European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2025/666

10.2.2025

AANBEVELING VAN DE RAAD

van 21 januari 2025

tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Tsjechië

(C/2025/666)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263, en met name artikel 17,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

ALGEMENE OVERWEGINGEN

(1)

Op 30 april 2024 is een hervormd EU-kader voor economische governance in werking getreden. Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht (1), de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 betreffende de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (2), en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad betreffende de begrotingskaders van de lidstaten (3) vormen samen de kernelementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het kader beoogt gezonde en houdbare overheidsfinanciën te bevorderen, duurzame en inclusieve groei en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen te stimuleren, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. Het bevordert tevens de nationale verantwoordelijkheid, legt de focus meer op de middellange termijn en combineert dit met een doeltreffendere en coherentere handhaving van de regels.

(2)

De nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn die de lidstaten bij de Raad en de Commissie indienen, staan centraal in het nieuwe kader voor economische governance. De plannen zijn gericht op twee doelstellingen: i) ervoor zorgen dat de overheidsschuld, onder meer aan het einde van de aanpassingsperiode, een plausibel neerwaarts pad volgt of op een prudent niveau blijft, en dat het overheidstekort op de middellange termijn onder de referentiewaarde van 3 % van het bbp wordt gebracht en gehouden, en ii) zorgen voor hervormingen en investeringen die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Daartoe moet in elk plan een middellangetermijntoezegging voor een netto-uitgavenpad (4) worden opgenomen, waarbij voor de duur van het plan effectief een budgettaire beperking van vier of vijf jaar wordt opgelegd (afhankelijk van de normale parlementaire zittingsperiode in een lidstaat). Daarnaast moet in het plan worden toegelicht hoe de lidstaat hervormingen en investeringen zal inzetten als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de context van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name in de landspecifieke aanbevelingen (inclusief de aanbevelingen die relevant zijn voor de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden, indien van toepassing), en hoe de lidstaat werk gaat maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie. De periode voor begrotingsaanpassing bestrijkt vier jaar en kan met maximaal drie jaar worden verlengd indien de lidstaat zich verbindt tot een relevante reeks hervormingen en investeringen die aan de criteria van Verordening (EU) 2024/1263 voldoen.

(3)

Na de indiening van het plan moet de Commissie beoordelen of het aan de voorwaarden van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

(4)

Op aanbeveling van de Commissie moet de Raad vervolgens een aanbeveling vaststellen waarin het netto-uitgavenpad van de betrokken lidstaat wordt vastgesteld en, in voorkomend geval, de hervormings- en investeringstoezeggingen die ten grondslag liggen aan een verlenging van de aanpassingsperiode worden goedgekeurd.

OVERWEGINGEN BETREFFENDE HET NATIONALE BUDGETTAIR-STRUCTURELE PLAN VOOR DE MIDDELLANGE TERMIJN VAN TSJECHIË

(5)

Op 16 oktober 2024 heeft Tsjechië zijn nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn bij de Raad en de Commissie ingediend. De indiening vond plaats na een verlenging van de in artikel 36 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde termijn, zoals overeengekomen met de Commissie op 24 september, in het licht van de door Tsjechië aangevoerde redenen.

Proces voorafgaand aan de indiening van het plan

(6)

Vóór de indiening van zijn plan heeft Tsjechië om technische informatie verzocht (5), die de Commissie op 21 juni 2024 heeft verstrekt en op 16 oktober 2024 heeft bekendgemaakt (6). Overeenkomstig artikel 9, lid 1, punt c), artikel 9, lid 2, en artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263 geeft de technische informatie het niveau van het structurele primaire saldo in 2028 aan dat nodig is om ervoor te zorgen dat het overheidstekort op middellange termijn onder de 3 % van het bbp wordt gehouden en de overheidsschuld op middellange termijn onder de 60 % van het bbp blijft als er na de aanpassingsperiode van vier jaar geen aanvullende begrotingsmaatregelen worden genomen. De middellange termijn wordt gedefinieerd als de periode van tien jaar na het einde van de aanpassingsperiode.

De technische informatie is opgesteld en aan de lidstaat toegezonden op basis van twee scenario’s: een scenario waarin er overeenstemming is met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort (7), overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EU) 2024/1263, en een scenario zonder deze waarborg. In de technische informatie voor Tsjechië is bepaald dat, om gedurende een aanpassingsperiode van vier jaar aan de toepasselijke begrotingsregels te voldoen, en op basis van de aannamen van de Commissie waarop de in juni 2024 verstrekte voorafgaande richtsnoeren gebaseerd zijn, het structurele primaire saldo ten minste 0,4 % van het bbp moet bedragen aan het einde van de aanpassingsperiode (2028; scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort), overeenkomstig de onderstaande tabel. Ter informatie, ook met inachtneming van de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort moet het structurele primaire saldo aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) ten minste 0,4 % van het bbp bedragen. De waarborg voor de weerbaarheid van het tekort is echter geen vereiste voor Tsjechië, dat in aanmerking komt voor technische informatie.

Tabel 1: Technische informatie die de Commissie aan Tsjechië heeft verstrekt

Laatste jaar van de aanpassingsperiode

2028

Minimumwaarde van het structurele primaire saldo (% van het bbp), scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort

0,4

Enkel ter informatie: Minimumwaarde van het structurele primaire saldo (% van het bbp), scenario met de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort

0,4

Bron: berekeningen van de Commissie.

(7)

Overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2024/1263 hebben Tsjechië en de Commissie tussen juni en september 2024 een technische dialoog gevoerd. De dialoog was toegespitst op het door Tsjechië beoogde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen (met name een prognose van de potentiële bbp-groei), en de beoogde uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester en de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie op het gebied van een rechtvaardige groene en digitale transitie, sociale en economische veerkracht, energiezekerheid en de opbouw van defensievermogens.

(8)

In september en oktober 2024 heeft Tsjechië overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 36, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2024/1263 volgens de door Tsjechië in zijn plan verstrekte informatie overleg gepleegd met het maatschappelijk middenveld, de sociale partners, regionale autoriteiten en andere belanghebbenden. Volgens de door Tsjechië in zijn plan verstrekte informatie omvatte het proces een passend interministerieel overleg waarbij de economische en sociale partners waren betrokken. Daarnaast werd een rondetafelgesprek over het ontwerpplan gehouden met vertegenwoordigers van de economische en sociale partners, de non-profitsector, de regio’s, beide kamers van het parlement en andere relevante instellingen, waaronder de Tsjechische begrotingsraad. Bovendien werd het ontwerpplan voorgelegd aan de regeringsraad voor duurzame ontwikkeling en de regeringsraad voor niet-gouvernementele organisaties. Het plan is ook in twee parlementaire commissies besproken. Ten slotte konden vertegenwoordigers van de economische en sociale partners hun standpunten uiteenzetten in de werkgroep van de Raad voor het economisch en sociaal akkoord.

(9)

Het Comité voor budgettaire prognoses, dat belast is met de beoordeling van de macro-economische en budgettaire prognoses, heeft advies uitgebracht over de macro-economische prognoses die ten grondslag liggen aan het meerjarige netto-uitgavenpad. Het comité achtte de macro-economische prognose realistisch.

(10)

Op 8 oktober 2024 is het plan besproken in het nationale parlement. Het is vervolgens op 16 oktober 2024 door de regering goedgekeurd.

Andere gerelateerde processen

(11)

De Raad heeft op 21 oktober 2024 in het kader van het Europees Semester landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) tot Tsjechië gericht (8).

SAMENVATTING VAN HET PLAN EN BEOORDELING DOOR DE COMMISSIE

(12)

Overeenkomstig artikel 16 van Verordening (EU) 2024/1263 heeft de Commissie het plan op onderstaande wijze beoordeeld.

Achtergrond: macro-economische en budgettaire situatie en vooruitzichten

(13)

De economische activiteit in Tsjechië daalde in 2023 met 0,1 %, doordat de hoge inflatie de koopkracht zwaar onder druk zette en leidde tot een dalende particuliere consumptie. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie groeit de economie in 2024 naar verwachting met 1,0 % ten gevolge van een geleidelijk herstel van de binnenlandse vraag dankzij een stijging van de reële lonen en een dalende inflatie. In 2025 zal het reële bbp naar verwachting met 2,4 % stijgen doordat de particuliere consumptie en de investeringen sneller groeien, terwijl de netto-uitvoer een negatieve bijdrage levert. In 2026 zal het reële bbp naar verwachting met 2,7 % stijgen onder invloed van de groei van de particuliere consumptie en de bruto-investeringen in vaste activa, alsook van een herstel van de uitvoer. Gedurende de prognosehorizon (d.w.z. 2024-2026) zal de potentiële bbp-groei in Tsjechië naar verwachting licht stijgen van 1,6 % in 2024 tot 1,8 % in 2026 ten gevolge van een stijgende productiviteit en hogere kapitaalinvesteringen, terwijl de bijdrage van arbeid afneemt. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2023 2,6 % en ontwikkelt zich volgens de Commissie tot 2,6 % in 2024, 2,7 % in 2025 en 2,7 % in 2026. De inflatie (bbp-deflator) zal naar verwachting dalen van 8,2 % in 2023 tot 4,0 % in 2024 en zal uitkomen op 2,4 % in 2025 en 2,4 % in 2026.

(14)

Wat de begrotingsontwikkelingen betreft, bedroeg het overheidstekort van Tsjechië in 2023 3,8 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal het tekort in 2024 naar verwachting 2,5 % van het bbp bereiken, verder dalen tot 2,3 % van het bbp in 2025 en, bij ongewijzigd beleid, uitkomen op 1,9 % in 2026. De najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie omvat de ontwerpbegroting van Tsjechië voor 2025 die de regering in september aan het nationale parlement heeft voorgesteld. De overheidsschuld bedroeg eind 2023 42,4 % van het bbp. Volgens de najaarsprognose 2024 van de Europese Commissie zal de schuldquote eind 2024 naar verwachting stijgen tot 43,4 % van het bbp. Naar verwachting zal die eind 2025 verder stijgen tot 44,4 % van het bbp en eind 2026 tot 44,8 %. In de begrotingsprognoses van de Commissie worden de beleidstoezeggingen in de plannen voor de middellange termijn pas in aanmerking genomen als zij worden geschraagd door concrete beleidsmaatregelen die op geloofwaardige wijze zijn aangekondigd en voldoende zijn gespecificeerd.

Netto-uitgavenpad en belangrijkste macro-economische aannamen in het plan

(15)

Het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Tsjechië bestrijkt de periode 2025-2028 en omvat een begrotingsaanpassing over een periode van vier jaar.

(16)

Het plan bevat de overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EU) 2024/1263 vereiste informatie, met uitzondering van de geplande budgettair-structurele maatregelen in de laatste jaren van het plan.

(17)

Het plan bevat de toezegging dat het in tabel 2 aangegeven netto-uitgavenpad zal worden aangehouden, dat overeenkomt met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 3,1 % in de jaren 2025-2028. De technische informatie (uitgaande van een lineair aanpassingstraject) stemt overeen met een gemiddelde groei van de netto-uitgaven van 3,5 % gedurende de aanpassingsperiode (2025-2028). Het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad zal naar verwachting aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) leiden tot een structureel primair saldo van 0,4 % van het bbp. Dit is gelijk aan het minimumniveau van het structurele primaire saldo van 0,4 % van het bbp in 2028 dat de Commissie op 21 juni 2024 in de technische informatie heeft verstrekt (9). In het plan wordt ervan uitgegaan dat de potentiële bbp-groei zal dalen van 2,0 % in 2024 tot 1,4 % in 2025, alvorens licht te stijgen tot gemiddeld 1,6 % in de aanpassingsperiode (2025-2028). Verder berust het plan op de verwachting dat het groeipercentage van de bbp-deflator zal dalen van 3,4 % in 2024 tot 2,7 % in 2025, en geleidelijk verder zal dalen tot 2,0 % tegen 2028.

Tabel 2: Netto-uitgavenpad en belangrijkste aannamen in het plan van Tsjechië

 

2024

2025

2026

2027

2028

Gemiddelde over de looptijd van het plan 2025-2028

Groei van de netto-uitgaven (jaarlijks, %)

5,3

4,5

2,5

2,6

2,9

3,1

Groei van de netto-uitgaven (cumulatief, vanaf referentiejaar 2023, %)

5,3

10,1

12,9

15,8

19,2

n.v.t.

Potentiële bbp-groei (%)

2,0

1,4

1,5

1,8

1,5

1,6

Inflatie (groei bbp-deflator) (%)

3,4

2,7

2,2

2,1

2,0

2,2

Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Tsjechië en berekeningen van de Commissie.

Gevolgen voor de overheidsschuld van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(18)

Indien het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad en de onderliggende aannamen werkelijkheid worden, zou de overheidsschuld volgens het plan toenemen van 44,1 % in 2024 tot 45,3 % van het bbp in 2026, en daarna afnemen tot 44,2 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2028), volgens de onderstaande tabel. Op middellange termijn, d.w.z. tot 2038, zal de schuldquote volgens het plan naar verwachting globaal stabiliseren tot 2033 en daarna stijgen tot 47,5 % van het bbp in 2038.

Tabel 3: Ontwikkeling van de overheidsschuld en het saldo in het plan van Tsjechië

 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2038

Overheidsschuld (% v.h. bbp)

42,4

44,1

45,1

45,3

44,7

44,2

47,5

Overheidssaldo (% v.h. bbp)

-3,8

-2,8

-2,5

-1,7

-0,9

-0,5

-2,6

Bron: budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Tsjechië.

De overheidsschuld zou volgens het plan dus op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het bbp blijven. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de schuldvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Gevolgen voor het overheidssaldo van de netto-uitgaventoezeggingen van het plan

(19)

Op basis van het netto-uitgavenpad en de aannamen van het plan zou het overheidstekort geleidelijk verbeteren van 2,8 % van het bbp in 2024 tot 0,5 % van het bbp aan het einde van de aanpassingsperiode (2028). Volgens het plan zou het overheidstekort dus aan het einde van de aanpassingsperiode (2028) de referentiewaarde van 3 % van het bbp niet overschrijden. Bovendien zou het overheidstekort in de tien jaar na de aanpassingsperiode (d.w.z. tot en met 2038) de 3 % van het bbp niet overschrijden. Op basis van de beleidstoezeggingen en de macro-economische aannamen van het plan is het in het plan voorgestelde netto-uitgavenpad dan ook in overeenstemming met de tekortvereiste van artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263.

Macro-economische aannamen van het plan

(20)

Het plan is gebaseerd op aannamen die afwijken van de aannamen van de Commissie die op 21 juni 2024 aan Tsjechië zijn toegezonden. In het plan worden met name verschillende aannamen gedaan voor acht variabelen, namelijk het uitgangspunt (structureel primair saldo in 2024), de potentiële bbp-groei, de reële bbp-groei, de groei van de bbp-deflator, de nominale (impliciete) rentevoet, de begrotingsmultiplicator, stock-flow adjustments en aannamen met betrekking tot de ontvangsten (d.w.z. aangenomen elasticiteiten). Hieronder volgt een beoordeling van deze verschillende aannamen.

(21)

De verschillen in aannamen met het grootste effect op de gemiddelde groei van de netto-uitgaven worden hieronder opgesomd, samen met een beoordeling van elk verschil afzonderlijk.

—

In het plan wordt uitgegaan van een uitgangssituatie (structureel primair saldo in 2024) van -0,7 % van het bbp, wat lager is dan de aanname van de Commissie van -0,1 % van het bbp. Dit draagt bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Dit wordt verklaard door recentere informatie in vergelijking met de aannamen van de Commissie, waaronder een lagere raming voor het overheidssaldo in 2024 (-2,8 % van het bbp in het plan vergeleken met -2,4 % van het bbp volgens de aannamen van de Europese Commissie). Dit is in grote lijnen in overeenstemming met de najaarsprognose 2024 van de Commissie. Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.

—

In het plan wordt uitgegaan van een potentiële bbp-groei van gemiddeld 1,6 % tijdens de aanpassingsperiode (2025-2028). Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Na afloop van de aanpassingsperiode (2029-2038) convergeert de potentiële groei naar de aannamen van de Commissie, wat resulteert in een hogere gemiddelde potentiële groei voor het plan dan de aannamen van de Commissie (1,4 % in vergelijking tot 1,3 %). De afwijking tot 2028 wordt verklaard door de gunstigere macro-economische kortetermijnprognoses van Tsjechië in het plan en door een lichte opwaartse herziening van de bbp-groei voor 2023. Bovendien wordt in het plan aangegeven dat in de ramingen van de potentiële groei de macro-economische prognose van augustus 2024 als input wordt gebruikt voor de periode tot 2028. Bovendien blijft de gecumuleerde groei over de prognosehorizon in grote lijnen in overeenstemming met de resultaten van de gezamenlijk overeengekomen methode. Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.

—

In het plan wordt ervan uitgegaan dat de groei van de bbp-deflator over de prognosehorizon gemiddeld 0,5 procentpunten lager zal zijn dan de aanname van de Commissie. Dit draagt bij tot een lagere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. Deze voorzichtiger aanname dan in de voorafgaande richtsnoeren van de Commissie wordt in het plan verklaard door de opname van recentere gegevens, door ervan uit te gaan dat de inflatiedoelstelling (CPI-groei) van 2 % medio 2026 wordt bereikt en door ervan uit te gaan dat de bbp-deflator in 2028 naar deze waarde convergeert en gedurende de resterende prognosehorizon stabiel blijft op de waarden van 2028. Deze aanname wordt naar behoren gemotiveerd geacht.

—

In het plan wordt ervan uitgegaan dat de nominale (impliciete) rentevoet over de prognosehorizon gemiddeld 0,6 procentpunten lager zal zijn dan de aanname van de Commissie. Dit draagt bij tot een hogere gemiddelde groei van de netto-uitgaven gedurende de aanpassingsperiode in het plan dan op basis van de aannamen van de Commissie. De afwijking vloeit voort uit de aanname van een lagere marktrente voor de korte en lange termijn met ongeveer 1 procentpunt, wat een optimistischere aanname is dan die van de Commissie. Dit wordt verklaard door de opname van recentere gegevens en door een andere methode, die is gebaseerd op de verwachting van een daling van de marktrente in overeenstemming met het pad van de basisrentevoet van de centrale bank. De afwijking is ook het gevolg van een iets gunstigere aanname van de reële bbp-groei in het plan (noemereffect). Bijgevolg wordt deze veronderstelling naar behoren gemotiveerd geacht.

De resterende verschillen in aannamen hebben geen significante gevolgen voor de gemiddelde groei van de netto-uitgaven ten opzichte van de aannamen van de Europese Commissie. Over het geheel genomen leiden alle verschillen samen tot een gemiddelde groei van de netto-uitgaven die in het plan lager is dan de gemiddelde groei van de netto-uitgaven die uit de technische informatie naar voren komt. Bovendien verbindt Tsjechië zich in zijn plan tot een netto-uitgavenpad dat nog lager ligt dan dit plafond. De Europese Commissie zal bij toekomstige beoordelingen van de naleving van deze aanbeveling rekening houden met de bovenstaande beoordeling van de aannamen van het plan.

Begrotingsstrategie van het plan

(22)

Het plan bevat geen indicatieve begrotingsstrategie om het netto-uitgavenpad van het plan uit te voeren, aangezien dat pad slechts is vastgesteld als een technisch plafond dat Tsjechië niet mag overschrijden. De exacte specificatie van de relevante beleidsmaatregelen moet vervolgens worden bevestigd of aangepast en gekwantificeerd in de jaarlijkse begrotingen.

Hervormings- en investeringsvoornemens in het plan die aansluiten bij de belangrijkste uitdagingen in het kader van het Europees Semester en bij de gemeenschappelijke prioriteiten van de Unie

(23)

In het plan worden beleidsvoornemens met betrekking tot hervormingen en investeringen beschreven om een antwoord te bieden op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, met name de aan Tsjechië gerichte LSA’s, en om werk te maken van de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Het plan bevat 128 hervormingen en investeringen, waarvan er 78 financieel worden ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit en 85 door fondsen van het cohesiebeleid.

(24)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van de klimaatdoelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119, bevat het plan 63 maatregelen, waarvan er 52 door de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden ondersteund. De maatregelen om de uitdagingen van de groene transitie aan te pakken, zijn opgenomen in het nationale energie- en klimaatplan van Tsjechië. De belangrijkste maatregelen zijn de hervormingen LEX RES I en II, waarmee de vergunningverlening en bouw van hernieuwbare energiebronnen worden gestroomlijnd, energiegemeenschappen worden geïntroduceerd en het Energy Data Centre wordt gelanceerd. Binnenkort zal LEX RES III voorzien in een flexibeler elektriciteitssysteem. Met betrekking tot energie-efficiëntie ondersteunen de programma’s New Green Savings en New Green Savings Light een grondige renovatie van gebouwen. Andere relevante maatregelen zijn de elektrificatie van treinsporen en de vervanging van voertuigen door emissie-efficiëntere exemplaren. Deze maatregelen zijn bedoeld om de landspecifieke aanbevelingen op het gebied van hernieuwbare energie, energie-infrastructuur en -netten en energie-efficiëntie (gericht tot Tsjechië in 2019, 2020, 2022 en 2023) en duurzaam vervoer (gericht tot Tsjechië in 2019, 2020 en 2023) aan te pakken. Wat de uitdagingen van de digitale overgang betreft, omvatten de belangrijkste maatregelen hervormingen en investeringen voor de ontwikkeling van 5G-infrastructuur in plattelandsgebieden en gebieden met een grote behoefte, om de dekking van 5G-signalen uit te breiden, onder meer op vervoerscorridors en in treinen, en om industriële O&O-projecten met gebruikmaking van 5G te ondersteunen. Deze maatregelen hebben betrekking op landspecifieke aanbevelingen (2019 en 2020) op het beleidsterrein van digitale connectiviteit en infrastructuur.

(25)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van sociale en economische veerkracht, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, bevat het plan 48 maatregelen, waarvan er 23 worden ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Wat de uitdagingen voor slimme, duurzame en inclusieve groei betreft, zijn de belangrijkste maatregelen onder meer het wetsvoorstel voor onderzoek, ontwikkeling, innovatie en kennisoverdracht, investeringen in de digitalisering van bedrijven en de nationale strategie voor overheidsopdrachten. Deze maatregelen zijn bedoeld voor de aanpak van de landspecifieke aanbevelingen (2019, 2020 en 2024) op het gebied van het ondernemingsklimaat, met inbegrip van het beleid inzake kmo’s, en onderzoek en innovatie, en de landspecifieke aanbeveling van 2019 inzake op kwaliteit gebaseerde concurrentie bij overheidsopdrachten. Wat de uitdagingen voor de sociale en territoriale cohesie betreft, omvatten de belangrijkste maatregelen de wijziging van de eerste pijler van het pensioenstelsel, een proef met een nieuw instrument “de integratiewerkplek”, de uitbreiding van de capaciteit van de kinderopvang, de omscholing in digitale vaardigheden en de ontwikkeling van digitaal onderwijs. Andere relevante maatregelen zijn de gewijzigde bouwwet en het wetsvoorstel voor huisvestingssteun. Deze maatregelen hebben betrekking op de landspecifieke aanbevelingen (2019, 2022, 2023 en 2024) om de houdbaarheid van de begroting van het pensioenstelsel op lange termijn te waarborgen, de landspecifieke aanbevelingen van 2020 op het gebied van actief arbeidsmarktbeleid en sociale inclusie, de landspecifieke aanbeveling van 2019 om de toegang tot betaalbare kinderopvang te verbeteren, de landspecifieke aanbevelingen van 2019 en 2020 om digitale vaardigheden en toegang tot digitaal leren te bevorderen, de landspecifieke aanbevelingen van 2022 en 2023 om te voorzien in sociale en betaalbare huisvesting, en de landspecifieke aanbeveling van 2024 om een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen te bevorderen door prikkels van het belasting- en uitkeringsstelsel weg te nemen die ouders ervan weerhouden om weer aan het werk te gaan. Met betrekking tot de uitdagingen op het gebied van gezondheid en economische, sociale en institutionele veerkracht omvatten de belangrijkste maatregelen de wet inzake de bescherming van klokkenluiders en het wetsvoorstel voor de regulering van lobbyen, een actieplan inzake personele middelen voor de centrale overheidsinstanties, en de verhoging en indexering van de terugkerende belastingen op onroerend goed. Met deze maatregelen wordt de landspecifieke aanbeveling van 2019 om in behandeling zijnde anticorruptiemaatregelen goed te keuren aangepakt, alsook de landspecifieke aanbeveling van 2024 om de capaciteit van het Tsjechische openbaar bestuur te versterken om talent aan te trekken, te behouden en te ontwikkelen, en de landspecifieke aanbeveling van 2024 om de inkomsten uit terugkerende onroerendgoedbelastingen te verhogen. Wat het beleid voor de volgende generatie betreft, omvatten de belangrijkste maatregelen de verbetering van de kwaliteit en toegankelijkheid van het voorschoolse onderwijs, de ondersteuning van de integratie van kinderen van onderdanen van derde landen, de lopende hervorming van de lerarenopleiding en de versterking van de inclusie in het onderwijs. Met deze maatregelen wordt de landspecifieke aanbeveling van 2019 om de kwaliteit en inclusiviteit van het onderwijs te verhogen, aangepakt.

(26)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van energiezekerheid, bevat het plan maatregelen waarmee deze gemeenschappelijke prioriteit moet worden aangepakt, maar geen van deze maatregelen wordt ondersteund door de herstel- en veerkrachtfaciliteit. De belangrijkste maatregelen omvatten de lease van capaciteit van de lng-terminals en de voltooiing van het TAL+-project met het oog op de geleidelijke uitfasering van Russische fossiele brandstoffen. Verwacht wordt dat met deze maatregelen de landspecifieke aanbeveling van 2022 om de invoer van fossiele brandstoffen te diversifiëren, wordt aangepakt. Bovendien neemt de regering stappen om de bestaande eenheden van de kerncentrale in Dukovany te vervangen.

(27)

Ten aanzien van de gemeenschappelijke prioriteit van defensievermogens, voorziet het plan in een verhoging van de defensie-uitgaven tot ongeveer 2 % van het bbp in 2024, in overeenstemming met de NAVO-verbintenissen.

(28)

Het plan bevat informatie over de samenhang en, in voorkomend geval, de complementariteit met de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan van Tsjechië. Het grootste deel van de maatregelen in het plan wordt gefinancierd door de herstel- en veerkrachtfaciliteit. In het plan en de bijlage bij het plan worden de hervormingen en investeringen in het kader van de fondsen van het cohesiebeleid en het herstel- en veerkrachtplan uitgebreid in kaart gebracht.

(29)

Het plan biedt een overzicht van de nodige overheidsinvesteringen van Tsjechië in verband met de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU. Wat betreft de gemeenschappelijke prioriteit van een rechtvaardige groene en digitale transitie, met inbegrip van overeenstemming met de Europese klimaatwet, omvatten de investeringsbehoeften de transformatie van de energiesector, de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, de vermindering van het energieverbruik en de emissies van gebouwen, de ontwikkeling van 5G-infrastructuur voor mobiele netwerken en de vereenvoudiging van de toegang tot digitale overheidsdiensten. Om te zorgen voor sociale en economische veerkracht is Tsjechië voornemens te investeren in innovatieve startende en groeiende bedrijven, omscholing en bijscholing te vergemakkelijken en de capaciteit van kinderopvang te vergroten. Om de energiezekerheid te vergroten is Tsjechië voornemens om toegepast onderzoek op het gebied van energie te ondersteunen.

Conclusie van de beoordeling van de Commissie

(30)

Concluderend is de Commissie van oordeel dat het plan van Tsjechië aan de vereisten van Verordening (EU) 2024/1263 voldoet.

ALGEMENE CONCLUSIE VAN DE RAAD

(31)

De Raad is ingenomen met het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Tsjechië en is van oordeel dat de volledige uitvoering ervan zou helpen gezonde overheidsfinanciën te waarborgen en de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei te ondersteunen.

(32)

De Raad neemt nota van de beoordeling van het plan door de Commissie. De Raad verzoekt de Commissie echter om bij toekomstige plannen haar beoordeling in een afzonderlijk document op te nemen, los van haar aanbevelingen voor aanbevelingen van de Raad.

(33)

De Raad neemt nota van de beoordeling door de Commissie van het netto-uitgavenpad en de belangrijkste macro-economische aannamen in het plan, onder meer met betrekking tot de voorafgaande richtsnoeren van de Commissie, alsook van de gevolgen van het netto-uitgavenpad in het plan voor het overheidstekort en de overheidsschuld. De Raad neemt nota van de beoordeling van de Commissie dat de macro-economische en budgettaire aannamen, hoewel zij in sommige gevallen afwijken van de aannamen van de Commissie, onder meer om rekening te houden met geactualiseerde macro-economische en begrotingsgegevens, over het algemeen naar behoren gerechtvaardigd zijn en door deugdelijke economische argumenten worden onderbouwd. De Raad neemt nota van de brede begrotingsstrategie van het plan en de risico’s voor de vooruitzichten, die invloed kunnen hebben op het al dan niet werkelijkheid worden van het macro-economische scenario en de onderliggende aannamen en de uitvoering van het netto-uitgavenpad van het plan. De Raad stelt met name op prijs dat de relevante belanghebbenden voorafgaand aan de indiening van het plan zijn geraadpleegd op nationaal niveau. De Raad merkt ook op dat de defensie-uitgaven onder druk kunnen komen te staan door geopolitieke risico’s.

(34)

De Raad verwacht dat Tsjechië klaar staat om zijn begrotingsstrategie waar nodig aan te passen om ervoor te zorgen dat zijn netto-uitgavenpad wordt gevolgd. De Raad besluit de economische en budgettaire ontwikkelingen, met inbegrip van die welke ten grondslag liggen aan het scenario van het plan, nauwlettend te volgen.

(35)

De Raad is van oordeel dat er tijdig voor de volgende ronde van het begrotingstoezicht verdere besprekingen nodig zijn om samen overeenstemming te bereiken over de implicaties van de cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven voor het jaarlijkse toezicht.

(36)

De Raad neemt nota van de beschrijving van de Commissie van de hervormingen en investeringsbehoeften en -voornemens als antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in het kader van het Europees Semester zijn vastgesteld, en benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat dergelijke hervormingen en investeringen worden doorgevoerd. De Raad zal, op basis van de door de Commissie ingediende verslagen, dergelijke hervormingen en investeringen beoordelen en in het kader van het Europees Semester toezien op de uitvoering ervan.

(37)

De Raad ziet uit naar de jaarlijkse voortgangsverslagen van Tsjechië, met daarin met name informatie over de vorderingen bij de uitvoering van het door de Raad vastgestelde netto-uitgavenpad, en over de uitvoering van bredere hervormingen en investeringen in het kader van het Europees Semester.

(38)

Overeenkomstig artikel 17 van Verordening (EU) 2024/1263 moet het in het plan vastgelegde netto-uitgavenpad door de Raad aan Tsjechië worden aanbevolen,

BEVEELT AAN dat Tsjechië:

1.

Waarborgt dat de groei van de netto-uitgaven de in bijlage I bij deze aanbeveling vastgestelde maxima niet overschrijdt.

Gedaan te Brussel, 21 januari 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

A. DOMAŃSKI


(1)  Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj).

(2)  Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L van 2024/1264, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1264/oj).

(3)  Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L, 2024/1265, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1265/oj).

(4)  Netto-uitgaven in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263, namelijk de overheidsuitgaven ongerekend i) rente-uitgaven, ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd, iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s, v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen, en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.

(5)  De aan de lidstaten en het Economisch en Financieel Comité verstrekte voorafgaande richtsnoeren omvatten technische informatie i) zonder en met verlenging van de aanpassingsperiode (respectievelijk vier en zeven jaar), en ii) met en zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort. Zij omvatten ook de belangrijkste initiële voorwaarden en onderliggende aannamen die de Commissie in het kader van haar prognose van de overheidsschuld op middellange termijn heeft gebruikt. Het referentiepad is berekend op basis van de in de Debt Sustainability Monitor 2023 van de Commissie beschreven methode (https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/debt-sustainability-monitor-2023_en). Het is gebaseerd op de voorjaarsprognose 2024 van de Europese Commissie en de verlenging ervan op middellange termijn tot 2033, en de bbp-groei op lange termijn en de vergrijzingskosten zijn in overeenstemming met het gezamenlijke vergrijzingsverslag 2024 van de Commissie en de Raad (https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-and-budgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_en).

(6)   https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/national-medium-term-fiscal-structural-plans_en#czechia.

(7)  De in artikel 8 van Verordening (EU) 2024/1263 vastgestelde waarborg voor de weerbaarheid van het tekort houdt in dat het structurele primaire saldo jaarlijks met 0,4 procentpunten van het bbp verbetert (of 0,25 procentpunten van het bbp in geval van een verlenging van de aanpassingsperiode), totdat het structurele tekort lager is dan 1,5 % van het bbp.

(8)  Aanbeveling van de Raad van 21 oktober 2024 inzake het economisch, begrotings-, werkgelegenheids- en structuurbeleid van Tsjechië. (PB C, C/2024/6810, 29.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6810/oj).

(9)  In het scenario zonder de waarborg voor de weerbaarheid van het tekort.


BIJLAGE I

Maximale groeipercentages van de netto-uitgaven

(jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages, nominaal)

Tsjechië

Jaar

2025

2026

2027

2028

Groeipercentage (%)

Per jaar

4,5

2,5

2,6

2,9

Cumulatief (*1)

10,1

12,9

15,8

19,2


(*1)  De cumulatieve groeipercentages worden berekend op basis van het referentiejaar 2023. De cumulatieve groeipercentages worden gebruikt bij de jaarlijkse controle van naleving achteraf in de controlerekening.


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/666/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)