51994PC0011

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD tot wijziging van Richtlijn 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden /* COM/94/11DEF */

Publicatieblad Nr. C 051 van 19/02/1994 blz. 0006


Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 90/428/EEG inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden (94/C 51/05) COM(94) 11 def.

(Door de Commissie ingediend op 28 januari 1994)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende dat de Commissie, krachtens artikel 4, lid 2, tweede streepje, vierde alinea, van Richtlijn 90/428/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake het handelsverkeer in voor wedstrijden bestemde paardachtigen en houdende vaststelling van de voorwaarden voor deelneming aan deze wedstrijden (1), een verslag dient op te stellen waarin rekening wordt gehouden met de vooruitgang die op het gebied van de harmonisatie is geboekt met betrekking tot de gehele problematiek van het fokken van paarden voor wedstrijden, ten einde de bepalingen met betrekking tot de aan wedstrijden verbonden prijzen of winsten opnieuw te bezien;

Overwegende dat uit de eerste werkzaamheden van de Commissie in dit verband is gebleken dat, voor de controle door de bevoegde autoriteiten, het totale bedrag van de prijzen en winsten die verbonden zijn aan wedstrijden als bedoeld in artikel 4, lid 2, eerste streepje, waarvoor is voorzien in een afwijking ten opzichte van de in artikel 3 vastgestelde verplichtingen, niet meer mag bedragen dan een bepaald percentage van het totale bedrag aan prijzen of winsten voor alle wedstrijden samen; dat evenwel, in verband met uitzonderlijke problemen die zich in deze sector kunnen voordoen, hogere percentages zouden moeten worden toegestaan;

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 4, lid 2, van Richtlijn 90/428/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste streepje wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Het bedrag van de aan deze wedstrijden verbonden prijzen en winsten mag ten hoogste gelijk zijn aan 20 % van het bedrag van de prijzen of winsten als bedoeld in lid 1, onder c).".

2. Het tweede streepje wordt vervangen door:

"- mogen de Lid-Staten voor elke wedstrijd of elk wedstrijdtype via de daartoe officieel goedgekeurde of erkende organisaties ten hoogste 20 % van de in lid 1, onder c), bedoelde prijzen of winsten bestemmen voor het behoud, de ontwikkeling en de verbetering van de paardenfokkerij;".

3. De volgende streepjes worden toegevoegd:

"- de algemene criteria voor de verdeling van de prijzen en winsten moeten aan de Commissie en aan de andere Lid-Staten worden medegedeeld in het kader van het Permanent Zoötechnisch Comité;

- de Commissie kan een Lid-Staat die daartoe een met redenen omkleed verzoek indient, toestemming verlenen om voor bepaalde wedstrijdtypes hogere percentages vast te stellen dan de in het eerste en het tweede streepje bedoelde percentages.".

Artikel 2

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1994 aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden door de Lid-Staten vastgesteld.

2. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de essentiële bepalingen van het nationale recht die zij vaststellen binnen de werkingssfeer van deze richtlijn.

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

(1) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 60.