|
Publicatieblad |
NL Serie C |
|
C/2024/1980 |
18.3.2024 |
Advies van het Europees Comité van de Regio’s over het steunpakket voor kleine en middelgrote ondernemingen en het Befit-kader
(C/2024/1980)
|
BELEIDSAANBEVELINGEN
HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR)
Algemene opmerkingen
|
1. |
maakt zich zorgen over de omvang van de uitdagingen op het gebied van geopolitiek en concurrentievermogen voor Europese bedrijven en de gevolgen daarvan voor de economische veerkracht van Europa. Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die 99 % van alle bedrijven in de EU uitmaken en goed zijn voor twee derde van alle banen, worden geconfronteerd met ongekende onzekerheden als gevolg van de volatiliteit in het huidige mondiale economische klimaat, die leidt tot knelpunten in de toeleveringsketen, tekorten aan arbeidskrachten en met name vakmensen, oneerlijke concurrentiepraktijken en een toenemende regeldruk, allemaal factoren die het voor kmo’s moeilijker maken om zaken te doen. |
|
2. |
Veel problemen waarmee kmo’s worden geconfronteerd, bestaan al langer en dateren van vóór de huidige geopolitieke crisis en de nasleep van de COVID-19-pandemie. Het CvdR is dan ook ingenomen met de ambitie van de Europese Commissie om kmo’s centraal te stellen, maar merkt op dat deze steun continu en proactief moet zijn en niet reactief. |
|
3. |
Deze uitdagingen moeten worden aangepakt binnen de industriestrategie van de EU, voortbouwend op de dynamiek van de richtlijn energie-efficiëntie, de richtlijn hernieuwbare energie III, de richtlijn energiebelasting en de chipverordening, met het oog op de totstandbrenging van open strategische autonomie voor de Europese Unie. |
|
4. |
Het CvdR herinnert aan de mededeling van de Europese Commissie over economische veiligheid in Europa. Een breed EU-kader voor industriebeleid moet worden geïntegreerd in de nationale hervormingsprogramma’s van de lidstaten en de programma’s voor slimme specialisatie van de regio’s. |
|
5. |
Het CvdR verwelkomt in dit verband de mededeling over het steunpakket voor kmo’s en de bijbehorende wetgevingsvoorstellen, omdat dit een langverwacht wetgevingspakket is ter ondersteuning van het concurrentievermogen en de veerkracht van kmo’s, die de ruggengraat van de Europese economie vormen. |
|
6. |
Het CvdR betreurt dat het steunpakket voor kmo’s zo laat in de mandaatsperiode is gepubliceerd en daarom pas met vertraging een oplossing biedt voor de gecombineerde gevolgen van de COVID-19-pandemie, de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan, zoals de energiecrisis, de problemen in de wereldwijde toeleveringsketens en de snel stijgende inflatie. Dit leidt tot een traag herstel en zwakkere prestaties van Europese kmo’s. |
|
7. |
De huidige ontwikkelingen doen vermoeden dat de samenleving een verhoogd risico loopt om met meerdere crises te maken te krijgen. De economie moet daarom duurzaam, robuust en veerkrachtig worden. We moeten ons voorbereiden op een nieuwe realiteit van een onzekere geopolitieke situatie, pandemieën en extreme weersomstandigheden. Ook zullen extra inspanningen nodig zijn om de klimaatverandering aan te pakken, aangezien volgens het rapport van 2023 van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen is blijven toenemen. Door deze uitdagingen zullen de voorwaarden voor economische activiteiten radicaal veranderen. |
|
8. |
Het CvdR is het ermee eens dat een brede waaier aan beleidsmaatregelen en financieringsinstrumenten die in het steunpakket voor kmo’s zijn opgenomen, in nauwe samenwerking met de lokale en regionale overheden moeten worden uitgevoerd om lokaal ondernemerschap en lokale innovatie te ondersteunen en de troeven en rijkdommen van elke regio te kunnen valoriseren. |
|
9. |
Het CvdR pleit ervoor om het “denk eerst klein”-beginsel volledig te erkennen als een echt paradigma dat van toepassing is op de hele wetgevingscyclus van de EU en spreekt de hoop uit dat de Europese Commissie en de medewetgevers dit beginsel volledig zullen omarmen en in hun werk zullen toepassen. Het “denk eerst klein”-beginsel mag niet ten koste gaan van de aandacht voor duurzaamheid, die volgens het CvdR in al het EU-beleid is verankerd. |
|
10. |
Het CvdR steunt de benoeming van de kmo-gezant van de EU, die rechtstreeks verantwoording verschuldigd is aan de voorzitter van de Europese Commissie en zo de rol van het netwerk van kmo-gezanten en het kmo-filter zal versterken. Tegelijkertijd roept het de Europese Commissie op om de toegevoegde waarde van deze rol te waarborgen en overlapping met de werkzaamheden van DG GROW te voorkomen. Er moeten sterkere banden worden gesmeed tussen het netwerk van kmo-gezanten en relevante territoriale actoren. |
|
11. |
Het CvdR verzoekt de Europese Commissie een nieuw kader te overwegen om start-ups en scale-ups te onderscheiden van andere kmo’s, waarbij de cruciale rol van deze groep ondernemingen bij de verwezenlijking van economische groei en de doelstellingen van nettonulgroei en ook hun toegevoegde waarde voor het vergroten van de industriële autonomie van de EU worden erkend. |
Verlichting van de regelgeving en digitalisering
|
12. |
Het CvdR erkent dat regelgevings- en administratieve lasten de belangrijkste belemmeringen zijn die systematisch worden gemeld door kmo’s en door brancheorganisaties (1), en stelt verheugd vast dat deze kwestie ruime prioriteit krijgt in het steunpakket voor kmo’s. Het is dan ook stellig van plan om deze lasten en belemmeringen uit de weg te ruimen met behulp van een grensoverschrijdende aanpak, nl. via zijn EGTS-platform (Europese groepering voor territoriale samenwerking). |
|
13. |
Het CvdR erkent dat een vereenvoudigd regelgevingskader nodig is om in een steeds complexere mondiale context de doelstellingen van de Europese Green Deal te kunnen verwezenlijken. Dat kader moet flexibel, soepel en evenredig zijn en beantwoorden aan de beoogde doelstellingen, wat vooral voor de meest kwetsbare economische actoren van cruciaal belang is, zoals kleine micro-ondernemingen en familiebedrijven. |
|
14. |
De Commissie heeft zich ertoe verbonden om kmo-toetsen, kmo-filters en concurrentievermogenstoetsen tot norm te maken in de beleidsvorming van de EU. De Europese Commissie moet ervoor zorgen dat haar directoraten over voldoende middelen en organisatorische capaciteit beschikken om hoogwaardige kmo-toetsen uit te voeren. De kmo-toets moet bij de voorbereiding van alle wetsontwerpen worden toegepast en mag niet beperkt blijven tot economische dossiers. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de cumulatieve impact en het doorsijpeleffect van de wetgeving. De toets moet gedurende het hele wetgevingsproces worden geactualiseerd. Er zijn soortgelijke mechanismen nodig op het niveau van de lidstaten, die de rol van lokale en regionale overheden bij de omzetting van het EU-recht erkennen, zonder bijkomende eisen aan de wetgeving te stellen. |
|
15. |
Het CvdR verzoekt de Commissie om er met betrekking tot de kmo-toets voor te zorgen dat bij effectbeoordelingen een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende grootteklassen van kmo’s (micro-, kleine en middelgrote) zodat de effecten van elk initiatief op een meer gedetailleerde en gerichte manier beoordeeld kunnen worden, met een inclusievere betrokkenheid van belanghebbenden uit de kmo’s. |
|
16. |
Het CvdR wil een grotere rol spelen in het Fit for Future-platform op basis van de werkzaamheden van zijn RegHub-netwerk. De synergieën tussen kmo-toetsen en territoriale effectbeoordelingen moeten worden versterkt, aangezien verreweg de meeste kmo’s actief zijn op lokale markten. |
|
17. |
Het CvdR zou graag zien dat zijn RegHub-netwerk bij de lastenverlichting wordt betrokken en roept de overheidsinstanties op alle niveaus op om een soortgelijke rationaliseringsinspanning te leveren, binnen de grenzen van hun bevoegdheden. |
|
18. |
Het CvdR is ingenomen met het voornemen van de Commissie om de rapportagelasten die uit EU-wetgeving voortvloeien met 25 % te verminderen. Deze doelstelling kan het best worden bereikt door het concept van actieve subsidiariteit toe te passen, in nauwe samenwerking met bedrijfsorganisaties en kamers van koophandel. |
|
19. |
Het CvdR is ervan overtuigd dat de digitalisering aanzienlijk kan bijdragen tot het opheffen van belemmeringen en rapportagelasten voor kmo’s. Het staat volledig achter de uitrol van Europese digitale-innovatiehubs in de hele EU en is van mening dat de ene digitale toegangspoort (Single Digital Gateway) en het nieuwe, op het eenmaligheidsbeginsel gebaseerde technische systeem (Once-Only Technical System), mits op de juiste wijze ontwikkeld en toegepast, nog meer mogelijkheden kunnen bieden op dit gebied. Het is evenwel belangrijk dat kmo’s op de hoogte worden gebracht van deze nieuwe instrumenten en de mogelijkheden zij bieden. Dit gebeurt het best op lokaal en regionaal niveau. |
|
20. |
Veel lokale en regionale overheden beschikken over navolgenswaardige voorbeelden van maatregelen die al zijn toegepast ter verlichting van de regeldruk en de rapportagelast voor kmo’s. Dit is gebaseerd op feedback van kmo’s en lokale belanghebbenden. Het CvdR beschikt als vertegenwoordiger van de regio’s en gemeenten in de EU over de kennis om deze voorbeelden te verzamelen en de bredere toepassing ervan te bevorderen. |
|
21. |
Het CvdR is zeer te spreken over het voorstel van de Commissie om samen met het Europees Parlement en de Raad “ter plaatse” te beoordelen wat de impact is op de kmo’s en het concurrentievermogen van de voorgestelde substantiële wijzigingen in wetgevingsvoorstellen van de Commissie. Het stelt voor de desbetreffende rapporteurs van het CvdR hierbij te betrekken. Zij kunnen immers een waardevolle bijdrage leveren aan het proces omdat zij dicht bij het lokale midden- en kleinbedrijf staan. |
|
22. |
Het CvdR benadrukt dat Europese kmo’s er baat bij zouden hebben als de digitaliseringsagenda en de agenda voor betere regelgeving in de overheidssector beter op elkaar worden afgestemd door gebruik te maken van de recente werkzaamheden van het RegHub-netwerk inzake overheidsopdrachten en interoperabiliteitsstrategieën voor overheden in de EU, en door lokale en regionale actoren te betrekken bij het vinden van innovatieve regelgevingsoplossingen. |
|
23. |
Het CvdR benadrukt dat Europese regio’s en steden openstaan voor nieuwe ideeën en als proeftuin zouden kunnen dienen voor het uittesten van meer innovatievriendelijke regels en regelgeving in een afgebakende omgeving, en vervolgens goede praktijkvoorbeelden zouden kunnen delen. Het CvdR brengt nu al projecten in kaart die onze kmo’s helpen om “toekomstbestendig” te worden, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige intelligentie. Afhankelijk van de toepassing moeten AI-oplossingen bedrijven in staat stellen processen te versnellen of workflows efficiënter en dus kosteneffectiever te maken, maar ze kunnen ook worden gebruikt om het voor bedrijven gemakkelijker en goedkoper te maken met de overheid om te gaan en zich aan wet- en regelgeving te houden. Soortgelijke projecten zouden op grotere schaal moeten worden uitgerold in de steden en regio’s van de EU. |
|
24. |
Voor de digitale transformatie binnen en ter ondersteuning van de kmo-sector zijn geavanceerde IT-systemen nodig die de sector vertrouwen geven en het hoogste niveau van cyberbeveiliging bieden. |
|
25. |
Bij het streven naar vereenvoudigingen, met minder regels en meer digitalisering, zou de digitale toegangspoort van de EU steun moeten bieden. |
Investeringen en toegang tot financiering
|
26. |
De meeste Europese kmo’s investeren in hun duurzame transitie, maar over het algemeen hebben ze moeite om hiervoor financiering te vinden en aan de bijbehorende rapportageverplichtingen te voldoen. |
|
27. |
Gezien de belangrijke rol van bankfinanciering, de beperkingen van bestaande subsidies en de geringe relevantie van kapitaalmarkten voor kmo’s, zouden banken beter in staat gesteld moeten worden om duurzame en andere financiering te bieden die noodzakelijk is voor het succes van kmo’s, door middel van stimuleringsmaatregelen en vereenvoudigde regelgeving. Daarbij mag de langetermijndoelstelling niet uit het oog worden verloren, namelijk de financiële autonomie van bedrijven. |
|
28. |
Het CvdR is van mening dat sterke regionale ecosystemen op het Europese niveau nauw met elkaar verbonden moeten zijn via internationale kennisuitwisseling tussen kmo’s en tussen regionale overheden, in het bijzonder door middel van interregionale investeringen in innovatie. |
|
29. |
Het CvdR steunt de nieuwe instrumenten die in het kader van de nieuwe innovatieagenda van de EU zijn ontwikkeld, zoals de oprichting van regionale innovatievalleien en roept met name de Europese Ondernemende Regio’s (EOR’s) op om gebruik te maken van de ermee samenhangende financierings- en samenwerkingsmogelijkheden. |
|
30. |
Het CvdR dringt aan op nauwere synergieën tussen het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), InvestEU, de programma’s van Digitaal Europa en Horizon om met name de samenwerking tussen kmo’s, universiteiten, technologiecentra, Europese digitale-innovatiehubs en andere onderzoeks- en innovatieorganisaties te versterken. |
|
31. |
In het kader van het cohesiebeleid blijft steun aan kmo’s van essentieel belang, vooral in de huidige context van leveringsbeperkingen, hoge energieprijzen en inflatie. Meer dan 23 miljard EUR van de middelen van het cohesiebeleid zal worden gebruikt om kmo’s te helpen groeien en hun concurrentievermogen te verbeteren. Het is daarom van het grootste belang dat de operationele programma’s zo snel mogelijk in de regio’s van de EU worden uitgerold en de onnodige overdracht van middelen naar andere EU-programma’s wordt voorkomen. |
|
32. |
Hoewel het CvdR de inspanningen van de Commissie om het Europese concurrentievermogen te stimuleren toejuicht, onder meer via het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP), dat gericht is op het stroomlijnen van investeringen in strategische technologieën die essentieel zijn voor het concurrentievermogen en de strategische autonomie van Europa, herhaalt het zijn verzet, zoals verwoord in zijn recente advies over de herziening van het MFK 2021-2027, tegen het verschuiven van cohesiemiddelen naar grote bedrijven in overgangsregio’s en naar de meer ontwikkelde regio’s van lidstaten met een bbp per hoofd van de bevolking dat onder het EU-gemiddelde ligt, zoals in het STEP-voorstel wordt geopperd. |
|
33. |
Het CvdR benadrukt de veelbelovende rol van durfkapitaalfondsen en crowdfunding bij het verbeteren van de toegang van kmo’s tot financiering. Het dringt erop aan dat deze financieringsvormen beter worden erkend en ondersteund als doeltreffende instrumenten om de economische groei en het concurrentievermogen in Europa te bevorderen. |
|
34. |
Het is goed om ter versterking van de belangrijkste onderdelen van STEP verschillende soorten EU-steun te combineren. Een verhoging van de medefinanciering tot 100 % voor STEP-prioriteiten is echter geen goed idee. Zijn er geen eisen voor eigen cofinanciering, dan bestaat het risico dat de projecten geen lang leven beschoren is. |
|
35. |
Het CvdR neemt kennis van het langverwachte wetgevingsvoorstel inzake de bestrijding van betalingsachterstanden, dat aansluit bij het CvdR-advies van 2020 over de kmo-strategie. Er zijn goede argumenten voor om alle bedrijven in de EU strenge en uniforme betalingsregels op te leggen, maar de voorgestelde bepalingen maken geen onderscheid tussen betalingsachterstanden en lange betalingstermijnen. |
|
36. |
Het CvdR is van mening dat dit voorstel de contractvrijheid van kmo’s zal belemmeren. Met name het invoeren van één maximale betalingstermijn van dertig dagen in de betrekkingen tussen bedrijven zou hun vrijheid om als particuliere commerciële ondernemingen andere betalingstermijnen overeen te komen, ondermijnen, ook omdat grote ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen in verschillende mate toegang hebben tot kredieten en de financiële sector. |
|
37. |
Het CvdR neemt ook kennis van de bezorgdheid van sommige sectoren en sommige soorten kmo’s, die van mening zijn dat dit voorstel een negatieve impact kan hebben op met name de kleinhandel, die vooral in meer landelijke gebieden wijdverbreid is. Het CvdR stelt voor om dit voorstel in eerste instantie geleidelijk in te voeren. |
|
38. |
Als basis voor toekomstig beleid zou het nuttig zijn als de EU-waarnemingspost voor betalingen kwantitatieve gegevens zou verzamelen en het betalingsgedrag zou monitoren. |
|
39. |
Het CvdR roept de overheidsinstanties op alle niveaus in de EU-lidstaten op het goede voorbeeld te geven door een cultuur van tijdige betalingen bij overheidsopdrachten te bevorderen en de betalingspraktijken van bepaalde bestuursniveaus hierop af te stemmen. Dit houdt ook in dat er zo veel mogelijk voor moet worden gezorgd dat de betalingstermijnen voor complexere projecten die in opdracht van overheden door aannemers en hun onderaannemers worden uitgevoerd, zoals bouwwerkzaamheden, vervoersprojecten, IT-diensten enz., tijdig worden nageleefd, waarbij wordt erkend dat de aanbestedende dienst hier soms geen controle over heeft. |
Vaardigheden voor de groene en de digitale transitie
|
40. |
Het CvdR verwijst naar een recente Eurobarometer-enquête (2), waarin kmo’s het gebrek aan geschoolde arbeidskrachten en de gevolgen daarvan aanmerken als verreweg het grootste probleem waarmee zij te kampen hebben. Zij beschikken vaak niet over dezelfde middelen als grote ondernemingen om te kunnen concurreren om arbeidskrachten en te investeren in de opleiding van hun werknemers. Daarom moet, vooral in het kader van het Jaar van de Vaardigheden 2023, de meeste nadruk worden gelegd op de (om)scholing van werknemers in kmo’s, het aantrekken van vakmensen en de erkenning van kwalificaties. |
|
41. |
Het CvdR beseft dat kmo’s in dit Europees Jaar van de Vaardigheden behoefte hebben aan een breed scala aan vaardigheden en talenten om een ondernemingsgeest te kweken die innovatie, concurrentievermogen en groei stimuleert. Lokale en regionale overheden zijn de aangewezen instanties om regio’s, met name afgelegen en plattelandsgebieden, te ondersteunen bij het scheppen van de juiste economische en sociale voorwaarden om jongeren aan te moedigen in hun lokale omgeving te blijven. |
|
42. |
Kmo’s kunnen het best worden toegerust met essentiële vaardigheden voor de groene en digitale transitie van de Europese industrie via regionale partnerschappen, netwerken en clusters. Het CvdR wijst op de belangrijke bijdrage van de partnerschappen in het kader van het Pact voor vaardigheden, dat veel succesvolle territoriale acties voor de ontwikkeling van vaardigheden heeft voortgebracht. |
|
43. |
Lokale en regionale overheden moeten worden betrokken bij de totstandbrenging van geplande “nettonulvalleien” en industriële allianties. |
|
44. |
Het CvdR is in dit verband ingenomen met de oprichting van een EU-talentenpool en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan een interinstitutioneel partnerschap met lokale en regionale overheden en het CvdR aan te gaan om ervoor te zorgen dat mensen met de juiste vaardigheden aan de juiste banen kunnen worden geholpen. |
|
45. |
Het CvdR dringt aan op een snellere en efficiëntere erkenning van beroepskwalificaties van burgers van derde landen, onder meer via partnerschappen tussen de lidstaten en de Europese Commissie met derde landen, om de aanwerving te verbeteren en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter op elkaar af te stemmen. |
|
46. |
Het CvdR vraagt dat er in samenwerking met lokale en regionale overheden snelle en gerichte steun komt voor kmo’s in sectoren met de meest nijpende tekorten aan arbeidskrachten, zoals de horeca en de detailhandel, zodat arbeidsmigranten en vluchtelingen grondig kunnen worden opgeleid, onder meer via taalles en programma’s voor cultureel bewustzijn. |
|
47. |
Op het gebied van beroepsopleiding is het belangrijk om initiatieven te ondersteunen die nieuwe vaardigheden bevorderen. Het CvdR erkent de rol die lokale en regionale overheden spelen bij het aangaan van partnerschappen op lokaal niveau via contacten met bedrijfsorganisaties. Veel regio’s ondernemen op dit gebied succesvolle initiatieven. |
|
48. |
Het CvdR dringt er bij de lidstaten en de Europese Commissie op aan het overkoepelende belang van mentorschap te erkennen, omdat dit een cruciaal puzzelstuk is bij het dichten van de kloof tussen vorming en werkgelegenheid en het stimuleren van de vaardigheden, het zelfvertrouwen en de motivatie van mensen, ook en misschien wel voornamelijk in kmo’s. |
Belastingheffing
|
49. |
Het CvdR is van mening dat Befit een complex en gedetailleerd voorstel is met aanzienlijke gevolgen voor overheden en bedrijven. Het benadrukt dat de prioriteit in de EU momenteel ligt bij de uitvoering van de richtlijn van de Raad betreffende een algemeen minimumbelastingtarief voor multinationals in de Unie (de richtlijn van de tweede pijler). Regeringen en andere belanghebbenden zullen tijd nodig hebben om de impact van de richtlijn van de tweede pijler te beoordelen. De mogelijke wisselwerking tussen de richtlijn van de tweede pijler en het Befit-voorstel moet zorgvuldig overwogen en geanalyseerd worden. |
|
50. |
Als de richtlijn inzake verrekenprijzen (“transfer pricing”) haar doel wil bereiken, namelijk minder geschillen over verrekenprijzen en minder nalevingskosten voor bedrijven, moet ze functioneren op een wijze die in overeenstemming is met het zakelijkheidsbeginsel en mag ze geen risico op divergentie en toename van geschillen met derde landen met zich meebrengen. |
|
51. |
Het succes van het HOT-initiatief (vaststelling van een belastingstelsel voor kmo’s volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor) zal afhangen van de mate waarin het bedrijven kan verleiden om voor de regeling te kiezen. Dat zal pas het geval zijn als de regeling een echte vereenvoudiging en een vermindering van de fiscale nalevingskosten met zich meebrengt. |
|
52. |
Vooral kleinere kmo’s die op hun thuismarkt actief zijn, kunnen veel baat hebben bij de nieuwe belastingregels in het HOT-voorstel, waardoor ze kunnen worden aangemoedigd om te groeien en uit te breiden op de interne markt van de EU zonder gehinderd te worden door onnodige fiscale nalevingslasten. Het CvdR benadrukt dat de potentiële voordelen voor kmo’s in verhouding moeten staan tot de administratieve lasten en uitvoeringskosten voor de belastingdiensten van de EU. |
Brussel, 31 januari 2024.
De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's
Vasco ALVES CORDEIRO
(1) https://www.smeunited.eu/news/smes-require-rules-that-reach-objectives-not-add-red-tape
https://www.eurochambres.eu/wp-content/uploads/2022/11/EES-2023-Euochambres-Economic-Survey-Report.pdf
https://www.businesseurope.eu/policies/smes-and-entrepreneurship/reducing-regulatory-burdens-smes
(2) Eurobarometer-enquête: SMEs and skills shortages (Kmo’s en vaardighedentekorten), november 2023, https://europa.eu/eurobarometer/surveys/detail/2961.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1980/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)