24.11.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 474/74


P9_TA(2021)0081

Genetisch gemodificeerde mais MZIR098 (SYN-ØØØ98-3)

Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2021 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZIR098 (SYN-ØØØ98-3), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D070620/02 — 2021/2554(RSP))

(2021/C 474/07)

Het Europees Parlement,

—

gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZIR098 (SYN-ØØØ98-3), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D070620/02,

—

gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

—

gezien Uitvoeringsverordening (EU) nr. 503/2013 van de Commissie van 3 april 2013 betreffende vergunningaanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 641/2004 van de Commissie en (EG) nr. 1981/2006 van de Commissie (2),

—

gezien de stemming van 11 januari 2021 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,

—

gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (3),

—

gezien het advies dat op 28 mei 2020 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 26 juni 2020 werd gepubliceerd (4),

—

gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) (5),

—

gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

—

gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A.

overwegende dat Syngenta Crop Protection NV/SA (“de aanvrager”) op 25 april 2017 een aanvraag heeft ingediend voor een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZIR098 (“de genetisch gemodificeerde mais”) overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003; overwegende dat de aanvraag tevens betrekking heeft op het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit de genetisch gemodificeerde mais voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder, met uitzondering van de teelt;

B.

overwegende dat de EFSA op 28 mei 2020 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 26 juni 2020 is gepubliceerd;

C.

overwegende dat de genetisch gemodificeerde mais gemodificeerd is om resistent te zijn voor herbiciden die glufosinaat (“het complementair herbicide”) bevatten, en om twee insectendodende eiwitten te produceren (zogenaamde Bt- of Cry-toxinen), namelijk eCry3.1Ab en mCry3A, die toxisch zijn voor de larven van bepaalde schubvleugeligen die zich met mais voeden (6);

D.

overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en de Commissie bij het ontwerp van haar besluit eventuele relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking moet nemen;

E.

overwegende dat krachtens Uitvoeringsverordening (EU) nr. 503/2013 beoordeeld moet worden of de verwachte landbouwpraktijken van invloed zijn op de onderzochte eindpunten; overwegende dat dit volgens de Uitvoeringsverordening in het bijzonder relevant is voor planten die herbicideresistent zijn; overwegende dat de verschillende locaties die voor de veldproeven worden gekozen een weerspiegeling moeten vormen van de verschillende meteorologische en agronomische omstandigheden waaronder het gewas zal worden geteeld;

Gebrek aan gegevens over genexpressie en plantsamenstelling

F.

overwegende dat slechts op acht locaties in de Verenigde Staten veldproeven voor de samenstellings- en agronomische beoordeling van de genetisch gemodificeerde mais zijn gehouden, maar niet in andere relevante maisproducerende gebieden zoals Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay; overwegende dat slechts gegevens van één jaar (2013) zijn gebruikt voor de gegevens betreffende de relevante weersomstandigheden waaronder de planten kunnen worden geteeld; overwegende dat glufosinaat niet gebruikt is als complementair herbicide in de hoge doses die moeten worden verwacht in verband met het vergroten van de resistentie tegen onkruid;

G.

overwegende dat de EFSA niet om nader onderzoek heeft verzocht, zoals veldproeven met een looptijd van meer dan één seizoen en in andere maisproducerende regio’s; overwegende dat verder geen gegevens zijn gegenereerd die extremere weersomstandigheden weerspiegelen, zoals die welke het gevolg zijn van klimaatverandering, ondanks het feit dat bekend is dat milieufactoren van invloed kunnen zijn op de expressie van Bt-toxinen (7);

Gebrek aan analyse van glufosinaatresiduen

H.

overwegende dat glufosinaat is aangemerkt als giftig voor de voortplanting (categorie 1B) en derhalve onder de uitsluitingscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad valt (8); overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat voor gebruik in de Unie op 31 juli 2018 is verstreken (9);

I.

overwegende dat uit onderzoek is gebleken dat glufosinaat het microbioom sterk kan beïnvloeden (10), en dat derhalve eerst de langetermijntoxiciteit (gemengde toxiciteit) van hele levensmiddelen en diervoeders van de Bt-toxinen voor de darmen door het bespuiten met glufosinaat moet worden beoordeeld voordat conclusies kunnen worden getrokken over de gevolgen voor de gezondheid en de voedselveiligheid;

J.

overwegende dat de beoordeling van residuen en afbraakproducten van herbiciden die worden aangetroffen op genetisch gemodificeerde planten, alsook de interactie ervan met Bt-toxinen, wordt geacht buiten de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen te vallen, en dat deze beoordeling daarom niet plaatsvindt als onderdeel van de vergunningsprocedure voor ggo’s;

Openstaande vragen in verband met Bt-toxinen

K.

overwegende dat in Escherichia coli (E. coli) geproduceerde eCry3.1Ab en mCry3A-eiwitten zijn gebruikt voor de uitvoering van veiligheidsonderzoek, in plaats van door de genetisch gemodificeerde plant zelf geproduceerde eiwitten (11), hetgeen betekent dat de beoordeling van de toxische effecten gebaseerd is op de veronderstelde equivalentie van in E. coli geproduceerde Bt-toxinen met door de plant geproduceerde Bt-toxinen; overwegende dat beoordelingen volgens een bevoegde instantie van een van de lidstaten, om adequaat rekening te kunnen houden met synergistische effecten, niet uitsluitend gebaseerd mogen worden op tests met in microbiële systemen geproduceerde transgene Bt-toxinen (12);

L.

overwegende dat daarnaast weinig betekenis kan worden toegekend aan toxicologische tests die verricht zijn met geïsoleerde eiwitten, aangezien Bt-toxinen in genetisch gemodificeerde gewassen zoals mais, katoen en sojabonen inherent toxischer zijn dan geïsoleerde Bt-toxinen; overwegende dat dit komt doordat antiproteasen, die in het plantenweefsel aanwezig zijn, de toxiciteit van Bt-toxinen kunnen vergroten door hun afbraak te vertragen; overwegende dat dit verschijnsel meermaals in wetenschappelijk onderzoek is aangetoond, waaronder in een onderzoek dat dertig jaar geleden voor Monsanto uitgevoerd, waarbij bleek dat zelfs de aanwezigheid van uiterst lage niveaus van antiproteasen de toxiciteit van Bt-toxinen tot wel twintig keer versterkte (13);

M.

overwegende dat bij de risicobeoordelingen van de EFSA nooit met deze effecten rekening is gehouden, hoewel ze relevant zijn voor alle voor invoer of teelt in de Unie goedgekeurde Bt-planten; overwegende dat niet kan worden uitgesloten dat deze versterkte toxiciteit als gevolg van de interactie tussen antiproteasen en Bt-toxinen een risico kan vormen voor mensen en dieren die levensmiddelen, respectievelijk diervoeders met Bt-toxinen consumeren;

N.

overwegende dat bij een aantal onderzoeken bijwerkingen zijn geconstateerd die erop hebben gewezen dat blootstelling aan Bt-toxinen een effect kan hebben op het immuunsysteem en dat sommige Bt-toxinen wellicht adjuvans-eigenschappen hebben (14), hetgeen betekent dat zij de allergene eigenschappen van andere eiwitten waarmee ze in contact komen, kunnen verhogen;

O.

overwegende dat de beoordeling van de mogelijke interactie van residuen van herbiciden en de metabolieten ervan met Bt-toxinen wordt beschouwd als een kwestie die niet onder de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen valt en daarom geen deel uitmaakt van de risicobeoordeling; overwegende dat dit problematisch is aangezien bekend is dat de residuen van het gebruik van glufosinaat het microbioom verstoren, hetgeen in combinatie met Bt-toxinen tot sterkere immunologische reacties kan leiden (15);

Bt-gewassen: effecten op niet-doelorganismen en verhoogde resistentie

P.

overwegende dat het gebruik van genetisch gemodificeerde Bt-gewassen leidt tot de continue blootstelling van doelorganismen en niet-doelorganismen aan Bt-toxinen, in tegenstelling tot het gebruik van insecticiden, waarbij de blootstelling plaatsvindt bij het sproeien en gedurende korte tijd daarna;

Q.

overwegende dat de aanname dat Bt-toxinen één enkele doelgerichte werking hebben niet langer als juist kan worden beschouwd en dat effecten op niet-doelorganismen dus niet kunnen worden uitgesloten (16); overwegende dat een toenemend aantal niet-doelorganismen hier volgens meldingen op diverse manieren de effecten van ondervindt; overwegende dat 39 in een recent overzicht genoemde collegiaal getoetste publicaties wijzen op aanzienlijke schadelijke effecten van Bt-toxinen op een groot aantal buiten het “doelbereik” vallende soorten (17);

R.

overwegende dat een reeks niet-doelorganismen in de Unie door de invoer van Bt-gewassen via weglekken, afvalstoffen en mest aan Bt-toxinen zou kunnen worden blootgesteld; overwegende dat bij de risicobeoordeling niet is gekeken naar de effecten op niet-doelorganismen;

S.

overwegende dat bij de risicobeoordeling niet is gekeken naar de ontwikkeling van de resistentie voor Bt-toxinen van de schadeveroorzakende doelsoorten, wat mogelijk kan leiden tot het gebruik van minder milieuvriendelijke pesticiden of hogere doses en meer toepassingen op de genetisch gemodificeerde gewassen in de teeltgebieden; overwegende dat het Amerikaanse Environmental Protection Agency voorstelt veel bestaande hybride Bt-maissoorten evenals bepaalde Bt-katoenvariëteiten in de komende drie tot vijf jaar uit te faseren vanwege de toenemende resistentie van insecten voor deze gewassen (18);

T.

overwegende dat weliswaar wordt beweerd dat het gebruik van Bt-gewassen tot een verminderd gebruik van insecticiden leidt, maar dat in een onlangs in de Verenigde Staten gepubliceerde studie (19) is geconstateerd dat “bij verschillende analyses van de invloed van Bt-gewassen op de gebruikspatronen met betrekking tot pesticiden geen aandacht lijkt te zijn besteed aan zaadbehandelingen, waardoor de vermindering van het gebruik van pesticiden (met name bij gebiedsbehandeling) dat met de teelt van Bt-gewassen gepaard gaat, mogelijk is overdreven”;

U.

overwegende dat de Unie partij is bij het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit, waarin duidelijk wordt gesteld dat zowel uitvoerende als invoerende landen internationale verantwoordelijkheden hebben met betrekking tot de biologische diversiteit;

Opmerkingen van de lidstaten

V.

overwegende dat de EFSA gedurende de raadplegingsperiode van drie maanden tal van kritische opmerkingen heeft ontvangen van de lidstaten (20); overwegende dat in deze kritische opmerkingen onder meer wordt gesteld dat de ingediende gegevens van de veldproeven niet volstaan om vast te stellen dat de testgebieden de agronomische praktijken of abiotische (bijv. bodemvocht en vruchtbaarheid) en biotische factoren (bijv. heersende plaag- en ziektedruk en onkruidprofielen) weerspiegelen, dat de reikwijdte van de vergelijkende analyse te beperkt is omdat in de analyse geen rekening is gehouden met het gebruik van glufosinaat op de genetisch gemodificeerde mais, dat het monitoringsplan niet volstaat om de potentiële milieueffecten van de genetisch gemodificeerde mais aan te pakken, dat de door de aanvrager ingediende onderzoeken niet volstaan om te concluderen dat de blootstelling van het milieu en daarmee de effecten op niet-doelorganismen minimaal zullen zijn, en dat geen eindconclusie kan worden getrokken over de langetermijneffecten van de hele levensmiddelen en diervoeders op de voortplanting en de ontwikkeling;

Het nakomen van de internationale verplichtingen van de Unie

W.

overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders geen negatieve effecten mogen hebben op de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, en wordt vereist dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit alle desbetreffende bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking neemt; overwegende dat zulke ter zake dienende factoren onder meer de verplichtingen van de Unie in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN, de Klimaatovereenkomst van Parijs en het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit moeten omvatten;

X.

overwegende dat in een verslag van 2017 van de speciale rapporteur van de VN voor het recht op voedsel is vastgesteld dat gevaarlijke pesticiden catastrofale gevolgen hebben voor de volksgezondheid, met name in ontwikkelingslanden (21); overwegende dat SDG 3.9 tot doel heeft het aantal doden en zieken ten gevolge van gevaarlijke chemische stoffen en lucht-, water- en bodemverontreiniging aanzienlijk te verminderen voor 2030 (22); overwegende dat het toestaan van de invoer van de genetisch gemodificeerde mais zou resulteren in een toename van de vraag naar dit gewas dat behandeld is met een voor de voortplanting toxische herbicide die niet langer mag worden gebruikt in de Unie, en daarmee in een verhoging van het blootstellingsrisico van werknemers in derde landen; overwegende dat dit verhoogde blootstellingsrisico van werknemers bijzonder zorgwekkend is in het geval van herbicidetolerante, genetisch gemodificeerde gewassen, aangezien hiervoor grotere hoeveelheden herbiciden worden gebruikt;

Ondemocratische besluitvorming

Y.

overwegende dat de stemming van 11 januari 2021 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, hetgeen betekent dat geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning; overwegende dat dertien lidstaten (die 35,52 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen) tegen het verlenen van een vergunning hebben gestemd, terwijl slechts tien lidstaten (die 27,49 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen) vóór hebben gestemd; overwegende dat vier lidstaten (die 37 % van de bevolking van de Unie vertegenwoordigen) zich van stemming hebben onthouden;

Z.

overwegende dat de Commissie het feit dat vergunningsbesluiten voor ggo’s nog altijd door de Commissie worden goedgekeurd zonder de steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten — hetgeen voor productvergunningen als geheel eerder uitzonderlijk is, maar de norm is geworden voor de besluitvorming over vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders — als problematisch erkent;

AA.

overwegende dat het Europees Parlement gedurende zijn achtste zittingsperiode in totaal 36 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het op de markt brengen van ggo’s voor gebruik in levensmiddelen en diervoeders (33 resoluties) en tegen de teelt van ggo’s in de Unie (drie resoluties); overwegende dat het Europees Parlement in zijn negende zittingsperiode reeds zestien resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het op de markt brengen van ggo’s; overwegende dat voor geen van deze ggo’s een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning; overwegende dat de lidstaten als redenen hiervoor onder meer het gebrek aan eerbiediging van het voorzorgsbeginsel in het vergunningverleningsproces en wetenschappelijke bedenkingen in verband met de risicobeoordeling aanvoeren;

AB.

overwegende dat de Commissie zich bewust is van de democratische tekortkomingen, het gebrek aan steun van de lidstaten en de bezwaren van het Parlement, maar evenwel vergunningen blijft verlenen voor ggo’s;

AC.

overwegende dat er geen wetswijziging nodig is om de Commissie in staat te stellen geen vergunning te verlenen voor ggo’s wanneer er in het comité van beroep geen steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten wordt gevonden (23);

1.

is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2.

is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet strookt met het recht van de Unie, aangezien het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad (24) neergelegde algemene beginselen de basis te leggen voor de waarborging van een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument, met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3.

verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4.

is ingenomen met het feit dat de Commissie, in een schrijven van 11 september 2020 aan de leden van het Parlement, eindelijk de noodzaak heeft erkend van het in aanmerking nemen van duurzaamheid bij het nemen van besluiten over vergunningen voor ggo’s (25); is niettemin zeer teleurgesteld dat de Commissie sindsdien is doorgegaan met het verlenen van vergunningen voor de invoer van ggo’s in de Unie, ondanks de aanhoudende bezwaren van het Parlement en het tegenstemmen van een meerderheid van lidstaten;

5.

roept de Commissie op met de grootste spoed vooruitgang te boeken wat betreft de ontwikkeling van duurzaamheidscriteria en het Parlement daarbij ten volle te betrekken; verzoekt de Commissie informatie te verstrekken over hoe en wanneer dit proces zal worden doorlopen;

6.

verzoekt de Commissie nogmaals geen vergunningen meer te verlenen voor herbicidetolerante, genetisch gemodificeerde gewassen tot grondig en per geval is onderzocht welke gezondheidsrisico’s de residuen met zich meebrengen, hetgeen een volledige beoordeling inhoudt van de residuen die afkomstig zijn van de besproeiing van dergelijke genetisch gemodificeerde gewassen met complementaire herbiciden, alsmede een beoordeling van de afbraakproducten van herbiciden en eventuele combinatorische effecten, ook met de genetisch gemodificeerde plant zelf;

7.

verzoekt de Commissie nogmaals geen enkele vergunning te verlenen voor de invoer voor gebruik in levensmiddelen of diervoeders van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerant zijn gemaakt voor een werkzame stof van een herbicide die niet is toegestaan voor gebruik binnen de Unie;

8.

verzoekt de EFSA eindelijk de wezenlijke verschillen te aanvaarden die bestaan tussen natuurlijke Bt-toxinen en Bt-toxinen die tot expressie worden gebracht door synthetische transgenen in genetisch gemodificeerde gewassen, en om haar risicobeoordelingen te verbreden om volledig rekening te houden met alle interacties en combinatorische effecten tussen Bt-toxinen, genetisch gemodificeerde planten en hun componenten, de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden en het milieu, alsook de effecten op de gezondheid en de voedselveiligheid;

9.

verzoekt de EFSA niet langer toxiciteitsonderzoek te aanvaarden dat gebaseerd is op geïsoleerde eiwitten die waarschijnlijk qua structuur en biologische effecten afwijken van de eiwitten die door de plant zelf worden geproduceerd, en verplicht te stellen dat alle tests worden verricht met weefsel van de genetisch gemodificeerde plant;

10.

verzoekt de EFSA ervoor te zorgen dat gegevens van veldproeven en kassen een voldoende breed scala aan agronomische en milieuomstandigheden omvatten, zodat de impact kan worden beoordeeld van alle stressfactoren die tijdens de teelt te verwachten zijn op de genexpressie en de plantsamenstelling;

11.

verzoekt de EFSA ervoor te zorgen dat gegevens van veldproeven en kassen een voldoende breed scala aan variëteiten omvatten, zodat de impact kan worden beoordeeld van verschillende genetische achtergronden op de genexpressie en de plantsamenstelling;

12.

verzoekt de EFSA gegevens op te vragen betreffende de effecten van de consumptie van levensmiddelen en diervoeders die afkomstig zijn van genetisch gemodificeerde planten op het microbioom van de darmen;

13.

verzoekt de Commissie nogmaals met klem rekening te houden met de verplichtingen van de Unie krachtens internationale overeenkomsten, zoals de Klimaatovereenkomst van Parijs, het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en de SDG’s van de VN;

14.

onderstreept dat in de op 17 december 2020 door het Europees Parlement aangenomen amendementen op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 (26), die in het Parlement werden aangenomen als basis voor onderhandelingen met de Raad, is bepaald dat de Commissie geen vergunning verleent voor ggo’s wanneer daarvoor geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten bestaat; is van oordeel dat de Commissie zich hiernaar moet voegen en verzoekt de Raad zijn werkzaamheden voort te zetten en zo spoedig mogelijk een algemene benadering vast te stellen ten aanzien van dit dossier;

15.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

(2)  PB L 157 van 8.6.2013, blz. 1.

(3)  PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

(4)  Wetenschappelijk advies van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen, getiteld “Assessment of genetically modified maize MZIR098 for food and feed uses, under Regulation (EC) No 1829/2003 (application EFSA-GMO-DE-2017-142)”, EFSA Journal 2020; 18(6):6171.

https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.2903/j.efsa.2020.6171

(5)  Het Parlement heeft tijdens zijn achtste zittingsperiode 36 resoluties aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s. Bovendien heeft het tijdens de negende zittingsperiode de volgende resoluties aangenomen:

—

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (SYN-ØØØJG-2) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0028);

—

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0029);

—

resolutie van het Europees Parlement van 10 oktober 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × MON 88017 × 59122 × DAS-40278-9, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de transformatiestappen MON 89034, 1507, MON 88017, 59122 en DAS-40278-9 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0030);

—

resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen LLCotton25 (ACS-GHØØ1-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0054);

—

resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen MON 89788 (MON-89788-1) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0055);

—

resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603 × DAS-40278-9 en subcombinaties MON 89034 × NK603 × DAS-40278-9, 1507 × NK603 × DAS-40278-9 en NK603 × DAS-40278-9 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0056);

—

resolutie van het Europees Parlement van 14 november 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × 1507 × 5307 × GA21 en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie, vier of vijf van de “events” Bt11, MIR162, MIR604, 1507, 5307 en GA21 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0057);

—

resolutie van het Europees Parlement van 14 mei 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 × A5547-127 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0069);

—

resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × MIR162 × NK603 en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034, MIR162 en NK603, en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/1111 van de Commissie, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0291);

—

resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde sojabonen SYHT0H2 (SYN-ØØØH2-5) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0292);

—

resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 87460 × MON 89034 × MIR162 × NK603, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de transformatiestappen MON 87427, MON 87460, MON 89034, MIR162 en NK603 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0293);

—

resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87751 × MON 87701 × MON 87708 × MON 89788 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0365);

—

resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × MIR162 × MON 87411, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034, MIR162 en MON 87411 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0366);

—

resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MIR604 (SYN-IR6Ø4-5) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0367);

—

resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 88017 (MON-88Ø17-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0368);

—

resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2020 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 (MON-89Ø34-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0369).

(6)  Advies van de EFSA, blz. 1.

(7)  Zie bijvoorbeeld: Trtikova, M., Wikmark, O.G., Zemp, N., Widmer, A., Hilbeck, A., “Transgene Expression and Bt Protein Content in Transgenic Bt Maize (MON810) under Optimal and Stressful Environmental Conditions”, PLOS ONE, 2015:10(4), e0123011, https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0123011

(8)  Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

(9)  https://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/active-substances/?event=as.details&as_id=79

(10)  Zie bijvoorbeeld: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0304389420301400?via%3Dihub

(11)  Advies van de EFSA, blz. 10.

(12)  Opmerkingen van de lidstaten, in te zien via het EFSA-vragenregister (referentie: EFSA-Q-2017-00398): https://www.efsa.europa.eu/en/register-of-questions, blz. 21.

(13)  MacIntosh, S.C., Kishore, G.M., Perlak, F.J., Marrone, P.G., Stone, T.B., Sims, S.R., Fuchs, R.L., “Potentiation of Bacillus thuringiensis insecticidal activity by serine protease inhibitors”, Journal of Agricultural and Food Chemistry 1990, 38, blz. 1145-1152, https://pubs.acs.org/doi/abs/10.1021/jf00094a051

(14)  Zie voor een overzicht hiervan: Rubio-Infante, N., Moreno-Fierros, L., “An overview of the safety and biological effects of Bacillus thuringiensis Cry toxins in mammals”, Journal of Applied Toxicology, mei 2016, 36(5), blz. 630-648, https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/jat.3252

(15)  Parenti, M.D., Santoro, A., Del Rio, A., Franceschi, C., “Literature review in support of adjuvanticity/immunogenicity assessment of proteins”, EFSA Supporting Publications, januari 2019, 16(1):1551, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/abs/10.2903/sp.efsa.2019.EN-1551

(16)  Zie bijvoorbeeld: Hilbeck, A., Otto, M., “Specificity and Combinatorial Effects of Bacillus Thuringiensis Cry Toxins in the Context of GMO Environmental Risk Assessment”, Frontiers in Environmental Science 2015, 3:71, https://doi.org/10.3389/fenvs.2015.00071

(17)  Hilbeck, A., Defarge, N., Lebrecht, T., Bøhn, T., “Insecticidal Bt crops: EFSA’s risk assessment approach for GM Bt plants fails by design”, RAGES 2020, blz. 4, https://www.testbiotech.org/sites/default/files/RAGES_report-Insecticidal%20Bt%20plants.pdf

(18)  https://www.dtnpf.com/agriculture/web/ag/crops/article/2020/09/29/epa-proposes-phasing-dozens-bt-corn

(19)  Douglas, M.R., Tooker, J.F., “Large-Scale Deployment of Seed Treatments Has Driven Rapid Increase in Use of Neonicotinoid Insecticides and Preemptive Pest Management in U.S. Field Crops”, Environmental Science and Technology 2015, 49:8, blz. 5088-5097, https://pubs.acs.org/doi/10.1021/es506141g

(20)  Opmerkingen van de lidstaten, in te zien via het EFSA-vragenregister (referentie: EFSA-Q-2017-00398): https://www.efsa.europa.eu/en/register-of-questions

(21)  https://www.ohchr.org/EN/Issues/Food/Pages/Pesticides.aspx

(22)  https://www.un.org/sustainabledevelopment/health/

(23)  Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 “kan” de Commissie alsnog een vergunning verlenen indien in het comité van beroep geen steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten wordt gevonden, en is er dus geen sprake van een verplichting.

(24)  Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

(25)  https://tillymetz.lu/wp-content/uploads/2020/09/Co-signed-letter-MEP-Metz.pdf

(26)  Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0364.