31990R3499

Verordening (EEG) nr. 3499/90 van de Raad van 27 november 1990 tot wijziging van Verordening nr. 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten

Publicatieblad Nr. L 338 van 05/12/1990 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 35 blz. 0177
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 35 blz. 0177


VERORDENING ( EEG ) Nr . 3499/90 VAN DE RAAD van 27 november 1990 tot wijziging van Verordening nr . 136/66/EEG houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat bij artikel 5, lid 1, van Verordening nr . 136/66/EEG ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2902/89 ( 5 ), voor de produktiesteun een regeling met een gegarandeerde maximumhoeveelheid is ingesteld; dat op grond van die regeling het bedrag van de steun per eenheid wordt verlaagd als de voor een bepaald verkoopseizoen vastgestelde maximumhoeveelheid wordt overschreden; dat, om de markt beter in evenwicht te houden en de uitgaven voor de afzet van olijfolie in de hand te houden, deze regeling tot de interventieprijs moet worden uitgebreid; dat de interventieprijs evenwel pas vanaf het volgende verkoopseizoen dient te worden verlaagd; dat het aangewezen is de verlaging van deze prijs te beperken;

Overwegende dat de maximumhoeveelheid olijfolie die de producenten mogen produceren, willen zij op grond van hun geringe produktie voor bijzondere voordelen in aanmerking komen, moet worden herzien; dat aan deze producenten een forfaitair vastgestelde aanvullende produktiesteun moet worden toegekend om de gevolgen te verzachten van de daling van de marktprijzen die de consequentie kan zijn van de overschrijding van de gegarandeerde maximumhoeveelheid;

Overwegende dat met het oog op een goed beheer en een vereenvoudiging van de regeling inzake de produktiesteun onderscheid moet worden gemaakt tussen olijfproducenten naar gelang hun olijfolieproduktie een bepaalde hoeveelheid al dan niet bereikt; dat de steun per eenheid forfaitair moet worden vastgesteld voor de producenten die minder dan die hoeveelheid produceren,

hEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Verordening nr . 136/66/EEG wordt als volgt gewijzigd :

1 . aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd :

"4 bis . Indien voor een verkoopseizoen :

- de geraamde geproduceerde hoeveelheid olijfolie hoger is dan de voor dat verkoopseizoen vastgestelde gegarandeerde maximumhoeveelheid, eventueel verhoogd overeenkomstig artikel 5, lid 1, vijfde alinea, onder a ), dan wordt de interventieprijs voor het volgende verkoopseizoen verlaagd door er de in artikel 5, lid 1, vijfde alinea, onder b ), bedoelde coëfficiënt op toe te passen . Deze verlaging mag evenwel niet groter zijn dan 3 %;

- de werkelijk geproduceerde hoeveelheid olijfolie lager of hoger is dan de geraamde hoeveelheid, dan wordt de interventieprijs voor het tweede verkoopseizoen dat volgt op het seizoen waarop deze geproduceerde hoeveelheden betrekking hebben, dienovereenkomstig verhoogd of verlaagd, onverlet de drempel van 3 % per verkoopseizoen .

De verlaging en de verhoging van de interventieprijs, als bedoeld in de eerste alinea worden door de Commissie ieder jaar voor het begin van het betrokken verkoopseizoen vastgesteld .";

2 . in artikel 5 :

a ) wordt in lid 1, tweede en zesde alinea, "400" vervangen door "500";

b ) wordt lid 2 als volgt gelezen:

"2 . De steun

- wordt op basis van de werkelijk geproduceerde hoeveelheid olijfolie toegekend aan olijfproducenten die per verkoopseizoen een gemiddelde produktie van ten minste 500 kg olijfolie hebben,

- wordt aan de overige olijfproducenten toegekend op basis van het aantal en het produktiepotentieel van hun olijfbomen en van de forfaitair vastgestelde opbrengst daarvan, op voorwaarde bovendien dat de geproduceerde olijven werkelijk tot olie zijn verwerkt .";

3 . het volgende artikel wordt ingevoegd :

"Artikel 5 bis

1 . Met ingang van het verkoopseizoen 1991/1992 en tijdens de periode waarin artikel 4, lid 4 bis, wordt toegepast, wordt een aanvullende produktiesteun toegekend aan olijvenproducenten met een gemiddelde produktie van minder dan 500 kg per verkoopseizoen . Deze steun bedraagt 3 ecu per 100 kilogram .

2 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden, voor zover nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 .".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 27 november 1990 . Voor de Raad

De Voorzitter

V . SACCOMANDI

( 1 ) PB nr . C 277 van 5 . 11 . 1990, blz . 1 .

( 2 ) Advies uitgebracht op 23 november 1990 ( nog niet bekendgemaakt in het Publikatieblad ).

( 3 ) Advies uitgebracht op 19 september 1990 ( nog niet bekendgemaakt in het Publikatieblad ).

( 4 ) PB nr . 172 van 30 . 9 . 1966, blz . 3025/66 .

( 5 ) PB nr . L 280 van 29 . 8 . 1989, blz . 2 .