zowel op EU- als op mondiaal niveau aanzienlijk is verbeterd, met name ten gevolge van de in 2014 aangenomen gezamenlijke rapportagestandaard van de G20 en de OESO; |
|
C. |
overwegende dat de herhaaldelijke onthullingen door onderzoeksjournalisten, zoals LuxLeaks, Panama Papers, Paradise Papers, Cum-Ex/Cum-Cum en recentelijk OpenLux, hebben bijgedragen tot een toegenomen bewustzijn en de EU ertoe hebben aangezet haar instrumenten ter bestrijding van belastingontwijking, belastingontduiking en belastingfraude verder te ontwikkelen; overwegende dat uit de OpenLux-onthullingen is gebleken dat de uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied van betere kwaliteit moet zijn en resultaten moet opleveren; |
|
D. |
overwegende dat in de DAC, die in januari 2013 in werking trad ter vervanging van Richtlijn 77/799/EEG van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe belastingen, de regels en procedures zijn vastgesteld voor samenwerking tussen de lidstaten betreffende de uitwisseling van inlichtingen tussen de belastingdiensten van de lidstaten, met name betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen over inkomen en activa; |
|
E. |
overwegende dat de DAC daarna vijf keer is gewijzigd om het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen uit te breiden tot inlichtingen over financiële rekeningen en gerelateerd inkomen (DAC2), voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken (DAC3) en landverslagen die multinationale ondernemingen in de EU moeten indienen (DAC4), om de belastingdiensten toegang te verlenen tot inlichtingen over uiteindelijk begunstigden die zijn verzameld uit hoofde van de regels voor de bestrijding van witwassen van geld (DAC5), en ten slotte om het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen uit te breiden tot grensoverschrijdende constructies voor belastingplanning en regels in te voeren inzake verplichte openbaarmaking voor intermediairs (DAC6); |
|
F. |
overwegende dat de bepalingen betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van DAC1-4 tussen januari 2015 en juni 2017 in werking zijn getreden en de eerste effecten ervan kunnen worden beoordeeld, terwijl het nog te vroeg is om de effecten te beoordelen van de bepalingen van DAC5 en DAC6, die pas in januari 2018 en juli 2020 respectievelijk in werking zijn getreden; |
|
G. |
overwegende dat de Commissie in juli 2020 heeft voorgesteld om het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen verder uit te breiden tot onder meer via digitale platforms behaalde inkomsten (DAC7) en een verdere wijziging heeft aangekondigd om toegang mogelijk te maken tot inlichtingen over cryptoactiva (DAC8); overwegende dat deze herziening een kans kan vormen om het kader voor de uitwisseling van inlichtingen in zijn geheel te verbeteren; |
|
H. |
overwegende dat de Raad zijn onderhandelingen over diverse DAC-herzieningen, waaronder het recente DAC7-voorstel, heeft afgerond zonder rekening te houden met het standpunt van het Europees Parlement, waarmee hij in strijd handelt met de beginselen van loyale samenwerking en de rol van het Europees Parlement in een raadplegingsproces zoals neergelegd in artikel 115 VWEU; |
|
I. |
overwegende dat de moeilijkheden die in de Raad werden ondervonden om tot overeenstemming te komen betreffende de door de Commissie voorgestelde verbeteringen geen doeltreffende antwoorden bieden op mondiale belastingproblemen; |
|
J. |
overwegende dat er nog enkele inconsistenties bestaan tussen de internationale en de Europese normen, met name wat betreft de termijnen om inlichtingen op belastinggebied mee te delen; overwegende dat de meeste lidstaten geaggregeerde informatie uit de landverslagen vrijgeven, zoals vereist overeenkomstig actie 13 van het BEPS-actieplan; |
|
K. |
overwegende dat de Unie overeenkomsten heeft ondertekend met derde landen, waaronder Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland, zodat gegevens die gelijkwaardig zijn aan DAC2-gegevens met de lidstaten worden gedeeld; overwegende dat er geen vergelijkbare overeenkomsten zijn gesloten voor de latere versies van de DAC; |
|
L. |
overwegende dat de hoeveelheid publiek beschikbare gegevens over de uitvoering van DAC1–4 zeer beperkt is, met nagenoeg geen kwantitatieve informatie over de uitwisseling van inlichtingen over landverslagen uit hoofde van DAC4, en dat kwantitatieve informatie over de uitvoering van de DAC op lidstaatniveau schaars is; |
|
M. |
overwegende dat het Parlement het beginsel van nationale belastingsoevereiniteit ten volle eerbiedigt; |
|
N. |
overwegende dat uit de beschikbare informatie blijkt dat de uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de bepalingen van DAC1 en DAC2 betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen aanzienlijk is toegenomen sinds deze in werking zijn getreden, en dat de lidstaten uit hoofde van DAC1 tussen 2015 en midden 2017 ongeveer 11 000 berichten hebben uitgewisseld over bijna 16 miljoen belastingbetalers en meer dan 120 miljard EUR aan inkomen en/of activa en uit hoofde van DAC2 vanaf 2018 ongeveer 4 000 berichten over circa 8,3 miljoen rekeningen met een totale waarde van bijna 2,9 biljoen EUR; |
|
O. |
overwegende dat dankzij de DAC3-bepalingen betreffende de automatische uitwisseling van inlichtingen het aantal gerapporteerde voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken aanzienlijk is toegenomen in vergelijking met de periode ervoor, toen deze maar zelden op vrijwillige basis werden gedeeld, niettegenstaande een wettelijke verplichting sinds 1977 om veel voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken te delen, aangezien in 2017 17 652 voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken werden gerapporteerd tegenover amper 2 529 in 2016, 113 in 2015 en 11 in 2014; overwegende dat succes niet alleen kan worden gemeten aan de hand van een totale toename van het aantal gerapporteerde voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken, zoals blijkt uit de onthullingen van de LuxLetters; |
|
P. |
overwegende dat het tot de verantwoordelijkheden van het Parlement behoort om samen met de Raad politieke controle uit te oefenen op de Commissie, zoals vastgesteld in de Verdragen overeenkomstig artikel 14 VWEU, met inbegrip van haar handhavings- en uitvoeringsbeleid, en overwegende dat dit passende toegang tot de desbetreffende informatie vereist; overwegende dat de Commissie verantwoording moet afleggen aan het Europees Parlement overeenkomstig artikel 17, lid 8, VEU; |
|
Q. |
overwegende dat de Commissie in totaal 73 inbreukprocedures heeft ingeleid, hoofdzakelijk wegens de laattijdige omzetting van de DAC door de lidstaten, en dat twee inbreukprocedures in januari 2021 nog lopende waren; overwegende dat de laattijdige of onvolledige omzetting van de DAC door lidstaten grond heeft gevormd voor meerdere inbreukprocedures en dat dit het Parlement sterkt in zijn standpunt dat de Commissie de omzetting van Europese wetgeving op belastinggebied, en met name de DAC-bepalingen, strikt moet controleren; |
|
R. |
overwegende dat de OESO in 2014 met haar gezamenlijke rapportagestandaard (CRS) een internationale standaard voor de automatische uitwisseling van inlichtingen heeft gecreëerd en dat in 2021 meer dan 100 jurisdicties over de hele wereld zich ertoe hebben verbonden automatisch inlichtingen over financiële rekeningen uit te wisselen; |
|
S. |
overwegende dat het Parlement erkent dat het inzake directe belastingen geen wetgevende bevoegdheid heeft en inzake indirecte belastingen slechts een beperkte wetgevende bevoegdheid heeft; |
|
T. |
overwegende dat het DAC-kader gepaard moet gaan met gelijke aandacht voor de capaciteit en bereidheid van de belastingdiensten om de naleving te vergemakkelijken en de belangen van de belastingbetalers moet dienen; |
|
U. |
overwegende dat de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen een instrument moet zijn dat het gecoördineerde werk van de nationale belastingdiensten bevordert, maar rekening moet houden met aspecten zoals: i) de versterking van de middelen van de belastingdiensten (op het gebied van personeel, financiën en infrastructuur — vooral digitale infrastructuur); ii) de bescherming van de rechten van de belastingbetalers, waaronder gegevensbescherming; iii) de bescherming van het beroepsgeheim en industriële geheimen, met strikte normen inzake cyberveiligheid bij de uitwisseling van inlichtingen; iv) de vermindering van de administratieve en bureaucratische lasten voor belastingbetalers en ondernemingen; v) de bevordering van hogere prestatienormen voor belastingdiensten, met kortere termijnen om aan de Europese regels te voldoen; en vi) de bescherming van het concurrentievermogen van onze ondernemingen, met eenvoudigere en snellere manieren om naleving van administratieve verplichtingen te waarborgen; |
|
V. |
overwegende dat de economische crisis als gevolg van de COVID-19-pandemie enorme fiscale en budgettaire inspanningen heeft gevraagd van de regeringen, onder andere in de vorm van steun aan ondernemingen; overwegende dat de begunstigden van die steun hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen door bijvoorbeeld goed samen te werken met de belastingdiensten om een uitgebreide uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied mogelijk te maken; |
|
W. |
overwegende dat de doeltreffendheid van de uitwisseling van belastinggegevens meer afhangt van de kwaliteit dan van de kwantiteit van de uitgewisselde gegevens; overwegende dat de kwaliteit en de volledigheid van de gegevens dus van essentieel belang zijn om het DAC-kader optimaal te kunnen benutten; overwegende dat door het gebrek aan publiek beschikbare informatie over de kwantitatieve gegevens van de uitwisseling van inlichtingen in het kader van DAC1-4 democratische controle door de nationale parlementen en het Europees Parlement aanzienlijker moeilijker wordt; |
|
X. |
overwegende dat de almaar meer gedigitaliseerde en geglobaliseerde economie complexe en uitdagende aspecten kent, zoals digitale activa en cryptoactiva, maar dat het desondanks belangrijk is de samenwerking tussen nationale belastingdiensten op dat gebied op te voeren; overwegende dat een duidelijke definitie van cryptoactiva, in overeenstemming met de lopende werkzaamheden hieromtrent bij de OESO en de Financiële-actiegroep (FATF), belangrijk zou zijn teneinde de strijd tegen belastingontduiking te verbeteren en billijke belastingheffing te bevorderen; overwegende dat de verspreiding van cryptovaluta een actueel probleem is en in overweging moet worden genomen bij elke inspanning om de administratieve samenwerking te versterken, op basis van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid; |
|
Y. |
overwegende dat belastingbeleid de kern vormt van de nationale fiscale en belastingsoevereiniteit en een nationale bevoegdheid is; overwegende dat aan alle belangrijke beslissingen op Europees niveau een strikte eerbiediging van de intergouvernementele logica ten grondslag moet liggen die dit aspect van de Europese integratie beheerst; overwegende dat belangrijke beslissingen over verdere integratie op dit gebied altijd moeten worden genomen met inachtneming van de Verdragen, de nationale bevoegdheden en de nationale fiscale en belastingsoevereiniteit; overwegende dat het Parlement het streven onderschrijft om innovatieve oplossingen te vinden voor belastingaangelegenheden, rekening houdend met het institutionele kader dat wij willen behouden; |
|
Z. |
overwegende dat administratieve samenwerking op belastinggebied een instrument moet zijn dat de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking door personen en ondernemingen bevordert door middel van betere communicatiekanalen en doeltreffende praktijken voor de uitwisseling van inlichtingen; |
|
AA. |
overwegende dat de opeenvolgende herzieningen van de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen bewijzen dat dit een domein van aanhoudend belang is voor de lidstaten en de Europese beleidsmakers, dat de Europese instrumenten geleidelijk evolueren op basis van een logica van nauwere samenwerking en dat de burgers zich bewust zijn van de meerwaarde van Europese oplossingen voor wat betreft het aanpakken van belastinggerelateerde problemen, met name de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking; |
|
AB. |
overwegende dat lege vennootschappen de uitwisseling van inlichtingen over inkomen en vermogenswinsten van personen, met name over onroerend goed, ondermijnen; |
|
AC. |
overwegende dat binnen het huidige kader niet automatisch inlichtingen worden uitgewisseld over de uiteindelijk begunstigden van aandelen in ondernemingen; |
|
AD. |
overwegende dat family offices vaak veel grensoverschrijdende activa bezitten als rechtstreekse eigenaars van ondernemingen of via besloten beleggingsfondsen (14); overwegende dat bij dergelijke financiële instellingen belangenconflicten kunnen ontstaan die onbetrouwbare rapportage van belastinggegevens in de hand werken; overwegende dat ongerealiseerde vermogenswinsten van personen in het buitenland in laag belaste ondernemingen zo goed als nooit onder nationale belastingstelsels vallen; overwegende dat vermogenden hierdoor rijkdom kunnen vergaren zonder veel belasting te betalen op hun inkomen, terwijl de middenklasse alleen rijkdom kan vergaren na belasting te hebben betaald op hun volledige inkomen; |
|
AE. |
overwegende dat een goed functionerend en doeltreffend kader voor de uitwisseling van inlichtingen de begrotingsdruk in alle lidstaten kan verlichten; |
Dekkings- en rapportagevereisten
|
1. |
is ingenomen met het feit dat de EU-instellingen voortdurend het toepassingsgebied voor de uitwisseling van inlichtingen hebben bijgesteld en verruimd teneinde belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking in te perken, onder meer in het recente voorstel voor DAC7 alsook in de plannen voor DAC8; merkt echter op dat, niettegenstaande de voortdurende verruiming van het toepassingsgebied van het DAC-kader, er te weinig is gedaan om de kwaliteit en de volledigheid van de gegevens in dezelfde mate te verbeteren; |
|
2. |
wijst erop dat de uitwisseling van inlichtingen tussen belastingdiensten sterk is verbeterd, zowel op internationaal als op Europees niveau; herinnert eraan dat DAC2-7 rechtstreeks verband houden met de werkzaamheden binnen de OESO; is van mening dat de internationaal overeengekomen maatregelen een minimumnorm voor de EU vormen; |
|
3. |
merkt op dat de belastingdiensten de regels beter moeten uitvoeren en toepassen om het risico te beperken dat geen aangifte wordt gedaan van inkomen, en verzoekt de Commissie derhalve de regels beter te handhaven; merkt echter op dat bepaalde typen inkomsten en activa nog steeds uitgesloten zijn van het toepassingsgebied, hetgeen het risico met zich meebrengt dat belastingverplichtingen worden omzeild; verzoekt de Commissie na te gaan of het noodzakelijk is en zo ja, wat de beste manier is om de volgende eigendomsinformatie, posten in verband met inkomsten en niet-financiële activa op te nemen in de automatische uitwisseling van inlichtingen en concrete voorstellen in dit verband te doen: a) de uiteindelijk begunstigden van onroerend goed en bedrijven; b) vermogenswinsten in verband met onroerend goed en vermogenswinsten in verband met financiële activa, inclusief valutahandel, meer bepaald manieren vinden waarop de belastingdiensten beter kunnen worden geïnformeerd zodat zij de gemaakte vermogenswinsten gemakkelijker kunnen identificeren; c) opbrengsten uit dividenden die niet op een bewaarrekening worden gestort; d) niet-financiële activa zoals contanten, kunst, goud of andere kostbaarheden die worden bewaard in vrijhavens, douane-entrepots of kluizen; e) eigendom van jachten en privéjets; en f) rekeningen op grotere peer-to-peer-leningenplatforms, crowdfunding- en vergelijkbare platforms; en |
|
4. |
merkt op dat de doeltreffendheid van DAC1 ernstig wordt beperkt door het feit dat de lidstaten slechts minstens twee inkomstencategorieën moeten rapporteren; neemt nota van de recente wijziging waardoor de lidstaten alle beschikbare inlichtingen moeten uitwisselen over minstens vier inkomstencategorieën met betrekking tot belastbare perioden vanaf 2024; verzoekt de Commissie, na een effectbeoordeling, de rapportage van alle inkomsten- en activacategorieën in het toepassingsgebied verplicht te stellen; verzoekt de lidstaten doeltreffende en toegankelijke registers voor de uitwisseling van inlichtingen op te zetten; merkt op dat deze inspanningen ook van nut zullen zijn voor de nationale belastinginning; |
|
5. |
wijst op de uitdaging die het verzamelen van informatie over elektronisch geld en/of cryptoactiva en de moeilijke integratie ervan in de automatische uitwisseling van inlichtingen inhoudt, omdat er geen intermediairs aan te pas komen; dringt aan op tot de vaststelling van een uitgebreid kader voor het verzamelen van informatie over elektronisch geld en cryptoactiva; |
|
6. |
merkt op dat de definitie van rapporterende financiële instellingen en soorten rekeningen die moeten worden gerapporteerd in DAC2 het risico van omzeiling en grotere administratieve lasten inhoudt; pleit voor een beoordeling door de Commissie van de noodzaak — waar nodig gevolgd door een voorstel — om de rapportageverplichtingen uit te breiden naar andere relevante typen financiële instellingen, zonder dat dit tot verdere administratieve lasten leidt, alsook om de kwalificatie van besloten beleggingsfondsen als financiële instellingen te heroverwegen, de definitie van uitgesloten rekeningen te herzien en de drempelwaarden die van toepassing zijn op bestaande entiteitsrekeningen te verwijderen; wijst erop dat met behulp van adequate IT-systemen de administratieve lasten kunnen worden verminderd door zonder vrijstellingen en drempelwaarden te werken; verzoekt de Commissie de verplichting van financiële instellingen om nulaangiften in te dienen indien er geen inlichtingen te rapporteren zijn te herbeoordelen met het oog op verlichting van de administratieve lasten; |
|
7. |
merkt op dat DAC3 enkele blinde vlekken bevat en onbedoelde negatieve effecten kan hebben zoals belastingdiensten die geen voorafgaande grensoverschrijdende rulings uitwisselen indien deze te gunstig zijn, of belastingdiensten die gebruikmaken van informele afspraken om uitwisseling te vermijden, zoals blijkt uit de praktijk van schaduwrulings door “informatiebrieven” in Luxemburg; betreurt de voorkeursbehandeling van vermogende personen; pleit er dan ook voor het toepassingsgebied voor de uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van DAC3 te verruimen met informele afspraken, niet “voorafgaande” verrekenprijsafspraken en grensoverschrijdende rulings (bijvoorbeeld overeenkomsten na de transactie of na de aangifte), natuurlijke personen en rulings die nog steeds gelden, maar die vóór 2012 zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; betreurt dat eerdere oproepen van het Europees Parlement in dit verband tot op heden zijn genegeerd; betreurt dat de kwaliteit van de verstrekte DAC3-gegevens ontoereikend is en dat de belastingdiensten van de lidstaten deze gegevens nog niet op grote schaal gebruiken of benutten; raadt aan een speciale kennisgeving naar de belastingdiensten te zenden wanneer een onderneming die in het kader van DAC3 een fiscale ruling heeft gekregen, belastingplichtig is; |
|
8. |
betreurt dat bilaterale en multilaterale voorafgaande verrekenprijsafspraken uitgesloten zijn van de uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van DAC3 wanneer een aanverwante internationale belastingovereenkomst de openbaarmaking ervan belet; verzoekt de lidstaten opnieuw te onderhandelen over bestaande internationale belastingovereenkomsten en in de toekomst geen nieuwe te sluiten die de openbaarmaking van voorafgaande verrekenprijsafspraken verbieden; |
|
9. |
betreurt dat de samenvattende informatie in het centrale gegevensregister voor voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken vaak te beknopt is om bruikbaar te zijn zonder dat bijkomende informatie moet worden gevraagd; verzoekt de Commissie richtsnoeren op te stellen over wat de belastingdiensten in die samenvattende informatie moeten opnemen en is van mening dat zij alle relevante directe en indirecte belastinggevolgen moet omvatten zoals de effectieve belastingtarieven; |
|
10. |
betreurt de praktijk van schaduwrulings in Luxemburg, zoals blijkt uit de onthullingen van de LuxLetters, die ertoe leidt dat informele regelingen niet worden gerapporteerd zoals vereist door DAC3; dringt er bij de Commissie op aan dringend een mogelijke schending van de DAC3-vereisten door Luxemburg en andere lidstaten met soortgelijke praktijken te beoordelen en zo nodig inbreukprocedures in te leiden; |
|
11. |
is ingenomen met het feit dat een groot aantal landen, waaronder veel EU-lidstaten, geanonimiseerde en geaggregeerde informatie uit de landverslagen vrijgeven, zoals vereist overeenkomstig DAC4 of actie 13 van het BEPS-actieplan; betreurt dat een minderheid van de lidstaten deze informatie niet bekendmaakt in internationale databanken; pleit in dit verband voor een geharmoniseerde aanpak en dringt erop aan dat de Commissie dit vereiste in de toekomstige herziening van de DAC opneemt; |
|
12. |
beveelt aan om het bereik van de inlichtingen die multinationale ondernemingen met meerdere vestigingen in dezelfde jurisdictie verstrekken, te herzien om de kwaliteit van de inlichtingen te verbeteren, zonder dat dit tot excessieve nalevingskosten leidt; |
|
13. |
stelt vast dat, als gevolg van de dubbelzinnige interpretatie door individuele lidstaten van de wezenskenmerken, de personen die aan verplichte openbaarmaking uit hoofde van DAC6 zijn onderworpen, niet overal dezelfde zijn; pleit daarom voor duidelijkere bewoordingen van de “main benefit test” voor wezenskenmerken in categorie A en B; |
|
14. |
herinnert eraan dat de DAC-bepalingen van toepassing zijn op alle ondernemingen die de rapportageverplichtingen moeten naleven; wijst er echter op dat er grote verschillen zijn tussen het nalevingsbeleid van multinationale ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen en dat hiermee rekening moet worden gehouden bij toekomstige herzieningen van de DAC; ziet daarom in dat de nalevingskosten en administratieve lasten voor kleine en middelgrote ondernemingen moeten worden verlaagd; |
|
15. |
herinnert eraan dat de Europese regels inzake administratieve samenwerking de nationale regels niet vervangen, maar veeleer minimumnormen voor de uitwisseling van inlichtingen en samenwerkingsacties vormen; |
|
16. |
erkent dat om de doelstellingen van de DAC te verbeteren, de nadruk vooral zal moeten worden gelegd op het dichten van bestaande hiaten bij de uitvoering en controle ervan, veeleer dan op het creëren van nieuwe wetgeving; |
Zorgvuldigheidsverplichtingen en uiteindelijk belang
|
17. |
merkt op dat de uitgewisselde inlichtingen talrijk maar van beperkte kwaliteit zijn; is ingenomen met de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer (ERK); stelt vast dat gezamenlijke rekeningen bepaalde problemen opleveren voor de financiële instellingen; maakt zich zorgen dat onnauwkeurige of verouderde informatie over de fiscale verblijfplaats waarover de financiële instellingen beschikken, en misbruik van meerdere verblijfplaatsen ertoe kunnen leiden dat er geen inlichtingen kunnen worden uitgewisseld wanneer dit vereist is; betreurt het gebruik van gouden visa en paspoorten om de uitwisseling van inlichtingen te omzeilen en dringt er nogmaals op aan al deze bestaande regelingen uit te faseren; verzoekt de Commissie eveneens inbreukprocedures in te leiden tegen alle lidstaten die gouden visa aanbieden; pleit voor strengere handhavingsprocedures op het niveau van de lidstaten en voor het opzetten van nationale systemen met afschrikkende sancties bij foutieve of onvolledige rapportage; verzoekt de Commissie ook bezoeken ter plaatse in de lidstaten te verrichten en de doeltreffendheid van de monitoringprogramma’s in de lidstaten te beoordelen; verzoekt de lidstaten een kwaliteits- en volledigheidscontrolesysteem voor DAC-gegevens in te voeren, evenals verplichte periodieke feedback over de ontvangen inlichtingen en verslagen aan de Commissie over het nut van maatregelen om de toekomstige besluitvorming te verbeteren, alsook procedures voor de controle van rapportageplichtige entiteiten in verband met de kwaliteit en volledigheid van de verzonden gegevens; erkent dat de inlichtingen die via de DAC en de onderliggende systemen tussen de lidstaten worden uitgewisseld vertrouwelijk zijn; |
|
18. |
wijst erop dat er geen sancties zijn voorgeschreven voor financiële instellingen die geen rapport indienen of die misleidende of foutieve informatie rapporteren, en dat de lidstaten hiervoor zeer uiteenlopende maatregelen hebben getroffen; wijst erop dat de lidstaten op grond van artikel 25 bis van de DAC2 doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties moeten invoeren voor de rapporterende entiteiten; betreurt dat de Commissie de omvang of de afschrikkende werking van de sancties in elke lidstaat niet beoordeelt en dat zij in dit verband geen benchmarks voor vergelijkingen of richtsnoeren heeft aangeboden; pleit voor beter geharmoniseerde en doeltreffendere sancties voor niet-naleving die een afschrikkend effect hebben; |
|
19. |
raadt aan een marker toe te voegen om te wijzen op gezamenlijke eigendom door verschillende rekeninghouders om dubbele rapportage te voorkomen en de nauwkeurige vaststelling van rekeningsaldi te vereenvoudigen; suggereert dat instellingen het eigendomsdeel van elke rekeninghouder ook kunnen registreren en signaleren wanneer er voor eenzelfde rekening meerdere rekeninghouders uit verschillende jurisdicties zijn; |
|
20. |
merkt op dat DAC5 belastingdiensten toegang biedt tot inlichtingen over uiteindelijk begunstigden die zijn verzameld uit hoofde van de regels voor de bestrijding van witwassen van geld; stelt vast dat de vijfde antiwitwasrichtlijn meer interactie mogelijk heeft gemaakt tussen de antiwitwasrichtlijnen en de DAC en dat de vijfde antiwitwasrichtlijn uiterlijk op 10 januari 2020 door de lidstaten moest zijn omgezet; merkt verder op dat de doeltreffendheid van de DAC daarom sterk afhankelijk is van de antiwitwasrichtlijnen die op het niveau van de lidstaten zijn ingevoerd; stelt vast dat de doeltreffendheid van de DAC wordt ondergraven dor de onjuiste uitvoering van deze richtlijnen, het gebrek aan doeltreffende handhaving en de resterende zwakke punten in het antiwitwaskader, zoals i) het feit dat het uiteindelijk belang niet wordt vastgesteld in geval van individuele rekeningen die worden aangehouden via actieve niet-financiële entiteiten; ii) het gebrek aan inlichtingen over uiteindelijk begunstigden van onroerend goed en levensverzekeringsovereenkomsten; iii) het ontbreken van een onderlinge koppeling van nationale registers, met name van kadasters en registers van uiteindelijk begunstigden; en iv) het ontbreken van gemeenschappelijke definities voor uiteindelijk begunstigde, due diligence en fiscaal misdrijf; |
|
21. |
betreurt de huidige stand van omzetting van de vierde antiwitwasrichtlijn in de lidstaten (15), waardoor de Commissie in december 2020 tegen acht lidstaten en in februari 2021 tegen drie lidstaten inbreukprocedures heeft ingeleid (16); merkt op dat de uiterste datum voor omzetting van deze bepalingen 27 juni 2017 was; betreurt voorts dat met betrekking tot de vijfde antiwitwasrichtlijn (17), waarvan de omzettingstermijn op 10 januari 2020 afliep, tegen zestien lidstaten (18) inbreukprocedures zijn ingeleid; |
|
22. |
stelt bezorgd vast dat bij de meest recente evaluatie van de nationale antiwitwasmaatregelen door de FATF de 18 in de evaluatie opgenomen lidstaten (19) niet goed scoorden op belangrijke effectiviteitsindicatoren en dat bij de beoordeling van de correcte toepassing van antiwitwasmaatregelen de meeste beoordeelde lidstaten bijvoorbeeld in de categorie “matige” of “geringe” effectiviteit werden ingedeeld, terwijl alleen Spanje een “wezenlijk” niveau van effectiviteit vertoonde en geen enkele lidstaat een “hoog” niveau van effectiviteit (20); |
|
23. |
merkt op dat steeds ingewikkelder structuren worden gebruikt om de uiteindelijke begunstigden te verbergen en daardoor de doeltreffende uitvoering van antiwitwasregels te dwarsbomen; constateert bovendien de zwakke punten die door de OpenLux-onthullingen aan het licht zijn gebracht; is van mening dat er geen drempel mag zijn voor het rapporteren van de begunstigden; herhaalt zijn standpunt dat in het kader van de toepassing van de vijfde antiwitwasrichtlijn ten aanzien van uiteindelijke begunstigden van trusts dezelfde mate van transparantie moet worden betracht als ten aanzien van bedrijven, mét garanties voor passende vrijwaringsmaatregelen; |
|
24. |
verzoekt de Europese Commissie, te gepasten tijde, een evaluatie voor te stellen van de interactie tussen de antiwitwasregels en DAC; |
Juridische en praktische uitdagingen
|
25. |
neemt nota van het feit dat de Commissie de omzetting van de DAC-wetgeving in de lidstaten monitort; wijst er echter op dat zij tot dusver nog geen directe en doeltreffende actie heeft ondernomen om het gebrek aan kwaliteit aan te pakken van de gegevens die tussen de lidstaten worden uitgewisseld, en dat zij evenmin bezoeken aan de lidstaten heeft afgelegd of de doeltreffendheid heeft gewaarborgd van sancties die door de lidstaten werden opgelegd voor inbreuken op de rapportagebepalingen van de DAC; verzoekt de Commissie dringend haar activiteiten in dit verband te intensiveren en directe en doeltreffende acties te ondernemen om het gebrek aan kwaliteit aan te pakken van de gegevens die tussen de lidstaten worden uitgewisseld, aan de lidstaten meer richtsnoeren te verstrekken voor het toepassen van de DAC-wetgeving, het uitvoeren van risicoanalyses en het gebruiken van de ontvangen inlichtingen, en inbreukprocedures in te leiden met behulp van, onder meer, de beoordelingen van het Global Forum (21) en de Financiële-actiegroep; verzoekt de Europese Commissie om bij de komende herzieningen van het DAC-kader voorrang te geven aan de verbetering van de gegevenskwaliteit; |
|
26. |
stelt bezorgd vast dat uit de evaluatie van de Commissie van 2019 is gebleken dat de lidstaten bij de uitwisseling van inlichtingen vaak niet verder gaan dan de minimumeisen van de DAC en dat dit een rol heeft gespeeld in de Cum-Ex/Cum-Cum belastingfraudezaak; merkt in het bijzonder op dat de lidstaten onvoldoende hebben samengewerkt via passende mechanismen, zoals spontane uitwisseling, om andere betrokken lidstaten te waarschuwen voor de gebruikte technieken; stelt voorts vast dat slechts een kleine minderheid van de lidstaten volledige inlichtingen beschikbaar heeft over elk van de zes DAC1-categorieën van inkomen en kapitaal; benadrukt dat de uitwisselingen doeltreffender, vollediger en frequenter moeten zijn; |
|
27. |
merkt met bezorgdheid op dat het Global Forum onlangs de juridische uitvoering van de gezamenlijke rapportagestandaard (Common Reporting Standard, CRS) (22), in de EU bekend als DAC2, heeft beoordeeld en constateert dat uit de collegiale toetsing van het Global Forum blijkt dat niet alle lidstaten zich daar niet volledig aan houden; verzoekt de Commissie aandachtig toezicht te houden op de lidstaten en inbreukprocedures in te leiden totdat alle lidstaten er zich volledig aan houden; kijkt uit naar de collegiale toetsing van het Global Forum van de praktische handhaving van de gezamenlijke rapportagestandaard en verzoekt de Commissie en de lidstaten om zich hierop goed voor te bereiden; |
|
28. |
betreurt dat de lidstaten de inlichtingen die zij verzenden maar zelden koppelen aan een fiscaal identificatienummer dat door het land van verblijf van de belastingbetaler is toegekend; merkt op dat alleen Litouwen en Ierland een fiscaal identificatienummer blijken te vermelden, zoals erkend door het ontvangende land (23); merkt voorts op dat de uitwisseling van geldige fiscale identificatienummers (FIN’s) van cruciaal belang is voor de doeltreffende uitwisseling van inlichtingen; merkt op dat de fiscale identificatienummers van ondernemingen ook moeten worden gerapporteerd om de koppeling van fiscaal relevante informatie te bevorderen; wijst erop dat elke maatregel om de identificatie van belastingbetalers te bevorderen in overeenstemming moet zijn met de grondrechten, met name met het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming; |
|
29. |
is ingenomen met het vereiste in DAC7 om het fiscale identificatienummer van de lidstaat van verblijf bij DAC1- en DAC2-uitwisselingen op te nemen teneinde het matchen van gegevens en de identificatie in alle lidstaten te vergemakkelijken, aangezien correcte identificatie van belastingbetalers van essentieel belang is voor de doeltreffende uitwisseling van inlichtingen tussen belastingdiensten; maakt zich zorgen dat grote hoeveelheden inlichtingen niet worden gematcht met de betrokken belastingbetalers en te weinig worden benut, met belastingtekorten tot gevolg; |
|
30. |
verzoekt de Commissie om in nauwe samenwerking met de lidstaten een valideringsinstrument voor FIN’s te creëren; merkt op dat dit valideringsinstrument de rapportage-effectiviteit van de financiële instellingen beduidend zou verbeteren en dus de nalevingskosten voor deze instellingen zou doen dalen; verzoekt de Commissie opnieuw onderzoek te doen naar de creatie van een Europees FIN, na uitvoering van een goede analyse en een effectbeoordeling; vraagt de lidstaten om een systematischer analyse te garanderen van DAC1- en DAC2-gegevens die niet matchen, en procedures in te voeren voor de systematische risicoanalyse van de ontvangen inlichtingen; |
|
31. |
neemt er nota van dat de uitwisseling van inlichtingen op verzoek vaak onvolledig is gebleken en verdere toelichting vereiste; betreurt voorts dat het in het kader van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek soms zes maanden of langer duurt vanaf de ontvangst van het verzoek voordat de autoriteiten inlichtingen verstrekken; stelt met spijt vast dat er geen termijnen zijn vastgesteld voor vervolguitwisselingen waardoor er verdere vertraging kan optreden; verzoekt de Commissie deze bepaling te herzien, onder meer voor vervolguitwisselingen, en een maximumtermijn van drie maanden in te voeren; stelt voor de Commissie het mandaat te verlenen om de mate van samenwerking door derde landen systematisch te beoordelen; verzoekt de Commissie aanwijzingen te beoordelen dat de uitwisseling van inlichtingen op verzoek met bepaalde derde landen, waaronder Zwitserland, ontoereikend is; |
|
32. |
betreurt het feit dat één lidstaat, Malta, voor de uitwisseling van inlichtingen op verzoek als algemene score “gedeeltelijk conform” heeft gekregen in de collegiale toetsing van het Global Forum, wat betekent dat de norm voor de uitwisseling van inlichtingen op verzoek slechts gedeeltelijk wordt geïmplementeerd, hetgeen ernstige praktische gevolgen heeft (24); stelt vast dat 19 lidstaten niet volledig conform zijn inzake “gegevens over eigendom en identiteit” (25); stelt vast dat zes lidstaten niet volledig conform zijn inzake “boekhoudkundige gegevens” (26); stelt vast dat vijf lidstaten niet volledig conform zijn inzake “bankgegevens” (27); stelt vast dat zeven lidstaten niet volledig conform zijn inzake “toegang tot informatie” (28); stelt vast dat drie lidstaten niet volledig conform zijn inzake “rechten en waarborgen” (29); stelt vast dat vijf lidstaten niet volledig conform zijn inzake “mechanismen voor de uitwisseling van inlichtingen” (30); stelt vast dat drie lidstaten niet volledig conform zijn inzake “vertrouwelijkheid” (31); stelt vast dat drie lidstaten niet volledig conform zijn inzake “rechten en waarborgen” (32); stelt vast dat negen lidstaten niet volledig conform zijn inzake “kwaliteit en tijdigheid van reacties” (33); stelt samenvattend vast dat bij slechts acht lidstaten geen substantiële tekortkomingen werden vastgesteld (34); betreurt dat in 18 lidstaten substantiële tekortkomingen werden aangetroffen (35); betreurt ten zeerste dat sommige lidstaten een lage score hebben gekregen voor specifieke aspecten, zoals gegevens over eigendom en identiteit; roept de lidstaten op bij de volgende collegiale toetsing de score “conform” te halen; stelt vast dat de ondermaatse prestaties van sommige lidstaten de geloofwaardigheid van de EU in de internationale strijd tegen belastingontduiking en belastingontwijking ernstig aantasten; verwacht van de Commissie dat zij onverwijld alle juridische en niet-juridische instrumenten inzet om te waarborgen dat de wetgeving naar behoren wordt uitgevoerd; verzoekt de Commissie inbreukprocedures in te leiden totdat alle lidstaten volledig conform zijn; verzoekt de lidstaten derhalve zich ten volle in te zetten voor de verwezenlijking van de DAC-doelstellingen en de toepassing van beste praktijken inzake de uitwisseling van inlichtingen; |
|
33. |
is ingenomen met het voorstel van de Commissie in DAC7 om de norm “verwacht belang” te verduidelijken die in het kader van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek moet worden toegepast, en verzoekt de Commissie richtsnoeren op te stellen om een gestandaardiseerde benadering en een meer doeltreffende toepassing van de bepalingen inzake de uitwisseling van inlichtingen op verzoek te waarborgen; |
|
34. |
is verheugd dat de Commissie aan de lidstaten diverse instrumenten ter beschikking heeft gesteld om de uitwisseling van inlichtingen en beste praktijken verder te ontwikkelen, en ondersteuning biedt op IT-gebied, hoofdzakelijk door middel van het Fiscalis 2020-programma; wijst op de noodzaak om de uitwisseling van beste praktijken verder aan te moedigen en richtsnoeren op te stellen over het gebruik van inlichtingen, met name met betrekking tot DAC3 en DAC4; |
|
35. |
merkt op dat het gebruik van inlichtingen uit hoofde van de DAC voor niet-fiscale aangelegenheden voorafgaande toestemming van de verzendende lidstaat vereist en dat die toestemming niet altijd wordt verleend, hoewel deze inlichtingen nuttig kunnen zijn om strafrechtelijke en andere onderzoeken doeltreffender te maken en deze verzoeken doorgaans op goede gronden plaatsvinden; dringt erop aan om het gebruik van inlichtingen die uit hoofde van de DAC worden uitgewisseld altijd toe te staan voor andere doeleinden dan fiscale aangelegenheden wanneer dit is toegelaten volgens het recht van de ontvangende lidstaat met het oog op rechtshandhaving; dringt er in dit kader bij de lidstaten op aan hoge normen in acht te nemen wat betreft de eerbiediging van de grondrechten van de burgers in hun hoedanigheid van belastingbetalers; |
|
36. |
betreurt het feit dat de Raad de door de Commissie voorgestelde wijzigingen van DAC7 heeft afgezwakt, met name degene die betrekking hebben op gezamenlijke audits en groepsverzoeken; verzoekt de Raad zijn huidige standpunt te herzien en de door de Commissie voorgestelde wijzigingen ongewijzigd goed te keuren; merkt op dat het aantal groepsverzoeken heel klein is, nu in 2017 slechts vijf lidstaten een of meer groepsverzoeken hebben verzonden; verzoekt de Commissie een standaardformulier voor groepsverzoeken op te stellen en dit op te nemen in de relevante uitvoeringsverordening (36); wijst erop dat om resultaten te boeken bij dergelijke acties, alsook bij gelijktijdige controles, het personeel van de belastingdiensten degelijke opleidingen moeten krijgen voor wat betreft buitenlandse belastingwetgeving, talen, specialisatie en sociale vaardigheden; |
|
37. |
erkent de meerwaarde van uitwisseling van beste praktijken en permanente ondersteuning door de Commissie om de nationale belastingdiensten sterker te maken; benadrukt de bijzondere rol van het Fiscalis 2020-programma in dit verband; wijst erop dat de personele, financiële en infrastructurele middelen van de belastingdiensten niettemin in aanzienlijke mate moeten worden verhoogd; roept de lidstaten derhalve op voldoende te investeren in hun nationale belastingdiensten; kijkt uit naar de bevindingen van de nieuwe Fiscalis-projectgroep over het gebruik van geavanceerde analytische methoden om de gegevenskwaliteit te meten binnen een gezamenlijk kader; |
|
38. |
neemt nota van de bevinding van de Europese Rekenkamer (37) dat er meer kan worden gedaan op het gebied van monitoring, het waarborgen van de kwaliteit van de gegevens en het gebruik van de ontvangen inlichtingen om de uitwisseling van inlichtingen doeltreffender te maken; verzoekt de Commissie en de lidstaten rekening te houden met de bevindingen van de Europese Rekenkamer bij hun toekomstige werkzaamheden in het kader van de DAC; |
Toegang tot gegevens en monitoring
|
39. |
stelt met grote bezorgdheid vast dat er onvoldoende bewijsmateriaal is om de kwaliteit van de rapportage uit hoofde van DAC1 en DAC2 te beoordelen, vanwege het feit dat slechts enkele lidstaten systematisch kwaliteitscontroles uitvoeren op de inlichtingen die uit hoofde van DAC1 en DAC2 worden uitgewisseld; merkt met grote bezorgdheid op dat er sprake is van onderrapportage van gegevens en dat de gegevens die wel worden gerapporteerd onderbenut blijven; merkt voorts op dat de doeltreffendheid van het systeem nauwelijks wordt gemonitord; betreurt dat de gegevens over de uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van DAC-bepalingen, die publiek beschikbaar zijn, ontoereikend zijn om de evolutie en doeltreffendheid van de uitwisseling van inlichtingen passend te kunnen beoordelen; |
|
40. |
merkt op dat er geen gemeenschappelijk EU-kader is om de prestaties en resultaten van het systeem te monitoren, waardoor het risico toeneemt dat gerapporteerde gegevens onvolledig of onnauwkeurig zijn; merkt bovendien op dat slechts enkele lidstaten procedures hebben ingevoerd en gebruiken om door financiële instellingen verstrekte DAC2-inlichtingen te controleren; |
|
41. |
betreurt dat de Commissie, volgens de Europese Rekenkamer, de uitvoering van deze wetgeving niet proactief monitort, onvoldoende richtsnoeren verstrekt en de uitkomsten en impact van het systeem niet meet; maakt zich grote zorgen over het feit dat slechts een van de vijf door de Europese Rekenkamer bezochte lidstaten controles van de gegevenskwaliteit uitvoerde en dat deze controles alleen handmatig en aan de hand van een beperkte steekproef en niet als een systematisch proces werden uitgevoerd; |
|
42. |
wijst erop dat uit de matchpercentages blijkt dat grote hoeveelheden inlichtingen niet worden gebruikt, omdat zij niet met de betrokken belastingbetalers worden gematcht en de lidstaten geen verdere controles uitvoeren op niet-gematchte gegevens; verzoekt de Commissie en de lidstaten een gemeenschappelijk kader voor het meten van de effecten en kosten-baten van de DAC op te zetten en de DAC-uitwisselingen volledig controleerbaar en traceerbaar te maken van de bron tot het gebruik van de gegevens door aan elke dataset een bronidentificatiecode te geven; verzoekt de Commissie een jaarlijkse samenvatting te publiceren van de inlichtingen die door de lidstaten werden ontvangen, met eerbiediging van de rechten en de vertrouwelijkheid van de belastingbetalers; wijst er echter op dat dit verslag geaggregeerde en gedetailleerde gegevens moet bevatten om een correcte democratische controle door het Parlement mogelijk te maken; merkt op dat aan de Commissie verstrekte informatie niet als strikt vertrouwelijk moet worden beschouwd wanneer de informatie niet aan individuele belastingbetalers kan worden gekoppeld; herhaalt dat de Commissie het recht moet hebben om verslagen en documenten op te stellen en te publiceren, en daarbij gebruik te maken van een geanonimiseerde vorm van de uitgewisselde inlichtingen, teneinde rekening te houden met het recht van de belastingplichtigen op vertrouwelijkheid en in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001 (38) inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie; |
|
43. |
verzoekt de Commissie jaarlijks voor alle lidstaten geanonimiseerde en geaggregeerde statistieken over landverslagen te publiceren; verzoekt de lidstaten ontvangen landverslagen aan de bevoegde diensten van de Commissie te verstrekken; |
|
44. |
benadrukt dat uit de evaluatie van 2019 door de Commissie is gebleken dat de doeltreffendheid van het DAC-kader voortdurend gemonitord moet worden; verzoekt de lidstaten jaarlijks de statistieken, winsten aan belastinginkomsten en alle andere relevante informatie om de doeltreffendheid van alle uitwisselingen correct te kunnen beoordelen mee te delen aan de Commissie; verzoekt de lidstaten, in het geval van uitwisseling van inlichtingen op verzoek, de informatie uitgesplitst en per land te verstrekken, onder eerbiediging van de regels voor gegevensbescherming; verzoekt de Commissie de doeltreffendheid van de uitwisseling van inlichtingen goed te blijven monitoren en evalueren, en vraagt bijgevolg dat er in januari 2023 opnieuw een grondige evaluatie wordt uitgevoerd; |
|
45. |
benadrukt dat de belastingdiensten de digitale transformatie volledig moeten omarmen, evenals de mogelijkheid die zij biedt om inlichtingen doeltreffender toe te wijzen en de nalevingskosten en onnodige administratieve lasten te verminderen; beklemtoont dat de belastingdiensten hiervoor de gepaste financiële, personele en IT-middelen moeten krijgen; |
Samenhang met andere bepalingen
|
46. |
erkent dat de DAC-bepalingen grotendeels in overeenstemming zijn met de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO en dat zij aanzienlijke overlappingen vertonen met de Amerikaanse wet naleving belastingplicht buitenlandse rekeningen (Foreign Account Tax Compliance Act, Fatca), maar ook belangrijke verschillen; |
|
47. |
betreurt het gebrek aan wederkerigheid bij de toepassing van de Fatca; stelt vast dat de Verenigde Staten een belangrijke facilitator van financiële geheimhouding voor niet-Amerikaanse burgers wordt; merkt op dat er sprake is van twee belangrijke achterpoortjes: alleen over Amerikaanse activa worden inlichtingen gedeeld en er worden geen inlichtingen over uiteindelijk begunstigden gedeeld; verzoekt de Commissie en de lidstaten in het kader van de OESO nieuwe onderhandelingen aan te knopen met de Verenigde Staten om binnen een gezamenlijk overeengekomen en versterkt CRS-kader tot volledige wederkerigheid te komen; beklemtoont dat dit een grote vooruitgang zou betekenen, de nalevingskosten voor financiële instellingen zou drukken en de administratieve lasten sterk zou doen dalen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan onderhandelingen aan te knopen met het oog op een VN-verdrag inzake belasting; |
|
48. |
betreurt de neveneffecten die de wet naleving belastingplicht buitenlandse rekeningen nog altijd heeft voor “toevallige Amerikanen”; betreurt dat er tot op heden geen permanente oplossing is gevonden op Europees niveau; |
|
49. |
merkt de mogelijke spanningen op tussen het DAC-kader en Verordeningen (EU) 2016/679 (39) en (EU) 2018/1725 (40); benadrukt dat de gegevensverwerking uit hoofde van de DAC-bepalingen uitsluitend tot doel heeft het algemeen belang op belastinggebied in de lidstaten te dienen, met name belastingfraude, belastingontwijking en belastingontduiking inperken, de belastinginkomsten veiligstellen en eerlijke belastingheffing bevorderen; |
|
50. |
staat achter de uitnodiging van de Raad aan de Commissie om na te gaan in welke mate het haalbaar is het toepassingsgebied van de instrumenten waarover de belastingdiensten op basis van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad beschikken, en de specifieke bepalingen van Verordening (EU) nr. 904/2010 (41) van de Raad verder op elkaar af te stemmen; |
|
51. |
is verheugd dat er met Richtlijn 2014/107/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied vergelijkbare overeenkomsten zijn gesloten met derde landen, zoals Andorra, Liechtenstein, Monaco, San Marino en Zwitserland; pleit voor een beoordeling van de uitvoering ervan en pleit derhalve voor een beoordeling, gelet op de bestaande CRS-overeenkomst; pleit verder voor het afsluiten van vergelijkbare overeenkomsten voor DAC3, DAC5 en DAC6-7; |
Conclusies
|
52. |
roept de Commissie op zo snel mogelijk een grondige herziening van het DAC-kader voor te stellen, gebaseerd op de voorstellen van het Parlement en een uitgebreide openbare raadpleging; verzoekt de Commissie en de Raad met klem over deze aangelegenheid van gedachten te wisselen; betreurt dat de Raad herhaaldelijk besluiten neemt waarin de voorstellen van de Commissie om het DAC-kader te versterken, worden afgezwakt; |
|
53. |
betreurt ten zeerste dat alle lidstaten — met uitzondering van Finland en Zweden — hebben geweigerd het Parlement toegang te verlenen tot de relevante gegevens om de uitvoering van DAC-bepalingen te beoordelen; betreurt dat de Commissie het Parlement geen toegang heeft verleend tot de relevante gegevens waarover zij beschikt; is van mening dat het Parlement hierdoor feitelijk wordt belet de politieke controle op de Commissie uit te oefenen als voorzien in de artikelen 14 en 17, lid 8, VEU; merkt op dat dit uitvoeringsverslag dan ook aanzienlijke tekortkomingen vertoont; verzoekt de lidstaten en de Commissie niet langer te weigeren om de relevante documenten te delen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1049/2001, die rechtstreeks toepasselijk is, en het beginsel van loyale samenwerking in artikel 13, lid 2, VEU te eerbiedigen; vraagt het Parlement gebruik te maken van alle wettelijke middelen waarover het beschikt om ervoor te zorgen dat het alle nodige documenten ontvangt voor een volledige beoordeling van de uitvoering van de DAC; |
|
54. |
ziet in dat de DAC, aangezien zij belastingaangelegenheden behelst, een intergouvernementele dimensie van Europese integratie vormt; herinnert er echter aan dat het belastingbeleid van structureel belang is voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de EU, vooral inzake het witwassen van geld, het financieren van terrorisme, het bestrijden van belastingfraude en belastingontduiking enz.; betreurt het standpunt van de Raad over de opeenvolgende DAC-herzieningen, waarbij de voorstellen van de Commissie keer op keer worden afgezwakt en geen rekening wordt gehouden met de standpunten van het Parlement; verzoekt de Raad zijn houding tegenover het Parlement inzake belastingaangelegenheden en met name DAC-herzieningen te herzien; dringt er bij de Raad op aan toegang te verlenen tot relevante informatie over de uitvoering van de DAC teneinde correcte democratische controle door het Parlement te waarborgen; |
|
55. |
ziet in dat de DAC een tweeledig effect heeft: fraude opsporen door inlichtingen te delen en fraude ontmoedigen door de kans groter te maken dat fraudeurs worden gevat en er ook voor te zorgen dat zij hun straf niet ontlopen; erkent dat het moeilijker is om de omvang van die afschrikkende werking te bepalen, maar verzoekt de Commissie niettemin rekening te houden met dit aspect van de DAC bij haar toekomstige evaluaties; |
o
o o
|
56. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten. |
(1) PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1.
(2) PB L 347 van 20.12.2013, blz. 25.
(3) PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1.
(4) PB L 332 van 18.12.2015, blz. 1.
(5) PB L 146 van 3.6.2016, blz. 8.
(6) PB L 342 van 16.12.2016, blz. 1.
(7) PB L 139 van 5.6.2018, blz. 1.
(8) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0072.
(9) PB C 108 van 26.3.2021, blz. 8.
(10) Studie — “Implementation of the EU requirements for tax information exchange”, Europees Parlement, directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, directoraat Effectbeoordeling en Europese Meerwaarde, afdeling Evaluatie achteraf, 4 februari 2021.
(11) PB C 429 van 11.12.2020, blz. 6.
(12) Dover, R. e.a., “Bringing transparency, coordination and convergence to corporate tax policies in the European Union, Part I: Assessment of the magnitude of aggressive corporate tax planning”, Europees Parlement, directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, afdeling Europese meerwaarde, september 2015.
(13) Europese Commissie, directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie, Taxation Papers, Working Paper No 76, “Estimating International Tax Evasion by Individuals”, september 2019, https://ec.europa.eu/taxation_customs/system/files/2019-10/2019-taxation-papers-76.pdf.
(14) Eindverslag Ecorys, “Toezicht op de omvang van het vermogen dat individuen in internationale financiële centra verstoppen en op de gevolgen van de recente, internationaal overeengekomen normen inzake belastingtransparantie voor de bestrijding van belastingontduiking”.
(15) Per 25 november 2020. Zie voor de omzettingsstatus van de vierde antiwitwasrichtlijn de website van Europese Commissie: https://ec.europa.eu/info/publications/anti-money-laundering-directive-4-transposition-status_en
(16) Informatie per 22 december 2020: Tsjechië, Denemarken, Estland, Ierland, Italië, Luxemburg, Roemenië en Slowakije (zie de website van de Europese Commissie: https://ec.europa.eu/info/strategy/decision-making-process_nl In februari 2021 werden er drie verdere inbreukprocedures ingeleid tegen Duitsland, Portugal en Roemenië: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/inf_21_441
(17) Per 25 november 2020. Zie voor de omzettingsstatus van de vijfde antiwitwasrichtlijn de website van Europese Commissie: https://ec.europa.eu/info/publications/anti-money-laundering-directive-4-transposition-status_en
(18) Informatie per 22 december 2020: Oostenrijk, België, Cyprus, Tsjechië, Estland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Spanje. Zie de website van de Europese Commissie: https://ec.europa.eu/info/strategy/decision-making-process_nl
(19) België, Cyprus, Griekenland, Ierland, Italië, Spanje, Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken, Letland, Litouwen, Malta, Slowakije, Slovenië, Finland, Zweden, Portugal en Hongarije.
(20) Financiële-actiegroep, vierde ronde wederzijdse evaluaties, november 2020: Oostenrijk, België, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Finland, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Malta, Portugal, Slowakije, Slovenië, Spanje en Zweden.
(21) Global Forum on Transparency and exchange of Information for Tax Purposes.
(22) https://www.oecd-ilibrary.org/docserver/175eeff4-en.pdf?expires=1614245801&id=id&accname=ocid194994&checksum=C36736F5E5628939095D507381D7D7C5
(23) https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2021/662603/EPRS_STU(2021)662603_EN.pdf
(24) https://www.oecd-ilibrary.org/taxation/global-forum-on-transparency-and-exchange-of-information-for-tax-purposes-malta-2020-second-round_d92a4f90-en
(25) Estland, Oostenrijk, Hongarije, België, Luxemburg, Bulgarije, Kroatië, Nederland, Cyprus, Polen, Tsjechië, Portugal, Denemarken, Roemenië, Slowakije, Griekenland, Duitsland, Malta en Spanje. Bron: voetnoten 25-34: https://www.oecd-ilibrary.org/taxation/global-forum-on-transparency-and-exchange-of-information-for-tax-purposes-peer-reviews_2219469x?_ga=2.61374444.131706240.1621422687-1265388792.1602508229
(26) Kroatië, Cyprus, Griekenland, Slowakije, Spanje en Malta.
(27) Hongarije, Malta, Nederland, Denemarken en Slowakije.
(28) Oostenrijk, Hongarije, België, Letland, Tsjechië, Portugal en Slowakije.
(29) Hongarije, België en Luxemburg.
(30) Oostenrijk, Letland, Cyprus, Tsjechië en Portugal.
(31) België, Letland en Hongarije.
(32) Hongarije, Letland en Tsjechië.
(33) Italië, Malta, Frankrijk, Luxemburg, Bulgarije, Portugal, Roemenië, Griekenland en Duitsland.
(34) Estland, Italië, Finland, Litouwen, Frankrijk, Slovenië, Zweden en Ierland.
(35) https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2021/662603/ EPRS_STU(2021)662603_EN.pdf
(36) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2378 van de Commissie van 15 december 2015 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1156/2012 (PB L 332 van 18.12.2015, blz. 19)..
(37) https://www.eca.europa.eu/nl/Pages/DocItem.aspx?did=57680
(38) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(39) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(40) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(41) Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad van 7 oktober 2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (PB L 268 van 12.10.2010, blz. 1).