75/4/EEG: Aanbeveling van de Commissie van 27 november 1974 aan de Regering van het Koninkrijk Denemarken over de ontwerpen van besluiten die betrekking hebben op de uitvoeringsmaatregelen voor Verordeningen (EEG) Nr. 2829/72, Nr. 117/66/EEG, (EEG) Nr. 516/72, (EEG) Nr. 517/72, van de Raad en Verordeningen (EEG) Nr. 1016/68 en (EEG) Nr. 1172/72 van de Commissie
Publicatieblad Nr. L 002 van 04/01/1975 blz. 0025 - 0026
++++ AANBEVELING VAN DE COMMISSIE van 27 november 1974 aan de Regering van het Koninkrijk Denemarken over de ontwerpen van besluiten die betrekking hebben op de uitvoeringsmaatregelen voor Verordeningen ( EEG ) nr . 2829/72 , nr . 117/66/EEG , ( EEG ) nr . 516/72 , ( EEG ) nr . 517/72 van de Raad en Verordeningen ( EEG ) nr . 1016/68 en ( EEG ) nr . 1172/72 van de Commissie ( 75/4/EEG ) 1 . De Permanente Vertegenwoordiging van Denemarken heeft de Commissie bij een brief van 16 juli 1974 de tekst toegezonden van drie ontwerpen van besluiten die de Deense Regering overweegt te nemen en die respectievelijk betrekking hebben op de uitvoeringsmaatregelen voor de toepassing van Verordeningen : - ( EEG ) nr . 2829/72 van de Raad van 28 december 1972 betreffende het communautaire contingent voor het goederenvervoer over de weg tussen Lid-Staten ( 1 ) ; - nr . 117/66/EEG van de Raad van 28 juli 1966 betreffende de invoering van gemeenschappelijke regels voor het internationale vervoer van personen over de weg met autobussen ( 2 ) en ( EEG ) nr . 1016/68 van de Commissie van 9 juli 1968 betreffende de invoering van modellen van de controledocumenten , bedoeld in de artikelen 6 en 9 van Verordening nr . 117/66/EEG van de Raad ( 3 ) ; - ( EEG ) nr . 516/72 van de Raad van 28 februari 1972 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor pendelvervoer met autobussen ( autocars ) tussen de Lid-Staten ( 4 ) , ( EEG ) nr . 517/72 van de Raad van 28 februari 1972 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor het geregeld vervoer en de bijzondere vormen van geregeld vervoer met autobussen tussen de Lid-Staten ( 5 ) en ( EEG ) nr . 1172/72 van de Commissie van 26 mei 1972 met betrekking tot de vaststelling van de documenten bedoeld in Verordeningen ( EEG ) nr . 516/72 en ( EEG ) nr . 517/72 van de Raad ( 6 ) . Deze toezending vormt een raadpleging als bedoeld in artikelen - 7 van Verordening ( EEG ) nr . 2829/72 , - 10 van Verordening nr . 117/66/EEG , - 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1016/68 , - 24 van Verordening ( EEG ) nr . 516/72 , - 22 van Verordening ( EEG ) nr . 517/72 . Zij vormt tevens een mededeling als bedoeld in artikel 6 van Verordening ( EEG ) nr . 1172/72 , waarbij de Commissie in kennis wordt gesteld van de voorschriften die de Deense Regering dienaangaande wenst uit te vaardigen . 2 . Alvorens uitspraak te doen over de inhoud van de bepalingen die haar zijn voorgelegd , betreurt de Commissie te moeten constateren dat de Deense Regering de maatregelen ter uitvoering van Verordening ( EEG ) nr . 2829/72 , welke op 1 januari 1973 in werking is getreden , niet eerder heeft genomen , en dat zij de maatregelen ter uitvoering van Verordeningen ( EEG ) nr . 516/72 en ( EEG ) nr . 517/72 niet , zoals voorgeschreven bij respectievelijk artikel 25 b ) en artikel 23 b ) van die verordeningen , voor 1 april 1973 heeft vastgesteld . 3 . De Commissie constateert dat de bepalingen van het ontwerp van besluit ter uitvoering van Verordening ( EEG ) nr . 2829/72 naar de geest en naar hun algemene inhoud overeenkomen met de vereisten van genoemde verordening . Zij betreurt evenwel dat de Deense Regering geen gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de Commissie van 29 juni 1973 , waarin zij werd verzocht om met name inzake sancties de uitvoeringsbepalingen aan te vullen op basis van de aanbeveling die de Commissie op 9 juni 1969 tot de Lid-Staten heeft gericht en die betrekking heeft op de uitvoering van de regeling betreffende het communautaire contingent . Derhalve beveelt de Commissie de Deense Regering aan om haar ontwerp van besluit in die zin aan te vullen . 4 . De Commissie constateert dat de bepalingen van het ontwerp van besluit ter uitvoering van Verordeningen nr . 117/66/EEG en ( EEG ) nr . 1016/68 voldoen aan de verplichtingen welke aan de Lid-Staten krachtens die communautaire verordeningen zijn opgelegd . 5 . De Commissie merkt op dat artikel 5 , lid 1 , van het ontwerp van besluit ter uitvoering van Verordeningen ( EEG ) nr . 516/72 , ( EEG ) nr . 517/72 en ( EEG ) nr . 1172/72 bepaalt op welke voorwaarde een vergunning voor geregeld vervoer of voor een bijzondere vorm van geregeld vervoer kan worden overgedragen , maar geen bepaling bevat met betrekking tot de eventuele overdracht van de exploitatie van dit vervoer . Artikel 22 van Verordening ( EEG ) nr . 517/72 voorziet namelijk ook in die mogelijkheid . Bijgevolg beveelt de Commissie de Deense Regering aan om deze leemte aan te vullen door nader te omschrijven of de exploitatie van geregeld vervoer of een bijzondere vorm van geregeld vervoer mag overgedragen worden en onder welke voorwaarden . De Commissie constateert dat de overige bepalingen van het Deense ontwerp van besluit voldoen aan de verplichtingen die door de beschouwde communautaire verordeningen aan de Lid-Staten worden opgelegd . Gedaan te Brussel , 27 november 1974 . Voor de Commissie De Voorzitter François-Xavier ORTOLI ( 1 ) PB nr . L 298 van 31 . 12 . 1972 , blz . 16 . ( 2 ) PB nr . 147 van 9 . 8 . 1966 , blz . 2688/66 . ( 3 ) PB nr . L 173 van 22 . 7 . 1968 , blz . 8 . ( 4 ) PB nr . L 67 van 20 . 3 . 1972 , blz . 13 . ( 5 ) PB nr . L 67 van 20 . 3 . 1972 , blz . 19 . ( 6 ) PB nr . L 134 van 12 . 6 . 1972 , blz . 1 .