<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><JUDGMENT xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.JUDGMENT><REF.CASE FILE="ECRCJ2004NLB.0300319701.case.xml"><NO.CASE>C-201/03</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62003J0201</NO.CELEX><NO.SEQ>0015.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>3198</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>3202</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>5</PAGE.TOTAL><AUTHOR>CJ</AUTHOR></BIB.JUDGMENT><CURR.TITLE><LEFT>ARREST VAN <DATE ISO="20040330">30. 3. 2004</DATE> — ZAAK C-201/03</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / ZWEDEN</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Arrest van het Hof</HT> (Vijfde kamer)</P><P><DATE ISO="20040330">30 maart 2004</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Zweeds.</P></NOTE></P></TI></TITLE><JUDGMENT.INIT><P>In zaak C-201/03,</P></JUDGMENT.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door L. Ström en M. Konstantinidis als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,</P><PARTY.STATUS>verzoekster,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Koninkrijk Zweden,</HT> vertegenwoordigd door A. Kruse als gemachtigde,</P><PARTY.STATUS>verweerder,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><P>betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk Zweden, door niet ter uitvoering van artikel 3, lid 1, van richtlijn 75/439/EEG van de Raad van <DATE ISO="19750616">16 juni 1975</DATE> inzake de verwijdering van afgewerkte olie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="194" DATE.PUB="1975" PAGE.FIRST="23">PB L 194, blz. 23</REF.DOC.OJ>), zoals gewijzigd bij richtlijn 87/101/EEG van de Raad van <DATE ISO="19861222">22 december 1986</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="042" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="43">PB 1987, L 42, blz. 43</REF.DOC.OJ>), de nodige maatregelen te nemen om voorrang te geven aan de behandeling van afgewerkte olie door regeneratie wanneer beperkingen van<?PAGE NO="I-3199"?> technische, economische en organisatorische aard zich daar niet tegen verzetten, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen,</P><P>wijst</P><PREAMBLE><PREAMBLE.INIT><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),</P><P>samengesteld als volgt: C. Gulmann, kamerpresident, S. von Bahr en R. Silva de Lapuerta (rapporteur), rechters,</P><P>advocaatgeneraal: C. Stix-Hackl,</P><P>griffier: R. Grass,</P></PREAMBLE.INIT><GR.VISA><VISA>gezien het rapport van de rechterrapporteur,</VISA><VISA>gelet op de beslissing, de advocaatgeneraal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,</VISA></GR.VISA><PREAMBLE.FINAL><P>het navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE><CONTENTS.JUDGMENT><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Arrest</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op <DATE ISO="20030513">13 mei 2003</DATE>, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep<?PAGE NO="I-3200"?> ingesteld strekkende tot vaststelling dat het Koninkrijk Zweden, door niet ter uitvoering van artikel 3, lid 1, van richtlijn 75/439/EEG van de Raad van <DATE ISO="19750616">16 juni 1975</DATE> inzake de verwijdering van afgewerkte olie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="194" DATE.PUB="1975" PAGE.FIRST="23">PB L 194, blz. 23</REF.DOC.OJ>), zoals gewijzigd bij richtlijn 87/101/EEG van de Raad van <DATE ISO="19861222">22 december 1986</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="042" DATE.PUB="1987" PAGE.FIRST="43">PB 1987, L 42, blz. 43</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>richtlijn 75/439<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>), de nodige maatregelen te nemen om voorrang te geven aan de behandeling van afgewerkte olie door regeneratie wanneer beperkingen van technische, economische en organisatorische aard zich daar niet tegen verzetten, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Volgens artikel 2 van richtlijn 87/101 dienden de lidstaten de nodige maatregelen te treffen om vanaf <DATE ISO="19900101">1 januari 1990</DATE> aan deze richtlijn te voldoen.</TXT></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Omdat zij van oordeel was dat artikel 3, lid 1, van richtlijn 75/439 niet binnen de gestelde termijn in Zweeds recht was omgezet, heeft de Commissie een nietnakomingsprocedure tegen het Koninkrijk Zweden ingeleid. Na deze lidstaat te hebben aangemaand zijn opmerkingen in te dienen, heeft zij op <DATE ISO="20020321">21 maart 2002</DATE> een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij het Koninkrijk Zweden verzocht binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan dat advies te voldoen. Omdat uit de door de Zweedse autoriteiten verstrekte informatie bleek dat de betrokken bepaling nog steeds niet was uitgevoerd, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>De Zweedse regering, die de niet-uitvoering niet betwist, stelt dat dit te wijten is aan het feit dat de bevoegde autoriteiten zich beraden op mogelijke regelingen om voorrang te kunnen geven aan de behandeling van afgewerkte olie door regeneratie.</TXT></NP><?PAGE NO="I-3201"?><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>In dit verband volstaat het erop te wijzen dat, volgens vaste rechtspraak, een lidstaat zich niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen ter rechtvaardiging van de niet-uitvoering van een richtlijn binnen de gestelde termijn (zie met name arresten van <DATE ISO="20010308">8 maart 2001</DATE>, Commissie/Portugal, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-276/98" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-1699">C-276/98, Jurispr. blz. I-1699, punt 20</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20021107">7 november 2002</DATE>, Commissie/Spanje, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-352/01" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-10263">C-352/01, Jurispr. blz. I-10263, punt 8</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>In deze omstandigheden is het door de Commissie ingestelde beroep gegrond.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Bijgevolg staat vast dat het Koninkrijk Zweden, door niet ter uitvoering van artikel 3, lid 1, van richtlijn 75/439 de nodige maatregelen te nemen om voorrang te geven aan de behandeling van afgewerkte olie door regeneratie wanneer beperkingen van technische, economische en organisatorische aard zich daar niet tegen verzetten, de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Zweden in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie worden verwezen in de kosten.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><?PAGE NO="I-3202"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET HOF VAN JUSTITIE</P><P>(Vijfde kamer),</P><P>rechtdoende, verstaat:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Door niet ter uitvoering van artikel 3, lid 1, van richtlijn 75/439/EEG van de Raad van <DATE ISO="19750616">16 juni 1975</DATE> inzake de verwijdering van afgewerkte olie, zoals gewijzigd bij richtlijn 87/101/EEG van de Raad van <DATE ISO="19861222">22 december 1986</DATE>, de nodige maatregelen te nemen om voorrang te geven aan de behandeling van afgewerkte olie door regeneratie wanneer beperkingen van technische, economische en organisatorische aard zich daar niet tegen verzetten, is het Koninkrijk Zweden de krachtens deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.</HT></TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT><HT TYPE="BOLD">Het Koninkrijk Zweden wordt verwezen in de kosten.</HT></TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.JUDGMENT><SIGNATURE.CASE><P>Gulmann</P><P>von Bahr</P><P>Silva de Lapuerta</P><P>Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op <DATE ISO="20040330">30 maart 2004</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>R. Grass</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Vijfde kamer</P><P>C. Gulmann</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></JUDGMENT>