<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><CONCLUSION NNC="YES" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.CONCLUSION><REF.CASE FILE="ECRCJ2003NLA.0200165901.case.xml"><NO.CASE>C-131/01</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62001C0131</NO.CELEX><NO.SEQ>0011.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>1661</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>1673</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>13</PAGE.TOTAL></BIB.CONCLUSION><CURR.TITLE><LEFT>CONCLUSIE VAN ADV.-GEN. LÉGER — ZAAK C-131/01</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / ITALIË</RIGHT></CURR.TITLE><CONTENTS.CONCLUSION><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Conclusie van advocaat-generaal</HT></P><P><HT TYPE="UC">P. Léger</HT></P><P>van <DATE ISO="20020912">12 september 2002</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Oorspronkelijke taal: Frans.</P></NOTE></P></TI></TITLE><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>Met het onderhavige beroep verzoekt de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof vast te stellen dat de Italiaanse Republiek niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 49 EG tot en met 55 EG. In wezen verwijt zij deze lidstaat, een regeling te hebben gehandhaafd volgens welke in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden moeten zijn ingeschreven op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden en in Italië een verblijfplaats of beroepswoonplaats moeten hebben om diensten te kunnen verrichten bij het Italiaanse octrooibureau.</TXT></NP><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>I —</NO.P><TXT>Wettelijk kader</TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>A —</NO.P><TXT>Gemeenschapsrecht</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>Artikel 49, eerste alinea, EG bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>In het kader van de volgende bepalingen zijn de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Gemeenschap verboden ten aanzien van de onderdanen der lidstaten die in een ander land van de Gemeenschap zijn gevestigd dan dat, waarin degene is gevestigd te wiens behoeve de dienst wordt verricht.<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>Op grond van artikel 50 <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>worden als diensten beschouwd de dienstverrichtingen welke gewoonlijk tegen vergoeding geschieden, voorzover de bepalingen betreffende het vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen op deze dienstverrichtingen niet van toepassing zijn.</TXT><P>De diensten omvatten met name werkzaamheden:</P><P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>van industriële aard,</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>van commerciële aard,</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>van het ambacht,</TXT></NP></ITEM><?PAGE NO="I-1662"?><ITEM><NP><NO.P>d)</NO.P><TXT>van de vrije beroepen.</TXT></NP></ITEM></LIST></P><P>Onverminderd de bepalingen van het hoofdstuk betreffende het recht van vestiging, kan degene die de diensten verricht, daartoe zijn werkzaamheden tijdelijk uitoefenen in het land waar de dienst wordt verricht, onder dezelfde voorwaarden als die welke dat land aan zijn eigen onderdanen oplegt.<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>B —</NO.P><TXT>Nationaal recht</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>Artikel 38 van decreto del presidente della Repubblica (besluit van de president van de Republiek) nr. 338 van <DATE ISO="19790622">22 juni 1979</DATE> houdende herziening van de nationale wetgeving inzake octrooien krachtens delegatiewet nr. 260 van <DATE ISO="19780526">26 mei 1978</DATE>, waarbij artikel 94 van regio decreto (koninklijk besluit) nr. 1127 van <DATE ISO="19390629">29 juni 1939</DATE> is gewijzigd, luidt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>Artikel 94 wordt vervangen door het volgende artikel: Niemand is verplicht zich in de procedures voor het Centraal octrooibureau te laten vertegenwoordigen door een erkende gemachtigde; natuurlijke personen en rechtspersonen kunnen optreden door één van hun werknemers, zelfs al is deze niet erkend.</P><P>De machtiging kan alleen worden verleend aan personen waarvan de naam voorkomt op de daartoe door het Bureau bijgehouden lijst.</P><P>De machtiging kan bovendien worden verleend aan een advocaat of aan een procureur, die is ingeschreven bij zijn beroepsorde.<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>5.</NO.P><TXT>Artikel 2 van het decreto ministeriale (ministerieel besluit) nr. 342 van <DATE ISO="19950530">30 mei 1995</DATE> houdende regeling van de organisatie van het beroep van gemachtigde inzake industriële eigendom en het bijhouden van de desbetreffende lijst, onderwerpt de inschrijving op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden aan de volgende voorwaarden:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>Kan ingeschreven worden op de lijst van erkende gemachtigden inzake industriële eigendom, elke natuurlijke persoon die:</P><P>[...]</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>zijn verblijfplaats of een beroepswoonplaats in Italië heeft, tenzij hij de nationaliteit heeft van een staat die de inschrijving van Italiaanse onderdanen op zijn nationale lijst toestaat zonder een dergelijke voorwaarde te stellen;</TXT></NP></ITEM><?PAGE NO="I-1663"?><ITEM><NP><NO.P>d)</NO.P><TXT>is geslaagd voor het habiliteitsexamen bedoeld in artikel 6 of voor de bekwaamheidstest voor gemachtigden inzake industriële eigendom bedoeld in artikel 6, lid 2, van het decreto legislativo (wetsbesluit) nr. 115 van <DATE ISO="19920127">27 januari 1992</DATE>.<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/><NOTE NOTE.ID="E0002" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Decreto legislativo nr. 115 van de Italiaanse Republiek houdende uitvoering van richtlijn 89/48/EEG [van de Raad van <DATE ISO="19981221">21 december 1998</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="019" DATE.PUB="1989" PAGE.FIRST="16">PB 1989, L 19, blz. 16</REF.DOC.OJ>)] betreffende cen algemeen stelsel van erkenning van hogcr-ondcrwijs-diploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten.</P></NOTE></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>II —</NO.P><TXT>Procedure</TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>A —</NO.P><TXT>Precontentieuze fase</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>6.</NO.P><TXT>In haar aanmaningsbrief van <DATE ISO="19980629">29 juni 1998</DATE> verwijt de Commissie de Italiaanse autoriteiten, het gewijzigde artikel 94 van koninklijk besluit nr. 1127 van <DATE ISO="19390629">29 juni 1939</DATE> en artikel 2 van decreto nr. 342 van <DATE ISO="19950530">30 mei 1995</DATE> te hebben gehandhaafd. Naar haar mening zijn deze artikelen onverenigbaar met het fundamentele beginsel van vrije dienstverrichting van artikel 49 EG. Zij acht het overdreven om van octrooigemachtigden die zijn gevestigd in andere lidstaten waar zij hun beroep rechtmatig uitoefenen, te eisen dat zij voor een bekwaamheidstest slagen, in Italië een verblijfplaats of beroepswoonplaats verwerven en zich vervolgens op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden laten inschrijven, vooral wanneer hun optreden voor het Italiaanse octrooibureau slechts eenmalig of incidenteel is.</TXT></NP><NP><NO.P>7.</NO.P><TXT>Volgens de Commissie worden deze vereisten niet gerechtvaardigd door een dringende reden van algemeen belang en zijn zij niet evenredig met het nagestreefde doel, zodat zij een ongeoorloofde belemmering van het vrij verrichten van diensten vormen.</TXT></NP><NP><NO.P>8.</NO.P><TXT>Zij heeft de Italiaanse regering dan ook verzocht, binnen twee maanden na ontvangst van genoemde brief haar opmerkingen te maken.</TXT></NP><NP><NO.P>9.</NO.P><TXT>De Italiaanse Republiek betwist de haar verweten niet-nakoming. Volgens haar worden de door het gewijzigde artikel 94 van regio decreto nr. 1127 van <DATE ISO="19390629">29 juni 1939</DATE> en artikel 2 van decreto nr. 342 van <DATE ISO="19950530">30 mei 1995</DATE> gestelde vereisten gerechtvaardigd door dringende redenen van algemeen belang en zijn zij evenredig met het nagestreefde doel. Het gaat er vooral om, de gebruiker van de dienst die niet persoonlijk wil optreden voor de autoriteiten, de professionaliteit en de deskundigheid van de in de andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden te garanderen.</TXT></NP><NP><NO.P>10.</NO.P><TXT>Aangezien zij het antwoord van de Italiaanse autoriteiten onvoldoende achtte, heeft de Commissie hun op <DATE ISO="19990804">4 augustus 1999</DATE> een aanvullende aanmaningsbrief gestuurd. Hierin heeft de Commissie de<?PAGE NO="I-1664"?> eerder opgeworpen grieven herhaald en hieraan toegevoegd dat de artikelen 6, tweede alinea, en 13, eerste alinea, van decreto-legge nr. 115 in strijd zijn met richtlijn 89/48, aangezien zij de uitoefening, ook indien incidenteel en onregelmatig, van het beroep van octrooigemachtigde afhankelijk stellen van het slagen voor een bekwaamheidstest.</TXT></NP><NP><NO.P>11.</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19991012">12 oktober 1999</DATE> deelde de Italiaanse Republiek mee dat zij haar standpunt handhaafde.</TXT></NP><NP><NO.P>12.</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20000217">17 februari 2000</DATE> stuurde de Commissie de Italiaanse autoriteiten een met redenen omkleed advies, waarin zij de Italiaanse Republiek verzocht binnen twee maanden na kennisgeving van het advies de nodige maatregelen te treffen om zich daarnaar te voegen.</TXT></NP><NP><NO.P>13.</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="20001114">14 november 2000</DATE> herhaalden de Italiaanse autoriteiten het in hun eerdere brieven naar voren gebrachte standpunt.</TXT></NP><NP><NO.P>14.</NO.P><TXT>Daar zij uit dit antwoord niet kon concluderen dat de Italiaanse Republiek had voldaan aan de verplichtingen van de artikelen 49 EG tot en met 55 EG, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>B —</NO.P><TXT>Conclusies van partijen</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>15.</NO.P><TXT>Het verzoekschrift van de Commissie is op <DATE ISO="20010321">21 maart 2001</DATE> ingekomen bij de griffie van het Hof.</TXT></NP><NP><NO.P>16.</NO.P><TXT>De Commissie concludeert dat het den Hove behage:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>te stellen dat de Italiaanse Republiek, door een regeling te handhaven volgens welke in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden moeten zijn ingeschreven op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden en in Italië een verblijfplaats of beroepswoonplaats moeten hebben om diensten te kunnen verrichten bij het Italiaanse octrooibureau, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 49 tot en met 55 EG inzake het vrij verrichten van diensten;</P></ITEM><ITEM><P>de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.</P></ITEM></LIST></P></NP><?PAGE NO="I-1665"?><NP><NO.P>17.</NO.P><TXT>De Italiaanse Republiek verzoekt het Hof, het beroep van de Commissie te verwerpen en haar in de kosten te verwijzen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>III —</NO.P><TXT>Eerste grief: onverenigbaarheid van het gewijzigde artikel 94 van regio decreto nr. 1127 van <DATE ISO="19390629">29 juni 1939</DATE> met artikel 49 EG</TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>A —</NO.P><TXT>Argumenten van partijen</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>18.</NO.P><TXT>Met de eerste grief betoogt de Commissie dat de verplichting voor in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden om zich op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden te laten inschrijven teneinde een incidentele en tijdelijke dienst als gemachtigde bij het Italiaanse octrooibureau te kunnen verrichten voor rekening van klanten die hun hierom hebben verzocht, een belemmering van het vrij verrichten van diensten vormt.</TXT></NP><NP><NO.P>19.</NO.P><TXT>Volgens de Commissie kan het vrij verrichten van diensten slechts worden beperkt door regelingen die hun rechtvaardiging vinden in het algemeen belang, voorzover dit belang niet reeds wordt gewaarborgd door de regels waaraan de dienstverrichter in zijn lidstaat van vestiging is onderworpen.</TXT></NP><NP><NO.P>20.</NO.P><TXT>De Commissie betoogt dat deze vereisten volgens vaste rechtspraak van het Hof bovendien objectief noodzakelijk moeten zijn om de naleving van de beroepsregels te waarborgen en de bescherming te verzekeren van de belangen met het oog waarop deze zijn vastgesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>21.</NO.P><TXT>Tot slot merkte de Commissie op dathet Hof steeds heeft geoordeeld dat het aan de betrokken lidstaat is om de noodzaak en de evenredigheid van de door zijn nationale regelgeving opgelegde beperkingen van het vrij verrichten van diensten aan te tonen.</TXT></NP><NP><NO.P>22.</NO.P><TXT>Zij stelt dat de Italiaanse Republiek dit bewijs in het onderhavige geval niet heeft geleverd.</TXT></NP><?PAGE NO="I-1666"?><NP><NO.P>23.</NO.P><TXT>De Italiaanse regering betoogt dat de werkzaamheden van octrooigemachtigden niet onder artikel 50 EG vallen. Volgens haar is het doorslaggevende argument om een activiteit als tijdelijk en incidenteel te kwalificeren niet alleen de frequentie en de periodiciteit, maar ook de duur en de continuïteit ervan. Het depot en de inschrijving van een uitvinding zijn immers niet een eenmalige handeling maar een maandenlange activiteit, en de bescherming van het octrooi en de daaruit voortvloeiende vertegenwoordigingsactiviteit strekt zich uit over verscheidene jaren. Daarom kan een dergelijke activiteit niet als tijdelijk of incidenteel worden aangemerkt. Artikel 50 is dan ook niet van toepassing.</TXT></NP><NP><NO.P>24.</NO.P><TXT>Volgens haar is het niet realistisch te denken dat een aanvrager een octrooigemachtigde inschakelt om een enkele handeling te verrichten, zoals de indiening van een octrooiaanvraag, en vervolgens een andere gemachtigde vraagt om de daaropvolgende onderzoeksprocedure te voeren. Volgens haar is de prestatie van de octrooigemachtigde altijd een complexe activiteit die veelvuldige, regelmatige en continue handelingen met zich brengt, hetgeen een andere beoordeling van de betrokken prestatie rechtvaardigt. Deze kan naar haar mening dan ook slechts op een duurzame en continue basis in de ontvangende lidstaat worden verricht.</TXT></NP><NP><NO.P>25.</NO.P><TXT>De Italiaanse regering betoogt dat zelfs indien deze activiteit als tijdelijk en incidenteel zou kunnen worden aangemerkt, de beperking van het beginsel van vrije dienstverrichting in casu gerechtvaardigd is. Het gaat hier om bescherming van een algemeen belang, en vooral om voorkoming van schade voor de belangen van de uitvinder. Volgens haar is deze beperkende maatregel bedoeld om de controleproblemen te verlichten die het Italiaanse octrooibureau heeft ondervonden in verband met het incidentele karakter van de door de in een andere lidstaat gevestigde octrooigemachtigden uitgeoefende activiteit. Vooral gezien het aantal bij het nationale octrooibureau ingediende aanvragen en depots is deze controle onmogelijk. Zonder een dergelijke maatregel loopt de uitvinder het risico dat zijn aanvraag wordt afgewezen. De professionele en morele kwalificaties van de in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden moeten worden verzekerd. De beperking van het vrij verrichten van diensten wordt dus ruimschoots gerechtvaardigd door het algemene belang van bescherming van de ontvangers van de betrokken diensten tegen schade ten gevolge van tekortschietende professionele of morele kwalificaties van de octrooigemachtigden.</TXT></NP><NP><NO.P>26.</NO.P><TXT>De Italiaanse regering betoogt eveneens dat de beperkende maatregel is ingegeven door het streven naar herstel van een zekere gelijkheid tussen de Italiaanse octrooigemachtigden en degenen die in andere lidstaten zoals Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn gevestigd. De laatstgenoemden zijn volgens haar in taalkundig en geografisch opzicht namelijk al in het voordeel. Deze situatie leidt tot concurrentievervalsing.</TXT></NP><?PAGE NO="I-1667"?><NP><NO.P>27.</NO.P><TXT>Bovendien is het volgens Italiaanse regering onmogelijk om met zekerheid vast te stellen welke personen in de lidstaat van oorsprong bevoegd zijn om het beroep van octrooigemachtigde uit te oefenen, wie er een bijzondere titel mogen voeren en welke opleiding daartoe moet zijn gevolgd, en om te bepalen of deze met de in Italië vereiste opleiding overeenstemt.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>B —</NO.P><TXT>Beoordeling</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>28.</NO.P><TXT>De door de Italiaanse regering gegeven definitie van tijdelijke verrichting van diensten is in strijd met de vaste uitleg die het Hof daaraan heeft.</TXT></NP><NP><NO.P>29.</NO.P><TXT>Volgens het Hof betreft het begrip <QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>dienstverrichting<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/> het geval waarin de dienstverrichter zich naar een andere lidstaat begeeft om er zijn diensten aan te bieden. Bovendien gaan de bepalingen van artikel 50, derde alinea, EG ervan uit dat hij zijn werkzaamheden daar tijdelijk uitoefent.<NOTE NOTE.ID="E0003" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="19951130">30 november 1995</DATE>, Gebhard (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-55/94" YEAR="1995" PAGE.ECR="I-4165">C-55/94, Jurispr. blz. I-4165, punt 26</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>30.</NO.P><TXT>Het tijdelijke karakter van de betrokken werkzaamheden moet niet enkel aan de hand van de duur van de dienst worden beoordeeld, maar tevens aan de hand van de frequentie, de periodiciteit of de continuïteit ervan.<NOTE NOTE.ID="E0004" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibid. (punt 27)</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>31.</NO.P><TXT>Daarentegen is het begrip <QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>vestiging<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/> in de zin van het Verdrag zeer ruim en houdt het in dat een gemeenschapsonderdaan duurzaam kan deelnemen aan het economisch leven van een andere lidstaat dan zijn staat van herkomst, daar voordeel uit kan halen en op die wijze de economische en sociale vervlechting in de Gemeenschap op het terrein van niet in loondienst verrichte werkzaamheden kan bevorderen.<NOTE NOTE.ID="E0005" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibid. (punt 25)</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>32.</NO.P><TXT>Het doorslaggevende element om een activiteit als <QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201E"/>tijdelijk<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="201D"/> aan te merken, is dan ook het niet-duurzaam deelnemen aan het economisch leven van een andere lidstaat dan de lidstaat van herkomst.</TXT></NP><NP><NO.P>33.</NO.P><TXT>In casu zie ik niet in, wat er tegen de tijdelijke uitoefening in de zin van<?PAGE NO="I-1668"?> artikel 50, derde alinea, EG van de activiteit van octrooigemachtigde is. De Italiaanse regering lijkt dit overigens impliciet te erkennen, aangezien zij zich beperkt tot de opmerking dat een eenmalige uitoefening van deze activiteit niet reëel lijkt omdat dat ten koste gaat van de doelmatigheid van het optreden van de dienstverrichter. Hiermee erkent zij dat tijdelijke uitoefening van deze activiteit mogelijk, zij het onwenselijk is.</TXT></NP><NP><NO.P>34.</NO.P><TXT>De activiteit van octrooigemachtigde, wanneer deze tijdelijk wordt uitgeoefend, valt dus onder artikel 49 EG en volgende, en vooral onder artikel 50, derde alinea, EG.</TXT></NP><NP><NO.P>35.</NO.P><TXT>Daarom moet thans worden nagegaan of de Italiaanse nationale regeling het vrij verrichten van diensten in de zin van artikel 49 EG belemmert. Indien dit zo is, moet worden bepaald of deze belemmering wordt gerechtvaardigd door dringende redenen van algemeen belang en of de ter bescherming daarvan vastgestelde maatregelen evenredig zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>36.</NO.P><TXT>Volgens vaste rechtspraak vereist artikel 49 EG niet alleen de afschaffing van iedere discriminatie van de in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter op grond van diens nationaliteit, maar tevens de opheffing van iedere beperking — ook indien deze zonder onderscheid geldt voor binnenlandse dienstverrichters en dienstverrichters uit andere lidstaten — die de werkzaamheden van de dienstverrichter die in een andere lidstaat is gevestigd en aldaar rechtmatig gelijksoortige diensten verricht, verbiedt, belemmert of minder aantrekkelijk maakt.<NOTE NOTE.ID="E0006" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Arrest van <DATE ISO="20001003">3 oktober 2000</DATE>, Corsten (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-58/98" YEAR="2000" PAGE.ECR="I-7919">C-58/98, Jurispr. blz. I-7919, punt 33</REF.DOC.ECR>, en de aldaar aangehaalde rechtspraak).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>37.</NO.P><TXT>Eveneens volgens vaste rechtspraak is een verplichting, opgelegd aan een in een andere lidstaat gevestigde marktdeelnemer die als dienstverrichter een activiteit in een andere lidstaat wil uitoefenen, om zich in het ambachtsregister van laatstgenoemde staat in te schrijven, een beperking in de zin van artikel 49 van het Verdrag.<NOTE NOTE.ID="E0007" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibid. (punt 34). Zie eveneens arresten van <DATE ISO="20000309">9 maart 2000</DATE>, Commissie/Italië (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-358/98" YEAR="2000" PAGE.ECR="I-1255">C-358/98, Jurispr. blz. I-1255, punt 15</REF.DOC.ECR>) en <DATE ISO="20000608">8 juni 2000</DATE>, Commissie/Italië (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-264/99" YEAR="2000" PAGE.ECR="I-4417">C-264/99, Jurispr. blz. i—4417, punt 8</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>38.</NO.P><TXT>De verplichting voor in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden om zich op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden in te schrijven teneinde voor rekening van klanten die hun hierom hebben verzocht, een incidentele en tijdelijke dienst als<?PAGE NO="I-1669"?> gemachtigde bij het Italiaanse octrooibureau te verrichten, is derhalve een belemmering van het vrij verrichten van diensten.</TXT></NP><NP><NO.P>39.</NO.P><TXT>Een dergelijke beperking van het grondbeginsel van het vrij verrichten van diensten kan volgens het Hof ook bij gebreke van een harmonisatie ter zake, slechts worden gerechtvaardigd door regelingen die hun grondslag vinden in dwingende redenen van algemeen belang, die gelden voor iedere persoon of onderneming die op het grondgebied van de betrokken staat werkzaam is, voorzover dit belang niet wordt gewaarborgd door de regels waaraan de dienstverrichter is onderworpen in de lidstaat waar hij is gevestigd.<NOTE NOTE.ID="E0008" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie arrest Corsten, reeds aangehaald, (punt 35 en de daarin aangehaalde arresten). Zie ook arrest van <DATE ISO="20020122">22 januari 2002</DATE>, Canal Satélite Digital (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-390/99" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-607">C-390/99, Jurispr. blz. I-607, punt 38</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>40.</NO.P><TXT>Volgens het Hof vormt de doelstelling om de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden te garanderen en de opdrachtgevers te beschermen, een dwingende reden van algemeen belang die een beperking van het vrij verrichten van diensten kan rechtvaardigen.<NOTE NOTE.ID="E0009" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie arrest Corsten, reeds aangehaald (punt 38).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>41.</NO.P><TXT>Het Hof heeft hierbij echter aangetekend dat de toepassing van de nationale regelingen van een lidstaat op de in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichters overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel geschikt moet zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen, en niet verder mag gaan dan nodig is voor het bereiken van dat doel.<NOTE NOTE.ID="E0010" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibid. (punt 39).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>42.</NO.P><TXT>In het onderhavige geval is de betwiste nationale regeling bedoeld om de kwaliteit van de verrichte diensten te waarborgen en de gebruikers van deze diensten te beschermen. Dit is inderdaad een doel dat een beperking op het vrij verrichten van diensten kan rechtvaardigen. Ik ben echter van oordeel dat de maatregelen die met het oog op dit doel zijn genomen, verder gaan dan voor het bereiken ervan noodzakelijk is. Naar mijn mening heeft de Italiaanse regering het evenredigheidsbeginsel geschonden.</TXT></NP><NP><NO.P>43.</NO.P><TXT>Zoals de Commissie zeer terecht heeft opgemerkt, hadden de Italiaanse autoriteiten, indien hun bewering klopt dat de Duitse en Britse octrooigemachtigden vrijwel een monopolie hebben omdat zij taalkundig en geografisch sterk bevoordeeld worden, deze situatie moeten melden bij de Commissie, die als enige bevoegd is om maatregelen te nemen om aan deze situatie een einde te maken. Het correctiemiddel tegen een schending van een verdragsbepaling kan in geen geval bestaan uit een schending van een grondbeginsel van het Verdrag zoals het beginsel van vrije dienstverrichting.<NOTE NOTE.ID="E0011" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie onder meer arrest van <DATE ISO="19790925">25 september 1979</DATE>, Commissie/Frankrijk, (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="232/78" YEAR="1979" PAGE.ECR="2729">232/78. Jurispr. blz. 2729, punt 9</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><?PAGE NO="I-1670"?><NP><NO.P>44.</NO.P><TXT>Bovendien lijkt het mij geen evenredig middel ter bereiking van het doel van bescherming van de ontvangers van de diensten, om zowel octrooigemachtigden uit lidstaten die geen toelatingsprocedure of preventieve controle voor het beroep kennen, als degenen uit lidstaten waar deze procedure wel bestaat en waarvan niet kan worden gesteld dat de bekwaamheid en de professionele kwaliteiten van de dienstverrichter niet reeds zijn gecontroleerd, zonder onderscheid aan dezelfde controle te onderwerpen.</TXT></NP><NP><NO.P>45.</NO.P><TXT>Wat de moeilijkheid betreft om controle uit te oefenen op de geschiktheid en het incidentele en tijdelijke karakter van activiteiten van de octrooigemachtigden bij het Italiaanse octrooibureau, dunkt mij dat er andere middelen bestaan die minder ingrijpend, even doeltreffend en meer in overeenstemming met het recht van vrije dienstverrichting zijn. Zo kan de verschillende gemachtigden bijvoorbeeld om een bewijs worden gevraagd, dat zij aan de vereisten voor de uitoefening van de werkzaamheden van octrooigemachtigde voldoen.<NOTE NOTE.ID="E0012" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie naar analogie arrest van <DATE ISO="19960606">6 juni 1996</DATE>, Commissie/Italië (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-101/94" YEAR="1996" PAGE.ECR="I-249">C-101/94, Jurispr. blz. I-249, punt 22</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE> Ook kan de lidstaat van ontvangst voorzien in een tijdelijke inschrijving in een register die automatisch plaatsvindt, op voorwaarde dat deze inschrijving het verrichten van diensten niet vertraagt of bemoeilijkt.<NOTE NOTE.ID="E0013" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie naar analogie arrest van <DATE ISO="20020321">21 maart 2002</DATE>, Commissie/ Italië (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-298/99" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-3129">C-298/99, Jurispr. blz. 3129, punt 62</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>46.</NO.P><TXT>Uit bovenstaande overwegingen volgt dat de eerste grief gegrond is.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>IV —</NO.P><TXT>De tweede grief: onverenigbaarheid met artikel 49 EG van de verplichting om de verblijfplaats of beroepswoonplaats in Italië te hebben om er diensten te verrichten</TXT></NP></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>A —</NO.P><TXT>Argumenten van partijen</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>47.</NO.P><TXT>De Commissie is van oordeel dat artikel 2 van decreto nr. 342 van <DATE ISO="19950530">30 mei 1995</DATE> eveneens het vrij verrichten van diensten ongerechtvaardigd belemmert voorzover het voor de inschrijving op de lijst van in Italië toegelaten octrooigemachtigden bovendien een verblijfplaats of beroepswoonplaats in Italië vereist, behalve voor onderdanen van staten die deze voorwaarde niet stellen aan Italiaanse onderdanen die zich daar inschrijven.</TXT></NP><?PAGE NO="I-1671"?><NP><NO.P>48.</NO.P><TXT>De wederkerigheidscłausułe betekent dat de Italiaanse Republiek alleen bereid is het gemeenschapsrecht na te komen ten aanzien van lidstaten die dit ook doen, dus de lidstaten die geen vergelijkbare domiciliekeuzeverplichting opleggen. De Commissie acht deze opstelling onaanvaardbaar. De Italiaanse regering heeft zich volgens haar overigens bereid verklaard de betwiste voorwaarde te wijzigen, overigens zonder aan die intentieverklaring gevolg te geven.</TXT></NP><NP><NO.P>49.</NO.P><TXT>Volgens de Commissie kunnen de argumenten van de Italiaanse Republiek de betrokken beperking niet rechtvaardigen.</TXT></NP><NP><NO.P>50.</NO.P><TXT>De Italiaanse Republiek betoogt dat de wederkerigheidsvoorwaarde moet worden opgevat als een uitdrukking van de wil van de Italiaanse wetgever om vooruit te lopen op toekomstige situaties waarin deze materie bij overeenkomsten met derde landen op een andere wijze kan worden geregeld. De Italiaanse regering verklaart zich echter bereid genoemde voorwaarde te wijzigen, maar stelt dat het probleem zeer marginaal en louter formeel is.</TXT></NP><NP><NO.P>51.</NO.P><TXT>Wat de verplichting tot domiciliekeuze in Italië betreft, merkt de Italiaanse regering op dat de verblijfplaats naar nationaal recht ertoe dient om de territoriale bevoegdheid van de Italiaanse rechtbanken vast te stellen in geschillen tussen enerzijds degenen die de nietigheid of ongeldigheid van het octrooi inroepen, en anderzijds de octrooihouder, de licentiehouders of hun rechtsopvolgers, en dat deze verplichting niet alleen wettig is, maar ook beantwoordt aan het algemeen belang van het gerechtelijk stelsel.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><NP><NO.P>B —</NO.P><TXT>Beoordeling</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>52.</NO.P><TXT>Ten aanzien van de wederkerigheidsclausułe moet worden opgemerkt dat deze, gezien de algemene formulering ervan, niet alleen toekomstige gevallen buiten de Gemeenschap, maar ook huidige gevallen binnen de Gemeenschap betreft. Bij de huidige stand van de Italiaanse wetgeving wordt de in andere lidstaten gevestigde dienstverrichters namelijk de mogelijkheid ontnomen om hun dienst in Italië vrij te verrichten indien zij niet voldoen aan de verplichting om zich vooraf op de lijst van octrooigemachtigden in te schrijven en om in die lidstaat een woon- of verblijfplaats te kiezen. Er is slechts een uitzondering op<?PAGE NO="I-1672"?> deze regel, namelijk wanneer de lidstaat van vestiging de inschrijving van Italiaanse onderdanen op zijn lijst toestaat zonder een woon- of verblijfplaats aldaar te eisen. Volgens vaste rechtspraak kan een lidstaat zich niet beroepen op niet-nakoming van het wederkerigheidsbeginsel of op een eventuele verdragsschending door een andere lidstaat om zijn eigen niet-nakoming te rechtvaardigen.<NOTE NOTE.ID="E0014" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie reeds aangehaald arrest van <DATE ISO="19960606">6 juni 1996</DATE>, Commissie/ Italië (punt 27).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>53.</NO.P><TXT>De wederkerigheidsvoorwaarde van artikel 2 van decreet nr. 342 van <DATE ISO="19950530">30 mei 1995</DATE> is dan ook in strijd met artikel 49 EG.</TXT></NP><NP><NO.P>54.</NO.P><TXT>Met betrekking tot de verplichting om een verblijfplaats of beroepswoonplaats in de ontvangende lidstaat te hebben, merk ik op dat volgens vaste rechtspraak het vereiste dat een marktdeelnemer die reeds in een lidstaat is gevestigd en in een andere lidstaat tijdelijk diensten wenst te verrichten, een verblijfplaats of beroepswoonplaats moet hebben in de staat waar de dienst wordt verricht, een ernstige beperking op het vrij verrichten van diensten is.<NOTE NOTE.ID="E0015" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Zie bijvoorbeeld arrest van <DATE ISO="19861204">4 december 1986</DATE>, Commissie/ Denemarken (<REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="252/83" YEAR="1986" PAGE.ECR="3713">252/83, Jurispr. blz. 3713, punt 18</REF.DOC.ECR>).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>55.</NO.P><TXT>Dit vereiste is dan ook enkel verenigbaar te achten met de artikelen 49 EG en 50 EG indien er op het gebied van de betrokken werkzaamheid dwingende redenen van algemeen belang blijken te bestaan, die beperkingen op het vrij verrichten van diensten rechtvaardigen, indien dat belang niet reeds wordt gewaarborgd door de regels van de staat van vestiging en hetzelfde resultaat niet door minder beperkende voorschriften kan worden bereikt.<NOTE NOTE.ID="E0016" NUMBERING.CONTINUED="YES"><P>Ibid. (punt 19).</P></NOTE></TXT></NP><NP><NO.P>56.</NO.P><TXT>In casu noemt de Italiaanse regering als rechtvaardigingsgronden voor deze maatregel, de bescherming van de gebruikers van de diensten van in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden, de noodzaak om de territoriale bevoegdheid van de Italiaanse rechtbanken te kunnen vaststellen in geschillen tussen degenen die de nietigheid of ongeldigheid van het octrooi inroepen en de rechthebbende op het octrooi, en de waarborging van een goed verloop van de procedure.</TXT></NP><NP><NO.P>57.</NO.P><TXT>Naar mijn oordeel kunnen deze redenen beperkingen van het beginsel van vrije dienstverrichting rechtvaardigen. Niettemin gaat het vereiste van een verblijf- of beroepswoonplaats mijns inziens verder dan nodig is, aangezien het kosten en andere nutteloze belemmeringen voor de in een andere lidstaat gevestigde octrooigemachtigden met zich brengt. Er zijn andere maatregelen mogelijk die minder ingrijpend,<?PAGE NO="I-1673"?> even doeltreffend en meer in overeenstemming met het recht van vrije dienstverrichting zijn. De territoriale bevoegdheid van de Italiaanse rechtbanken kan ook worden veiliggesteld door de Italiaanse rechter bevoegd te verklaren voor elk geschil over een in Italië ingeschreven octrooi. En een goed procesverloop en de bescherming van de gebruikers van de diensten kan ook worden gegarandeerd door maatregelen zoals de gebruikmaking van postbussen, het kiezen van domicilie bij een confrater en gebruikmaking van de verschillende manieren van verzending, telecommunicatie en vervoer.</TXT></NP><NP><NO.P>58.</NO.P><TXT>Gezien het bovenstaande is de tweede grief naar mijn mening eveneens gegrond.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>V —</NO.P><TXT>Kosten</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>59.</NO.P><TXT>Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten te worden verwezen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><NP><NO.P>VI —</NO.P><TXT>Conclusie</TXT></NP></TI></TITLE><NP><NO.P>60.</NO.P><TXT>Gezien de bovenstaande overwegingen geef ik het Hof in overweging:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door een regeling te handhaven volgens welke in andere lidstaten gevestigde octrooigemachtigden moeten zijn ingeschreven op de Italiaanse lijst van octrooigemachtigden en in Italië een verblijfplaats of beroepswoonplaats moeten hebben om diensten te kunnen verrichten bij het Italiaanse octrooibureau, niet heeft voldaan aan de verplichtingen die op haar rusten krachtens de artikelen 49 tot en met 55 EG inzake het vrij verrichten van diensten;</P></ITEM><ITEM><P>de Italiaanse Republiek in de kosten te verwijzen.</P></ITEM></LIST></P></NP></GR.SEQ></CONTENTS.CONCLUSION></CONCLUSION>