«Internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten – CITES – Verordening (EG) nr. 338/97 – Artikelen 2, sub w, en 8, lid 3 – Begrip bewerkt specimen – Opgezet dier – Begrip specimen dat meer dan 50 jaar geleden is verkregen – Wijze van verkrijging – Ontheffing – Verordening (EG) nr. 1808/2001 – Artikelen 29 en 32»
|
I - 0000 | |||
|
I - 0000 | |||
(Verordening nr. 338/97 van de Raad, art. 2, sub w, en 8, lid 3, sub b)
(Verordening nr. 338/97 van de Raad)
(Verordening nr. 338/97 van de Raad, art. 8, lid 3, sub b)
(Verordening nr. 338/97 van de Raad, art. 8, lid 3, sub b; verordening nr. 1808/2001 van de Commissie, art. 32, tweede alinea)
ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer)
23 oktober 2003 (1)
„Internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten – CITES-overeenkomst – Verordening (EG) nr. 338/97 – Artikelen 2, sub w, en 8, lid 3 – Begrip bewerkt specimen – Opgezet dier – Begrip specimen dat meer dan 50 jaar geleden is verkregen – Wijze van verkrijging – Ontheffing – Verordening (EG) nr. 1808/2001 – Artikelen 29 en 32”
In zaak C-154/02, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG-Verdrag van het Hässleholms tingsrätt (Zweden), in de aldaar dienende strafzaak tegen Jan Nilsson , om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PB 1997, L 61, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie van 18 november 1997 (PB L 325, blz. 1) en bij verordening (EG) nr. 1808/2001 van de Commissie van 30 augustus 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 338/97 (PB L 250, blz. 1),wijstHET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),,
gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 15 mei 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),
uitspraak doende op de door het Hässleholms tingsrätt bij beschikking van 22 april 2002 gestelde vragen, verklaart voor recht:|
Puissochet |
Gulmann |
Macken |
|
Colneric |
Cunha Rodrigues |
|
|
De griffier |
De president |
|
R. Grass |
V. Skouris |