EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.9.2025
COM(2025) 356 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Zuidelijke Gemeenschappelijke Markt, de Argentijnse Republiek, de Federale Republiek Brazilië, de Republiek Paraguay en de Republiek ten oosten van de Uruguay, anderzijds
BIJLAGE 11-A
AANTEKENINGEN BIJ PRODUCTSPECIFIEKE REGELS
Aantekening 1
Algemene beginselen
1.
Deze bijlage bevat de algemene regels voor de in artikel 11.2, lid 1, punt c), en in artikel 11.2, lid 2, punt c), bedoelde toepasselijke vereisten van bijlage 11-B.
2.
Voor de toepassing van deze bijlage en bijlage 11-B moet een product voldoen aan de volgende vereisten om van oorsprong te zijn overeenkomstig artikel 11.2, lid 1, punt c), en artikel 11.2, lid 2, punt c): een wijziging in tariefindeling, een productieproces, een maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen, of een ander in deze bijlage en bijlage 11-B vermeld vereiste.
3.
Wanneer in een productspecifieke oorsprongsregel wordt verwezen naar het gewicht, wordt het nettogewicht bedoeld, dat wil zeggen het gewicht van een materiaal of een product exclusief het gewicht van de verpakking.
4.
Deze bijlage en bijlage 11-B zijn gebaseerd op het geharmoniseerd systeem zoals gewijzigd op 1 januari 2017.
Aantekening 2
Structuur van bijlage 11-B
1.
Aantekeningen bij afdelingen, hoofdstukken, posten of onderverdelingen worden gelezen in samenhang met de productspecifieke oorsprongsregels voor de afdeling, het hoofdstuk, de post of de onderverdeling in kwestie.
2.
Elke productspecifieke oorsprongsregel in kolom 2 van bijlage 11-B is van toepassing op het desbetreffende product in kolom 1 van bijlage 11-B.
3.
Wanneer op een product alternatieve productspecifieke oorsprongsregels van toepassing zijn, wordt het product beschouwd als van oorsprong indien het aan één van de voor dat product vastgestelde alternatieven voldoet. Wanneer op een product een productspecifieke oorsprongsregel met meerdere vereisten van toepassing is, wordt het product slechts als van oorsprong beschouwd indien het aan elk van die vereisten voldoet.
4.
Voor de toepassing van deze bijlage en bijlage 11-B wordt verstaan onder:
a)
“hoofdstuk”: de eerste twee cijfers van het tariefindelingsnummer overeenkomstig het geharmoniseerd systeem;
b)
“post”: de eerste vier cijfers van het tariefindelingsnummer overeenkomstig het geharmoniseerd systeem;
c)
“afdeling”: een afdeling van het geharmoniseerd systeem; en
d)
“onderverdeling”: de eerste zes cijfers van het tariefindelingsnummer overeenkomstig het geharmoniseerd systeem.
5.
Voor de toepassing van productspecifieke oorsprongsregels zijn de volgende afkortingen van toepassing:
a)
“VH”: vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van een willekeurig hoofdstuk, met uitzondering van dat van het product, of een verandering naar het hoofdstuk, de post of de onderverdeling vanuit een ander hoofdstuk; dat betekent dat op alle bij de vervaardiging van het product gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen een wijziging in tariefindeling op het tweecijferniveau (namelijk een verandering van hoofdstuk) van het geharmoniseerd systeem moet worden toegepast;
b)
“VP”: vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post, met uitzondering van die van het product, of een verandering naar het hoofdstuk, de post of de onderverdeling vanuit een andere post; dat betekent dat op alle bij de vervaardiging van het product gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen een wijziging in tariefindeling op het viercijferniveau (namelijk een verandering van post) van het geharmoniseerd systeem moet worden toegepast; en
c)
“VOV”: vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke onderverdeling, met uitzondering van die van het product, of een verandering naar het hoofdstuk, de post of de onderverdeling vanuit een andere onderverdeling; dat betekent dat op alle bij de vervaardiging van het product gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen een wijziging in tariefindeling op het zescijferniveau (namelijk een verandering van onderverdeling) van het geharmoniseerd systeem moet worden toegepast.
Aantekening 3
Toepassing van bijlage 11-B
1.
Artikel 11.2, lid 1, punt c), en artikel 11.2, lid 2, punt c), betreffende producten die de oorsprongsstatus hebben verkregen en die bij de vervaardiging van andere producten worden gebruikt, zijn van toepassing ongeacht of die oorsprongsstatus werd verkregen op dezelfde plaats van vervaardiging in een Partij als deze waar die producten worden gebruikt.
2.
Wanneer in een productspecifieke oorsprongsregel is vastgesteld dat bepaalde niet van oorsprong zijnde materialen niet kunnen worden gebruikt, of dat de waarde of het gewicht van bepaalde niet van oorsprong zijnde materialen een bepaalde grens niet mag overschrijden, zijn deze vereisten niet van toepassing op niet van oorsprong zijnde materialen die elders in het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
3.
Wanneer in een productspecifieke oorsprongsregel is vastgesteld dat een product uit een bepaald materiaal moet worden geproduceerd, betekent dit niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan dat vereiste kunnen voldoen.
Aantekening 4
Berekening van een maximumwaarde van niet van oorsprong zijnde materialen
1.
Voor de toepassing van de productspecifieke oorsprongsregels wordt verstaan onder:
a)
“douanewaarde”: de waarde zoals bepaald overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van GATT 1994;
b)
“EXW”:
i)
de aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht betaalde of te betalen prijs af fabriek van het product, indien in deze prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen en alle andere bij de vervaardiging van een product gemaakte kosten, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd; of
ii)
indien er geen prijs is betaald of moet worden betaald, of indien de werkelijk betaalde prijs niet alle aan de vervaardiging van het product verbonden en werkelijk bij de vervaardiging van een product gemaakte kosten dekt, de waarde van alle gebruikte materialen en alle andere bij de vervaardiging van het product in de Partij van uitvoer gemaakte kosten,
A)
inclusief de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten alsmede de winst, voor zover deze redelijkerwijze aan het product kunnen worden toegewezen, en
B)
exclusief de vervoers- en verzekeringskosten, alle andere bij het vervoer van het product gemaakte kosten en alle binnenlandse belastingen van de Partij van uitvoer die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
c)
“MaxNOM”: de maximale waarde aan niet van oorsprong zijnde materialen, uitgedrukt als een percentage; en
d)
“WNM”: de waarde van de bij de vervaardiging van het product gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen, te weten de douanewaarde op het moment van invoer, inclusief de vervoerskosten, eventuele verzekeringskosten, verpakkingskosten en alle andere kosten die gemaakt zijn bij het vervoer van de materialen naar de haven van invoer in de Partij waar de producent van het product is gevestigd.
Indien deze waarde niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, wordt gebruikgemaakt van de eerste controleerbare prijs die in een van de Partijen voor de niet van oorsprong zijnde materialen is betaald, waarvan alle kosten voor het vervoer van de niet van oorsprong zijnde materialen binnen een Partij, zoals vervoerskosten, verzekeringskosten en verpakkingskosten en alle andere bekende en controleerbare kosten die daarbij zijn gemaakt, uitgesloten kunnen zijn.
2.
Voor de berekening van MaxNOM is de volgende formule van toepassing:
Aantekening 5
Definities van termen gebruikt in afdeling XI in bijlage 11-B
1.
“Natuurlijke vezels”: andere dan kunstmatige of synthetische vezels. Het gebruik ervan is beperkt tot het stadium vóór het spinnen, met inbegrip van afval, en omvat, tenzij anders vermeld, ook vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins bewerkt, doch niet gesponnen; “natuurlijke vezels” omvat paardenhaar van post 05.11, zijde van de posten 50.02 en 50.03, wol, fijn of grof haar van de posten 51.01 tot en met 51.05, katoen van de posten 52.01 tot en met 52.03 en andere plantaardige vezels van de posten 53.01 tot en met 53.05;
2.
“textielmassa”, “chemische stoffen” en “materialen voor het vervaardigen van papier”: materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens;
3.
“synthetische of kunstmatige vezels”: kabel van synthetische of kunstmatige filamenten, synthetische of kunstmatige stapelvezels of afval daarvan, van de posten 55.01 tot en met 55.07;
4.
“bedrukken”: techniek waarmee op een textielsubstraat door middel van digitale, zeef-, wals- of transfertechnieken een permanente objectief te beoordelen functie, zoals kleur, ontwerp of technische prestatie, wordt aangebracht
5.
“bedrukken (als zelfstandige bewerking)”: techniek waarmee een permanente, objectief te beoordelen functie, zoals kleur, design of technische prestaties, op een textielsubstraat wordt aangebracht met behulp van digitale, zeef-, wals- of transfertechnieken, samen met ten minste 2 (twee) bewerkingen van voorbereiding of afwerking (zoals wassen, bleken, merceriseren, thermofixeren, ruwen, kalanderen, krimpvrij maken, permanent finish, decatiseren, impregneren, herstellen en noppen), mits de waarde van alle gebruikte materialen niet hoger is dan 50 % (vijftig procent) van de prijs af fabriek van het product.
Aantekening 6
Toleranties voor producten die twee of meer basistextielmaterialen bevatten
1.
Voor de toepassing van deze aantekening wordt onder basistextielmaterialen verstaan:
–
zijde;
–
wol;
–
grof dierenhaar;
–
fijn dierenhaar;
–
paardenhaar (crin);
–
katoen;
–
papier en materialen voor het vervaardigen van papier;
–
vlas;
–
hennep;
–
jute en andere bastvezels;
–
sisal en andere textielvezels van agaven;
–
kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textielvezels;
–
synthetische filamenten;
–
kunstmatige filamenten;
–
filamenten die elektriciteit geleiden;
–
synthetische stapelvezels van polypropyleen;
–
synthetische stapelvezels van polyester;
–
synthetische stapelvezels van polyamide;
–
synthetische stapelvezels van polyacrylonitril;
–
synthetische stapelvezels van polyimide;
–
synthetische stapelvezels van polytetrafluorethyleen;
–
synthetische stapelvezels van poly(fenyleensulfide);
–
synthetische stapelvezels van poly(vinylchloride);
–
andere synthetische stapelvezels;
–
kunstmatige stapelvezels van viscose;
–
andere kunstmatige stapelvezels;
–
garen van polyurethaan, met soepele segmenten van polyether, al dan niet omwoeld;
–
garen van polyurethaan, met soepele segmenten van polyester, al dan niet omwoeld;
–
producten van post 56.05 (metaalgarens) met strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 (vijf) mm, welke kern met behulp van een doorzichtig of gekleurd kleefmiddel tussen twee strippen kunststof is aangebracht; en
–
andere producten van post 56.05.
Voorbeeld:
garen van post 52.05, vervaardigd van katoenvezels van post 52.03 en van synthetische stapelvezels van post 55.06, is een gemengd garen. Derhalve mogen niet van oorsprong zijnde synthetische stapelvezels die niet voldoen aan de vereisten van bijlage 11-B worden gebruikt tot 10 % (tien procent) van het gewicht van het garen.
Voorbeeld:
een weefsel van wol van post 51.12, vervaardigd van garen van wol van post 51.07 en van synthetisch garen van stapelvezels van post 55.09, is een gemengd weefsel. Daarom mogen synthetische garens die niet aan de vereisten van bijlage 11-B voldoen, of wollen garens die niet aan de vereisten van bijlage 11-B voldoen, of een combinatie van de twee, worden gebruikt, mits het totale gewicht ervan niet hoger is dan 10 % (tien procent) van het gewicht van alle basistextielmaterialen.
Voorbeeld:
getufte textielstof van post 58.02 vervaardigd van garens van katoen van post 52.05 en weefsels van katoen van post 52.10 is alleen dan een gemengd product wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd product is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wanneer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.
Indien de betrokken getufte textielstof vervaardigd is van garens van katoen van post 52.05 en van synthetisch weefsel van post 54.07, dan zijn de gebruikte garens uiteraard twee verschillende soorten basistextielmateriaal en is de getufte textielstof bijgevolg een gemengd product.
2.
Wanneer in bijlage 11-B naar deze aantekening wordt verwezen, zijn de in kolom 2 van bijlage 11-B genoemde vereisten niet van toepassing op bij de vervaardiging van het product bedoeld bij de hoofdstukken 50 tot en met 63 gebruikte niet van oorsprong zijnde basistextielmaterialen, met uitzondering van elastomeergarens, mits:
a)
het product 2 (twee) of meer basistextielmaterialen bevat; en
b)
het gewicht van de niet van oorsprong zijnde basistextielmaterialen samen niet hoger is dan 10 % (tien procent) van het totale gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen.
3.
Niettegenstaande aantekening 6.2 bedraagt de tolerantie voor producten bedoeld bij de hoofdstukken 50 tot en met 63 met “garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyester, al dan niet omwoeld” 20 % (twintig procent) van het gewicht van dit niet van oorsprong zijnde garen, als percentage van het gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen.
4.
Niettegenstaande aantekening 6.2 bedraagt de tolerantie voor producten bedoeld bij de hoofdstukken 50 tot en met 63 met “strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 (vijf) mm, welke kern met behulp van een doorzichtig of gekleurd kleefmiddel tussen twee strippen kunststof is aangebracht” 30 % (dertig procent) van het gewicht van deze niet van oorsprong zijnde strippen, als percentage van het gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen.
Aantekening 7
Andere toegestane afwijkingen voor bepaalde textielproducten
1.
Wanneer in bijlage 11-B naar deze aantekening wordt verwezen, mogen niet van oorsprong zijnde textielmaterialen, (met uitzondering van voeringen en tussenvoeringen, elastomeergarens en naaigarens) die niet voldoen aan de in de lijst in kolom 2 genoemde vereisten voor het geconfectioneerde textielproduct, worden gebruikt, mits deze onder een andere post vallen dan het product en de waarde ervan niet hoger is dan 8 % (acht procent) van de prijs af fabriek van het product.
2.
Niet van oorsprong zijnde materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, mogen zonder beperking worden gebruikt bij de vervaardiging van textielproducten die onder hoofdstuk 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, ongeacht of zij textiel bevatten.
Voorbeeld:
wanneer uit hoofde van een vereiste van bijlage 11-B voor een bepaald textielartikel (zoals een pantalon) garen moet worden gebruikt, dan sluit dit het gebruik van niet van oorsprong zijnde artikelen van metaal, zoals knopen, niet uit, omdat artikelen van metaal niet zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63. Om dezelfde reden is het gebruik van bijvoorbeeld ritssluitingen toegelaten, al bevatten deze normalerwijze ook textiel.
3.
Indien een vereiste van bijlage 11-B bestaat uit een maximumwaarde die van toepassing is voor niet van oorsprong zijnde materialen, wordt bij de berekening van de waarde van de verwerkte niet van oorsprong zijnde materialen rekening gehouden met de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die niet zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63.
Aantekening 8
Definities van processen als bedoeld in de afdelingen VI en VII in bijlage 11-B
Voor de toepassing van productspecifieke oorsprongsregels wordt verstaan onder:
1.
“biotechnologische verwerking”:
a)
biologische of biotechnologische kweek (inclusief celkweek), hybridisatie of genetische modificatie van:
i)
micro-organismen, waaronder bacteriën en virussen, inclusief fagen; of
ii)
menselijke, dierlijke of plantencellen; en
b)
productie, isolatie of zuivering van cellulaire of intercellulaire structuren, zoals geïsoleerde genen, genfragmenten en plasmiden, of fermentatie;
2.
“wijziging van de deeltjesgrootte”: doelbewuste en gecontroleerde modificatie van de deeltjesgrootte van een product, op andere wijze dan door louter pletten of persen, waardoor een product wordt verkregen met een bepaalde deeltjesgrootte, deeltjesgrootteverdeling of oppervlakte die relevant is voor de doeleinden van het verkregen product, en met fysieke of chemische kenmerken die verschillen van die van de inputmaterialen;
3.
“chemische reactie”: proces, met inbegrip van een biochemisch proces, waarmee een molecule met een nieuwe structuur wordt verkregen door de intramoleculaire verbindingen te verbreken en nieuwe intramoleculaire verbindingen tot stand te brengen, of door de ruimtelijke ordening van de atomen in een molecule te wijzigen, met uitzondering van de onderstaande processen, die voor de toepassingen van deze definitie niet als chemische reactie gelden:
a)
oplossing in water of in een ander oplosmiddel,
b)
verwijdering van oplosmiddelen, met inbegrip van als oplosmiddel gebruikt water; of
c)
toevoeging of verwijdering van kristalwater;
4.
“isomerenscheiding”: de isolatie of scheiding van isomeren uit een mengsel van isomeren;
5.
“vermenging”: doelbewuste en proportioneel gecontroleerde vermenging, met inbegrip van dispersie, van materialen, anders dan de toevoeging van verdunningsmiddelen, uitsluitend om te voldoen aan van tevoren vastgelegde specificaties, resulterend in de productie van een product met fysieke of chemische kenmerken die relevant zijn voor de doeleinden van het product en die verschillen van die van de inputmaterialen;
6.
“productie van standaardmateriaal” (met inbegrip van standaardoplossingen): de productie van een preparaat dat geschikt is voor analytische, kalibrerings- of referentiedoeleinden met precieze, door de fabrikant gecertificeerde graden van zuiverheid of verhoudingen;
7.
“zuivering”: een proces dat resulteert in:
a)
de zuivering van een goed waarbij ten minste 80 % (tachtig procent) van bestaande onzuiverheden wordt verwijderd; of
b)
vermindering of verwijdering van onzuiverheden waarbij een goed geschikt wordt voor een of meer van de volgende toepassingen:
i)
stoffen van farmaceutische, medicinale, cosmetische, veterinaire of levensmiddelenkwaliteit;
ii)
chemische producten en reagentia voor analytische, diagnostische of laboratoriumtoepassingen;
iii)
elementen en componenten voor gebruik in micro-elektronica;
iv)
gespecialiseerde optische toepassingen;
v)
biotechnisch gebruik, zoals in celkweek, in genetische technologie of als katalysator;
vi)
dragers, gebruikt in een scheidingsproces; of
vii)
gebruik in nucleaire toepassingen.
Aantekening 9
Landbouwproducten
Landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 6, 7, 8, 9, 10 en 12 en post 24.01, die zijn geteeld of geoogst op het grondgebied van een Partij, worden behandeld als van oorsprong uit het grondgebied van die Partij, ook indien zij zijn gekweekt uit zaden, bollen, wortels, stekken, loten, enten, scheuten, knoppen of andere levende delen van planten uit een derde land.
____________
BIJLAGE 11-B
PRODUCTSPECIFIEKE OORSPRONGSREGELS
|
Kolom 1
Indeling op basis van het geharmoniseerd systeem
(2017)
inclusief specifieke
beschrijving
|
Kolom 2
Productspecifieke oorsprongsregel
|
|
AFDELING I
|
LEVENDE DIEREN; DIERLIJKE PRODUCTEN
|
|
Hoofdstuk 1
|
Levende dieren
|
|
01.01 – 01.06
|
Alle dieren van hoofdstuk 1 zijn geheel en al verkregen.
|
|
Hoofdstuk 2
|
Vlees en eetbare slachtafvallen
|
|
02.01 – 02.10
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de hoofdstukken 1 en 2 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 3
|
Vis, schaaldieren, weekdieren en andere ongewervelde waterdieren
|
|
03.01 – 03.08
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 3 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 4
|
Melk en zuivelproducten; vogeleieren; natuurhoning; eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen
|
|
0401.10 – 0402.91
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen.
|
|
0402.99
|
Vervaardiging waarbij:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
|
|
04.03 – 04.10
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 5
|
Andere producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen.
|
|
0501.00 – 0511.10
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
0511.91
— kuit en hom, niet geschikt voor menselijke consumptie
— andere
|
Alle kuit en hom is geheel en al verkregen.
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
0511.99
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
AFDELING II
|
PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK
|
|
Hoofdstuk 6
|
Levende planten en producten van de bloementeelt; bollen, wortelen en dergelijke; snijbloemen en snijgroen
|
|
06.01 – 06.04
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 6 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 7
|
Groenten, planten, wortels en knollen, voor voedingsdoeleinden
|
|
07.01 – 07.14
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 7 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 8
|
Fruit; schillen van citrusvruchten en van meloenen
|
|
08.01– 08.10
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 8 geheel en al zijn verkregen.
|
|
08.11
|
Vervaardiging waarbij:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 8 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
|
|
08.12 – 08.14
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 8 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 9
|
Koffie, thee, maté en specerijen
|
|
0901.11 – 0901.12
|
VP
|
|
0901.21 – 0901.22
|
Vervaardiging waarbij het gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van hoofdstuk 9 niet hoger is dan 60 % van het gewicht van het product.
|
|
0901.90
|
VP
|
|
09.02
|
VOV
|
|
09.03
|
VP
|
|
09.04 – 09.10
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
Hoofdstuk 10
|
Granen
|
|
10.01 – 10.08
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 10 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 11
|
Producten van de meelindustrie; mout; zetmeel; inuline; tarwegluten
|
|
11.01 – 11.09
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de hoofdstukken 10 en 11, van de posten 07.01 en 23.03 en de onderverdeling 0710.10 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 12
|
Oliehoudende zaden en vruchten; allerlei zaden, zaaigoed en vruchten; planten voor industrieel en voor geneeskundig gebruik; stro en voeder
|
|
12.01 – 12.14
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 12 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 13
|
Gomlak (schellak); gommen, harsen en andere plantensappen en plantenextracten
|
|
13.01
|
Vervaardiging waarbij de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 13.01 niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
13.02
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
Hoofdstuk 14
|
Plantaardige grondstoffen; plantaardige producten, elders genoemd noch elders onder begrepen.
|
|
14.01 – 14.04
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 14 geheel en al zijn verkregen.
|
|
AFDELING III
|
VETTEN EN OLIËN (DIERLIJKE EN PLANTAARDIGE) EN DISSOCIATIEPRODUCTEN DAARVAN; BEWERKT SPIJSVET; WAS VAN DIERLIJKE OF VAN PLANTAARDIGE OORSPRONG
|
|
Hoofdstuk 15
|
Vetten en oliën (dierlijke en plantaardige) en dissociatieproducten daarvan; bewerkt spijsvet; was van dierlijke of van plantaardige oorsprong
|
|
15.01 – 15.06
|
VP
|
|
15.07
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de posten 12.01 en 15.07 geheel en al zijn verkregen.
|
|
15.08
|
VOV
|
|
15.09 – 15.10
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte plantaardige materialen geheel en al zijn verkregen.
|
|
15.11
|
VP
|
|
1512.11 – 1512.19
— zonnebloemzaadolie
— saffloerolie
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de posten 12.06 en 15.12 geheel en al zijn verkregen.
VP
|
|
1512.21 – 1513.19
|
VOV
|
|
1513.21 – 1513.29
|
VP
|
|
15.14
— raapzaad- of koolzaadolie
— mosterdzaadolie
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de posten 12.05 en 15.14 geheel en al zijn verkregen.
VP
|
|
1515.11 – 1515.19
|
VOV
|
|
1515.21 – 1515.29
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van de posten 10.05 en 15.15 geheel en al zijn verkregen.
|
|
1515.30 – 1515.50
|
VP
|
|
1515.90
— chia- en tungolie, oiticicaolie
— andere
|
VP
VOV
|
|
15.16 – 15.17
|
VP
|
|
15.18
|
VOV
|
|
15.20
|
VP
|
|
15.21 – 15.22
|
VOV
|
|
AFDELING IV
|
PRODUCTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN; TABAK EN TOT VERBRUIK BEREIDE TABAKSSURROGATEN
|
|
Hoofdstuk 16
|
Bereidingen van vlees, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren
|
|
16.01 – 16.05
|
VH, mits alle gebruikte materialen van de hoofdstukken 2 en 3 geheel en al zijn verkregen.
|
|
Hoofdstuk 17
|
Suiker en suikerwerk
|
|
17.01
|
VP
|
|
1702
— chemisch zuivere maltose en chemisch zuivere fructose
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde chemisch zuivere maltose en chemisch zuivere fructose.
VH, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de hoofdstukken 11 en 23.
|
|
17.03
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 17 geheel en al zijn verkregen.
|
|
17.04
|
Vervaardiging waarbij:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 40 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 18
|
Cacao en bereidingen daarvan
|
|
18.01
|
VP
|
|
18.02
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 1801.
|
|
18.03
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 1802.
|
|
18.04 – 18.05
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijn materialen van de posten 1802 en 1803.
|
|
1806
|
Vervaardiging waarbij:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 40 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 19
|
Bereidingen van graan, van meel, van zetmeel of van melk; gebak
|
|
19.01
|
VH, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen;
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 10.06 en 11.01 tot en met 11.08 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product.
|
|
19.02 – 19.03
|
VH, mits:
–
alle gebruikte materialen van de hoofdstukken 2, 3, 4 en 16 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 10.06 en 11.01 tot en met 11.08 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product.
|
|
19.04 – 19.05
|
VH, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen;
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 10.06 en 11.01 tot en met 1108 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 20
|
Bereidingen van groenten, van vruchten en van andere plantendelen
|
|
20.01
|
VP
|
|
20.02 – 20.03
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 7 geheel en al zijn verkregen.
|
|
20.04 – 20.05
|
VP
|
|
20.06 – 20.08
|
VP, mits:
–
appelen, citroenen, lemmetjes, sinaasappelen, perziken en peren geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 40 % van het gewicht van het product.
|
|
20.09
|
VP, mits:
–
appelen, grapefruits, citroenen, lemmetjes, sinaasappelen, perziken, peren, aardbeien en mandarijnen geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 40 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 21
|
Diverse producten voor menselijke consumptie
|
|
2101.11- 2101.12
|
VP, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 09.01 niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
2101.20
|
VP, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
|
|
2101.30
|
VP, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 09.01 niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
21.02
|
VP, mits alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen.
|
|
2103.10
|
VP, mits alle gebruikte materialen van post 12.01 en onderverdeling 1208.10 geheel en al zijn verkregen.
|
|
2103.20 – 2104.20
|
VP, mits alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen.
|
|
21.05 – 21.06
|
VP, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 22
|
Dranken, alcoholhoudende vloeistoffen en azijn
|
|
22.01
|
VP
|
|
22.02
— sojadranken
— andere
|
VP, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 en de onderverdelingen 1201.90 en 1208.10 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
VP, mits:
–
alle gebruikte materialen van hoofdstuk 4 geheel en al zijn verkregen; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
|
|
22.03
|
VP
|
|
22.04 – 22.05
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 22.07 of 22.08, mits:
–
alle gebruikte druiven geheel en al zijn verkregen; en
–
alle van gebruikte druiven afkomstige materialen van oorsprong zijn.
|
|
22.06
|
VP
|
|
22.07
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 22.08, mits:
–
alle gebruikte druiven, suikerriet en mais geheel en al zijn verkregen; en
–
alle van gebruikte druiven, suikerriet en mais afkomstige materialen van oorsprong zijn.
|
|
22.08 – 22.09
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 22.07 of 22.08, mits:
–
alle gebruikte druiven geheel en al zijn verkregen; en
–
alle van gebruikte druiven afkomstige materialen van oorsprong zijn.
|
|
Hoofdstuk 23
|
Resten en afval van de voedselindustrie; bereid voedsel voor dieren
|
|
23.01
|
VP, mits alle gebruikte materialen van hoofdstuk 2 geheel en al zijn verkregen.
|
|
2302.10 – 2303.10
|
VP, mits het gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van hoofdstuk 10 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product.
|
|
2303.20 – 2308.00
|
VP
|
|
23.09
|
VH, mits:
–
alle gebruikte materialen van de hoofdstukken 2, 3 en 4 geheel en al zijn verkregen;
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijn materialen van de hoofdstukken 10 en 11 niet hoger is dan 20 % van het gewicht van het product; en
–
het totale gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 17.01 en 17.02 niet hoger is dan 15 % van het gewicht van het product.
|
|
Hoofdstuk 24
|
Tabak en tot verbruik bereide tabakssurrogaten
|
|
24.01
|
Vervaardiging waarbij alle gebruikte materialen van hoofdstuk 24 geheel en al zijn verkregen.
|
|
2402.10
|
Vervaardiging waarbij het gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 24.01 niet hoger is dan 30 % van het gewicht van het product.
|
|
2402.20
|
Vervaardiging waarbij het gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 24.01 niet hoger is dan 40 % van het gewicht van het product.
|
|
2402.90
|
VP
|
|
24.03
|
Vervaardiging waarbij het gewicht van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 24.01 niet hoger is dan 80 % van het gewicht van het product.
|
|
AFDELING V
|
MINERALE PRODUCTEN
|
|
Hoofdstuk 25
|
Zout; zwavel; aarde en steen; gips, kalk en cement
|
|
25.01 – 25.03
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.04
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.05 – 25.14
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.15 – 25.16
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.17
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.18 – 25.20
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.21– 25.23
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
25.24 – 25.25
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
2526.10 – 2530.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
2530.90
— verfaarden, gebrand of fijngemaakt
— andere
|
Branden of malen van verfaarden.
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 26
|
Ertsen, slakken en assen
|
|
26.01 – 26.21
|
VP
|
|
Hoofdstuk 27
|
Minerale brandstoffen, aardolie en distillatieproducten daarvan; bitumineuze stoffen; minerale was
|
|
27.01 – 27.09
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
27.10
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde biodiesel van onderverdeling 3824.99 of 3826.00; of
het ondergaan van distillatie of van een chemische reactie, mits de gebruikte biodiesel (inclusief waterstofbehandelde plantaardige olie) van post 27.10 en van de onderverdelingen 3824.99 en 3826.00 wordt verkregen door verestering, omestering of waterstofbehandeling.
|
|
27.11 – 27.15
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
|
|
AFDELING VI
|
PRODUCTEN VAN DE CHEMISCHE EN VAN DE AANVERWANTE INDUSTRIEËN
Aantekening bij de afdeling: zie aantekening 8 van bijlage 11-A voor de definities van de in deze afdeling bedoelde regels voor horizontale verwerking.
|
|
Hoofdstuk 28
|
Anorganische chemische producten; anorganische of organische verbindingen van edele metalen, van radioactieve elementen, van zeldzame aardmetalen en van isotopen
|
|
28.01 – 28.53
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 29
|
Organische chemische producten
|
|
2901.10 – 2905.42
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie, van isomerenscheiding of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
2905.43 – 2905.44
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 38.24.
|
|
2905.45
|
VOV; niet van oorsprong zijnde materialen van onderverdeling 2905.45 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
2905.49 – 2942.00
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie, van isomerenscheiding of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 30
|
Farmaceutische producten
|
|
30.01 – 30.03
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie, van zuivering, van productie van standaardmateriaal, van een wijziging van de deeltjesgrootte, van isomerenscheiding of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
30.04
|
VP
|
|
30.05 – 30.06
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie, van zuivering, van productie van standaardmateriaal, van een wijziging van de deeltjesgrootte, van isomerenscheiding of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 31
|
Meststoffen
|
|
31.01 – 31.04
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van dezelfde post als het product mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
31.05
— natriumnitraat,
— calciumcyaanamide,
— kaliumsulfaat,
— kaliummagnesiumsulfaat,
— andere
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van post 31.05 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 40 % (EXW).
VP en MaxNOM 50 % (EXW); niet van oorsprong zijnde materialen van post 31.05 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 32
|
Looi- en verfextracten; looizuur (tannine) en derivaten daarvan; pigmenten en andere kleur- en verfstoffen; verf en vernis; mastiek; stopverf en mastiek; inkt
|
|
32.01 – 32.05
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking;
het ondergaan van vermenging, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 70 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
32.06
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van post 32.06 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
32.07 – 32.15
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking;
het ondergaan van vermenging, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 70 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 33
|
Etherische oliën en harsaroma’s; parfumerieën, toiletartikelen en cosmetische producten
|
|
3301.12 – 3301.30
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking;
het ondergaan van vermenging, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 70 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3301.90
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3302.10
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van onderverdeling 3302.10 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3302.90 – 3303.00
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking;
het ondergaan van vermenging, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 70 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
33.04 – 33.07
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 34
|
Zeep, organische tensioactieve producten, wasmiddelen, smeermiddelen, kunstwas, bereide was, poets- en onderhoudsmiddelen, kaarsen en dergelijke artikelen, modelleerpasta’s, “tandtechnische waspreparaten” en tandtechnische preparaten op basis van gebrand gips.
|
|
3401.11 – 3401.20
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3401.30
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
34.02 – 34.07
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 35
|
Eiwitstoffen; gewijzigd zetmeel; lijm; enzymen
|
|
3501.10 – 3502.20
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3502.90 – 3504.00
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
35.05
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
35.06 – 35.07
|
VOV
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 36
|
Kruit en springstoffen; pyrotechnische artikelen; lucifers; vonkende legeringen; ontvlambare stoffen
|
|
36.01 – 36.06
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 37
|
Producten voor fotografie en cinematografie
|
|
37.01 – 37.07
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 38
|
Diverse producten van de chemische industrie
|
|
38.01 – 38.07
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
38.08
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van post 38.08 mogen evenwel worden gebruikt, mits de totale waarde ervan niet hoger is dan 20 % van de prijs af fabriek van het product; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
38.09
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 11.08.
|
|
3810.10 – 3824.50
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3824.60
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van onderverdeling 2905.44.
|
|
3824.71 – 3824.91
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3824.99
— biodiesel
— andere
|
Vervaardiging waarbij biodiesel wordt verkregen door omestering, verestering of waterstofbehandeling.
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
38.25
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
38.26
|
Vervaardiging waarbij biodiesel wordt verkregen door omestering, verestering of waterstofbehandeling.
|
|
AFDELING VII
|
KUNSTSTOF EN WERKEN DAARVAN; RUBBER EN WERKEN DAARVAN
Aantekening bij de afdeling: zie aantekening 8 van bijlage 11-A voor de definities van de in deze afdeling bedoelde regels voor horizontale verwerking.
|
|
Hoofdstuk 39
|
Kunststof en werken daarvan
|
|
3901.10
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3901.20
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3901.30 – 3901.40
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3901.90
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
39.02
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3903.11
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3903.19 – 3903.30
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3903.90 – 3904.10
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3904.21 – 3906.10
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3906.90
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3907.10
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3907.20 – 3907.30
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3907.40 – 3907.70
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3907.91
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3907.99 – 3908.90
|
VOV; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3909.10 – 3909.20
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3909.31 – 3909.39
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3909.40
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3909.50
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
39.10
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
39.11
|
VP;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
39.12 – 39.15
|
VOV;
het ondergaan van een chemische reactie of van biotechnologische verwerking; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
39.16 – 3923.29
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3923.30
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
3923.40 – 3926.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 40
|
Rubber en werken daarvan
|
|
40.01 – 40.04
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
40.05
|
Vervaardiging waarbij de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van onderverdelingen 4001.10 tot en met 4001.29, niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
40.06 – 40.11
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4012.11 – 4012.19
|
VOV; of
van een nieuw loopvlak voorzien van gebruikte banden.
|
|
4012.20 – 4017.00
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING VIII
|
HUIDEN, VELLEN, LEDER EN PELTERIJEN, LEDERWAREN EN BONTWERK; ZADEL- EN TUIGMAKERSWERK; REISARTIKELEN, HANDTASSEN EN DERGELIJKE BERGINGSMIDDELEN; WERKEN VAN DARMEN (ANDERE DAN POIL DE MESSINE (CRIN DE FLORENCE))
|
|
Hoofdstuk 41
|
Huiden en vellen (andere dan pelterijen), alsmede leder
|
|
41.01 – 41.03
|
VOV
|
|
41.04 – 41.06
|
VP, of
Opnieuw looien van gelooide of voorgelooide huiden en vellen van de onderverdelingen 4104.11, 4104.19, 4105.10, 4106.21, 4106.31 of 4106.91.
|
|
41.07 – 41.13
|
VP; niet van oorsprong zijnde materialen van de onderverdelingen 4104.41, 4104.49, 4105.30, 4106.22, 4106.32 en 4106.92 mogen evenwel worden gebruikt, mits de gelooide huiden en vellen of het niet-afgewerkte leder (“crust”) in droge staat opnieuw worden gelooid.
|
|
41.14 – 41.15
|
VP
|
|
Hoofdstuk 42
|
Lederwaren; zadel- en tuigmakerswerk; reisartikelen, handtassen en dergelijke bergingsmiddelen; werken van darmen (andere dan poil de Messine (crin de Florence))
|
|
42.01 – 42.06
|
VP
|
|
Hoofdstuk 43
|
Pelterijen en bontwerk; namaakbont
|
|
43.01 – 43.04
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING IX
|
HOUT, HOUTSKOOL EN HOUTWAREN; KURK EN KURKWAREN; VLECHTWERK EN MANDENMAKERSWERK
|
|
Hoofdstuk 44
|
Hout, houtskool en houtwaren;
|
|
44.01 – 44.21
|
VP
|
|
Hoofdstuk 45
|
Kurk en kurkwaren
|
|
45.01 – 45.04
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 46
|
Vlechtwerk en mandenmakerswerk
|
|
46.01 – 46.02
|
VP
|
|
AFDELING X
|
HOUTPULP EN PULP VAN ANDERE CELLULOSEHOUDENDE VEZELSTOFFEN; PAPIER EN KARTON VOOR HET TERUGWINNEN (RESTEN EN AFVAL); PAPIER EN KARTON, ALSMEDE ARTIKELEN DAARVAN
|
|
Hoofdstuk 47
|
Houtpulp en pulp van andere cellulosehoudende vezelstoffen; papier en karton voor het terugwinnen (resten en afval)
|
|
47.01 – 47.07
|
VP
|
|
Hoofdstuk 48
|
Papier en karton; cellulose-, papier- en kartonwaren
|
|
48.01 – 48.07
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4808.10
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4808.40 – 4811.49
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4811.51
|
VP
|
|
4811.59 – 4816.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
48.17
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
48.18
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4819.10 – 4819.50
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4819.60 – 4823.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4823.40
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4823.61 – 4823.70
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
4823.90
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 49
|
Artikelen van de uitgeverij, van de pers of van een andere grafische industrie; geschreven of getypte teksten en plannen
|
|
49.01 – 49.11
|
VP
|
|
AFDELING XI
|
TEXTIELSTOFFEN EN TEXTIELWAREN
Aantekening bij de afdeling: zie aantekeningen 6 en 7 van bijlage 11-A voor de toepassing van toleranties in deze afdeling.
|
|
Hoofdstuk 50
|
Zijde
|
|
50.01 – 50.02
|
VP
|
|
50.03
— gekaard of gekamd:
— andere
|
Kaarden of kammen van afval van zijde.
VP
|
|
50.04 – 50.05
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetisch of kunstmatig continufilament samen met spinnen;
extrusie van synthetisch of kunstmatig continufilament samen met twijnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
50.06
— garens van zijde of van afval van zijde:
— Poil de Messine (crin de Florence)
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetisch of kunstmatig continufilament samen met spinnen;
extrusie van synthetisch of kunstmatig continufilament samen met twijnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
VP
|
|
50.07
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 51
|
Wol, fijn haar en grof haar; garens en weefsels van paardenhaar (crin)
|
|
51.01 – 51.05
|
VP
|
|
51.06 – 51.10
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
51.11 – 51.13
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 52
|
Katoen
|
|
52.01 – 52.03
|
VP
|
|
52.04
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen;
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking; of
verven samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
52.05 – 52.07
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
52.08 – 52.12
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 53
|
Andere plantaardige textielvezels; papiergarens en weefsels daarvan
|
|
53.01 – 53.05
|
VP
|
|
53.06 – 53.08
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
53.09
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
53.10
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven; of
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven.
|
|
53.11
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 54
|
Synthetische of kunstmatige filamenten; strippen en artikelen van dergelijke vorm, van synthetische of kunstmatige textielstoffen
|
|
54.01
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen;
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking; of
verven samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
54.02 – 54.06
|
Spinnen van natuurlijke vezels; of
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen.
|
|
54.07 – 54.08
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 55
|
Synthetische of kunstmatige stapelvezels
|
|
5501.10 – 5503.19
|
Extrusie van synthetische of kunstmatige vezels.
|
|
5503.20
|
Vervaardiging uit chemische materialen of textielmassa, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen bedoeld bij de posten 39.07 tot en met 39.12.
|
|
5503.30 – 5507.00
|
Extrusie van synthetische of kunstmatige vezels.
|
|
55.08
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen;
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking; of
verven samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
55.09 – 55.11
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
55.12 – 55.16
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
twijnen of een mechanische bewerking samen met weven;
weven samen met verven;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 56
|
Watten, vilt en gebonden textielvlies; speciale garens, bindgaren, touw en kabel, alsmede werken daarvan
|
|
56.01
|
Spinnen van natuurlijke vezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen;
aanbrengen van een flockprint samen met verven of bedrukken; of
aanbrengen van een deklaag, aanbrengen van een flockprint, voorzien van inlagen of metalliseren samen met ten minste twee andere belangrijke voorbereidende of afwerkingsbewerkingen (zoals kalanderen, krimpvrij maken, thermofixeren en permanent finish), mits de waarde van de gebruikte niet-oorsprongsmaterialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
56.02 – 56.03
|
Vervaardiging uit natuurlijke of synthetische of kunstmatige vezels of polymeren, gevolgd door binding aan weefselvorming.
|
|
5604.10
|
Vervaardiging uit draad of koord van rubber, niet omwoeld of omvlochten met textiel.
|
|
5604.90
|
Spinnen van natuurlijke vezels; of
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen.
|
|
56.05
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen; of
twijnen samen met een willekeurige mechanische bewerking.
|
|
56.06
|
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels; of
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen.
|
|
56.07 – 56.09
|
Spinnen van natuurlijke vezels; of
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met spinnen.
|
|
Hoofdstuk 57
|
Tapijten
|
|
57.01 – 57.05
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven of met tuften;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven of met tuften;
vervaardiging van kokos-, sisal- of jutegaren of klassieke ringgesponnen viscosegarens; of
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met niet-weeftechnieken, met inbegrip van naaldponsen.
|
|
Hoofdstuk 58
|
Speciale weefsels; getufte textielstoffen; kant; tapisserieën; passementwerk; borduurwerk
|
|
58.01 – 58.04
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven of met tuften;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven of met tuften;
weven samen met verven, met het aanbrengen van een flockprint, met het aanbrengen van een deklaag, met het voorzien van inlagen of met metalliseren;
tuften samen met verven of met bedrukken;
aanbrengen van een flockprint samen met verven of met bedrukken;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
58.05
|
VP
|
|
58.06 – 58.09
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven of met tuften;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven of met tuften;
weven samen met verven, met het aanbrengen van een flockprint, met het aanbrengen van een deklaag, met het voorzien van inlagen of met metalliseren;
tuften samen met verven of met bedrukken;
aanbrengen van een flockprint samen met verven of met bedrukken;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
58.10
|
Borduurwerk waarin de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post, met uitzondering van die van het product, niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
58.11
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven of met tuften;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven of met tuften;
weven samen met verven, met het aanbrengen van een flockprint, met het aanbrengen van een deklaag, met het voorzien van inlagen of met metalliseren;
tuften samen met verven of met bedrukken;
aanbrengen van een flockprint samen met verven of met bedrukken;
verven van het garen samen met weven; of
weven samen met bedrukken.
|
|
Hoofdstuk 59
|
Weefsels, geïmpregneerd, bekleed, bedekt of met inlagen; technische artikelen van textielstoffen
|
|
59.01
|
weven samen met verven, met het aanbrengen van een flockprint, met het aanbrengen van een deklaag, met het voorzien van inlagen of met metalliseren; of
aanbrengen van een flockprint samen met verven of met bedrukken.
|
|
59.02
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven; of
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven.
|
|
59.03
|
Weven samen met impregneren, met het aanbrengen van een deklaag, met bekleden, met het voorzien van inlagen of met metalliseren;
weven samen met bedrukken; of
bedrukken (als zelfstandige bewerking).
|
|
59.04
|
Weven of kalanderen samen met verven, met het aanbrengen van een deklaag, met het voorzien van inlagen of met metalliseren.
|
|
59.05
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven;
weven, breien of het maken van een gebonden textielvlies samen met impregneren, met het aanbrengen van een deklaag, met bekleden, met het voorzien van inlagen of met metalliseren;
weven samen met bedrukken; of
bedrukken (als zelfstandige bewerking).
|
|
5906
— brei- en haakwerk
— andere weefsels, vervaardigd uit synthetische filamentgarens, bevattende meer dan 90 gewichtspercenten textielmaterialen
— andere
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken;
breien of haken samen met gummeren; of
gummeren samen met ten minste twee andere belangrijke voorbereidende of afwerkingsbewerkingen (zoals kalanderen, krimpvrij maken, thermofixeren of permanent finish), mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
Extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met weven.
Weven, breien of een ander proces dan weven samen met verven, aanbrengen van een deklaag of gummeren;
verven van garen samen met weven, breien of een ander proces dan weven; of
gummeren samen met ten minste twee andere belangrijke voorbereidende of afwerkingsbewerkingen (zoals kalanderen, krimpvrij maken, thermofixeren en permanent finish), mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
59.07
|
Weven, breien of maken van gebonden textielvlies samen met verven, bedrukken, aanbrengen van een deklaag, impregneren of bekleden;
aanbrengen van een flockprint samen met verven of met bedrukken; of
bedrukken (als zelfstandige bewerking).
|
|
59.08
— gloeikousjes, geïmpregneerd
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde rondgebreide of -gehaakte buisjes voor gloeikousjes.
VP
|
|
59.09 – 59.10
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met weven;
weven samen met verven, met het aanbrengen van een deklaag of met het voorzien van inlagen; of
aanbrengen van een deklaag, aanbrengen van een flockprint, voorzien van inlagen of metalliseren samen met ten minste twee andere belangrijke voorbereidende of afwerkingsbewerkingen (zoals kalanderen, krimpvrij maken, thermofixeren en permanent finish), mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
59.11
— polijstschijven, andere dan die van vilt bedoeld bij post 59.11
— al dan niet vervilte weefsels, van de soort gewoonlijk gebruikt voor de vervaardiging van papier of voor ander technisch gebruik, ook indien geïmpregneerd of voorzien van een deklaag, rondgeweven of eindloos met enkelvoudige of meervoudige ketting en/of inslag, dan wel plat geweven met meervoudige ketting en/of inslag, bedoeld bij post 59.11
— andere
|
Vervaardiging uit garen of uit afval van weefsels, dan wel uit lompen en vodden bedoeld bij post 63 10;
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met weven; of
weven samen met verven, met het aanbrengen van een deklaag of met het voorzien van inlagen.
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven;
extrusie van synthetische of kunstmatige vezels samen met weven;
weven samen met verven, met het aanbrengen van een deklaag of met het voorzien van inlagen; of
aanbrengen van een deklaag, aanbrengen van een flockprint, voorzien van inlagen of metalliseren samen met ten minste twee andere belangrijke voorbereidende of afwerkingsbewerkingen (zoals kalanderen, krimpvrij maken, thermofixeren, permanent finish), mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
Hoofdstuk 60
|
Brei- en haakwerk aan het stuk
|
|
60.01 – 60.06
|
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven; of
extrusie van synthetische of kunstmatige filamentgarens samen met weven.
|
|
Hoofdstuk 61
|
Kleding en kledingtoebehoren, van brei- of haakwerk
|
|
6101.20 – 6103.39
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6103.41 – 6103.49
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— alleen in vorm of naadloos gebreid
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien/haken en confectioneren in één bewerking
|
|
6104.13 – 6104.59
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6104.61 – 6104.69
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— in vorm of naadloos breien
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien of haken en confectioneren in één bewerking.
|
|
61.05 – 61.06
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6107.11
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— in vorm of naadloos breien
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien of haken en confectioneren in één bewerking.
|
|
6107.12 – 6108.19
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6108.21 – 6108.29
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— in vorm of naadloos breien
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien of haken en confectioneren in één bewerking.
|
|
6108.31 – 6110.20
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6110.30
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— in vorm of naadloos breien
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke en/of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien of haken en confectioneren in één bewerking.
|
|
6110.90 - 6114.90
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
6115
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— in vorm of naadloos breien (met uitzondering van kousenbroeken, kousen en kniekousen met compressie)
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels of extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren, samen met breien of haken en confectioneren in één bewerking.
|
|
61.16 – 61.17
— verkregen door het aaneennaaien of anderszins aaneenzetten van twee of meer stukken brei- of haakwerk die hetzij in vorm zijn gesneden hetzij direct in vorm zijn verkregen
— andere
|
Breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met breien of met haken;
extrusie van synthetisch of kunstmatig filamentgaren samen met breien of haken; of
breien en confectioneren in één bewerking.
|
|
Hoofdstuk 62
|
Kleding en kledingtoebehoren, andere dan van brei- of haakwerk
|
|
62.01
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.02
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.03
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
6204.11 – 6204.59
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
6204.61 – 6205.90
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.06
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.07 – 62.08
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.09
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.10
— vuurbestendige uitrustingen van weefsel bedekt met een folie van met aluminium verbonden polyester
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
voorzien van een deklaag of van inlagen, mits de waarde van het niet van oorsprong zijnde gebruikte weefsel zonder deklaag of inlagen niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product, samen met confectioneren (met inbegrip van snijden).
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.11
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.12
|
Breien of weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.13 - 62.14
— geborduurd
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.15
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.16
— vuurbestendige uitrustingen van weefsel bedekt met een folie van met aluminium verbonden polyester
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
voorzien van een deklaag of van inlagen, mits de waarde van het niet van oorsprong zijnde gebruikte weefsel zonder deklaag of inlagen niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product, samen met confectioneren (met inbegrip van snijden).
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
62.17
— geborduurd
— vuurbestendige uitrustingen van weefsel bedekt met een folie van met aluminium verbonden polyester
— tussenvoeringen voor kragen en omslagen, uitgesneden
— andere
|
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
voorzien van een deklaag of van inlagen, mits de waarde van het niet van oorsprong zijnde gebruikte weefsel zonder deklaag of inlagen niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product, samen met confectioneren (met inbegrip van snijden).
Het maken van een textielvlies samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
Hoofdstuk 63
|
Andere geconfectioneerde artikelen van textiel; stellen; oude kleren en dergelijke; lompen en vodden; lompen en vodden
|
|
63.01 – 63.04
— vilt van gebonden textielvlies
— andere
— geborduurd
— andere
|
Maken van gebonden textielvlies samen met confectioneren (met inbegrip van snijden).
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel); of
vervaardiging uit niet-geborduurd weefsel, mits de waarde van het gebruikte niet van oorsprong zijnde niet-geborduurde weefsel niet hoger is dan 40 % van de prijs af fabriek van het product.
Weven, breien of haken samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
63.05
|
Extrusie van synthetische of kunstmatige vezels of het spinnen van natuurlijke of synthetische of kunstmatige stapelvezels samen met weven of met breien en confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
63.06
— gebonden textielvlies
— andere
|
Maken van gebonden textielvlies samen met confectioneren (met inbegrip van snijden).
Weven samen met confectioneren (met inbegrip van snijden van weefsel).
|
|
63.07
|
VP en MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
63.08
|
Elk onderdeel van het stel of assortiment moet voldoen aan de regel die ervoor zou gelden indien het niet in het stel of assortiment was opgenomen. Niet van oorsprong zijnde artikelen mogen evenwel in het stel of het assortiment worden opgenomen tot een totale waarde van ten hoogste 10 % van de prijs af fabriek van het stel of het assortiment.
|
|
63.09 – 63.10
|
VP
|
|
AFDELING XII
|
SCHOEISEL, HOOFDDEKSELS, PARAPLU’S, PARASOLS, WANDELSTOKKEN, ZITSTOKKEN, ZWEPEN, RIJZWEPEN, ALSMEDE DELEN DAARVAN; GEPREPAREERDE VEREN EN ARTIKELEN VAN VEREN; KUNSTBLOEMEN; WERKEN VAN MENSENHAAR
|
|
Hoofdstuk 64
|
Schoeisel, beenkappen en dergelijke artikelen; delen daarvan
|
|
64.01 – 64.05
— met een douanewaarde van 35 euro of minder
— met een douanewaarde van meer dan 35 euro
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen bedoeld bij onderverdeling 6406.10, mits de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen niet hoger is dan 40 % van de waarde van het product.
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post, met uitzondering van de samenvoegingen van bovendelen met een binnenzool of met andere binnendelen bedoeld bij post 64.06.
|
|
64.06
|
VP
|
|
Hoofdstuk 65
|
Hoofddeksels en delen daarvan
|
|
65.01 – 65.07
|
VP
|
|
Hoofdstuk 66
|
Paraplu’s, parasols, wandelstokken, zitstokken, zwepen, rijzwepen, alsmede delen daarvan
|
|
66.01 – 66.03
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 67
|
Geprepareerde veren en geprepareerd dons en artikelen van veren of van dons; kunstbloemen; werken van mensenhaar
|
|
67.01 – 67.04
|
VP
|
|
AFDELING XIII
|
WERKEN VAN STEEN, VAN GIPS, VAN CEMENT, VAN ASBEST, VAN MICA EN VAN DERGELIJKE STOFFEN; KERAMISCHE PRODUCTEN; GLAS EN GLASWERK
|
|
Hoofdstuk 68
|
Werken van steen, van gips, van cement, van asbest, van mica en van dergelijke stoffen
|
|
68.01 – 68.02
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
68.03
— bewerkte leisteen
— werken van leisteen of van samengekit leigruis
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
Vervaardiging uit bewerkte leisteen.
|
|
68.04 – 68.11
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
68.12
— werken van asbest; werken van mengsels samengesteld met asbest of met asbest en magnesiumcarbonaat
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde materialen van om het even welke post.
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
6813.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
6813.81 – 6813.89
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
68.14
— werken van mica, geagglomereerd of gereconstitueerd mica daaronder begrepen, op een drager van papier, van karton of van andere stoffen
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde bewerkt mica (geagglomereerd of gereconstitueerd mica daaronder begrepen).
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
68.15
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 69
|
Keramische producten
|
|
69.01 – 69.14
|
VP
|
|
Hoofdstuk 70
|
Glas en glaswerk
|
|
70.01 – 70.05
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
70.06 – 70.09
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 70.05.
|
|
70.10
|
VP, of
MaxNOM 20 % (EXW).
|
|
70.11
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
70.13
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 70.10; of
MaxNOM 20 % (EXW).
|
|
70.14 – 70.18
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
70.19
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
70.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING XIV
|
ECHTE EN GEKWEEKTE PARELS, EDELSTENEN EN HALFEDELSTENEN, EDELE METALEN EN METALEN GEPLATEERD MET EDELE METALEN, ALSMEDE WERKEN DAARVAN; FANCYBIJOUTERIEËN; MUNTEN
|
|
Hoofdstuk 71
|
Echte en gekweekte parels, edelstenen en halfedelstenen, edele metalen en metalen geplateerd met edele metalen, alsmede werken daarvan; fancybijouterieën; munten
|
|
71.01
— echte of gekweekte parels, in stellen, tijdelijk aaneengeregen met het oog op het vervoer
— andere
|
MaxNOM 50 % (EXW).
VP
|
|
71.02
— bewerkte natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edelstenen of halfedelstenen.
VP
|
|
71.03
— bewerkte natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edelstenen of halfedelstenen.
VP
|
|
71.04
— bewerkte natuurlijke, synthetische of gereconstrueerde edelstenen of halfedelstenen
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edelstenen of halfedelstenen.
VP
|
|
71.05
|
VP
|
|
71.06
— onbewerkt
— halfbewerkt of in poedervorm
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 71.06, 71.08 en 71.10; of
elektrolytische, thermische of chemische scheiding van de bij post 71.06, 71.08 of 71.10 bedoelde edele metalen; of
legering van edele metalen van post 71.06, 71.08 of 71.10, onderling of met onedele metalen.
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edele metalen.
|
|
71.07
— metalen geplateerd met edele metalen, halfbewerkt
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde metalen geplateerd met edele metalen, onbewerkt.
VP
|
|
71.08
— onbewerkt
— halfbewerkt of in poedervorm
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 71.06, 71.08 en 71.10; of
elektrolytische, thermische of chemische scheiding van de bij post 71.06, 71.08 of 71.10 bedoelde edele metalen; of
legering van edele metalen van post 71.06, 71.08 of 71.10, onderling of met onedele metalen.
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edele metalen.
|
|
71.09
— metalen geplateerd met edele metalen, halfbewerkt
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde metalen geplateerd met edele metalen, onbewerkt.
VP
|
|
71.10
— onbewerkt
— halfbewerkt of in poedervorm
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 71.06, 71.08 en 71.10; of
elektrolytische, thermische of chemische scheiding van de bij post 71.06, 71.08 of 71.10 bedoelde edele metalen; of
legering van edele metalen van post 71.06, 71.08 of 71.10, onderling of met onedele metalen.
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde onbewerkte edele metalen.
|
|
71.11
— metalen geplateerd met edele metalen, halfbewerkt
— andere
|
Vervaardiging uit niet van oorsprong zijnde metalen geplateerd met edele metalen, onbewerkt.
VP
|
|
71.12 – 71.15
|
VP
|
|
71.16
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
71.17
|
VP, of
Vervaardiging uit delen van onedel metaal, niet geplateerd of bedekt met edele metalen, mits de waarde van alle niet van oorsprong zijnde gebruikte materialen niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
71.18
|
VP
|
|
AFDELING XV
|
ONEDELE METALEN EN WERKEN DAARVAN
|
|
Hoofdstuk 72
|
Gietijzer, ijzer en staal
|
|
72.01 – 72.06
|
VP
|
|
72.07 – 72.17
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.06 tot en met 72.17.
|
|
72.18
|
VP
|
|
72.19 – 72.23
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.18 tot en met 72.23.
|
|
72.24
|
VP
|
|
72.25 – 72.29
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.24 tot en met 72.29.
|
|
Hoofdstuk 73
|
Werken van gietijzer, van ijzer en van staal
|
|
7301.10
|
VH, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.07 tot en met 72.17.
|
|
7301.20
|
VP
|
|
73.02
|
VH, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.07 tot en met 72.17.
|
|
73.03
|
VP
|
|
73.04
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.06 tot en met 72.29.
|
|
73.05 - 73.06
|
VH, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 72.13 tot en met 72.17, 72.21 tot en met 72.23 en 72.25 tot en met 72.29.
|
|
73.07
— van roestvrij staal
— andere
|
Draaien, boren, ruimen, draadsnijden, afbramen en zandstralen van gesmede onbewerkte stukken, mits de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde onbewerkte stukken niet meer bedraagt dan 35 % van de prijs af fabriek van het product.
VP
|
|
73.08
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van onderverdeling 7301.20.
|
|
7309.00 – 7315.19
|
VP
|
|
7315.20
|
Vervaardiging waarbij de waarde van de gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen van post 73.15 niet hoger is dan 50 % van de prijs af fabriek van het product.
|
|
7315.81 – 7326.90
|
VP
|
|
Hoofdstuk 74
|
Koper en werken van koper
|
|
74.01 – 74.02
|
VP
|
|
74.03
|
VOV
|
|
74.04 – 74.07
|
VP
|
|
74.08
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
74.09
|
VP
|
|
74.10
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
74.11 – 74.19
|
VP
|
|
Hoofdstuk 75
|
Nikkel en werken van nikkel
|
|
75.01 – 75.08
|
VP
|
|
Hoofdstuk 76
|
Aluminium en werken van aluminium
|
|
76.01 – 76.16
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 78
|
Lood en werken van lood
|
|
78.01 – 78.06
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 79
|
Zink en werken van zink
|
|
79.01 – 79.07
|
VP
|
|
Hoofdstuk 80
|
Tin en werken van tin
|
|
80.01 – 80.07
|
VP
|
|
Hoofdstuk 81
|
Andere onedele metalen; cermets; werken van deze stoffen
|
|
81.01 – 81.13
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 82
|
Gereedschap; messenmakerswerk, lepels en vorken, van onedel metaal; delen van deze artikelen van onedel metaal
|
|
8201.10 – 8205.70
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8205.90
|
VP; niet van oorsprong zijnd gereedschap van post 82.05 mag evenwel in het stel of het assortiment worden opgenomen tot een totale waarde van 15 % van de prijs af fabriek van het stel of het assortiment.
|
|
82.06
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van de posten 82.02 tot en met 82.05; niet van oorsprong zijnd gereedschap van de posten 82.02 tot en met 82.05 mag evenwel in het stel of het assortiment worden opgenomen tot een totale waarde van 15 % van de prijs af fabriek van het stel of het assortiment.
|
|
8207.13 – 8207.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8207.30
|
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
8207.40 – 8215.99
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 83
|
Allerlei werken van onedele metalen
|
|
8301.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8301.20
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8301.30 – 8302.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8302.30
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8302.41– 8311.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING XVI
|
MACHINES, TOESTELLEN EN MECHANISCHE WERKTUIGEN; ELEKTRISCHE UITRUSTING; DELEN DAARVAN; TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN GELUID, TOESTELLEN VOOR HET OPNEMEN OF HET WEERGEVEN VAN BEELDEN EN GELUID VOOR TELEVISIE, ALSMEDE DELEN EN TOEBEHOREN VAN DEZE TOESTELLEN
|
|
Hoofdstuk 84
|
Kernreactoren, stoomketels, machines, toestellen en mechanische werktuigen, alsmede delen daarvan
|
|
84.01
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.02 – 84.06
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.07 – 84.08
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8409.10
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW)
|
|
8409.91 – 8409.99
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.11
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
8412.10 – 8415.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8415.20
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8415.81 – 8416.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.17
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.18 – 84.22
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.23
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.24
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.25 – 84.26
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.31; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.27
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.28 – 84.30
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.31; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.31
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.32
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.33 – 84.37
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.38
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.39 – 84.41
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.42
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
8443.11 – 8443.19
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8443.31 – 8443.32
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8443.39 – 8443.91
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8443.99
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.44 – 84.47
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.48; of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.48 – 84.51
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.52
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.53
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.54
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.55
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.56 – 84.65
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.66; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.66 – 84.68
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8470.10 – 8470.30
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.73; of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
8470.50
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.73; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8470.90
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.73; of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.71-84.72
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 84.73; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8473.21
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
8473.29 – 8473.50
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.74
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.75 – 84.77
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.78
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.79 – 84.81
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.82
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.83 – 84.84
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
84.86
|
VP, of
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
84.87
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 85
|
Elektrische machines, apparaten, uitrustingsstukken, alsmede delen daarvan; toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid, toestellen voor het opnemen of het weergeven van beelden en geluid voor televisie, alsmede delen en toebehoren van deze toestellen
|
|
85.01 – 85.02
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.03; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.03
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8504.10 – 8504.34
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8504.40
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8504.50 – 8505.90
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8506.10 – 8512.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8512.30 – 8512.90
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.13 – 85.16
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8517.11
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8517.12
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8517.18
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8517.61 – 8517.70
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.18
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.19
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.21
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.22; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.22
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8523.21 – 8523.51
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8523.52 – 8523.59
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8523.80
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.25-85.27
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.29; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8528.42
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8528.49
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.29; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8528.52 – 8528.59
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.29; of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
8528.62 – 8528.69
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.29; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8528.71
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8528.72 – 8528.73
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.29; of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
8529.10
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8529.90 – 8530.80
|
VP, of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
8530.90 – 8531.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.32 – 85.34
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
85.35 – 85.36
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.38; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8537.10
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.38; of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
8537.20
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 85.38; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8538.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8538.90
|
VP, of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
85.39 – 85.43
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8544.11 – 8544.60
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
8544.70
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
85.45 – 85.48
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING XVII
|
VERVOERMATERIEEL
|
|
Hoofdstuk 86
|
Rollend en ander materieel voor spoor- en tramwegen, alsmede delen daarvan; vast materieel voor spoor- en tramwegen, alsmede elementen en delen daarvan; mechanische (elektromechanische daaronder begrepen) signaal- en waarschuwingstoestellen voor het verkeer
|
|
86.01 – 86.09
|
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 87
|
Automobielen, tractors, rijwielen, motorrijwielen en andere voertuigen voor vervoer over land, alsmede delen en toebehoren daarvan
|
|
87.01 – 87.07
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
87.08 – 87.09
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
87.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
87.11
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
87.12
|
VP, met uitzondering van niet van oorsprong zijnde materialen van post 87.14; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
87.13 – 87.16
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 88
|
Luchtvaart en ruimtevaart
|
|
88.01 – 88.05
|
VP, of
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 89
|
Scheepvaart met uitzondering van:
|
|
89.01 – 89.08
|
VH; of
MaxNOM 40 % (EXW).
|
|
AFDELING XVIII
|
INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN, VOOR DE FOTOGRAFIE EN DE CINEMATOGRAFIE; MEET-, VERIFICATIE-, CONTROLE- EN PRECISIE-INSTRUMENTEN, -APPARATEN EN -TOESTELLEN; MEDISCHE EN CHIRURGISCHE INSTRUMENTEN, APPARATEN EN TOESTELLEN; MUZIEKINSTRUMENTEN; DELEN EN TOEBEHOREN DAARVAN
|
|
Hoofdstuk 90
|
Instrumenten, apparaten en toestellen voor de fotografie en de cinematografie; meet-, verificatie-, controle- en precisie-instrumenten, medische en chirurgische instrumenten, apparaten en toestellen; delen en toebehoren daarvan
|
|
9001.10
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
9001.20 – 9001.40
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9001.50
|
VP;
vervaardiging waarbij een van de volgende bewerkingen wordt ondergaan:
–
bewerken van het oppervlak van een halfafgewerkte lens tot een afgewerkt brillenglas met optische correctie, bedoeld om op een bril te worden gemonteerd; of
–
aanbrengen van een deklaag op de lens door middel van passende behandelingen teneinde het gezichtsvermogen te verbeteren en de bescherming van de drager te waarborgen; of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9001.90 – 9010.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.11
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.12 – 90.13
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.14
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.15
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.16
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
90.17 – 90.23
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.24 – 90.25
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
90.26 – 90.27
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
90.28
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
90.29 – 9032.89
9032.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
VP, of
MaxNOM 55 % (EXW).
|
|
90.33
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 91
|
Uurwerken
|
|
91.01 – 91.14
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 92
|
Muziekinstrumenten; delen en toebehoren van muziekinstrumenten
|
|
92.01 – 92.09
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
AFDELING XIX
|
WAPENS EN MUNITIE; DELEN EN TOEBEHOREN DAARVAN
|
|
Hoofdstuk 93
|
Wapens en munitie; delen en toebehoren daarvan
|
|
93.01 – 93.07
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING XX
|
DIVERSE GOEDEREN EN PRODUCTEN
|
|
Hoofdstuk 94
|
Meubelen (ook voor medisch of voor chirurgisch gebruik); artikelen voor bedden en dergelijke artikelen; verlichtingstoestellen, elders genoemd noch elders onder begrepen; lichtreclames, verlichte aanwijzingsborden en dergelijke artikelen; geprefabriceerde bouwwerken
|
|
9401.10
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9401.20
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9401.30 – 9401.80
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9401.90
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
94.02 – 94.05
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
94.06
|
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 95
|
Speelgoed, spellen, artikelen voor ontspanning en sportartikelen; delen en toebehoren daarvan
|
|
9503.00 – 9504.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9504.30
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
9504.40 – 9506.70
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
9506.91
|
MaxNOM 45 % (EXW).
|
|
9506.99 – 9508.90
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
Hoofdstuk 96
|
Diverse werken
|
|
96.01 – 96.04
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
96.05
|
Elk onderdeel van het stel of assortiment moet voldoen aan de regel die ervoor zou gelden indien het niet in het stel of assortiment was opgenomen. Niet van oorsprong zijnde artikelen mogen evenwel in het stel of het assortiment worden opgenomen tot een totale waarde van ten hoogste 15 % van de prijs af fabriek van het stel of het assortiment.
|
|
96.06 – 96.07
|
VP en MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
96.08 – 96.20
|
VP, of
MaxNOM 50 % (EXW).
|
|
AFDELING XXI
|
KUNSTVOORWERPEN, VOORWERPEN VOOR VERZAMELINGEN EN ANTIQUITEITEN
|
|
Hoofdstuk 97
|
Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
|
|
97.01 – 97.06
|
VP
|
Aanhangsel 11-B-1
BIJZONDERE REGELINGEN VOOR PRODUCTSPECIFIEKE REGELS VOOR BEPAALDE PRODUCTEN
Indien het geconsolideerde WTO-tarief van de Europese Unie dat op deze producten van toepassing is, niet 0 % (nul procent) bedraagt, worden de volgende producten ook als van oorsprong uit de Mercosur beschouwd, mits aan de overeenkomstige productspecifieke oorsprongsregel, zoals hieronder uiteengezet, in de Mercosur overeenkomstig deel III van deze overeenkomst is voldaan, tenzij de Mercosur de Europese Unie iets anders meedeelt.
|
Kolom 1
Indeling op basis van het geharmoniseerd systeem
(2017)
|
Kolom 2
Productspecifieke oorsprongsregel
|
|
8443.31; 8443.32; 8470.50; 8471; 8473.30; 8517.69; 8525; 8527; 8531.20; 8543.70; 9030.20; 9030.33; 9030.39; 9030.40; 9030.82; 9030.84; 9030.89; 9031.80
|
I.
Monteren en lassen van alle onderdelen op de printplaat waarmee de centrale verwerkingsfunctie (moederbord) wordt uitgevoerd;
II.
Integratie van de printplaat die is gemonteerd overeenkomstig punt I, andere printplaten (indien van toepassing) en andere elektrische, mechanische en subsysteemonderdelen in het uiteindelijke productformaat; en
III.
Definitieve productconfiguratie, software-installatie (indien van toepassing) en functionele testen.
|
|
8443.99; 8473.29; 8473.30; 8473.40; 8473.50; 8517.70; 8523.52; 8523.59
|
I.
Monteren en lassen van alle onderdelen op de printplaat; en
II.
Definitieve productconfiguratie, software-installatie (indien van toepassing) en functionele testen.
|
|
8504.40; 8517.12; 8517.61; 8517.62; 8521
|
I.
Monteren en lassen van alle onderdelen in printplaten;
II.
Monteren van de elektrische en mechanische delen, volledig uitgesplitst, op het basisniveau van de onderdelen; en
III.
Integratie van printplaten en elektrische en mechanische delen, gemonteerd overeenkomstig de punten I en II.
|
________________
BIJLAGE 11-C
ATTEST VAN OORSPRONG
Het attest van oorsprong wordt opgesteld in een van de onderstaande taalversies overeenkomstig de wet- en regelgeving van de Partij van uitvoer. Indien het attest van oorsprong met de hand wordt geschreven, geschiedt dat met inkt en in blokletters. Bij de opstelling van het attest van oorsprong moeten de respectieve voetnoten in acht worden genomen. De voetnoten behoeven niet in het attest te worden overgenomen.
Bulgaarse versie
Износителят на продуктите, обхванати от този документ (износител №…) декларира, че освен където ясно е отбелязано друго, тези продукти са с … преференциален произход.
Kroatische versie
Izvoznik proizvoda obuhvaćenih ovom ispravom (referentni broj izvoznika: …1) izjavljuje da su, osim ako je drukčije izričito navedeno, ovi proizvodi …2 preferencijalnog podrijetla.
Tsjechische versie
Vývozce výrobků uvedených v tomto dokumentu (referenční číslo vývozce ...1) prohlašuje, že kromě zřetelně označených, mají tyto výrobky preferenční původ v ...2.
Deense versie
Eksportøren af varer, der er omfattet af nærværende dokument, (eksportørreferencenr. . ...1) erklærer, at varerne, medmindre andet tydeligt er angivet, har præferenceoprindelse i …2.
Nederlandse versie
De exporteur van de goederen waarop dit document van toepassing is (referentienr. exporteur …1) verklaart dat, behoudens uitdrukkelijke andersluidende vermelding, deze goederen van preferentiële … oorsprong zijn2.
Engelse versie
The exporter of the products covered by this document (exporter reference no…1) declares that, except where otherwise clearly indicated, these products are of … preferential origin2.
Estse versie
Käesoleva dokumendiga hõlmatud toodete eksportija (eksportija viitenumber ...1) deklareerib, et need tooted on ...2 sooduspäritoluga, välja arvatud juhul kui on selgelt näidatud teisiti.
Finse versie
Tässä asiakirjassa mainittujen tuotteiden viejä (viejän viitenumero ...1) ilmoittaa, että nämä tuotteet ovat, ellei toisin ole selvästi merkitty, etuuskohteluun oikeutettuja ... alkuperätuotteita2.
Franse versie
L'exportateur des produits couverts par le présent document (nº de référence exportateur …1) déclare que, sauf indication claire du contraire, ces produits ont l'origine préférentielle …2.
Duitse versie
Der Ausführer (Referenznummer des Ausführers . …1) der Waren, auf die sich dieses Handelspapier bezieht, erklärt, dass diese Waren, soweit nichts anderes angegeben, präferenzbegünstigte Ursprungswaren …2 sind.
Griekse versie
Ο εξαγωγέας των προϊόντων που καλύπτονται από το παρόν έγγραφο ((αριθ. αναφοράς εξαγωγέα . …1) δηλώνει ότι, εκτός εάν δηλώνεται σαφώς άλλως, τα προϊόντα αυτά είναι προτιμησιακής καταγωγής …2.
Hongaarse versie
A jelen okmányban szereplő áruk exportőre (az exportőr azonosító száma …1) kijelentem, hogy eltérő jelzs hiányában az áruk kedvezményes … származásúak2.
Italiaanse versie
L'esportatore delle merci contemplate nel presente documento (numero di riferimento dell'esportatore …1) dichiara che, salvo indicazione contraria, le merci sono di origine preferenziale …2.
Ierse versie
Onnmhaireoir na dtáirgí a chumhdaítear leis an doiciméad seo (Uimhir Thagartha an Onnmhaireora …1) dearbhaítear leis seo, mura sonraítear a mhalairt go soiléir, gur táirgí de thionscnamh …2 tionscnamh fabhrach.
Letse versie
Eksportētājs produktiem, kuri ietverti šajā dokumentā (eksportētāja atsauces numurs …1), deklarē, ka, iznemot tur, kur ir citādi skaidri noteikts, šiem produktiem ir priekšrocību izcelsme no …2.
Litouwse versie
Šiame dokumente išvardintų prekių eksportuotojas (Eksportuotojo registracijos Nr …1) deklaruoja, kad, jeigu kitaip nenurodyta, tai yra …2 preferencinės kilmės prekės.
Maltese versie
L-esportatur tal-prodotti koperti b’dan id-dokument (Numru ta’ Referenza tal-Esportatur …1) jiddikjara li, hlief fejn indikat b’mod car li mhux hekk, dawn il-prodotti huma ta’ origini preferenzjali …2.
Poolse versie
Eksporter produktów objętych tym dokumentem (nr referencyjny eksportera …1) deklaruje, że z wyjątkiem gdzie jest to wyraźnie określone, produkty te mają …2 preferencyjne pochodzenie.
Portugese versie
O abaixo assinado, exportador dos produtos cobertos pelo presente documento (referência do exportador n.º...1) declara que, salvo expressamente indicado em contrário, estes produtos são de origem preferencial …2.
Roemeense versie
Exportatorul produselor care fac obiectul prezentului document (numărul de referință al exportatorului ...1) declară că, exceptând cazul în care în mod expres este indicat altfel, aceste produse sunt de origine preferenţială …2.
Slowaakse versie
Vývozca výrobkov uvedených v tomto dokumente (referenčné číslo vývozcu …1) vyhlasuje, že okrem zreteľne označených, majú tieto výrobky preferenčný pôvod v …2.
Sloveense versie
Izvoznik blaga, zajetega s tem dokumentom, (referenčna št. izvoznika ...1) izjavlja, da, razen če ni drugače jasno navedeno, ima to blago preferencialno …2 poreklo.
Spaanse versie
El exportador de los productos incluidos en el presente documento (número de referencia del exportador …1) declara que, salvo indicación en sentido contrario, estos productos gozan de un origen preferencial …2.
Zweedse versie
Exportören av de varor som omfattas av detta dokument (exportörens referensnummer ....1) försäkrar att dessa varor, om inte annat tydligt markerats, har förmånsberättigande … ursprung2.
(Plaats en datum)
(Handtekening van de exporteur gevolgd door de naam van de ondertekenaar in duidelijk leesbare letters)
____________
BIJLAGE 11-D
OVERGANGSMAATREGELEN
1.
Gedurende een periode van ten hoogste 3 (drie) jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst aanvaardt de Europese Unie als attest van oorsprong ook een “oorsprongscertificaat” waaruit blijkt dat de in de Europese Unie ingevoerde producten aan de in deel III van deze overeenkomst vastgestelde oorsprongsvereisten voldoen.
2.
De in lid 1 bedoelde periode van 3 (drie) jaar kan met maximaal 2 (twee) jaar worden verlengd door middel van een kennisgeving door de ondertekenende Mercosur-staat aan de Europese Unie. In dat geval kan bijlage 11-E worden toegepast, mits aan de voorwaarden van die bijlage is voldaan.
3.
De Mercosur zendt het formulier en de formaliteiten van het “oorsprongscertificaat” toe aan de Europese Commissie. Elke ondertekenende Mercosur-staat deelt de Europese Commissie mee vanaf welke datum het “oorsprongscertificaat” niet langer van toepassing zal zijn.
________________
BIJLAGE 11-E
HANDELWIJZE BIJ ADMINISTRATIEVE FOUTEN
Indien door de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling fouten zijn gemaakt, en met name indien zij hoofdstuk 11 onjuist hebben toegepast, en deze fouten gevolgen hebben ten aanzien van invoerrechten, kan de Partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, de Gezamenlijke Raad in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken verzoeken de mogelijkheid te onderzoeken om passende maatregelen te nemen om de situatie op te lossen.
________________
BIJLAGE 11-F
GEZAMENLIJKE VERKLARINGEN
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende het Prinsdom Andorra
1.
Producten van oorsprong uit het Vorstendom Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem worden door de Mercosur aanvaard als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van hoofdstuk 11.
2.
Punt 1 is van toepassing mits het Vorstendom Andorra krachtens de overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Prinsdom Andorra
op producten van oorsprong uit de Mercosur dezelfde preferentiële tariefbehandeling toepast als die welke door de Europese Unie op dergelijke producten wordt toegepast.
3.
Voor het bepalen van de oorsprongsstatus van producten als bedoeld in punt 1 is hoofdstuk 11 overeenkomstig van toepassing.
Gemeenschappelijke Verklaring betreffende de Republiek San Marino
1.
Producten van oorsprong uit de Republiek San Marino worden door de Mercosur aanvaard als producten van oorsprong uit de Europese Unie in de zin van hoofdstuk 11.
2.
Punt 1 is van toepassing, mits de Republiek San Marino, krachtens de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino
, op producten van oorsprong uit de Mercosur dezelfde preferentiële tariefbehandeling toepast als die welke door de Europese Unie op dergelijke producten wordt toegepast.
3.
Voor het bepalen van de oorsprongsstatus van producten als bedoeld in punt 1 is hoofdstuk 11 overeenkomstig van toepassing.
________________
BIJLAGE 12-A
WEDERZIJDSE ADMINISTRATIEVE BIJSTAND IN DOUANEAANGELEGENHEDEN
ARTIKEL 1
Definities
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a)
“verzoekende autoriteit”: een daartoe door een Partij aangewezen bevoegde overheidsinstantie die op grond van deze bijlage een verzoek om bijstand indient;
b)
“douanewetgeving”: de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van elke Partijen van toepassing zijn betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een andere douaneregeling, met inbegrip van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
c)
“informatie”: alle gegevens, documenten, afbeeldingen, verslagen of mededelingen, in ongeacht welk formaat, ook in elektronisch formaat, ongeacht of deze al dan niet verwerkt of geanalyseerd zijn, of gewaarmerkte kopieën ervan;
d)
“met de douanewetgeving strijdige handeling”: elke schending van de douanewetgeving of poging daartoe;
e)
“persoon”: natuurlijke persoon of rechtspersoon;
f)
“persoonsgegevens”: alle informatie met betrekking tot een natuurlijke persoon of, indien de wet- of regelgeving van een Partij daarin voorziet, een rechtspersoon; en
g)
“aangezochte autoriteit”: een tot dit doel door een Partij aangewezen bevoegde administratieve autoriteit die op grond van deze bijlage een verzoek om bijstand ontvangt.
ARTIKEL 2
Toepassingsgebied
1.
De Partijen verlenen elkaar bijstand om op de onder hun respectieve bevoegdheid vallende gebieden, en op de wijze en voorwaarden die bij deze bijlage zijn vastgesteld, een correcte toepassing van de douanewetgeving te waarborgen, in het bijzonder door met die wetgeving strijdige handelingen te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.
2.
De bepalingen van deze bijlage gelden voor elke voor de toepassing van deze bijlage bevoegde administratieve autoriteit van elke Partij. Die bijstand laat de wet- of regelgeving van een Partij inzake wederzijdse bijstand in strafzaken onverlet en geldt niet voor inlichtingen die zijn verkregen uit hoofde van bevoegdheden die op verzoek van een rechterlijke autoriteit worden uitgeoefend, tenzij die ermee instemt dat die inlichtingen worden verstrekt.
3.
De bijstand inzake het innen van heffingen, belastingen en boetes valt niet onder deze bijlage.
ARTIKEL 3
Bijstand op verzoek
1.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of kunnen zijn.
2.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mee:
a)
of goederen die uit het grondgebied van de ene Partij zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze op het grondgebied van de andere Partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst; en
b)
of goederen die op het grondgebied van de ene Partij zijn ingevoerd, op regelmatige wijze uit het grondgebied van de andere Partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval onder vermelding van de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst.
3.
Op verzoek van de verzoekende Partij treft de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat toezicht wordt uitgeoefend op:
a)
personen van wie redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij met de douanewetgeving strijdige handelingen verrichten of hebben verricht;
b)
goederen die op zodanige wijze worden of kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen;
c)
plaatsen waar op zodanige wijze voorraden goederen zijn of kunnen worden aangelegd dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat die goederen bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen; en
d)
vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijs kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
ARTIKEL 4
Ongevraagde bijstand
1.
De Partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, door het verstrekken van informatie die zij hebben verkregen over voltooide, geplande of lopende activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen vormen of lijken te vormen en die voor de andere Partij van belang kunnen zijn.
2.
De in lid 1 bedoelde informatie is met name gericht op:
a)
personen, goederen en vervoermiddelen; en
b)
nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij met de douanewetgeving strijdige handelingen.
ARTIKEL 5
Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
1.
Verzoeken om bijstand op grond van deze bijlage worden schriftelijk in gedrukte of elektronische vorm gedaan. Zij gaan vergezeld van de documenten die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. Indien de dringendheid van de situatie dit vereist, kan de aangezochte autoriteit mondelinge verzoeken aanvaarden, maar dergelijke mondelinge moeten onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd door de verzoekende autoriteit.
2.
De overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken bevatten de volgende gegevens:
a)
de naam van de verzoekende autoriteit en van de verzoekende ambtenaar;
b)
de gevraagde inlichtingen of het soort bijstand;
c)
het doel en de reden van het verzoek;
d)
de relevante wet- en regelgeving en andere rechtselementen;
e)
zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie over de personen op wie het onderzoek betrekking heeft;
f)
een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd; en
g)
aanvullende beschikbare gegevens op basis waarvan de aangezochte autoriteit gevolg kan geven aan het verzoek.
3.
Verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal, waarbij het Engels altijd een aanvaardbare taal is. Die eis geldt niet voor de documenten waarvan het verzoek vergezeld gaat overeenkomstig lid 1.
4.
Indien een verzoek niet aan de in de leden 1 tot en met 3 vermelde vormvereisten voldoet, kan de aangezochte autoriteit om correctie of aanvulling verzoeken. In de tussentijd kunnen conservatoire maatregelen worden genomen.
ARTIKEL 6
Uitvoering van verzoeken
1.
Binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen behandelt de aangezochte autoriteit een verzoek om bijstand alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelt, verstrekt zij de al beschikbare informatie en verricht zij de nodige onderzoeken of laat zij dergelijke onderzoeken verrichten. Deze bepaling is eveneens van toepassing op autoriteiten waaraan de aangezochte autoriteit het verzoek doorstuurt, indien zij dat niet zelf kan afhandelen.
2.
Aan verzoeken om bijstand wordt voldaan overeenkomstig de wet- en regelgeving van de aangezochte Partij.
ARTIKEL 7
Vorm waarin de inlichtingen worden verstrekt
1.
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit schriftelijk mee en voegt daarbij de relevante documenten, gewaarmerkte kopieën of andere stukken. Deze informatie mag in de vorm van elektronische bestanden worden verstrekt.
2.
Originele documenten worden uitsluitend op verzoek van de verzoekende autoriteit overeenkomstig de wettelijke voorschriften van elke Partij toegezonden indien gewaarmerkte afschriften ontoereikend zijn. De verzoekende autoriteit stuurt deze originelen zo spoedig mogelijk terug.
3.
Overeenkomstig lid 2, verstrekt de aangezochte autoriteit de verzoekende autoriteit de gegevens betreffende de echtheid van de documenten die door op haar grondgebied gevestigde officiële instanties ter staving van een goederenaangifte zijn afgegeven of gecertificeerd.
ARTIKEL 8
Aanwezigheid van ambtenaren van een Partij op het grondgebied van een andere Partij
1.
Daartoe gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere Partij en op de door deze gespecificeerde voorwaarden aanwezig zijn:
a)
in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken autoriteit als bedoeld in artikel 6, lid 1, om informatie te verkrijgen die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van deze bijlage nodig heeft met betrekking tot activiteiten die met de douanewetgeving strijdige handelingen zijn of kunnen zijn; en
b)
bij onderzoeken die worden uitgevoerd op het grondgebied van die andere Partij.
2.
Gemachtigde ambtenaren van een Partij zijn in een louter raadgevende hoedanigheid aanwezig op het grondgebied van de andere Partij. Deze ambtenaren:
a)
moeten te allen tijde hun officiële hoedanigheid kunnen aantonen;
b)
mogen geen uniform en geen wapens dragen; en
c)
moeten dezelfde bescherming genieten als ambtenaren van de andere Partij, overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn.
ARTIKEL 9
Levering en kennisgeving
1.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving, alle maatregelen die nodig zijn voor de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten van de verzoekende autoriteit in verband met de toepassing van deze bijlage aan adressaten die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijven of gevestigd zijn.
2.
Verzoeken om de verstrekking van documenten of de kennisgeving van besluiten worden schriftelijk tot de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.
ARTIKEL 10
Automatische uitwisseling van inlichtingen
1.
De Partijen kunnen in onderlinge overeenstemming, overeenkomstig artikel 15:
a)
onder deze bijlage vallende inlichtingen automatisch uitwisselen; of
b)
specifieke inlichtingen uitwisselen voordat zendingen op het grondgebied van de andere Partij aankomen.
2.
De uitvoering van de in de punten a) en b) bedoelde uitwisselingen, met inbegrip van regelingen over het soort uit te wisselen informatie, het formaat en de frequentie van de doorgifte, geschiedt overeenkomstig artikel 15.
ARTIKEL 11
Uitzonderingen op de verplichting tot het verlenen van bijstand
1.
Bijstand kan worden geweigerd of van de naleving van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk worden gesteld wanneer een Partij van oordeel is dat bijstand in het kader van deze bijlage:
a)
de soevereiniteit van een ondertekenende Mercosur-staat of van een lidstaat van de Europese Unie waaraan om bijstand op grond van deze bijlage is gevraagd, zou kunnen aantasten;
b)
de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen, met name in de in artikel 12, lid 5, genoemde gevallen, zou kunnen schaden; of
c)
tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim leidt.
2.
De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen op grond dat die bijstand lopende onderzoeken, vervolgingen of procedures zou verstoren. In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend onder door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden.
3.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dat in haar verzoek. De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
4.
Indien de in de leden 1 en 2 bedoelde bijstand wordt geweigerd, moet dit besluit en de redenen ervan terstond aan de verzoekende autoriteit worden meegedeeld.
ARTIKEL 12
Uitwisseling van informatie en vertrouwelijkheid
1.
De uit hoofde van deze bijlage ontvangen informatie wordt uitsluitend overeenkomstig de doelen van deze bijlage gebruikt.
2.
Het gebruik van op grond van deze bijlage ontvangen informatie in gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures betreffende met de douanewetgeving strijdige handelingen wordt beschouwd als gebruik overeenkomstig de doelen van deze bijlage. Elke Partij kan derhalve bij de bewijsvoering, in rapporten en getuigenissen en bij procedures die bij gerechtelijke of administratieve autoriteiten aanhangig worden gemaakt, gebruikmaken van de informatie die zij op grond van deze bijlage heeft verkregen en van de documenten waarin zij op grond van deze bijlage inzage heeft gekregen. De aangezochte autoriteit die de inlichtingen heeft verstrekt of die inzage heeft gegeven in de documenten, kan als voorwaarde stellen om van dergelijk gebruik in kennis te worden gesteld.
3.
Indien een van de Partijen de informatie voor andere dan de in deze bijlage bedoelde doeleinden wenst te gebruiken, vraagt zij de autoriteit die de informatie heeft verstrekt vooraf om schriftelijke toestemming. Voor dat gebruik gelden dan de door die autoriteit opgelegde voorwaarden.
4.
Alle informatie, ongeacht de vorm ervan, die op grond van deze bijlage wordt verstrekt, is vertrouwelijk of is alleen bestemd voor beperkte verspreiding, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van elke Partij. Die informatie valt onder de geheimhoudingsplicht en wordt beschermd uit hoofde van de wet- en regelgeving inzake dergelijke informatie op het grondgebied van de Partij die de informatie ontvangt. Elke Partij informeert de andere Partij over haar toepasselijke wet- en regelgeving.
5.
Persoonsgegevens mogen alleen worden doorgegeven overeenkomstig de regels voor gegevensbescherming van de Partij die de gegevens verstrekt. Elke Partij stelt de andere Partij in kennis van de toepasselijke regels voor gegevensbescherming en stelt, indien nodig, alles in het werk om overeenstemming te bereiken over aanvullende bescherming.
ARTIKEL 13
Deskundigen en getuigen
De aangezochte autoriteit kan een ambtenaar machtigen om, binnen de grenzen van de hem verleende machtiging, als deskundige of getuige te verschijnen in gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures betreffende onder deze bijlage vallende aangelegenheden en daarbij de voor de procedure noodzakelijke voorwerpen, documenten of gewaarmerkte afschriften over te leggen. In de oproeping dient uitdrukkelijk te worden vermeld voor welke rechterlijke of bestuurlijke instantie de ambtenaar moet verschijnen en over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid hij of zij zal worden ondervraagd.
ARTIKEL 14
Kosten van de bijstand
1.
De Partijen zien af van elke vordering tot vergoeding van kosten die zijn gemaakt voor de uitvoering van deze bijlage, met uitzondering van vergoedingen die worden betaald aan deskundigen, getuigen, tolken of vertalers, indien van toepassing.
2.
De betaling van vergoedingen is niet van toepassing op werknemers in overheidsdienst.
3.
Indien de uitvoering van het verzoek buitengewone uitgaven met zich meebrengt, stellen de Partijen de voorwaarden vast waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, evenals de wijze waarop die kosten moeten worden gedragen.
ARTIKEL 15
Uitvoering
1.
Met de uitvoering van deze bijlage zijn enerzijds de douaneautoriteiten van de ondertekenende Mercosur-staten en anderzijds naargelang van het geval de bevoegde diensten van de Europese Commissie of de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie belast. Zij stellen alle voor de toepassing van deze bijlage noodzakelijke praktische maatregelen en regelingen vast, rekening houdend met de wederzijdse toepasselijke wet- en regelgeving, met name die op het gebied van de gegevensbescherming.
2.
Elke Partij houdt de andere Partij op de hoogte van de nadere uitvoeringsmaatregelen die de Partijen overeenkomstig deze bijlage vaststellen, met name ten aanzien van de bevoegde diensten en de als bevoegd voor het verzenden en ontvangen van de in deze bijlage bedoelde mededelingen aangewezen ambtenaren.
3.
In de Europese Unie laat deze bijlage de doorgifte van gegevens die uit hoofde van deze bijlage zijn verkregen tussen de bevoegde diensten van de Europese Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie onverlet.
ARTIKEL 16
Andere overeenkomsten
Deze bijlage heeft voorrang op bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken die tussen afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie en de Mercosur of ondertekenende Mercosur-staten zijn of kunnen worden gesloten, voor zover de bepalingen van deze overeenkomsten onverenigbaar zijn met die van deze bijlage.
ARTIKEL 17
Overleg
De Partijen plegen onderling overleg in het kader van het in artikel 12.21 van deze overeenkomst bedoelde Subcomité douane, handelsbevordering en oorsprongsregels, teneinde eventuele problemen met betrekking tot de toepassing of uitvoering van deze bijlage op te lossen.
________________
BIJLAGE 13-A
AFDELING A
LIJST VAN GEBIEDEN
Voor de toepassing van artikel 13.8, lid 6, komen de Partijen de volgende lijst van gebieden overeen:
a)
veiligheidsaspecten van elektrische en elektronische apparatuur zoals gedefinieerd in afdeling B, punt 1 van deze bijlage;
b)
elektromagnetische compatibiliteit van apparatuur zoals gedefinieerd in afdeling B, punt 2 van deze bijlage;
c)
energie-efficiëntie voor producten die uit de Europese Unie worden ingevoerd op het grondgebied van een ondertekenende Mercosur-staat, met uitzondering van overladingen, die onder deze bijlage vallen; en
d)
beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur.
AFDELING B
DEFINITIES
1.
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a)
“veiligheidsaspecten van elektrische en elektronische apparatuur”: de veiligheidsaspecten van apparatuur die voor een goede werking afhankelijk is van elektrische stromen, alsmede apparatuur voor het opwekken, doorgeven en meten van die stromen, en is ontworpen voor gebruik met een spanning tussen 50 (vijftig) V en 1 000 (duizend) V in het geval van wisselstroom en tussen 75 (vijfenzeventig) V en 1 500 (duizend vijfhonderd) V in het geval van gelijkstroom, en apparatuur die opzettelijk elektromagnetische golven met frequenties lager dan 3 000 (drieduizend) GHz uitzendt of ontvangt voor draadloze verbindingen of radiodeterminatie, met uitzondering van:
i)
apparatuur voor gebruik in een explosieve atmosfeer;
ii)
apparatuur voor gebruik voor radiologische of medische doeleinden;
iii)
elektrische onderdelen voor goederen- en passagiersliften;
iv)
radioapparatuur die door radiozendamateurs wordt gebruikt;
v)
elektriciteitsmeters;
vi)
stekkers en stopcontacten voor huishoudelijk gebruik;
vii)
regelaars voor elektrische afrasteringen;
viii)
speelgoed;
ix)
gespecialiseerde maritieme, spoorweg- en luchtvaartapparatuur en gespecialiseerde apparatuur voor voertuigen;
x)
voor vakmensen op maat gebouwde evaluatiekits die bestemd zijn voor de beroepspraktijk en die uitsluitend worden gebruikt in inrichtingen voor onderzoek en ontwikkeling voor zulke doeleinden;
xi)
bouwproducten die bedoeld zijn om permanent te worden verwerkt in gebouwen of civieltechnische werken en waarvan de prestaties van invloed zijn op de prestaties van het gebouw of civieltechnische werken, waaronder kabels, brandmelders en elektrische deuren. en
xii)
machines, gedefinieerd als een samenstel dat uit ten minste 1 (één) bewegend deel bestaat, aangedreven door een aandrijfsysteem dat gebruikmaakt van één of meer energiebronnen, waaronder thermische, elektrische, pneumatische, hydraulische of mechanische energie, en zodanig is opgesteld en wordt geregeld dat zij als een geïntegreerd geheel werken, met uitzondering van gewone kantoorapparatuur, audio- en videoapparatuur, huishoudelijke apparaten, informatietechnologie-apparatuur, elektrische motoren en schakelmaterieel en besturingsapparatuur voor laagspanning.
b)
“elektromagnetische compatibiliteit van apparatuur”: de elektromagnetische compatibiliteit (storing en immuniteit) van apparatuur die van elektrische stromen of magnetische velden afhankelijk is om naar behoren te werken, alsmede apparatuur voor het opwekken, doorgeven en meten van die stromen, met uitzondering van:
i)
apparatuur voor gebruik in een explosieve atmosfeer;
ii)
apparatuur voor gebruik voor radiologische of medische doeleinden;
iii)
elektrische onderdelen voor goederen- en passagiersliften;
iv)
radioapparatuur die door radiozendamateurs wordt gebruikt;
v)
gespecialiseerde maritieme, spoorweg- en luchtvaartapparatuur en gespecialiseerde apparatuur voor voertuigen;
vi)
meetinstrumenten;
vii)
niet-automatische weeginstrumenten;
viii)
naar zijn aard onschadelijke apparatuur; en
ix)
voor vakmensen op maat gebouwde evaluatiekits die bestemd zijn voor de beroepspraktijk en die uitsluitend worden gebruikt in inrichtingen voor onderzoek en ontwikkeling voor zulke doeleinden.
c)
“energie-efficiëntie”: de verhouding tussen de door een product geleverde prestaties, diensten, goederen of energie en de daartoe gebruikte input van energie, die van invloed is op het energieverbruik bij gebruik.
2.
Voor alle duidelijkheid: deze bijlage heeft geen betrekking op volledige vliegtuigen, vaartuigen, spoorwegen, motorvoertuigen of de gespecialiseerde apparatuur of delen daarvan.
________________
BIJLAGE 13-B
MOTORVOERTUIGEN, UITRUSTINGSSTUKKEN EN ONDERDELEN DAARVAN
AFDELING A
ALGEMENE BEPALINGEN
ONDERAFDELING 1
DEFINITIES
1.
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a)
“Overeenkomst van 1958”: Overeenkomst betreffende het aannemen van geharmoniseerde technische reglementen van de Verenigde Naties voor wielvoertuigen en voor uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen, en betreffende de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen die krachtens die reglementen van de Verenigde Naties zijn verleend, ondertekend te Genève op 20 maart 1958, beheerd door WP.29, en alle latere wijzigingen en herzieningen ervan;
b)
“GS 2017”: de editie 2017 van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem die is uitgegeven door de WDO;
c)
“VN-reglementen”: reglementen vastgesteld overeenkomstig de Overeenkomst van 1958; en
d)
“WP.29”: het Wereldforum voor de harmonisatie van reglementen voor voertuigen binnen de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (hierna “VN/ECE” genoemd).
2.
De in deze bijlage gebruikte termen hebben dezelfde betekenis als in de Overeenkomst van 1958 of in bijlage 1 bij de TBT-Overeenkomst.
ONDERAFDELING 2
INLEIDENDE BEPALINGEN
1.
De Partijen erkennen hierbij het recht van elke Partij om het door haar gewenste niveau van gezondheid, veiligheid en milieu- en consumentenbescherming te bepalen.
2.
Deze bijlage is van toepassing op de handel tussen de Partijen in alle categorieën wegvoertuigen met eigen aandrijving (met inbegrip van personenauto’s, bussen, motorfietsen, bestelwagens, vrachtwagens), met hun uitrustingsstukken en onderdelen, die onder meer vallen onder de hoofdstukken 40, 84, 85, 87, 90 en 94 van GS 2017 (hierna “onder deze bijlage vallende producten” genoemd).
3.
Ten aanzien van de onder deze bijlage vallende producten heeft deze bijlage als doel:
b)
onnodige technische belemmeringen voor de bilaterale handel weg te nemen en te voorkomen en, waar mogelijk, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures te vereenvoudigen;
c)
concurrerende marktvoorwaarden op basis van openheid, niet-discriminatie en transparantie tot stand te brengen; en
d)
de samenwerking te versterken om een constante, wederzijds tot voordeel strekkende ontwikkeling van de handel te bevorderen.
4.
De ondertekenende Mercosur-staten erkennen VN-reglementen als een nuttige referentie voor de opstelling en vaststelling van hun reglementen en conformiteitsbeoordelingsprocedures voor onder deze bijlage vallende producten. De ondertekenende Mercosur-staten behouden hun recht om regelgeving vast te stellen aan de hand van andere referenties dan de VN-reglementen.
AFDELING B
BEPALINGEN INZAKE MARKTTOEGANG
1.
Voor de voorschriften in de wet- en regelgeving van een Partij die geen Partij is bij de overeenkomst van 1958, waarin wordt verwezen naar of waarin de in aanhangsel 13-B-1 vermelde VN-reglementen volledig zijn opgenomen, aanvaardt die Partij overeenkomstig die voorschriften de testrapporten die de andere Partij in het kader van het typegoedkeuringssysteem van de Verenigde Naties heeft opgesteld om aan te tonen dat aan de overeenkomstige technische voorschriften ervan is voldaan. In die gevallen zorgt de Partij die de testrapporten aanvaardt ervoor dat de procedures voor de afgifte van nationale certificaten op basis van de aanvaarding van die rapporten snel worden uitgevoerd. Indien het laboratorium voor het desbetreffende toepassingsgebied is geaccrediteerd door een accreditatie-instantie die is aangesloten bij de ILAC, is de aanwezigheid van een functionaris die is gemachtigd door de autoriteit van de Partij die de testrapporten aanvaardt, niet vereist bij deze tests. De toepasselijke overheidsvergoedingen moeten in verhouding staan tot de verleende dienst.
2.
Indien een Partij die geen overeenkomstsluitende Partij bij de Overeenkomst van 1958 is, overeenkomstig haar wet- en regelgeving als bewijs van naleving van haar vereisten certificaten, die door de andere Partij zijn afgegeven in het kader van het typegoedkeuringssysteem van de Verenigde Naties of -in het geval van typegoedkeuring van gehele voertuigen- ook certificaten die zijn afgegeven in het kader van het typegoedkeuringssysteem van de Europese Unie, aanvaardt voor de afgifte van de overeenkomstige binnenlandse certificaten, dan geldt de in aanhangsel 13-B-2 vastgelegde lijst van deze vereisten, welke de Partij die de certificaten aanvaardt, overeenkomstig haar eigen eerdere technische analyse en criteria heeft opgesteld.
3.
De lijst van vereisten die onder de punten 1 en 2 van deze afdeling vallen, zoals vastgesteld door elke Partij overeenkomstig haar eigen eerdere technische analyse en criteria, is opgenomen in de aanhangsels 13-B-1 en 13-B-2. Telkens als dat nodig is en op basis van haar eigen technische analyse en criteria, werkt elke Partij haar respectieve lijsten bij. De actualiseringen worden kosteloos online openbaar gemaakt en door de TBT-coördinator van de Partij die de actualisering uitvoert, meegedeeld aan de TBT-coördinator van de andere Partij.
4.
De verplichtingen van een Partij op grond van de leden 1, 2 en 3 van deze afdeling doen geen afbreuk aan haar recht om beschikbare binnenlandse rechtsmiddelen toe te passen, met inbegrip van, in voorkomend geval, de intrekking van de aanvaarding van een testrapport, op niet-discriminerende basis.
5.
Indien een Partij haar in de aanhangsels 13-B-1 en 13-B-2 vermelde technische voorschriften of conformiteitsbeoordelingsprocedures wijzigt, stelt zij de andere Partij daarvan vooraf in kennis. De aanvaarding van een testresultaat of een certificaat blijft geldig totdat het gewijzigde reglement of de gewijzigde procedures van kracht worden.
6.
Testrapporten die zijn afgegeven door laboratoria die gevestigd zijn op het grondgebied van een ondertekenende Mercosur-staat en die bijkantoren of subcontractanten zijn van laboratoria die in de Europese Unie zijn gevestigd en door de Europese Unie zijn aangewezen in het kader van de typegoedkeuringssystemen van de Europese Unie en van de Verenigde Naties, worden in de Europese Unie aanvaard overeenkomstig de toepasselijke wettelijke voorschriften, en de procedure voor de afgifte van het overeenkomstige certificaat van de Europese Unie of de Verenigde Naties wordt op snelle wijze uitgevoerd. Omwille van de transparantie wordt de lijst van die laboratoria kosteloos openbaar gemaakt, bijgewerkt en meegedeeld aan de TBT-coördinator door de TBT-coördinator van de Partij die de lijst openbaar maakt. Dit doet geen afbreuk aan de verplichtingen van een Partij die Partij is bij de Overeenkomst van 1958 om testrapporten en certificaten te aanvaarden die zijn afgegeven door laboratoria die zijn aangewezen in het kader van de typegoedkeuringssystemen van de Verenigde Naties, met inbegrip van hun bijkantoren of subcontractanten, overeenkomstig de wettelijke voorschriften van die overeenkomst.
7.
Elke Partij onthoudt zich ervan de voordelen die voor de andere Partij uit deze bijlage voortvloeien, door middel van de vaststelling of handhaving van specifieke regelgeving voor de onder deze bijlage vallende producten ongedaan te maken of te beperken. Dit doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor de verkeersveiligheid, de bescherming van het milieu of van de volksgezondheid, en ter voorkoming van misleidende praktijken.
AFDELING C
ONDERLINGE SAMENWERKING
1.
De Partijen streven ernaar informatie uit te wisselen, samen te werken en een open en permanente dialoog te voeren over hun respectieve technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures met betrekking tot de veiligheid van motorvoertuigen en milieubescherming. De samenwerkingsgebieden in het kader van dit lid kunnen het volgende omvatten:
a)
de ontwikkeling, vaststelling en evaluatie na de uitvoering van technische voorschriften, conformiteitsbeoordelingsprocedures of daarmee verband houdende normen;
b)
de ontwikkeling en verspreiding van informatie ten behoeve van consumenten met betrekking tot voorschriften voor motorvoertuigen of verwante normen;
c)
markttoezicht voor de vaststelling van veiligheids- of emissiegerelateerde tekortkomingen en niet-naleving van technische voorschriften;
d)
werkplannen op regelgevingsgebied voor de veiligheid van motorvoertuigen en milieuvoorschriften;
e)
informatie over de beoordeling van nieuwe technologieën of nieuwe kenmerken die in voertuigen moeten worden ingebouwd; en
f)
gezamenlijke analyses en uitwerking van wederzijds nuttige, praktische en gemakkelijke methoden en benaderingen, om de ontwikkeling van technische voorschriften voor motorvoertuigen of verwante normen te ondersteunen en te faciliteren.
2.
De Partijen bevorderen de vestiging op het grondgebied van de ondertekenende Mercosur-staten van bijkantoren en subcontractanten van laboratoria die in het kader van het VN-ECE-typegoedkeuringssysteem zijn geaccrediteerd. Om een toename van het aantal dergelijke laboratoria in de Mercosur aan te moedigen, publiceert de Europese Unie onder meer de lijst van dergelijke bijkantoren en laboratoria en werkt zij deze regelmatig bij en verstrekt zij op verzoek richtsnoeren met betrekking tot accreditatie. De Partijen werken samen om de bepalingen van afdeling B, punt 6, van deze bijlage te verspreiden onder zowel de VN-ECE-laboratoria als de fabrikanten van onder deze bijlage vallende producten.
AFDELING D
UITVOERING
1.
De Partijen werken samen in het Subcomité voor de handel in goederen zoals bedoeld in artikel 13.14 van deze overeenkomst en wisselen in dat subcomité informatie uit over elke aangelegenheid die relevant is voor de uitvoering van deze bijlage.
Aanhangsel 13-B-1
LIJST VAN AANVAARDE TESTRAPPORTEN
OVEREENKOMSTIG PUNT 1 VAN AFDELING B VAN BIJLAGE 13-B
Argentinië
|
Verenigde Naties
Reglement nr.
|
Titel van het reglement van de Verenigde Naties
|
|
Nr. 1
|
Uniforme bepalingen betreffende de goedkeuring van koplichten van motorvoertuigen, die een asymmetrische bundel dimlicht en/of groot licht uitstralen en voorzien zijn van gloeilampen van categorie R2 en/of HS1
|
|
Nr. 3.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 4
|
Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van de achterkentekenplaatverlichting van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 7.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van breedtelichten, achterlichten, stoplichten en markeringslichten voor motorvoertuigen (behalve motorfietsen) en aanhangwagens ervan
|
|
Nr. 8
|
Eenvormige voorschriften voor de goedkeuring van koplichten van motorvoertuigen met asymmetrisch dimlicht of groot licht of beide en voorzien van halogeenlampen (H1, H2, H3, HB3, HB4, H7, H8, H9, HIR1, HIR2 en/of H11)
|
|
Nr. 11.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen betreft
|
|
Nr. 12
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat, bij een botsing, de bescherming van de bestuurder tegen de stuurinrichting betreft
|
|
Nr. 12.03
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat, bij een botsing, de bescherming van de bestuurder tegen de stuurinrichting betreft
|
|
Nr. 13.07/13.09/13.11
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën M, N en O wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 13H.00
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van personenvoertuigen wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 14.03/14.06
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat veiligheidsgordelverankeringen betreft
|
|
Nr. 16.04/16.05
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen voor de inzittenden van motorvoertuigen; en II. voertuigen uitgerust met veiligheidsgordels, veiligheidsgordelverklikkers, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen en i-Size-kinderbeveiligingssystemen
|
|
Nr. 17.06
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de stoelen en de verankering en eventueel aanwezige hoofdsteun ervan betreft
|
|
Nr. 19.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van mistvoorlichten voor motorvoertuigen
|
|
Nr. 23
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van achteruitrij- en manoeuvreerlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens ervan
|
|
Nr. 24.04
|
Uniforme bepalingen betreffende: I. de goedkeuring van motoren met compressieontsteking wat de emissie van zichtbare verontreinigende stoffen betreft; II. de goedkeuring van motorvoertuigen wat de installatie van goedgekeurde typen motoren met compressieontsteking betreft; III. de goedkeuring van motorvoertuigen met motoren met compressieontsteking wat de emissie van zichtbare verontreinigende stoffen door de motor betreft; en IV. de meting van het vermogen van motoren met compressieontsteking
|
|
Nr. 28
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van geluidssignaalinrichtingen en van motorvoertuigen wat hun geluidssignalen betreft
|
|
Nr. 30.00
|
Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 30.02
|
Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van luchtbanden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 32.00
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat het gedrag van de structuur van het getroffen voertuig bij een kop-staartbotsing betreft
|
|
Nr. 34.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat brandpreventie betreft
|
|
Nr. 37/37.03
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van gloeidraadlampen die bestemd zijn voor gebruik in goedgekeurde lampen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 38
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van mistachterlichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 43.00
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van veiligheidsbeglazingsmaterialen en de montage ervan in voertuigen
|
|
Nr. 46.01
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voorzieningen voor indirect zicht en van motorvoertuigen wat de installatie van die voorzieningen betreft
|
|
Nr. 48/48.01/48.03
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen betreft
|
|
Nr. 50
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van breedtelichten, achterlichten, stoplichten, richtingaanwijzers en achterkentekenplaatverlichting voor voertuigen van categorie L
|
|
Nr. 53
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van categorie L3 wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen betreft
|
|
Nr. 54.00
|
Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van luchtbanden voor bedrijfsvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 58
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. beschermingsinrichtingen aan de achterzijde tegen klemrijden; II. voertuigen wat de installatie van een goedgekeurd type beschermingsinrichting aan de achterzijde tegen klemrijden betreft; III. voertuigen wat de bescherming aan de achterzijde tegen klemrijden betreft;
|
|
Nr. 60
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring VAN tweewielige motorfietsen en bromfietsen wat de door de bestuurder bediende bedieningsorganen en de identificatie van de bedieningsorganen, verklikkers en meters betreft
|
|
Nr. 72
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van koplampen voor motorfietsen die asymmetrisch dimlicht en grootlicht uitstralen en voorzien zijn van halogeenlampen (HS1-lampen)
|
|
Nr. 73
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. voertuigen wat hun zijdelingse beschermingen betreft; II. zijdelingse beschermingen; en III. voertuigen wat de installatie van zijdelingse beschermingen van een krachtens deel II van dit reglement goedgekeurd type betreft.
|
|
Nr. 74
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van categorie L1 wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen betreft
|
|
Nr. 75
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van luchtbanden voor motorfietsen en bromfietsen
|
|
Nr. 76
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van koplampen voor bromfietsen die grootlicht en dimlicht uitstralen
|
|
Nr. 77
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van parkeerlichten voor motorvoertuigen
|
|
Nr. 78
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën L1, L2, L3, L4 en L5 wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 81
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van achteruitkijkspiegels van tweewielige motorvoertuigen met of zonder zijspan, wat de montage ervan op het stuur betreft
|
|
Nr. 87
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van dagrijlichten voor motorvoertuigen
|
|
Nr. 91
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van zijmarkeringslichten voor motorvoertuigen en aanhangwagens ervan
|
|
Nr. 94.01
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing betreft
|
|
Nr. 95.02
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing betreft
|
|
Nr. 98
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van koplampen met gasontladingslichtbronnen voor motorvoertuigen
|
|
Nr. 99
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van gasontladingslichtbronnen voor gebruik in goedgekeurde gasontladingslichtunits van motorvoertuigen
|
|
Nr. 100
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de specifieke voorschriften voor de elektrische aandrijflijn betreft
|
|
Nr. 113
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voor motorvoertuigen bestemde koplampen die symmetrisch dimlicht en/of grootlicht uitstralen en van gloeilampen, gasontladingslichtbronnen of ledmodules zijn voorzien
|
|
Nr. 118.00
|
Uniforme technische voorschriften voor het brandgedrag en/of het brandstof- of smeermiddelafstotende vermogen van materialen die bij de constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen worden gebruikt
|
|
Nr. 121.00
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters betreft
|
|
Nr. 128
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van lichtbronnen met lichtdioden (leds) die bestemd zijn voor gebruik in goedgekeurde lichtunits van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
Brazilië
|
Verenigde Naties
Reglement nr.
|
Titel van het reglement van de Verenigde Naties
|
|
Nr. 3
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van retroflecterende voorzieningen voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan
|
|
Nr. 11
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat deursluitingen en deurbevestigingsonderdelen betreft
|
|
Nr. 13
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën M, N en O wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 14
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat veiligheidsgordelverankeringen betreft
|
|
Nr. 16
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van: I. veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen voor de inzittenden van motorvoertuigen; II. voertuigen uitgerust met veiligheidsgordels, veiligheidsgordelverklikkers, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen en i-Size-kinderbeveiligingssystemen
|
|
Nr. 17
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de stoelen en de verankering en eventueel aanwezige hoofdsteun ervan betreft
|
|
Nr. 25
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen
|
|
Nr. 28
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van geluidssignaalinrichtingen en van motorvoertuigen wat hun geluidssignalen betreft
|
|
Nr. 32
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat het gedrag van de structuur van het getroffen voertuig bij een kop-staartbotsing betreft
|
|
Nr. 34
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat brandpreventie betreft
|
|
Nr. 43
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van veiligheidsbeglazingsmaterialen en de montage ervan in voertuigen
|
|
Nr. 46
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voorzieningen voor indirect zicht en van motorvoertuigen wat de installatie van die voorzieningen betreft
|
|
Nr. 48
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de installatie van verlichtings- en lichtsignaalvoorzieningen betreft
|
|
Nr. 64
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de uitrusting ervan betreft, kunnen betrekking hebben op: een reserve-eenheid voor tijdelijk gebruik, runflatbanden
|
|
Nr. 66
|
Uniforme technische voorschriften voor de goedkeuring van grote passagiersvoertuigen wat de sterkte van de bovenbouw betreft
|
|
Nr. 94
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing betreft
|
|
Nr. 95
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de bescherming van de inzittenden bij een zijdelingse botsing betreft
|
|
Nr. 100
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de specifieke voorschriften voor de elektrische aandrijflijn betreft
|
|
Nr. 107
|
Uniforme voorschriften voor de goedkeuring van voertuigen van de categorie M2 of M3 wat de algemene constructie betreft
|
|
Nr. 118
|
Uniforme technische voorschriften voor het brandgedrag en/of het brandstof- of smeermiddelafstotende vermogen van materialen die bij de constructie van bepaalde categorieën motorvoertuigen worden gebruikt
|
|
Nr. 121
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de plaats en identificatie van bedieningsorganen met handbediening, verklikkerlichten en meters betreft
|
|
Nr. 131
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van motorvoertuigen wat de geavanceerde noodremsystemen (AEBS) betreft
|
|
Nr. 135
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de prestaties bij zijdelingse botsingen met palen (PSI) betreft
|
Paraguay
|
Verenigde Naties
Reglement nr.
|
Titel van het reglement van de Verenigde Naties
|
Geen.
Uruguay
|
Verenigde Naties
Reglement nr.
|
Titel van het reglement van de Verenigde Naties
|
|
Nr. 13
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen van de categorieën M, N en O wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 13H
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van personenvoertuigen wat het remsysteem betreft
|
|
Nr. 14
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat veiligheidsgordelverankeringen betreft
|
|
Nr. 16
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van:
I.
Veiligheidsgordels, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen voor de inzittenden van motorvoertuigen;
Voertuigen uitgerust met veiligheidsgordels, veiligheidsgordelverklikkers, beveiligingssystemen, kinderbeveiligingssystemen en Isofix-kinderbeveiligingssystemen en i-Size-kinderbeveiligingssystemen
|
|
Nr. 17
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de stoelen en de verankering en eventueel aanwezige hoofdsteun ervan betreft
|
|
Nr. 22
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van beschermende helmen en hun visoren voor bestuurders en passagiers van motorfietsen en bromfietsen
|
|
Nr. 25
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van al dan niet in voertuigstoelen ingebouwde hoofdsteunen
|
|
Nr. 44
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van beveiligingssystemen voor kinderen aan boord van motorvoertuigen (“kinderbeveiligingssystemen”)
|
|
Nr. 49
|
Uniforme bepalingen met betrekking tot de maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voor voertuigen bestemde compressieontstekingsmotoren en elektrische-ontstekingsmotoren
|
|
Nr. 75
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van luchtbanden voor motorfietsen en bromfietsen
|
|
Nr. 80
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van de stoelen van grote passagiersvoertuigen en van deze voertuigen wat de sterkte van de stoelen en de verankeringen ervan betreft
|
|
Nr. 83
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de emissie van verontreinigende stoffen overeenkomstig de motorbrandstofvereisten betreft
|
|
Nr. 94
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de bescherming van de inzittenden bij een frontale botsing betreft
|
|
Nr. 101
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van personenauto’s die uitsluitend door een verbrandingsmotor worden aangedreven of die worden aangedreven door een hybride elektrische aandrijflijn wat betreft het meten van de kooldioxide-emissie en het brandstofverbruik en/of het meten van het elektriciteitsverbruik en de elektrische actieradius, en van voertuigen van de categorieën M1 en N1 die alleen door een elektrische aandrijflijn worden aangedreven, wat het meten van het elektriciteitsverbruik en de elektrische actieradius betreft
|
|
Nr. 129
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van betere kinderbeveilingssystemen in motorvoertuigen
|
|
Nr. 145
|
Uniforme bepalingen voor de goedkeuring van voertuigen wat de Isofix-verankeringssystemen, Isofix-toptetherverankeringen en i-Size-zitplaatsen betreft
|
Aanhangsel 13-B-2
LIJST VAN AANVAARDE CERTIFICATEN OVEREENKOMSTIG AFDELING B, PUNT 2, VAN BIJLAGE 13-B
Argentinië
i)
Typegoedkeuring van volledige voertuigen van de Europese Gemeenschap
Voor: voertuigen van de categorieën M1, M2, N1, N2 en N3, met een toepassingsgebied dat beperkt is tot voorschriften inzake actieve en passieve veiligheid van voertuigen, onder de voorwaarden van Resolutie nr. 15 van 31 januari 2019 van de voormalige SECRETARÍA DE INDUSTRIA van het voormalige MINISTERIO DE PRODUCCIÓN Y TRABAJO van Argentinië en aanvullende handelingen.
ii)
Model van het VN-typegoedkeuringscertificaat (Placeholder voor mogelijke toekomstige wijzigingen van dit aanhangsel overeenkomstig bijlage 13-B, Afdeling B, punten 2, 3, en 5)
Brazilië
Geen.
Paraguay
Geen.
Uruguay
Voor elk van de VN-reglementen die Uruguay in aanhangsel 5-B-1 heeft vermeld, worden de overeenkomstige certificaten die in het kader van het typegoedkeuringssysteem van de Verenigde Naties zijn afgegeven, aanvaard als bewijs van overeenstemming met de nationale voorschriften. Dit doet geen afbreuk aan aanvullende conformiteitsbeoordelingsvoorschriften die krachtens de hieronder gespecificeerde nationale wetgeving voor elk VN-reglement kunnen worden opgelegd:
(I)VN-Reglementen nr. 13, 13H, 14, 16, 17, 25, 80, 94 en 145: Decreet nr. 81/014 en de wijzigingen daarvan, tot regeling van Wet nr. 19.061 van 6 januari 2013 inzake verkeers- en verkeersveiligheidsvoorschriften.
(II)VN-Reglement nrs. 44 en 129; Hoofdstuk I van bijlage I bij Decreet nr. 81/014 tot regeling van Wet nr. 19.061 van 6 januari 2013 inzake verkeers- en verkeersveiligheidsvoorschriften, zoals gewijzigd bij Decreet nr. 8/024.
(III)VN-Reglement nr. 75; Decreet nr. 213/017 tot goedkeuring van het technisch reglement voor nieuwe motorfietsen en bromfietsen.
(IV)VN-Reglement nrs. 49 en 83; Decreten nr. 135/021 en nr. 362/022, waarbij respectievelijk de luchtkwaliteitsverordening wordt goedgekeurd en gewijzigd.
(V)VN-Reglement nr. 101; Resoluties van het Ministerie van Industrie, Energie en Mijnbouw van 17 maart 2023 en 25 oktober 2024, waarin de conformiteitsbeoordelingsprocedures voor de energie-efficiëntie-etikettering van nieuwe voertuigen worden vastgesteld.
________________
BIJLAGE 14-A
ERKENNING VAN GEBIEDEN, COMPARTIMENTEN EN STATUS INZAKE PLAAGORGANISMEN
1.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.12 stelt de Partij van uitvoer die de Partij van invoer verzoekt om erkenning van haar gebieden en compartimenten, met inbegrip van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen en, indien van toepassing, beschermde gebieden, haar verzoek om erkenning in kennis van de Partij van invoer.
2.
De Partijen stellen elkaar in kennis van iedere wijziging in de in lid 1 gespecificeerde maatregelen met betrekking tot de ziekte of plaag. Indien de Partij van invoer om aanvullende garanties heeft verzocht, kunnen deze aanvullende garanties in het licht van die kennisgeving worden gewijzigd of ingetrokken.
3.
De in lid 1 bedoelde kennisgeving gaat vergezeld van een toelichting bij het verzoek om erkenning van een gebied en compartiment en van andere ondersteunende gegevens, waarin met name het volgende wordt vermeld:
a)
voor diergezondheid:
i)
de aard van de ziekte en een historisch overzicht van het voorkomen van de ziekte op het grondgebied van de Partij van uitvoer;
ii)
de resultaten van de in het kader van het toezicht uitgevoerde tests op basis van serologisch, microbiologisch, pathologisch of epidemiologisch onderzoek en de periode gedurende welke het toezicht is uitgevoerd;
iii)
een vermelding of de ziekte aan de bevoegde autoriteiten moet worden gemeld;
iv)
eventueel de periode waarin inenting tegen de ziekte verboden is en het geografisch gebied waarvoor dat verbod geldt; en
v)
de SPS-maatregelen die zijn genomen om de afwezigheid van de ziekte te verifiëren.
b)
voor plantgezondheid:
i)
een overeenkomstig artikel 14.10, lid 10, opgestelde lijst van gereguleerde plaagorganismen, met inbegrip van gereguleerde quarantaineorganismen en gereguleerde niet-quarantaineorganismen, met inbegrip van:
A)
gereguleerde quarantaineorganismen: plaagorganismen van potentieel economisch belang waarvan bekend is dat zij niet voorkomen op enig deel van het grondgebied van de Partij van uitvoer;
B)
gereguleerde quarantaineorganismen: plaagorganismen van potentieel economisch belang die aanwezig zijn maar niet op grote schaal verspreid zijn op het grondgebied van de Partij van uitvoer en die onder controle staan;
C)
gereguleerde niet-quarantaineorganismen: en
D)
indien van toepassing, plaagorganismen waarvan bekend is dat zij niet voorkomen in plaagorganismevrije gebieden waar wettelijke voorschriften gelden om de plaagorganismevrije status te behouden (beschermde gebieden), met inbegrip van voorschriften inzake het verkeer en de invoer van waardplanten.
4.
Elke wijziging van de in lid 3, punt b), i), vastgestelde lijst van gereguleerde quarantaineorganismen en gereguleerde niet-quarantaineorganismen wordt gebaseerd op een analyse van het fytosanitaire risico of relevante technische informatie en wordt meegedeeld aan de andere Partij overeenkomstig artikel 14.11.
________________
BIJLAGE 17-A
BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN VOOR VOERTUIGEN
INGEDEELD ONDER GS-POSTEN 8703 EN 8704
AFDELING A
DEFINITIES
ARTIKEL 1
Definities
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a)
“bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen”: bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704, zoals gedefinieerd in deze bijlage;
b)
“bevoegde onderzoeksautoriteit”:
i)
wat de Europese Unie betreft, de Europese Commissie; en
ii)
wat de Mercosur betreft:
A)
voor Argentinië, de Secretaría de Industria y Comercio del Ministerio de Economía of de opvolger daarvan;
B)
voor Brazilië, de Secretaria de Comércio Exterior of the Ministério do Desenvolvimento, Indústria, Comércio e Serviços of de opvolger daarvan;
C)
voor Paraguay, het Ministerio de Industria y Comercio of de opvolger daarvan; en
D)
voor Uruguay, de Asesoría de Política Comercial del Ministerio de Economía y Finanzas of de opvolger daarvan;
c)
“nationale automobielindustrie”: de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuigen die op het grondgebied van een Partij actief zijn of, bij ontbreken daarvan, die waarvan de gezamenlijke productie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuigen normaliter meer dan 50 % (vijftig procent) bedraagt en in uitzonderlijke omstandigheden niet minder dan 25 % (vijfentwintig procent) van de totale productie van dergelijke voertuigen;
d)
“schade”: aanmerkelijke schade voor een binnenlandse bedrijfstak, dreiging van aanmerkelijke schade voor een binnenlandse bedrijfstak of aanmerkelijke vertraging van de vestiging van een dergelijke bedrijfstak;
e)
“belanghebbenden”:
i)
exporteurs of buitenlandse producenten of importeurs van een voertuig dat voorwerp is van onderzoek, of een handels- of brancheorganisatie waarvan de meeste leden producenten, exporteurs of importeurs van een dergelijk voertuig zijn;
ii)
de overheid van de Partij van uitvoer; en
iii)
producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuig in de Partij van invoer of een handels- en bedrijfsvereniging waarvan de meeste leden het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuig op het grondgebied van de Partij van invoer produceren;
deze lijst belet niet dat de Partijen andere binnen- of buitenlandse partijen dan bovengenoemde als belanghebbenden kunnen beschouwen.
f)
“soortgelijk of rechtstreeks concurrerend voertuig”:
i)
een voertuig dat identiek is aan het betrokken voertuig, dat wil zeggen in ieder opzicht gelijk;
ii)
een ander voertuig dat, hoewel niet in alle opzichten gelijk, kenmerken vertoont die sterk lijken op die van het betrokken voertuig; of
iii)
een voertuig dat rechtstreeks concurreert op de interne markt van de Partij van invoer, gelet op de mate van substitueerbaarheid, de fysieke basiskenmerken en technische specificaties, het uiteindelijke gebruik en de distributiekanalen;
deze lijst van factoren is niet limitatief, noch zijn een of meer van deze factoren noodzakelijkerwijs doorslaggevend; en
g)
“overgangsperiode”:
i)
12 (twaalf) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, voor voertuigen waarvoor het tijdschema voor de afschaffing van de rechten in bijlage 10-A van de Partij die de maatregelen toepast, voorziet in afschaffing van de rechten binnen 10 (tien) jaar;
ii)
18 (achttien) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, voor voertuigen waarvoor het tijdschema voor de afschaffing van de rechten in bijlage 10-A van de Partij die de maatregelen toepast, voorziet in afschaffing van de rechten binnen 10 (tien) of 15 (vijftien) jaar;
iii)
20 (twintig) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, voor voertuigen waarvoor het tijdschema voor de afschaffing van de rechten in bijlage 10-A van de Partij die de maatregelen toepast, voorziet in afschaffing van de rechten binnen 18 (achttien) jaar; of
iv)
25 (vijfentwintig) jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, voor voertuigen waarvoor het tijdschema voor de afschaffing van de rechten in bijlage 10-A van de Partij die de maatregelen toepast, voorziet in afschaffing van de rechten binnen 25 (vijfentwintig) jaar of langer.
AFDELING B
VOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN VOOR VOERTUIGEN
INGEDEELD ONDER GS-POSTEN 8703 EN 8704
ARTIKEL 2
Toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
1.
Met het oog op het behoud van de bestaande niveaus van buitenlandse investeringen in de automobielsector en onverminderd de in hoofdstuk 16 van deze overeenkomst bedoelde rechten en verplichtingen, kunnen de Partijen in uitzonderlijke omstandigheden bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen onder de in deze afdeling vastgestelde voorwaarden, indien na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst de invoer van voertuigen die zijn ingedeeld onder de GS-posten 8703 en 8704 onder preferentiële voorwaarden in zodanige hoeveelheden, absoluut of in verhouding tot de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik, en onder zodanige voorwaarden is toegenomen dat de soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuigen van de Partij van invoer de nationale bedrijfstak berokkenen.
2.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen worden slechts toegepast voor zover dat noodzakelijk is om schade te voorkomen of te herstellen.
3.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen worden toegepast na een onderzoek door de bevoegde onderzoeksautoriteiten van de Partij van invoer volgens de in deze bijlage vastgestelde procedures.
4.
De toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen brengt geen enkele handelscompensatie met zich mee.
ARTIKEL 3
Tijdschema voor de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
Een Partij mag na het verstrijken van de overgangsperiode geen bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen toepassen, verlengen of handhaven.
ARTIKEL 4
Voorwaarden en beperkingen
1.
De Mercosur kan bilaterale vrijwaringsmaatregelen toepassen voor voertuigen die uit de Europese Unie worden ingevoerd:
a)
voor de Mercosur als geheel, mits is voldaan aan alle vereisten om te bepalen of er sprake is van schade veroorzaakt door de invoer van een voertuig onder preferentiële voorwaarden, op basis van ten aanzien van de Mercosur toegepaste voorwaarden; of
b)
namens een of meer ondertekenende Mercosur-staten, in welk geval de vereisten voor de vaststelling van het bestaan van schade veroorzaakt door de invoer van een voertuig onder preferentiële voorwaarden zijn gebaseerd op de voorwaarden die gelden in de betrokken ondertekenende Mercosur-staat of de betrokken ondertekenende Mercosur-staten; en de maatregel is beperkt tot deze ondertekenende Mercosur-staat respectievelijk deze ondertekenende Mercosur-staten. De vaststelling van een bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen door de Mercosur namens een of meer ondertekenende Mercosur-staten belet een ander ondertekenende Mercosur-staat niet om achteraf een maatregel met betrekking tot hetzelfde voertuig vast te stellen.
2.
De Europese Unie kan bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen toepassen op de invoer van voertuigen uit de Mercosur als enige entiteit of uit een of meer ondertekenende Mercosur-staten indien de schade wordt veroorzaakt door de invoer van voertuigen onder preferentiële voorwaarden.
3.
Indien de Europese Unie vaststelt dat een maatregel van toepassing is op de Mercosur als enige entiteit, wordt Paraguay vrijgesteld van de toepassing van de maatregel, tenzij uit een onderzoek blijkt dat het bestaan van schade ook wordt veroorzaakt door de invoer van voertuigen uit Paraguay onder preferentiële voorwaarden.
AFDELING C
VORM EN DUUR VAN BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN VOOR VOERTUIGEN INGEDEELD ONDER GS-POSTEN 8703 EN 8704
ARTIKEL 5
Vorm van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
1.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen die op grond van deze bijlage worden vastgesteld, bestaan uit:
a)
een tijdelijke opschorting van het in bijlage 10-A opgenomen tijdschema voor de afschaffing van rechten voor het betrokken voertuig; of
b)
een tijdelijke verlaging van de tariefpreferentie voor het betrokken voertuig, zodat het douanerecht niet hoger is dan het laagste van de volgende rechten:
i)
het op het voertuig toegepaste meestbegunstigingsdouanerecht dat geldt op het tijdstip waarop de maatregel wordt genomen, en
ii)
het basistarief van het douanerecht voor het in bijlage 10-A bedoelde voertuig.
2.
Bij vaststelling van een bilaterale vrijwaringsmaatregel voor de in lid 1, punt b), van dit artikel bedoelde voertuigen, moet een Partij ervoor zorgen dat historische handelsstromen die geen schade berokkenen aan de binnenlandse bedrijfstak van de Partij van invoer, behouden blijven. De Partij die een bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen toepast, stelt een invoercontingent voor het betrokken product vast waarbinnen voor dat product de in het kader van deze overeenkomst overeengekomen preferentie blijft gelden. Het invoercontingent mag niet kleiner zijn dan de gemiddelde invoer van het betrokken product in de periode van zesendertig (36) maanden voorafgaand aan de laatste periode van twaalf (12) maanden waarin gegeven werden verzameld voor het onderzoek naar schade.
ARTIKEL 6
Preferentiemarge
Bij beëindiging van de bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen is de preferentiemarge die welke op het voertuig zou worden toegepast indien de maatregel uit hoofde van bijlage 10-A niet zou worden genomen.
ARTIKEL 7
Duur van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen worden slechts toegepast voor de periode die nodig is om de schade te voorkomen of te verhelpen en om de aanpassing van de binnenlandse bedrijfstak te vergemakkelijken. Die periode, met inbegrip van de periode waarin eventuele voorlopige maatregelen worden toegepast, mag niet langer zijn dan 3 (drie) jaar.
ARTIKEL 8
Verlenging van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
1.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen kunnen eenmaal met maximaal twee jaar worden verlengd, indien volgens de procedures van deze bijlage is vastgesteld dat voortzetting of herhaling van de schade waarschijnlijk is als de maatregel zou worden geschrapt of gewijzigd. De verlengde maatregel mag na verlenging niet restrictiever zijn dan hij aan het einde van de oorspronkelijke periode was.
2.
Bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen worden niet opnieuw toegepast op de invoer van een voertuig waarop een dergelijke maatregel van toepassing is, tenzij een periode is verstreken die gelijk is aan de helft van de totale duur van de vorige bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen.
AFDELING D
ONDERZOEKS- EN TRANSPARANTIEPROCEDURES
ARTIKEL 9
Onderzoek
1.
Bij het onderzoek om vast te stellen of een toename van de invoer schade heeft veroorzaakt aan een nationale automobielindustrie als bedoeld in artikel 2 van deze bijlage, beoordeelt de bevoegde onderzoeksautoriteit alle relevante factoren van objectieve en kwantificeerbare aard die van invloed zijn op de situatie van die bedrijfstak, met name het tempo en de omvang van de toename van de invoer van het betrokken voertuig in absolute en relatieve termen; het aandeel van de toegenomen invoer op de binnenlandse markt; en veranderingen in het aantal werknemers, de geïnstalleerde capaciteit en de bezettingsgraad in de automobielindustrie, de verkoop, met inbegrip van prijzen, productie, productiviteit, winsten en verliezen. Deze lijst is niet limitatief, noch zijn een of meer van deze factoren noodzakelijkerwijs doorslaggevend.
2.
De bevoegde onderzoeksautoriteit toont op basis van objectief bewijsmateriaal aan dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de toename van de invoer van het betrokken voertuig en de schade. De bevoegde onderzoeksautoriteit beoordeelt naast de toename van de invoer onder preferentiële voorwaarden overeenkomstig deze overeenkomst, ook alle andere bekende factoren die tegelijkertijd schade kunnen berokkenen aan de binnenlandse bedrijfstak. De gevolgen van een toename van de invoer van de betrokken voertuigen uit andere landen worden niet toegeschreven aan de invoer onder preferentiële voorwaarden.
3.
Bij het uitvoeren van een onderzoek naar de schade als bedoeld in lid 1 moet een bevoegde onderzoeksautoriteit gegevens verzamelen over een periode van ten minste 36 (zesendertig) maanden die zo dicht mogelijk als praktisch haalbaar is, bij de datum van indiening van een verzoek om opening van een onderzoek eindigt.
ARTIKEL 10
Opening van een onderzoek
1.
Indien er voldoende voorlopig bewijsmateriaal is om een dergelijke opening te rechtvaardigen, kan een onderzoek worden geopend op verzoek van:
a)
de nationale automobielindustrie of een handels- en brancheorganisatie die optreedt namens de nationale automobielindustrie van de soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuigen in de Partij van invoer; of
b)
een of meer invoerende lidstaten van de Europese Unie of ondertekenende Mercosur-staten.
2.
Het verzoek om een onderzoek te openen, bevat ten minste de volgende informatie:
a)
de naam en de beschrijving van de ingevoerde betrokken voertuigen, de tariefpost en de geldende tariefbehandeling, alsmede de naam en de beschrijving van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuig;
b)
de namen en adressen van de producenten of verenigingen die het verzoek indienen, indien van toepassing;
c)
indien redelijkerwijs beschikbaar, een lijst van alle bekende producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuig; en
d)
bewijs dat is voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen als bedoeld in artikel 2, lid 1, van deze bijlage.
3.
Voor de toepassing van lid 2, punt d), bevat het verzoek om een onderzoek te openen de volgende informatie:
a)
het productievolume van de producenten die de aanvraag indienen of daarin zijn vertegenwoordigd en een raming van de productie van andere bekende producenten van de soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuigen;
b)
het tempo en de omvang van de toename van de totale en bilaterale invoer van het betrokken voertuig, in absolute en relatieve termen, gedurende ten minste 36 (zesendertig) maanden voorafgaand aan de datum van indiening van een verzoek om een onderzoek te openen, waarvoor informatie beschikbaar is;
c)
de hoogte van de invoerprijzen in dezelfde periode; en
d)
indien informatie beschikbaar is, objectieve en kwantificeerbare gegevens over het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende voertuig, over de omvang van de totale productie en van de totale verkoop op de interne markt, voorraden, prijzen voor de interne markt, productiviteit, bezettingsgraad, werkgelegenheid, winst en verlies, gegevens over productieve investeringen en marktaandeel van de verzoekende of in het verzoek vertegenwoordigde ondernemingen gedurende ten minste de laatste 36 (zesendertig) maanden voorafgaand aan de indiening van het verzoek, waarvoor informatie beschikbaar is.
ARTIKEL 11
Vertrouwelijke informatie
Artikel 17.12 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
ARTIKEL 12
Tijdschema voor het onderzoek
Artikel 17.13 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
ARTIKEL 13
Transparantie
Artikel 17.14 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
AFDELING E
VOORLOPIGE BILATERALE VRIJWARINGSMAATREGELEN VOOR VOERTUIGEN INGEDEELD ONDER GS-POSTEN 8703 EN 8704
ARTIKEL 14
Voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
1.
In kritieke omstandigheden waarin vertraging moeilijk te herstellen schade kan veroorzaken, kan een Partij na passende kennisgeving een voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregel voor voertuigen nemen nadat voorlopig is vastgesteld Obras Sanitarias del Estado Public Company dat er duidelijk bewijs is dat de invoer onder preferentiële voorwaarden is toegenomen en dat die invoer schade heeft veroorzaakt. De duur van de voorlopige maatregel mag niet meer bedragen dan 270 (tweehonderdzeventig) dagen, gedurende welke periode aan de voorschriften van deze bijlage moet worden voldaan. Indien uit de definitieve vaststelling blijkt dat de binnenlandse bedrijfstak geen schade heeft geleden door invoer onder preferentiële voorwaarden, wordt het verhoogde tarief of de voorlopige garantie, indien geïnd of opgelegd in het kader van voorlopige maatregelen, onverwijld terugbetaald, overeenkomstig de interne regelgeving van de desbetreffende Partij.
2.
Er worden geen voorlopige bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen genomen tegen Paraguay, tenzij uit het resultaat van de voorlopige Obras Sanitarias del Estado Public Company vaststelling overeenkomstig lid 1 blijkt dat het bestaan van schade ook wordt veroorzaakt door de invoer van voertuigen uit Paraguay onder preferentiële voorwaarden.
AFDELING F
OPENBARE KENNISGEVING
ARTIKEL 15
Openbare kennisgeving van de opening van een onderzoek
Artikel 17.16 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
ARTIKEL 16
Openbare kennisgeving over de toepassing van bilaterale vrijwaringsmaatregelen voor voertuigen
Artikel 17.17 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
AFDELING G
KENNISGEVINGEN EN OVERLEG
ARTIKEL 17
Kennisgevingen
Artikel 17.18 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
ARTIKEL 18
Overleg
Artikel 17.19 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.
AFDELING H
ULTRAPERIFERE GEBIEDEN VAN DE EUROPESE UNIE
ARTIKEL 19
Ultraperifere gebieden van de Europese Unie
Artikel 17.20 van deze overeenkomst is van overeenkomstige toepassing op deze bijlage.