European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/876

18.3.2024

BESLUIT (EU) 2024/876 VAN DE RAAD

van 4 maart 2024

over het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt wat betreft de wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden (ASAP)

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114 en artikel 173, lid 3, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien Verordening (EG) nr. 2894/94 van de Raad van 28 november 1994 houdende bepaalde wijzen van toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (1), en met name artikel 1, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (2) (de “EER-overeenkomst”) is op 1 januari 1994 in werking getreden.

(2)

Op grond van artikel 98 van de EER-overeenkomst kan onder meer Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst, betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden, bij besluit van het Gemengd Comité van de EER worden gewijzigd.

(3)

Het is wenselijk de samenwerking van de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad (3).

(4)

Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om de uitgebreide samenwerking met terugwerkende kracht vanaf 25 juli 2023 mogelijk te maken.

(5)

Het standpunt van de Unie in het Gemengd Comité van de EER moet derhalve worden gebaseerd op het aangehechte ontwerpbesluit,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het namens de Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt over de voorgestelde wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden moet worden gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel, 4 maart 2024.

Voor de Raad

De voorzitter

A. VERLINDEN


(1)   PB L 305 van 30.11.1994, blz. 6.

(2)   PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.

(3)  Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP) (PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7).


ONTWERP

BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. …

van …

tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst betreffende samenwerking op specifieke gebieden buiten de vier vrijheden

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (de “EER-overeenkomst”), en met name de artikelen 86 en 98,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het is wenselijk de samenwerking tussen de partijen bij de EER-overeenkomst uit te breiden tot Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP) (1).

(2)

Het is wenselijk dat de deelname van de EVA-staten aan de activiteiten in het kader van Verordening (EU) 2023/1525 aanvangt op 25 juli 2023, ongeacht wanneer dit besluit wordt vastgesteld en ongeacht of er na 10 juli 2023 kennisgeving van wordt gedaan dat is voldaan aan eventuele grondwettelijke vereisten voor dit besluit.

(3)

Aangezien de deelname niet tegen 10 juli van het begrotingsjaar 2023 kon worden vastgesteld, moet Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst worden gewijzigd om de overeenkomst tussen de partijen over de bepalingen voor de financiële bijdragen met terugwerkende kracht voor het begrotingsjaar 2023 vast te stellen, teneinde volledige deelname aan activiteiten die voortvloeien uit Verordening (EU) 2023/1525, mogelijk te maken.

(4)

In de EVA-staten gevestigde entiteiten moeten de mogelijkheid hebben om deel te nemen aan activiteiten die van start gaan vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering is gestart na 25 juli 2023, kunnen in aanmerking komen voor subsidie onder dezelfde voorwaarden als de kosten die worden gemaakt door in de EU-lidstaten gevestigde entiteiten, mits dit besluit in werking treedt voor het einde van de betrokken activiteit. De in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2023/1525 opgenomen clausule inzake de terugwerkende kracht is eveneens van toepassing.

(5)

De voorwaarden voor de deelname van de EVA-staten en hun instellingen, ondernemingen, organisaties en onderdanen aan programma’s van de Europese Unie zijn uiteengezet in de EER-overeenkomst, en met name in artikel 81.

(6)

Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst moet derhalve worden gewijzigd om deze uitgebreide samenwerking met ingang van 25 juli 2023 mogelijk te maken,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst worden na artikel 7, lid 14, het volgende lid ingevoegd:

“15.   32023 R 1525: Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP) (PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7).

De EVA-staten nemen met ingang van 25 juli 2023 deel aan acties van de Unie in het kader van de onderstaande begrotingsonderdelen die in de algemene begroting van de Europese Unie zijn opgenomen:

—

Begrotingsonderdeel 13 01 05: “Ondersteunende uitgaven voor het instrument voor de versterking van de defensie-industrie”,

—

Begrotingsonderdeel 13 07 01: “Instrument voor de versterking van de defensie-industrie”.

De kosten voor activiteiten waarvan de uitvoering start na 25 juli 2023, of wanneer de in artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2023/1525 opgenomen voorwaarden zijn vervuld, na 20 maart 2023, kunnen in aanmerking komen voor subsidie vanaf de aanvangsdatum van de activiteit die in de betrokken subsidieovereenkomst of de betrokken subsidiebesluiten is vastgesteld, onder de daarin vastgestelde voorwaarden, mits Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. … van … [dit besluit] in werking treedt vóór het einde van de activiteit.

Overeenkomstig artikel 1, leden 8 en 9, van Protocol nr. 32 bij de EER-overeenkomst is de financiële bijdrage van de EVA-staten met terugwerkende kracht van toepassing op alle verrichtingen in de desbetreffende begrotingsonderdelen voor het begrotingsjaar 2023. De overeenkomstige vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 2023 zijn op overeenkomstige wijze beschikbaar onder dezelfde voorwaarden als de kredieten voor het begrotingsjaar 2024, met name geven zij aanleiding tot de opvoering, aan het begin van het begrotingsjaar 2024, van de volledige bedragen van de overeenkomstige vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 2023.

IJsland en Liechtenstein worden vrijgesteld van deelname en financiële bijdrage aan het instrument dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 2023/2418.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst (*1).

Het is van toepassing met ingang van 25 juli 2023.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te …, …

Voor het Gemengd Comité van de EER

De voorzitter

De secretarissen

van het Gemengd Comité van de EER


(1)   PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7.

(*1)  [Geen grondwettelijke vereisten aangegeven.] [Grondwettelijke vereisten aangegeven.]


Verklaring van de EVA-staten bij Besluit nr. … [dit besluit] tot wijziging van Protocol nr. 31 bij de EER-overeenkomst tot uitbreiding van de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen om te voorzien in de deelname van de EVA-staten aan het bij Verordening (EU) 2023/1525 ingestelde instrument

Bij dit besluit wordt de samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen uitgebreid om te voorzien in de deelname van de EVA-staten aan het bij Verordening (EU) 2023/1525 ingestelde instrument (het “instrument”). De EVA-staten zijn van oordeel dat defensieaangelegenheden buiten de werkingssfeer van de EER-overeenkomst vallen en dat met de vaststelling van dit besluit de uitbreiding van de werkingssfeer van de EER-overeenkomst tot defensieaangelegenheden niet verder gaat dat de deelname aan het instrument. Voorts wordt door de EVA-staten nadrukkelijk gewezen op het feit dat IJsland en Liechtenstein niet deelnemen en ook niet financieel bijdragen aan het instrument.


ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/876/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)