19.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 187/22


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 6 december 2006

betreffende de steunmaatregel C 22/06 (ex N 615/05) die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen ten gunste van een belastingverlaging voor water-in-olie-emulsies

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2006) 5805)

(Slechts de tekst in de Italiaanse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

(2007/508/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 88, lid 2, eerste alinea,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name op artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden (1) overeenkomstig de genoemde artikelen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken, en rekening houdende met deze opmerkingen,

Overwegende hetgeen volgt:

I.   PROCEDURE

(1)

Bij schrijven van 5 maart 2005, geregistreerd op 13 december 2005, en bij aanvullende brief van 9 januari 2006, geregistreerd op 12 januari 2006, hebben de Italiaanse autoriteiten de Commissie overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag in kennis gesteld van de bovenvermelde steunmaatregel. Bij schrijven van 6 maart 2006 verzocht de Commissie om aanvullende informatie, die de Italiaanse autoriteiten hebben verstrekt bij brief van 6 april 2006.

(2)

Bij schrijven van 7 juni 2006 heeft de Commissie Italië in kennis gesteld van haar besluit de procedure van artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag in te leiden ten aanzien van deze steunmaatregel.

(3)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) bekendgemaakt. De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen over de betrokken steunmaatregel te maken.

(4)

De Commissie heeft van de belanghebbenden opmerkingen ter zake ontvangen. Zij heeft deze voor een reactie aan Italië doorgezonden en heeft bij brieven van 13 september 2006 en 29 september 2006 diens opmerkingen ontvangen.

II.   BESCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

(5)

Geëmulgeerde brandstoffen zijn mengsels van ongeveer 15 % water en 85 % stookolie of gasolie. Zij zijn minder schadelijk voor het milieu dan conventionele brandstoffen. Uit recente studies (3) blijkt dat de toevoeging van water aan brandstoffen leidt tot een betere verbranding in termen van emissies. De verdamping van water tijdens het verbrandingsproces verhoogt de dispersie van de brandstof, hetgeen resulteert in een groter contactoppervlak tussen de brandstof en de lucht. Daardoor wordt de emissie van deeltjes (PM) met 59 % gereduceerd. De verdamping van het water vermindert tevens de verbrandingstemperatuur, waardoor ook de vorming van stikstofoxiden (NOx) met 6 % vermindert. Door het efficiënte verbrandingsproces daalt koolstofmonoxide (CO) met 32 % (4).

(6)

De productie en opslag van emulsies is evenwel kostbaar en daarom is de prijs van het uiteindelijke mengsel hoger dan de marktprijs van fossiele brandstoffen. De energie-efficiëntie van emulsies is 10 % lager dan die van conventionele brandstoffen. Het gebruik van emulsies houdt extra exploitatiekosten in, bijvoorbeeld voor de periodieke herhaling van het proces om te vermijden dat de twee componenten splitsen, de schoonmaak van tanks en de noodzaak van systemen voor de recirculatie van het product.

(7)

In Italië maken meer dan 80 gemeenten (5) thans gebruik van emulsies voor het openbaar vervoer, huisvuilophaling en het goederenvervoer (ongeveer 9 000 voertuigen). Emulsies worden ook gebruikt voor de verwarming van particuliere huizen (ongeveer 100 woningen) en openbare gebouwen als musea, scholen en universiteiten (ongeveer 300 gebouwen).

(8)

De emulsies op de Italiaanse markt zijn meestal gebaseerd op een mengsel van laagzwavelige gasolie en water, en worden gebruikt voor het vervoer en de verwarming. In 2005 hadden de voor het vervoer gebruikte emulsies alle gasolie als basis, terwijl de voor verwarming gebruikte emulsies hetzij gasolie, hetzij laagzwavelige zware stookolie als basis hadden. Andere emulsies van zware stookolie die in de aanmelding waren genoemd — met hoog en laag zwavelgehalte voor industrieel gebruik, en met hoog zwavelgehalte voor verwarmingsdoeleinden — waren in 2005 niet op de markt aanwezig. In vergelijking met conventionele brandstoffen, is de consumptie van emulsies in Italië nog steeds veeleer marginaal. De in 2005 verbruikte volumes emulsies en conventionele brandstoffen (in ton) waren als volgt:

 

Emulsies

Conventionele brandstoffen

Water-gasolie voor transport

79 359

24,5 miljoen

Water-gasolie voor verwarming

12 574

2,9 miljoen

Water-stookolie voor verwarming

12 498

151 000

(9)

Binnen de Gemeenschap vinden emulsies voornamelijk in Italië toepassing. Het gebruik van deze technologie voor het openbaar vervoer bevindt zich evenwel in een experimenteel stadium in een aantal lidstaten, zoals Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Tsjechische Republiek.

(10)

De maatregel is bedoeld om het gebruik van geëmulgeerde brandstoffen te bevorderen door ervoor te zorgen dat zij voor een redelijke prijs beschikbaar zijn. De steun compenseert het prijsverschil tussen conventionele brandstoffen en emulsies. Op die manier wordt het falen van de markt aangepakt, d.w.z. dat de milieuvoordelen van emulsies niet worden weerspiegeld in de marktprijs van conventionele brandstoffen.

(11)

De maatregel heeft een duur van één jaar, van 1 januari 2006 tot 31 december 2006, en de voorziene middelen bedragen 8,9 miljoen euro. Het aantal begunstigden van de regeling zal schommelen tussen 11 en 50 emulsieproducenten.

(12)

Overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit („richtlijn energiebelasting”) (6), en in het bijzonder bijlage II, punt 8, vierde streepje, kon Italië tot eind 2005 een verlaagd accijnstarief toepassen op water/gasolie-emulsies en water/stookolie-emulsies. Italië meldde de maatregel voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2006 aan, en gedurende dat jaar is Italië voornemens de regeling toe te passen overeenkomstig de algemene bepalingen van de richtlijn energiebelasting.

(13)

Ten opzichte van het normale, in Italië toepasselijke tarief voor fossiele brandstoffen, houdt de maatregel als gevolg van de verminderde tarieven de volgende voordelen in (alle kortingen worden verleend per liter van de betrokken gasolie-emulsie, en per kilogram van de betrokken zware stookolie):

Emulsies:

Normaal tarief

Korting

Verminderd tarief

Minimaal belastingniveau krachtens REB (*1)

Water-gasolie, gebruikt als motorbrandstof

403 EUR

146,3 EUR

256,7 EUR

302 EUR

Water-gasolie, gebruikt voor verwarming

403,2 EUR

158 EUR

245,2 EUR

21 EUR

Water-laagzwavelige zware stookolie, gebruikt voor verwarming

64,2 EUR

34,7 EUR

29,5 EUR

15 EUR

In de aanmelding zijn ook verminderde tarieven vermeld voor emulsies die niet op de markt aanwezig zijn, zoals water-zware stookolie-emulsies voor industrieel gebruik met een hoog en laag zwavelgehalte (respectievelijk 41,6 euro en 20,8 euro) en de water-zware stookolie-emulsies met hoog zwavelgehalte voor verwarmingsdoeleinden (99,3 euro).

(14)

In haar brief van 6 maart 2006 verzocht de Commissie de Italiaanse autoriteiten de steunverlening krachtens de huidige regeling op te schorten tot de eventuele onverenigbare steun werd teruggevorderd van de ondernemingen die het voorwerp uitmaken van een negatieve staatssteunbeschikking, in het bijzonder Beschikking 2000/128/EG van de Commissie van 11 mei 1999 betreffende de steun verleend door Italië voor maatregelen ten behoeve van de werkgelegenheid (PB L 42 van 2000, blz. 1), Beschikking 2003/193/EG van de Commissie betreffende belastingvrijstellingen en leningen tegen gunstige voorwaarden die Italië heeft verstrekt ten gunste van nutsbedrijven waarin de overheid een meerderheidsdeelneming heeft (7), Beschikking 2004/800/EG van de Commissie van 30 maart 2004 betreffende de staatssteunregeling die Italië ten uitvoer heeft gelegd betreffende spoedmaatregelen inzake werkgelegenheid (8) en Beschikking 2005/315/EG van de Commissie van 20 oktober 2004 betreffende de steunregeling die Italië heeft toegepast ten gunste van ondernemingen die in de door natuurrampen in 2002 getroffen gemeenten investeringen hebben gedaan (9).

III.   REDENEN VOOR DE INLEIDING VAN DE PROCEDURE VAN ARTIKEL 88, LID 2

(15)

Met betrekking tot als motorbrandstof gebruikte water-gasolie-emulsies past Italië, uitsluitend op het fossiele-brandstofgedeelte van het mengsel, het minimale belastingtarief toe (302 euro). Derhalve bedraagt de uiteindelijke belasting op deze emulsie 256,7 euro. De Commissie betwijfelde of de belastingverlaging voor als motorbrandstof gebruikte emulsies in overeenstemming is met de belastingniveaus die conform de richtlijn energiebelasting van toepassing zijn, en of zij geen dermate ongunstige invloed op de handelsvoorwaarden en de mededinging hebben gehad dat het gemeenschappelijk belang werd geschaad.

(16)

Bovendien hebben de Italiaanse autoriteiten geweigerd te beloven dat zij geen nieuwe steun krachtens de huidige regeling zullen verlenen aan ondernemingen die de onverenigbare steun nog niet hebben terugbetaald overeenkomstig de vroegere terugvorderingsbeschikking. Derhalve was het voor de Commissie onmogelijk om het gecumuleerde effect van de concurrentieverstoring die door de oude en de nieuwe steun wordt veroorzaakt, in aanmerking te nemen.

IV.   OPMERKINGEN VAN BELANGHEBBENDEN

(17)

De volgende belanghebbenden hebben opmerkingen gemaakt: de Unione Petrolifera, op 3 augustus 2006 en de European Emulsified Fuel Manufacturers Association (EEFMA), op 7 augustus 2006.

(18)

De EEFMA benadrukte dat emulsies de enige brandstoffen zijn die tegelijk de uitstoot van stikstofoxide, deeltjes en koolstofdioxide van dieselmotoren verminderen zonder dat er mechanische aanpassingen noodzakelijk zijn.

(19)

De EEFMA heeft in detail uitgelegd dat de toevoeging van water aan de gasolie de kenmerken van de brandstof wijzigt. De aanwezigheid van water geeft de emulsie een melkachtig aspect bij kamertemperatuur, terwijl gasolie helder en transparant is. De kenmerkende eigenschap van de emulsie is haar stabiliteit bij centrifugeren. Het dichtheidsinterval van de emulsie (842-870 kg/m3) is aanzienlijk hoger dan dat van gasolie (820-845 kg/m3). Hetzelfde geldt voor de viscositeitsgrenzen bij 40 °C. Het gemiddelde kalorische vermogen van gasolie bedraagt 10 500 kcal/kg, terwijl dat van emulsies 9 300 kcal/kg bedraagt. Dit verschil verklaart waarom het gemiddelde verbruik van emulsies per afgelegde kilometer hoger is dan dat van gasolie.

(20)

De Unione Petrolifera merkte op dat de begunstigden van de betrokken staatssteun niet dezelfde zijn als de begunstigden van de onrechtmatig geachte steun die overeenkomstig de in overweging 14 vermelde beschikkingen werd ontvangen.

V.   OPMERKINGEN VAN ITALIË

(21)

Italië heeft haar opmerkingen op 11 juli 2006 geformuleerd en heeft gereageerd op de opmerkingen van derden bij brieven van 13 september 2006 en 28 september 2006.

(22)

De Italiaanse autoriteiten hebben de specifieke kenmerken van emulsies in detail beschreven. Zij wezen er in het bijzonder op dat emulsies, wegens hun fysieke structuur, als tweedelig beschouwd moeten worden: één „actief” deel, bestaande uit koolwaterstoffen (gasolie of stookolie), die als zodanig energie kunnen produceren na carburatie of verbranding; en een ander „passief” deel, bestaande uit water, dat als doel heeft de vervuilende uitstoot te verminderen in vergelijking met gasolie of stookolie in zuivere vorm. Het in de emulsies aanwezige water absorbeert ook energie tijdens het verwarmingsproces, en verandert in stoom. Derhalve zijn dergelijke emulsies producten met specifieke kenmerken die verschillen van de traditionele petroleumproducten.

(23)

De Italiaanse autoriteiten hebben onderstreept dat het water slechts tijdelijk aanwezig is in het mengsel, met als doel de verbranding te verbeteren, hetgeen resulteert in een vermindering van de uitstoot van vervuilende stoffen en positieve gevolgen voor het milieu.

(24)

Met betrekking tot de door de Unione Petrolifera gemaakte opmerkingen over de begunstigden van de betrokken steun, hebben de Italiaanse autoriteiten zich ertoe verbonden de betaling van de steun op te schorten indien de begunstigde een onderneming zou zijn die de eventuele onrechtmatige en onverenigbare steun die zij had ontvangen op basis van één van de door de Commissie vermelde steunmaatregelen, nog niet terugbetaald of op een geblokkeerde rekening gestort zou hebben.

VI.   BEOORDELING VAN DE MAATREGEL

(25)

Italië heeft de maatregel bij de Commissie aangemeld, en de inwerkingtreding ervan is onderworpen aan de goedkeuring van de Commissie; derhalve heeft Italië voldaan aan zijn verplichtingen overeenkomstig artikel 88, lid 3, van het EG-Verdrag. Aangezien Italië de steun heeft aangemeld voor de periode van 1 januari 2006 tot 31 december 2006, betreft deze beoordeling alleen deze periode en doet zij niets af aan de door Italië in het verleden toegepaste maatregel.

De vraag of er sprake is van steun in de zin van artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag

(26)

Overeenkomstig artikel 87 van het EG-Verdrag wordt onder staatssteun verstaan a) steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, b) die de mededinging vervalsen, c) door begunstiging van bepaalde ondernemingen, d) voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.

(27)

Deze maatregel heeft tot doel de emulsieproducenten te compenseren voor een deel van hun productiekosten; de maatregel begunstigt derhalve bepaalde ondernemingen en de productie van bepaalde goederen. De vermindering van het accijnstarief wordt bekostigd met staatsmiddelen, aangezien de staat, door de belastingheffing op de producten te verlichten, afziet van inkomsten.

(28)

De maatregel is selectief omdat voor de productie van emulsies specifieke knowhow en uitrusting is vereist en de emulsies verkocht worden aan een beperkt aantal afnemers. Daarom zijn de kosten voor toegang tot de markt van emulsies hoog. De vermindering van de belasting op emulsies bevoordeelt slechts een beperkt aantal emulsieproducenten.

(29)

Als gevolg van de belastingvermindering kunnen de prijzen van emulsies verlaagd worden tot een niveau dat kan concurreren met fossiele brandstoffen. Daar emulsies als vervangproduct voor fossiele brandstoffen kunnen dienen, kan dit voordeel de concurrentie op de interne markt van de Europese Unie verstoren. Aangezien brandstoffen internationaal worden verhandeld, kan de maatregel tevens het handelsverkeer tussen lidstaten ongunstig beïnvloeden; derhalve vormt hij staatssteun overeenkomstig artikel 87, lid 1, van het EG-Verdrag.

Vrijstelling overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag

(30)

Volgens artikel 87, lid 3, onder c), van het EG-Verdrag kan van de in lid 1 van dat artikel vervatte algemene regel inzake onverenigbaarheid van staatssteun worden afgeweken voor steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad.

(31)

De voorgenomen steunmaatregelen zijn bedoeld om het gebruik van milieuvriendelijke brandstoffen te stimuleren, om zo de uitstoot van vervuilende stoffen, met inbegrip van deeltjes, en in mindere mate van broeikasgassen, te verminderen. De Commissie merkt op dat de vermindering van deze gassen en van de uitstoot van vervuilende stoffen sinds 1985 door middel van talrijke communautaire maatregelen is aangemoedigd (10), waarvan de thematische strategie inzake luchtverontreiniging (11) het meest recente raamwerk vormt. De doelstellingen van de betrokken regeling liggen in de lijn van het beleid van de Europese Unie in deze sector.

(32)

Geëmulgeerde brandstoffen vallen niet onder de definitie van hernieuwbare energiebronnen van Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001 betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt (12), en worden niet als biobrandstoffen beschouwd overeenkomstig Richtlijn 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2003 ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer (13). Het gebruik van geëmulgeerde brandstoffen leidt evenwel tot een vermindering van de uitstoot van vervuilende stoffen en broeikasgas. Derhalve houdt de maatregel een duidelijk milieuvoordeel in, zoals ook bevestigd werd door het Auto/Oil II-programma (14). De Commissie herinnert eraan dat aangetoond werd dat geemulgeerde brandstoffen leiden tot een vermindering van de deeltjes met 59 %, een vermindering van stikstofoxiden (NOx) met 6 % en van koolstofmonoxide (CO) met 32 % (de werkelijke reducties hangen af van de verhouding water/gasolie). Uit andere proeven en studies is gebleken dat ook de uitstoot van broeikasgas in geringe mate vermindert. Deze voordelen liggen volledig in de lijn van het communautaire milieubeleid.

(33)

Volgens punt E 3.3 van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (15) (de kaderregeling milieusteun), vormt exploitatiesteun ten behoeve van de productie van energie uit hernieuwbare bronnen in het algemeen toegelaten steun. De Commissie is van mening dat voor deze steun bijzondere regels kunnen worden vastgesteld, omdat energiebronnen in bepaalde gevallen moeilijk kunnen concurreren met de traditionele energiebronnen.

(34)

In punt 6 van de kaderregeling milieusteun worden hernieuwbare energiebronnen op dezelfde manier gedefinieerd als in Richtlijn 2001/77/EG. Zoals hierboven werd vermeld, vallen emulsies niet onder deze definitie. Wegens de volgende redenen is de Commissie evenwel van mening dat de aangemelde steun beoordeeld kan worden naar analogie met punt E 3.3 van de kaderregeling milieusteun:

—

Zoals uiteengezet werd in overweging 31, is de regeling in overeenstemming met de communautaire beleidsdoelstellingen en is zij voordelig voor het milieu.

—

Emulsies hebben te kampen met dezelfde moeilijkheden als brandstoffen die afkomstig zijn van hernieuwbare energiebronnen (bijvoorbeeld biobrandstoffen) om te kunnen concurreren met brandstoffen uit conventionele bronnen: namelijk hoge (initiële) productiekosten, een gebrek aan geschikte infrastructuur in het distributiekanaal en een gebrek aan gebruikers met voertuigen die uitgerust zijn met aangepaste verbrandingssystemen.

—

De concurrentieverstoring ten opzichte van conventionele brandstoffen zal relatief beperkt blijven, gezien de sterke positie van de conventionele brandstoffen op de markt en het beperkte aantal gebruikers van emulsies.

—

Ook de verstoring van de handelsvoorwaarden in vergelijking met conventionele brandstoffen zal beperkt blijven, gezien de specifieke transport- en opslagvereisten van emulsies, bijvoorbeeld de noodzakelijke periodieke herhaling van het proces.

—

Italië zal periodieke controleverslagen indienen die de Commissie in staat zullen stellen de toepassing van de regeling te beoordelen.

(35)

Volgens punt 56 van de kaderregeling milieusteun kan exploitatiesteun voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen gerechtvaardigd zijn om het verschil tussen de productiekosten van de energie uit hernieuwbare energiebronnen (in dit geval emulsies) ten opzichte van de marktprijs van deze energie te dekken. Dit houdt in dat de productiekosten van emulsies, na rekening te hebben gehouden met de steun, geen tekenen van overcompensatie mogen vertonen, d.w.z. dat zij niet onder de marktprijs mogen liggen van vergelijkbare energie die verkregen werd uit energiebronnen waarvoor geen steun wordt verleend.

(36)

Italië heeft prognoses van de productiekosten verstrekt op basis van de cijfers over 2006. De belangrijkste bepalende factor voor de productiekosten van emulsies is de prijs van de grondstoffen (bijvoorbeeld oppervlakteactieve stoffen en antivriesmiddelen) die aan de fossiele brandstoffen en het water moeten worden toegevoegd. Voorts zijn er de kosten voor de logistiek, zoals voor de opslag in speciale tanks en het transport in speciaal daarvoor geschikte vrachtwagens. Naast de productiekosten moet er rekening mee gehouden worden dat wegens de lagere energetische waarde van emulsies in vergelijking met fossiele brandstoffen, het verbruik van emulsies naar schatting 10 % hoger ligt. Bovendien houdt het gebruik van emulsies extra exploitatiekosten voor de verbruikers in (bijvoorbeeld het schoonmaken van tanks en hercirculeringssystemen). Bij de berekening van de totale kosten voor de productie van emulsies werd een eerlijke winstmarge van 5 % in aanmerking genomen. De marktprijs van fossiele brandstoffen die Italië heeft gebruikt voor de vergelijking met gasolie-emulsies is het gemiddelde van de gasolieprijzen over de eerste vijftien dagen van maart 2006 (16).

(37)

Uit onderstaande tabel, die gebaseerd is op de door Italië verstrekte informatie, blijkt dat de steun de producenten in staat stelt emulsies te verkopen tegen een prijs die net voldoende is om te concurreren met fossiele brandstoffen.

(38)

Om tijdens de volledige duur van de regeling overcompensatie te vermijden, heeft Italië zich ertoe verbonden om de zes maanden de verandering van prijzen van fossiele brandstoffen en productiekosten van emulsies te controleren. Indien het verschil tussen de productiekosten van emulsies en de referentieprijs van fossiele brandstoffen het bedrag van de korting overstijgt, zal Italië de belastingverlaging aanpassen om te voorkomen dat er overcompensatie optreedt.

 

Emulsies

Water/gasolie, gebruikt als motorbrandstof

Water/gasolie, gebruikt voor verwarming

Water/laagzwavelige zware stookolie

Grondstoffen:

A)

Fossiele brandstoffen

387

387

362

B)

Gedeïoniseerd water

0,5

0,5

0,5

C)

Oppervlakteactieve stoffen en ammortizatieonderzoek

62

62

14,5

D)

Antivriesmiddelen

8

8

 

E)

Cetaanverbeteraar

3,5

3,5

 

F)

Antibacteriële stoffen

1

1

 

Logistieke kosten:

G)

Opslag

6

6

6

H)

Transport in speciale vrachtwagens

4

4

4

I)

Overige (buitengewone) kosten

1

1

1

J)

Productiekosten

10

10

10

K)

Totale kosten: som van A tot en met J

483

483

398

L)

Winstmarge: 5 % van K

24,15

24,15

19,9

M)

Totaal, exclusief belasting: K + L

507,15

507,15

417,9

N)

Accijnsbelasting op emulsies

256

245

29,5

O)

Aanpassingsfactor kalorische waarde: 10 % van (M + N)

76,31

75,21

44,74

P)

Extra exploitatiekosten

10

10

10

R)

Eindprijs emulsies, exclusief btw: (M + N + O + P)

849,46

837,36

502,14

S)

Eindprijs fossiele brandstoffen, exclusief btw (*2):

843

831

490

Verschil (R-S) (*3)

6,46

6,36

12,14

(39)

Derhalve concludeert de Commissie dat de steun zich beperkt tot de compensatie van het verschil tussen de kosten voor het produceren van energie uit hernieuwbare energiebronnen, en de marktprijs van die energie, en dat er dus geen sprake is van overcompensatie in de zin van de kaderregeling milieusteun.

(40)

Aangezien de maatregel betrekking heeft op een vermindering van de accijnsbelasting op een energieproduct heeft de Commissie de maatregel ook getoetst aan de richtlijn energiebelasting.

(41)

De richtlijn energiebelasting voorziet in minimumbelastingniveaus voor energieproducten. Wat de brandstofmengsels betreft, zijn de minimumniveaus van toepassing op de eindproducten. De richtlijn energiebelasting staat de lidstaten toe om, teneinde beleidsmaatregelen ten uitvoer te leggen die op de nationale situatie zijn afgestemd, belastingvrijstellingen en -verlagingen toe te passen, mits dit de goede werking van de interne markt niet schaadt en niet tot concurrentieverstoringen leidt.

(42)

In principe kunnen de lidstaten volgens artikel 5 van de richtlijn energiebelasting lagere belastingniveaus toepassen op de eindproducten, voor zover deze niet lager zijn dan het minimumbelastingniveau in bepaalde specifieke gevallen, bijvoorbeeld wanneer de kwaliteit van de brandstoffen verbeterd wordt. Krachtens artikel 16 kunnen de lidstaten belastingvrijstellingen of -verlagingen verlenen voor het deel uit hernieuwbare bronnen en het deel water in het mengsel.

(43)

Om artikel 5 als rechtvaardiging voor belastingverlagingen te kunnen inroepen, moeten de emulsies van betere kwaliteit zijn dan de daarmee overeenstemmende fossiele brandstoffen. Uit de door Italië verstrekte informatie en de opmerkingen van derden blijkt duidelijk dat de toevoeging van water aan fossiele brandstoffen, de fysieke eigenschappen van de brandstof wijzigt en voordelen voor het milieu inhoudt.

(44)

Door de toevoeging van water verandert het uitzicht, de dichtheid, de viscositeit en de kalorische waarde van de brandstof. De aanwezigheid van water verbetert de kwaliteit van de verbranding en resulteert in een minder verontreinigende uitstoot van PM-deeltjes, stikstofoxiden en koolstofdioxiden. Derhalve kunnen emulsies als zodanig gezien worden als van betere kwaliteit dan fossiele brandstoffen. Op grond van artikel 5 kan de accijnsbelasting op emulsies verlaagd worden tot de door de richtlijn energiebelasting voorgeschreven minimumbelastingniveaus.

(45)

In het geval van als motorbrandstof gebruikte water-gasolie-emulsies, beroept Italië zich op artikel 16: uitgaande van het minimumbelastingniveau van 302 euro, wordt het watergedeelte van het mengsel vrijgesteld. Zo komt de eindbelasting op deze emulsies op 15 % lager uit dan het minimumbelastingniveau, namelijk op 256,7 euro.

(46)

De Commissie is van oordeel dat deze benadering, in het specifieke geval van emulsies, gerechtvaardigd is op grond van artikel 5, juncto artikel 16, van de richtlijn energiebelasting. De toevoeging van water aan fossiele brandstoffen resulteert in een fysiek verschillend product met een betere verbrandingskwaliteit en positieve effecten voor het milieu. Dit geeft aanleiding tot de toepassing van artikel 5, eerste streepje, van de richtlijn. Tegelijk bevat het eindproduct 15 % water, dat in aanmerking komt voor belastingverlichtingen overeenkomstig artikel 16.

(47)

Wegens de hierboven uiteengezette redenen zijn de door Italië voorgestelde belastingverminderingen voor emulsies in overeenkomst met de richtlijn energiebelasting.

(48)

Voorts wees de Commissie op het probleem van een mogelijke cumulatie van de verstoring als gevolg van de steun die verleend werd krachtens de belastingverlagingsregeling en andere verstoringen als gevolg van andere onrechtmatige en onverenigbare steun, in het bijzonder in het kader van de in overweging 14 vermelde regelingen, die nog niet terugbetaald werd. Volgens het arrest van het Hof van Justitie van 15 mei 1997 (17), zou de verenigbaarheid van nieuwe steun kunnen afhangen van het bestaan van eerdere, onrechtmatige steun die niet werd terugbetaald, aangezien het cumulerende effect van de steun een aanzienlijke verstoring van de mededinging op de gemeenschappelijke markt kan veroorzaken.

(49)

De Commissie merkt op dat, betreffende de toepassing van het Deggendorf-arrest, de Italiaanse autoriteiten verwezen hebben naar de door Unione Petrolifera gemaakte opmerkingen, waarin stond: „De begunstigden van de steun ter zake zijn verschillend van de begunstigden van de vermeende onrechtmatige steun”. Rekening houdend met deze opmerkingen hebben de Italiaanse autoriteiten er zich in verband met deze maatregel toe verbonden de betaling van de betrokken steun op te schorten indien de begunstigde een onderneming zou zijn die eventuele onrechtmatige en onverenigbare steun, ontvangen op basis van een van de door de Commissie in haar besluit tot inleiding van de procedure vermelde steunmaatregelen, nog niet terugbetaald zou hebben of op een geblokkeerde rekening zou hebben gestort.

(50)

De Commissie merkt voorts op dat zij tijdens de procedure krachtens artikel 88, lid 2, van het EG-Verdrag geen opmerkingen van derden heeft ontvangen volgens welke de voorgenomen steun een zodanige ongunstige invloed op de handelsvoorwaarden en op de mededinging zou hebben dat het gemeenschappelijk belang zou worden geschaad.

VII.   CONCLUSIES

(51)

Op grond van het bovenstaande concludeert de Commissie dat de maatregel in overeenstemming is met de relevante bepalingen van de kaderregeling milieusteun, die naar analogie werd toegepast, en de relevante bepalingen van de richtlijn energiebelasting. Bovendien heeft Italië zich ertoe verbonden geen nieuwe steun krachtens de huidige regeling te verlenen aan ondernemingen die de onverenigbare steun nog niet hebben terugbetaald overeenkomstig de relevante eerdere terugvorderingsbeschikkingen. De maatregel kan derhalve verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden geacht in de zin van artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De maatregel die Italië voornemens is ten uitvoer te leggen betreffende belastingverlagingen voor emulsies in 2006, ten bedrage van 8,9 miljoen euro, is overeenkomstig artikel 87, lid 3, onder c), van het Verdrag, met de gemeenschappelijke markt verenigbaar.

Dienovereenkomstig wordt de tenuitvoerlegging van de maatregel toegestaan.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Republiek Italië.

Gedaan te Brussel, 6 december 2006.

Voor de Commissie

Neelie KROES

Lid van de Commissie


(1)   PB C 157 van 6.7.2006, blz. 8.

(2)  Zie voetnoot 1.

(3)  Studies die werden uitgevoerd door Laboratori ENI Tecnologie en door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie in Ispra (bijvoorbeeld onderzoek dat werd uitgevoerd in het kader van actie 2113 — Emissions Characterisation and Inventories).

(4)  De werkelijke vermindering hangt af van de verhouding water/diesel.

(5)  Waaronder grote steden zoals Milaan, Rome, Napels, Turijn en Genova.

(6)   PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51.

(*1)   REB – Richtlijn Energiebelasting

(7)   PB L 77 van 24.3.2003, blz. 21.

(8)   PB L 352 van 27.11.2004, blz. 10.

(9)   PB L 100 van 20.4.2005, blz. 46.

(10)  Zie onder andere het Witboek van 1997 over hernieuwbare energiebronnen (COM(1997) 599 def. van 26.11.1997), het Groenboek van de Commissie inzake een Europese strategie voor een continue energievoorziening (COM(2000) 769 van 29.11.2000), en de mededeling van de Commissie over alternatieve brandstoffen voor het wegvervoer en een pakket maatregelen ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen (COM(2001) 547 van 7.11.2001).

(11)  COM(2005) 446.

(12)   PB L 283 van 27.10.2001, blz. 33.

(13)   PB L 123 van 17.5.2003, blz. 42.

(14)  Zie het ten behoeve van het DG Energie en vervoer opgestelde eindverslag over het programma op de volgende website: http://ec.europa.eu/energy/oil/fuels/doc/alternative_fuels_en.pdf

(15)   PB C 37 van 3.2.2001, blz. 3.

(16)  Voor de vergelijking met emulsies van zware stookolie werd gebruikgemaakt van de door de Kamer van Koophandel van Milaan opgetekende gemiddelde marktprijs.

(*2)   Dit cijfer verwijst naar de gemiddelde Platt’s-prijs van laagzwavelige diesel over de eerste vijftien dagen van maart 2006 + 25 euro/1 000 l, hetgeen overeenkomt met het gemiddelde verschil tussen de prijzen buiten het netwerk en de prijs van Platt’s. Er werd uitgegaan van een densiteit van gasolie van 0,845 kg/l. Voor zware stookolie gebruikt voor verwarmingsdoeleinden werd de prijs vastgesteld op basis van de door de Kamer van Koophandel van Milaan opgetekende gemiddelde marktprijs.

(*3)   Indien het verschil positief is, kan het steunniveau aanvaard worden. Indien het verschil negatief is, betekent dit dat het steunniveau te hoog is en dat er sprake is van overcompensatie.

(17)  Zaak C-355/95P, Textilwerke Deggendorf GmbG (TWD) tegen Commissie, Jurispr. 1997, blz. I-2549, overwegingen 25-27.