Publicatieblad Nr. C 337 E van 28/11/2000 blz. 0029 - 0030
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van uitzonderlijke financiële bijstand aan Montenegro (door de Commissie ingediend) MEMORIE VAN TOELICHTING Inleiding Montenegro is een republiek die deel uitmaakt van de Federale Republiek Joegoslavië en ongeveer 600.000 inwoners telt. De macro-economische toestand van Montenegro is voortdurend verslechterd tijdens een decennium van geleidelijk uiteenvallen van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië, wegvallen van zijn handelspartners, oorlogen in de regio alsook economische achteruitgang van de grote Servische markt. Het uitbreken van de Kosovo-crisis en de grote toevloed van vluchtelingen uit Kosovo leidden tot een verdere verslechtering van de economische situatie in Montenegro. Bovendien zijn de laatste jaren de Servische en de Montenegrijnse Republiek in zowel politiek als economisch opzicht uit elkaar gegroeid. De Servische/federale regering aan de ene kant en de Montenegrijnse regering aan de andere kant volgen steeds meer uiteenlopende politieke benaderingen ten aanzien van de uitdagingen waarmee de Federale Republiek Joegoslavië wordt geconfronteerd. De Montenegrijnse regering is voorstander van democratische beginselen en staat open voor de EU en hervormingen in de richting van een goed functionerende markteconomie. Het beleid dat op federaal vlak wordt gevoerd, met name op monetair gebied, betekent volgens de regering van Montenegro geen steun voor haar hervormingsinspanningen, wat Montenegro ertoe heeft gebracht stappen te ondernemen om zelf een uitweg te zoeken voor het oplossen van zijn politieke problemen. Uitgaande van de moeilijke situatie van de democratische regering van Montenegro en de ernstige economische crisis waaronder de bevolking te lijden heeft, heeft de Gemeenschap voorzien in aanzienlijke economische bijstand voor Montenegro. De steun (humanitaire steun, OBNOVA, voedselvoorzieningsprogramma en andere steun) in 1998-1999 beliep meer dan 60 miljoen euro, waarvan op dit ogenblik ongeveer tweederde reeds ter beschikking werd gesteld. Het gaat om aanzienlijke humanitaire bijstand alsook uitzonderlijke budgettaire bijstand om de uitgaven te dekken die samenhangen met de grote toestroom van vluchtelingen. Op 23-24 maart 2000 heeft de Europese Raad in Lissabon gewezen op de dringende behoefte aan aanzienlijke bijstand aan Montenegro teneinde ervoor te zorgen dat de democratische regering van het land kan blijven voortregeren en om te vermijden dat zich in de betrokken regio nog andere ernstige crises voordoen. Verder heeft de Europese Raad de bevoegde instellingen verzocht om onverwijld de nodige beslissingen te nemen met betrekking tot de financiering [..] van projecten, programma's en andere vormen van bijstand die de onmiddellijke financiële noden van Montenegro kunnen milderen, zo nodig door gebruikmaking van EU-begrotingsreserves, alsook door verlening van macro-economische bijstand. Tegen deze achtergrond wordt voorgesteld aan Montenegro uitzonderlijke financiële bijstand te verlenen naast de bijstand die door de Gemeenschap voor het jaar 2000 reeds wordt beoogd in het kader van de OBNOVA-verordening (20 miljoen euro) en het voedselvoorzieningsprogramma (10-12 miljoen euro). De macro-economische toestand in Montenegro Over de economie van Montenegro is zeer moeilijk nauwkeurige statistische informatie te verkrijgen. Volgens voorzichtige ramingen bedraagt het BBP ongeveer 500 miljoen euro (1 miljard DM). Uit cijfers van het Ministerie van Financiën van Montenegro die aan zijn begrotingsprognoses ten grondslag liggen, kan worden afgeleid dat het Montenegrijnse nominale BBP in DM in 1999 met ongeveer 13,3% is gedaald na een daling met 3,8% in 1998. Voor 2000 wordt een nominale groei van 5,0% verwacht. Volgens de beschikbare statistieken ligt de levensstandaard laag: het minimumloon bedraagt 50 DM/maand en het gemiddelde loon 160-170 DM/maand. Hierbuiten vallen evenwel inkomsten uit activiteiten in de omvangrijke informele economie, alsook geldovermakingen van het grote aantal Montenegrijnen die in het buitenland werkzaam zijn. Wat de arbeidsmarkt betreft, hebben 116.000 personen een baan (van wie 35.000 bij de overheid en 81.000 in de particuliere sector) en zijn 73.000 personen werkloos. Dit betekent dat 39% van de bevolking officieel werkloos is, waarbij evenwel geen rekening is gehouden met arbeid in de informele sector. Montenegro telt 82.000 gepensioneerden, welk aantal zeer hoog is vergeleken met het aantal werkenden. De officiële gegevens betreffende de buitenlandse handel en de betalingsbalans van Montenegro betreffen uitsluitend transacties over de grenzen van het land (dus niet met Servië). De handel met Servië is begin 2000 feitelijk stilgevallen. In 1999 beliep de uitvoer 123 miljoen USD, terwijl de invoer 358 miljoen USD beliep. Er was dus een "handelstekort" van 235 miljoen USD. Rekening houdend met de niet-geregistreerde wederuitvoer van goederen wordt dit handelstekort evenwel misschien aanzienlijk overschat. Voor 1999 wordt door de Monetaire Raad van Montenegro een totaal betalingsbalanstekort verwacht van ongeveer 50-70 miljoen DM (ongeveer 5-7% van het BBP). Het Monetair Stelsel In het najaar van 1999 verhoogde de Nationale Bank van Joegoslavië de geldvoorziening met Joegoslavische dinar met ongeveer 40%, wat leidde tot een sterke depreciatie van de wisselkoers van de Joegoslavische dinar op de zwarte markt en een aanzienlijke toeneming van de inflatie. Uit door het federaal statistisch bureau gepubliceerde gegevens blijkt dat de inflatie van de consumentenprijzen in de Federale Republiek Joegoslavië (in Joegoslavische dinar) in september met 12,4% steeg, tegenover 9,1% in oktober en slechts 3,8% in augustus. Volgens de Montenegrijnse autoriteiten was dit de rechtstreekse economische reden voor het invoeren van de DM/euro als parallelle munteenheid op 2 november, de plannen tot omvorming van de Montenegrijnse vertakking van de Nationale Bank van Joegoslavië tot de Nationale Bank van Montenegro (een maatregel die onder andere door constitutionele moeilijkheden nog niet volledig ten uitvoer werd gelegd), en de oprichting van een Monetaire Raad die belast is met het monetair beleid. De overschakeling werd vergemakkelijkt door het feit dat de DM reeds illegaal in omloop was (vooral met spaardoeleinden en omvangrijke zwarthandelstransacties op bijvoorbeeld onroerend-goedgebied). De invoering van het parallel gebruik van de DM in Montenegro ging gepaard met de injectie van ongeveer 14 miljoen DM in het Montenegrijns betalingssysteem omdat de overheid dit bedrag aan lonen en pensioenen betaalde op rekeningen die bij het officiële betalingsinstituut werden aangehouden. Sindsdien is het DM-aandeel in de transacties in Montenegro aanzienlijk toegenomen. In februari 2000 beliep een en ander ongeveer 2/3 van de geregistreerde transacties in Montenegro. Eerdere verwachtingen dat de dinar tegen maart 2000 volledig uit de omloop zou kunnen zijn, werden echter niet bewaarheid. Dit kan gedeeltelijk worden verklaard door het feit dat het Joegoslavische leger in Montenegro nog steeds in dinars wordt betaald en dat dinars in het noordelijke deel van de republiek nog grotendeels worden aanvaard. Bovendien hebben de federale autoriteiten als reactie op de Montenegrijnse beslissing om de DM als parallelle munteenheid te aanvaarden, vroeg stappen ondernomen om de betalingen in Joegoslavische dinar van Montenegro aan Servië en betalingen in DM aan Montenegrijnse vennootschappen te beperken, waardoor het normale betalingspatroon werd verstoord. Tezamen met maatregelen met betrekking tot de grenscontrole tussen de beide republieken, heeft een en ander ertoe geleid dat de handel tussen Montenegro en Servië bijna tot stilstand is gekomen. Montenegro was voor de invoer van levensmiddelen volledig van Servië afhankelijk. Na het feitelijk wegvallen van de handel tussen de beide republieken was Montenegro ertoe gedwongen levensmiddelen uit andere landen tegen hogere prijzen in te voeren. Na de invoering van het dubbele valutasysteem nam de inflatiedruk derhalve in Montenegro niet af doordat de levensmiddelenprijzen sterk stegen. In december 1999 steeg de inflatie in de Federale Republiek Joegoslavië derhalve met 0,8% (50,1% op jaarbasis), terwijl in Montenegro de prijzen in Joegoslavische dinar van een gecontroleerd pakket levensmiddelen met 20,8% op maandbasis toenamen (128,4% op jaarbasis). De begrotingssituatie in Montenegro Naast de federale begroting van de Federale Republiek Joegoslavië heeft elke republiek haar eigen begroting naast een aantal andere begrotingsonderdelen zoals extra-budgettaire middelen. De federale begroting dient normaliter voor het financieren van taken van federale aard zoals het betalen van de pensioenen van militairen en oorlogsveteranen. Als gevolg van de gespannen politieke verhouding tussen Servië/Federale Republiek Joegoslavië en Montenegro zijn de normale financiële verhoudingen tussen de Montenegrijnse begroting en de federale begroting momenteel onderbroken. Aan de ene kant ontvangt Montenegro derhalve geen overmakingen uit de federale begroting om de pensioenen van oorlogsveteranen te betalen, terwijl aan de andere kant de Montenegrijnse douanediensten geen douaneontvangsten overmaken naar de federale begroting. Het netto-effect van de onderbreking van de financiële banden met de federale begroting was een verslechtering van de begroting van Montenegro. Nadat de geconsolideerde algemene overheidsbegroting van Montenegro de laatste jaren ongeveer in evenwicht was, wordt het begrotingstekort momenteel op ongeveer 66 miljoen DM geraamd (circa 6,5% van het BBP). Volgens het Ministerie van Financiën heeft de achterstand bij de betaling van de pensioenen zich bovendien opgestapeld en worden bepaalde pensioenen thans twee maanden te laat betaald, waarmee een bedrag van ongeveer 25 miljoen DM is gemoeid. Ter aanmoediging van belastingbetaling in DM heeft de regering in november 1999 een verordening goedgekeurd waarbij vennootschappen die hun ontvangsten in buitenlandse valuta ontvangen, hun belastingen in DM moeten betalen, en waarbij andere vennootschappen en individuele personen tussen 15% en 30% belastingvermindering krijgen bij betaling van hun belasting in DM. Hoewel bedoelde verordening de belastingontvangsten in DM op korte termijn deed toenemen, zouden de fiscale kosten van de betrokken maatregel de begrotingspositie van de overheid op langere termijn kunnen verzwakken. Overeenkomstig de wettelijke vereisten is de begroting 2000 momenteel in evenwicht. Zij beloopt 394 miljoen DM, waarbij wordt uitgegaan van een nominale groei van het BBP met 5%. Toch is een en ander nog blootgesteld aan ernstige risico's. Ten eerste is de evenwichtige begroting gebaseerd op de uitdrukkelijke hypothese dat door het buitenland financiële bijstand wordt verleend ten belope van 2-3% van het BBP. Ten tweede is de hypothese van 5% groei van het nominale BBP (in DM) waarschijnlijk toch wel te optimistisch. Ten derde worden in de begroting 2000 de ontvangsten toch wel enigszins overschat terwijl de uitgaven tegelijkertijd worden onderschat, zulks in vergelijking met de cijfers van 1999. Een en ander betekent dat de eigenlijke behoeften uiteindelijk veel groter kunnen zijn dan verwacht. Daarom is het verstandiger ervan uit te gaan dat de begrotingssteun minstens even groot zal moeten zijn als in 1999, zelfs zonder rekening te houden met de noodzaak de achterstallige bedragen, vooral in het kader van het pensioenfonds, te betalen. Over het geheel genomen is het moeilijk een precies beeld te verkrijgen van de externe financiële behoeften van Montenegro. Een belangrijke oorzaak hiervan is het ontbreken van een gedetailleerde beoordeling en een economisch programma van het IMF en de Wereldbank, waarvan Montenegro geen lid is. Toch zijn er duidelijke aanwijzingen dat de economische situatie in Montenegro moeilijk is en dat het waarschijnlijk nodig is op macro-economisch gebied maatregelen te treffen. Mogelijke communautaire uitzonderlijke financiële steun voor Montenegro Gezien de ongunstige omstandigheden waarin de Republiek Montenegro zich de laatste tien jaar en vooral de laatste maanden bevindt, zou het voor deze republiek van belang zijn op dit cruciale moment externe bijstand te krijgen. Dergelijke bijstand zou bovendien bijdragen tot de heropleving van de economie, waardoor ook de levensstandaard zou verbeteren. Bovendien zou een en ander ertoe bijdragen dat de fundamentele administratieve functies verder worden vervuld, terwijl maatregelen worden genomen om de inkomstensituatie te verbeteren. Ook zou daardoor de recente fragiele vooruitgang worden ondersteund waarbij de Republiek Montenegro en meer in het algemeen de Balkanregio economische, sociale en politieke stabiliteit bereikt. De Republiek Montenegro komt niet in aanmerking voor lidmaatschap van de Bretton Woods-instellingen. Als gevolg hiervan komt ze ook niet in aanmerking voor de gebruikelijke IMF- en Wereldbank-regelingen ter ondersteuning van een economisch programma. Een aantal bilaterale donors hebben reeds aangekondigd dat zij voornemens zijn Montenegro te ondersteunen. De EU-lidstaten hebben bevestigd dat zij aan Montenegro circa 4,5 miljoen euro aan financiële steun zullen verlenen naast de verwachte 45 miljoen euro in de vorm van garanties. Verwacht wordt dat de VS circa 30 miljoen euro zullen schenken. Ter aanvulling van deze inspanningen en naast de communautaire bijstand ten belope van 30-32 miljoen euro in het kader van OBNOVA en het Voedselzekerheidsprogramma dient de Commissie een voorstel in voor uitzonderlijke financiële bijstand van maximaal 20 miljoen euro in de vorm van een gift. Alvorens haar voorstel te hebben ingediend heeft de Commissie het Economisch en Financieel Comité geraadpleegd, hetwelk het initiatief heeft ondersteund. De verstrekking van de gift zou in minstens twee tranches plaatsvinden en zou onderworpen zijn aan passende macro-economische voorwaarden en voorwaarden inzake structurele aanpassingen. Dit kan bijvoorbeeld maatregelen omvatten om tot meer doorzichtigheid op begrotingsgebied te komen en ter verbetering van de inning van de inkomsten, en zou ook de eis kunnen behelzen om het bedrag van de achterstallige pensioenuitbetalingen te verlagen. Gezien het ontbreken van officiële controle door de Bretton Woods-instellingen in het land is de Commissie voornemens bijzondere aandacht te besteden aan de feitelijke tenuitvoerlegging van en controle op haar bijstand. Alle hiermee verband houdende kosten inzake voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle zullen onder deze bijstand vallen. Verwacht wordt dat deze kosten in totaal circa 1 miljoen euro zullen bedragen. In het licht van de bovenstaande overwegingen wordt de Raad, nadat hij het advies van het Europees Parlement heeft ingewonnen, ertoe verzocht het hierna volgende voorstel voor een besluit van de Raad goed te keuren waarbij uitzonderlijke financiële bijstand aan Montenegro wordt verleend. 2000/0114 (COD) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot toekenning van uitzonderlijke financiële bijstand aan Montenegro DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 308, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C , , blz.. . Gezien het advies van het Europees Parlement [2], [2] PB C , , blz. . Overwegende hetgeen volgt: (1) De Commissie heeft het Economisch en Financieel Comité voor de indiening van haar voorstel geraadpleegd; (2) De Montenegrijnse regering volgt een beleid van openheid ten opzichte van de EU en hervormingen in de richting van een goed functionerende markteconomie; (3) De algemene economische situatie van Montenegro is de laatste jaren verslechterd en de begroting van het land is er in 1999 sterk op achteruitgegaan; (4) Rekening houdend met de moeilijke situatie van de democratische regering van Montenegro en de ernstige economische crisis die de bevolking teistert, heeft de Gemeenschap Montenegro in 1998-1999 aanzienlijke steun verleend; (5) Verwacht wordt dat de begrotingsbehoeften van Montenegro in 2000 omvangrijk zullen blijven; (6) De aan internationale donors in het jaar 2000 gevraagde externe steun zal naar verwachting aanzienlijk zijn, ook in verband met de noodzaak achterstallige bedragen te betalen, met name in het kader van de pensioenfondsen; (7) De Republiek Montenegro bevindt zich niet in een positie om in eigen land of buitenland leningen op lange termijn te krijgen; (8) De Republiek Montenegro komt niet in aanmerking voor lidmaatschap van de Bretton Woods-instellingen. Als gevolg hiervan komt zij niet in aanmerking voor de gebruikelijke IMF- of Wereldbank-regelingen ter ondersteuning van een economisch programma; (9) Op 23-24 maart 2000 heeft de Europese Raad in Lissabon gewezen op de dringende behoefte aan aanzienlijke bijstand aan Montenegro teneinde ervoor te zorgen dat de democratische regering van het land kan blijven voortregeren om te vermijden dat zich in de betrokken regio nog andere ernstige crises voordoen. Verder heeft de Raad de bevoegde instellingen verzocht om onverwijld de nodige beslissingen te nemen met betrekking tot de financiering [..] van projecten, programma's en andere vormen van bijstand die de onmiddellijke financiële noden van Montenegro kunnen lenigen, zo nodig door gebruikmaking van EU-begrotingsreserves, alsook door verlening van macro-economische bijstand; (10) Uitzonderlijke financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van giften aan de Republiek Montenegro zou de financiële noden van dit land in de huidige moeilijke omstandigheden lenigen; (11) Wegens het ontbreken van macro-economische controle en financiële steun door het IMF en de Wereldbank aan de Republiek Montenegro moet bijzondere aandacht worden besteed aan de feitelijke tenuitvoerlegging van en controle op deze bijstand; alle met voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle samenhangende kosten moeten onder de bijstand vallen; (12) De uitzonderlijke financiële bijstand moet door de Europese Commissie worden beheerd; (13) Het Verdrag bevat voor de vaststelling van dit besluit geen andere bevoegdheden dan die welke in artikel 308 zijn vervat, BESLUIT: Artikel 1 1. De Gemeenschap stelt de Republiek Montenegro uitzonderlijke financiële bijstand in de vorm van een gift van hoogstens 20 miljoen euro ter beschikking om de noden van dit land op het gebied van externe financiering te helpen lenigen. 2. Deze bijstand wordt door de Commissie in nauw overleg met het Economisch en Financieel Comité beheerd. Artikel 2 1. De Commissie wordt gemachtigd met de Republiek Montenegro, na raadpleging van het Economisch en Financieel Comité, de met deze bijstand samenhangende economische voorwaarden overeen te komen. 2. De Commissie onderzoekt op gezette tijden, in overleg met het Economisch en Financieel Comité, of het economisch beleid in de Republiek Montenegro in overeenstemming is met de doelstellingen van deze bijstand en of aan de daaraan verbonden voorwaarden inzake economisch beleid wordt voldaan. Artikel 3 1. De gift wordt aan de Republiek Montenegro in minstens twee tranches verstrekt op voorwaarde dat aan de in artikel 2, lid 1, genoemde voorwaarden inzake economisch beleid met succes is voldaan. De tweede tranche wordt niet eerder verstrekt dan twee maanden na de verstrekking van de eerste tranche. 2. Alle met voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle samenhangende kosten vallen ook onder deze bijstand. 3. De middelen worden beschikbaar gesteld aan de begroting van de Republiek Montenegro. Artikel 4 De Commissie legt aan het Europees Parlement en de Raad een jaarverslag voor dat een evaluatie van de tenuitvoerlegging van dit besluit bevat. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter FINANCIEEL MEMORANDUM 1. Titel van de maatregel Uitzonderlijke financiële bijstand aan de Republiek Montenegro. 2. Betrokken begrotingslijn B7-532 macro-economische bijstand aan de westelijke Balkanlanden. 3. Rechtsgrond Het voorgestelde op artikel 308 van het Verdrag gebaseerde besluit van de Raad. 4. Omschrijving van de maatregel 4.1 Algemene doelstelling Verlening van uitzonderlijke financiële bijstand in de vorm van een gift van hoogstens 20 miljoen euro ter ondersteuning van de begroting van Montenegro. 4.2 Looptijd en verlenging Tot eind 2000. 5. Indeling van uitgaven of ontvangsten 5.1 Niet-verplichte uitgaven 5.2 Gesplitste kredieten 6. Aard van de uitgaven of ontvangsten Maximaal 20 miljoen euro aan giften (subsidie van 100%), te betalen in minstens twee opeenvolgende tranches. Alle met voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle verband houdende kosten vallen ook onder deze bijstand. 7. Financiële gevolgen 7.1 Wijze van berekening van de totale kosten van de maatregel (verband tussen individuele en totale kosten) Bij gebrek aan een door de Bretton Woods-instellingen beoordeeld economisch programma en betrouwbare statistische gegevens is het zeer moeilijk de behoeften aan externe bijstand nauwkeurig in te schatten. De ramingen inzake de vereiste internationale bijstand in 2000 lopen aanzienlijk uiteen naargelang van de bronnen. Niettemin lijkt het redelijk verhoogde begrotingssteun te verwachten die tenminste dezelfde orde van grootte heeft als in 1999 (geraamd op circa 66 miljoen DM), zelfs zonder daarbij rekening te houden met de noodzaak de achterstallige bedragen te betalen, met name bij de pensioenfondsen, waarbij het gaat om naar schatting ongeveer 25 miljoen DM. Er wordt voorgesteld een bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 20 miljoen euro te leveren om een aanzienlijk deel van deze behoeften te dekken. Verwacht wordt dat andere bilaterale donors het verschil dekken. 7.2 Uitsplitsing van de kosten - Overzicht van vastleggings- en betalingskredieten miljoen EUR (huidige prijzen) >RUIMTE VOOR DE TABEL> Naar verwachting zullen de eerste vastleggingskredieten en betalingskredieten vóór eind augustus 2000 worden verstrekt, terwijl dit met de tweede tranche vóór eind december 2000 het geval zou kunnen zijn. 8. Maatregelen ter voorkoming van fraude De middelen zullen rechtstreeks aan het Ministerie van Financiën van de Republiek Montenegro worden betaald, en wel nadat de diensten van de Commissie, in overleg met het Economisch en Financieel Comité, hebben geverifieerd of het in de Republiek Montenegro toegepast economisch beleid bevredigend is, en of is voldaan aan de specifieke voorwaarden die aan deze bijstand zijn verbonden. Een en ander kan inspanningen omvatten ter verhoging van de doorzichtigheid van de begroting, waardoor ook fraude kan worden voorkomen. Alle met voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle verband houdende kosten worden ook door deze bijstand gedekt. Daarom zal een klein deel van de gift worden verstrekt in de vorm van ondersteuning voor voorbereiding, tenuitvoerlegging en controle van de gift. Door dit element van de bijstand zal de doorzichtigheid worden verhoogd en zal fraudevoorkoming worden vergemakkelijkt. Op de bijstand zullen verificatie- en controleprocedures worden toegepast onder de verantwoordelijkheid van de Europese Rekenkamer en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF). 9. Elementen van een kosten-batenanalyse 9.1 Motivering van de maatregel Door bij te dragen tot de inspanningen voor het organiseren van economische wederopbouw en economische ontwikkeling en het totstandbrengen van een goed functionerende markteconomie, zouden door deze bijstand de vooruitzichten van de Republiek Montenegro op economisch herstel en toekomstige groei worden verbeterd, zou het land worden geholpen bij het bestrijden van de ernstige economische en sociale gevolgen van zijn huidige economische crisis, en zou het op middellange en langere termijn minder van externe financiering afhankelijk worden. Verder zal door de bijstand een signaal van politieke steun voor Montenegro op een kritiek moment worden gegeven. 9.2 Toezicht en evaluatie van de maatregel Deze bijstand is van uitzonderlijke aard. Hij zal aan het Ministerie van Financiën van de Republiek Montenegro pas worden verleend nadat de diensten van de Commissie hebben nagegaan of het land op bevredigende wijze aan de voorwaarden inzake economisch beleid heeft voldaan. De diensten van de Commissie zullen de maatregel controleren en beoordelen. Hiertoe zullen zij de verslagen evalueren die werden opgesteld door de Montenegrijnse autoriteiten en door deskundigen, die zullen worden vergoed in het kader van het onderdeel technische steun van de bijstand. Op de bijstand zullen verificatie- en controleprocedures worden toegepast onder verantwoordelijkheid van de Rekenkamer en het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF). 10. Administratieve uitgaven (Afdeling III, Deel A van de begroting) Deze actie is van uitzonderlijke aard en zal niet leiden tot toeneming van het aantal personeelsleden van de Commissie.