<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><JUDGMENT xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.JUDGMENT><REF.CASE FILE="ECRCJ2003NLC.1001273301.case.xml"><NO.CASE>C-154/02</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62002J0154</NO.CELEX><NO.SEQ>0022.0002</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>12753</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>12774</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>22</PAGE.TOTAL><AUTHOR>CJ</AUTHOR></BIB.JUDGMENT><CURR.TITLE><LEFT>ARREST VAN <DATE ISO="20031023">23. 10. 2003</DATE> — ZAAK C-154/02</LEFT><RIGHT>NILSSON</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Arrest van het Hof</HT> (Zesde kamer)</P><P><DATE ISO="20031023">23 oktober 2003</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Zweeds.</P></NOTE></P></TI></TITLE><JUDGMENT.INIT><P>In zaak C-154/02,</P><P>betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG-Verdrag van het Hässleholms tingsrätt (Zweden), in de aldaar dienende strafzaak tegen</P></JUDGMENT.INIT><PARTIES><DEFENDANTS><P>Jan Nilsson,</P></DEFENDANTS></PARTIES><P>om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van <DATE ISO="19961209">9 december 1996</DATE> inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="061" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="1">PB 1997, L 61, blz. 1</REF.DOC.OJ>), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie van <DATE ISO="19971118">18 november 1997</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="325" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="1">PB L 325, blz. 1</REF.DOC.OJ>) en bij verordening (EG) nr. 1808/2001 van de Commissie van <DATE ISO="20010830">30 augustus 2001</DATE> houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 338/97 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="250" DATE.PUB="2001" PAGE.FIRST="1">PB L 250, blz. 1</REF.DOC.OJ>),</P><?PAGE NO="I-12754"?><P>wijst</P><PREAMBLE><PREAMBLE.INIT><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),</P><P>samengesteld als volgt: J.-P. Puissochet, kamerpresident, C. Gulmann, F. Macken, N. Colneric (rapporteur) en J. N. Cunha Rodrigues, rechters,</P><P>advocaatgeneraal: C. Stix-Hackl,</P><P>griffier: R. Grass,</P></PREAMBLE.INIT><GR.CONSID><CONSID><P>gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:</P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door I. M. Braguglia als gemachtigde, bijgestaan door M. Fiorilli, avvocato dello Stato,</P></ITEM><ITEM><P>de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door L. Ström als gemachtigde,</P></ITEM></LIST></CONSID></GR.CONSID><GR.VISA><VISA>gezien het rapport van de rechterrapporteur,</VISA><VISA>gehoord de conclusie van de advocaatgeneraal ter terechtzitting van <DATE ISO="20030515">15 mei 2003</DATE>,</VISA></GR.VISA><?PAGE NO="I-12755"?><PREAMBLE.FINAL><P>het navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE><CONTENTS.JUDGMENT><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Arrest</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij beschikking van <DATE ISO="20020422">22 april 2002</DATE>, ingekomen bij het Hof op <DATE ISO="20020429">29 april</DATE> daaraanvolgend, heeft het Hässleholms tingsrätt krachtens artikel 234 EG vier prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van <DATE ISO="19961209">9 december 1996</DATE> inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="061" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="1">PB 1997, L 61, blz. 1</REF.DOC.OJ>), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie van <DATE ISO="19971118">18 november 1997</DATE> (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="325" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="1">PB L 325, blz. 1</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>verordening nr. 338/97<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>) en bij verordening (EG) nr. 1808/2001 van de Commissie van <DATE ISO="20010830">30 augustus 2001</DATE> houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 338/97 (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="250" DATE.PUB="2001" PAGE.FIRST="1">PB L 250, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Deze vragen zijn gerezen in een strafprocedure tegen J. Nilsson wegens inbreuken die hij zou hebben gepleegd op de Lag om åtgärder beträffande djur och växter som tillhör skyddade arter (wet houdende maatregelen inzake beschermde dier- en plantensoorten, SFS 1994:1818; hierna: <QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>wet van 1994<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/>).</TXT></NP><?PAGE NO="I-12756"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Toepasselijke bepalingen</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Internationaal recht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Ter bescherming van bepaalde in het wild levende dier- en plantensoorten is op <DATE ISO="19730303">3 maart 1973</DATE> de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (hierna: <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>CITES-overeenkomst<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/>) ondertekend. Bij deze overeenkomst zijn een aantal beperkingen en controles in de internationale handel in deze soorten ingevoerd.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Bij de CITES-overeenkomst zijn verschillende bijlagen gevoegd. In bijlage I zijn alle met uitsterven bedreigde soorten opgenomen die onder de strengste beschermingsregeling dienen te vallen.</TXT></NP><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Het begrip <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>exemplaar<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/> of <QUOT.START ID="QS0005" REF.END="QE0005" CODE="201E"/>specimen<QUOT.END ID="QE0005" REF.START="QS0005" CODE="201D"/> is gedefinieerd in artikel I van de CITES-overeenkomst, dat luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0006" REF.END="QE0006" CODE="201E"/>Voor de toepassing van deze overeenkomst betekent, tenzij uit het zinsverband duidelijk anders blijkt:</P><P>[...]</P><?PAGE NO="I-12757"?><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT><QUOT.START ID="QS0007" REF.END="QE0007" CODE="201A"/>specimen<QUOT.END ID="QE0007" REF.START="QS0007" CODE="2019"/>:</TXT><P><LIST TYPE="roman"><ITEM><NP><NO.P>i)</NO.P><TXT>elk dier of elke plant, levend of dood;</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>ii)</NO.P><TXT>in geval van een dier: ten aanzien van de in de bijlagen I en II opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van een dier of elk daaruit verkregen product, en ten aanzien van de in bijlage III opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van een dier of elk daaruit verkregen product dat in deze bijlage is genoemd;</TXT></NP></ITEM></LIST></P></NP></ITEM></LIST><P>[...]<QUOT.END ID="QE0006" REF.START="QS0006" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Artikel VII, lid 2, van de CITES-overeenkomst luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0008" REF.END="QE0008" CODE="201E"/>Wanneer ten genoegen van een administratieve instantie van de staat van uitvoer of van wederuitvoer is aangetoond dat een specimen is verkregen voordat de bepalingen van deze overeenkomst van toepassing waren op genoemd specimen, zijn de bepalingen van de artikelen III, IV en V niet van toepassing op dit specimen, op voorwaarde dat genoemde administratieve instantie hiertoe een certificaat uitreikt.<QUOT.END ID="QE0008" REF.START="QS0008" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>Resolutie 5.11, sub a, die tijdens de vijfde conferentie van de partijen bij de overeenkomst in 1985 is aangenomen, bevat de volgende aanbeveling:</TXT><?PAGE NO="I-12758"?><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0009" REF.END="QE0009" CODE="201E"/>dat voor de toepassing van artikel VII, lid 2, van de overeenkomst onder het tijdstip van verkrijging van een specimen moet worden begrepen:</P><LIST TYPE="roman"><ITEM><NP><NO.P>i)</NO.P><TXT>voor levende of dode dieren of planten die aan de vrije natuur zijn onttrokken: het tijdstip waarop zij oorspronkelijk aan hun habitat zijn onttrokken; of</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>ii)</NO.P><TXT>voor delen en producten: het tijdstip waarop iemand er bezit van heeft genomen, waarbij het vroegste tijdstip doorslaggevend is.<QUOT.END ID="QE0009" REF.START="QS0009" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Gemeenschapsrecht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>De CITES-overeenkomst is met ingang van <DATE ISO="19840101">1 januari 1984</DATE> in de Gemeenschap ten uitvoer gelegd bij verordening (EEG) nr. 3626/82 van de Raad van <DATE ISO="19821203">3 december 1982</DATE> betreffende de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="384" DATE.PUB="1982" PAGE.FIRST="1">PB L 384, blz. 1</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>Verordening nr. 3626/82 is ingetrokken bij artikel 21, lid 1, van verordening nr. 338/97. Artikel 1, tweede alinea, van deze verordening luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0010" REF.END="QE0010" CODE="201E"/>Deze verordening is van toepassing met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de [CITES-overeenkomst].<QUOT.END ID="QE0010" REF.START="QS0010" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="I-12759"?><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>In artikel 8 van verordening nr. 338/97, <QUOT.START ID="QS0011" REF.END="QE0011" CODE="201E"/>Bepalingen betreffende de controle op handelsactiviteiten<QUOT.END ID="QE0011" REF.START="QS0011" CODE="201D"/>, is bepaald:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0012" REF.END="QE0012" CODE="201E"/>1.</NO.P><TXT>De aankoop [...] van specimens van de in bijlage A genoemde soorten, is verboden.</TXT></NP><P>[...]</P><NP><NO.P>3.</NO.P><TXT>[...] per geval [kan] ontheffing van de in lid 1 genoemde verbodsbepalingen worden verleend door afgifte van een daartoe strekkend certificaat door een administratieve instantie van de lidstaat waarin de specimens zich bevinden, indien de specimens:</TXT><P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>a)</NO.P><TXT>werden verkregen of werden binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten als genoemd in bijlage I bij de overeenkomst of in bijlage C 1 bij verordening (EEG) nr. 3626/82 of in bijlage A bij de onderhavige verordening, van toepassing werden op die specimens;</TXT><P>of</P></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>b)</NO.P><TXT>bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen;</TXT></NP></ITEM></LIST></P></NP><P>[...]<QUOT.END ID="QE0012" REF.START="QS0012" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="I-12760"?><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>Volgens artikel 2 van verordening nr. 338/97 wordt voor de toepassing van deze verordening verstaan onder:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0013" REF.END="QE0013" CODE="201E"/>[...]</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>t)</NO.P><TXT><QUOT.START ID="QS0014" REF.END="QE0014" CODE="201A"/>specimen<QUOT.END ID="QE0014" REF.START="QS0014" CODE="2019"/>: elk dier of elke plant, dood of levend, van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten, elk deel daarvan en elk daarvan verkregen product, al dan niet in andere goederen vervat [...]</TXT></NP></ITEM></LIST><P>[...]</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>w)</NO.P><TXT>,meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte <QUOT.START ID="QS0015" REF.END="QE0015" CODE="201A"/>specimens<QUOT.END ID="QE0015" REF.START="QS0015" CODE="2019"/>: specimens die meer dan 50 jaar vóór de inwerkingtreding van deze verordening ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn.<QUOT.END ID="QE0013" REF.START="QS0013" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>In artikel 3, lid 1, sub a en b, van de verordening is met name bepaald, dat bijlage A de in bijlage I bij de CITES-overeenkomst opgenomen soorten omvat waarvoor de lidstaten geen voorbehoud hebben gemaakt, en soorten die voor gebruik in de Gemeenschap afgenomen worden of kunnen worden of die het voorwerp van internationale handel uitmaken of kunnen uitmaken, en die met uitsterven bedreigd worden dan wel zo zeldzaam zijn dat ook het meest beperkte handelsverkeer het voortbestaan ervan in gevaar zou brengen.</TXT></NP><?PAGE NO="I-12761"?><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19970526">26 mei 1997</DATE> heeft de Commissie verordening (EG) nr. 939/97 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 338/97 vastgesteld (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="140" DATE.PUB="1997" PAGE.FIRST="9">PB L 140, blz. 9</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>Artikel 1 van verordening nr. 939/97 bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0016" REF.END="QE0016" CODE="201E"/>Voor de toepassing van deze verordening geldt, naast de definities van artikel 2 van verordening (EG) nr. 338/97, de volgende definitie:</P><P><QUOT.START ID="QS0017" REF.END="QE0017" CODE="201A"/>datum van verwerving<QUOT.END ID="QE0017" REF.START="QS0017" CODE="2019"/>: de datum waarop een specimen aan de natuur werd onttrokken, in gevangenschap werd geboren of kunstmatig werd gekweekt.<QUOT.END ID="QE0016" REF.START="QS0016" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>De artikelen 29 tot en met 33 van verordening nr. 939/97 bevatten een aantal regels betreffende de in artikel 8, lid 3, van verordening nr. 338/97 bedoelde ontheffingen.</TXT></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>Artikel 29, lid 1, van verordening nr. 939/97 luidt als volgt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0018" REF.END="QE0018" CODE="201E"/>De ontheffing voor de in artikel 8, lid 3, onder a, van verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde specimens wordt slechts verleend indien de aanvrager ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie heeft aangetoond dat aan de daar genoemde voorwaarden is voldaan.<QUOT.END ID="QE0018" REF.START="QS0018" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="I-12762"?><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>Artikel 32 van verordening nr. 939/97 bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0019" REF.END="QE0019" CODE="201E"/>De verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 338/97 en het bepaalde in artikel 8, lid 3, van deze verordening dat ontheffingen daarvan geval voor geval worden verleend door de afgifte van een certificaat, zijn niet van toepassing op:</P><P>[...]</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>d)</NO.P><TXT>meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens als omschreven in artikel 2, onder w, van verordening (EG) nr. 338/97.<QUOT.END ID="QE0019" REF.START="QS0019" CODE="201D"/></TXT></NP></ITEM></LIST></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>Verordening (EG) nr. 939/97 is bij artikel 42 van verordening nr. 1808/2001 ingetrokken met ingang van <DATE ISO="20010922">22 september 2001</DATE>.</TXT></NP><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>Artikel 29, lid 1, van verordening nr. 1808/2001 bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0020" REF.END="QE0020" CODE="201E"/>De ontheffing voor de in artikel 8, lid 3, onder a tot en met c, van verordening (EG) nr. 338/97 bedoelde specimens wordt slechts verleend indien de aanvrager ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie aantoont dat aan de daar genoemde voorwaarden is voldaan.<QUOT.END ID="QE0020" REF.START="QS0020" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><?PAGE NO="I-12763"?><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>In artikel 32 van verordening nr. 1808/2001 is bepaald:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0021" REF.END="QE0021" CODE="201E"/>De verbodsbepalingen van artikel 8, lid 1, van verordening (EG) nr. 338/97 en de bepaling in artikel 8, lid 3, van die verordening dat ontheffingen daarvan per geval worden verleend door de afgifte van een certificaat, zijn niet van toepassing op:</P><P>[...]</P><LIST TYPE="alpha"><ITEM><NP><NO.P>c)</NO.P><TXT>meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens zoals omschreven in artikel 2, onder w, van verordening (EG) nr. 338/97.</TXT></NP></ITEM></LIST><P>In deze gevallen is geen certificaat vereist.<QUOT.END ID="QE0021" REF.START="QS0021" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Bepalingen van nationaal recht</P></TI></TITLE><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>De aansprakelijkheidsbepaling van § 8 a van de wet van 1994 bepaalt dateenieder die opzettelijk of uit nalatigheid verordening nr. 338/97 schendt door met name de invoer, de uitvoer of de wederuitvoer in of uit Zweden, of door aankoop, verkoop of andere handelstransacties strafbaar is met een geldboete of gevangenisstraf. Voor lichte inbreuken wordt geen sanctie opgelegd.</TXT></NP><?PAGE NO="I-12764"?><NP><NO.P>22</NO.P><TXT>De wet van 1994 is bij het milieuwetboek (SFS 1998:808) ingetrokken met ingang van <DATE ISO="19990101">1 januari 1999</DATE>, onder voorbehoud van het bepaalde in de afkondigingswet (SFS 1998:811). De strafbepalingen zijn evenwel kennelijk ongewijzigd gebleven.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Het hoofdgeding en de prejudiciële vragen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>23</NO.P><TXT>Het openbaar ministerie heeft een strafrechtelijke vervolging tegen Nilsson ingesteld, omdat hij:</TXT><P><LIST TYPE="DASH"><ITEM><P>in de eerste plaats, in augustus 1998 in Tyringe (Zweden) opzettelijk of uit nalatigheid de volgende dode en opgezette specimens illegaal heeft gekocht, hoewel deze soorten in bijlage A bij verordening nr. 338/97 zijn opgenomen: twee sperwers, twee boomvalken, twee blauwe kiekendieven, een Oeraluil, vier bosuilen, een havik, twee torenvalken, een sneeuwuil, een sperweruil (surnia ulula), een velduil (asio flammeus), een kerkuil, een bruine kiekendief, vier buizerds, een ransuil (asio otus), een kraanvogel (grus grus), een steenarend en een zeearend, en</P></ITEM><ITEM><P>in de tweede plaats, in juli 1998 in Tyringe opzettelijk of uit nalatigheid illegaal een dode en opgezette bruine beer heeft gekocht, hoewel deze is opgenomen in bijlage A bij verordening nr. 338/97.</P></ITEM></LIST></P></NP><NP><NO.P>24</NO.P><TXT>Volgens de verwijzende rechter kunnen er argumenten worden aangevoerd dat de betrokken dieren niet zijn <QUOT.START ID="QS0022" REF.END="QE0022" CODE="201E"/>bewerkt<QUOT.END ID="QE0022" REF.START="QS0022" CODE="201D"/> in de zin van artikel 2, sub w, van<?PAGE NO="I-12765"?> verordening nr. 338/97. Volgens hem is het evenmin duidelijk of er sprake is van <QUOT.START ID="QS0023" REF.END="QE0023" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0023" REF.START="QS0023" CODE="201D"/> in de zin van deze verordening wanneer de specimens worden verkregen als geschenk of door erfenis of wanneer een dier wordt gedood en vervolgens in bezit wordt genomen. Bovendien vraagt de verwijzende rechter zich af of de in artikel 32 van verordening nr. 1808/2001 genoemde ontheffingen ook aan een beoordeling door de in artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 bedoelde administratieve instantie zijn onderworpen.</TXT></NP><NP><NO.P>25</NO.P><TXT>In deze omstandigheden heeft het Hässleholms tingsrätt de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><NP><NO.P><QUOT.START ID="QS0024" REF.END="QE0024" CODE="201E"/>1)</NO.P><TXT>Vallen opgezette dieren die in bijlage A [van verordening nr. 338/97] worden vermeld, onder het begrip <QUOT.START ID="QS0025" REF.END="QE0025" CODE="201A"/>bewerkte specimens<QUOT.END ID="QE0025" REF.START="QS0025" CODE="2019"/>?</TXT></NP><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Hoe moet het begrip <QUOT.START ID="QS0026" REF.END="QE0026" CODE="201A"/>verkregen<QUOT.END ID="QE0026" REF.START="QS0026" CODE="2019"/> in artikel 8, lid 3, van verordening nr. 338/97 worden uitgelegd?</TXT></NP><NP><NO.P>3)</NO.P><TXT>Moet het de huidige eigenaar zijn die de specimens meer dan 50 jaar geleden heeft verkregen?</TXT></NP><NP><NO.P>4)</NO.P><TXT>Houdt de ontheffingsbepaling van artikel 32 van verordening nr. 1808/2001 in, dat geen beoordeling door een administratieve instantie ingevolge artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 vereist is?<QUOT.END ID="QE0024" REF.START="QS0024" CODE="201D"/></TXT></NP></QUOT.S></P></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="I-12766"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De eerste vraag</P></TI></TITLE><NP><NO.P>26</NO.P><TXT>Met de eerste vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of de artikelen 2, sub w, en 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 aldus dienen te worden uitgelegd, dat dieren die in bijlage A van deze verordening zijn vermeld maar die zijn opgezet, als <QUOT.START ID="QS0027" REF.END="QE0027" CODE="201E"/>bewerkte specimens<QUOT.END ID="QE0027" REF.START="QS0027" CODE="201D"/> in de zin van deze bepalingen kunnen worden aangemerkt.</TXT></NP><NP><NO.P>27</NO.P><TXT>Dergelijke dieren vormen specimens in de zin van artikel 2, sub t, van verordening nr. 338/97.</TXT></NP><NP><NO.P>28</NO.P><TXT>Volgens de definitie van artikel 2, sub w, van de verordening gelden specimens die ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat, als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van deze categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig is.</TXT></NP><NP><NO.P>29</NO.P><TXT>Vastgesteld moet dus worden dat een opgezet dier onder vier voorwaarden als een bewerkt specimen kan worden beschouwd: in de eerste plaats moeten de specimens zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat; in de tweede plaats moet deze wijziging de vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten tot doel hebben; in de derde plaats moet het dier duidelijk passen in een van deze categorieën, en in de vierde plaats moet het de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig is.</TXT></NP><?PAGE NO="I-12767"?><NP><NO.P>30</NO.P><TXT>Wat de eerste voorwaarde betreft, stelt de Italiaanse regering dat de <QUOT.START ID="QS0028" REF.END="QE0028" CODE="201E"/>geprepareerde<QUOT.END ID="QE0028" REF.START="QS0028" CODE="201D"/> of <QUOT.START ID="QS0029" REF.END="QE0029" CODE="201E"/>opgezette<QUOT.END ID="QE0029" REF.START="QS0029" CODE="201D"/> dieren niet in een toestand zijn gebracht die verschilt van hun natuurlijke staat, ook al zijn zij taxidermisch behandeld (opgezet); integendeel, zij bevinden zich in een staat die zo dicht mogelijk aanleunt bij die van het levende exemplaar.</TXT></NP><NP><NO.P>31</NO.P><TXT>Het antwoord op de vraag of de dieren zijn gebracht in een toestand die <QUOT.START ID="QS0030" REF.END="QE0030" CODE="201E"/>grondig verschilt<QUOT.END ID="QE0030" REF.START="QS0030" CODE="201D"/> van hun natuurlijke ruwe staat in de zin van artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97, hangt evenwel niet af van het uiterlijk van het betrokken specimen, maar van de vraag of de algemene staat ervan wijzigingen heeft ondergaan. Zowel bij de klassieke opzetting, waarbij de huid van het dier wordt losgemaakt, gelooid en gevuld, als bij de moderne methoden van taxidermie ondergaan de specimens een volledige, diepgaande wijziging.</TXT></NP><NP><NO.P>32</NO.P><TXT>Bijgevolg is in het geval van een opgezet dier in elk geval voldaan aan de eerste van de vier in punt 29 van het onderhavige arrest opgesomde voorwaarden, dat een specimen, om als <QUOT.START ID="QS0031" REF.END="QE0031" CODE="201E"/>bewerkt<QUOT.END ID="QE0031" REF.START="QS0031" CODE="201D"/> te kunnen worden beschouwd, grondig moet zijn gewijzigd.</TXT></NP><NP><NO.P>33</NO.P><TXT>Aangaande de drie andere voorwaarden dient te worden vastgesteld, dat het antwoord op de vragen of het dier is opgezet om er juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten van te maken, of het duidelijk past in een van deze categorieën, en of het de beoogde functie kan vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig is, afhangt van de specifieke feitelijke omstandigheden van elke zaak. Helstaat aan de nationale rechter om uit te maken of dit het geval is.</TXT></NP><NP><NO.P>34</NO.P><TXT>Bijgevolg dient op de eerste vraag te worden geantwoord, dat de artikelen 2, sub w, en 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 aldus moeten worden uitgelegd, dat dieren die in bijlage A van deze verordening zijn vermeld maar die<?PAGE NO="I-12768"?> zijn opgezet, als <QUOT.START ID="QS0032" REF.END="QE0032" CODE="201E"/>bewerkte specimens<QUOT.END ID="QE0032" REF.START="QS0032" CODE="201D"/> in de zin van deze bepalingen kunnen worden aangemerkt.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De tweede en de derde vraag</P></TI></TITLE><NP><NO.P>35</NO.P><TXT>Met zijn tweede en zijn derde vraag, die gezamenlijk dienen te worden onderzocht, wenst de verwijzende rechter te vernemen of er sprake is van <QUOT.START ID="QS0033" REF.END="QE0033" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0033" REF.START="QS0033" CODE="201D"/> in de zin van artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 wanneer specimens worden verkregen als geschenk of door erfenis of wanneer een dier wordt gedood en vervolgens in bezit wordt genomen. Hij wenst ook te vernemen of het de huidige eigenaar moet zijn die de specimens meer dan 50 jaar gelden heeft verkregen.</TXT></NP><NP><NO.P>36</NO.P><TXT>Deze bepaling voorziet in een ontheffing van de in artikel 8, lid 1, van verordening nr. 338/97 genoemde verbodsbepalingen wanneer het gaat om bewerkte specimens die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen.</TXT></NP><NP><NO.P>37</NO.P><TXT>Volgens de definitie van artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 vallen onder deze categorie slechts specimens die meer dan 50 jaar voor de inwerkingtreding van deze verordening zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat, en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven.</TXT></NP><NP><NO.P>38</NO.P><TXT>Artikel 1 van verordening nr. 939/97 bepaalt dat voor de toepassing van deze verordening, naast de definities van artikel 2 van verordening nr. 338/97, de<?PAGE NO="I-12769"?> volgende definitie geldt: de <QUOT.START ID="QS0034" REF.END="QE0034" CODE="201E"/>datum van verwerving<QUOT.END ID="QE0034" REF.START="QS0034" CODE="201D"/> is de datum waarop een specimen aan de natuur werd onttrokken, in gevangenschap werd geboren of kunstmatig werd gekweekt. Geen van deze data kan evenwel de datum van verwerving van bewerkte specimens zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>39</NO.P><TXT>Er zij aan herinnerd dat verordening nr. 338/97 volgens artikel 1, tweede alinea, ervan van toepassing is met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de CITES-overeenkomst. Hoewel de Gemeenschap geen partij is bij deze overeenkomst, kan het Hof deze doelstellingen, beginselen en bepalingen niet buiten beschouwing laten, aangezien zij in aanmerking dienen te worden genomen voor de uitlegging van de bepalingen van deze verordening (zie arrestvan <DATE ISO="20011023">23 oktober 2001</DATE>, Tridon, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-510/99" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-7777">C-510/99, Jurispr. blz. I-7777, punt 25</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>40</NO.P><TXT>Artikel VII, lid 2, van de CITES-overeenkomst voorziet in een ontheffing voor specimens die zijn verkregen voordat de bepalingen van deze overeenkomst hierop van toepassing waren, en die dus als <QUOT.START ID="QS0035" REF.END="QE0035" CODE="201E"/>specimens van vóór de overeenkomst<QUOT.END ID="QE0035" REF.START="QS0035" CODE="201D"/> kunnen worden aangemerkt. In resolutie 5.11, sub ai, die tijdens de vijfde conferentie van de partijen bij de overeenkomst is aangenomen, wordt niet alleen aanbevolen dat voor de toepassing van artikel VII, lid 2, van de CITES-overeenkomst onder het tijdstip van verkrijging van een specimen, voor levende of dode dieren die aan de vrije natuur zijn onttrokken, moet worden begrepen het tijdstip waarop zij oorspronkelijk aan hun habitat zijn onttrokken, maar ook dat het relevante tijdstip voor delen en producten het tijdstip is waarop <QUOT.START ID="QS0036" REF.END="QE0036" CODE="201E"/>iemand er bezit van heeft genomen<QUOT.END ID="QE0036" REF.START="QS0036" CODE="201D"/>. Hoewel de tijdstippen waarvóór de specimens volgens de CITES-overeenkomst en verordening nr. 338/97 moeten zijn verkregen, verschillend zijn (respectievelijk <DATE ISO="19750701">1 juli 1975</DATE> en <DATE ISO="19470303">3 maart 1947</DATE>), kan de definitie van vóór deze respectieve tijdstippen <QUOT.START ID="QS0037" REF.END="QE0037" CODE="201E"/>verkregen<QUOT.END ID="QE0037" REF.START="QS0037" CODE="201D"/> specimens worden geacht gelijk te zijn.</TXT></NP><NP><NO.P>41</NO.P><TXT>Hieruit volgt dat het begrip <QUOT.START ID="QS0038" REF.END="QE0038" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0038" REF.START="QS0038" CODE="201D"/> in de zin van artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 betrekking heeft op elke bezitsverkrijging met het oogmerk om het goed voor zichzelf te houden.</TXT></NP><?PAGE NO="I-12770"?><NP><NO.P>42</NO.P><TXT>Bijgevolg dient artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 aldus te worden uitgelegd, dat het begrip <QUOT.START ID="QS0039" REF.END="QE0039" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0039" REF.START="QS0039" CODE="201D"/> ook gevallen omvat waarin specimens worden verkregen als geschenk of door erfenis, of waarin een dier wordt gedood en vervolgens in bezit wordt genomen.</TXT></NP><NP><NO.P>43</NO.P><TXT>Aangaande de vraag of het de huidige eigenaar moet zijn die de specimens meer dan 50 jaar geleden heeft verkregen, dient te worden vastgesteld dat artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 ertoe strekt oude exemplaren, namelijk vóór <DATE ISO="19470303">3 maart 1947</DATE> gecreëerde bewerkte specimens, van de verbodsregeling van artikel 8, lid 1, van deze verordening uit te sluiten.</TXT></NP><NP><NO.P>44</NO.P><TXT>Bijgevolg dient artikel 8, lid 3, sub b, van deze verordening aldus te worden uitgelegd, dat het ook betrekking heeft op bewerkte specimens die vóór <DATE ISO="19470303">3 maart 1947</DATE> voor het eerst zijn verkregen en die na die datum opnieuw door iemand anders zijn verkregen.</TXT></NP><NP><NO.P>45</NO.P><TXT>Op de tweede en de derde vraag dient dan ook te worden geantwoord, dat artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 aldus dient te worden uitgelegd, dat er sprake is van <QUOT.START ID="QS0040" REF.END="QE0040" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0040" REF.START="QS0040" CODE="201D"/> in de zin van deze bepaling wanneer de specimens als geschenk of door erfenis worden verkregen of wanneer een dier wordt gedood en vervolgens in bezit wordt genomen. Het hoeft niet de huidige eigenaar te zijn die het specimen meer dan 50 jaar geleden heeft verkregen.</TXT></NP></GR.SEQ><?PAGE NO="I-12771"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De vierde vraag</P></TI></TITLE><NP><NO.P>46</NO.P><TXT>Met zijn vierde vraag wenst de verwijzende rechter te vernemen of de ontheffingsbepaling van artikel 32 van verordening nr. 1808/2001 inhoudt dat geen beoordeling door de administratieve instantie van de betrokken lidstaat ingevolge artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 vereist is.</TXT></NP><NP><NO.P>47</NO.P><TXT>Volgens artikel 32, sub d, van verordening nr. 939/97 is het bepaalde in artikel 8, lid 3, van verordening nr. 338/97 dat ontheffing van de in lid 1 genoemde verbodsbepalingen slechts wordt verleend door de afgifte van een certificaat, niet van toepassing op meer dan 50 jaar geleden verkregen specimens als omschreven in artikel 2, sub w, van laatstgenoemde verordening. Artikel 32, sub c, van verordening nr. 1808/2001 heeft deze regeling gehandhaafd, en in de tweede alinea ervan gepreciseerd dat <QUOT.START ID="QS0041" REF.END="QE0041" CODE="201E"/>in deze gevallen geen certificaat is vereist<QUOT.END ID="QE0041" REF.START="QS0041" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>48</NO.P><TXT>Deze wijzigingen doen evenwel niet af aan artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 als zodanig, en de voorwaarde dat <QUOT.START ID="QS0042" REF.END="QE0042" CODE="201E"/>ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven<QUOT.END ID="QE0042" REF.START="QS0042" CODE="201D"/>, blijft dan ook gelden.</TXT></NP><NP><NO.P>49</NO.P><TXT>De ontheffing van artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 kan dus, zoals voorheen, enkel gelden indien aan de in artikel 2, sub w, gestelde<?PAGE NO="I-12772"?> voorwaarden is voldaan. Voor de toepassing van eerstgenoemde bepaling is dus vereist dat ten genoegen van de administratieve instantie is aangetoond dat de betrokken specimens onder de voorwaarden van artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 zijn verworven.</TXT></NP><NP><NO.P>50</NO.P><TXT>Deze uitlegging vindt steun in het feit dat artikel 29, lid 1, van verordening nr. 1808/2001 uitdrukkelijk voorschrijft dat de ontheffing voor de in artikel 8, lid 3, sub a tot en met c, van verordening nr. 338/97 bedoelde specimens slechts wordt verleend <QUOT.START ID="QS0043" REF.END="QE0043" CODE="201E"/>indien de aanvrager ten genoegen van de bevoegde administratieve instantie aantoont dat aan de daar genoemde voorwaarden is voldaan<QUOT.END ID="QE0043" REF.START="QS0043" CODE="201D"/>.</TXT></NP><NP><NO.P>51</NO.P><TXT>Op de vierde vraag dient dus te worden geantwoord dat, ondanks het bepaalde in artikel 32, tweede alinea, van verordening nr. 1808/2001, artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97 aldus moet worden uitgelegd, dat ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat moet zijn aangetoond dat het betrokken specimen onder de voorwaarden van artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97 is verworven.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>52</NO.P><TXT>De kosten door de Italiaanse regering en door de Commissie wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><?PAGE NO="I-12773"?><JURISDICTION><INTRO><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Zesde kamer),</P><P>uitspraak doende op de door het Hässleholms tingsrätt bij beschikking van <DATE ISO="20020422">22 april 2002</DATE> gestelde vragen, verklaart voor recht:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>De artikelen 2, sub w, en 8, lid 3, sub b, van verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van <DATE ISO="19961209">9 december 1996</DATE> inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie van <DATE ISO="19971118">18 november 1997</DATE>, moeten aldus worden uitgelegd dat dieren die in bijlage A van deze verordening zijn vermeld maar die zijn opgezet, als <QUOT.START ID="QS0044" REF.END="QE0044" CODE="201E"/>bewerkte specimens<QUOT.END ID="QE0044" REF.START="QS0044" CODE="201D"/> in de zin van deze bepalingen kunnen worden aangemerkt.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>Artikel 8, lid 3, sub b, van verordening nr. 338/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2307/97, dient aldus te worden uitgelegd, dat er sprake is van <QUOT.START ID="QS0045" REF.END="QE0045" CODE="201E"/>verkrijgen<QUOT.END ID="QE0045" REF.START="QS0045" CODE="201D"/> in de zin van deze bepaling wanneer de specimens als geschenk of door erfenis worden verkregen of wanneer een dier wordt gedood en vervolgens in bezit wordt genomen. Het hoeft niet de huidige eigenaar te zijn die het specimen meer dan 50 jaar geleden heeft verkregen.</TXT></NP></ITEM><?PAGE NO="I-12774"?><ITEM><NP><NO.P>3)</NO.P><TXT>Ondanks het bepaalde in artikel 32, tweede alinea, van verordening (EG) nr. 1808/2001 van de Commissie van <DATE ISO="20010830">30 augustus 2001</DATE> houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 338/97, moet artikel 8, lid 3, sub b, van laatstgenoemde verordening aldus worden uitgelegd, dat ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat moet zijn aangetoond dat het betrokken specimen onder de voorwaarden van artikel 2, sub w, van verordening nr. 338/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 2307/97, is verworven.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.JUDGMENT><SIGNATURE.CASE><P>Puissochet</P><P>Gulmann</P><P>Macken</P><P>Colneric</P><P>Cunha Rodrigues</P><P>Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op <DATE ISO="20031023">23 oktober 2003</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>R. Grass</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president</P><P>V. Skouris</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></JUDGMENT>