14.11.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 295/34


GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT 2007/734/GBVB VAN DE RAAD

van 13 november 2007

betreffende restrictieve maatregelen tegen Oezbekistan

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 14 november 2005 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2005/792/GBVB betreffende restrictieve maatregelen tegen Oezbekistan vastgesteld (1) als reactie op het buitensporige, disproportionele en willekeurige gebruik van geweld door de Oezbeekse veiligheidsdiensten tijdens de gebeurtenissen in Andizjan in mei 2005. Enkele restrictieve maatregelen zijn verlengd bij Gemeenschappelijk Standpunt 2006/787/GBVB van de Raad (2). Op 14 mei 2007 heeft de Raad Gemeenschappelijk Standpunt 2007/338/GBVB tot verlenging van bepaalde restrictieve maatregelen tegen Oezbekistan (3) vastgesteld, waarbij de restrictieve maatregelen voor toelating van specifieke personen met een periode van zes maanden worden verlengd.

(2)

Op 15 oktober 2007 heeft de Raad de Oezbeekse autoriteiten opgeroepen verdere vorderingen te maken op het gebied van de mensenrechten. Hij heeft er bij Oezbekistan op aangedrongen zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden alsook op dat van de rechtsstaat volledig na te komen, en met name volledige en onbelemmerde toegang van de bevoegde internationale organen tot gevangenen toe te staan, daadwerkelijk in gesprek te treden met de speciale rapporteurs van de VN voor Oezbekistan, alle ngo’s — met inbegrip van Human Rights Watch — zonder beperkingen in Oezbekistan te laten werken, mensenrechtenverdedigers in vrijheid te stellen en hen niet langer te intimideren, positieve gesprekken over mensenrechtenvraagstukken aan te gaan in het kader van de komende vergadering van het Samenwerkingscomité EU-Oezbekistan en de hervorming van het gerechtelijk apparaat, de wetshandhaving en de politie voort te zetten. De vorderingen met betrekking tot deze doelstellingen zullen worden geëvalueerd op basis van een verslag van de missiehoofden, dat ook een beoordeling van de komende presidentsverkiezingen zal omvatten.

(3)

De Raad acht het passend het wapenembargo, evenals de beperkingen voor de toelating van degenen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het willekeurige en disproportionele gebruik van geweld in Andizjan en voor het belemmeren van een onafhankelijk onderzoek, met twaalf maanden te verlengen. Om de Oezbeekse autoriteiten aan te moedigen positieve stappen ter verbetering van de mensenrechtensituatie te nemen, en rekening houdende met hun toezeggingen, is besloten dat de visumbeperkingen gedurende zes maanden niet van toepassing zijn. Nog voordat deze periode verstrijkt zal de Raad bepalen of de Oezbeekse autoriteiten dichter bij de verwezenlijking van de in overweging 2 genoemde doelstellingen zijn gekomen.

(4)

Een optreden van de Gemeenschap is nodig om bepaalde maatregelen uit te voeren,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   De verkoop en levering aan Oezbekistan, en de overbrenging of uitvoer naar dat land van wapens en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten — ongeacht of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen — of met gebruik van onder hun vlag varende schepen of tot hun nationale luchtvaartmaatschappij behorende vliegtuigen, is verboden.

2.   De verkoop en levering aan Oezbekistan en de overbrenging of uitvoer naar dat land van in bijlage I vermelde uitrusting die gebruikt kan worden voor binnenlandse repressie, is verboden.

3.   Er wordt een verbod ingesteld op:

i)

het verstrekken van technische bijstand, de tussenhandel en andere aan militaire activiteiten gerelateerde diensten, en de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van wapens en aanverwant materieel van enigerlei aard, met inbegrip van wapens en munitie, militaire voertuigen en uitrusting, paramilitaire uitrusting en onderdelen daarvoor, en van hieraan gerelateerde uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, direct of indirect, aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in, of voor gebruik in, Oezbekistan;

ii)

het verstrekken van financieringsmiddelen of financiële bijstand gerelateerd aan militaire activiteiten, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, de levering, de overbrenging of de uitvoer van wapens en aanverwante uitrusting, of voor de levering van technische bijstand, tussenhandel en andere diensten of in verband met dergelijke uitrusting, of gerelateerd aan uitrusting die, direct of indirect, voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, aan natuurlijke of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in, of voor gebruik in, Oezbekistan.

Artikel 2

1.   Artikel 1 is niet van toepassing op:

i)

de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik, of voor programma’s voor institutionele opbouw van de VN, de Europese Unie en de Gemeenschap, of voor crisisbeheersingsoperaties van de Europese Unie en de VN;

ii)

de levering, overbrenging of uitvoer van de in artikel 1 bedoelde wapens en uitrusting aan de strijdkrachten in Oezbekistan, door degenen die bijdragen aan de International Security Assistance Force (ISAF) en „Operation Enduring Freedom (OEF)”;

iii)

de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt, maar die uitsluitend is bedoeld voor humanitair of beschermend gebruik;

iv)

de verkoop, levering, overbrenging of uitvoer van andere voertuigen dan gevechtsvoertuigen, die zijn gemaakt van of uitgerust met materiaal dat bescherming biedt tegen kogels en die uitsluitend bestemd zijn voor de bescherming van personeel van de Europese Unie en haar lidstaten in Oezbekistan;

v)

het verstrekken van financieringsmiddelen en financiële of technische bijstand in verband met de in de punten i), ii), iii) en iv) bedoelde uitrusting;

mits deze uitvoer en bijstand van tevoren door de ter zake bevoegde autoriteit zijn goedgekeurd.

2.   Artikel 1 is niet van toepassing op beschermende kleding, met inbegrip van kogelvrije vesten en militaire helmen, die door personeel van de Verenigde Naties, personeel van de Europese Unie, de Gemeenschap of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire en ontwikkelingsorganisaties en daarmee verbonden personeel, louter voor persoonlijk gebruik tijdelijk naar Oezbekistan worden uitgevoerd.

Artikel 3

1.   De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de binnenkomst of doorreis via hun grondgebied te beletten van de in bijlage II vermelde personen die rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het willekeurige en disproportionele gebruik van geweld in Andizjan en voor het belemmeren van een onafhankelijk onderzoek.

2.   Lid 1 houdt niet in dat de lidstaten verplicht zijn de binnenkomst op hun grondgebied van hun eigen onderdanen te beletten.

3.   Lid 1 laat de gevallen onverlet waarin lidstaten uit hoofde van het internationale recht gebonden zijn, en wel:

i)

als gastland van een internationale intergouvernementele organisatie;

ii)

als gastland van een internationale conferentie die is bijeengeroepen door, of plaatsvindt onder auspiciën van de Verenigde Naties; of

iii)

krachtens een multilaterale overeenkomst die voorrechten en immuniteiten verleent; of

iv)

krachtens het Concordaat (Verdrag van Lateranen) van 1929 dat werd gesloten tussen de Heilige Stoel (Vaticaanstad) en Italië.

4.   Lid 3 is ook van toepassing op gevallen waarin een lidstaat optreedt als gastland van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE).

5.   De Raad wordt naar behoren geïnformeerd in elk van de gevallen waarin een lidstaat krachtens lid 3 of lid 4 een vrijstelling verleent.

6.   De lidstaten kunnen vrijstellingen van de krachtens lid 1 opgelegde maatregelen verlenen voor reizen die plaatsvinden op grond van humanitaire noden, of om vergaderingen van intergouvernementele instanties, met inbegrip van door de Europese Unie geïnitieerde vergaderingen, bij te wonen, wanneer een politieke dialoog wordt gevoerd waarbij de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat in Oezbekistan rechtstreeks worden bevorderd.

7.   Een lidstaat die de in lid 6 bedoelde vrijstellingen wil verlenen, brengt zulks schriftelijk ter kennis van de Raad. De vrijstelling wordt geacht te zijn toegestaan, tenzij door één of meer leden van de Raad binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving van de voorgestelde vrijstelling, schriftelijk bezwaar wordt gemaakt bij de Raad. Indien door één of meer leden van de Raad bezwaar wordt gemaakt, kan de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten de voorgestelde vrijstelling te verlenen.

8.   In de gevallen waarin een lidstaat krachtens de leden 3, 4, 6 en 7, machtiging verleent tot binnenkomst op of doorreis via zijn grondgebied van de in bijlage II vermelde personen, geldt deze machtiging alleen voor het doel waarvoor ze is verleend en alleen voor de daarbij betrokken personen.

Artikel 4

De toepassing van de in artikel 3 genoemde maatregelen wordt opgeschort tot 13 mei 2008. Vóór die datum beziet de Raad de situatie in Oezbekistan en beoordeelt hij de vorderingen van de Oezbeekse autoriteiten op weg naar eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, alsmede van de rechtsstaat.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk standpunt is van toepassing gedurende een periode van twaalf maanden. Het wordt voortdurend getoetst. Het wordt zo nodig verlengd of gewijzigd indien de Raad van oordeel is dat de doelstellingen ervan niet zijn verwezenlijkt.

Artikel 6

Dit gemeenschappelijk standpunt treedt in werking op de dag van zijn vaststelling.

Artikel 7

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 13 november 2007.

Voor de Raad

De voorzitter

F. TEIXEIRA DOS SANTOS


(1)   PB L 299 van 16.11.2005, blz. 72.

(2)   PB L 318 van 17.11.2006, blz. 43.

(3)   PB L 128 van 16.5.2007, blz. 50.


BIJLAGE I

Lijst van uitrusting die voor binnenlandse repressie kan worden gebruikt

Uitrusting voor binnenlandse repressie, bedoeld in artikel 1, lid 2.

1.   De volgende vuurwapens, munitie en toebehoren:

1.1.

vuurwapens die niet vallen onder ML 1 of ML 2 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie;

1.2.

munitie speciaal ontworpen voor de vuurwapens die zijn vermeld in punt 1.1, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

1.3.

vuurwapenvizieren die niet vallen onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU.

2.   Bommen en granaten die niet vallen onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de EU.

3.   De volgende voertuigen (1):

3.1.

voertuigen uitgerust met een waterkanon, die speciaal zijn ontworpen of aangepast ten behoeve van oproerbeheersing;

3.2.

voertuigen die speciaal zijn ontworpen of aangepast om door middel van stroomstoten indringers af te weren;

3.3.

voertuigen die speciaal zijn ontworpen of aangepast om barricades te verwijderen, met inbegrip van constructiematerieel met bescherming tegen kogels;

3.4.

voertuigen die speciaal zijn ontworpen voor vervoer of overbrenging van gevangenen en/of gedetineerden;

3.5.

voertuigen die speciaal zijn ontworpen om mobiele barrières op te werpen (2);

3.6.

voor de in 3.1 tot en met 3.5 vermelde voertuigen bestemde onderdelen, speciaal ontworpen ten behoeve van oproerbeheersing.

4.   De volgende explosieven en aanverwante uitrusting:

4.1.

uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor het al dan niet elektrisch inleiden van explosies, met inbegrip van ontstekingstoestellen, detonatoren, ontstekers, „boosters” en slagkoord, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van: uitrusting en toestellen die speciaal ontworpen zijn voor een specifiek commercieel gebruik, zijnde het door detonatie in werking stellen of doen functioneren van andere uitrusting of toestellen die niet het veroorzaken van explosies tot functie hebben (bijvoorbeeld toestellen voor het opblazen van airbags, piekstroombegrenzers of toestellen voor het in werking stellen van sprinklerinstallaties);

4.2.

ladingen voor directionele explosies die niet onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie vallen;

4.3.

de volgende andere explosieven die niet onder de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie vallen, en aanverwante stoffen:

a)

amatol;

b)

nitrocellulose (met een stikstofgehalte van meer dan 12,5 %);

c)

nitroglycol;

d)

penta-erythritol tetranitraat (PETN);

e)

picrylchloride;

f)

2, 4, 6-trinitrotolueen (TNT).

5.   De volgende beschermende uitrusting die niet valt onder ML 13 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie (3):

5.1.

lichaamspantsering met bescherming tegen kogels en/of messteken;

5.2.

kogel- en/of fragmentatiebestendige helmen, helmen voor oproerbeheersing, schilden voor oproerbeheersing en kogelbestendige schilden.

6.   Simulatieapparatuur die niet onder ML 14 van de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie valt, voor opleiding in het gebruik van vuurwapens en speciaal daarvoor ontworpen programmatuur.

7.   Niet door de gemeenschappelijke lijst van militaire goederen van de Europese Unie bestreken nachtzicht- en thermische beeldvormingsapparatuur en beeldversterkerbuizen.

8.   Scheermesprikkeldraad.

9.   Militaire messen, gevechtsmessen en bajonetten met een bladlengte van meer dan 10 cm.

10.   Productieapparatuur die speciaal is ontworpen voor de in deze lijst vermelde goederen.

11.   Specifieke technologie voor de ontwikkeling, de vervaardiging of het gebruik van de in deze lijst vermelde goederen.


(1)  Dit punt bestrijkt geen voertuigen die speciaal zijn ontworpen ten behoeve van brandbestrijding.

(2)  Voor de toepassing van punt 3.5 omvat de term „voertuigen” ook opleggers en aanhangwagens.

(3)  Dit punt heeft geen betrekking op:

—

uitrusting speciaal ontworpen voor sportactiviteiten;

—

uitrusting speciaal ontworpen voor de veiligheid op het werk.


BIJLAGE II

Lijst van personen waarnaar wordt verwezen in artikel 3 van dit gemeenschappelijk standpunt

1.

Achternaam, voornaam: Almatov, Zakirjan

Geslacht: man

Titel, functie: voormalig minister van Binnenlandse Zaken

Adres: Tasjkent, Oezbekistan

Geboortedatum: 10 oktober 1949

Geboorteplaats: Tasjkent, Oezbekistan

Paspoort- of ID-nummer: Paspoortnr. DA 0002600 (diplomatiek paspoort)

Nationaliteit: Oezbeekse

2.

Achternaam, voornaam: Moellajonov, Tachir Ochoenovitsj

Alias: alternatieve spelling van de achternaam: Moellajanov

Geslacht: man

Titel, functie: voormalige eerste viceminister van Binnenlandse Zaken

Adres: Tasjkent, Oezbekistan

Geboortedatum: 10 oktober 1950

Geboorteplaats: Ferghana, Oezbekistan

Paspoort- of ID-nummer: Paspoortnr. DA 0003586 (diplomatiek paspoort) verstrijkt op 5.11.2009

Nationaliteit: Oezbeekse

3.

Achternaam, voornaam: Mirzajev, Roeslan

Geslacht: man

Titel, functie: minister van Defensie, voormalig staatsadviseur bij de Nationale Veiligheidsraad

4.

Achternaam, voornaam: Ergasjev, Pavel Islamovitsj

Geslacht: man

Titel, functie: kolonel, commandant van de Militaire Brigade „Centrum”

5.

Achternaam, voornaam: Mamo, Vladimir Adolfovitsj

Geslacht: man

Titel, functie: generaal-majoor, plaatsvervangend commandant, brigade van de speciale strijdkrachten van het ministerie van Defensie

6.

Achternaam, voornaam: Pak, Gregori

Geslacht: man

Titel, functie: kolonel, commandant van de snellereactiebrigade van het ministerie van Binnenlandse Zaken (eenheid 7332)

7.

Naam, voornaam: Tadzjiev, Valeri

Geslacht: man

Titel, functie: kolonel, commandant van het autonome detachement van de speciale strijdkrachten van het ministerie van Binnenlandse Zaken (eenheid 7351)

8.

Achternaam, voornaam: Inojatov, Roestam Raoelovitsj

Geslacht: man

Titel, functie: hoofd van de SNB (Nationale Veiligheidsdienst)

Adres: Tasjkent, Oezbekistan

Geboortedatum: 22 juni 1944

Geboorteplaats: Sjerabad, Oezbekistan

Paspoort- of ID-nummer: Paspoortnr. DA 0003171 (diplomatiek paspoort); tevens diplomatiek paspoort nr. 0001892 (verstreken op 15.9.2004)

Nationaliteit: Oezbeekse