Verordening (EG) nr. 709/98 van de Commissie van 30 maart 1998 tot wijziging, wat de controleregeling betreft, van Verordening (EEG) nr. 1686/72 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun in de sector zaaizaad en tot vaststelling van nadere voorschriften voor de toepassing van het stabilisatiemechanisme voor de productie van rijstzaad
Publicatieblad Nr. L 098 van 31/03/1998 blz. 0030 - 0032
VERORDENING (EG) Nr. 709/98 VAN DE COMMISSIE van 30 maart 1998 tot wijziging, wat de controleregeling betreft, van Verordening (EEG) nr. 1686/72 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de steun in de sector zaaizaad en tot vaststelling van nadere voorschriften voor de toepassing van het stabilisatiemechanisme voor de productie van rijstzaad DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2358/71 van de Raad van 26 oktober 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 192/98 (2), en met name op artikel 3, lid 5, en artikel 11, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1674/72 van de Raad (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3795/85 (4), de algemene voorschriften voor de toekenning en de financiering van de steun in de sector zaaizaad zijn vastgesteld; Overwegende dat in artikel 3, lid 4 bis, van Verordening (EEG) nr. 2358/71 een stabilisatiemechanisme voor de productie van rijstzaad is vastgesteld; dat in het kader van dit mechanisme een maximumhoeveelheid waarvoor in de Gemeenschap steun voor zaaizaad kan worden toegekend, moet worden vastgesteld zonder te raken aan de afzetmogelijkheden van producten van het basisareaal dat is vastgesteld in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 3072/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 192/98; Overwegende dat het voor de bepaling van de in de verschillende lidstaten geconstateerde fysieke opbrengsten bij de productie van rijstzaad dienstig is uit te gaan van de in Verordening (EG) nr. 3072/95 representatief geachte periode; dat daartoe het gemiddelde wordt berekend van de drie jaren die worden verkregen door de jaren met het hoogste en het laagste rendement tijdens de periode 1990/1991 tot en met 1994/1995 te elimineren; Overwegende dat het in een bepaald verkoopseizoen geoogste zaaizaad normaliter gebruikt wordt voor de inzaai van het padie- en rijstzaadareaal in het daaropvolgende verkoopseizoen; dat de voor de inzaai van een hectare gebruikte hoeveelheid zaaizaad in de Gemeenschap in de representatief geachte periode 0,2 ton bedraagt, zodat voor de inzaai van het in artikel 6 van Verordening (EG) nr. 3072/95 vastgestelde basisareaal van 433 123 ha 86 624,600 ton rijstzaad nodig is; Overwegende dat de maximumhoeveelheid die voor de steun voor zaaizaad in de Gemeenschap in aanmerking komt, over de producerende lidstaten moet worden verdeeld op basis van de rijstzaadproductie van die lidstaten in dezelfde representatieve periode; dat, om rekening te houden met het jaarlijkse verschil in opbrengst, de maximumhoeveelheid die voor steun in aanmerking komt, voor iedere lidstaat moet kunnen worden aangepast binnen de grenzen van de maximumhoeveelheid waarvoor in de Gemeenschap steun voor zaaizaad verleend wordt; Overwegende dat voor het doelmatig functioneren van het stabilisatiemechanisme een termijn moet worden vastgesteld waarbinnen de steunaanvraag voor rijstzaad moet worden ingediend en waarbinnen de lidstaten aan de Commissie moeten meedelen voor welke hoeveelheden steun voor rijstzaad is aangevraagd, teneinde de eventueel toe te passen verminderingspercentages voor elke lidstaat te kunnen berekenen; Overwegende dat de steun voor rijstzaad pas uitbetaald mag worden, nadat de Commissie het voor elke producerende lidstaat toe te passen verminderingspercentage heeft vastgesteld; Overwegende dat op doeltreffende wijze gecontroleerd moet worden of de voorschriften inzake de Gemeenschapssteun worden nageleefd; dat daartoe gedetailleerde criteria en technische voorschriften voor de uitvoering van de administratieve controles en de controles ter plaatse moeten worden vastgesteld; dat het op grond van de ervaring die op het gebied van de controles ter plaatse is opgedaan, dienstig is naast minimumpercentages voor de controle ook een risicoanalyse voor te schrijven en de daarbij in aanmerking te nemen factoren nader aan te geven; Overwegende dat op grond van de opgedane ervaring en met inachtneming van het proportionaliteitsbeginsel en van de bijzondere problemen die door overmacht veroorzaakt kunnen worden, bepalingen voor een doeltreffende preventie en bestraffing van onregelmatigheden en fraude moeten worden vastgesteld; dat daartoe sancties moeten worden vastgesteld die zijn gedifferentieerd al naar de ernst van de onregelmatigheid en die gaan tot algehele uitsluiting van de mogelijkheid om voor het betrokken jaar en het daaropvolgende jaar van de regeling gebruik te maken; Overwegende dat een doeltreffende regeling moet worden ingevoerd die garandeert dat de steunbedragen terecht worden toegekend en dat deze moeten worden verminderd wanneer zij te laat worden ingediend, en die gebaseerd is op het geïntegreerde beheers- en controlesysteem als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 820/97 (7), en in Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie van 23 december 1992 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2015/95 (9); Overwegende dat het Comité van beheer voor zaaizaad geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1686/72 van de Commissie (10) wordt als volgt gewijzigd: 1. Het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd: "Artikel 1 bis In de zin van deze verordening wordt onder "in de handel brengen" verstaan: het ter beschikking of in voorraad houden, met het oog op verkoop tentoonstellen, te koop aanbieden, verkopen of leveren aan een andere persoon.". 2. Het volgende artikel 2 bis wordt ingevoegd: "Artikel 2 bis 1. De steun wordt slechts toegekend, voorzover het zaaizaad waarvoor een steunaanvraag is ingediend, door de begunstigde werkelijk voor inzaai in de handel gebracht is op de datum van indiening van de aanvraag. De steun wordt slechts toegekend, wanneer de begunstigde ten genoegen van de autoriteiten van de betrokken lidstaat aantoont dat aan deze voorwaarde is voldaan. 2. De lidstaten verrichten onaangekondigde controles om na te gaan welke eerste bestemming is gegeven aan het zaad waarvoor steun is toegekend, en of de steunverleningsvoorwaarden in acht zijn genomen. Zij delen de Commissie mee welke maatregelen zij naar aanleiding van deze controles hebben getroffen.". 3. Artikel 3 wordt vervangen door: "Artikel 3 1. Behalve voor rijstzaad, wordt de steun aan de vermeerderaar toegekend, wanneer hiertoe na de oogst en vóór een door de betrokken lidstaat voor elke soort of groep rassen vast te stellen datum een aanvraag wordt ingediend. 2. Behalve voor rijstzaad, keert de lidstaat het steunbedrag binnen twee maanden na indiening van de aanvraag en uiterlijk op 31 juli van het op het oogstjaar volgende jaar aan de vermeerderaar uit.". 4. De volgende artikelen 3 bis, 3 ter en 3 quater worden ingevoegd: "Artikel 3 bis 1. Voor rijstzaad wordt de maximumhoeveelheid waarvoor in de Gemeenschap steun kan worden toegekend, vastgesteld op 86 624,600 ton per jaar. Deze maximumhoeveelheid wordt als volgt over de producerende lidstaten verdeeld: >RUIMTE VOOR DE TABEL> De hoeveelheid voor iedere producerende lidstaat kan overeenkomstig de voorwaarden van lid 3 worden aangepast voorzover de voor de Gemeenschap vastgestelde maximumhoeveelheid niet wordt overschreden. 2. Onverminderd de toepassing van artikel 2 bis, wordt de steun voor rijstzaad binnen de voor de Gemeenschap vastgestelde hoeveelheid toegekend aan de vermeerderaar van rijstzaad die hiertoe na de oogst, doch vóór 20 juni van het op de oogst volgende jaar een verzoek indient. De producerende lidstaten delen de Commissie uiterlijk 15 juli van het op de oogst volgende jaar de hoeveelheden mee waarvoor steun is aangevraagd. 3. Wanneer de totale hoeveelheid waarvoor in de producerende lidstaten steunaanvragen zijn ingediend, de maximumhoeveelheid voor de Gemeenschap overschrijdt, wordt de steun voor elke betrokken lidstaat naar gelang van de overschrijding van de vastgestelde nationale hoeveelheid verlaagd. De Commissie stelt in dat geval het verlagingspercentage voor elke producerende lidstaat vast. 4. De lidstaat betaalt de steun voor rijstzaad aan de vermeerderaar uit tussen 31 juli en 30 september van het op het oogstjaar volgende jaar.". "Artikel 3 ter 1. De in artikel 2 bis, lid 2, bedoelde controles bestaan uit: a) administratieve controles, die met name kruiscontroles omvatten om elke onrechtmatige dubbele toekenning van steun voor hetzelfde kalenderjaar te voorkomen. Deze kruiscontroles betreffen percelen waarvoor een officieel onderzoek wordt uitgevoerd en waarvoor is vastgesteld dat zij voldoen aan de voorwaarden van de richtlijnen die zijn genoemd in artikel 1, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 1674/72; b) controle van de administratie om de eerste bestemming van het zaad waarvoor steun is verleend, na te gaan; c) alle aanvullende controlemaatregelen die de lidstaat nodig acht, om met name te voorkomen dat de steun voor niet-gecertificeerd zaad of voor zaad uit derde landen wordt betaald. Deze controles betreffen ten minste een belangrijke steekproef uit de aanvragen. Deze steekproef moet uit minstens 5 % van de steunaanvragen voor iedere soort bestaan. De te controleren aanvragen worden door de bevoegde autoriteit met name aan de hand van een risicoanalyse en van een element inzake hun representativiteit voor de ingediende steunaanvragen bepaald. Bij de risicoanalyse wordt rekening gehouden met: - de steunbedragen; - de hoeveelheden gecertificeerd zaaizaad in vergelijking met de voor certificering in aanmerking genomen oppervlakte; - de ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande jaar; - andere door de lidstaten te bepalen omstandigheden. 2. De lidstaten voeren eventueel controles uit bij de kwekers of de zaadbedrijven alsmede bij de eindgebruikers. 3. De volgende artikelen van Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie (*) zijn van toepassing: - artikel 6, lid 1, voor een doeltreffende verificatie van de naleving van de steunverleningsvoorwaarden; - artikel 11 betreffende extra sancties op nationaal niveau en gevallen van overmacht; - artikel 12 betreffende het verslag van elk controlebezoek; - artikel 13 betreffende controles ter plaatse; - artikel 14 betreffende onverschuldigde betalingen.". "Artikel 3 quater 1. Behoudens overmacht heeft het te laat indienen van een aanvraag tot gevolg dat de met de aanvraag samenhangende steunbedragen waarop de zaadvermeerderaar recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, met 1 % per dag verlaagd worden. In elk geval wordt de steunaanvraag niet aanvaard en kan deze niet langer tot toekenning van een bedrag leiden, wanneer deze voor rijstzaad na 30 juni van het op het oogstjaar volgende jaar, of, wat de overige soorten of groepenrassen betreft, na de tiende dag na de uiterste datum die de betrokken lidstaat heeft vastgesteld, wordt ingediend. 2. Wanneer wordt vastgesteld dat de ingediende steunaanvragen betrekking hebben op zaad dat door de begunstigde niet werkelijk voor inzaai in de handel is gebracht, wordt de aan de vermeerderaar voor de betrokken soort toegekende steun met 50 % verlaagd, wanneer niet werkelijk voor inzaai in de handel gebrachte hoeveelheden meer dan 2 %, doch niet meer dan 5 % bedragen van de hoeveelheden waarvoor steun is aangevraagd. Wanneer de door de begunstigde niet werkelijk voor inzaai in de handel gebrachte hoeveelheden meer bedragen dan 5 % van de hoeveelheden waarvoor steun is aangevraagd, wordt voor het betrokken verkoopseizoen geen steun voor de productie van zaaizaad aan de vermeerderaar toegekend. 3. Wanneer de steunaanvraag betrekking heeft op niet officieel gecertificeerd zaaizaad of op zaaizaad dat in het kalenderjaar waarin het verkoopseizoen begint waarvoor de steun is vastgesteld, niet op het grondgebied van de betrokken lidstaat geoogst is, wordt voor het betrokken verkoopseizoen en het daaropvolgende verkoopseizoen geen steun voor de productie van zaaizaad aan de vermeerderaar toegekend. (*) PB L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van het verkoopseizoen 1998/1999. De steunaanvraag die betrekking heeft op contracten of verklaringen van gecertificeerd zaaizaad die vóór het verkoopseizoen 1998/1999 geregistreerd waren is niet onderworpen aan de in artikel 3 ter, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 1686/72 vermelde controles. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 30 maart 1998. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB L 246 van 5. 11. 1971, blz. 1. (2) PB L 20 van 27. 1. 1998, blz. 16. (3) PB L 177 van 4. 8. 1972, blz. 1. (4) PB L 367 van 31. 12. 1985, blz. 21. (5) PB L 329 van 30. 12. 1995, blz. 18. (6) PB L 355 van 5. 12. 1992, blz. 1. (7) PB L 117 van 7. 5. 1997, blz. 1. (8) PB L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36. (9) PB L 197 van 22. 8. 1995, blz. 2. (10) PB L 177 van 4. 8. 1972, blz. 26.