31.5.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 148/40


BESLUIT (GBVB) 2022/847 VAN DE RAAD

van 30 mei 2022

ter ondersteuning van de inspanningen ter voorkoming en bestrijding van de illegale verspreiding van en handel in handvuurwapens en lichte wapens (SALW) en munitie daarvoor en hun impact in Noord- en Zuid-Amerika

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 28, lid 1, en artikel 31, lid 1,

Gezien het voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 19 november 2018 heeft de Raad de EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens (SALW), en munitie daarvoor, met als titel “Wapens beveiligen, burgers beschermen” (de “EU-SALW-strategie”) aangenomen, waarin de richtsnoeren voor het optreden van de Unie op het gebied van handvuurwapens en lichte wapens (SALW) worden vastgesteld.

(2)

Op regionaal niveau hebben de Unie en haar lidstaten er zich in de EU-SALW-strategie toe verbonden bijstand te verlenen aan andere landen om het beheer en de beveiliging van voorraden in het bezit van de staat te verbeteren door de nationale wetgevende en bestuurlijke kaders te versterken, evenals de instellingen die het legitieme aanbod en voorraadbeheer van SALW en munitie voor defensie- en veiligheidstroepen reguleren.

(3)

In de EU-SALW-strategie staat dat de Unie synergie zal nastreven met de betreffende Amerikaanse staten en regionale organisaties om de illegale verspreiding van en handel in SALW terug te dringen, met het oog op het bestrijden van gewapend geweld en criminele activiteiten.

(4)

Latijns-Amerika en het Caribisch gebied hebben sterk te lijden onder de proliferatie en buitensporige accumulatie van SALW. Het Amerikaanse halfrond blijft een van de meest gewelddadige regio’s ter wereld. Volgens de meest recente wereldwijde studie over moorden door het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC) in 2017 telde de regio 17,2 moorden per 100 000 inwoners, bijna drie keer zoveel als het mondiale gemiddelde. Veruit de meeste moorden worden met vuurwapens gepleegd, waardoor de bestrijding en voorkoming van de verspreiding van en illegale handel in wapens en munitie een van de prioriteiten op de inter-Amerikaanse agenda is.

(5)

Overeenkomstig de EU-SALW-strategie zal de Unie haar dialoog en samenwerking met regionale organisaties die zich bezighouden met de beheersing van SALW intensiveren. Zij zal daartoe haar activiteiten afstemmen op regionale strategieën en actieplannen.

(6)

De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) is het secretariaat voor het Inter-Amerikaans Verdrag ter bestrijding van de illegale productie van en handel in vuurwapens, munitie, explosieven en aanverwant materiaal (Cifta), en zorgt voor de coördinatie en uitvoering van regionale initiatieven ter bestrijding van illegale SALW in Noord- en Zuid-Amerika.

(7)

De Unie heeft eerder uit hoofde van Besluit (GBVB) 2018/2010 van de Raad (1) steun verleend aan activiteiten van de OAS ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale verspreiding van en handel in SALW en munitie daarvoor en hun impact in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. In dat verband heeft de Unie besloten dat initiatief te financieren juist om gewapend geweld en criminele activiteiten terug te dringen.

(8)

Op 30 juni 2018 is tijdens de derde conferentie van de Verenigde Naties voor de evaluatie van de vorderingen in de uitvoering van het VN-actieprogramma tegen illegale handvuurwapens en lichte wapens een slotdocument aangenomen waarin de landen opnieuw hebben toegezegd de omleiding van handvuurwapens en lichte wapens te voorkomen en te bestrijden. De landen verklaarden opnieuw dat ze bereid zijn de internationale samenwerking voort te zetten en de regionale samenwerking te versterken, door verbetering van coördinatie, overleg, informatie-uitwisseling en operationele samenwerking, met de betrokkenheid van de bevoegde regionale en subregionale organisaties en de voor rechtshandhaving, grenscontrole en uitvoer- en invoervergunningen bevoegde autoriteiten.

(9)

In de Agenda 2030 van de Verenigde Naties voor duurzame ontwikkeling wordt bevestigd dat de bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens noodzakelijk is voor de verwezenlijking van vele duurzameontwikkelingsdoelstellingen, waaronder die met betrekking tot vrede, justitie en sterke instellingen, armoedebestrijding, economische groei, gezondheid, gendergelijkheid en veilige steden. Daarom hebben alle staten in duurzameontwikkelingsdoelstelling 16.4 toegezegd de illegale stromen van geldmiddelen en wapens aanzienlijk te verminderen.

(10)

In zijn op 24 mei 2018 voorgestelde agenda voor ontwapening, getiteld “Securing our Common Future”, heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties opgeroepen tot het aanpakken van de buitensporige accumulatie van en de illegale handel in conventionele wapens en het ondersteunen van nationale benaderingen ten aanzien van handvuurwapens.

(11)

In de tweede fase (fase II) wordt, aanknopend bij eerdere inspanningen van de Unie, het paradigma van multilateralisme en synergie tussen de Unie en de OAS gehandhaafd en wordt het mondiale werk van de Unie op dit gebied aangevuld met een initiatief gericht op een regio die sterk te lijden heeft onder de verspreiding en buitensporige accumulatie van en handel in SALW,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Met het oog op de uitvoering van de EU-SALW-strategie wordt met dit besluit beoogd het gewapend geweld in Noord- en Zuid-Amerika aan te pakken. Daartoe financiert de Unie het in de bijlage beschreven project, dat tot doel heeft de verspreiding van en de illegale handel in vuurwapens en munitie tegen te gaan en het gebruik van vuurwapens in zwaar getroffen gemeenschappen te voorkomen.

2.   Overeenkomstig lid 1 heeft dit besluit de volgende doelstellingen:

a)

de nationale regelgeving inzake vuurwapens aan te scherpen, rekening houdend met internationale normen en goede praktijken;

b)

de operationele capaciteit van de nationale autoriteiten om vuurwapens te markeren, te traceren, op te slaan en te vernietigen te verbeteren;

c)

de beheersing van handvuurwapens te optimaliseren door gebruik te maken van het regionale communicatiemechanisme voor de overdracht van vergunningen voor vuurwapens en munitie (MCTA);

d)

gemeenschappen weerbaarder te maken tegen wapengeweld en de toegang tot illegale en/of ongewenste vuurwapens te beperken;

e)

een Midden-Amerikaanse vuurwapenroutekaart te ontwikkelen om de landen toe te rusten met een praktisch beheersinstrument door middel van een regionale, gecoördineerde en onderbouwde aanpak.

3.   De bijlage bij dit besluit bevat een nadere omschrijving van het project.

Artikel 2

1.   De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (“HV”) is belast met de uitvoering van dit besluit.

2.   De technische uitvoering van het in artikel 1 bedoelde project berust bij de OAS.

3.   De OAS voert zijn taken uit onder de verantwoordelijkheid van de HV. De HV treft daartoe de nodige regelingen met de OAS.

Artikel 3

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van het door de Unie gefinancierde project bedraagt 4 240 906 EUR.

2.   De uitgaven die met het in lid 1 genoemde referentiebedrag worden gefinancierd, worden beheerd overeenkomstig de procedures en voorschriften die van toepassing zijn op de algemene begroting van de Unie.

3.   De Commissie houdt toezicht op het correcte beheer van de in lid 1 bedoelde uitgaven. Daartoe sluit zij de nodige subsidieovereenkomst met de OAS. In de subsidieovereenkomst wordt bepaald dat de OAS er zorg voor moet dragen dat de zichtbaarheid van de bijdrage van de Unie in verhouding staat tot haar omvang.

4.   De Commissie stelt alles in het werk om de in lid 3 bedoelde subsidieovereenkomst zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit besluit te sluiten. Zij stelt de Raad in kennis van eventuele moeilijkheden daarbij en van de datum van sluiting van de subsidieovereenkomst.

Artikel 4

1.   De HV brengt aan de Raad verslag uit over de uitvoering van dit besluit, op basis van regelmatige inhoudelijke verslagen die door de OAS worden opgesteld. Deze verslagen vormen de basis voor de evaluatie door de Raad.

2.   De Commissie brengt verslag uit over de financiële aspecten van het in artikel 1 bedoelde project.

Artikel 5

1.   Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

2.   Dit besluit vervalt 36 maanden na de datum van sluiting van de in artikel 3, lid 3, bedoelde subsidieovereenkomst. Het vervalt echter zes maanden na de datum van inwerkingtreding, indien er binnen die termijn van zes maanden nog geen overeenkomst is gesloten.

Gedaan te Brussel, 30 mei 2022.

Voor de Raad

De voorzitter

C. COLONNA


(1)  Besluit (GBVB) 2018/2010 van de Raad van 17 december 2018 ter ondersteuning van de bestrijding van de illegale verspreiding van en handel in handvuurwapens, lichte wapens (SALW) en munitie daarvoor, en hun impact in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in het kader van de EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor “Wapens beveiligen, burgers beschermen” (PB L 322 van 18.12.2018, blz. 27).


BIJLAGE

PROJECTDOCUMENT

BESTRIJDING VAN DE ILLEGALE VERSPREIDING VAN EN HANDEL IN HANDVUURWAPENS, LICHTE WAPENS EN MUNITIE DAARVOOR, EN DE IMPACT ERVAN IN DE AMERIKA'S

1.   Achtergrond

De beide Amerika's behoren tot de regio's in de wereld die het sterkst te lijden hebben onder gewapend geweld: in 2017 had het gebied de hoogste regionale moordratio, met 17,2 moorden per 100 000 inwoners, tegenover het wereldwijde gemiddelde van 6,1 per 100 000 inwoners (1). De gemakkelijke toegang tot en de beschikbaarheid van vuurwapens in veel van de landen zijn hierbij belangrijke verklarende factoren. Bijna 75 % van de moorden in de regio wordt gepleegd met een vuurwapen (2). De regio is ook een van de belangrijkste bestemmingen voor illegaal verhandelde vuurwapens (3).

Grotendeels vanwege die negatieve trends is de verspreiding van vuurwapens en de illegale handel erin een prioriteit geworden op de agenda voor burgerveiligheid in de regio. Omdat er sprake is van een toenemende complexiteit en internationalisering van criminele organisaties, hebben de landen in Amerika gewezen op het belang van coördinatie en grensoverschrijdende strategieën. Dat leidde in 1997 tot de ondertekening van het Inter-Amerikaans Verdrag ter bestrijding van de illegale productie van en handel in vuurwapens, munitie, explosieven en aanverwant materiaal (Cifta), de eerste regionale bindende overeenkomst in zijn soort. Het Cifta, dat door 31 van de 34 lidstaten van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) is geratificeerd, is een fundamenteel instrument om de illegale handel in handvuurwapens in de regio aan te pakken.

Ondanks de waardevolle inspanningen van de nationale autoriteiten kunnen de landen het Cifta echter nog steeds niet volledig uitvoeren. De complexiteit van de georganiseerde misdaad die de wapenhandel in de regio controleert, inclusief werkspecialisatie, coördinatiestructuren en internationalisering van de operaties, stelt het vermogen van landen om deze misdrijven te onderzoeken en te vervolgen ernstig op de proef. Het is voor de landen ook moeilijk om andere protocollen na te leven en strategieën uit te voeren die de verspreiding en beschikbaarheid van vuurwapens kunnen verminderen. Strijdkrachten en veiligheidstroepen passen niet systematisch protocollen voor voorraadbeheer toe, waardoor de kans op omleiding van vuurwapens en munitie naar de illegale markt toeneemt, evenals het risico op onvoorziene explosies in opslagfaciliteiten. Markering, registratie en tracering van vuurwapens worden niet systematisch uitgevoerd in de regio, waardoor strafrechtelijke onderzoeken die de herkomst van vuurwapens kunnen traceren, ze in verband kunnen brengen met meerdere plaatsen delict, en netwerken van illegale handel kunnen blootleggen, vastlopen. Het ontbreken van nationale wetgeving waarin de Cifta-verplichtingen zijn neergelegd en die deze activiteiten verplicht stelt, brengt de voortzetting en de duurzaamheid van deze praktijken in gevaar.

Op een ander niveau staat het grootste deel van de regio nog steeds voor de moeilijke opgave om het welzijn te bevorderen van haar gemeenschappen, die hoge armoede en werkloosheid en een gebrekkige toegang tot openbare diensten kennen, onder meer door omstandigheden die hen in een kwetsbare situatie brengen. Leden van deze gemeenschappen zijn vaker slachtoffer of dader van gewapend geweld. Om te voorkomen dat de geweldspiraal in stand wordt gehouden, volstaat het dan ook niet om alleen op wapenbeheersingsbeleid in te zetten. De genoemde risicofactoren moeten worden aangepakt en de leden van de gemeenschap moeten weerbaarder worden gemaakt. De combinatie van repressief en preventief beleid is van fundamenteel belang om het gewapend geweld in de regio terug te dringen. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, hebben de OAS-lidstaten in 2019 het eerste “Hemispheric Plan of Action to Guide the Design of Public Policies to Prevent and Reduce Intentional Homicide” goedgekeurd, rekening houdend met het raamwerk van het “Inter-American Program to Prevent Violence and Crime”. Het actieplan bevat een reeks van 28 aanbevelingen over 1) de productie, de verspreiding en het gebruik van informatie en wetenschappelijk bewijs; 2) het uitstippelen en uitvoeren van preventiebeleid, en 3) strafrecht.

In dit verband heeft de afdeling openbare veiligheid (“Department of Public Security”) van de OAS (DPS/OAS) sinds 2007 steun verleend aan de Amerikaanse landen opdat ze beter kunnen voldoen aan de Cifta-verplichtingen (4) en -mandaten die zijn vastgesteld om geweld en misdrijven, met name onder de meest kwetsbare bevolkingsgroepen, te voorkomen. Na een onderbreking van vijf jaar heeft de DPS/OAS zijn operationele programma's in 2019 opnieuw geactiveerd, met geld van de Europese Unie. Het project “Countering Illicit Proliferation and Trafficking of Small Arms, Light Weapons (SALW) and Ammunition and their Impact in Latin America and the Caribbean”, ging in 2019 van start en liep af in 2021. Het is een integraal wapenbeheersingsinitiatief dat wordt uitgevoerd in het kader van het “Program of Assistance for Control of Arms and Munitions” (Pacam) van de DPS; het houdt rekening met de lessen die uit eerdere activiteiten zijn getrokken en bouwt voort op die succesvolle resultaten om de uitvoering van het Cifta en de regionale mandaten voor criminaliteitspreventie verder te bevorderen. De COVID-19-pandemie en de beperkende maatregelen van de landen ter bestrijding daarvan hebben echter rechtstreekse gevolgen gehad voor de uitvoering van het project, met name de activiteiten die ter plaatse moeten worden uitgevoerd, met rechtstreekse opleiding en toezicht van ambtenaren (zoals de vernietiging en markering van SALW). Bovendien was de overheid minder beschikbaar om samen te werken en deel te nemen aan projectactiviteiten, aangezien nu vooral aandacht uitging naar de aanpak van de ongekende gezondheidscrisis. Als gevolg daarvan moest de reikwijdte van het project worden aangepast, en moesten de verwachte resultaten enigszins worden bijgesteld.

Gezien die uitdagingen, in combinatie met de toenemende behoeften van de landen (waar naar verwacht niet volledig in zou worden voorzien met een driejarig initiatief), zal fase II van het project uitgebreide steun blijven verlenen aan de landen, zodat ze zelf de regie kunnen nemen voor deze processen. Uit ervaringen van de DPS/OAS is gebleken dat voortdurende steun nodig is om de vooruitgang en verbeteringen op het gebied van vuurwapenbeheersing en de preventie van vuurwapengeweld en criminaliteit te stimuleren, en daarom zal in deze nieuwe fase rekening worden gehouden met het belang van langetermijnstrategieën voor een zinvolle en duurzame verandering in het veiligheidsbeleid en de veiligheidsvoorwaarden.

2.   Technische benadering

Tijdens fase II zal de DPS/OAS blijven investeren in een holistische aanpak die een repressieve en een preventieve insteek combineert met normatieve en operationele activiteiten om het complexe probleem van gewapend geweld en illegale handel in de regio aan te pakken. Zoals in andere regio's is aangetoond, vormt een modern, samenhangend en harmonieus wetgevingskader, in overeenstemming met het internationale normatieve kader, de basis voor een effectief beleid inzake wapenbeheersing. Wetswijzigingen moeten gepaard gaan met een verbetering van de capaciteit van de landen om de wet operationeel te maken en uit te voeren. Als zodanig zal het project, met deze tweeledige aanpak, tegelijkertijd kunnen inspelen op de behoeften van de landen en duurzame veranderingen op lange termijn kunnen bevorderen. Deze activiteiten om de controle op vuurwapens te versterken en de beschikbaarheid van vuurwapens te beperken, zullen worden aangevuld met een preventieve aanpak om de vraag te verminderen in gemeenschappen die sterk te lijden hebben onder gewapend geweld, met bijzondere aandacht voor de preventie van gendergeweld dat verband houdt met het misbruik van vuurwapens. Acties ter bevordering van veilige praktijken onder burgers van de gemeenschappen, evenals conflictoplossing, bijstand voor slachtoffers en overlevenden van geweld, en vrijwillige inlevering van SALW en munitie zijn erop gericht de gemeenschap weerbaarder te maken tegen gewapend geweld.

Volgens het voorgestelde concept voor dit project zal de DPS/OAS via Pacam de rol van coördinerende en uitvoerende instantie op zich nemen door samen te werken met andere instanties op dit gebied en met de nationale autoriteiten. Het DPS/OAS zal, dankzij de politieke fora en de communicatiekanalen van de OAS, nagaan welke landen in de regio steun nodig hebben en met hen samenwerken via de specifieke overeenkomsten die nodig zijn om de bijstand te consolideren. Het project voorziet in specifieke steun op maat voor elk land, aangezien het mogelijk niet om dezelfde behoeften en lacunes gaat. Niet alle landen zullen in alle projectonderdelen worden ondersteund. In plaats daarvan zal het DPS/OAS vasthouden aan de eerdere succesvolle aanpak van Pacam: het in kaart brengen en identificeren van de behoeften van elk land, het betrekken van de autoriteiten en het opstellen van een bijstandsplan, en het inzetten van de missies. Bovendien zal het DPS/OAS, rekening houdend met de lessen die zijn getrokken uit de aanpassing van de projectactiviteiten tijdens de pandemie, ernaar streven de middelen te optimaliseren door waar mogelijk gebruik te maken van de virtuele omgeving en technologische instrumenten.

Ook zal, gezien de verschillende gevolgen van gewapend geweld voor vrouwen, mannen, meisjes en jongens, en voor kwetsbare bevolkingsgroepen, in fase II het gender- en mensenrechtenperspectief worden behouden. Dit omvat de integratie van vrouwen op alle niveaus van projectuitvoering en het aanmoedigen van een evenwichtigere deelname van vrouwen aan de activiteiten van het project, als begunstigden van de maatregelen. Daarnaast zal bij activiteiten ter voorkoming van geweld bijzondere aandacht worden besteed aan de behoefte van vrouwen en meisjes aan beveiliging en veiligheid binnen hun gemeenschappen en aan hun deelname bij het zoeken naar oplossingen voor deze uitdagingen, evenals aan de integratie van componenten die uitsluitend gericht zijn op de aanpak van gendergeweld.

3.   Algemene doelstelling

Vergroting van de capaciteit van de OAS-lidstaten om gewapend geweld in de regio te bestrijden door steun te verlenen aan maatregelen om de verspreiding van en de illegale handel in vuurwapens en munitie tegen te gaan, en door het gebruik van vuurwapens in zwaar getroffen gemeenschappen te voorkomen.

4.   Beschrijving van de interventiestrategieën van de projecten

Doelstelling 1: Het nationale regelgevingskader inzake vuurwapens versterken, rekening houdend met internationale normen en best practices

Activiteiten

—

Identificatie van landen waaraan prioritair bijstand moet worden verleend bij de herziening van de wetgeving, op basis van een behoefteanalyse en rekening houdend met landen waarop operationele componenten van het project zijn gericht;

—

technische bijstand aan landen om hun wetgevings- en normatief kader te herzien, rekening houdend met internationale normen, interne harmonisatie van mandaten, en de integratie van een genderperspectief;

—

ontwikkeling van regionale normen inzake fysieke veiligheid en voorraadbeheer, en betreffende de vernietiging van SALW en munitie;

—

ontwikkeling van regionale aanbevelingen voor de preventie van gendergeweld in verband met het misbruik van vuurwapens;

—

ontwikkeling van een elektronische databank om de toegang tot vuurwapennormen en andere relevante richtsnoeren (bv. Cifta, modelwetgeving, Mosaic en IATG) te vergemakkelijken om de toegang tot en het gebruik van de normen voor de verschillende gebieden van vuurwapenbeheersing te vergemakkelijken via een zoekmachine en de normen te categoriseren met tags die de gebruikers in staat stellen snel alle gerelateerde regels voor een aandachtsgebied te vinden.

Output

—

Wetgevingsbijstand aan ten minste zes landen in de regio ter verbetering van het nationale normatieve kader voor vuurwapens, rekening houdend met internationale normen en een genderperspectief;

—

ontwikkeling en verspreiding onder alle OAS-lidstaten van regionale normen voor fysieke beveiliging en voorraadbeheer (PSSM);

—

ontwikkeling en verspreiding onder alle OAS-lidstaten van regionale normen voor de vernietiging van SALW en munitie;

—

ontwikkeling en verspreiding onder alle OAS-lidstaten van regionale aanbevelingen ter voorkoming van gendergeweld in verband met het misbruik van vuurwapens;

—

ontwikkeling en beschikbaarstelling ter gebruik door de landen van een elektronische databank van SALW-normen en -richtsnoeren.

Doelstelling 2: Het verbeteren van de operationele capaciteit van de nationale autoriteiten om vuurwapens te markeren, te traceren, op te slaan en te vernietigen

Activiteiten

—

Ontwikkeling en verstrekking van gespecialiseerde opleiding voor nationaal personeel in PSSM, markering en registratie, en vernietiging van SALW en munitie. Er zullen regionale opleidingsworkshops worden georganiseerd, waar personeel ook best practices kan uitwisselen en de samenwerking kan verbeteren, evenals nationale cursussen die zijn afgestemd op de specifieke behoeften van elk land;

—

voortgezette opleidingen over het verwijderen van explosieven voor technici uit landen in partnerschap met het Ministerie van Defensie van Spanje;

—

technische bijstand en middelen voor de uitvoering van nationale plannen voor de vernietiging van wapens en verouderde, in beslag genomen of overtollige munitie;

—

technische bijstand en ondersteuning bij het markeren van vuurwapens en het bijhouden van registers, met inbegrip van de levering van de nodige uitrusting;

—

opstellen van duurzaamheidsplannen met landen die steun ontvangen via het project.

Output

—

Vernietigingsproces van vuurwapens en munitie in ten minste tien landen, met de vernietiging van ten minste 150 ton munitie en 35 000 in beslag genomen, verouderde, onveilige en/of overtollige SALW;

—

de opleiding van ten minste 200 nationale personeelsleden op het gebied van de vernietiging van SALW en munitie;

—

technische bijstand aan ten minste twaalf landen bij het markeren en registreren van vuurwapens;

—

de opleiding van ten minste 150 nationale personeelsleden op het gebied van markering en registratie;

—

een bijgewerkt nationaal systeem voor de registratie van vuurwapens van ten minste drie landen;

—

een betere beveiliging van institutionele voorraden in ten minste tien landen;

—

twee regionale seminars over goede praktijken op het gebied van fysieke beveiliging en voorraadbeheer, met de certificering van ten minste 80 ambtenaren uit ten minste 15 landen;

—

de certificering van ten minste 45 personeelsleden uit tien landen als technici voor explosievenopruiming tot niveau drie;

—

instrumenten en richtsnoeren voor het opstellen van nationale actieplannen die worden ontwikkeld en beschikbaar worden gesteld voor de door het project gesteunde landen;

—

nationale actieplannen die door de nationale autoriteiten zijn opgesteld en gevalideerd voor ten minste 20 % van de landen die bijstand ontvangen.

Doelstelling 3: Optimalisering van de beheersing van handvuurwapens door het gebruik van IT-instrumenten

Activiteiten

—

Programmering van het “Electronic System for the Regional Communication Mechanism on Licit Transfers of Firearms and Ammunition” (MCTA), een regionaal mechanisme voor de kennisgeving en uitwisseling van informatie over de legale overdracht van vuurwapens, waarvan het kader en de technische vereisten tijdens fase I zijn ontwikkeld. Het weerspiegelt de positieve ervaring van de Europese Unie en zal landen in staat stellen snel kwetsbaarheden en omleidingsrisico's in de internationale legale handel in vuurwapens vast te stellen en er over te communiceren. Overwegende dat bijna 50 % van de landen in de regio niet over een nationaal elektronisch vergunningensysteem beschikt, de mogelijkheid om het systeem zodanig te programmeren dat landen het kunnen gebruiken terwijl hun nationale systemen zullen worden doorgelicht;

—

uitrol van het elektronische systeem van het MCTA als proeffase, met opleiding van de nationale autoriteiten, en met uitvoering van de nodige correcties;

—

upgrade van de virtuele gemeenschap voor informatie-uitwisseling, die tijdens fase I is ontwikkeld, om een kennisplatform over vuurwapens voor het halfrond te worden, met functies zoals i) de automatische indiening en tracering van gegevens over het wapencontrolesysteem en de stand van zaken omtrent de uitvoering van het Cifta; ii) een register van nationale autoriteiten, en iii) een dashboard om de status en de volledigheid van het wapencontrolesysteem te visualiseren;

—

actualisering en uitbreiding van de software voor inventariscontrole van SALW en munitie naar landen in de regio die baat kunnen hebben bij deze tijdens fase I ontwikkelde IT-oplossing.

Output

—

Het elektronisch systeem voor het regionaal communicatiemechanisme betreffende de legale overdracht van vuurwapens en munitie (MCTA) wordt bij wijze van proef in vijf landen geprogrammeerd en ingevoerd;

—

de software voor inventariscontrole van SALW en munitie wordt verbeterd, op basis van feedback van de gebruikers, en wordt in ten minste vier andere landen toegepast;

—

er wordt een kennisplatform over vuurwapens voor het halfrond ontwikkeld, met de registratie van contactpunten van ten minste 15 landen voor ten minste 15 landen;

—

halfjaarlijkse bijeenkomsten van de nationale contactpunten om dialoog en samenwerking aan te moedigen.

Doelstelling 4: Gemeenschappen weerbaarder maken tegen vuurwapengeweld en de toegang tot illegale en/of ongewenste vuurwapens beperken

Activiteiten

—

Uitbreiding van de methodologie van het Oasis-programma tot ten minste een andere gemeenschap die sterk te lijden heeft onder vuurwapengeweld. Oasis streeft ernaar maatschappelijk verantwoord gedrag te bevorderen in gemeenschappen die sterk te lijden hebben onder vuurwapengeweld; het omvat een eerste beoordeling van de gemeenschap en de beschikbare mechanismen om geweld te voorkomen en slachtoffers bij te staan. Het programma voorziet in dagelijkse buitenschoolse activiteiten voor risicojongeren en opleidingen voor lokale multistakeholders in de gemeenschappen op het gebied van geweldpreventie en slachtofferhulp;

—

oprichting van een op de gemeenschap gebaseerd referentiecentrum voor de bijstand aan slachtoffers, families en getuigen van geweld en misdrijven die met vuurwapens zijn gepleegd, teneinde de geweldspiraal te doorbreken;

—

ontwikkeling van een regionaal onderwijsopleidingsprogramma om gendergeweld te voorkomen en aan te pakken;

—

ontwikkeling en uitvoering van ten minste twee wapeninzamelingscampagnes in gemeenschappen, met inbegrip van onderwijsstrategieën om de bevolking bewust te maken en de vrijwillige inlevering van wapens aan te moedigen. De campagnes zullen de nadruk leggen op het verband tussen gendergeweld en misbruik van vuurwapens, aangezien de meeste slachtoffers van gendergeweld met vuurwapens worden bedreigd of vermoord (5);

—

steun voor nationale en lokale autoriteiten bij het verzamelen, opslaan, vervoeren en vernietigen van verzamelde SALW en munitie. Dit gebeurt in coördinatie met de activiteiten in het kader van doelstelling 2 van het project om de middelen te optimaliseren.

Output

—

Het verbeteren van de capaciteit van ten minste twee hotspotgemeenschappen om risicojongeren te ondersteunen, slachtoffers en overlevenden bij te staan en vuurwapengeweld te voorkomen;

—

het verbeteren van de levensvaardigheden van ten minste 160 leerlingen uit twee hotspotgemeenschappen door opleiding en dagelijkse naschoolse activiteiten;

—

het opleiden van ten minste 150 beleidsmakers, overheidsfunctionarissen, dienstverleners, gemeenschapsleiders, leraren, ouders en het maatschappelijk middenveld op het gebied van preventie en onderbreking van gendergeweld en bijstand aan slachtoffers;

—

het oprichten en operationeel maken van een referentiecentrum voor overlevenden van geweld, families en getuigen;

—

het ontwikkelen en uitvoeren van ten minste twee wapeninzamelingscampagnes in gemeenschappen.

Doelstelling 5: Een Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens ontwikkelen om de landen uit te rusten met een praktisch en beheersinstrument door middel van een regionale, gecoördineerde en onderbouwde aanpak

Activiteiten

—

Uitwerking van een methodologie voor de ontwikkeling van de Midden-Amerikaanse routekaart, in overleg met deskundigen op dit gebied en met de goedkeuring van de landen;

—

ontwikkeling van een behoefteanalyse, in overleg met de regeringen van Midden-Amerika;

—

ontwikkeling van een ontwerp van de Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens, rekening houdend met de behoeftenanalyse, internationale juridische kaders en goede praktijken;

—

goedkeuring van de ontwerproutekaart door middel van een overlegronde met landen en belanghebbenden, en

—

externe communicatie en contacten om partners te mobiliseren ter ondersteuning van de uitvoering van de Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens.

Output

—

Het samen met de belanghebbenden opstellen en goedkeuren van de methodologie voor de ontwikkeling van een routekaart;

—

het ontwikkelen van de behoeftenanalyse om de belangrijkste bedreigingen, lacunes, kwetsbaarheden en prioriteiten van de Midden-Amerikaanse landen vast te stellen;

—

het organiseren van twee workshops voor het verzamelen van input en feedback over het ontwerp van de Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens, waaraan wordt deelgenomen door nationale autoriteiten en organisaties die op dit gebied actief zijn;

—

het ontwikkelen, en voorleggen aan landen in de regio, van de Midden-Amerikaanse routekaart;

—

het ontwikkelen van een communicatiecampagne om de Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens te verspreiden, de politieke goedkeuring ervan te verkrijgen en de steun van partners voor de uitvoering ervan te vergaren.

5.   Looptijd

De totale duur van de uitgebreide regionale fase II wordt op 36 maanden geraamd.

6.   Technische uitvoeringsinstantie

De technische uitvoering van dit programma wordt toevertrouwd aan de afdeling openbare veiligheid van het secretariaat-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (DPS/OAS). De DPS/OAS heeft een gunstige positie om de landen van Amerika te ondersteunen, gezien zijn dubbele rol van technisch co-secretariaat van het Cifta en technisch en operationeel orgaan van de OAS op dit gebied. In deze hoedanigheid heeft de DPS/OAS projecten en programma's uitgevoerd ter ondersteuning van de lidstaten van de OAS bij het nakomen van hun verplichtingen om hun vuurwapenvoorraden te beveiligen, om wetgevende maatregelen te nemen met het oog op de strafbaarstelling van illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens in het nationale recht, om te eisen dat vuurwapens worden gemarkeerd en om met andere partijen bij het Cifta informatie uit te wisselen met betrekking tot het traceren van informatie en patronen inzake illegale handel. Geen enkele andere regionale of subregionale organisatie die in heel Amerika actief is, heeft voldoende politieke invloed, technische deskundigheid en geografische reikwijdte om alle Amerikaanse staten te ondersteunen en bij te staan.

In fase II zal de DPS/OAS ook tijdens de uitvoering van het project de coördinatie en samenwerking met andere instellingen en organisaties voortzetten. De DPS/OAS heeft een aantal van hen in fase I betrokken en verwacht dat zij zullen blijven samenwerken aan specifieke kwesties ter bevordering van het initiatief in de regio, waaronder het “Regional Centre for Peace, Disarmament and Development in Latin America and the Caribbean” (UN-LiREC), het “Caribbean Community Implementation Agency for Crime and Security”, het “Inter-American Defence Board”, het adviesteam munitiebeheer (AMAT) van het “International Centre for Humanitarian Demining” (GICHD) van Genève, de “Golden West Humanitarian Foundation”, Interpol, het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken en het “Humanitarian Demining Training Center” van het Amerikaanse Ministerie van Defensie. De DPS wil nauwe betrekkingen tot stand brengen met al deze andere entiteiten die ook in het veld actief zijn om zoveel mogelijk voordelen uit de actie te halen door gebruik te maken van de complementaire deskundigheid van de organisaties. Met name tijdens fase II zal de DPS/OAS tot doel hebben de samenwerking met subregionale organisaties, zoals Caricom-Impacs en SICA (Centraal-Amerikaans Integratiesysteem), te versterken om de uitvoering van de Caribische routekaart inzake vuurwapens te ondersteunen en de ontwikkeling van de Midden-Amerikaanse routekaart inzake vuurwapens te coördineren.

7.   Relevantie

A.    “Wapens beveiligen, burgers beschermen”: EU-strategie tegen illegale vuurwapens, handvuurwapens en lichte wapens (SALW), en munitie daarvoor, aangenomen door de Raad op 19 november 2018

De doelstellingen, activiteiten en verwachte resultaten van dit project zijn afgestemd op de doelstellingen en aanpak van de strategie van de Europese Unie “Wapens beveiligen, burgers beschermen”. In dat verband heeft de Raad van de Europese Unie besloten fase I van dit initiatief te financieren teneinde multilateralisme en synergie tussen de EU en de OAS te bevorderen om gewapend geweld en criminele activiteiten terug te dringen, en heeft hij de in de strategie vastgestelde prioriteiten nader bekeken. Fase II handhaaft in aansluiting hierop dit paradigma en deze aanpak en vormt een aanvulling op de wereldwijde inspanningen van de Europese Unie op dit gebied door het aanpakken van een regio die sterk te lijden heeft onder de verspreiding en buitensporige accumulatie van en handel in SALW.

In Fase II komen met name de volgende prioriteiten van de strategie aan de orde:

2.1.

aanscherping van het normatieve kader: de activiteiten van doelstelling 1 moeten ervoor zorgen dat de landen hun wetgeving aan de internationale normen aanpassen en over instrumenten beschikken om de uitvoering van de verdragen te verbeteren;

2.2.2.

controles op de uitvoer van vuurwapens en munitie daarvoor: de ontwikkeling van het elektronische instrument van de MCTA, in doelstelling 3, wijst op het belang van controle op de legale handel om omleiding naar de illegale markt te voorkomen;

2.2.3.

veilig beheer van SALW- en munitievoorraden: doelstelling 2 omvat een reeks activiteiten die gericht zijn op PSSM, waaronder de opleiding van ambtenaren en technische en materiële bijstand voor de verbetering van praktijken en faciliteiten, overeenkomstig de internationale normen voor Mosaics en IATG's;

2.2.4.

verantwoorde verwijdering van SALW en munitie daarvoor: doelstelling 2 omvat opleiding, materiële bijstand, toezicht en certificering van de vernietigingsprocessen van vuurwapens en munitie voor landen die dat nodig hebben;

2.2.5.

horizontale acties: doelstelling 3 omvat een reeks IT-oplossingen en -instrumenten om samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de landen van de regio te bevorderen.

Om het effect van die activiteiten te maximaliseren, zal de DPS/OAS aanvullende activiteiten ondersteunen, waaronder het verminderen van de vraag naar vuurwapens door het uitvoeren van preventieacties, evenals inzamelingsprogramma's, en de ontwikkeling van een Midden-Amerikaanse routekaart, als concreet instrument om de inspanningen in deze regio te coördineren en te verbeteren.

B.   Besluit 2011/428/GBVB van de Raad van de EU van 18 juli 2011 betreffende de ondersteuning van de werkzaamheden van het VN-Bureau voor ontwapeningszaken ter uitvoering van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten (6)

Met het besluit van de Raad worden drie hoofddoelstellingen nagestreefd: 1) de uitvoering van het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten, zowel op mondiaal als op regionaal niveau; 2) steun voor de uitvoering van het internationaal traceringsinstrument (ITI), en 3) steun voor de ontwikkeling en uitvoering van de technische richtsnoeren van de VN voor het beheer van munitievoorraden.

Elk van deze doelstellingen is in overeenstemming met de algemene doelstellingen van de specifieke bepalingen van het Inter-Amerikaans Verdrag ter bestrijding van de illegale productie van en handel in vuurwapens, munitie, explosieven en aanverwant materiaal (Cifta) en de bijbehorende acties. Het Cifta bevat verscheidene verplichte aanbevelingen aan de staten die partij zijn, waaronder de vaststelling van rechtsmacht voor strafbare feiten; de verplichte markering van vuurwapens; het bijhouden van registers voor tracering; betere controles op overdrachten, en grensoverschrijdende samenwerking. De Cifta-actie 2018-2022 versterkt de doelstellingen van de Cifta-staten op deze gebieden, in overeenstemming met het VN-actieprogramma en het Protocol tegen de illegale productie van en handel in vuurwapens, hun onderdelen en componenten, en munitie, tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.

Het DPS/OAS blijft operationele programma's uitvoeren om landen te ondersteunen bij het opbouwen van hun capaciteit om hun verplichtingen uit hoofde van het Cifta na te komen. Fase II was bedoeld om deze hulp voort te zetten, rekening houdend met de prioriteiten die door de Cifta-staten zijn vastgelegd in de acties voor 2018-2022, met name: 1) markeren en traceren van vuurwapens; 2) invoer en uitvoer; 3) wetgevingsmaatregelen, en 4) beheer en vernietiging van voorraden.

8.   Verslaglegging

De DPS/OAS zal geregeld verslagen opstellen, in overeenstemming met de overeengekomen delegatieovereenkomst.

9.   Totale kosten

De totale financiering die van de EU wordt gevraagd voor de uitvoering van fase II, bedraagt ongeveer 4,2 miljoen EUR. Het secretariaat-generaal van de OAS zal bijdragen in natura leveren voor de uitvoering van het programma en zal andere steun in natura zoeken (zoals die welke de Spaanse regering in fase I heeft verstrekt).


(1)  UNODC, Global Study on Homicide, 2019; https://www.unodc.org/unodc/en/data-and-analysis/global-study-on-homicide.html

(2)  Ibidem.

(3)  Volgens de Global Study of Firearms Trafficking is 80 % van de illegale handel in vuurwapens bestemd voor Midden- en Zuid-Amerika en West-Azië (UNODC, 2020).

(4)  Van 2007 tot en met 2015 heeft de DPS/OAS initiatieven uitgevoerd van het Program of Assistance for Control of Arms and Munitions (Pacam) in de regio. De 25 OAS-lidstaten hebben baat gehad bij deze initiatieven: in de hele regio werden meer dan 290 000 vuurwapens gemarkeerd, en ook nog 60 000 wapens en meer dan 1 700 ton munitie vernietigd.

(5)  https://unoda-web.s3.amazonaws.com/wp-content/uploads/2019/07/MOSAIC-06.10-2017EV1.0.pdf

(6)   PB L 188 van 19.7.2011, blz. 37.