31979D0853

79/853/EEG: Beschikking van de Commissie van 1 oktober 1979 inzake de vergoeding door het EOGFL, afdeling Oriëntatie, aan het Koninkrijk Denemarken van de gedurende het jaar 1976 gedane uitgaven voor de steun en premies met betrekking tot de modernisering van landbouwbedrijven (Slechts de tekst in de Deense taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 262 van 18/10/1979 blz. 0036


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 1 oktober 1979

inzake de vergoeding door het EOGFL , afdeling Oriëntatie , aan het Koninkrijk Denemarken van de gedurende het jaar 1976 gedane uitgaven voor de steun en premies met betrekking tot de modernisering van landbouwbedrijven

( Slechts de tekst in de Deense taal is authentiek )

( 79/853/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Richtlijn 72/159/EEG van de Raad van 17 april 1972 betreffende de modernisering van landbouwbedrijven ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 77/390/EEG ( 2 ) , en met name op artikel 21 , lid 2 ,

Overwegende dat de bepalingen vastgesteld door het Koninkrijk Denemarken ter toepassing van Richtlijn 72/159/EEG voorwerp zijn van een gunstige beschikking van de Commissie overeenkomstig artikel 18 van genoemde richtlijn ;

Overwegende dat het verzoek tot vergoeding dat is ingediend door het Koninkrijk Denemarken met betrekking tot de gedurende het jaar 1976 gedane uitgaven aan steun en premies voor de modernisering van landbouwbedrijven , volledig is , in de vereiste vorm is ingediend en voldoet aan de voorschriften van Beschikking 74/581/EEG van de Commissie van 16 oktober 1974 inzake de verzoeken om vergoeding van de in het kader van de Richtlijnen 72/159/EEG , 72/160/EEG en 72/161/EEG door de Lid-Staten verleende steun en van de voorschotten die toegestaan kunnen worden ( 3 ) ;

Overwegende dat uit het onderzoek van de verstrekte gegevens gebleken is dat de voor vergoeding in aanmerking komende uitgaven tot een totaalbedrag van 67 337 176,05 Dkr . , onderverdeeld als volgt :

volgens artikel 8 : 61 759 238,62 Dkr .

volgens artikel 10 : 223 418,43 Dkr .

volgens artikel 11 : 5 164 519,00 Dkr .

volgens artikel 12 : 190 000,00 Dkr .

volgens artikel 13 : -

zijn verricht overeenkomstig de voorwaarden vastgesteld bij Richtlijn 72/159/EEG en dat het derhalve dienstig is dat het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de landbouw , afdeling Oriëntatie , 25 % van dit bedrag , zijnde 16 834 294,01 Dkr . vergoedt ;

Overwegende dat een voorschotbetaling van 12 629 011,00 Dkr . heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 21 , lid 3 , van Richtlijn 72/159/EEG en artikel 4 , lid 1 , van Beschikking 74/581/EEG en dat derhalve een resterend bedrag van 4 205 283,01 Dkr . aan de Lid-Staat dient te worden betaald ;

Overwegende dat het Comité van het EOGFL is geraadpleegd over de financiële aspecten en met name over de beschikbare financiële middelen ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

De definitieve bijstand van het Europees Oriëntatie - en Garantiefonds voor de Landbouw , afdeling Oriëntatie , aan de gedurende het jaar 1976 door het Koninkrijk Denemarken verrichte uitgaven voor de steun en premies met betrekking tot de modernisering van landbouwbedrijven is vastgesteld op een bedrag van 16 834 294,01 Dkr .

Het saldo van de bijstand , zijnde 4 205 283,01 Dkr . , is gestort aan het Koninkrijk Denemarken .

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk Denemarken .

Gedaan te Brussel , 1 oktober 1979 .

Voor de Commissie

Finn GUNDELACH

Vice-Voorzitter

( 1 ) PB nr . L 96 van 23 . 4 . 1972 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 145 van 13 . 6 . 1977 , blz . 43 .

( 3 ) PB nr . L 320 van 29 . 11 . 1974 , blz . 1 .