|
Publicatieblad |
NL Serie L |
|
2024/897 |
19.3.2024 |
VERORDENING (EU) 2024/897 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 maart 2024
tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2107 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (ICCAT) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en van Verordening (EU) 2023/2053 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De instandhoudings- en handhavingsaanbevelingen van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) zijn het meest recentelijk in Uniewetgeving omgezet bij de Verordeningen (EU) 2017/2107 (3), (EU) 2023/2053 (4) en (EU) 2023/2833 (5) van het Europees Parlement en de Raad. Sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2017/2107, heeft de Iccat tijdens haar jaarvergaderingen van 2017, 2018, 2019, 2021 en 2022 een aantal juridisch bindende maatregelen voor de instandhouding van de onder haar bevoegdheid vallende visbestanden aangenomen. Die maatregelen hebben betrekking op aangelegenheden die vallen onder, onder meer, de Verordeningen (EU) 2017/2107 en (EU) 2023/2053. |
|
(2) |
Verordening (EU) 2017/2107 moet derhalve worden gewijzigd om in de Uniewetgeving uitvoering te geven aan maatregelen van de Iccat voor tropische tonijn, Mediterrane witte tonijn, Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn, Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis, Noord- en Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien, blauwe marlijn, witte marlijn, degenspeervis, en bepalingen met betrekking tot gegevensverzameling voor Atlantische zeilvis, gegevensverzameling en -rapportering voor Istiophoridae, blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis, bijvangst van schildpadden, de volgsystemen voor vaartuigen, regionale Iccat-waarnemers, verantwoordelijkheden van wetenschappelijke waarnemers en illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO) visserij, alsmede een bijgewerkte lijst van Iccat-soorten, bijgewerkte praktijken inzake voorzichtige behandeling en terugzetting van zeeschildpadden, de invoering van minimumnormen voor procedures voor voorzichtige behandeling en terugzetting van Noord- en Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien en richtsnoeren voor het verminderen van de ecologische impact van visaantrekkende voorzieningen (“fish-aggregating devices” — FAD’s). |
|
(3) |
Verordening (EU) 2023/2053 moet worden gewijzigd om in de Uniewetgeving uitvoering te geven aan Iccat-maatregelen voor het beheer van blauwvintonijn met bepalingen met betrekking tot definities, overdrachten van quota, een verbod op het aan boord houden, recreatieve visserij, vaartuiglijsten, lijsten van tonnara’s en kwekerijen, het Iccat-register van kwekerijen, rapportering, overhevelingen, overhevelingstoestemmingen, identificatienummers voor kooien, kooitoestemmingen, kooiverrichtingen en de videobewaking daarvan, controle op het kooien, oogstverrichtingen, activiteiten op het gebied van oogstcontrole in de kwekerijen na het kooien, en handhaving, alsmede nationale waarnemersprogramma’s en het regionale Iccat-waarnemersprogramma, regels voor de behandeling van dode of verloren vis, de procedure voor het verzegelen van transportkooien, en het model voor de verwerkingsaangifte en voor de oogstverklaring. |
|
(4) |
De rechtshandelingen van de Unie dienen een loutere omzetting van de Iccat-aanbevelingen in het Unierecht te zijn teneinde gelijke voorwaarden voor vissers uit de Unie en vissers uit derde landen te waarborgen, en ervoor te zorgen dat de regels door iedereen kunnen worden geaccepteerd. |
|
(5) |
De gedelegeerde handelingen waarin deze verordening voorziet, laten de omzetting van toekomstige Iccat-aanbevelingen in het Unierecht volgens de gewone wetgevingsprocedure onverlet. |
|
(6) |
Sommige bepalingen van de Iccat-aanbevelingen zullen waarschijnlijk tijdens volgende Iccat-jaarvergaderingen worden gewijzigd als gevolg van de invoering van nieuwe technische en beheersmaatregelen voor visserijtakken die onder het Iccat-verdrag vallen. Teneinde de toekomstige wijzigingen van de Iccat-aanbevelingen snel, vóór het begin van het visseizoen, in het Unierecht om te zetten, moet daarom aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van de volgende aspecten:
Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (6). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. |
|
(7) |
Het, in juni 2023 geregistreerde, aantal ondersteuningsvaartuigen mag niet toenemen, conform Iccat-aanbeveling 22-01. Een dergelijke retroactieve toepassing doet geen afbreuk aan het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen. |
|
(8) |
De Verordeningen (EU) 2017/2107 en (EU) 2023/2053 moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1H
Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/2107
Verordening (EU) 2017/2107 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 5 bis Capaciteitsbeperking voor tropische tonijn 1. Uiterlijk op 31 januari van elk jaar stellen de lidstaten jaarlijkse visserijplannen en jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit voor tropische tonijn vast. 2. De lidstaten zorgen ervoor dat de totale capaciteit van hun beugvisserij- en ringzegenvloot wordt beheerd overeenkomstig de in lid 1 bedoelde jaarlijkse visserijplannen en jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit, met name om de vangsten van tropische tonijn te beperken, in overeenstemming met de krachtens het Unierecht vastgestelde vangstbeperkingen. 3. De lidstaten verhogen hun aantal ondersteuningsvaartuigen niet ten opzichte van de in juni 2023 geregistreerde aantallen. 4. De lidstaten rapporteren aan de Commissie de data waarop hun vangstbeperking voor tropische tonijnsoorten volledig is opgebruikt. De Commissie zendt die informatie onmiddellijk aan het Iccat-secretariaat toe. 5. Voor ringzegenvaartuigen en grote beugvisserijvaartuigen (lengte over alles van 20 m of meer) van de Unie rapporteren de lidstaten de vangsten van tropische tonijn maandelijks aan de Commissie; deze frequentie verhoogt tot wekelijks wanneer 80 % van hun vangstbeperkingen is bereikt. 6. De lidstaten rapporteren aan de Commissie om de drie maanden informatie over de hoeveelheid tropische tonijn per soort die is gevangen door de vaartuigen die hun vlag voeren binnen 15 kalenderdagen na afloop van de periode waarin de vangsten zijn gedaan, te weten uiterlijk op 15 april, 15 juli en 15 oktober van elk jaar en uiterlijk op 15 januari van het volgende jaar, tenzij die informatie maandelijks aan de Commissie wordt toegezonden. Die informatie, ongeacht of deze om de drie maanden of maandelijks wordt toegezonden, wordt in het formaat voor de rapportering van geaggregeerde vangstgegevens toegezonden. De Commissie zendt die informatie uiterlijk op 30 april, 30 juli en 30 oktober van elk jaar en op 30 januari van het volgende jaar aan het Iccat-secretariaat toe.” |
|
3) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 6 bis Verbod op teruggooi van tropische tonijn die is gevangen door ringzegenvaartuigen van de Unie 1. Ringzegenvaartuigen van de Unie die gemachtigd zijn om op tropische tonijn te vissen, houden alle tropische tonijn die zij hebben gevangen aan boord, landen deze aan of laden deze over in de haven. 2. Het is verboden de tropische tonijn die door een ringzegenvaartuig van de Unie is gevangen, tijdens de trek terug te gooien zodra het net volledig is gesloten en meer dan de helft van het net is opgehaald. Indien zich bij het sluiten of ophalen van het net een technisch probleem voordoet waardoor het verbod niet kan worden toegepast, stelt de kapitein of stellen de bemanningsleden namens de kapitein alles in het werk om de tonijn zo snel mogelijk terug in het water te zetten. 3. In afwijking van lid 1 mogen tropische tonijnen in de volgende gevallen wel worden teruggegooid:
4. De kapiteins van de vissersvaartuigen rapporteren alle geconstateerde teruggooi aan de vlaggenlidstaten van de vaartuigen. De lidstaten zenden de teruggooiverslagen aan de Commissie toe als onderdeel van de taak I- en taak II-gegevens.” |
|
4) |
In artikel 7 wordt lid 2 vervangen door: “2. Grote vissersvaartuigen die niet zijn opgenomen in het Iccat-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op tropische tonijn te vissen, met inbegrip van ondersteuningsvaartuigen, wordt niet toegestaan tropische tonijnen uit het Iccat-verdragsgebied te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen, of die activiteiten op enige wijze te ondersteunen, met inbegrip van het inzetten en terughalen van FAD’s of boeien. Artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is in die gevallen niet van toepassing. 3. Aan vissersvaartuigen van de Unie die niet op grond van artikel 6 gemachtigd zijn om op tropische tonijn te vissen, kan worden toegestaan bijvangsten van tropische tonijnen aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, te verwerken of aan te landen overeenkomstig een voor dergelijke vaartuigen vastgestelde maximale bijvangstbeperking. De lidstaten rapporteren aan de Commissie in het kader van het jaarverslag de maximale bijvangstbeperking die zij de vaartuigen die hun vlag voeren toestaan, en informatie over hoe zij waarborgen dat die beperking wordt nageleefd.” |
|
5) |
Artikel 8 wordt vervangen door: “Artikel 8 Lijst van vaartuigen die in een bepaald jaar op tropische tonijn vissen De lidstaten dienen elk jaar uiterlijk op 30 juni bij de Commissie de lijst in van de gemachtigde vaartuigen die hun vlag voeren die het vorige kalenderjaar in het Iccat-verdragsgebied op tropische tonijn hebben gevist of die visserijactiviteit op enigerlei wijze hebben ondersteund (ondersteuningsvaartuigen). Voor ringzegenvaartuigen omvat deze lijst ook de ondersteuningsvaartuigen die de visserijactiviteiten hebben ondersteund, ongeacht de vlag die zij voeren. De Commissie stelt het Iccat-secretariaat uiterlijk op 31 juli van elk jaar in kennis van de lijsten die zij van de lidstaten heeft ontvangen. Artikel 8 bis Ongebruikte hoeveelheden of overschrijding voor grootoogtonijn 1. Ongebruikte delen of overschrijdingen van het jaarlijkse quotum of de jaarlijkse vangstbeperking van een lidstaat voor grootoogtonijn mogen worden toegevoegd aan/worden in mindering gebracht op, naargelang van het geval, het quotum of de vangstbeperking in kwestie tijdens of vóór het aanpassingsjaar overeenkomstig de geldende Iccat-aanbevelingen voor grootoogtonijn. 2. De maximale ongebruikte hoeveelheid grootoogtonijn die een lidstaat in een bepaald jaar mag overdragen, mag de door de Iccat voor dat jaar toegestane hoeveelheid niet overschrijden.” |
|
6) |
In artikel 9 wordt lid 4 vervangen door: “4. De lidstaten zorgen ervoor dat per vaartuig niet meer dan 300 FAD’s met operationele boeien tegelijk actief zijn. 5. Het aantal FAD’s met operationele boeien wordt geverifieerd aan de hand van telecommunicatiefacturen. Dergelijke verificaties worden verricht door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat. 6. De lidstaten kunnen ringzegenvaartuigen die hun vlag voeren toestemming verlenen om het net uit te zetten rond FOB’s, mits het vissersvaartuig een waarnemer of een functionerend elektronisch volgsysteem aan boord heeft die of dat de soort trek en de vangstsamenstelling kan verifiëren en informatie over de visserijactiviteiten verstrekt aan het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de Iccat.” |
|
7) |
In artikel 10 worden de leden 2 en 3 vervangen door: “2. Bij het gebruik of het ontwerp van FAD’s doen de lidstaten het volgende:
3. Elk jaar brengen de lidstaten in hun FAD-beheersplannen verslag uit aan de Commissie over de stappen die zij hebben ondernomen om aan lid 2 te voldoen.” |
|
8) |
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
9) |
Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
10) |
Artikel 14 wordt vervangen door: “Artikel 14 Waarnemersdekking en verbod op het inzetten van FAD’s in verband met de bescherming van jonge exemplaren 1. De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren gedurende een periode van 15 dagen vóór het begin van de krachtens het Unierecht vastgestelde sluitingsperioden geen niet-verankerde FAD’s gebruiken. 2. De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren die gemachtigd zijn om op tropische tonijn te vissen, als volgt voorzien in een minimale waarnemersdekking:
De lidstaten rapporteren de door de waarnemers of het goedgekeurde elektronische volgsysteem verzamelde informatie van het voorgaande jaar uiterlijk op 30 april aan het Iccat-secretariaat en aan het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de Iccat, met inachtneming van de in artikel 72 bedoelde vertrouwelijkheidsvereisten.” |
|
11) |
Artikel 16 wordt vervangen door: “Artikel 16 Identificatie van IOO-visserij Indien de uitvoerend secretaris van de Iccat de Commissie in kennis stelt van een mogelijke inbreuk op artikel 7, lid 2, en artikel 14, lid 1 of 2, door vissersvaartuigen van de Unie, brengt de Commissie de betrokken vlaggenlidstaat onverwijld daarvan op de hoogte. Die lidstaat stelt onmiddellijk een onderzoek in en indien het vaartuig tijdens de sluitingsperiode vist in combinatie met objecten die de visconcentratie kunnen beïnvloeden, met inbegrip van FAD’s, verzoekt hij het vaartuig te stoppen met vissen en, zo nodig, het gebied onverwijld te verlaten. De betrokken vlaggenlidstaat rapporteert aan de Commissie onverwijld de resultaten van zijn onderzoek en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn genomen. De Commissie zendt die informatie door aan de kuststaat en aan de uitvoerend secretaris van de Iccat.”. |
|
12) |
De titel van titel II, hoofdstuk II, wordt vervangen door: “HOOFDSTUK II WITTE TONIJN
Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn ”. |
|
13) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 17 bis Specifieke machtigingen voor grote vangstvaartuigen die op Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn vissen 1. De lidstaten geven overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad (*1), aan grote vangstvaartuigen die hun vlag voeren vismachtigingen af om in het Iccat-verdragsgebied op Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn te vissen. 2. Grote vissersvaartuigen die niet zijn opgenomen in het Iccat-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn te vissen, wordt niet toegestaan Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn uit het Iccat-verdragsgebied te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen. Artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is in die gevallen niet van toepassing. 3. Aan vissersvaartuigen van de Unie die niet op grond van lid 1 gemachtigd zijn om op Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn te vissen, kan worden toegestaan bijvangsten van Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, te verwerken of aan te landen overeenkomstig een maximale bijvangstbeperking voor dergelijke vaartuigen. De lidstaten rapporteren aan de Commissie in het kader van het jaarverslag de maximale bijvangstbeperking die zij vaartuigen die hun vlag voeren toestaan. Artikel 17 ter Ongebruikte hoeveelheden of overschrijding voor Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn 1. Ongebruikte delen of overschrijdingen van het jaarlijkse quotum of de jaarlijkse vangstbeperking van een lidstaat voor Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn mogen worden toegevoegd aan/worden in mindering gebracht op, naargelang van het geval, het quotum of de vangstbeperking in kwestie tijdens of vóór het aanpassingsjaar overeenkomstig de geldende Iccat-aanbevelingen voor Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn. 2. De maximale ongebruikte hoeveelheid Noord- en Zuid-Atlantische witte tonijn die een lidstaat in een bepaald jaar mag overdragen, mag de door de Iccat voor dat jaar toegestane hoeveelheid niet overschrijden. Artikel 17 quater Vangstgegevens Zuid-Atlantische witte tonijn De lidstaten waarvan de vaartuigen die hun vlag voeren op Zuid-Atlantische witte tonijn vissen, melden hun nauwkeurige en gevalideerde vangsten van Zuid-Atlantische witte tonijn aan het Iccat-secretariaat als onderdeel van de in artikel 50 bedoelde taak I- en taak II-gegevens. (*1) Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81).”." |
|
14) |
In titel II, hoofdstuk II, wordt de volgende afdeling ingevoegd: “
Artikel 17 quinquies Recreatievisserij op mediterrane witte tonijn 1. Onverminderd een eventueel verbod op recreatievisserij krachtens nationaal of Unierecht mogen natuurlijke of rechtspersonen die aan recreatievisserij doen, niet meer dan drie exemplaren mediterrane witte tonijn per vaartuig per dag vangen, aan boord houden, overladen of aanlanden. 2. Het is verboden om in de recreatievisserij gevangen mediterrane witte tonijn in de handel te brengen. 3. De lidstaten verstrekken de Commissie en het Iccat-secretariaat de lijst van alle vissersvaartuigen die recreatievisserij bedrijven en gemachtigd zijn om op mediterrane witte tonijn te vissen, ten minste 15 dagen voorafgaand aan de uitvoering van de activiteiten. Vaartuigen die niet op die lijst staan, zijn niet gemachtigd om op mediterrane witte tonijn te vissen.”. |
|
15) |
De volgende artikelen worden ingevoegd: “Artikel 18 bis Specifieke machtigingen voor grote vangstvaartuigen die op Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis vissen 1. De lidstaten geven overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2403 vismachtigingen af aan grote vangstvaartuigen die hun vlag voeren om in het Iccat-verdragsgebied op Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis te vissen. 2. Grote vissersvaartuigen die niet zijn opgenomen in het Iccat-register van vaartuigen die gemachtigd zijn om op Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis te vissen, wordt niet toegestaan Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis uit het Iccat-verdragsgebied te bevissen, aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, over te brengen, te verwerken of aan te landen. Artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is in die gevallen niet van toepassing. 3. Aan vissersvaartuigen van de Unie die niet op grond van lid 1 gemachtigd zijn om op Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis te vissen, kan worden toegestaan bijvangsten van Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis aan boord te houden, over te laden, te vervoeren, te verwerken of aan te landen overeenkomstig een maximale bijvangstbeperking voor dergelijke vaartuigen. De lidstaten rapporteren aan de Commissie in het kader van het jaarverslag de maximale bijvangstbeperking die zij vaartuigen die hun vlag voeren toestaan. Artikel 18 ter Ongebruikte hoeveelheden Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis 1. Ongebruikte delen of overschrijdingen van het jaarlijkse quotum of de jaarlijkse vangstbeperking van een lidstaat voor Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis mogen worden toegevoegd aan/worden in mindering gebracht op, naargelang van het geval, het quotum of de vangstbeperking in kwestie tijdens of vóór het aanpassingsjaar overeenkomstig de geldende Iccat-aanbevelingen voor Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis. 2. De maximale ongebruikte hoeveelheid Noord- en Zuid-Atlantische zwaardvis die een lidstaat in een bepaald jaar mag overdragen, mag de door de Iccat voor dat jaar toegestane hoeveelheid niet overschrijden.” |
|
16) |
De titel van titel II, hoofdstuk IV, wordt vervangen door: “HOOFDSTUK IV ISTIOPHORIDAE, ATLANTISCHE ZEILVIS, BLAUWE MARLIJN, WITTE MARLIJN EN DEGENSPEERVIS” . |
|
17) |
De artikelen 27 tot en met 29 worden vervangen door: “Artikel 27 Terugzetten van levend gevangen blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis 1. Voor zover mogelijk zetten pelagische beugvisserijvaartuigen van de Unie en ringzegenvaartuigen van de Unie alle blauwe marlijn (Makaira nigricans), witte marlijn (Tetrapturus albidus) en degenspeervis (Tetrapturus georgei) die levend is bij het ophalen, onmiddellijk terug op zodanige wijze dat zo min mogelijk leed wordt veroorzaakt en de overlevingskansen worden gemaximaliseerd, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de veiligheid van de bemanningsleden. 2. De lidstaten moedigen de toepassing van de in bijlage 1 bij Iccat-aanbeveling 19-05 gespecificeerde minimumnormen voor voorzichtige behandeling en terugzetting aan door richtsnoeren voor hun vloot op te stellen. Om levende gevangen blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis voorzichtig te kunnen terugzetten, zijn op het dek van vissersvaartuigen van de Unie de onderstaande instrumenten onmiddellijk beschikbaar en gemakkelijk bereikbaar voor de bemanningsleden: een hefinrichting, een betonschaar, een onthaker of hakensteker en een lijnsnijder. 3. De lidstaten zorgen ervoor dat de kapiteins en bemanningsleden van hun vissersvaartuigen naar behoren zijn opgeleid, bekend zijn met passende technieken voor risicobeperking, identificatie, behandeling en terugzetting, en die technieken toepassen en dat ze alle uitrusting die nodig is voor het terugzetten van blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis aan boord houden overeenkomstig de in lid 2 bedoelde richtsnoeren inzake minimumnormen voor voorzichtige behandeling en terugzetting. 4. De lidstaten streven ernaar om de sterfte na de terugzetting van blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis in hun Iccat-visserijen tot een minimum te beperken. 5. De lidstaten kunnen pelagische beugvisserijvaartuigen en ringzegenvaartuigen die hun vlag voeren toestemming verlenen om dode blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis binnen de grenzen van hun vangstbeperking te bevissen, aan boord te houden, over te laden of aan te landen. Artikel 28 Aanlanding van buiten de vangstmogelijkheden gevangen blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis Wanneer een lidstaat zijn quotum heeft opgebruikt, zorgt die lidstaat ervoor dat de aanlandingen van blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis die dood zijn op het moment waarop zij langszij het vaartuig worden gebracht, niet worden verkocht of in de handel worden gebracht. Dergelijke aanlandingen tellen niet mee in de vangstbeperkingen van de lidstaat zoals vastgesteld op grond van de in Iccat-aanbeveling 19-05, par. 2, vastgelegde aanlandingsbeperking voor de Unie, mits dit verbod duidelijk in het in artikel 71 van deze verordening bedoelde jaarverslag wordt toegelicht. Artikel 29 Recreatievisserij op blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis 1. Lidstaten met vaartuigen die recreatievisserij op blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis bedrijven, zorgen ervoor dat op 5 % van de aanlandingen van blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis tijdens viswedstrijden toezicht wordt gehouden door wetenschappelijke waarnemers. 2. In de recreatievisserij op blauwe marlijn is als minimuminstandhoudingsgrootte een vorklengte van de onderkaak van 251 cm van toepassing. 3. In de recreatievisserij op witte marlijn en degenspeervis is als minimuminstandhoudingsgrootte een vorklengte van de onderkaak van 168 cm van toepassing. 4. Het is verboden hele karkassen of delen van in de recreatievisserij gevangen blauwe marlijn, witte marlijn of degenspeervis te verkopen of te koop aan te bieden. 5. De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat in de recreatievisserij de vis op zodanige wijze wordt teruggezet dat zo weinig mogelijk leed wordt berokkend. Artikel 29 bis Gegevensverzameling voor Atlantische zeilvis De lidstaten verzamelen gegevens over de vangsten van Atlantische zeilvis, met inbegrip van levend en dood teruggegooide exemplaren, en melden die gegevens jaarlijks in het kader van de indiening van hun taak - en taak II-gegevens ter ondersteuning van het proces voor de beoordeling van het bestand. Artikel 29 ter Verzameling en rapportering van gegevens voor Istiophoridae, blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis 1. De lidstaten voeren gegevensverzamelingsprogramma’s uit voor de rapportering aan de Iccat van nauwkeurige gegevens over de vangsten, de visserijinspanning, de grootte en de teruggooi met betrekking tot istiophoridae overeenkomstig de Iccat-voorschriften voor de indiening van taak I- en taak II-gegevens. 2. De lidstaten dienen bij de Commissie hun controleformulieren uit bijlage 1 bij Iccat-aanbeveling 18-05 betreffende Istiophoridae in, met opgave van informatie over de maatregelen die zij in eigen land hebben genomen om de vangsten te monitoren en Istiophoridae in stand te houden en te beheren. 3. Indien er geen taak I-gegevens, met inbegrip van dood teruggegooide exemplaren, voor blauwe marlijn, witte marlijn en degenspeervis overeenkomstig Iccat-resolutie 01-06 en Iccat-aanbeveling 11-15 worden gerapporteerd, leidt dit tot een verbod op het aanhouden van die soorten.” |
|
18) |
Artikel 33 wordt vervangen door: “Artikel 33 Noord-Atlantische kortvinmakreelhaaien (Isurus oxyrinchus) 1. Noord-Atlantische kortvinmakreelhaaien die door vissersvaartuigen van de Unie worden gevangen, worden ongedeerd en onmiddellijk teruggezet in zee, voor zover doenbaar, en daarbij wordt terdege rekening gehouden met de veiligheid van de bemanning. 2. De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren de in bijlage IX opgenomen minimumnormen voor voorzichtige behandeling en terugzetting van Noord-Atlantische kortvinmakreelhaaien toepassen. Artikel 33 bis Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien (Isurus oxyrinchus) 1. De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren de in bijlage IX opgenomen minimumnormen voor voorzichtige behandeling en terugzetting van Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien toepassen. 2. De lidstaten rapporteren aan de Commissie maandelijks alle toegestane aanlandingen van Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien door vaartuigen die hun vlag voeren. Die rapporten worden binnen 15 dagen na het einde van de kalendermaand waarin de vangsten zijn gedaan, bij de Commissie ingediend. Daarnaast rapporteren de lidstaten aan de Commissie jaarlijks hun dood teruggegooide exemplaren, levend teruggezette exemplaren en totale vangsten van vaartuigen die hun vlag voeren. 3. Uiterlijk op 30 juni van elk jaar rapporteren de lidstaten waarvan vaartuigen die hun vlag voeren Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien hebben gevangen (aanlandingen en dood teruggegooide exemplaren) aan de Commissie welke statistische methode er is gebruikt om de dood teruggegooide en de levend teruggezette exemplaren te ramen. Lidstaten met ambachtelijke en kleinschalige visserij verstrekken tevens informatie over hun gegevensverzamelingsprogramma’s. 4. Als onderdeel van de jaarlijkse indiening van taak I- en taak II-gegevens verstrekken de lidstaten de Commissie alle relevante gegevens voor Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien, met inbegrip van ramingen van de dood teruggegooide en levend teruggezette exemplaren op basis van de door het Permanent Comité voor onderzoek en statistiek van de Iccat goedgekeurde methoden. 5. Vissersvaartuigen die Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien aan boord hebben, mogen die Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien die in het kader van Iccat-visserijen zijn gevangen, noch geheel noch gedeeltelijk overladen.” |
|
19) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 36 bis Gegevensverzameling voor haaien 1. De lidstaten voeren gegevensverzamelingsprogramma’s uit voor de nauwkeurige rapportering aan de Iccat van gegevens over de vangsten, de visserijinspanning, de grootte en de teruggooi met betrekking tot haaien overeenkomstig de voorschriften voor de indiening van taak I- en taak II-gegevens. 2. De lidstaten dienen bij de Commissie hun uitvoeringscontroleformulieren uit bijlage 1 bij Iccat-aanbeveling 18-06 betreffende haaien in, met opgave van informatie over de maatregelen die zij in eigen land hebben genomen om de vangsten te monitoren en haaien in stand te houden en te beheren.” |
|
20) |
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
21) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 44 bis Volgsysteem voor vaartuigen Indien vissersvaartuigen overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad volgapparatuur hebben geïnstalleerd, zien de lidstaten erop toe dat de volgapparatuur van de vissersvaartuigen die hun vlag voeren, permanent en continu operationeel zijn en dat de informatie voor ringzegenvaartuigen ten minste om het uur wordt verzameld en aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat wordt verzonden, en de informatie voor alle andere vaartuigen die op Iccat-soorten vissen, ten minste om de twee uur. Indien de aan boord van een vissersvaartuig van de Unie geïnstalleerde volgapparatuur defect is of anderszins niet functioneert, wordt de apparatuur zo spoedig mogelijk, en in ieder geval binnen één maand na het voorval, gerepareerd of vervangen, tenzij het vaartuig niet langer in het Iccat-verdragsgebied actief is. Vissersvaartuigen van de Unie mogen niet aan een visreis beginnen als de volgapparatuur niet is gerepareerd of vervangen.”. |
|
22) |
In artikel 54 wordt lid 4 vervangen door: “4. De in de leden 2 en 3 bedoelde kennisgeving heeft het formaat en de opmaak die de uitvoerend secretaris van de Iccat heeft vastgesteld, en bevat de volgende informatie:
|
|
23) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 58 bis Gezondheid en veiligheid van waarnemers in het kader van het regionale Iccat-waarnemersprogramma voor overlading op zee 1. De lidstaten zorgen ervoor dat elk vaartuig dat hun vlag voert en dat een regionale Iccat-waarnemer aan boord heeft, gedurende de hele reis is uitgerust met passende veiligheidsuitrusting, waaronder:
2. Elk vissersvaartuig van de Unie dat een regionale Iccat-waarnemer aan boord heeft, ontwikkelt en implementeert een noodplan dat moet worden gevolgd wanneer een waarnemer overlijdt, vermist wordt of vermoedelijk overboord is gevallen, ernstig ziek of gewond is, waardoor de gezondheid, de veiligheid of het welzijn van de waarnemer in gevaar komt, of is aangevallen, geïntimideerd, bedreigd of lastiggevallen. Een dergelijk noodplan omvat onder meer de elementen van bijlage 1 bij Iccat-aanbeveling 19-10. 3. Elk vissersvaartuig van de Unie dat een regionale Iccat-waarnemer aan boord heeft, dient zijn noodplan in bij de Commissie, die het naar de Iccat doorstuurt zodat het op de Iccat-website kan worden geplaatst. Een nieuw of gewijzigd noodplan wordt verstrekt aan de Commissie, die het naar de Iccat doorstuurt zodat het op de Iccat-website kan worden geplaatst zodra het beschikbaar is. 4. Een vissersvaartuig van de Unie komt enkel in aanmerking om een regionale Iccat-waarnemer aan boord te nemen indien het een noodplan heeft ingediend. Als de Commissie op basis van de informatie in het noodplan constateert dat er inconsistenties zijn met de normen in bijlage 1 bij Iccat-aanbeveling 19-10, kan zij bovendien besluiten dat de inzet van een waarnemer op een vaartuig van de betrokken vlaggenlidstaat moet worden uitgesteld tot de inconsistentie voldoende is aangepakt.” |
|
24) |
Artikel 61 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
25) |
Artikel 63 wordt vervangen door: “Artikel 63 Verantwoordelijkheden van wetenschappelijke waarnemers 1. Elke lidstaat schrijft voor dat waarnemers met name de volgende taken uitvoeren:
2. De lidstaten waarborgen dat de waarnemers:
3. De kapitein van het vaartuig waaraan de waarnemer is toegewezen:
4. Elke lidstaat:
|
|
26) |
Aan artikel 66 worden de volgende leden toegevoegd: “4. Elke lidstaat inspecteert jaarlijks ten minste 5 % van de aanlandings- en overladingsverrichtingen die vissersvaartuigen van derde landen in zijn aangewezen havens uitvoeren. 5. De vlaggenlidstaten geven aan verslagen van inbreuken die zijn opgemaakt door inspecteurs van een havenstaat, dezelfde waarde en hetzelfde gevolg als zij overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2403 doen ten aanzien van de door hun eigen inspecteurs opgemaakte verslagen.” |
|
27) |
In titel III, hoofdstuk VII, wordt het volgende artikel ingevoegd: “Artikel 66 bis Waarneming van vaartuigen 1. Wanneer een vissersvaartuig van de Unie, een vissersvaartuig van een derde land of een vaartuig zonder nationaliteit wordt waargenomen bij visserijactiviteiten of visserijgerelateerde activiteiten (bv. overlading) die vermoedelijk IOO-visserij vormen, verzamelen de lidstaten zo veel mogelijk informatie door middel van inspectie- en bewakingsactiviteiten die door hun bevoegde autoriteiten in het Iccat-verdragsgebied worden uitgevoerd. 2. De lidstaten verzamelen informatie over waarnemingen van vaartuigen overeenkomstig het in de bijlage bij Iccat-aanbeveling 19-09 opgenomen waarnemingsformulier. 3. Wanneer een vaartuig zoals bedoeld in lid 1 wordt waargenomen, stelt de betrokken lidstaat (“waarnemende lidstaat”) de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat of de vlaggen-CPC of de vlaggen-niet-CPC van het waargenomen vaartuig onverwijld in kennis en verstrekt hij alle geregistreerde beelden van het vaartuig en:
|
|
28) |
Het volgende artikel wordt toegevoegd: “Artikel 69 bis IOO-vaartuigen De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die op de IOO-lijst van de Iccat staan geen toestemming krijgen om aan te landen, over te laden, bij te tanken, te herbevoorraden of andere handelstransacties te verrichten.”. |
|
29) |
In artikel 71, lid 1, wordt de datum “20 augustus” vervangen door “1 augustus”. |
|
30) |
In artikel 73 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
31) |
Bijlage I wordt vervangen door de tekst in bijlage I bij deze verordening. |
|
32) |
Bijlage VI wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening. |
|
33) |
De tekst in bijlage III bij deze verordening wordt toegevoegd als bijlagen IX en X. |
Artikel 2
Wijzigingen van Verordening (EU) 2023/2053
Verordening (EU) 2023/2053 wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 5 wordt vervangen door: “Artikel 5 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
|
2) |
In artikel 7 wordt lid 1 vervangen door: “1. De overdracht binnen een kwekerij van niet-geoogste levende blauwvintonijn uit de vangst van voorgaande jaren kan alleen worden toegestaan indien een versterkt controlesysteem wordt ontwikkeld en door de lidstaat aan de Commissie wordt gemeld. Dat systeem maakt een integrerend deel uit van het in artikel 14 bedoelde jaarlijkse monitorings-, controle- en inspectieplan van de lidstaat, en omvat ten minste de op grond van de artikelen 56 quater, 56 quinquies en 61 vastgelegde maatregelen.” |
|
3) |
Artikel 8 wordt vervangen door: “Artikel 8 Overdracht van ongebruikte quota 1. Automatische overdracht van ongebruikte quota is niet toegestaan. 2. Een lidstaat kan erom verzoeken maximaal 5 % van zijn jaarlijkse quota naar het volgende jaar over te dragen. De betrokken lidstaat neemt dat verzoek op in zijn jaarlijkse visserijplan en jaarlijkse beheersplan voor de vangstcapaciteit dat moet worden opgenomen in het Unievisserijplan en Uniebeheersplan voor de vangstcapaciteit, dat door de Iccat moet worden goedgekeurd.” |
|
4) |
In artikel 9 wordt lid 1 vervangen door: “1. Quota worden slechts tussen de Unie en andere CPC’s overgedragen na voorafgaande machtiging door de betrokken lidstaten en/of CPC’s. De Commissie deelt aan het Iccat-secretariaat mee om hoeveel quota het gaat voordat de quota worden overgedragen.” |
|
5) |
Artikel 14 wordt vervangen door: “Artikel 14 Jaarlijks monitorings-, controle- en inspectieplan Elke lidstaat met een quotum voor blauwvintonijn stelt een jaarlijks monitorings-, controle- en inspectieplan op om de naleving van deze verordening te waarborgen. Elke lidstaat dient zijn respectieve plan in bij de Commissie. Elke lidstaat stelt zijn plan op in overeenstemming met:
|
|
6) |
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
7) |
In artikel 16, lid 1, wordt punt c) vervangen door:
|
|
8) |
In artikel 17 worden de leden 4 en 5 vervangen door: “4. Indien de weersomstandigheden niet toelaten dat er wordt gevist, kunnen de lidstaten in afwijking van de leden 1, 2 en 3 besluiten dat de in die leden bedoelde visseizoenen worden verlengd met een gelijkwaardig aantal verloren dagen, tot maximaal tien dagen. 5. Voor grote pelagische beugvisserijvaartuigen is de visserij op blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee toegestaan van 1 januari tot en met 31 mei van elk jaar, met uitzondering van het gebied ten westen van 10° WL en ten noorden van 42° NB.” |
|
9) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 21 bis Verbod om blauwvintonijn aan boord van ondersteuningsvaartuigen te houden Ondersteuningsvaartuigen mogen geen blauwvintonijn aan boord houden.”. |
|
10) |
In artikel 23 wordt lid 1 vervangen door: “1. De lidstaten kunnen waar passend een specifiek quotum toewijzen aan de recreatievisserij. Eventuele dode blauwvintonijn wordt in aanmerking genomen bij een dergelijke toewijzing, inclusief in het kader van de vispraktijk van vangen en terugzetten. De lidstaten stellen de Commissie bij de indiening van hun visserijplannen in kennis van het aan de recreatievisserij toegewezen quotum.” |
|
11) |
Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
12) |
Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
13) |
Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
14) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 28 bis Lijsten en register van kwekerijen 1. Als onderdeel van zijn visserijplan dient elke lidstaat bij de Commissie elektronisch een lijst in van de kwekerijen met een machtiging om blauwvintonijn te exploiteren in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. Die lijst bevat de volgende informatie:
De Commissie zendt die informatie door aan het Iccat-secretariaat, zodat die kwekerijen kunnen worden opgenomen in het Iccat-register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn. 2. Kwekerijen die niet zijn opgenomen in het Iccat-register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn, worden niet geacht te zijn gemachtigd om blauwvintonijn te exploiteren in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee. 3. Kweekactiviteiten, waaronder het mesten of oogsten, zijn niet toegestaan buiten de voor kweekactiviteiten goedgekeurde geografische coördinaten. 4. De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van elke toevoeging aan, schrapping uit of wijziging van hun lijst van kwekerijen. De Commissie zendt dergelijke wijzigingen onverwijld door aan het Iccat-secretariaat. 5. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te voorkomen dat blauwvintonijn wordt ondergebracht bij een kwekerij die niet voorkomt in het Iccat-register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn en dat die kwekerijen blauwvintonijn aannemen van vaartuigen die niet in het Iccat-register van vaartuigen zijn opgenomen. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om verrichtingen bij kwekerijen die niet voorkomen in het Iccat-register van kweekvoorzieningen voor blauwvintonijn te verbieden.” |
|
15) |
Aan artikel 33 wordt het volgende lid toegevoegd: “4. Dit artikel geldt onverminderd het internationale recht op toegang tot de haven voor vissersvaartuigen die in nood verkeren of in geval van overmacht.” |
|
16) |
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
17) |
In artikel 35 wordt lid 5 vervangen door: “5. De kapiteins, of hun vertegenwoordigers, van vissersvaartuigen van de Unie die betrokken zijn bij overladingsverrichtingen vullen de Iccat-overladingsaangifte in en zenden die uiterlijk vijf werkdagen na de datum van de overlading in de haven toe aan de bevoegde autoriteiten van hun vlaggenlidstaat. De kapiteins, of hun vertegenwoordigers, van de overladende vissersvaartuigen vullen de Iccat-overladingsaangifte in overeenkomstig het in bijlage V vastgelegde formaat. De Iccat-overladingsaangifte wordt gekoppeld aan het eBCD om kruiscontroles van de daarin opgenomen gegevens te vergemakkelijken.” |
|
18) |
Artikel 36 wordt vervangen door: “Artikel 36 Vangstaangiften door de lidstaten Elke lidstaat dient om de twee weken vangstaangiften in bij de Commissie. Die aangiften bevatten de krachtens artikel 32 vereiste gegevens met betrekking tot tonnara’s en vangstvaartuigen. De gegevens worden verstrekt per vistuigtype. De Commissie zendt die informatie onverwijld door aan het Iccat-secretariaat.”. |
|
19) |
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
20) |
Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
21) |
Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
22) |
Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
23) |
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
24) |
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
25) |
Het volgende artikel wordt ingevoegd: “Artikel 43 bis Vrijwillige en controleoverhevelingen 1. Indien de in artikel 43 bedoelde video-opnamen niet voldoen aan de in bijlage X vastgelegde minimumnormen voor video-opnameprocedures en met name indien de kwaliteit of helderheid ervan ontoereikend is om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te bepalen, kan de overhevelende exploitant vrijwillige overhevelingen uitvoeren. 2. Indien geen vrijwillige overheveling is uitgevoerd, of indien het op basis van de vrijwillige overheveling nog steeds niet mogelijk is het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te bepalen, gelast de bevoegde autoriteit van de vlaggen-, tonnara- of kwekerijlidstaat van de overhevelende exploitant een controleoverheveling, die wordt herhaald totdat de kwaliteit van de video-opnamen toelaat om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te bepalen. 3. Bij vrijwillige en controleoverhevelingen wordt overgeheveld naar een lege kooi. Het aan de hand van de geldige vrijwillige of controleoverheveling bepaalde aantal overgehevelde blauwvintonijnen wordt ingevuld in het logboek, de Iccat-overhevelingsaangifte en de desbetreffende rubrieken van het eBCD. 4. De transportkooi wordt pas losgekoppeld van het ringzegenvaartuig, de tonnara of de kweekkooi wanneer de regionale Iccat-waarnemer aan boord van het ringzegenvaartuig, op de kwekerij of bij de tonnara zijn relevante taken heeft uitgevoerd. 5. Indien de kwaliteit van de video-opnamen van de vrijwillige overhevelingen nog steeds ontoereikend is om het aantal overgehevelde exemplaren te bepalen, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de overhevelende exploitant toestaan de transportkooien los te koppelen van het ringzegenvaartuig, de tonnara of de kwekerij. In dat geval worden de deuren van de transportkooien in kwestie op last van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de overhevelende exploitant verzegeld overeenkomstig de in bijlage XV bis vastgelegde procedure en moeten er controleoverhevelingen worden uitgevoerd op een nader te bepalen tijdstip en plaats, in aanwezigheid van de bevoegde autoriteit van de betrokken vlaggen-, tonnara- of kwekerijlidstaat. 6. Indien de bevoegde autoriteiten van de vlaggen-, tonnara- of kwekerijlidstaat niet bij de controleoverheveling aanwezig kunnen zijn, wordt deze uitgevoerd in aanwezigheid van een regionale Iccat-waarnemer. In dat geval is de exploitant van de kwekerij die eigenaar is van de overgehevelde blauwvintonijnen ervoor verantwoordelijk dat de regionale Iccat-waarnemer wordt ingezet om de controleoverheveling te verifiëren.” |
|
26) |
Artikel 44 wordt vervangen door: “Artikel 44 Onderzoek door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de overhevelende exploitant 1. De bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de overhevelende exploitant onderzoeken alle gevallen waarin:
De in punt a), genoemde foutenmarge van 10 % wordt uitgedrukt als een percentage van de cijfers van de overhevelende exploitant. Bij het inleiden van een onderzoek stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de overhevelende exploitant de bevoegde autoriteit van de vlaggenlidstaat of de vlaggen-CPC van de betrokken sleepvaartuigen in kennis van het onderzoek, en zorgt zij ervoor dat, totdat het onderzoek wordt afgerond, overheveling uit of naar de transportkooi in kwestie niet is toegestaan. In voorkomend geval omvat het onderzoek de analyse van alle relevante video-opnamen. Behalve in gevallen van overmacht wordt een dergelijk onderzoek afgerond vóór het tijdstip van het kooien in de kwekerij en in elk geval binnen 96 uur nadat het onderzoek is ingeleid. Zolang de resultaten van dat onderzoek niet bekend zijn, is kooien niet toegestaan en wordt de desbetreffende rubriek van het eBCD niet gevalideerd. 2. Voor alle overhevelingsverrichtingen waarvoor een video-opname vereist is, vormt een verschil van meer dan 10 % tussen het aantal overgehevelde blauwvintonijnen dat de overhevelende exploitant in de Iccat-overhevelingsaangifte heeft aangegeven en het aantal dat de bevoegde autoriteit van de lidstaat of de CPC van de overhevelende exploitant vaststelt een mogelijke niet-naleving door het betrokken vissersvaartuig of de betrokken tonnara of kwekerij.” |
|
27) |
In hoofdstuk V, afdeling 6, wordt het volgende artikel ingevoegd: “Artikel 45 bis Wijzigingen in Iccat-overhevelingsaangiften en eBCD’s na inspecties op zee of onderzoeken Indien na afloop van een inspectie op zee of een onderzoek wordt vastgesteld dat het aantal overgehevelde blauwvintonijnen met meer dan 10 % verschilt van het aantal dat is aangegeven in de Iccat-overhevelingsaangifte en het eBCD, wordt het eBCD gewijzigd door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de overhevelende exploitant zodat het aantal overeenstemt met de bevindingen van de inspectie of het onderzoek.”. |
|
28) |
In hoofdstuk V, afdeling 7, worden de volgende artikelen ingevoegd: “Artikel 45 ter Algemene bepalingen 1. Elke kwekerijlidstaat benoemt één bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de coördinatie van het verzamelen en verifiëren van informatie over de kooiverrichtingen onder zijn jurisdictie, voor de controle van onder zijn jurisdictie op kwekerijen verrichte activiteiten, en voor de rapportage aan en de samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de vlaggen- en tonnaralidstaten en -CPC’s van de vaartuigen of tonnara’s die de gekooide tonijn hebben gevangen. 2. Alle activiteiten in verband met het bevissen en kweken van blauwvintonijn worden gecontroleerd volgens het op grond van artikel 14 ingediende monitorings-, controle- en inspectieplan. 3. De lidstaten die betrokken zijn bij kooiactiviteiten wisselen informatie uit en werken samen om ervoor te zorgen dat het aantal en het gewicht van voor het kooien bestemde blauwvintonijnen juist zijn en overeenstemmen met de door de kapitein van het ringzegenvaartuig of de exploitant van de tonnara gemelde vangsthoeveelheden en zijn aangegeven in de desbetreffende rubrieken van het eBCD. 4. De kwekerijlidstaten zien erop toe dat exploitanten van kwekerijen te allen tijde een nauwkeurig schematisch overzicht van hun kwekerijen bijhouden, met de in artikel 45 quater bedoelde unieke identificatienummers van alle kooien en de individuele plaats daarvan op de kwekerij. Dat overzicht moet te allen tijde kunnen worden ingezien voor controledoeleinden door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat en door de regionale Iccat-waarnemer die op de kwekerij is ingezet. Wijzigingen in het schematische overzicht moeten vooraf worden gemeld aan de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat. Het schematische overzicht wordt bijgewerkt telkens wanneer het nummer of de verdeling van de kweekkooien wordt gewijzigd. 5. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat bewaart alle informatie, documentatie en materiaal in verband met de kooiverrichtingen op onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen gedurende ten minste drie jaar, en bewaart de informatie zo lang als noodzakelijk voor handhavingsdoeleinden. Deze verplichting is van overeenkomstige toepassing op exploitanten van kwekerijen wat betreft kooiverrichtingen op hun kwekerij. Artikel 45 quater Uniek identificatienummer 1. Vóór aanvang van het visseizoen voor blauwvintonijn wijst de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een uniek en identificatienummer (“kooinummer”) toe aan elke kooi van de onder haar jurisdictie vallende kwekerijen, met inbegrip van de kooien die worden gebruikt om de vis naar de kwekerij te vervoeren. 2. De kooinummers worden toegekend aan de hand van een uniek nummeringsysteem dat bestaat uit ten minste de drielettercode van de kwekerijlidstaat gevolgd door drie cijfers. De kooinummers zijn permanent en kunnen niet de ene naar de andere kooi worden overgedragen. 3. De kooinummers worden door middel van een stempel of met verf aangebracht aan weerskanten van de ring op de kooi en boven de waterlijn, in een kleur die duidelijk afsteekt tegen de achtergrond waarop ze door middel van een stempel of met verf zijn aangebracht, en zijn te allen tijde zichtbaar en leesbaar voor controledoeleinden. De letters en nummers zijn ten minste 20 cm hoog met een lijndikte van ten minste 4 cm. 4. In afwijking van lid 3 zijn andere manieren om het kooinummer op de kooi aan te brengen toegestaan, mits zij dezelfde mate van zichtbaarheid, leesbaarheid en duurzaamheid garanderen. Artikel 45 quinquies Kooitoestemming 1. Voor elke kooiverrichting geldt de in de leden 2 tot en met 4 vastgelegde procedure. 2. De exploitant van de kwekerij vraagt de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat om toestemming om te kooien. De kooitoestemming bevat de volgende informatie:
3. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat brengt de informatie in lid 2 ter kennis van de relevante bevoegde autoriteiten van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaten of -CPC’s, en verzoekt om bevestiging dat toestemming kan worden verleend voor de kooiverrichting. 4. Binnen drie werkdagen delen de bevoegde autoriteiten van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaten, de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat of -CPC mee of de toestemming voor de betrokken kooiverrichting is verleend of geweigerd. In het geval van weigering vermeldt de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat de redenen voor de weigering. Een weigering gaat vergezeld van een bevel tot daaropvolgende vrijlating. 5. De kwekerijlidstaat verleent de kooitoestemming onmiddellijk na ontvangst van de bevestiging door de bevoegde autoriteit van de betrokken vangstvlaggen- of tonnaralidstaat of -CPC. Bij gebreke aan een dergelijke bevestiging verleent de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat geen toestemming om te kooien. 6. Er wordt geen toestemming voor kooiverrichtingen verleend indien de vis waarvoor kooitoestemming moet worden verleend niet wordt vergezeld door de volledige reeks informatie als vereist uit hoofde van lid 2. 7. Zolang de resultaten van het door de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat of -CPC uitgevoerde onderzoek als bedoeld in artikel 44 niet bekend zijn, wordt geen toestemming verleend voor de kooiverrichting en worden de desbetreffende rubrieken “vangstinformatie” en “handelsinformatie voor verhandeling van levende vis” van het eBCD niet gevalideerd. 8. Indien de kooitoestemming niet binnen één maand na het verzoek om toestemming van de exploitant van de kwekerij is verleend door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat of -CPC, gelast de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat de vrijlating van alle vis in de betrokken transportkooi, overeenkomstig bijlage XII. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat stelt de bevoegde autoriteit van de betrokken vangstvlaggen- of tonnaralidstaat of -CPC alsook het Iccat-secretariaat onverwijld in kennis van de vrijlating.” |
|
29) |
Artikel 46 wordt vervangen door: “Artikel 46 Weigering van een kooitoestemming 1. De bevoegde autoriteit van de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat verleent geen kooitoestemming indien zij van oordeel is dat:
2. Indien de voor het vangstvaartuig of de tonnara verantwoordelijke lidstaat de kooitoestemming weigert:
Artikel 46 bis Kooien 1. Bij aankomst van het sleepvaartuig in de nabijheid van de kwekerij ziet de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat erop toe dat dat sleepvaartuig op een afstand van ten minste één zeemijl blijft van alle voorzieningen van de kwekerij totdat de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat fysiek ter plaatse is. De positie en activiteit van dat sleepvaartuig worden te allen tijde gemonitord. 2. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat verleent geen toestemming om te beginnen met de kooiverrichting zonder de aanwezigheid van die autoriteit en de regionale Iccat-waarnemer of voordat de relevante rubrieken inzake vangstinformatie en handelsinformatie voor verhandeling van levende vis van het eBCD zijn ingevuld en gevalideerd door de bevoegde autoriteiten van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaten of -CPC’s. 3. Het is verboden transportkooien in de kwekerij als kweekkooien te verankeren zonder dat er vis wordt verplaatst om opnamen met stereoscopische camera’s mogelijk te maken. 4. Na overheveling van de blauwvintonijnen uit de sleepkooi naar de kweekkooi ziet de controleautoriteit van de kwekerijlidstaat erop toe dat de kweekkooien met de blauwvintonijnen te allen tijde verzegeld zijn. De verzegeling mag alleen worden opgeheven in de aanwezigheid van de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat en na diens toestemming. De controleautoriteit van de kwekerijlidstaat stelt protocollen vast voor het verzegelen van kweekkooien en zorgt ervoor dat gebruikgemaakt wordt van officiële zegels en dat die zegels zodanig worden aangebracht dat wordt voorkomen dat de deuren worden geopend zonder dat de zegels worden verbroken. 5. De kwekerijlidstaten zien erop toe dat de vangsten van blauwvintonijn in aparte kooien of reeksen kooien worden geplaatst en per vlaggenlidstaat of -CPC van oorsprong en vangstjaar worden gescheiden. Als de blauwvintonijn echter is gevangen in het kader van een gezamenlijke visserijactiviteit, worden de vangsten in aparte kooien of reeksen kooien geplaatst en per gezamenlijke visserijactiviteit en per vangstjaar gescheiden. 6. De vis wordt vóór 22 augustus van elk jaar gekooid, tenzij de bevoegde autoriteiten van de kwekerijlidstaat naar behoren gemotiveerde redenen, met inbegrip van overmacht, opgeven, die samen met het kooirapport worden ingediend. De vis wordt in geen geval gekooid na 7 september van elk jaar. Bovengenoemde termijnen gelden niet voor overhevelingen tussen kwekerijen.” |
|
30) |
Artikel 47 wordt vervangen door: “Artikel 47 Documentatie voor de vangst van blauwvintonijn Kwekerijlidstaten mogen geen toestemming geven voor het kooien van blauwvintonijn die niet vergezeld gaat van de door de Iccat voorgeschreven documenten in het kader van het vangstdocumentatieprogramma van Verordening (EU) 2023/2833 (*2). De documentatie is nauwkeurig en volledig, en wordt gevalideerd door de voor de vangstvaartuigen verantwoordelijke vlaggenlidstaat of -CPC of de voor de tonnara’s verantwoordelijke lidstaat of CPC. (*2) Verordening (EU) 2023/2833 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor blauwvintonijn (Thunnus thynnus) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 640/2010 (PB L, 2023/2833, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2833/oj).”." |
|
31) |
Artikel 48 wordt geschrapt. |
|
32) |
De artikelen 49 tot en met 52 worden vervangen door: “Artikel 49 Opnamen van de kooiverrichtingen met controlecamera’s en kooiverklaringen 1. Kwekerijlidstaten zorgen ervoor dat alle kooiverrichtingen door hun controleautoriteiten worden gemonitord met behulp van conventionele en stereoscopische camera’s. Voor elke kooiverrichting worden video-opnamen gemaakt overeenkomstig de in bijlage X vastgelegde minimumnormen voor video-opnameprocedures. 2. Indien de kwaliteit van de video-opnamen van de controlecamera aan de hand waarvan het aantal en/of het gewicht van de gekooide blauwvintonijnen wordt bepaald, niet voldoet aan de in bijlage X vastgelegde minimumnormen voor video-opnameprocedures, gelast de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een controlekooiing totdat het mogelijk is het aantal en/of het gewicht van de blauwvintonijnen vast te stellen. Voor de herhaling van de kooiverrichting hoeft geen nieuwe kooitoestemming te worden verleend. 3. In het geval van een controlekooiing ziet de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat erop toe dat de overhevelende kweekkooi wordt verzegeld en dat de kooi niet kan worden gemanipuleerd voorafgaand aan de nieuwe kooiverrichting. De bij de controlekooiing gebruikte ontvangende kweekkooien zijn leeg. 4. Bij de voltooiing van de kooiverrichting ziet de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat erop toe dat de regionale Iccat-waarnemer onmiddellijke toegang heeft tot alle video-opnames van de controlecamera en daar indien nodig een kopie van mag maken om de analyse op een later tijdstip of elders af te ronden. 5. Kwekerijlidstaten zien erop toe dat de exploitant van de kwekerij voor elke kooiverrichting binnen één week nadat de kooiverrichting heeft plaatsgevonden een Iccat-kooiverklaring indient, met gebruikmaking van het model in bijlage XIV. Artikel 50 Instelling en uitvoering van onderzoeken 1. Indien er voor één vangstverrichting een verschil is van meer dan 10 % tussen het aantal blauwvintonijnen dat volgens de mededeling van de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat overeenkomstig artikel 51, lid 3, wordt gekooid, en het in de Iccat-overhevelingsaangifte of het eBCD als gevangen en/of overgeheveld gemelde aantal, stelt de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat een onderzoek in om het juiste vangstgewicht te bepalen dat in mindering moet worden gebracht op het nationale quotum voor blauwvintonijn. 2. Ter ondersteuning van het in lid 1 bedoelde onderzoek verzoekt de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat om alle aanvullende informatie en de resultaten van de relevante analyse van de video-opnamen die is uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de vlaggen- en kwekerijlidstaat die betrokken waren bij het vervoer en de kooiverrichting in kwestie. 3. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, met inbegrip van de vlaggenlidstaten waarvan de vaartuigen betrokken waren bij het vervoer van de vis, werken actief samen, onder meer door de uitwisseling van alle informatie en documentatie waarover zij beschikken. 4. De bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat rondt het onderzoek binnen één maand na de mededeling van de kooiresultaten door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat af. 5. Indien er tussen het aantal blauwvintonijnen die als gevangen door het vaartuig of de tonnara zijn gerapporteerd, en de hoeveelheid die door de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat als resultaat van het onderzoek is vastgesteld, een verschil van 10 % of meer is, dan is er sprake van een mogelijk geval van niet-naleving door het betrokken vaartuig of de betrokken tonnara. 6. De in de leden 1 en 5 bedoelde foutmarge van 10 % wordt uitgedrukt als een percentage van de door de kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger of de exploitant van de tonnara of zijn vertegenwoordiger gemelde cijfers, en is van toepassing op het niveau van de individuele kooiverrichting. 7. De vangstvlaggen- of tonnaralidstaat bepaalt het gewicht van de blauwvintonijn dat in mindering moet worden gebracht op zijn nationale quotum voor blauwvintonijn, rekening houdende met de gekooide hoeveelheden, berekend overeenkomstig bijlage XI om ervoor te zorgen dat het gewicht bij het kooien wordt berekend op basis van de lengte-gewichtverhouding voor wilde vis en de gemelde sterfte, overeenkomstig bijlage XIII. 8. Indien uit het in lid 1 van dit artikel bedoelde onderzoek blijkt dat er exemplaren van blauwvintonijn verloren zijn gegaan zoals gedefinieerd in bijlage XIII, wordt het gewicht van de verloren vis afgetrokken van het quotum van de lidstaat overeenkomstig bijlage XIII, door het gemiddelde individuele gewicht bij het kooien dat door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat werd meegedeeld, toe te passen op het aantal blauwvintonijnen bij de vangst dat door de bevoegde autoriteit van de vlaggen- of tonnaralidstaat is bepaald op basis van haar analyse, in het kader van het onderzoek, van de video-opnamen van de eerste overheveling. 9. Niettegenstaande lid 8 kan de bevoegde autoriteit van de vlaggen- of tonnaralidstaat na raadpleging van de bij het vervoer van de vis naar de kwekerij van bestemming betrokken vlaggenlidstaat besluiten de vis waarvan in het onderzoek is vastgesteld dat deze verloren is gegaan niet aftrekken van het quotum van de lidstaat, indien de verliezen door de exploitant naar behoren zijn gedocumenteerd als “overmacht” (d.w.z., met foto’s van de beschadigde kooi, meteorologische rapporten), de relevante informatie onmiddellijk na het gebeurde is meegedeeld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de exploitant en de verliezen voor zover bekend niet tot sterfte hebben geleid. Artikel 51 Maatregelen en programma’s ter bepaling van het aantal en het gewicht van de blauwvintonijnen die worden gekooid 1. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat bepaalt het aantal en het gewicht van de blauwvintonijnen die worden gekooid door de door de exploitant van de kwekerij verstrekte video-opnamen van elke kooiverrichting te analyseren. De bevoegde autoriteiten van de kwekerijlidstaat voeren die analyse uit aan de hand van de in bijlage XI vastgelegde procedures. 2. Indien het verschil tussen het door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat bepaalde aantal of gewicht en de overeenkomstige in de Iccat-kooiverklaring gemelde cijfers meer dan 10 % bedraagt, stelt de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een onderzoek in om de redenen voor het verschil te achterhalen en past zij, indien nodig, het aantal en/of het gewicht van de gekooide blauwvintonijnen dienovereenkomstig aan. De foutmarge van 10 % wordt uitgedrukt als een percentage van de door de exploitant van de kwekerij gemelde cijfers. 3. Na de voltooiing van een kooiverrichting of, in het geval van een gezamenlijke visserijactiviteit of tonnara’s van een en dezelfde lidstaat, van de laatste kooiverrichting in verband met die gezamenlijke visserijactiviteit of die tonnara’s, deelt de kwekerijlidstaat de resultaten van het in bijlage XI bedoelde stereoscopische programma mee aan de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat of -CPC overeenkomstig bijlage XI, afdeling B, punt 2. 4. De kwekerijlidstaat deelt de resultaten van het in lid 3 bedoelde stereoscopische programma ook mee aan de entiteit die namens de Iccat het regionale Iccat-waarnemersprogramma uitvoert. 5. Het in lid 3 bedoelde stereoscopische programma wordt uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage XI vastgelegde procedures. Alternatieve methoden mogen enkel worden gebruikt indien zij door de Iccat tijdens zijn jaarlijkse vergadering zijn goedgekeurd. 6. Elke kwekerijlidstaat dient de procedures en resultaten in verband met het stereoscopische programma of de in lid 5 bedoelde alternatieve methoden uiterlijk op 30 september van elk jaar bij de Commissie in, zodat deze uiterlijk op 31 oktober van elk jaar kunnen worden doorgezonden naar het SCRS. 7. Alle blauwvintonijnen die sterven tijdens een kooiverrichting worden gerapporteerd door de exploitant van de kwekerij, overeenkomstig bijlage XIII. 8. De vangstvlaggen- of tonnaralidstaat vaardigt een vrijlatingsbevel uit, overeenkomstig de in bijlage XII vastgelegde voorwaarden, voor de gekooide hoeveelheden die de volgens de aangiften gevangen en overgehevelde hoeveelheden overschrijden, indien:
De vrijlating van de boventallige hoeveelheden blauwvintonijn wordt verricht in aanwezigheid van de controleautoriteiten. 9. De resultaten van het stereoscopische programma worden gebruikt om te beslissen of er vrijlatingen nodig zijn en de kooiverklaringen en de desbetreffende rubrieken van het BCD worden dienovereenkomstig ingevuld. Wanneer er een vrijlatingsbevel is uitgevaardigd, verzoekt de exploitant van de kwekerij om de aanwezigheid van een nationale controleautoriteit en een regionale Iccat-waarnemer om de vrijlating te monitoren. Artikel 52 Met kooiverrichtingen verband houdende vrijlatingen 1. Welke vis wordt vrijgelaten, wordt bepaald overeenkomstig bijlage XI, afdeling B, punt 3. 2. Indien het gewicht van de blauwvintonijn die wordt gekooid, groter is dan het gewicht dat als gevangen en/of overgeheveld is aangegeven, vaardigt de bevoegde autoriteit van de vangstvlaggen- of tonnaralidstaat een vrijlatingsbevel uit en deelt zij dit onverwijld mee aan de bevoegde autoriteit van de betrokken kwekerijlidstaat. Het vrijlatingsbevel wordt uitgevaardigd overeenkomstig bijlage XI, afdeling B, punt 3, rekening houdend met een mogelijke compensatie bij de gezamenlijke visactie of tonnara, overeenkomstig bijlage XI, afdeling B, punt 5. 3. De vrijlatingsverrichting wordt uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage XII vastgelegde protocol.” |
|
33) |
De artikelen 53 tot en met 55 worden geschrapt. |
|
34) |
De volgende afdelingen worden toegevoegd: “
Artikel 56 bis Oogsten 1. Verwerkingsvaartuigen die voornemens zijn activiteiten te verrichten op kwekerijen of bij tonnara’s zenden ten minste 48 uur voor de aankomst van het vaartuig in het gebied van de kwekerij of de tonnara een voorafgaande kennisgeving aan de kwekerij- en/of tonnaralidstaat. De voorafgaande kennisgeving omvat op zijn minst de datum en het geschatte tijdstip van aankomst en vermeldt of het verwerkingsvaartuig blauwvintonijn aan boord heeft, en indien dat het geval is, bijzonderheden over de lading, waaronder de hoeveelheden verwerkt gewicht en levend gewicht alsmede gegevens over de oorsprong van de blauwvintonijn aan boord (kwekerij of tonnara en lidstaat of CPC). 2. Voor alle oogstverrichtingen op kwekerijen of bij tonnara’s moet een machtiging worden afgegeven door de kwekerij- of tonnaralidstaat. Daartoe dient de exploitant van de kwekerij of tonnara die voornemens is blauwvintonijn te oogsten bij zijn lidstaat een verzoek in, met op zijn minst de volgende informatie:
3. Er wordt pas een machtiging voor oogstverrichtingen afgegeven wanneer de resultaten van het quotumgebruik overeenkomstig artikel 50, leden 7 tot en met 9, zijn bepaald, en de daarmee verband houdende vrijlatingen zijn uitgevoerd, met uitzondering van blauwvintonijnen die dreigen te sterven. 4. Er worden geen oogstverrichtingen uitgevoerd zonder de aanwezigheid van een nationale waarnemer in het geval van tonnara’s of een regionale Iccat-waarnemer in het geval van oogstverrichtingen in kwekerijen. Voor vis die wordt geleverd aan verwerkingsvaartuigen kan de nationale waarnemer of regionale Iccat-waarnemer zijn of haar taken in dit verband uitvoeren vanaf de verwerkingsvaartuigen. 5. De bevoegde autoriteiten van de kwekerij- of tonnaralidstaten verifiëren de resultaten van alle oogstverrichtingen op de kwekerijen en bij de tonnara’s onder hun jurisdictie en voeren kruiscontroles uit aan de hand van alle relevante informatie waarover zij beschikken. De bevoegde controleautoriteiten van de kwekerij- of tonnaralidstaten inspecteren alle oogstverrichtingen voor blauwvintonijn die bestemd is voor verwerkingsvaartuigen en een percentage van de overige oogstverrichtingen op basis van een risicoanalyse. 6. Wanneer de bestemming van de blauwvintonijn een verwerkingsvaartuig is, vult de kapitein van het verwerkingsvaartuig of de vertegenwoordiger van de kapitein een verwerkingsaangifte in. Wanneer de geoogste blauwvintonijn direct in de haven moet worden aangeland, vult de exploitant van de kwekerij of tonnara een oogstverklaring in. De verwerkingsaangifte en de oogstverklaring worden gevalideerd door de nationale waarnemer of de regionale Iccat-waarnemer die bij de oogstverrichting aanwezig is. 7. De verwerkingsaangifte en de oogstverklaring worden binnen 48 uur na de oogstverrichting via e-mail aan de bevoegde autoriteiten van de kwekerijlidstaat doorgezonden met gebruikmaking van het in bijlage XV ter vastgelegde model.
Artikel 56 ter Overhevelingen binnen kwekerijen 1. Er vinden geen overhevelingen binnen kwekerijen plaats zonder de machtiging en de aanwezigheid van de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat. Elke overheveling wordt geregistreerd met behulp van controlecamera’s om het aantal overgehevelde blauwvintonijnen te bevestigen. De video-opnamen moeten voldoen aan de in bijlage X vastgelegde minimumnormen voor video-opnameprocedures. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat monitort en controleert die overhevelingen en zorgt ervoor dat elke overheveling binnen kwekerijen in het eBCD-systeem wordt geregistreerd. 2. Niettegenstaande de definitie van “kooien” in artikel 5, punt 30, wordt het verplaatsen van blauwvintonijnen tussen twee verschillende locaties van dezelfde kwekerij (overheveling binnen kwekerijen) met behulp van een transportkooi niet als kooien beschouwd in de zin van afdeling 7. 3. Tijdens overhevelingen binnen kwekerijen kan de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat toestemming geven om vis met dezelfde vlag van oorsprong en van dezelfde gezamenlijke visserijactiviteit te groeperen, mits de traceerbaarheid en de toepasselijkheid van de groeisnelheden van het SCRS gewaarborgd zijn. 4. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat en de exploitant van de kwekerij bewaren de video-opnamen van overhevelingen binnen onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen gedurende ten minste drie jaar, en bewaren de informatie zo lang als noodzakelijk voor handhavingsdoeleinden. Artikel 56 quater Overdracht 1. Vóór aanvang van het volgende visseizoen voor ringzegenvaartuigen en tonnara’s voert de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een grondige beoordeling uit van de levende blauwvintonijn die is overgedragen op de onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen. Daartoe wordt de levende blauwvintonijn in kwestie overgeheveld naar lege kooien en gemonitord met behulp van controlecamera’s om het aantal en het gewicht van de overgehevelde blauwvintonijnen te bepalen. 2. In afwijking van lid 1 wordt de overdracht van blauwvintonijn uit jaren waarin en uit kooien waarvoor geen oogst plaatsvond jaarlijks gecontroleerd door toepassing van de in artikel 56 sexies vastgelegde procedure voor aselecte controles. 3. De overgedragen levende blauwvintonijn wordt op de kwekerij in aparte kooien of reeksen kooien geplaatst en op basis van de gezamenlijke visserijactiviteit of dezelfde tonnaralidstaat of -CPC van oorsprong en vangstjaar gescheiden. 4. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat ziet erop toe dat de video-opnamen van de controlecamera van de overhevelingen voor de beoordeling van overdrachten voldoen aan de relevante minimumnormen voor video-opnameprocedures zoals vastgelegd in bijlage X, en dat het aantal en het gewicht van de overgedragen blauwvintonijnen zijn vastgesteld overeenkomstig bijlage XI, afdeling A. 5. Totdat het SCRS een algoritme ontwikkelt om lengte om te zetten in gewicht voor gemeste of gekweekte vis of beide, wordt het gewicht van de overgedragen blauwvintonijnen bepaald aan de hand van de meest actuele tabellen met groeisnelheden van het SCRS. 6. Als het aantal blauwvintonijnen in de beoordeling van overdrachten verschilt van het verwachte aantal na de oogst, wordt door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een nader onderzoek ingesteld en wordt dit verschil geregistreerd in het eBCD-systeem. Indien er sprake is van een overschot gelast de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat de vrijlating van het overeenkomstige aantal blauwvintonijnen. De vrijlatingsverrichting wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage XII. Compensatie voor verschillen tussen kooien op dezelfde kwekerij is niet toegestaan. Er kan door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een foutmarge van ten hoogste 5 % worden toegestaan tussen het aantal blauwvintonijnen volgens de beoordeling van overdrachten en het verwachte aantal in de kooi. 7. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat bewaart de video-opnamen en alle relevante documentatie van beoordelingen van overdrachten binnen onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen gedurende ten minste drie jaar, en bewaart die informatie zo lang als noodzakelijk voor handhavingsdoeleinden. Artikel 56 quinquies Jaarlijkse overdrachtaangifte 1. De bevoegde autoriteiten van de kwekerijlidstaten vullen een jaarlijkse overdrachtaangifte in, die bij het herziene beheersplan voor de kweek wordt gevoegd, en zenden deze binnen tien dagen na afloop van de beoordeling van overdrachten toe aan de Commissie. Dergelijke aangifte omvat ten minste de volgende informatie:
De Commissie zendt de jaarlijkse overdrachtaangifte uiterlijk 15 dagen na afloop van de beoordeling van overdrachten door aan het Iccat-secretariaat. 2. Indien van toepassing wordt het stereoscopische-systeemrapport bij de jaarlijkse overdrachtaangifte gevoegd. Artikel 56 sexies Aselecte controles 1. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat voert aselecte controles uit op onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen. De minimale aselecte controles als bedoeld in lid 2 worden uitgevoerd op kwekerijen in de periode tussen de voltooiing van de kooiverrichtingen en de eerste kooiverrichting in het daaropvolgende jaar. Die controles omvatten de verplichte overheveling van alle blauwvintonijnen uit kweekkooien naar andere kweekkooien teneinde het aantal blauwvintonijnen te kunnen tellen met behulp van controlevideo-opnamen. 2. Elke kwekerijlidstaat bepaalt hoeveel aselecte controles er minimaal moeten worden uitgevoerd op elke onder zijn jurisdictie vallende kwekerij. Het aantal aselecte controles bestrijkt ten minste 10 % (zo nodig naar boven afgerond) van het aantal kooien op elke kwekerij na voltooiing van de kooiverrichtingen, waarbij ten minste één controle per kwekerij wordt uitgevoerd. De te controleren kooien worden geselecteerd op basis van de risicoanalyse. De planning van de uit te voeren aselecte controles is opgenomen in het in artikel 14 bedoelde monitorings-, controle- en inspectieplan van de lidstaat. 3. Hoewel dat niet verplicht is, kan de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat de betrokken kwekerijen ten hoogste twee kalenderdagen voorafgaand aan een aselecte controle in kennis stellen. In dat geval wordt pas bij aankomst op de betrokken kwekerij door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat aan de exploitant van de kwekerij meegedeeld welke kooien er geselecteerd zijn voor de controle. 4. De exploitanten van kwekerijen nemen alle passende maatregelen om de aselecte controle te faciliteren en zien er, indien er sprake is van voorafgaande kennisgeving, op toe dat alle middelen aanwezig zijn zodat de aselecte controles te allen tijde en in elke kooi op de kwekerij kunnen worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat. 5. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat streeft ernaar de periode tussen de opdracht voor de aselecte controles en de datum van de daadwerkelijke uitvoering van de controles zo kort mogelijk te houden. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat ziet erop toe dat alle nodige maatregelen worden genomen om te voorkomen dat de exploitant van de kwekerij de betrokken kooien kan manipuleren voordat de aselecte controle plaatsvindt. 6. Na de aselecte controle worden eventuele verschillen tussen het aantal blauwvintonijnen als bepaald tijdens de aselecte controles en het verwachte in de kooi aanwezige aantal nader onderzocht en geregistreerd in het eBCD-systeem. Indien er sprake is van een overschot, gelast de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat de vrijlating van het overeenkomstige aantal blauwvintonijnen. De vrijlatingsverrichting wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage XII. Compensatie voor onderlinge verschillen tussen kooien op dezelfde kwekerij is niet toegestaan. Er kan door de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat een foutmarge van 5 % worden toegestaan tussen het aantal blauwvintonijnen volgens controleoverheveling en het verwachte aantal exemplaren in de kooi. 7. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat bewaart alle video-opnamen van aselecte controles binnen onder zijn jurisdictie vallende kwekerijen gedurende ten minste drie jaar en bewaart die informatie zo lang als noodzakelijk voor handhavingsdoeleinden. 8. De resultaten van de aselecte controles worden door de Commissie meegedeeld aan het Iccat-secretariaat vóór aanvang van het nieuwe visseizoen voor ringzegenvaartuigen dat van toepassing is op elke lidstaat overeenkomstig artikel 17, waarna ze worden doorgezonden naar het nalevingscomité van de Iccat. Artikel 56 septies Overhevelingen tussen kwekerijen 1. De overheveling van levende blauwvintonijnen tussen twee verschillende kwekerijen vindt niet plaats zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van de kwekerijlidstaten in kwestie. 2. De overheveling uit de overhevelende kweekkooi naar de transportkooi voldoet aan de vereisten van afdeling 6, met inbegrip van een video-opname ter bevestiging van het aantal overgehevelde blauwvintonijnen, het invullen van een Iccat-overhevelingsaangifte en de verificatie van de verrichting door een regionale Iccat-waarnemer. 3. Niettegenstaande lid 2 is het in gevallen waarin een kweekkooi als geheel naar de kwekerij van bestemming moet worden verplaatst niet noodzakelijk om video-opnamen van de verrichting te maken en wordt de kooi verzegeld naar de kwekerij van bestemming vervoerd. 4. Op het kooien van de blauwvintonijn op de kwekerij van bestemming zijn de in artikel 46 bis, artikel 49 en artikel 51, leden 1, 2 en 7, vastgestelde vereisten voor kooiverrichtingen van toepassing, met inbegrip van een video-opname ter bevestiging van het aantal en het gewicht van de gekooide blauwvintonijnen en de verificatie van de verrichting door een regionale Iccat-waarnemer. Het gewicht van de gekooide blauwvintonijnen uit een andere kwekerij, wordt pas bepaald wanneer het SCRS een algoritme heeft ontwikkeld om lengte om te zetten in gewicht voor gemeste of gekweekte vis, of beide.”. |
|
35) |
Artikel 57 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
36) |
De titel van artikel 59 wordt vervangen door: “ Inspecties in geval van vermoede inbreuken ”. |
|
37) |
Artikel 61 wordt vervangen door: “Artikel 61 Handhaving Onverminderd de artikelen 89, 90 en 91 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, en met name de verplichting van de lidstaten om passende handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van een vissersvaartuig, neemt de kwekerijlidstaat passende handhavingsmaatregelen ten aanzien van een kwekerij, wanneer overeenkomstig het toepasselijke nationale recht is geconstateerd dat die kwekerij de artikelen 45 ter tot en met 52 van deze verordening niet naleeft. Afhankelijk van de ernst van de inbreuk en overeenkomstig het toepasselijke nationale recht kunnen die maatregelen de schorsing van de machtiging of de schrapping van de kwekerij van de nationale lijst met kwekerijen en/of het opleggen van boeten omvatten.”. |
|
38) |
In artikel 66 wordt lid 1 als volgt gewijzigd:
|
|
39) |
Bijlage VIII wordt vervangen door de tekst in bijlage IV bij deze verordening. |
|
40) |
Bijlage XIII wordt vervangen door de tekst in bijlage V bij deze verordening. |
|
41) |
De in bijlage VI bij deze verordening opgenomen tekst wordt als bijlagen XV bis en XV ter ingevoegd. |
Artikel 3
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg, 13 maart 2024.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
H. LAHBIB
(1) PB C 365 van 23.9.2022, blz. 55.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 6 februari 2024 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 26 februari 2024.
(3) Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2017 tot vaststelling van in het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat) geldende beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EG) nr. 1984/2003 en (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PB L 315 van 30.11.2017, blz. 1).
(4) Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833, en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627 (PB L 238 van 27.9.2023, blz. 1).
(5) Verordening (EU) 2023/2833 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van een vangstdocumentatieprogramma voor blauwvintonijn (Thunnus thynnus) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 640/2010 (PB L, 2023/2833, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2833/oj).
BIJLAGE I
“BIJLAGE I
Iccat-soorten
|
Familie |
Latijnse naam |
Nederlandse naam |
|
Scombridae |
Acanthocybium solandri |
Wahoo |
|
Allothunnus fallai |
Slanke tonijn |
|
|
Auxis rochei |
Kogeltonijn |
|
|
Auxis thazard |
Fregattonijn |
|
|
Euthynnus alletteratus |
Dwergtonijn |
|
|
Gasterochisma melampus |
Vlindertonijn |
|
|
Katsuwonus pelamis |
Gestreepte tonijn |
|
|
Orcynopsis unicolor |
Ongestreepte bonito |
|
|
Sarda sarda |
Atlantische boniter |
|
|
Scomberomorus brasiliensis |
Serra-koningsmakreel |
|
|
Scomberomorus cavalla |
Koningsmakreel |
|
|
Scomberomorus maculatus |
Gevlekte koningsmakreel |
|
|
Scomberomorus regalis |
Valse koningsmakreel |
|
|
Scomberomorus tritor |
Oost-Atlantische koningsmakreel |
|
|
Thunnus alalunga |
Witte tonijn |
|
|
Thunnus albacares |
Geelvintonijn |
|
|
Thunnus atlanticus |
Zwartvintonijn |
|
|
Thunnus maccoyii |
Zuidelijke blauwvintonijn |
|
|
Thunnus obesus |
Grootoogtonijn |
|
|
Thunnus thynnus |
Blauwvintonijn |
|
|
Istiophoridae |
Istiophorus albicans |
Atlantische zeilvis |
|
Makaira indica |
Zwarte marlijn |
|
|
Makaira nigricans |
Blauwe marlijn |
|
|
Tetrapturus albidus |
Witte marlijn |
|
|
Tetrapturus belone |
Speervis |
|
|
Tetrapturus georgii |
Degenspeervis |
|
|
Tetrapturus pfluegeri |
Langbekspeervis |
|
|
Xiphiidae |
Xiphias gladius |
Zwaardvis |
|
Alopiidae |
Alopias superciliosus |
Grootoogvoshaai |
|
Alopias vulpinus |
Voshaai |
|
|
Carcharhinidae |
Carcharhinus falciformis |
Zijdehaai |
|
Carcharhinus galapagensis |
Galapagoshaai |
|
|
Carcharhinus longimanus |
Oceanische witpunthaai |
|
|
Prionace glauca |
Blauwe haai |
|
|
Lamnidae |
Carcharodon carcharias |
Witte haai |
|
Isurus oxyrinchus |
Kortvinmakreelhaai |
|
|
Isurus paucus |
Langvinmakreelhaai |
|
|
Lamna nasus |
Haringhaai |
|
|
Sphyrnidae |
Sphyrna lewini |
Geschulpte hamerhaai |
|
Sphyrna mokarran |
Grote hamerhaai |
|
|
Sphyrna zygaena |
Gladde hamerhaai |
|
|
Rhincodontidae |
Rhincodon typus |
Walvishaai |
|
Pseudocarchariidae |
Pseudocarcharias kamoharai |
Krokodilhaai |
|
Cetorhinidae |
Cetorhinus maximus |
Reuzenhaai |
|
Dasyatidae |
Pteroplatytrygon violacea |
Pelagische pijlstaartrog |
|
Mobulidae |
Manta alfredi |
N.v.t. (1) |
|
Manta birostris |
Reuzenmanta |
|
|
Mobula hypostoma |
Atlantische duivelsrog |
|
|
Mobula japonica |
N.v.t. (1) |
|
|
Mobula mobular |
Duivelsrog |
|
|
Mobula tarapacana |
Sikkelvinduivelsrog |
|
|
Mobula thurstoni |
Gladstaartduivelsrog |
(1) Geen gewone naam beschikbaar.
BIJLAGE II
“BIJLAGE VI
Praktijken inzake voorzichtige behandeling en vrijlating van zeeschildpadden
A. Voorzichtige behandeling en vrijlating: ringzegens
|
1. |
Wanneer een zeeschildpad wordt opgemerkt in het net, wordt alles in het werk gesteld om het dier te redden voordat het in het net verstrikt raakt. |
|
2. |
Er worden geen zeeschildpadden uit het water gehesen met behulp van de vislijn waaraan een zeeschildpad is vastgehaakt of waarin deze verstrikt is geraakt. |
|
3. |
Als een zeeschildpad tijdens het inhalen van het net vast komt te zitten, wordt het inhalen gestaakt zodra de zeeschildpad boven water verschijnt; de schildpad wordt bevrijd zonder het dier te verwonden, waarna het inhalen van het net wordt hervat. |
|
4. |
Als een zeeschildpad, ondanks de genomen maatregelen, bij toeval aan boord van het vaartuig wordt gebracht en het dier in leven en actief, of dood, is, wordt het zo snel als praktisch gezien mogelijk vrijgelaten. |
|
5. |
Als een zeeschildpad aan boord van het vaartuig wordt gebracht en het dier in comateuze toestand verkeert of inactief is, wordt geprobeerd het te reanimeren overeenkomstig afdeling C. |
B. Voorzichtige behandeling en vrijlating: beugen
|
1. |
Wanneer dit praktisch uitvoerbaar is en indien de exploitant of bemanningsleden daartoe zijn opgeleid, worden comateuze zeeschildpadden onmiddellijk aan boord gebracht. |
|
2. |
Wanneer een zeeschildpad wordt waargenomen, mindert het vaartuig vaart, wordt de snelheid van de draadhaspel verlaagd en zet het vaartuig koers naar de zeeschildpad om zo de spanning op de lijn te verminderen. |
|
3. |
Er worden geen zeeschildpadden uit het water gehesen met behulp van de vislijn waaraan een zeeschildpad is vastgehaakt of waarin deze verstrikt is geraakt. |
|
4. |
Als een zeeschildpad te groot is of zo is vastgehaakt dat het dier niet veilig aan boord kan worden gebracht zonder verdere schade of letsel aan de zeeschildpad te veroorzaken, wordt de lijn doorgeknipt met een kniptang en wordt zoveel mogelijk lijn verwijderd voordat de zeeschildpad wordt teruggezet. |
|
5. |
Als tijdens het ophalen van het vistuig wordt vastgesteld dat een zeeschildpad is vastgehaakt of zich verstrikt heeft in beuglijnen, staakt de vaartuigexploitant het ophalen onmiddellijk totdat het dier is verwijderd van de beuglijnen of aan boord van het vaartuig is gebracht. |
|
6. |
Als de haak vastzit aan de buitenkant van het lichaam van de zeeschildpad of volledig zichtbaar is, wordt deze zo snel en voorzichtig mogelijk verwijderd. Als de haak niet kan worden verwijderd van de zeeschildpad (bv. omdat hij is ingeslikt of vastzit in het verhemelte), wordt de lijn zo dicht mogelijk bij de haak doorgesneden. |
|
7. |
Levende zeeschildpadden worden op de volgende manier teruggezet in zee:
|
|
8. |
Als de zeeschildpad die aan boord van het vaartuig wordt gebracht in comateuze toestand verkeert of inactief is, wordt geprobeerd het dier te reanimeren overeenkomstig afdeling C. |
C. Reanimatie van een zeeschildpad aan boord
|
1. |
Houd een zeeschildpad vast aan het schild en blijf uit de buurt van de kop, het gebied rond de nek en de zwempoten. |
|
2. |
Probeer vreemde voorwerpen, zoals stukken plastic of net, of vastzittende haken enz., zoveel mogelijk te verwijderen en/of los te maken van de zeeschildpad. |
|
3. |
Leg de zeeschildpad met zijn buikpantser (plastron) naar beneden op een meegevend oppervlak, zoals een autoband zonder rand, een bootkussen of een opgerold stuk touw, zodat het dier veilig afgeschermd, stabiel en met de goede kant naar boven ligt. Het meegevende oppervlak heeft hoofdzakelijk tot doel de zeeschildpad iets omhoog te brengen ten opzichte van het dek om te helpen het in bedwang te houden. Zorg dat het achterlijf van het dier gedurende 4 tot 24 uur ten minste 15 cm hoger ligt. De precieze hoogte is afhankelijk van de grootte van de schildpad; hoe groter de zeeschildpad, des te hoger moet het achterlijf liggen. Wieg de zeeschildpad van tijd tot tijd zachtjes van links naar rechts door het dier vast te houden bij de buitenrand van het rugschild (carapax) en eerst de ene kant ongeveer 8 cm op te tillen en vervolgens de andere kant. Raak af en toe voorzichtig het oog aan en knijp in de staart (reflextest) om te zien of er een reactie is. |
|
4. |
Zeeschildpadden die worden gereanimeerd, worden beschermd tegen zonlicht en nat of vochtig gehouden maar in geen geval in een bak met water geplaatst. Een zeeschildpad kan het beste vochtig worden gehouden door een in water gedrenkte handdoek over de kop, het rugschild en de zwempoten te leggen. |
|
5. |
Zeeschildpadden die weer bijkomen en actief worden, worden alleen aan de achtersteven vrijgelaten wanneer er geen vistuig in gebruik is (d.w.z. niet wordt uitgezet of ingehaald) en wanneer de aandrijving in de neutrale stand staat, in gebieden waar het niet waarschijnlijk is dat zij opnieuw zullen worden gevangen of zullen worden verwond door vaartuigen. |
|
6. |
Zeeschildpadden die niet op de reflextest reageren of zich niet binnen 4 uur (of tot 24 uur, indien mogelijk) bewegen, worden op dezelfde manier in het water teruggezet als energiek bewegende zeeschildpadden. |
BIJLAGE III
“BIJLAGE IX
Minimumnormen voor voorzichtige behandeling en terugzetting van Noord- en Zuid-Atlantische kortmakreelhaaien
In deze bijlage volgen de minimumnormen voor de voorzichtige behandeling van Noord- en Zuid-Atlantische kortvinmakreelhaaien, met specifieke aanbevelingen voor zowel de beug- als de ringzegenvisserij.
Die minimumnormen zijn passend voor de terugzetting van levende kortvinmakreelhaaien, hetzij op grond van terugzetbeleid, hetzij op vrijwillige basis. Die minimumnormen laten eventuele strengere veiligheidsvoorschriften bij nationale wetgeving onverlet.
|
1. |
Veiligheid voor alles: die minimumnormen moeten worden bezien in het licht van de veiligheid van en de praktische uitvoerbaarheid voor de bemanning. De veiligheid van de bemanning staat altijd voorop. De bemanningsleden dragen op zijn minst geschikte handschoenen en blijven uit de buurt van de bek van haaien. |
|
2. |
Opleiding: er is opleidingsmateriaal beschikbaar voor de lidstaten in de drie officiële talen van de Iccat. |
|
3. |
Methode van terugzetting: voor zover mogelijk blijven alle haaien die worden teruggezet te allen tijde in het water, tenzij het noodzakelijk is de haaien op te hijsen om de soort te identificeren. Hierbij wordt de lijn doorgesneden om de haai te bevrijden terwijl deze nog in het water ligt, met behulp van een betonschaar of instrumenten voor het verwijderen van haken om de haak zo mogelijk te verwijderen, of wordt de lijn zo dicht mogelijk bij de haak doorgesneden (zodat er zo weinig mogelijk lijn achterblijft). |
|
4. |
Wees voorbereid: gereedschap wordt van tevoren klaargelegd (bv. hijsbanden van zeildoek of hijsnetten, draagbaren of hefinrichtingen, grofmazige netten of rasters om luiken of opvangbakken in de ringzegenvisserij af te dekken en tangen met lange handvatten en onthakers in de beugvisserij enz., als vermeld in afdeling E). |
A. Algemene aanbevelingen voor alle visserijvormen
|
1. |
Indien dit de operationele veiligheid niet in gevaar brengt, wordt het vaartuig stilgelegd of wordt de snelheid ervan sterk verminderd. |
|
2. |
Wanneer de haai verstrikt is geraakt (in het net, de vislijn enz.), wordt het net of de lijn als de veiligheid dat toelaat voorzichtig van het dier losgesneden en wordt het zo snel mogelijk teruggezet zonder dat het nog ergens in verstrikt is. |
|
3. |
Probeer, voor zover mogelijk, de lengte van de haai te meten terwijl het dier zich in het water bevindt. |
|
4. |
Plaats een voorwerp, zoals een vis of een grote stok of houten balk, in de kaak om bijten te voorkomen. |
|
5. |
Als de haai om welke reden dan ook aan dek moet worden gebracht, wordt hij zo snel mogelijk in het water teruggezet om de overlevingskansen van het dier te vergroten en de risico’s voor de bemanning te verminderen. |
B. Praktijken inzake voorzichtige behandeling voor de beugvisserij
|
1. |
Breng de haai zo dicht mogelijk bij het vaartuig zonder dat er al te veel spanning komt te staan op de zijlijn om te voorkomen dat de haak, de gewichten en andere onderdelen met hoge snelheid op de vaartuigen en de bemanning af kunnen schieten wanneer de haak losschiet of de zijlijn breekt. |
|
2. |
Maak het uiteinde van de hoofdlijn van de beug veilig vast aan het schip zodat er geen in het water achterblijvend vistuig aan de lijn en het dier trekt. |
|
3. |
Gebruik een onthaker of betonschaar met lange handvatten om de weerhaak en vervolgens de haak zelf te verwijderen als de haak in het lichaam of de bek zit en zichtbaar is. |
|
4. |
Snijd de onderlijn (of sneu, bijlijn) zo dicht mogelijk bij de haak door (laat bij voorkeur zo weinig mogelijk materiaal van de lijn en/of bijlijn zitten en zorg ervoor dat er geen gewicht aan de haai blijft hangen) als de haak niet kan worden verwijderd of niet zichtbaar is. |
C. Praktijken inzake voorzichtige behandeling voor de ringzegenvisserij
|
1. |
In een ringzegen: controleer het net zo ver mogelijk van tevoren op haaien om snel te kunnen reageren. Voorkom dat haaien worden opgehesen in het net in de richting van de lier. Minder vaart om de spanning op het net te verminderen zodat de verstrikte haai uit het net kan worden verwijderd. Gebruik zo nodig een kniptang om het net door te knippen. |
|
2. |
In een schepnet of aan dek: gebruik een speciaal voor dat doel gemaakt grofmazig vrachtnet of een hijsband van zeildoek of een soortgelijk hulpmiddel. Als de indeling van het vaartuig dat toelaat, kunnen de haaien ook worden teruggezet door het schepnet direct te legen in een opvangbak met een onder een hoek geplaatste hellingbaan die is verbonden met een opening in de reling van het bovendek, zonder dat de haaien door de bemanning hoeven te worden opgetild, opgehesen of aangeraakt. |
D. Specifieke aanbevelingen en praktijken inzake voorzichtige behandeling voor alle visserijvormen
|
1. |
Til of hijs haaien, met name als ze zijn vastgehaakt, voor zover mogelijk, niet uit het water met behulp van de bijlijn, tenzij het noodzakelijk is de haaien op te tillen of te hijsen om de soort te identificeren. |
|
2. |
Til of hijs haaien niet op met behulp van dunne draden of kabels, of alleen aan de staart. |
|
3. |
Schuur een haai niet langs een oppervlak, bijvoorbeeld om het dier van de lijn te verwijderen. |
|
4. |
Probeer een haak die is ingeslikt en niet zichtbaar is niet los te maken. |
|
5. |
Probeer een haak niet te verwijderen door hard aan de bijlijn te trekken. |
|
6. |
Snijd de staart of enig ander lichaamsdeel niet af. |
|
7. |
Snijd niet in de haai en doorboor het dier niet. |
|
8. |
Sla de haai niet aan een bootshaak, schop het dier niet en steek geen hand in de kieuwspleten. |
|
9. |
Laat de haai niet gedurende langere tijd in de zon liggen. |
|
10. |
Wikkel de lijn niet om uw vingers, handen of armen wanneer u een haai aan boord brengt (dit kan tot ernstige verwondingen leiden). |
E. Nuttige hulpmiddelen voor voorzichtige behandeling en terugzetting:
|
a) |
handschoenen (de huid van een haai is ruw — hiermee wordt de voorzichtige behandeling van de haai gewaarborgd en worden de handen van bemanningsleden beschermd tegen bijten); |
|
b) |
handdoek of stuk doek (een in zeewater gedrenkte handdoek of stuk doek kan over de ogen van de haai worden gelegd om het dier te kalmeren); |
|
c) |
instrumenten voor het verwijderen van haken (bv. onthaker met krulletje aan het eind (“varkensstaart”), betonschaar of snijtang); |
|
d) |
haaientuig of draagbaar (indien nodig); |
|
e) |
staartlijn (om een vastgehaakte haai mee vast te maken als deze uit het water moet worden gehaald); |
|
f) |
zoutwaterslang (als verwacht wordt dat het langer dan vijf minuten zal duren voordat een haai wordt teruggezet, plaatst u de slang in de bek van het dier zodat daar rustig zeewater in stroomt — laat de dekpomp verscheidene minuten lopen voordat u de slang in de bek van de haai steekt); |
|
g) |
meetinstrument of -methode (bv. een stok, bijlijn en drijver met markeringen, of een meetlint); |
|
h) |
gegevensblad voor het registreren van alle vangsten; |
|
i) |
markeringstuig (indien van toepassing). |
BIJLAGE X
Richtsnoeren voor het verminderen van de ecologische impact van FAD’s in Iccat-visserijen
1.
De oppervlaktestructuur van de FAD is onbedekt, of indien bedekt, uitsluitend met materiaal dat een minimaal risico van verstrikking van bijvangstsoorten met zich meebrengt.
2.
De onderwateronderdelen van de FAD zijn uitsluitend vervaardigd van niet-verstrikkend materiaal (bv. touwen of zeildoek).
3.
Bij het ontwerpen van FAD’s wordt voorrang gegeven aan biologisch afbreekbare materialen.
BIJLAGE IV
“BIJLAGE VIII
Waarnemersprogramma’s
I. Nationaal waarnemersprogramma
|
1. |
De nationale waarnemers hebben als algemene taak toe te zien op de naleving van deze verordening door vissersvaartuigen en tonnara’s. |
|
2. |
Bij inzet aan boord van een vangstvaartuig registreren de nationale waarnemers de visserijactiviteit en rapporteren daarover, met name het volgende:
|
|
3. |
Nationale waarnemers, bij inzet op een sleepvaartuig:
|
|
4. |
Nationale waarnemers, bij inzet op een tonnara:
|
|
5. |
De nationale waarnemer verricht ook wetenschappelijk werk, zoals het vergaren van alle door de Commissie verlangde gegevens, op basis van aanbevelingen van het SCRS. |
II. Regionaal Iccat-waarnemersprogramma
|
1. |
Elke lidstaat verplicht de exploitanten van kwekerijen en tonnara’s en de kapiteins, of hun vertegenwoordigers, van ringzegenvaartuigen, die onder de jurisdictie van die lidstaat vallen om een regionale Iccat-waarnemer als vastgesteld in artikel 39 in te zetten. |
|
2. |
De regionale Iccat-waarnemers worden vóór 1 april of zo spoedig mogelijk elk jaar benoemd en worden ingezet in kwekerijen, op tonnara’s en aan boord van ringzegenvaartuigen die de vlag voeren van lidstaten die het regionale Iccat-waarnemersprogramma uitvoeren. Voor elke waarnemer wordt een kaart voor regionale Iccat-waarnemers afgegeven. |
|
3. |
De twee betrokken partijen ondertekenen een contract met daarin de wederzijdse rechten en plichten van de regionale Iccat-waarnemer en de kapitein van het vissersvaartuig of de exploitant van de kwekerij of tonnara. |
|
4. |
Er wordt een handboek voor het Iccat-waarnemersprogramma opgesteld. |
A. Kwalificaties van regionale Icca-waarnemers
Voor de uitvoering van hun taken beschikken de regionale Iccat-waarnemers over de volgende kwalificaties:
|
a) |
voldoende ervaring met het identificeren van soorten en vistuig; |
|
b) |
voldoende kennis van de instandhoudings- en beheersmaatregelen en van de opleidingsrichtsnoeren van de Iccat; |
|
c) |
in staat zijn tot accurate waarneming en registratie; |
|
d) |
in staat zijn om video-opnamen te analyseren; |
|
e) |
voor zover mogelijk, voldoende kennis van de taal van de vlaggen-, kwekerij- of tonnaralidstaat of -CPC waar zij hun taken uitvoeren. |
B. De plichten van regionale Iccat-waarnemers
|
1. |
Regionale Iccat-waarnemers:
|
|
2. |
De regionale Iccat-waarnemers behandelen alle informatie over de visserijactiviteiten en de overhevelingsverrichtingen van de ringzegenvaartuigen, kwekerijen en tonnara’s op vertrouwelijke wijze, en zij gaan die verbintenis schriftelijk aan als voorwaarde voor hun aanstelling als regionaal Iccat-waarnemer. |
|
3. |
De regionale Iccat-waarnemers voldoen aan de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de vlaggenlidstaat of -CPC of de kwekerijlidstaat of -CPC met jurisdictie over het vaartuig of de kwekerij of tonnara waaraan de regionale Iccat-waarnemers zijn toegewezen. |
|
4. |
De regionale Iccat-waarnemers eerbiedigen de hiërarchische verhoudingen en algemene gedragsregels die gelden voor alle personeel van vaartuigen, kwekerijen en tonnara’s, tenzij die regels de uitoefening van de taken van de regionale Iccat-waarnemers in het kader van dit programma in de weg staan en tenzij ze in strijd zijn met de in deze bijlage bepaalde verplichtingen van het personeel van vaartuigen, kwekerijen en tonnara’s. |
C. Taken van de regionale Iccat-waarnemers
|
1. |
De taken van de regionale Iccat-waarnemers behelzen met name het volgende:
|
D. Verplichtingen van de vlaggen-, kwekerij- en tonnaralidstaten
|
1. |
De vlaggen-, kwekerij- en tonnaralidstaten zorgen er met name voor dat de regionale Iccat-waarnemer:
|
|
2. |
De vlaggen-, kwekerij- en tonnaralidstaten waarborgen dat kapiteins, bemanningsleden en eigenaren van vaartuigen, kwekerijen en tonnara’s de regionale Iccat-waarnemers bij het uitoefenen van hun taken niet hinderen, intimideren, in de weg staan, beïnvloeden, en hen niet omkopen of proberen om te kopen. |
|
3. |
De vlaggen-, kwekerij- of tonnaralidstaten ontvangen kopieën van alle ruwe gegevens, samenvattingen en verslagen met betrekking tot de visreis, op een wijze die in overeenstemming is met de toepasselijke vereisten inzake de vertrouwelijkheid van gegevens. De verslagen van de regionale Iccat-waarnemers worden ingediend bij het nalevingscomité en het SCRS. |
|
4. |
De bevoegde autoriteiten van de vlaggen-, kwekerij- of tonnaralidstaat waar de regionale Iccat-waarnemer zijn/haar diensten verleent, kunnen vragen om vervanging van de waarnemer indien zij over bewijzen beschikken dat die waarnemer de verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet nakomt, of de taken uit hoofde van deze verordening niet naar behoren uitvoert. Dergelijke gevallen worden aan panel 2 gemeld. |
E. Vergoedingen en organisatie
|
1. |
De uitvoeringskosten van het regionale Iccat-waarnemersprogramma worden gefinancierd door de kwekerij- en tonnara-exploitanten en de ringzegenvaartuigeigenaren. De vergoeding wordt berekend op basis van de totale kosten van het programma en overgemaakt naar een rekening van het Iccat-secretariaat specifiek voor de uitvoering van het regionale Iccat-waarnemersprogramma. |
|
2. |
Aan vaartuigen, kwekerijen en tonnara’s waarvoor de in deze bijlage voorgeschreven vergoedingen niet zijn betaald, wordt geen regionale Iccat-waarnemer toegewezen. |
BIJLAGE V
“BIJLAGE XIII
Behandeling van dode of verloren vis
A. Register van dode of verloren blauwvintonijn
|
1. |
Het aantal blauwvintonijnen dat sterft tijdens verrichtingen die onder deze verordening vallen, wordt voor overhevelingsverrichtingen en het bijbehorende vervoer gerapporteerd door de overhevelende exploitant, en door de exploitant van de kwekerij voor kooiverrichtingen en kweekactiviteiten, en wordt in mindering gebracht op het desbetreffende quotum van de betrokken lidstaat. |
|
2. |
Voor de toepassing van deze bijlage betekent “verloren vis” het aantal ontbrekende blauwvintonijnen dat na vaststelling van eventuele verschillen tijdens het in artikel 50 van deze verordening bedoelde onderzoek, niet gerechtvaardigd is als sterfte. |
B. Behandeling van vis die sterft tijdens de vangst en eerste overheveling
|
1. |
De blauwvintonijnen die tijdens de vangst en de eerste overheveling uit een ringzegenvaartuig of een tonnara sterven, worden geregistreerd in het logboek van het ringzegenvaartuig of in de dagelijkse vangstaangifte van de tonnara en gerapporteerd op de Iccat-overhevelingsaangiften en onder rubriek 4 (Overhevelingsinformatie) van het eBCD. |
|
2. |
Het eBCD wordt verstrekt aan de kapitein van het sleepvaartuig, met de rubrieken 2 (Vangstinformatie), 3 (Handelsinformatie), 4 (Overhevelingsinformatie) en de subrubrieken daarvan over “dode vis”, reeds ingevuld. |
|
3. |
In rubriek 2 (Vangstinformatie) van het eBCD wordt het volledige aantal gevangen blauwvintonijnen weergegeven. De volledige in rubriek 3 (Handelsinformatie) en rubriek 4 (Overhevelingsinformatie) van het eBCD vermelde aantallen (met inbegrip van die in de subrubrieken betreffende “dode vis”), zijn gelijk aan de in rubriek 2 (Vangstinformatie) vermelde aantallen, na aftrek van alle geconstateerde sterftegevallen tussen de vangst en het einde van de overheveling. |
|
4. |
Het eBCD gaat vergezeld van de Iccat-overhevelingsaangifte overeenkomstig deze verordening. |
|
5. |
Een kopie van het eBCD met ingevulde rubriek 8 (Handelsinformatie) wordt overhandigd en toegezonden aan de kapitein van het hulpvaartuig dat de dode blauwvintonijn naar de kust vervoert (of aan boord van het vangstvaartuig of de tonnara gehouden in geval van rechtstreekse aanlanding aan de kust). Er wordt een kopie van de Iccat-overhevelingsaangifte bij die dode vissen en die kopie van het eBCD gevoegd. |
|
6. |
De hoeveelheden dode vis worden geregistreerd in het eBCD van het vangstvaartuig dat de vangst heeft verricht of, in geval van gezamenlijke visacties, in het eBCD van ofwel de deelnemende vangstvaartuigen ofwel een onder een andere vlag varend vaartuig dat aan de gezamenlijke visactie deelneemt. |
C. Behandeling van vis die sterft of verloren gaat bij verdere overhevelingen en vervoer
|
1. |
Kapiteins van sleepvaartuigen melden aan de hand van het model in afdeling F het volledige aantal tijdens het vervoer gestorven blauwvintonijnen. Telkens wanneer er dode of verloren vis wordt geconstateerd, vult de kapitein van het sleepvaartuig een afzonderlijke regel in. |
|
2. |
In geval van verdere overhevelingen verstrekt de kapitein van het overhevelende sleepvaartuig het origineel van het verslag aan de kapitein van het ontvangende sleepvaartuig, en bewaart de kapitein van het overhevelende sleepvaartuig voor de duur van de campagne een kopie aan boord. |
|
3. |
De kapitein van het sleepvaartuig verstrekt bij aankomst van een transportkooi op de kwekerij van bestemming de volledige reeks meldingen van dode vis aan de bevoegde autoriteit van de voor de kwekerij verantwoordelijke lidstaat of CPC, met gebruikmaking van het model in afdeling F. |
|
4. |
Met het oog op het door de vlaggen- of tonnaralidstaat te bepalen quotumgebruik wordt het gewicht van de tijdens het vervoer gestorven of verloren gegane vis als volgt beoordeeld:
|
D. Behandeling van vis die sterft tijdens het kooien
De exploitant van de kwekerij vermeldt in de kooiverklaring de tijdens het kooien gestorven vis. De bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat ziet erop toe dat het aantal en het gewicht van de tijdens het kooien gestorven blauwvintonijnen worden gerapporteerd in de desbetreffende subrubriek van rubriek 6 (Kwekerij-informatie) van het eBCD.
E. Behandeling van vis die sterft of verloren gaat bij de kweekactiviteiten
Dode of verloren vis in kwekerijen of uit kwekerijen verdwenen vis, met inbegrip van naar verluidt gestolen of ontsnapte vis, wordt door de exploitant van de kwekerij onmiddellijk na ontdekking van de dode of verloren vis gemeld aan de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat. Het verslag van de kwekerij-exploitant gaat vergezeld van de nodige bewijsstukken (bv. een juridische klacht over de gestolen vis, schademelding in geval van beschadiging van de kooi). Na ontvangst van het verslag brengt de bevoegde autoriteit van de kwekerijlidstaat de nodige wijzigingen aan of annuleert deze het desbetreffende eBCD (na de noodzakelijke handelingen in het eBCD-systeem).
F. Rapportagemodel
|
Melding van vis die sterft bij verdere overheveling en versleping |
||
|
Sleepvaartuig |
Naam |
|
|
Iccat-nummer en vlag |
|
|
|
ITD-nr. en kooinr. |
|
|
|
Naam van de kapitein |
|
|
|
Vangstvaartuig(en)/tonnara |
Naam van het/de vaartuig(en)/de tonnara’s |
|
|
Iccat-nummer en nr. gezamenlijke visactie |
|
|
|
eBCD-nummer(s) |
|
|
|
Vorig sleepvaartuig (indien van toepassing) |
Naam |
|
|
Iccat-nummer en vlag |
|
|
|
ITD-nr. en kooinr. |
|
|
|
Totaal aantal gerapporteerde blauwvintonijnen dood (*1) |
|
|
|
Kwekerij van bestemming |
CPC/Naam/Iccat-nr. |
|
|
Datum |
Aantal dode blauwvintonijnen |
Handtekening van de kapitein |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL |
|
|
(*1) In geval van verdere overhevelingen verstrekt de kapitein van het overhevelende sleepvaartuig het origineel van het sterfterapport aan de kapitein van het ontvangende sleepvaartuig.
BIJLAGE VI
“BIJLAGE XV bis
Procedure voor het verzegelen van transportkooien
1.
Voordat waarnemers op een ringzegenvaartuig, een tonnara of een sleepvaartuig worden ingezet, verstrekken de entiteit die het regionale waarnemersprogramma van de Iccat uitvoeren en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat ten minste 25 Iccat-zegels aan elke regionale Iccat-waarnemer en elke nationale waarnemer die onder hun respectieve verantwoordelijkheid vallen en houden een register bij van de verstrekte en gebruikte zegels.
2.
De overhevelende exploitant is verantwoordelijk voor het verzegelen van de kooien. Hiertoe worden ten minste drie zegels zodanig op elke kooideur aangebracht dat de deuren niet kunnen worden geopend zonder de zegels te verbreken.
3.
De overhevelende exploitant maakt een video-opname van de verzegeling en zorgt ervoor dat de zegels correct kunnen worden geïdentificeerd en dat kan worden nagegaan of ze correct zijn aangebracht. De video-opname voldoet aan de minimumnormen voor video-opnameprocedures van bijlage X. De betrokken video-opname vergezelt de vis naar de kwekerij van bestemming. Een kopie van de opname wordt bewaard aan boord van de overhevelende vaartuigen of bij de tonnara’s, en is te allen tijde gedurende het visseizoen toegankelijk voor controledoeleinden. Een kopie van de videobeelden wordt ter beschikking gesteld aan de regionale Iccat-waarnemer aan boord van het ringzegenvaartuig of bij de tonnara, of aan de nationale waarnemer op het ontvangende sleepvaartuig, zodat deze kan worden doorgezonden naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat of CPC, of de regionale Iccat-waarnemer die bij de daaropvolgende controleoverheveling aanwezig is.
4.
De video-opnamen van de daaropvolgende controleoverheveling omvatten het verzegelen, waarbij zodanig te werk wordt gegaan dat de zegels kunnen worden geïdentificeerd en kan worden geverifieerd dat er niet met de zegels is geknoeid.
BIJLAGE XV ter
Model voor de verwerkingsaangifte en de oogstverklaring
|
Verwerking/Oogst (omcirkel wat van toepassing is) |
|
Oogstdatum (dd.mm.jjjj):// |
|
Kwekerij/Tonnara (omcirkel wat van toepassing is) |
|
Kooinummer(s): |
|
Aantal geoogste exemplaren: |
|
Levend gewicht in kg van de geoogste blauwvintonijn: |
|
Verwerkt gewicht in kg van de geoogste blauwvintonijn: |
|
eBCD-nummer(s) van de geoogste blauwvintonijn: |
|
Bijzonderheden over bij de activiteiten betrokken hulpvaartuigen: Naam: Vlag: Iccat-registratienr.: |
|
Bestemming van de geoogste tonijn (uitvoer, lokale markt, andere) (omcirkelen) Indien andere, gelieve te specificeren: |
|
Validering door de nationale waarnemer of de regionale Iccat-waarnemer, naargelang het geval: Naam van de waarnemer: Iccat-nr.: Handtekening: |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/897/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)