|
1.3.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 99/10 |
P9_TA(2021)0328
Handelsgerelateerde aspecten en gevolgen van de uitbraak van COVID-19
Resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2021 over de handelsgerelateerde aspecten en gevolgen van de uitbraak van COVID-19 (2020/2117(INI))
(2022/C 99/02)
Het Europees Parlement,
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 18 februari 2021 getiteld “Evaluatie van het handelsbeleid — Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” (COM(2021)0066), |
|
— |
gezien het witboek van de Commissie van 17 juni 2020 over het tot stand brengen van een gelijk speelveld wat betreft buitenlandse subsidies (COM(2020)0253), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2020 getiteld “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” (COM(2020)0456), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2020 getiteld “Aangepast werkprogramma van de Commissie voor 2020” COM(2020)0440) en de intentieverklaring van voorzitter Von der Leyen aan voorzitter Sassoli en bondskanselier Merkel van 16 september 2020 getiteld “Staat van de Unie 2020”, |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020 getiteld “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2020 getiteld “Een nieuwe industriestrategie voor Europa” (COM(2020)0102), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2020 getiteld “Een kmo-strategie voor een duurzaam en digitaal Europa” (COM(2020)0103), |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 9 maart 2020 getiteld “Naar een brede strategie met Afrika” (JOIN(2020)0004), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2020 getiteld “De digitale toekomst van Europa vormgeven” (COM(2020)0067), |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (COM(2019)0640), |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 2 december 2020 getiteld “Een nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering” (JOIN(2020)0022), |
|
— |
gezien de non-paper van de diensten van de Commissie van 26 februari 2018 getiteld “Feedback and way forward on improving the implementation and enforcement of Trade and Sustainable Development chapters in EU Free Trade Agreements” en het daarin vervatte 15-puntenactieplan over hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling, |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld “Handel voor iedereen — Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid” (COM(2015)0497), |
|
— |
gezien de overeenkomst die is aangenomen tijdens de 21e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (de Overeenkomst van Parijs), |
|
— |
gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN, |
|
— |
gezien zijn resoluties van 26 november 2020 de toetsing van het handelsbeleid van de EU (1), van 9 juni 2021 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — De natuur terug in ons leven brengen” (2), van 20 mei 2021 getiteld “De digitale toekomst van Europa vormgeven: belemmeringen voor de werking van de digitale eengemaakte markt wegnemen en het gebruik van AI voor Europese consumenten verbetere”n (3), van 25 maart 2021 over de ontwikkeling van een EU-strategie voor duurzaam toerisme (4), van 10 maart 2021 getiteld “Op weg naar een met de WTO verenigbaar EU-mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens” (5), van 10 maart 2021 met aanbevelingen aan de Commissie inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven en verantwoordingsplicht van ondernemingen (6), van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (7), van 25 november 2020 getiteld “Een nieuwe industriestrategie voor Europa” (8), van 7 oktober 2020 getiteld “De tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk handelsbeleid — jaarverslag 2018” (9), van 16 september 2020 over maatregelen van de EU om de bossen wereldwijd te beschermen en te herstellen (10), van 28 november 2019 over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu (11), van 12 december 2017 getiteld “Naar een digitale handelsstrategie” (12), en van 5 juli 2016 over een nieuw op te stellen toekomstgerichte en innovatieve strategie voor handel en investeringen (13), |
|
— |
gezien de het advies van de Commissie internationale handel van 15 april 2021 inzake het verslag getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — de natuur terug in ons leven brengen”, |
|
— |
gezien artikel 54 van zijn Reglement, |
|
— |
gezien de adviezen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0190/2021), |
|
A. |
overwegende dat COVID-19 een wereldwijde pandemie heeft veroorzaakt met een ongekende wereldwijde gezondheids-, economische, sociale en humanitaire crisis tot gevolg, die vergezeld gaat van knelpunten en verstoringen van ongekende schaal ten aanzien van de internationale handel, die als gevolg hiervan drastisch terugliep naarmate het virus zich verspreidde, waarbij de mondiale productie en werkgelegenheid drastisch zijn afgenomen, het niveau van directe buitenlandse investeringen is gedaald en de geopolitieke spanningen zijn toegenomen; |
|
B. |
overwegende dat de pandemie strategische kwetsbaarheden in de Europese en mondiale bevoorradingsketens aan het licht heeft gebracht, onder meer voor kritieke grondstoffen en essentiële medische goederen zoals persoonlijke beschermingsmiddelen en actieve farmaceutische bestanddelen, en heeft aangetoond dat er op mondiaal, regionaal en lokaal niveau behoefte is aan meer veerkracht en diversificatie; |
|
C. |
overwegende dat de uitbraak van COVID-19 de ongelijkheid verder heeft vergroot en heeft bijgedragen tot de bezorgdheid onder de burgers over het verlies van banen in bepaalde sectoren, de veranderende aard van het werk en de druk op de lonen en rechten van werknemers; overwegende dat deze problemen moeten worden aangepakt om het draagvlak voor de wereldhandel te behouden; |
|
D. |
overwegende dat de uitbraak van COVID-19 een terugslag dreigt te veroorzaken in de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering; overwegende dat we desondanks wereldwijde actie en samenwerking nodig hebben om beleid te ontwikkelen en klimaatmaatregelen in het interne en externe beleid te stroomlijnen, aangezien het vaccin alleen niet zal volstaan om de door COVID-19 veroorzaakte sociale, ecologische en economische crisis aan te pakken; |
|
E. |
overwegende dat de Europese Unie weliswaar haar interne broeikasgasemissies aanzienlijk heeft verminderd, maar dat de broeikasgasemissies die in de invoer zijn vervat, voortdurend zijn toegenomen, waardoor de inspanningen van de Unie om haar mondiale broeikasgassenvoetafdruk te verkleinen, worden ondermijnd; |
|
F. |
overwegende dat de internationale handel in goederen en diensten volgens ramingen van het Internationaal Monetair Fonds in 2022 met 8,4 % zal toenemen (14) en dat het handelsbeleid ten volle moet worden ingezet ten behoeve van het herstel na de COVID-19-pandemie; overwegende dat de mededeling van de Commissie over de evaluatie van het handelsbeleid moet worden aangevuld met een permanente dialoog met en transparantie ten aanzien van het Europees Parlement, dat een belangrijke rol zal spelen bij de uitvoering ervan, alsook met een strategie voor het vergroten van de veerkracht en de strategische autonomie van de EU, met inbegrip van specifieke beleidsmaatregelen en -instrumenten op het gebied van interne productie, nearshoring, diversificatie van de leveranciers en het aanleggen van voorraden; |
|
G. |
overwegende dat de EU als ’s werelds grootste handelsblok en met haar uitgebreide netwerk van handelsovereenkomsten de grootste speler in de wereldhandel is en zich in een unieke positie bevindt om wereldwijd samen te werken, partnerlanden ertoe aan te zetten de normen, waarden en duurzaamheidskaders van de EU toe te passen, en te zorgen voor een duurzaam herstel van de wereldeconomie, in overeenstemming met de Europese Green Deal en de Overeenkomst van Parijs; |
|
H. |
overwegende dat het door de verdeeldheid binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de dringende behoefte aan hervorming van deze organisatie lastiger is geworden om er op gecoördineerde wijze voor te zorgen dat de mondiale toeleveringsketens open blijven; overwegende dat de prioriteit nu moet liggen bij het herstellen van het vertrouwen in multilaterale instellingen die in staat zijn mondiale antwoorden te bieden, en wel door snel vooruitgang te boeken met de besprekingen over het handels- en gezondheidsinitiatief van de WTO; |
|
I. |
overwegende dat het van belang is dat er nauw wordt samengewerkt tussen de WTO en andere internationale organen, met name de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de VN-instellingen en de Wereldbank, om de crisis op een alomvattende manier te kunnen aanpakken, met speciale aandacht voor de gezondheidsgerelateerde en economische gevolgen in ontwikkelingslanden; |
Eerlijke, veerkrachtige en groene waardeketens
|
1. |
benadrukt dat het handelsbeleid voor een beslissende keuze staat; stelt vast dat de geopolitieke realiteit is veranderd en benadrukt dat de EU nog haar plaats moet vinden in deze nieuwe omgeving; is ervan overtuigd dat een grondige herziening van het handelsbeleid van de EU des te noodzakelijker is geworden door COVID-19; benadrukt dat het Parlement bereid is om actief bij te dragen aan de herziening van het handelsbeleid; |
|
2. |
wijst op het belang van eerlijke, veerkrachtige en duurzame waardeketens waarbinnen de mensenrechten, arbeidsrechten en milieunormen worden geëerbiedigd; herinnert eraan dat daarvoor bindende zorgvuldigheidseisen in de hele toeleveringsketen nodig zijn; onderstreept dat er meer aandacht moet worden besteed aan de kwetsbare positie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, in de EU en in het bijzonder in ontwikkelingslanden, aangezien grote ondernemingen beter in staat zijn om exogene schokken te boven te komen; benadrukt hoe belangrijk het is strategische prognoses te gebruiken om de EU en de ontwikkelingslanden beter voor te bereiden op en weerbaarder te maken tegen toekomstige schokken en gezondheidscrises, zoals het ontstaan van nieuwe virusmutaties en toekomstige pandemieën, met als doel toekomstbestendige strategieën en reacties te ontwikkelen; wijst erop dat een belangrijke pijler van een EU-strategie voor een duurzame toeleveringsketen erin zou bestaan ondernemingen die in grote mate blootgesteld zijn aan internationale toeleveringsketens, te onderwerpen aan wettelijk bindende rapportageverplichtingen in het kader van de komende herziening van de richtlijn niet-financiële rapportage (15); |
|
3. |
verzoekt de EU ervoor te zorgen dat ook economisch achtergestelden van handel kunnen profiteren; herinnert er in dit verband aan dat de specifieke maatregelen ter bevordering van “eerlijke en ethische handelsstelsels” waartoe de Commissie zich in het kader van de strategie “Handel voor iedereen” heeft verbonden, onder de huidige omstandigheden nog relevanter zijn geworden, aangezien bottom-upinitiatieven voor eerlijke handel ervoor kunnen zorgen dat handel ook ten goede komt aan economisch achtergestelde marktdeelnemers in de toeleveringsketen; benadrukt het belang van voorspelbare langetermijnbestellingen en neemt nota van de succesvolle bestelregelingen van die aard in de fairtradesector; |
|
4. |
verzoekt de Commissie initiatieven voor eerlijke handel te bevorderen door middel van EU-programma’s waarbij jongeren en de privésector betrokken worden, bij het extern optreden in het algemeen, bij de uitvoering van de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling, via de EU-delegaties, en door beste praktijken te belonen en de uitwisseling van kennis tussen lokale, regionale en nationale overheden, het maatschappelijk middenveld, scholen en universiteiten in de EU te vergemakkelijken, onder meer door de prijs voor “EU-steden voor eerlijke en ethische handel” uit te breiden tot scholen en universiteiten en door jaarlijks in Brussel een door de Commissie georganiseerde fairtradeweek in te voeren; vraagt de Commissie verslag uit te brengen over steun van de EU en de lidstaten voor initiatieven voor eerlijke handel; |
|
5. |
merkt op dat mondiale waardeketens vaak gepaard gaan met asymmetrische effecten, onder meer voor de minst ontwikkelde landen, een ongelijke verdeling van de risico’s, en onevenredig nadelige gevolgen voor vrouwen; betreurt dat deze ongelijke verdeling er tijdens de pandemie toe heeft geleid dat Europese ondernemingen de kosten van de lagere vraag hebben afgewenteld op hun toeleveringsketens, onder meer in ontwikkelingslanden, en reeds geproduceerde en soms zelfs al verzonden bestellingen hebben geannuleerd; vraagt de Commissie samen te werken met de lidstaten, lokale overheden, de particulier sector en het maatschappelijk middenveld om ervoor te zorgen dat negatieve effecten en risico’s eerlijker worden verdeeld over de hele toeleveringsketen; vraagt de Commissie naar aanleiding van haar belofte van nultolerantie ten aanzien van kinderarbeid uiterlijk eind 2021 — dat door de VN tot internationaal jaar voor de uitbanning van kinderarbeid is uitgeroepen — concrete voorstellen in te dienen; |
|
6. |
benadrukt dat de waardeketen van het toerisme een van Europa’s belangrijkste industriële ecosystemen is; onderstreept in dit verband dat aan het toerisme gerelateerde sectoren, zoals de horeca, alsook andere belangrijke sectoren (de luchtvaart, de autobranche, de staal-, scheepsbouw- en mariene sector) te lijden hebben onder een instorting van de handel en de economie als gevolg van reisbeperkingen en verstoringen van de toeleveringsketens als gevolg van de COVID-19-crisis; |
|
7. |
wijst erop dat doeltreffende regelgeving die, zowel op de interne markt als op de markten van derde landen, voor eerlijke mededinging en een gelijk speelveld voor Europese bedrijven zorgt, nodig is om wederzijds voordelige handelsbetrekkingen met de internationale partners te waarborgen en de interne markt te beschermen tegen agressieve investeringsstrategieën van marktdeelnemers van buiten de EU die van de huidige crisis proberen te profiteren; benadrukt in dit verband het belang van handelsbeschermingsinstrumenten; onderstreept dat de handhavingsverordening een positieve bijdrage moet leveren aan het streven naar eerlijke mededinging en een gelijk speelveld, en benadrukt dat de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling integraal deel uitmaken van het handelsbeleid; |
|
8. |
vraagt de Commissie de EU-toolbox voor handelsbescherming in 2021 snel te voltooien met door effectbeoordelingen onderbouwde wetgevingsvoorstellen, waarbij prioriteit moet worden verleend aan een antidwanginstrument en een instrument om door buitenlandse subsidies en staatsbedrijven veroorzaakte verstoringen aan te pakken, alsook aan het afronden van de onderhandelingen over het instrument voor internationale overheidsopdrachten; wijst op het dwingende effect van extraterritoriale sancties van derde landen en de noodzaak om de werking van financieringsinstrumenten te vrijwaren van dergelijke maatregelen; onderkent het belang van financiële overheidssteun gedurende de COVID-19-pandemie; |
|
9. |
is ervan overtuigd dat openheid hand in hand moet gaan met de bescherming van onze strategische sectoren en nauw moet samenhangen met een ambitieus, toekomstgericht industriebeleid in overeenstemming met de Green Deal en de digitale strategie, dat de EU beter bestand kan maken tegen toekomstige schokken in strategische sectoren, het economisch herstel kan stimuleren en het concurrentievermogen van EU-bedrijven kan waarborgen, zodat hoogwaardige banen worden geschapen en zodat Europa een cruciale rol speelt bij de productie van innovatieve goederen en toekomstige diensten; |
|
10. |
is van mening dat de diversificatie en veerkracht van toeleveringsketens een hoofdprioriteit voor het herziene EU-handelsbeleid moeten vormen; wijst erop dat handels- en veiligheidsbelangen met elkaar verbonden zijn en pleit voor een proportionele aanscherping van de screeningmechanismen voor buitenlandse directe investeringen, in aanvulling op en ter ondersteuning van de inspanningen van de lidstaten om strategische Europese sectoren te beschermen, waarbij wordt voorkomen dat schadelijke en exploiteerbare economische afhankelijkheid van marktdeelnemers buiten de EU ontstaat; |
|
11. |
is ervan overtuigd dat de EU voor bepaalde essentiële grondstoffen, goederen en diensten, in het bijzonder medische en farmaceutische producten, te afhankelijk is van een beperkt aantal leveranciers en dat dit haar strategische autonomie en geopolitieke doelstellingen ondermijnt; beklemtoont dat de EU deze onwenselijke afhankelijkheid moet ondervangen met een horizontale mix van beleidsmaatregelen om bedrijven aan te moedigen om voorraden aan te leggen, meer te produceren, hun aankoopstrategieën te diversifiëren en zo nodig nearshoring en reshoring te bevorderen, wat nieuwe handelsmogelijkheden zou kunnen creëren voor partners in het oostelijke en zuidelijke nabuurschap en gepaard moet gaan met een harmonisatie van de regelgeving in strategische sectoren; |
|
12. |
wijst op de risico’s voor kritieke bevoorradingsketens die door de COVID-19-crisis aan het licht zijn gekomen, en verzoekt de Commissie in haar komende industriële strategie bijzondere aandacht te besteden aan de duurzaamheid van de bevoorradingsketens van de EU en na te gaan welke bevoorradingsketens baat kunnen hebben bij een grotere veerkracht door middel van diversificatie van het aanbod, reshoring en het aanleggen van voorraden; is evenwel van mening dat het uiteindelijk aan de bedrijven zelf is om te bepalen hoe zij hun wereldwijde toeleveringsketens willen beheren; |
|
13. |
wijst erop dat de Commissie een circulaire economie op wereldvlak moet bevorderen en onderstreept de rol die handelsovereenkomsten moeten spelen bij het bevorderen van de doelstellingen van de circulaire economie, het diversifiëren van het aanbod en het versterken van open handelsbetrekkingen voor kritieke goederen en diensten, en dat het verkorten of wijzigen van de toeleveringsketens naar de buurlanden van de EU en Afrika positieve gevolgen kan hebben voor hun duurzame, groene, inclusieve en veerkrachtige economische groei, alsook voor de strategische belangen van de EU; |
|
14. |
stelt vast dat de toeleveringsketens van de EU voor agrovoedingsproducten tijdens de pandemie operationeel zijn gebleven, maar betreurt het dat uitvoerbeperkingen en handelsbelemmeringen tot tal van verstoringen hebben geleid; merkt op dat het Agricultural Market Information System (AMIS), dat de belangrijkste landen die landbouwgrondstoffen verhandelen, samenbrengt met als doel de transparantie van de voedselmarkt en de beleidsrespons op het gebied van voedselzekerheid te verbeteren, als een voorbeeld van een goede praktijk kan worden beschouwd; vraagt de Commissie na te gaan of dit model ook in andere waardeketens kan worden gebruikt; steunt handelsbevorderende acties met het oog op de bevordering van voedselveiligheidsnormen en van sanitaire en fytosanitaire maatregelen in antwoord op COVID-19; merkt op dat volgens het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) in 2020 tot wel 265 miljoen mensen in lage- en middeninkomenslanden het risico liepen op acute voedseltekorten als gevolg van COVID-19, een toename met 130 miljoen ten opzichte van 2019; verzoekt de Commissie in samenwerking met de VN na te gaan wat de meest passende maatregelen zijn om ervoor te zorgen dat deze pandemie niet uitloopt op een voedselcrisis in de ontwikkelingslanden; |
|
15. |
vraagt de Commissie met een digitale handelsstrategie te komen die de markttoegang van Europese bedrijven verbetert, de digitale infrastructuur versterkt, de regelgevingskaders harmoniseert, de handels- en douane-instrumenten moderniseert, en de rechten van EU-burgers uit hoofde van de AVG beschermt (16); |
|
16. |
verzoekt de Commissie grondig te beoordelen of de nieuwe EU-modelclausule inzake gegevensstromen de rechten van de Europeanen op het gebied van gegevensbescherming en privacy zal beschermen in geval van een geschil met een handelspartner; benadrukt de bestaande en toekomstige maatregelen ter bescherming van het grondrecht op privacy en bescherming van persoonsgegevens niet mogen worden ondermijnd door internationale handelsovereenkomsten; dringt er bij de Commissie op aan de desbetreffende toezeggingen van derde landen in aanmerking te nemen bij de beoordeling van hun adequaatheid, ook wat de verdere doorgifte van gegevens betreft; |
|
17. |
wijst erop dat de digitale revolutie door COVID-19 is versneld en erkent dat het belangrijk is dat de EU het voortouw neemt bij het vaststellen van normen voor een duurzame, digitale mondiale economie en bij het open houden van internationale gegevensstromen, zodat een reeks handelsbelemmeringen en knelpunten spoedig kan worden weggenomen; benadrukt dat de EU in het kader van haar bilaterale en multilaterale verbintenissen en tijdens plurilaterale onderhandelingen over e-handel en investeringsbevordering een wereldwijde norm voor eerlijke en veerkrachtige digitale handel kan vaststellen; onderstreept dat het digitale hoofdstuk in de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK als model voor toekomstige handelsovereenkomsten kan dienen; |
|
18. |
vraagt dat EU-bedrijven stimulansen krijgen, onder meer in de vorm van op maat gesneden wettelijke bepalingen inzake staatssteun, om hun toeleveringsketens in te korten of aan te passen wanneer dat gunstig kan zijn voor de economie, de veerkracht, de geopolitieke doelstellingen en/of de strategische autonomie van de EU, om ervoor te zorgen dat de externe sociale, economische en milieukosten volledig in de prijs worden doorberekend, in overeenstemming met EU-beleid zoals de “van boer tot bord”-strategie, het actieplan voor de circulaire economie, de biodiversiteitsstrategie en het opvoeren van de actie van de EU voor de bescherming en het herstel van bossen wereldwijd; |
|
19. |
verzoekt de Commissie grondig na te gaan of en in welke mate er via handels- en investeringsstromen overdrachten van opkomende en revolutionaire technologieën plaatsvinden van de EU naar autoritaire staten; verzoekt de Commissie nieuwe maatregelen voor te stellen om dergelijke overdrachten te beperken, waaronder samenwerking met gelijkgestemde partners binnen de toeleveringsketen; vraagt dat er een dialoog met Taiwan wordt aangegaan over halfgeleiders; |
Handelsbeleid voor kritieke gezondheidsproducten: lessen die uit de COVID-19-crisis zijn getrokken
|
20. |
onderstreept dat de governance van de internationale handel, waarbij internationale samenwerking belangrijker wordt geacht dan concurrentie, een essentiële rol kan spelen bij de snelle ontwikkeling van medische behandelingen en vaccins, de snelle opschaling van de productie, de ontwikkeling van veerkrachtige mondiale waardeketens en een billijke markttoegang voor de hele wereld, en onderstreept in dit verband dat de huidige pandemie een impuls moet geven aan intensievere internationale samenwerking en wereldwijde paraatheid voor noodsituaties op gezondheidsgebied, waarvoor verdere inzet nodig is van de EU en de lidstaten die samen optreden als “team Europa”; onderstreept dat handelsgerelateerde oorzaken van pandemieën en zoönosen, zoals het effect van de handel op de aantasting van de biosfeer, moeten worden aangepakt; |
|
21. |
is verheugd over het voorstel van verscheidene regeringsleiders voor een internationaal verdrag inzake de respons op een pandemie en dringt erop aan dat dit verdrag een sterke handelspijler omvat; onderstreept dat het internationaal handelskader bevorderlijk moet zijn voor samenwerking en moet zorgen voor zowel structurele als snelle responsmechanismen teneinde overheden te helpen de uitdagingen in verband met noodsituaties op gezondheidsgebied het hoofd te bieden; benadrukt dat dergelijke regelingen enerzijds een op de behoeften afgestemde “vraagzijde”-aanpak moeten behelzen, met gemeenschappelijke financiering en wereldwijd gecoördineerde aankopen vooraf, en anderzijds een geïntegreerde “aanbodzijde”-strategie voor het opschalen van de productiecapaciteit in de hele waardeketen; stelt dat er vooruitgang moet worden geboekt op het gebied van transparantie inzake beschikbare voorraden, wereldwijde toeleveringsnetwerken, de productiecapaciteit en prijsstelling van essentiële gezondheidsproducten, de toepassing en ontwikkeling van uitzonderingen ter beveiliging van de volksgezondheid in het kader van intellectuele-eigendomsrechten (IER), het vergroten van de wereldwijde mobiliteit van essentiële diensten, het beschermen en bevorderen van de veerkracht van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), en het ontwikkelen van een intersectionele benadering voor het ondervangen van de negatieve gevolgen van gezondheidscrises voor de gendergelijkheid, de inkomensgelijkheid en de positie van minderheden; |
|
22. |
vraagt dat op de 12e ministeriële conferentie van de WTO een nieuw Comité voor handel en gezondheid wordt opgericht om richtsnoeren op te stellen over de wijze waarop regeringen de bestaande uitzonderingen en flexibiliteit in de internationale handelswetgeving kunnen toepassen om de volksgezondheid beter te beschermen, na te gaan welke mechanismen moeten worden ingesteld om de wereldwijde reactie op noodsituaties op gezondheidsgebied te verbeteren, en de basis te leggen voor een handelspijler voor de onderhandelingen over een toekomstig internationaal verdrag inzake de reactie op een pandemie; |
|
23. |
benadrukt dat de wereldwijde toeleveringsketens voor grondstoffen en de productie en distributie van vaccins baat moeten hebben bij open handelsbetrekkingen; onderstreept dat protectionisme bij de productie en distributie van vaccins de reactie op de wereldwijde pandemie kan belemmeren; wijst in dit verband op de schadelijke gevolgen — niet in het minst voor lage- en middeninkomenslanden — van unilaterale maatregelen zoals uitvoerbeperkingen en -verboden, het gebrek aan transparantie over de wereldwijde voorraden en de daaruit voortvloeiende prijsspeculatie met schaarse essentiële goederen; vraagt daarom dat de EU zich inzet voor de goedkeuring van het handels- en gezondheidsinitiatief van de WTO vóór eind 2021, nauwere wereldwijde samenwerking aanmoedigt en zich veel veeleisender opstelt wat betreft de transparantie van het aanbod, de productie en de kosten van medische producten, de veerkracht van de gezondheidszorgstelsels wereldwijd, en toegankelijke en betaalbare medische producten en diensten; verzoekt de EU ervoor te zorgen dat toekomstige aankoopovereenkomsten volledig openbaar worden gemaakt, met name voor vaccins van de volgende generatie; |
|
24. |
verzoekt de EU verplichtingen op te nemen met betrekking tot bedrijfsgeheimen, door eigendomsrechten beschermde gegevens en de overdracht van technologie, en van leveranciers de noodzakelijke transparantie te eisen, met inbegrip van een kosten-batenanalyse per product; |
|
25. |
is daarom bezorgd over de nieuwe toename van uitvoerbeperkingen op vaccins door de belangrijkste producerende landen, zoals de VS, het VK, China, India en in mindere mate de EU, en benadrukt dat dit de snelle wereldwijde opschaling van de productiecapaciteit voor vaccins in gevaar brengt, de productieketens verstoort en mogelijk leidt tot vergeldingsmaatregelen; spoort de Commissie aan samen te werken met de producerende landen om uitvoerbeperkingen snel op te heffen; bevestigt nogmaals dat het EU-mechanisme voor uitvoervergunningen een tijdelijke maatregel betreft die alleen als laatste redmiddel mag worden ingezet en moet uitgroeien tot een transparantiemechanisme; dringt aan op het verkrijgen van tijdige en alomvattende toegang tot dergelijke gegevens; benadrukt dat grotere transparantie het vertrouwen van de Europese burgers in het vaccinatiebeleid van de EU en de aanpak van de COVID-19-pandemie door de EU heeft vergroot; |
|
26. |
maakt zich ernstig zorgen over het groeiende aantal COVID-19-varianten; benadrukt dat het gebrek aan productie en distributie van vaccins in derde landen zou kunnen leiden tot een toename van nieuwe en verschillende soorten varianten; erkent dat de EU een van de grootste uitvoerders van vaccins aan derde landen is, maar dat deze uitvoer in absolute cijfers nog niet volstaat om de mondiale pandemie aan te pakken; benadrukt dat de Covax-faciliteit op dit moment niet in staat is vaccins te distribueren aan de meest kwetsbaren, overeenkomstig de vraag; onderstreept dat de tijdige wereldwijde toegang tot vaccins het herstel en de veerkracht van de mondiale economie en de EU-economie ten goede kan komen; dringt er bij de Commissie op aan doeltreffende diplomatie gebaseerd op vaccins en medische benodigdheden na te streven teneinde de geloofwaardigheid en diplomatieke zichtbaarheid van de EU te versterken en verzoekt om grotere internationale inspanningen om de levering van vaccins ten behoeve van Covax te versnellen; |
|
27. |
benadrukt dat de vaccins tegen COVID-19 en de varianten daarvan een mondiaal collectief goed zijn en dat de dringende multilaterale inspanningen zich moeten richten op een eerlijke verdeling van vaccins in de hele wereld en het snel opvoeren van de mondiale productiecapaciteit en technologieoverdracht, waaronder in lage- en middeninkomenslanden; onderstreept dat het op basis van de opgedane ervaringen van cruciaal belang is de kaders van publiek-private partnerschappen achter de ontwikkeling en productie van vaccins en andere essentiële gezondheidstechnologieën te verbeteren; is ingenomen met de op 8 en 9 maart 2021 gehouden mondiale top over de toeleveringsketen en productie van COVID-19-vaccins en roept op tot de vaststelling van structurele platforms om de vaccinproductie in meer landen snel op te schalen, bijvoorbeeld in de vorm van een clearinghouse in het kader van een publiek-privaat partnerschap waarin particuliere en overheidsactoren worden samengebracht om partnerschappen mogelijk te maken en op te schalen, knelpunten te monitoren en maatregelen te identificeren ten behoeve van de productie en inzet van vaccins; onderstreept de inspanningen van de directeur-generaal van de WTO om de leden te betrekken bij de discussie over initiatieven op het gebied van handel en gezondheid; |
|
28. |
benadrukt dat het internationale handelsbeleid hierbij een proactieve rol moet spelen door de handel in grondstoffen te vergemakkelijken, tekorten aan gekwalificeerd en ervaren personeel te verminderen, problemen met de toeleveringsketen op te lossen en het mondiale kader voor intellectuele-eigendomsrechten te herzien met het oog op toekomstige pandemieën; dringt in dit verband aan op een constructieve dialoog over een tijdelijke opheffing van de Overeenkomst van de WTO inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (de Trips-Overeenkomst) om ervoor te zorgen dat landen niet worden gesanctioneerd voor COVID-19-gerelateerde octrooi-inbreuken tijdens de pandemie; |
|
29. |
onderstreept dat onderzoekers en de industrie een grote inspanning hebben geleverd ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe diagnoses, behandelingen en vaccins voor COVID-19; benadrukt de essentiële rol van overheidsmiddelen die farmaceutische bedrijven in staat stellen de risico’s binnen de hele vaccinwaardeketen te beperken door middel van financiering en omvangrijke subsidies voor onderzoek en ontwikkeling, alsook door middel van grootschalige aankoopovereenkomsten; onderstreept voorts de cruciale bijdragen die zijn geleverd door gezondheidswerkers, patiënten, herstelde COVID-19-patiënten en burgers die hebben deelgenomen aan klinische proeven en andere onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten met betrekking tot verschillende behandelingen en vaccins; is van mening dat een multilateraal rechtskader inzake intellectuele-eigendomsrechten bescherming en stimulansen kan bieden die van cruciaal belang zijn om voorbereid te zijn op toekomstige pandemieën, en erkent de rol ervan bij het faciliteren van de brede en ongekende samenwerking tussen regeringen, onderzoeksinstellingen en farmaceutische bedrijven; |
|
30. |
benadrukt het cruciale belang van het delen van open technologie, knowhow en onderzoek voor een doeltreffende respons op pandemieën en van de volledige deelname van farmaceutische bedrijven aan multilaterale initiatieven zoals C-TAP (COVID-19 Technology Access Pool) en de onlangs door de WHO opgerichte Technology Transfer Hub om het volledige potentieel ervan te benutten; |
Handel en duurzame ontwikkeling
|
31. |
ondersteunt het opnemen van de Europese Green Deal en de Europese digitale strategie in de mededeling over de evaluatie van het handelsbeleid en verzoekt om een assertief handelsbeleid gericht op multilateralisme, veerkracht en duurzaamheid, overeenkomstig de verplichting van de EU om de SDG’s van de VN te verwezenlijken; dringt aan op een concreet actieplan, stappenplan en tijdschema om deze ambitie te verwezenlijken; verzoekt de Commissie daarom samen te werken met partners om de bestaande handels- en investeringsovereenkomsten te actualiseren door gebruik te maken van de herzieningsclausules ervan; |
|
32. |
is ermee ingenomen dat de Overeenkomst van Parijs als essentieel element in elke handels-, investerings- en partnerschapsovereenkomst wordt opgenomen; benadrukt dat de ratificatie van de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de eerbiediging van de mensenrechten vereisten zijn voor het sluiten van vrijhandelsovereenkomsten; dringt er bij de Unie op aan samen te werken met toekomstige en bestaande handelspartners om andere nog niet geratificeerde IAO-verdragen en multilaterale milieuovereenkomsten te ratificeren en daadwerkelijk ten uitvoer te leggen bij de herziening van en onderhandelingen over overeenkomsten; vraagt om ambitieuze hoofdstukken over gender, de empowerment van vrouwen en over kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), alsook om specifieke hoofdstukken over digitale handel op te nemen in elke handelsovereenkomst; |
|
33. |
benadrukt dat het herstel na COVID-19 een unieke kans is om de agenda ter bevordering van duurzame groei vast te stellen; roept de Commissie daarom op om haar evaluatie van het 15-puntenactieplan inzake de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling in 2021 versneld uit te voeren, zodat het plan bij de lopende onderhandelingen kan worden uitgevoerd; verwacht dat in de evaluatie de afdwingbaarheid aan de orde wordt gesteld en herinnert in dit verband aan de non-paper van Nederland en Frankrijk over handel, sociaal-economische gevolgen en duurzame ontwikkeling (17); stelt voor om op zijn minst de recente vorderingen op het gebied van afdwingbaarheid van het EU-handelsbeleid in overweging te nemen, namelijk de mogelijkheid om niet-naleving door partners als laatste hulpmiddel aan te pakken door middel van unilaterale sancties, waaronder de invoering van tarieven of quota voor bepaalde producten of de kruiselingse opschorting van andere delen van een overeenkomst; |
|
34. |
verzoekt de Raad en de Commissie om in de hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling, alsook in die over landbouw, bepalingen op te nemen inzake dierenwelzijn, eerlijke handel en de circulaire economie; onderstreept in dit kader de rol van het hoofd handhaving voor de handel en roept op tot nauwe samenwerking met de Commissie internationale handel van het Europees Parlement bij het monitoren en controleren van de handhaving op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling; verzoekt de Commissie lering te trekken uit de ervaring van het recente deskundigenpanel, zodat de hoofstukken over handel en duurzame ontwikkeling concrete en controleerbare toezeggingen omvatten; |
|
35. |
betreurt dat bruingoed nog steeds een voorkeursbehandeling geniet ten opzichte van milieugoederen en dat tarieven en handelsbelemmeringen duurzame handel in de weg staan; onderstreept dat het opheffen van tarieven en handelsbelemmeringen voor milieugoederen en -diensten in overeenstemming moet zijn met de WTO-regels om innovatieve oplossingen voor de klimaatcrisis te bevorderen, en bij moet dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Green Deal, de SDG’s en de duurzame ontwikkeling wereldwijd; verzoekt de Commissie om te kijken naar instrumenten waarmee deze verstoringen kunnen worden aangepakt en woorden in daden om te zetten met betrekking tot de Green Deal door deze in alle aspecten van het handelsbeleid ten uitvoer te leggen; |
|
36. |
wijst erop dat de hoge voorafgaande kosten, die zich pas in de loop der tijd kunnen terugbetalen, en een gebrek aan knowhow en uitrusting ontwikkelingslanden momenteel beletten te vergroenen; verzoekt de Commissie alle beschikbare handelsinstrumenten en beleidsmaatregelen inzake ontwikkelingssamenwerking te gebruiken om de financiële ondersteuning, technische bijstand, technologieoverdrachten, capaciteitsopbouw en digitalisering te vergroten, teneinde ontwikkelingslanden sterker te maken en hen in staat te stellen duurzaam veerkrachtiger te worden en de passende zorgvuldigheid in de gehele toeleveringsketen beter in acht te nemen; |
|
37. |
verzoekt de EU binnen het multilaterale kader het voortouw te nemen en samen te werken met gelijkgezinde landen en handelspartners bij het nastreven van een sterke milieuagenda, waaronder de progressieve ontwikkeling van regels inzake subsidies, om een einde te maken aan marktverstorende en milieuschadelijke subsidies in handelsovereenkomsten en bij de WTO, met inbegrip van regels inzake subsidies voor fossiele brandstoffen, op basis van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”; |
|
38. |
benadrukt dat het belangrijk is vooraf, tussentijds en achteraf duurzaamheidseffectbeoordelingen op te stellen op basis van een concreet tijdschema, waarin mogelijke risico’s in een zo vroeg mogelijk stadium aan de orde worden gesteld, en, indien uit beoordelingen achteraf blijkt dat dit nodig is, negatieve effecten aan te pakken; verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig op de hoogte te stellen van de lopende en afgeronde duurzaamheidseffectbeoordelingen; wijst op de noodzaak om een alomvattend kader met concrete doelstellingen te ontwikkelen om in handels- en investeringsovereenkomsten de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, de Green Deal en de agenda voor waardig werk van de IAO te bevorderen; beklemtoont dat de nieuwe overeenkomsten pas mogen worden gesloten als aan deze doelstellingen is voldaan, en dat bestaande overeenkomsten dienovereenkomstig moeten worden herzien; |
|
39. |
beklemtoont dat transparantie, dialoog en goede communicatie met burgers en belanghebbenden van cruciaal belang zijn om draagvlak voor het handelsbeleid te creëren en de voordelen ervan volledig te benutten; is daarom ingenomen met het Acces2Markets-platform en de inspanningen van de Commissie om dit instrument te promoten; dringt erop aan dat de rol en de verantwoordelijkheden van het maatschappelijk middenveld en interne adviesgroepen, van wie de toezichthoudende rol verder uitgebreid zou kunnen worden, duidelijk worden omschreven in de politieke en handelsovereenkomsten van de EU en dat financiële steun gepaard gaat met maatregelen voor capaciteitsopbouw om de doeltreffendheid van de steun te waarborgen; benadrukt dat de EU-delegaties de werkzaamheden van de interne adviesgroepen van derde landen kunnen ondersteunen, en kunnen toezien op de uitvoering van handelsovereenkomsten, en dat zij met name kmo’s kunnen helpen om gebruik te maken van overeenkomsten en handelsbevorderende maatregelen; betreurt in dit verband het ontbreken van een overkoepelende structuur en een alomvattende aanpak; |
|
40. |
beklemtoont de noodzaak van meer samenhang en transparantie bij de controle van het EU-handelsbeleid; onderstreept de noodzaak van coherente, duidelijke, meetbare en objectieve criteria voor het handelsbeleid van de EU en de betrokkenheid van de EU-burgers, een betere dialoog tussen de Commissie en het Parlement, meer beleidscoherentie en een betere controle van alle aspecten van het handelsbeleid; benadrukt in dit verband het belang van duurzaamheidseffectbeoordelingen vooraf, tussentijds en achteraf; verzoekt de Commissie om in alle stadia van haar voorstellen samen te werken met het Parlement, follow-up te geven aan de voorstellen van de interne adviesgroepen, de dialoog met het maatschappelijk middenveld nieuw leven in te blazen en intensiever samen te werken met het maatschappelijk middenveld in het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC); verzoekt het Parlement regelmatige raadplegingen van de interne adviesgroepen te organiseren; |
Multilateralisme en de geopolitieke plaats van Europa in de wereld
|
41. |
verzoekt de Commissie om mogelijke concrete en specifieke acties vast te stellen, alsook een routekaart voor de toepassing van het concept “open strategische autonomie”, en ervoor te zorgen dat alle opties op tafel liggen; stelt met bezorgdheid vast dat de geopolitieke concurrentie en spanningen als gevolg van de COVID-19-uitbraak zijn toegenomen; |
|
42. |
herinnert aan het geopolitieke belang van een krachtig, gediversifieerd en veerkrachtig EU-handelsbeleid; wijst erop dat de grote energieafhankelijkheid van de EU een uitdaging vormt voor de open strategische autonomie, die ons dwingt de energietransitie te versnellen; benadrukt dat de marktmacht van de EU, haar waarden en haar gehechtheid aan samenwerking, billijkheid, wederkerigheid en op regels gebaseerde handel de basis voor onze openheid moeten vormen; |
|
43. |
spoort de EU ten zeerste aan om te streven naar nieuwe partnerschappen en bestaande partnerschappen met gelijkgezinde partners te verstevigen; is van mening dat het sluiten van plurilaterale handelsovereenkomsten met een beperkt aantal partners en gericht op strategische kwesties een betere en concretere manier zou zijn om het concept “open strategische autonomie” toe te passen, en draagvlak bij het maatschappelijk middenveld zou creëren; |
|
44. |
benadrukt echter dat wanneer samenwerking niet mogelijk is, de EU haar belangen moet behartigen door middel van autonome maatregelen om haar waarden te beschermen en oneerlijke handelspraktijken te bestrijden overeenkomstig het internationaal recht; |
|
45. |
is verheugd over het feit dat in de evaluatie van het handelsbeleid het multilateralisme opnieuw is bevestigd en dat er alomvattende voorstellen zijn gedaan voor een noodzakelijke diepgaande hervorming van alle functiegebieden van de WTO; |
|
46. |
is het eens met de nadruk die de Commissie in haar visie op de WTO-hervorming legt op economisch herstel, duurzame ontwikkeling, oneerlijke staatssteun en digitale handel, en spoort de Commissie aan om alles in het werk te stellen om haar agenda uit te voeren, met inbegrip van doelstellingen inzake gender, mensenrechten en arbeidsnormen; |
|
47. |
benadrukt hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat de WTO snel verbonden wordt met andere organisaties in het multilaterale systeem, zoals de WHO, om in Genève tot een consensus te komen, ervoor te zorgen dat internationale organisaties gezamenlijk de mondiale uitdagingen aangaan en om de onderhandelingen over subsidies voor de visserij af te ronden tijdens de twaalfde Ministeriële Conferentie van de WTO; |
|
48. |
benadrukt het belang van het handels- en klimaatinitiatief van de WTO en herhaalt zijn steun voor een overeenkomst inzake milieugoederen; is in dit verband verheugd over de aanpak van de nieuwe directeur-generaal van de WTO en verwacht dat de Commissie haar nadrukkelijk zal steunen om de organisatie een nieuwe impuls te geven, zodat deze de uitdagingen kan aangaan waarmee het multilaterale handelsstelsel momenteel wordt geconfronteerd; |
|
49. |
beklemtoont het belang van een doeltreffende geschillenbeslechting om stabiliteit en voorspelbaarheid in het multilaterale handelsstelsel tot stand te brengen en de noodzaak om in samenwerking met de Verenigde Staten een oplossing te vinden voor de huidige situatie van de Beroepsinstantie, teneinde deze weer operationeel te maken en er op die manier voor te zorgen dat handelsgeschillen naar behoren kunnen worden opgelost; verzoekt de Commissie in het kader van haar WTO-handels- en klimaatinitiatief voor te stellen om in voorkomend geval milieu-expertise op te nemen in de context van geschillenbeslechting; |
|
50. |
benadrukt dat het met het oog op een grondige hervorming van de organisatie van essentieel belang is de onderhandelingsfunctie van de WTO nieuw leven in te blazen; merkt in het bijzonder op dat concurrentieverstoringen als gevolg van industriële subsidies en staatsbedrijven, met name in China, moeten worden aangepakt en verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen om categorieën subsidies vast te stellen en te differentiëren op basis van hun bijdrage aan legitieme publieke doelstellingen; |
|
51. |
onderstreept dat de EU, teneinde de onderhandelingsfunctie van de WTO nieuw leven in te blazen, met gelijkgezinde partners moet samenwerken om een gemeenschappelijke basis te vinden voor de hervorming van de WTO in de ruimste zin van het woord; bevestigt opnieuw dat voor een betekenisvolle vooruitgang bij de hervorming van de WTO een brede consensus en coalities van gelijkgezinde partners nodig zijn; verzoekt de Commissie zich te blijven inzetten voor plurilaterale onderhandelingen als stap in de richting van multilaterale overeenkomsten; steunt het voorstel van de Commissie om onderhandelingen met gelijkgezinde partners te starten inzake een plurilaterale overeenkomst betreffende mededingingsneutraliteit; is ervan overtuigd dat EU-leiderschap en trans-Atlantische samenwerking van cruciaal belang zijn voor het welslagen van een zinvolle hervorming van de WTO; |
|
52. |
verzoekt de Commissie om actief een oplossing te zoeken voor de discrepantie tussen het ontwikkelingsniveau en het niveau van de verbintenissen die in het kader van het internationale handelsstelsel zijn aangegaan; benadrukt dat er speciale aandacht moet uitgaan naar de ontwikkelingslanden en hun specifieke behoeften met betrekking tot economische groei, duurzame ontwikkeling en de hervorming van de WTO; |
|
53. |
acht het van essentieel belang dat de volgende Ministeriële Conferentie van de WTO zich buigt over de sanctieregeling om te voorkomen dat de gevolgen van inbreuken op internationale handelsregels door sommige leden voor rekening komen van sectoren die niet verantwoordelijk zijn voor niet-naleving; |
|
54. |
is het eens met de suggestie in de evaluatie van het handelsbeleid dat de G20 meer moet samenwerken en de inspanningen moet coördineren om koolstofneutraliteit en andere aspecten van de Green Deal te verwezenlijken; benadrukt echter dat deze aanpak alleen doeltreffend kan zijn als sommige G20-leden hun emissiereductieverbintenissen verhogen; roept de Commissie op te zorgen voor een doeltreffend mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens; |
|
55. |
steunt de nieuwe, toekomstgerichte trans-Atlantische agenda, die gebaseerd is op gemeenschappelijke belangen en gedeelde waarden en doelstellingen, met als doel een tegenwicht te bieden tegen de ontwikkeling van economische en handelssamenwerking in de regio van de Stille Ocean, een zinvolle hervorming van de WTO tot stand te brengen en gemeenschappelijke oplossingen voor gemeenschappelijke problemen te vinden; |
|
56. |
erkent tegelijkertijd dat er nog altijd sprake is van enkele uiteenlopende belangen; spoort zowel de Commissie als de regering van de VS aan om in de nieuwe politieke context nauw samen te werken teneinde te zorgen voor een gelijk speelveld voor bedrijven en zodoende de markttoegang voor EU-bedrijven te vergroten, te blijven streven naar overeenkomsten inzake conformiteitsbeoordelingen en de afschaffing van tarieven voor industriële goederen, overeenstemming te bereiken over ambitieuze sociale, technologische en milieunormen, en op elkaars ervaringen voort te bouwen zodat deze normen wereldwijd efficiënter bevorderd kunnen worden; |
|
57. |
dringt er bij beide partijen op aan bilaterale handelsgeschillen op te lossen, steunt de opschorting van de tarieven die werden ingevoerd als gevolg van het Airbus-Boeing-handelsgeschil en dringt erop aan dat deze kwestie definitief wordt opgelost zodat er ook een oplossing kan worden gevonden voor digitale belastingen; spoort de VS aan de tarieven op aluminium en staal op grond van artikel 232 van de Amerikaanse Trade Expansion Act op te heffen; |
|
58. |
dringt aan op gezamenlijke inspanningen om werknemers en bedrijven een centrale plaats binnen het handelsbeleid te geven, teneinde de pandemie te boven te komen, het economisch herstel te versnellen en de handel in vaccins en essentiële medische goederen te vergemakkelijken; herhaalt dat we moeten samenwerken om een zinvolle hervorming van de WTO te verwezenlijken en de Beroepsinstantie weer goed te laten functioneren; spoort beide partijen aan zich aan de WTO-verbintenissen in het kader van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten te houden en gemeenschappelijke oplossingen te vinden voor gemeenschappelijke problemen, maar onderstreept dat de EU indien nodig autonoom moet kunnen optreden; |
|
59. |
steunt de gezamenlijke mededeling, getiteld “Een nieuwe EU/VS-agenda voor wereldwijde verandering” en dringt aan op de snelle oprichting van een nieuwe Handels- en Technologieraad van de EU en de VS; dringt aan op nauwe samenwerking tussen de EU en de VS met betrekking tot opkomende en verstorende technologieën, met inbegrip van gezamenlijke invoer- en uitvoerbeperkingen ten aanzien van autoritaire staten; |
|
60. |
roept de Commissie in dit verband op handel, het klimaat en daarmee samenhangende hervormingen centraal te stellen in de trans-Atlantische betrekkingen, en neemt nota van het hoge ambitieniveau van de nieuwe regering van de VS op dit gebied, dat ook gebaseerd moet zijn op nieuwe benaderingen zoals die welke door de Overeenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika, Mexico en Canada (USMCA) zijn ingevoerd; |
|
61. |
is zich bewust van het belang van de handelsbetrekkingen van de EU met China, dat in 2020 de grootste handelspartner van de EU werd wat betreft de handel in goederen; is er vast van overtuigd dat de handelsbetrekkingen tussen de EU en China een evenwichtigere en wederkerige aanpak vereisen; benadrukt dat het ratificatieproces van de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China alleen van start kan gaan als de EU belangrijke vooruitgang heeft geboekt bij de uitwerking van passende en doeltreffende autonome maatregelen, die moeten worden ingezet om marktverstorende praktijken tegen te gaan en strategische EU-belangen te verdedigen, waaronder een verbod op producten die zijn vervaardigd met behulp van dwangarbeid, een verbeterde toolbox voor handelsbescherming en een werkend sanctiemechanisme op het gebied van de mensenrechten; |
|
62. |
onderstreept dat ratificatie van de brede investeringsovereenkomst ondenkbaar is in de context van de huidige dynamiek van de bredere betrekkingen tussen de EU en China en betreurt de onaanvaardbare escalatie van China om verkozen leden van het Europees Parlement en Europese entiteiten aan sancties te onderwerpen ten zeerste, aangezien dit het vertrouwen verder uitholt en de bilaterale samenwerking belemmert; onderstreept dat het ratificatieproces van de brede investeringsovereenkomst tussen de EU en China pas van start gaat als de Chinese sancties tegen leden en organen van het Parlement zijn opgeheven; |
|
63. |
onderstreept dat het Parlement de overeenkomst, met inbegrip van de bepalingen inzake duurzame ontwikkeling, zorgvuldig zal bestuderen en herinnert de Commissie eraan dat het Parlement rekening zal houden met de mensenrechtensituatie in China, ook in Hongkong, wanneer het gevraagd wordt de investeringsovereenkomst goed te keuren; |
|
64. |
dringt er bij de Commissie op aan werk te maken van een investeringsovereenkomst met Taiwan, door haar inzet voor betekenisvolle handels- en investeringsbetrekkingen te tonen en de nodige stappen te nemen in de richting van een effectbeoordeling, openbare raadplegingen en een verkennend onderzoek vóór eind 2021; wijst nogmaals op het belang van de bilaterale structurele dialoog, onder meer over kwesties die samenhangen met multilateralisme en de WTO, technologie en volksgezondheid, alsook van cruciale samenwerking op het gebied van essentiële goederen, zoals halfgeleiders; |
|
65. |
is ingenomen met de doeltreffende, langdurige en constructieve betrokkenheid ten aanzien van Afrika en het oostelijk en zuidelijk nabuurschap in het kader van de evaluatie van het handelsbeleid en dringt aan op concrete maatregelen om de betrekkingen van de EU met deze partners te verdiepen, onder meer op het gebied van energie; |
|
66. |
wijst nogmaals op het belang van een strategisch en duurzaam partnerschap met Zuidoost-Azië en India; verzoekt de Commissie in dit verband met de regio te blijven samenwerken en op proactieve wijze op regels gebaseerde handelsbetrekkingen te bevorderen met het oog op een alomvattende en ambitieuze Indo-Pacifische strategie; |
|
67. |
wijst erop dat de COVID-19-crisis het belang heeft onderstreept van een nieuw partnerschap met het Afrikaanse continent waarin een inclusieve en duurzame beleidsaanpak wordt bevorderd; onderstreept in dit verband dat er een oplossing moet worden gevonden voor de kwestie inzake schuldvermindering en schuldkwijtschelding; beklemtoont dat de EU de diversificatie van de waardeketens in Afrika actief moet steunen; |
|
68. |
is zeer ingenomen met de inwerkingtreding van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone als instrument om de regionale, economische en politieke integratie van Afrika actief te ondersteunen en zijn toegang tot de wereldmarkten te verbeteren; |
|
69. |
onderstreept het belang van de inzet van de EU voor onze handelsbetrekkingen met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, met inbegrip van de landen en gebieden overzee; uit zijn bezorgdheid over de gevolgen van COVID-19, met name voor vrouwen, in deze regio; |
|
70. |
roept alle EU-instellingen op om prioriteit te geven aan het in stand houden van onze handels- en ontwikkelingssamenwerking en aan het ontwikkelen van meer veerkracht ten aanzien van pandemieën en noodsituaties op gezondheidsgebied; verzoekt de Commissie met het oog daarop een structurele dialoog te onderhouden met bovengenoemde partners; |
o
o o
|
71. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.. |
(1) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0337.
(2) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0277.
(3) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0261.
(4) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0109.
(5) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0071.
(6) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0073.
(7) Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0040.
(8) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0321.
(9) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0252.
(10) Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0212.
(11) Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0078.
(12) PB C 369 van 11.10.2018, blz. 22.
(13) PB C 101 van 16.3.2018, blz. 30.
(14) Internationaal Monetair Fonds, “World Economic Outlook: Managing Divergent Recoveries”, april 2021.
(15) Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen (PB L 330 van 15.11.2014, blz. 1).
(16) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).
(17) Non-paper from the Netherlands and France on trade, social economic effects and sustainable development, geraadpleegd op “The Netherlands at International Organisations” (permanentrepresentations.nl).