6.4.2017   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 92/48


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2017/648 VAN DE COMMISSIE

van 5 april 2017

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op multiplex van okouméhout van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) („de basisverordening”), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   PROCEDURE

1.   Geldende maatregelen

(1)

Na een antidumpingonderzoek („het oorspronkelijke onderzoek”) heeft de Raad bij Verordening (EG) nr. 1942/2004 (2) een definitief antidumpingrecht ingesteld op multiplex van okouméhout van oorsprong uit de Volksrepubliek China („de VRC” of „China” of „betrokken land”). De maatregelen hebben de vorm van een ad-valoremrecht aangenomen en de vastgestelde rechten bedroegen 6,5 % tot 23,5 % voor vier producenten en 66,7 % voor alle andere producenten. Na een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen zijn deze maatregelen bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2011 van de Raad (3) (het „vorige nieuwe onderzoek”) gehandhaafd.

2.   Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(2)

Na de bekendmaking van een bericht (4) dat de geldende antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen, heeft de Commissie een verzoek ontvangen voor de opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen ten aanzien van de VRC, gebaseerd op artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (5) („verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen” of „het verzoek”).

(3)

Het verzoek werd op 22 oktober 2015 ingediend door de European Panel Federation („EPF”) („de indiener van het verzoek”) namens producenten die samen meer dan 25 % van de totale productie van multiplex van okouméhout in de Unie voor hun rekening nemen. Het verzoek is ingediend op de grond dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot herhaling van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie.

3.   Opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(4)

Aangezien de Commissie na raadpleging van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening opgerichte Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 29 januari 2016 door de bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (6) („bericht van opening”) de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad.

4.   Onderzoek

4.1.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(5)

Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2015 („tijdvak van het nieuwe onderzoek” of „TNO”). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2012 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek („de beoordelingsperiode”).

4.2.   Bij het onderzoek betrokken partijen

(6)

De Commissie heeft de indieners van het verzoek, de andere haar bekende producenten in de Unie, de producenten-exporteurs in de VRC, de haar bekende importeurs/gebruikers alsook de autoriteiten in de VRC van de opening van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen in kennis gesteld.

(7)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord.

4.3.   Steekproef

(8)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van belanghebbende partijen zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

4.3.1.   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(9)

Gezien het grote aantal producenten-exporteurs in de VRC werd in het bericht van opening overwogen een steekproef samen te stellen.

(10)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze te kunnen samenstellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Bovendien heeft de Commissie de vertegenwoordiging van de Volksrepubliek China bij de Europese Unie verzocht eventuele andere producenten-exporteurs die in deelname aan het onderzoek geïnteresseerd konden zijn te identificeren en/of contact met hen op te nemen.

(11)

Aangezien slechts twee ondernemingen in de VCR zich meldden, was het niet nodig een steekproef samen te stellen.

4.3.2.   Steekproef van producenten in de Unie

(12)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld. Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening had de Commissie de steekproef samengesteld op basis van het grootste representatieve productievolume, waarbij ook rekening werd gehouden met het verkoopvolume en de geografische spreiding. De steekproef bestond uit vijf producenten in de Unie. De in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vertegenwoordigden ca. 74 % van de totale productie in de Unie tijdens het TNO. De Commissie nodigde de belanghebbenden uit om opmerkingen over de voorlopige steekproef in te dienen. Er zijn binnen de vastgestelde termijn geen opmerkingen ontvangen. Bijgevolg is de voorlopige steekproef bevestigd. De steekproef wordt als representatief voor de bedrijfstak van de Unie beschouwd.

4.3.3.   Steekproef van niet-verbonden importeurs, vragenlijsten en samenwerking

(13)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk is en, zo ja, deze samen te kunnen stellen, heeft de Commissie alle niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken.

(14)

Bij de opening van het onderzoek heeft zij contact opgenomen met ongeveer 35 haar bekende potentiële importeurs/gebruikers. Hun is verzocht hun activiteit toe te lichten en in voorkomend geval het bij het bericht van opening gevoegde steekproefformulier voor niet-verbonden importeurs in te vullen.

(15)

13 importeurs dienden het steekproefformulier in. Ze deelden allen mee dat ze geen multiplex van okouméhout uit de VRC invoerden. Op basis hiervan werd een steekproef niet noodzakelijk geacht.

4.4.   Vragenlijsten en controles ter plaatse

(16)

De Commissie heeft alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of voortzetting of herhaling van dumping en schade waarschijnlijk was en om het belang van de Unie te bepalen, ingewonnen en gecontroleerd.

(17)

De Commissie verstuurde een vragenlijst voor producenten-exporteurs naar twee in overweging 11 vermelde ondernemingen in de VRC, twaalf haar bekende producenten in mogelijke referentielanden (Gabon, Marokko, Zwitserland en Turkije) en de vijf in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(18)

Slechts één onderneming in de VRC heeft de vragenlijst gedeeltelijk beantwoord, terwijl volledige antwoorden op de vragenlijst werden ontvangen van twee producenten in Gabon, een producent in Marokko en vijf in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(19)

De Commissie heeft bij de volgende ondernemingen een controle ter plaatse verricht:

a)

Producenten in de Unie:

—

F.A. MOURIKIS SA (Griekenland);

—

GARNICA PLYWOOD SA (Spanje);

—

JEAN THÉBAULT SAS (Frankrijk);

—

JOUBERT LES ELIOTS SAS (Frankrijk);

—

JOUBERT ST JEAN D'ANGÉLY SAS (Frankrijk).

b)

Producenten in het land met een markteconomie

—

CEMA BOIS DE L'ATLAS (Marokko)

4.5.   Mededeling van feiten en overwegingen

(20)

Op 13 februari heeft de Commissie alle belanghebbenden de belangrijkste feiten en overwegingen meegedeeld op basis waarvan zij voornemens is de geldende antidumpingmaatregelen te handhaven, en heeft zij alle belanghebbenden verzocht eventuele opmerkingen kenbaar te maken. Er zijn geen opmerkingen ingediend.

B.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

1.   Betrokken product

(21)

Het betrokken product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek en wordt als volgt gedefinieerd: multiplex uitsluitend bestaande uit lagen van hout, waarvan elke laag niet meer dan 6 mm dik is en waarvan ten minste één buitenlaag van okouméhout is die niet met een permanente folie van ander materiaal is bedekt, van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld in GN-code ex 4412 31 10 (Taric-code 4412311010). Het betrokken product wordt voor talrijke doeleinden gebruikt. Het wordt gebruikt in de bouw voor buitentimmerwerk, bekledingsplaten, bekistingsplaten, buitenkelders en balustrades alsmede voor oeverbeschoeiing. Het wordt ook gebruikt voor meer decoratieve doeleinden, onder meer in voertuigen (bijvoorbeeld auto's, bussen, caravans, kampeerwagens) en vaartuigen (jachten), in de meubelindustrie en bij de vervaardiging van deuren.

(22)

Er zijn twee hoofdtypen multiplex van okouméhout, namelijk multiplex dat uitsluitend van okouméhout is vervaardigd („okoumé door-en-door”) en multiplex waarvan minstens één van de buitenzijden van okoumé en de rest van ander hout is vervaardigd („okoumé dekfineer voorzijde”) (laatstgenoemd type wordt ook aangeduid als „combi” of „twin”). Beide hoofdtypen okoumémultiplex zien er aan de buitenzijde hetzelfde uit. Ondanks verschillen in mechanische eigenschappen hebben deze typen dezelfde fysische en technische basiskenmerken en worden zij voor dezelfde basisdoeleinden gebruikt.

2.   Soortgelijk product

(23)

Uit het onderzoek is gebleken dat de volgende producten dezelfde fysische en technische eigenschappen hebben en voor dezelfde basisdoeleinden worden gebruikt:

—

het betrokken product;

—

het product dat in de Unie door de bedrijfstak van de Unie wordt vervaardigd en verkocht.

(24)

De Commissie heeft geconcludeerd dat deze producten soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

C.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

1.   Opmerkingen vooraf

(25)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd nagegaan of het waarschijnlijk is dat de dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen indien de bestaande maatregelen vervallen.

(26)

Zoals vermeld in overweging 18 heeft slechts een onderneming in de VRC de vragenlijst gedeeltelijk beantwoord. Deze onderneming deelde mee dat het tijdens de beoordelingsperiode geen multiplex van okouméhout had geproduceerd of verkocht.

(27)

Gezien het gebrek aan medewerking van enige andere producent in de VRC heeft de Commissie de Chinese autoriteiten meegedeeld dat overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruik kan worden gemaakt van de beschikbare gegevens. De Commissie heeft van de Chinese autoriteiten geen opmerkingen ontvangen noch verzoeken om de raadadviseur-auditeur in te schakelen.

(28)

Overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening zijn op basis daarvan de hieronder uiteengezette bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van de voortzetting of herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, in het bijzonder:

i)

informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen;

ii)

statistieken van Eurostat en de gegevens die de lidstaten overeenkomstig artikel 14, lid 6, van de basisverordening („de databank van artikel 14, lid 6”) verzamelen;

iii)

publiek beschikbare statistieken van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties („FAO”).

De databank van de Chinese uitvoerstatistieken kon niet worden gebruikt, aangezien de codestructuur niet nauwkeurig genoeg was om bruikbare informatie te verschaffen.

(29)

Eurostat en de databank van artikel 14, lid 6 wezen niet op invoer van het betrokken product uit de VRC gedurende het TNO; op grond daarvan kon in de Uniemarkt geen dumping worden vastgesteld gedurende deze periode.

(30)

Er werden dumpingberekeningen uitgevoerd inzake de waarschijnlijkheid van de herhaling van dumping.

2.   Ontwikkeling van de invoer indien de maatregelen worden ingetrokken

(31)

Om vast te stellen hoe waarschijnlijk de herhaling van dumping is, mochten de maatregelen worden ingetrokken, werden de volgende elementen onderzocht: i) mogelijke dumping in de markt van de Unie en in andere derde landen, ii) productie en productiecapaciteit in de VRC en iii) aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

(32)

Overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening zijn de bevindingen met betrekking tot de waarschijnlijkheid van de herhaling van dumping gebaseerd op de beschikbare gegevens, namelijk de in overweging 28 vermelde bronnen.

i)    Mogelijke dumping in de markt van de Unie en andere derde landen

Referentieland

(33)

In het oorspronkelijke onderzoek werd een behandeling als marktgerichte onderneming (BMO) toegekend aan vier producenten-exporteurs. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening moet de normale waarde voor de overige producenten-exporteurs worden vastgesteld op basis van de prijs of de berekende waarde in een derde land met een markteconomie. Daartoe moest een derde land met een markteconomie worden gekozen („het referentieland”).

(34)

Turkije diende bij het oorspronkelijke onderzoek en het vorige nieuwe onderzoek als referentieland. In het bericht van opening van het huidige nieuwe onderzoek stelde de Commissie voor om Turkije te gebruiken als referentieland.

(35)

De Commissie zocht informatie met betrekking tot producenten van multiplex van okouméhout in andere potentiële referentielanden en nam contact op met haar bekende producenten van multiplex van okouméhout in Gabon, Marokko en Zwitserland. Ze verzocht hen de nodige informatie te verstrekken.

(36)

Twee producenten in Gabon en een producent in Marokko meldden zich en verstrekten de gevraagde informatie. Geen enkele Turkse producent verleende medewerking.

(37)

Gabon werd niet beschouwd als een geschikt referentieland aangezien plaatselijke producenten van multiplex van okouméhout een duidelijk comparatief voordeel hadden door te profiteren van aanzienlijk lagere kosten van voor de productie gebruikte grondstoffen (7), het in Gabon vervaardigde product voor verkoop op de binnenlandse markt van lage kwaliteit bleek en de binnenlandse markt klein was zonder invoer van multiplex van okouméhout en met een invoerrecht van 30 %.

(38)

Marokko werd beschouwd als een geschikt referentieland omdat het ondanks zijn hoge invoerrechten een aanzienlijke invoer van soortgelijke producten kende, die concurreerden met het in het binnenland vervaardigde product.

(39)

De belanghebbenden werden uitgenodigd om opmerkingen te formuleren over deze keuze. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

Normale waarde

—   voor producenten-exporteurs aan wie een BMO werd toegekend in het oorspronkelijke onderzoek

(40)

Zoals vermeld in overweging 33, werd in het oorspronkelijke onderzoek aan vier producenten-exporteurs een BMO toegekend. Wegens een gebrek aan medewerking werd de normale waarde voor deze producenten-exporteurs overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op beschikbare gegevens, namelijk de schatting die werd gemaakt in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen.

—   voor producenten-exporteurs aan wie geen BMO werd toegekend in het oorspronkelijke onderzoek

(41)

Eén Marokkaanse producent verleende medewerking en beantwoordde de vragenlijst. Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening werd de normale waarde berekend aan de hand van de ter plaatse gecontroleerde gegevens van deze producent, zoals hieronder uiteengezet.

(42)

De normale waarde werd vastgesteld voor beide hoofdtypen van het product zoals omschreven in overweging 22.

(43)

Er werd onderzocht of de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product had plaatsgevonden in het kader van normale handelstransacties in de zin van artikel 2, lid 4, van de basisverordening. Hiertoe werd voor het op de Marokkaanse markt verkochte soortgelijke product het aandeel van de winstgevende binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers in het TNO vastgesteld.

(44)

De met winst verkochte hoeveelheid van het soortgelijke product bedroeg minder dan 80 % van de totale verkochte hoeveelheid van het soortgelijke product, bijgevolg werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, die werd berekend als de gewogen gemiddelde prijs van de winstgevende verkoop.

Uitvoerprijs

(45)

Zoals vermeld in overweging 28, was de uitvoerprijs wegens de niet-medewerking van de Chinese producenten overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebaseerd op beschikbare feiten, dit wil zeggen op informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen. In het bijzonder was de uitvoerprijs voor de beide hoofdtypen van het product zoals omschreven in overweging 22 gebaseerd op meer dan tien commerciële aanbiedingen aan de markt van de Unie en andere derde landen (namelijk Bosnië en Herzegovina, Zwitserland, Turkije, Golfstaten en Noorwegen), die via e-mail werden meegedeeld of beschikbaar waren als publieke commerciële aanbiedingen op verschillende Chinese websites gedurende het TNO, zoals wordt vermeld in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen. De prijzen die werden vermeld in de commerciële aanbiedingen, varieerden van 313 EUR/m3 tot 540 EUR/m3 (cif). Opgemerkt dient te worden dat deze prijsniveaus van dezelfde orde van grootte zijn als de prijzen van multiplex van okouméhout voor invoer uit de VRC die werd vermeld in Eurostat en de databank van artikel 14, lid 6 na het TNO (derde kwartaal van 2016). Hoewel de betrokken hoeveelheden marginaal waren, bevestigt dit prijsniveau de representativiteit van de commerciële aanbiedingen als indicatie van mogelijke exportprijzen van multiplex van okouméhout uit de VRC.

Vergelijking

(46)

De Commissie heeft de normale waarde en de aldus vastgestelde uitvoerprijs vergeleken in het stadium af fabriek, per producttype zoals omschreven in overweging 22. Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, is overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid daarvan. Er werden correcties toegepast voor vervoerskosten (binnenlands vervoer en vervoer over zee) aan de hand van beschikbare gegevens, in overeenstemming met artikel 18 van de basisverordening, dit wil zeggen op informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen.

Dumpingmarge

(47)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie de gewogen gemiddelde normale waarde vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs per producttype, vastgesteld zoals hierboven vermeld.

—   voor producenten-exporteurs aan wie een BMO werd toegekend in het oorspronkelijke onderzoek

(48)

Op basis hiervan bedroeg de gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van kosten, verzekering en vracht (cif-prijs), grens Unie, vóór inklaring, meer dan 45 % zowel in de markt van de Unie als in andere derde landen.

—   voor producenten-exporteurs aan wie geen BMO werd toegekend in het oorspronkelijke onderzoek

(49)

De gewogen gemiddelde dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van kosten, verzekering en vracht (cif-prijs), grens Unie, vóór inklaring, bedroeg meer dan 100 % zowel in de markt van de Unie als in andere derde landen.

ii)    Productie en productiecapaciteit in de VRC

Productie in de VRC

(50)

Gelet op het gebrek aan medewerking van de Chinese producenten en enige publiek beschikbare gegevens, werd de productie in de VRC vastgesteld aan de hand van schattingen die door de indiener van het verzoek in het kader van zijn verzoek om het huidige nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen werden meegedeeld op basis van zijn beste kennis van de markt.

(51)

De indiener van het verzoek schatte de productie van multiplex van okouméhout in de VRC aan de hand van het in 2014 in de VRC ingevoerde aantal stammen van okouméhout dat werd gebruikt voor de productie van multiplex. Op basis daarvan werd de productie van multiplex van okouméhout geschat op minimaal 290 000 m3 en maximaal 2,9 miljoen m3, afhankelijk van het geproduceerde producttype, zoals beschreven in overweging 22, namelijk respectievelijk okoumé door-en-door of okoumé dekfineer voorzijde. Dit stemt overeen met een minimum van 1,5 maal tot een maximum van 15 maal het totale verbruik in de Unie.

Productiecapaciteit in de VRC

(52)

Bij gebrek aan medewerking van de Chinese producenten van multiplex van okouméhout of andere beschikbare informatie over de Chinese bedrijfstak van multiplex van okouméhout, werd de situatie van de Chinese multiplexbedrijfstak in zijn geheel (ongeacht de gebruikte houtsoorten) onderzocht, zoals dit gebeurde in het vorige nieuwe onderzoek. Zoals in de vorige onderzoeken werd bevestigd dat multiplex door dezelfde ondernemingen en met dezelfde uitrusting wordt geproduceerd, ongeacht de gebruikte houtsoorten. In het vorige nieuwe onderzoek werd eveneens vastgesteld dat multiplex van okouméhout lucratiever is dan andere multiplexsoorten. Daarom is het waarschijnlijk dat Chinese producenten bij het uitblijven van maatregelen hun productie van andere multiplexsoorten zullen omschakelen naar het lucratievere multiplex van okouméhout.

(53)

Op basis hiervan wordt de aanzienlijke productiecapaciteit die potentieel in de VRC aanwezig is, aangeduid door de productievolumes van alle multiplexsoorten, die op basis van FAO-statistieken tijdens het TNO 113 miljoen m3 bedroegen. Daarom is er slechts een kleine verschuiving van andere houtsoorten naar okouméhout nodig om de productievolumes van multiplex van okouméhout die voor uitvoer kunnen worden gebruikt, aanzienlijk te vergroten.

iii)    Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(54)

Het belangrijkste element dat werd gebruikt om de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie vast te stellen was het prijsniveau van Chinese uitvoer naar andere derde landen in vergelijking met het prijsniveau van Chinese uitvoer naar de Unie. Uit de in overweging 45 vermelde commerciële aanbiedingen aan de markt van de Unie en andere derde landen is gebleken dat de markt van de Unie tijdens het TNO inderdaad aantrekkelijk was, aangezien de Chinese uitvoerprijzen van multiplex van okouméhout naar de markt van de Unie hoger waren dan de Chinese uitvoerprijzen naar alle andere derde markten waarvoor commerciële aanbiedingen beschikbaar waren, met uitzondering van Noorwegen. De uitvoerprijsaanbiedingen aan de markt van de Unie waren ongeveer 30 % hoger dan aan Bosnië en Herzegovina en ongeveer 40 % hoger dan aan Turkije en Golfstaten. Aangezien er geen statistieken beschikbaar zijn over het Chinese volume van de uitvoer van multiplex van okouméhout naar die landen, kon de representativiteit op het vlak van volume niet worden vastgesteld. Hogere potentiële uitvoerprijzen aan de Unie zouden de markt van de Unie aantrekkelijk maken aangezien uitvoer naar de Unie hogere winsten zou opleveren.

(55)

Daarnaast bestaan antidumpingrechten op Chinese multiplex (8) in de Republiek Korea, Marokko en Turkije, terwijl de Verenigde Staten van Amerika in januari 2017 een voorlopige vaststelling van compenserende maatregelen tegen Chinese multiplex uitvaardigden. Chinese producenten-exporteurs zullen dus een beperkte toegang hebben tot die markten en zullen beperkt zijn wat betreft de uitvoer van hun productie of het verleggen van hun uitvoer naar deze markten. Dit maakt de markt van de Unie zelfs nog aantrekkelijker voor de invoer van Chinese multiplex.

(56)

Het is daarom waarschijnlijk dat de Chinese uitvoer bij intrekking van de maatregelen, gelet op de aanzienlijke productiecapaciteit in de VRC die gemakkelijk kan worden verhoogd, opnieuw aanzienlijk zou toenemen in de markt van de Unie. Er zij aan herinnerd dat, voordat in 2004 de oorspronkelijke maatregelen werden ingesteld, het door de VRC op de markt van de Unie verkochte volume 83 606 m3 bedroeg, wat overeenstemt met 44 % van het verbruik in de Unie in het huidige TNO.

3.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van herhaling van dumping

(57)

De aanzienlijke productiecapaciteit die in de VRC beschikbaar is, de mogelijkheid van Chinese producenten om de voor uitvoer beschikbare productievolumes gemakkelijk te verhogen, de mogelijk sterke dumpingprijzen in andere derde markten en in de markt van de Unie, en de aantrekkelijkheid van de Uniemarkt, wijzen er bijgevolg op dat de intrekking van de maatregelen er waarschijnlijk toe zou leiden dat Chinese producenten-exporteurs actiever zullen worden op de Uniemarkt met gebruik van dumpingprijzen en met aanzienlijke volumes. Daarom wordt geoordeeld dat een herhaling van dumping waarschijnlijk is indien de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen.

D.   DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE

(58)

Het is bekend dat het soortgelijke product in de Unie wordt vervaardigd door 13 producenten in Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië en Spanje. De totale productie in de Unie wordt geschat op 162 000 m3. De producenten in de Unie die de totale EU-productie vertegenwoordigen, vormen de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

(59)

Zoals vermeld in overweging 12 werd een steekproef van vijf producenten in de Unie vastgesteld, die in het TNO 74 % van de totale productie in de Unie vertegenwoordigden.

E.   SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE

1.   Verbruik in de Unie

(60)

Het verbruik van multiplex van okouméhout in de Unie werd vastgesteld op basis van de omvang van de verkoop van de klagende producenten in de Unie en andere producenten in de Unie op de markt van de Unie en de van Eurostat verkregen gegevens over de in de Unie ingevoerde hoeveelheden uit derde landen.

(61)

Het verbruik in de Unie heeft zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 1

Verbruik in de Unie

 

2012

2013

2014

TNO

Totaal verbruik (m3)

181 749

176 005

175 652

188 727

Index (2012 = 100)

100

97

97

104

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, Eurostat, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(62)

Van 2012 tot 2013 daalde het verbruik in de Unie. Tussen 2012 en 2014 stabiliseerde de dalende tendens geleidelijk en gedurende het TNO begon het verbruik te stijgen, wat wees op de lichte verbetering in bepaalde industriële activiteiten. Dientengevolge is het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode licht gestegen, met 4 %.

(63)

Deze stijging moet echter in verband worden gebracht met de ontwikkelingen na het vorige nieuwe onderzoek. Tussen het TNO van het vorige nieuwe onderzoek (1 oktober 2008 — 30 september 2009) en het TNO van het huidige nieuwe onderzoek daalde het verbruik in de Unie in totaal met 35 % (van 291 421 m3 tijdens het TNO van het vorige nieuwe onderzoek tot 188 727 m3 tijdens het TNO van het huidige nieuwe onderzoek), ondanks de licht stijgende tendens tijdens de huidige beoordelingsperiode. De totale dalende tendens die in feite zelfs reeds voor het vorige nieuwe onderzoek was begonnen, werd verklaard door het feit dat multiplex van okouméhout in zekere mate werd vervangen door andere tropische houtsoorten. Ook de economische crisis en de daaruit voortvloeiende inkrimping van bepaalde industriële activiteiten, zoals de bouw, watersport en lichte bedrijfs-/toerismevoertuigen, hadden bijgedragen tot de dalende tendens van de vraag naar multiplex van okouméhout in de Unie.

2.   Volume, prijzen en marktaandeel van de invoer uit de VRC

2.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC

Tabel 2

Volume en marktaandeel van de invoer uit de VRC

 

2012

2013

2014

TNO

Omvang van de invoer (m3)

1 043

0

62

0

Index (2012 = 100)

100

0

6

0

Marktaandeel (%)

0,57

0,00

0,04 

0,00

Bron: Eurostat.

(64)

Tijdens de beoordelingsperiode van het oorspronkelijke onderzoek was het marktaandeel van invoer uit de VRC snel gestegen, van ongeveer nul tot 18,7 % (9). Vervolgens was het gedaald tot 4,3 % (12 620 m3) (10) tijdens het TNO van het vorige nieuwe onderzoek. Tijdens de beoordelingsperiode van het huidige nieuwe onderzoek is er vrijwel geen invoer meer uit de VRC, met uitzondering van 2012, toen de invoer ongeveer 1 000 m3 bedroeg.

2.2.   Invoerprijs en prijsonderbieding

Tabel 3

Gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde prijs (EUR/m3)

549

0,00

168

0,00

Index (2012 = 100)

100

0

31

0

Bron: Eurostat.

(65)

Het enige jaar waarin er aanzienlijke hoeveelheden werden ingevoerd uit de VRC was 2012. Tijdens dat jaar bedroeg de gemiddelde prijs van Chinese invoer 549 EUR/m3, wat aanzienlijk lager was dan prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens hetzelfde jaar (756 EUR/m3).

3.   Invoer uit andere derde landen

Tabel 4

Importvolumes, marktaandelen en prijzen van andere derde landen

 

2012

2013

2014

TNO

Gabon

40 467

43 964

41 029

42 711

Index (2012 = 100)

100

109

101

106

Marktaandeel (%)

22,3

25,0

23,4

22,6

Gemiddelde prijs (EUR/m3)

628,64

625,76

636,40

645,32

Index (2012 = 100)

100

100

101

103

Marokko

15 431

7 298

5 182

4 492

Index (2012 = 100)

100

47

34

29

Marktaandeel (%)

8,5

4,1

3,0

2,4

Gemiddelde prijs (EUR/m3)

662,27

678,51

696,75

700,81

Index (2012 = 100)

100

102

105

106

Andere derde landen  (*1)

774

549

1 550

78

Index (2012 = 100)

100

71

200

10

Marktaandeel (%)

0,4

0,3

0,9

0,0

Gemiddelde prijs (EUR/m3)

545,80

572,55

576,47

842,50

Index (2012 = 100)

100

105

106

154

Totaal andere derde landen

56 672

51 812

47 761

47 281

Index (2012 = 100)

100

91

84

83

Marktaandeel (%)

31,2

29,4

27,2

25,1

Gemiddelde prijs (EUR/m3)

636,66

632,63

641,01

650,92

Index (2012 = 100)

100

99

101

102

Bron: Eurostat.

(66)

Tijdens de beoordelingsperiode was de invoer van andere derde landen bijna uitsluitend afkomstig uit Gabon en Marokko, terwijl het aandeel van enig ander derde land te verwaarlozen was. De invoer uit Gabon en Marokko naar de Unie daalde voortdurend van 55 899 m3 in 2012 tot ongeveer 47 203 m3 tijdens het TNO, namelijk met 16 %. Aangezien het verbruik in de Unie in die periode slechts met 4 % toenam (zie overweging 62 en tabel 1), daalde het overeenkomstige marktaandeel van Gabon en Marokko zelfs sterker, namelijk van 30,8 % in 2012 tot 25,0 % in het TNO; dit was een daling met 5,7 procentpunten.

(67)

Tijdens de beoordelingsperiode van het huidige onderzoek waren de invoerprijzen uit Gabon en Marokko gemiddeld tussen 16 % tot 17 % lager dan de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie (zie tabel 8). In vergelijking met de invoerprijzen uit de VRC in 2012 (het enige jaar tijdens de beoordelingsperiode waarin de VRC aanzienlijke hoeveelheden naar de Unie uitvoerde), waren de invoerprijzen van deze landen gemiddeld 16 % hoger dan de Chinese invoerprijzen.

(68)

Meer in het bijzonder is Gabon het grootste derde land van uitvoer naar de Unie. De invoer uit Gabon steeg van 40 467 m3 in 2012 tot 42 711 m3 tijdens het TNO, d.w.z. met 6 %. Deze stijging kwam neer op een lichte verhoging van zijn marktaandeel van 22,3 % in 2012 tot 22,6 % in het TNO; dit was een stijging met 0,3 procentpunten. De gemiddelde prijzen bij invoer uit Gabon waren tussen 17 % tot 18 % lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie (zie tabel 8), terwijl ze hoger waren dan de gemiddelde prijzen bij invoer uit de VRC in 2012, dat is het enige jaar met aanzienlijke volumes van invoer uit dit land naar de markt van de Unie. Ze waren ook hoger dan de potentiële prijzen bij invoer uit de VRC op basis van de in overweging 45 vermelde commerciële aanbiedingen tijdens het TNO. Zij stegen licht van 628,64 EUR/m3 per eenheid in 2012 tot 645,32 EUR/m3 in het TNO, wat neerkwam op een stijging met 3 %.

(69)

De invoer uit Marokko daalde aanzienlijk tijdens de beoordelingsperiode (van 15 431 m3 in 2012 tot 4 492 m3 tijdens het TNO). Dientengevolge daalde het marktaandeel van 8,5 % in 2012 tot 2,4 % tijdens het TNO. De prijzen bij invoer uit Marokko waren hoger dan de prijzen van invoer uit de VRC in 2012 en hoger dan de potentiële invoerprijzen op basis van de in overweging 45 vermelde commerciële aanbiedingen tijdens het TNO.

4.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.1.   Algemene opmerkingen

(70)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie alle economische factoren en indicatoren onderzocht die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed zijn.

(71)

Zoals vermeld in overweging 12 is voor de vaststelling van de schade gebruikgemaakt van een steekproef.

(72)

Voor de schadevaststelling heeft de Commissie onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren. De Commissie heeft de macro-economische indicatoren voor de gehele bedrijfstak van de Unie geëvalueerd op basis van de gegevens verstrekt door de indiener van het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen en de gegevens uit de antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie. De Commissie heeft de micro-economische indicatoren uitsluitend voor de in de steekproef opgenomen ondernemingen geëvalueerd, op basis van de gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt. Beide reeksen gegevens bleken representatief voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(73)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van de dumpingmarge en herstel van dumping in het verleden.

(74)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

4.2.   Macro-economische indicatoren

4.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(75)

De totale productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad in de Unie ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 5

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2012

2013

2014

TNO

Productievolume (m3)

143 729

145 002

146 287

147 767

Index (2012 = 100)

100

101

102

103

Productiecapaciteit (m3)

179 561

182 583

184 388

184 738

Index (2012 = 100)

100

102

103

103

Bezettingsgraad (%)

80

79

79

80

Index (2012 = 100)

100

99

99

100

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(76)

De productie steeg licht tijdens de beoordelingsperiode van 143 729 m3 in 2012 tot 147 767 m3 tijdens het TNO, d.w.z. met 3 %. Deze stijging is toe te schrijven aan de lichte verbetering in de okoumémarkt in de Unie, zoals wordt vermeld in overweging 62. Ondanks deze lichte stijging bleef het productievolume van de bedrijfstak van de Unie op een lager niveau dan de volumes die werden opgemerkt in het onderzoektijdvak van het oorspronkelijke onderzoek en tijdens het TNO van het vorige nieuwe onderzoek, namelijk onder 267 591 m3. Dit is het gevolg van de daling van het verbruik op de markt en het feit dat voornamelijk geproduceerd wordt op bestelling.

(77)

De productiecapaciteit steeg licht in lijn met het productievolume van ongeveer 179 561 m3 in 2012 tot 184 738 m3 tijdens het TNO, d.w.z. met 3 %. Deze capaciteit is echter aanzienlijk lager dan in het vorige nieuwe onderzoek, namelijk 68 % lager dan de 577 205 m3 die werd vastgesteld tijdens het TNO van het vorige nieuwe onderzoek. Dit was te wijten aan de sluiting van een aantal producenten van multiplex van okouméhout in de Unie, waaronder de grootste producent in de Unie, Plyrosol, en ook aan de productiedaling bij de producenten in de Unie die nog actief zijn in de bedrijfstak.

(78)

Aangezien de afstemming van de productiecapaciteit op het lagere verbruiksniveau voornamelijk vóór de beoordelingsperiode plaatsvond, is de bezettingsgraad stabiel gebleven en op een hoger niveau dan dat wat werd vastgesteld tijdens het TNO in het vorige nieuwe onderzoek (41 %) (11).

4.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(79)

Het verkoopvolume en marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 6

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2012

2013

2014

TNO

Verkoopvolume (m3)

124 033

124 193

127 829

141 446

Index (2012 = 100)

100

100

103

114

Marktaandeel (%)

68,2

70,6

72,8

74,9

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(80)

Het verkoopvolume is in de beoordelingsperiode toegenomen van 124 033 m3 in 2012 tot ongeveer 141 446 m3 in het TNO, d.w.z. met 14 %, hetgeen meer was dan de stijging met 4 % van het verbruik zoals omschreven in overweging 62. De stijging van het verkoopvolume heeft, rekening houdend met de parallelle daling van de invoer uit andere derde landen als omschreven in overweging 66, bijgedragen tot een stijging van het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 68,2 % in 2012 tot 74,9 % tijdens de beoordelingsperiode. Dit niveau van het marktaandeel is evenwel nog steeds lager dan het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie van 80,2 % in het TNO van het vorige nieuwe onderzoek.

4.2.3.   Groei

(81)

Terwijl het verbruik in de Unie in de beoordelingsperiode met 4 % is gestegen, steeg het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie meer, namelijk met 14 %, wat neerkwam op een stijging van marktaandeel met 6,7 procentpunten.

4.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(82)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich in de beoordelingsperiode ontwikkeld als volgt:

Tabel 7

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2012

2013

2014

TNO

Aantal werknemers

543

480

470

492

Index (2012 = 100)

100

88

87

91

Productiviteit (m3/werknemer)

265

302

311

300

Index (2012 = 100)

100

114

118

113

Bron: Verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(83)

De werkgelegenheid van de bedrijfstak van de Unie daalde van 2012 tot 2014 in het totaal met 13 % en steeg vervolgens licht (met 4 %) van 2014 tot het TNO. In de beoordelingsperiode daalde ze in totaal met 9 %. Ten gevolge van de sluitingen en herstructurering van ondernemingen was het werkgelegenheidsniveau in de beoordelingsperiode slechts ongeveer gelijk aan de helft van het niveau dat werd vastgesteld in het TNO van het vorige nieuwe onderzoek (983 personen).

(84)

Zoals meegedeeld in overweging 76 is de productie in de beoordelingsperiode met 3 % gestegen. Dientengevolge steeg de productiviteit uitgedrukt in jaarlijkse productie (kubieke meter) per werknemer met 13 % in de beoordelingsperiode. Dit is het gevolg van het feit dat de productie licht is gestegen, terwijl het werkgelegenheidsniveau is gedaald. Dit is een indicatie van de verbeterde efficiëntie en resultaten van de herstructurering door de producenten in de Unie.

4.2.5.   Hoogte van de dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(85)

Zoals vermeld in overweging 29, was er in het TNO geen invoer van het betrokken product uit de VRC. Daarom kon in deze periode geen dumping worden vastgesteld in de markt van de Unie en kon de hoogte van de dumpingmarge niet worden beoordeeld. Bijgevolg was er ook geen directe prijsdruk op de markt van de Unie tijdens de beoordelingsperiode. Op deze basis waren de geldende antidumpingmaatregelen in het algemeen doeltreffend.

4.3.   Micro-economische indicatoren

4.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(86)

De gemiddelde verkoopprijs van de producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers ontwikkelde zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 8

Gemiddelde verkoopprijzen en kosten per eenheid

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde verkoopprijs per eenheid in de Unie (EUR/m3)

756

760

771

780

Index (2012 = 100)

100

101

102

103

Productiekosten per eenheid (EUR/m3)

783

762

759

778

Index (2012 = 100)

100

97

97

99

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(87)

De gemiddelde verkoopprijs per eenheid van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie steeg tijdens de beoordelingsperiode met 3 %. Deze prijsniveaus waren niettemin lager dan die welke tijdens het vorige nieuwe onderzoek werden opgemerkt, toen ze tijdens het TNO van 786 EUR/m3 in 2006 tot 887 EUR/m3 waren gestegen, met een piek van 930 EUR/m3 in 2008 (12).

(88)

In de beoordelingsperiode zijn de productiekosten per eenheid licht gedaald met 1 %.

(89)

De Commissie stelde vast dat de bedrijfstak van de Unie zich heeft aangepast aan de verslechterde marktsituatie door zijn productiecapaciteit en -kosten te verminderen tegenover het TNO van het vorige nieuwe onderzoek. Zoals uiteengezet in overweging 77 heeft dit geleid tot de sluiting van grote producenten in de Unie en productiedalingen vóór de beoordelingsperiode en productiviteitsverbeteringen tijdens de beoordelingsperiode, zoals omschreven in overweging 84.

4.3.2.   Loonkosten

(90)

De gemiddelde loonkosten van de bedrijfstak van de Unie ontwikkelden zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt:

Tabel 9

Loonkosten

 

2012

2013

2014

TNO

Gemiddelde loonkosten per werknemer (EUR)

32 266

33 259

33 516

32 638

Index (2012 = 100)

100

103

104

101

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(91)

De gemiddelde arbeidskosten per werknemer van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie waren tussen 2012 en het TNO stabiel. Ze zijn licht gestegen, met 1 %.

4.3.3.   Voorraden

(92)

De voorraden van de bedrijfstak van de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Voorraden

 

2012

2013

2014

TNO

Eindvoorraden (in m3)

10 172

10 780

12 060

7 661

Index (2012 = 100)

100

106

119

75

Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie

9

9

10

7

Index (2012 = 100)

100

106

117

73

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(93)

Zoals ook tijdens het oorspronkelijke onderzoek is vastgesteld wordt multiplex van okouméhout meestal op bestelling geproduceerd en daarom zijn de voorraden gewoonlijk klein. De voorraden stegen echter tijdens de beoordelingsperiode van het vorige nieuwe onderzoek en bereikten 6 589 m3 tijdens het TNO van het vorige nieuwe onderzoek ten gevolge van de dalende verkoopvolumes. Tijdens de beoordelingsperiode van het huidige nieuwe onderzoek bleven ze nog steeds relatief groot en ze daalden slechts tijdens het huidige TNO. In ieder geval bleven ze nog steeds boven het niveau dat redelijkerwijze kon worden geacht overeen te stemmen met de aantallen van reeds verkochte maar nog niet geleverde goederen.

(94)

De eindvoorraden zijn in de beoordelingsperiode in totaal met 25 % gedaald. De eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie zijn teruggelopen, namelijk van 9 % in 2012 tot 7 % in het TNO, d.w.z. met 2 procentpunten.

4.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement op investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

Tabel 11

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen vermogen om kapitaal aan te trekken

 

2012

2013

2014

TNO

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers (% van de omzet)

– 3,5

– 0,2

1,6

0,3

Index (2012 = 100)

100

195

247

208

Kasstroom (EUR)

2 212 306

3 019 172

3 020 670

1 614 559

Index (2012 = 100)

100

136

137

73

Investeringen (EUR)

665 967

3 052 041

9 226 166

1 991 786

Index (2012 = 100)

100

458

1 385

299

Rendement van investeringen (%)

– 8,2

– 0,4

3,9

0,7

Index (2012 = 100)

100

195

247

208

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst.

(95)

De Commissie stelde de winstgevendheid van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie vast door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de omzet. Tijdens de gehele beoordelingsperiode was de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie zeer laag. Ze was negatief in het begin van de beoordelingsperiode en werd slechts licht positief in 2014 en tijdens het TNO. Over het geheel genomen verbeterde ze, van – 3,5 % in 2012 tot 0,3 % in het TNO. Dit niveau is duidelijk lager dan dat wat werd vastgesteld in het vorige nieuwe onderzoek, waarin het varieerde tussen 4,3 % en 9,8 %. Zoals uiteengezet in overwegingen 86 tot 89 was de verbetering van de winstgevendheid het gevolg van een lichte stijging van de verkoopprijzen en -volumes en ook van een lichte daling van de productiekosten, die ook gedeeltelijk het gevolg was van de productiviteitsverbetering.

(96)

De nettokasstroom is het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren. De kasstroom is van 2012 tot 2014 gestegen en tijdens het TNO gedaald tot lagere niveaus dan dat van 2012. In het algemeen was de kasstroom in absolute cijfers laag gedurende de beoordelingsperiode en was hij aanzienlijk lager dan tijdens de beoordelingsperiode van het vorige nieuwe onderzoek, tijdens welke hij varieerde tussen 10,5 miljoen EUR en 15,9 miljoen EUR. De lage kasstroom strookt met de lage winstgevendheid die werd opgemerkt tijdens de beoordelingsperiode van het huidige nieuwe onderzoek.

(97)

Ten gevolge van de inkrimping van de bedrijfstak van de Unie waren de investeringen bij het begin van de beoordelingsperiode (2012) zeer gering en duidelijk onder het niveau dat was vastgesteld tijdens het vorige nieuwe onderzoek, alsook onder het niveau dat noodzakelijk is om de afschrijving van de vaste activa te compenseren. Ze bereikten een vergelijkbaar niveau als dat in het vorige nieuwe onderzoek (tussen 3,6 miljoen EUR en 8,1 miljoen EUR) in de jaren 2013 en 2014, maar daalden opnieuw tijdens het TNO van het huidige onderzoek.

(98)

Het rendement van investeringen is de winst uitgedrukt als percentage van de nettoboekwaarde van de investeringen. Net als bij de andere financiële indicatoren was het rendement van investeringen bij de productie en verkoop van het soortgelijke product in 2012 en 2013 negatief, en licht positief in 2014 en in het TNO; dit volgt de ontwikkeling van de winstgevendheid. Over de gehele beoordelingsperiode steeg het rendement van investeringen van – 8,2 % tot 0,7 %.

(99)

Wat betreft het vermogen om kapitaal aan te trekken, leidden de lage winst van de bedrijfstak van de Unie en het lage vermogen van deze bedrijfstak om liquide middelen te genereren, ertoe dat de toename van de intern gegenereerde fondsen zeer laag was. Bijgevolg was het vermogen om kapitaal aan te trekken verminderd tegenover het vorige nieuwe onderzoek. In sommige gevallen had dit gevolgen voor het vermogen om investeringen te doen.

5.   Conclusie inzake schade

(100)

Uit de analyse is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zich in een kwetsbare situatie bevond. Ingevolge de daling van het verbruik van de markt van de Unie na het vorige nieuwe onderzoek, zoals beschreven in overweging 62, moest de bedrijfstak van de Unie zich aanpassen aan de verslechterde marktvoorwaarden, die slechts verbeterden tijdens het TNO. De Unie reageerde via herstructureringen en aanzienlijke inkrimpingen, die leidden tot de sluiting van een aantal producenten in de Unie, een aanzienlijk verlies van werkgelegenheid, alsook een grote daling van de productiecapaciteit en het productievolume tegenover het vorige nieuwe onderzoek. Deze inspanningen begonnen tegen het einde van de beoordelingsperiode van het huidige nieuwe onderzoek een positieve impact te hebben, waarbij de productiviteit, de verkoop, het marktaandeel en de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie opnieuw toenamen. Het herstelproces van de bedrijfstak van de Unie verloopt echter traag en is nog steeds in een zeer vroeg stadium aangezien de winst die werd behaald tijdens het TNO zeer laag was in vergelijking met de winst tijdens de beoordelingsperiode van het vorige nieuwe onderzoek.

F.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING OF VOORTZETTING VAN SCHADE

(101)

De conclusie van het vorige nieuwe onderzoek luidde dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot een herhaling van de schade aan de bedrijfstak van de Unie als gevolg van invoer met dumping van het betrokken product vanuit de VRC (13).

(102)

Na het vorige nieuwe onderzoek was de markt van de Unie van multiplex van okouméhout achteruitgegaan met een dalend verbruik, zoals beschreven in de overweging 63. Het herstel dat was vastgesteld in het vorige nieuwe onderzoek, was dus nadien omgeslagen en de bedrijfstak van de Unie kreeg te maken met een reeks sluitingen. Enkel gedurende de laatste twee jaar van de beoordelingsperiode van het huidige nieuwe onderzoek was de bedrijfstak van de Unie terug winst beginnen te maken, die nog steeds zeer laag was en slechts een beetje boven het break-evenpunt lag tijdens het TNO.

(103)

Uit het huidige nieuwe onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie zich in een kwetsbare situatie bevindt. Daarom zou de bedrijfstak van de Unie bijzonder kwetsbaar zijn als het betrokken product opnieuw vanuit de VRC tegen dumping- en lage prijzen in de markt van de Unie zou worden ingevoerd. Daarom zal er zeer waarschijnlijk opnieuw aanzienlijke schade ontstaan als de maatregelen komen te vervallen. Een aantal gegevens ondersteunen deze beoordeling.

(104)

Ten eerste, zoals werd omschreven in de overwegingen 52 en 53 en gelet op de aanzienlijke productiecapaciteit van de Chinese producenten-exporteurs, de aanzienlijke geschatte reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, is het waarschijnlijk dat bij het uitblijven van maatregelen, opnieuw aanzienlijke hoeveelheden vanuit de VRC zullen worden ingevoerd. Als een aanwijzing van de mogelijkheid dat Chinese producenten-exporteurs hun productie en uitvoer van multiplex van okouméhout snel zullen opvoeren, wordt eraan herinnerd dat in het oorspronkelijke onderzoek Chinese producenten-exporteurs hun uitvoer naar de markt van de Unie konden opvoeren van ongeveer 9 500 m3 tot meer dan 83 500 m3 in minder dan drie jaar (van 2001 tot midden 2003).

(105)

Er werden geen gegevens gevonden die erop wijzen dat het gebruik van okouméhout in de productie van multiplex op stabiele wijze werd vervangen door andere houtsoorten. Uit het onderzoek is gebleken dat Chinese producenten nog steeds okouméhout gebruiken om multiplex te produceren, zoals is aangetoond in overweging 51, gelet op het aanzienlijke beschikbare productievolume van multiplex van okouméhout in de VRC. Wegens de bestaande antidumpingrechten was de invoer vanuit de VRC gedurende de beoordelingsperiode bijna opgehouden te bestaan. Niettemin bevestigde het onderzoek dat er tijdens dezelfde periode een vraag was naar multiplex van okouméhout op de Uniemarkt.

(106)

Wat ten tweede de waarschijnlijke prijs betreft waartegen de Chinese producenten-exporteurs naar de markt van de Unie zouden exporteren, was deze, gelet op het ontbreken van invoer uit de VRC tijdens het TNO, gebaseerd op de commerciële aanbiedingen aan de markt van de Unie en aan andere derde landen die in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen zijn verstrekt, omschreven in overweging 45. Op deze basis zouden de prijzen variëren van 313 EUR/m3 tot 540 EUR/m3. De representativiteit van deze prijsindicaties werd bevestigd door het prijsniveau dat werd vermeld in de database van artikel 14, lid 6 na het TNO van het huidige nieuwe onderzoek, zoals vermeld in overweging 45.

(107)

Op basis hiervan zouden de prijzen bij invoer vanuit de VRC de prijzen van de bedrijfstak van de Unie gemiddeld met meer dan 100 % onderbieden.

(108)

In het waarschijnlijke scenario dat het betrokken product opnieuw vanuit de VRC in de markt van de Unie zou worden ingevoerd tegen dumpingprijzen die aanzienlijk lager zijn dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie en in grote hoeveelheden, zal de bedrijfstak van de Unie zijn huidige prijzen niet kunnen behouden. Deze waarschijnlijke neerwaartse prijsdruk zou inderdaad het huidige, nog steeds zwakke herstel van de bedrijfstak van de Unie in gevaar brengen en de bedrijfstak van de Unie zou hierdoor zeer snel verliezen lijden.

(109)

De bedrijfstak van de Unie zou daarenboven snel verkoopvolume en marktaandeel op de markt van de Unie verliezen en dientengevolge zou de productie inkrimpen. Ten gevolge daarvan zou de bezettingsgraad, die slechts na een aanzienlijk herstructureringsproces weer op een aanvaardbaar niveau was gekomen, opnieuw dalen. Deze ontwikkeling zou waarschijnlijk leiden tot verdere sluitingen van producenten in de Unie. Gelet op de nog steeds kwetsbare situatie van de bedrijfstak van de Unie, is het de facto niet uitgesloten dat het enkele bestaan van deze bedrijfstak in de Unie in gevaar wordt gebracht.

(110)

Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat indien de maatregelen komen te vervallen, er waarschijnlijk snel een herhaling optreedt van aanzienlijke schade als gevolg van nieuwe invoer met dumping van het betrokken product vanuit de VRC.

G.   BELANG VAN DE UNIE

1.   Opmerkingen vooraf

(111)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of handhaving van de bestaande maatregelen ten aanzien van de VRC in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel. Het belang van de Unie werd vastgesteld op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers.

2.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(112)

De handhaving van de antidumpingmaatregelen op invoer van het betrokken product vanuit de VRC zou de mogelijkheid vergroten voor de bedrijfstak van de Unie om een redelijk niveau van winstgevendheid te bereiken, aangezien het de bedrijfstak van de Unie zou helpen om zijn prijzen op een redelijk niveau te houden, waarbij de productiekosten zijn gedekt. Maatregelen zullen Chinese producenten-exporteurs verhinderen om hun uitvoer tegen lage en dumpingprijzen op te voeren en dus de bedrijfstak van de Unie van de markt te verdringen. Hoogstwaarschijnlijk zal het immers opnieuw in aanzienlijke mate tot schade veroorzakende dumping komen, waaraan de bedrijfstak van de Unie niet het hoofd zal kunnen bieden, in het bijzonder gelet op zijn kwetsbare situatie na de achteruitgang van de markt. Maatregelen zullen het voor de bedrijfstak van Unie mogelijk maken zijn herstel te consolideren en zijn economische en financiële indicatoren te verbeteren in de richting van een stabiele en gezonde winstgevendheid. Als de maatregelen echter komen te vervallen zal het loutere bestaan van de bedrijfstak van de Unie in gevaar worden gebracht en leiden tot sluitingen en banenverlies op de markt van de Unie

(113)

Daarom wordt geconcludeerd dat de handhaving van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van de VRC duidelijk in het belang van de bedrijfstak van de Unie is.

3.   Belang van de importeurs

(114)

Bij de opening van het onderzoek werd contact opgenomen met ongeveer 36 bekende potentiële importeurs/gebruikers. Hun is verzocht hun activiteit toe te lichten en in voorkomend geval het bij het bericht van opening gevoegde steekproefformulier voor niet-verbonden importeurs in te vullen.

(115)

13 importeurs dienden het steekproefformulier in. Ze deelden allen mee dat ze geen multiplex van okouméhout uit de VRC invoerden.

(116)

Aangezien er geen bewijzen zijn dat de geldende antidumpingmaatregelen aanzienlijke gevolgen hebben gehad voor de importeurs, wordt geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen geen significante gevolgen zal hebben voor de importeurs in de Unie.

(117)

Wat de gebruikers betreft, zijn de belangrijkste de bouwsector, industriële toepassingen zoals transport en maritieme doeleinden, en andere afzetmarkten zoals meubels. Deze sectoren nemen volgens het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen 80 % van het verbruik van multiplex van okouméhout voor hun rekening. De andere belangrijkste gebruikers zijn industriële fabrikanten van verplaatsbare producten zoals weg-, spoorweg- en maritieme transporten en verticale transporten (liften).

(118)

Niemand van de gebruikers met wie in de inleidende fase contact werd opgenomen, heeft opmerkingen gemaakt. Bovendien hebben er zich na de bekendmaking van het bericht van opening geen ondernemingen gemeld.

(119)

Hoewel er geen gebruikersverenigingen met betrekking tot multiplex van okouméhout bekend zijn, nam de Commissie contact op met de „Europese Consumentenorganisatie” en verzocht ze haar standpunten bekend te maken. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

(120)

Daarnaast hebben geen andere gebruikers of verenigingen opmerkingen gemaakt.

(121)

Op grond hiervan concludeert de Commissie derhalve dat handhaving van de maatregelen geen aanzienlijke negatieve gevolgen zal hebben voor de gebruikers in de Unie.

4.   Conclusie inzake belang van de Unie

(122)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen waren om aan te nemen dat handhaving van de maatregelen ten aanzien van de invoer van multiplex van okouméhout van oorsprong uit de VRC niet in het belang van de Unie zou zijn.

H.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(123)

Uit de bovenstaande overwegingen vloeit voort dat de antidumpingmaatregelen die bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2011 werden ingesteld ten aanzien van multiplex van okouméhout uit de VRC, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd.

(124)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het betrokken product dat door deze ondernemingen en dus door de specifiek vermelde rechtspersonen is vervaardigd. Deze rechten zijn niet van toepassing op het ingevoerde betrokken product dat is geproduceerd door andere, niet specifiek in het dispositief van deze verordening met naam en adres genoemde ondernemingen, met inbegrip van entiteiten die verbonden zijn met de specifiek genoemde ondernemingen; op die producten is het recht van toepassing dat voor „alle andere ondernemingen” geldt.

(125)

Verzoeken in verband met de toepassing van een individueel antidumpingrecht (bijvoorbeeld na een naamswijziging van de onderneming of na de oprichting van een nieuwe productie- of handelsmaatschappij) moeten onverwijld aan de Commissie worden gericht en vergezeld gaan van alle relevante gegevens, met name over wijzigingen in de activiteiten van de onderneming die verband houden met de productie, de binnenlandse verkoop en de uitvoer die bijvoorbeeld tot die naamswijziging of de oprichting van een productie- of handelsmaatschappij hebben geleid. Als het verzoek gerechtvaardigd is, zal deze verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd door bijwerking van de lijst van ondernemingen waarvoor een individueel recht geldt.

(126)

Om, gelet op het grote verschil tussen de hoogte van de rechten, het gevaar van ontwijking zo veel mogelijk te beperken, moeten in dit geval bijzondere maatregelen worden genomen om een goede toepassing van het antidumpingrecht te garanderen. Deze bijzondere maatregelen omvatten de overlegging aan de douaneautoriteiten van de lidstaten van een geldige handelsfactuur die voldoet aan de vereisten die zijn vermeld in artikel 1, lid 3, van deze verordening. Voor invoer die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaat, geldt het antidumpingrecht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”.

(127)

Indien het volume van de uitvoer door een van de ondernemingen die een lager individueel recht genieten, na de instelling van de maatregelen in kwestie aanzienlijk toeneemt, kan dit op zich worden beschouwd als een verandering in de structuur van het handelsverkeer als gevolg van de instelling van maatregelen in de zin van artikel 13, lid 1, van de basisverordening. In dergelijke omstandigheden kan, mits aan de voorwaarden is voldaan, een onderzoek naar ontwijking van maatregelen worden geopend. Hierbij kan onder meer worden onderzocht of het nodig is de individuele rechten in te trekken en in plaats daarvan een voor het gehele land geldend recht te heffen,

(128)

Het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1036 ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op multiplex van okouméhout uitsluitend bestaande uit lagen van hout, waarvan elke laag niet meer dan 6 mm dik is en waarvan ten minste één buitenlaag van okouméhout is die niet met een permanente folie van ander materiaal is bedekt, momenteel ingedeeld onder de GN-code ex 4412 31 10 (Taric-code 4412311010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   De antidumpingrechten, die van toepassing zijn op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven producten, vervaardigd door onderstaande ondernemingen, zijn als volgt:

Onderneming

Recht

Aanvullende Taric-code

Nantong Zongyi Plywood Co. Ltd Xingdong Town, Tongzhou City, Jiangsu Province, Volksrepubliek China

9,6 %

A526

Zhejiang Deren Bamboo-Wood Technologies Co. Ltd Linhai Economic Development Zone, Zhejiang, Volksrepubliek China

23,5 %

A527

Zhonglin Enterprise (Dangshan) Co. Ltd Xue Lou Miao Pu, Dangshan County, Anhui Province 235323, Volksrepubliek China

6,5 %

A528

Jiaxing Jinlin Lumber Co. Ltd North of Ganyao Town, Jiashan, Zhejiang Province, Volksrepubliek China

17 %

A529

Alle andere ondernemingen

66,7 %

A999

3.   De individuele rechten die zijn vastgesteld voor de in lid 2 vermelde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur wordt overgelegd die een verklaring bevat die is gedateerd en ondertekend door een met naam en functie geïdentificeerde medewerker van de entiteit die deze factuur heeft opgesteld, en die luidt als volgt: „Ondergetekende verklaart dat de (hoeveelheid) van multiplex van okouméhout die naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is geproduceerd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in (betrokken land). Ik verklaar dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is”. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor „alle andere ondernemingen” geldt.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 5 april 2017.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Verordening (EG) nr. 1942/2004 van de Raad van 2 november 2004 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op multiplex van okouméhout van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 336 van 12.11.2004, blz. 4).

(3)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2011 van de Raad van 31 januari 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op multiplex van okouméhout van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 in verband met het vervallen van de maatregelen en tot beëindiging van een gedeeltelijk tussentijds nieuw onderzoek overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 (PB L 28, 2.2.2011, blz. 1).

(4)  Bericht van het naderende vervallen van bepaalde antidumpingmaatregelen (PB C 161 van 14.5.2015, blz. 8).

(5)  Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51). Deze verordening is ingetrokken bij de Verordening (EU) 2016/1036.

(6)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de antidumpingmaatregelen ten aanzien van multiplex van okouméhout uit de Volksrepubliek China (PB C 34 van 29.1.2016, blz. 5).

(7)  Okoumé is een tropische houtsoort die vooral groeit in Gabon, en in mindere mate in Equatoriaal-Guinea en in Kameroen.

(8)  GS-code 4412 31.

(9)  Zie overweging 77 van Verordening (EG) nr. 988/2004 van de Commissie van 17 mei 2004 tot instelling van voorlopige antidumpingrechten op de invoer van multiplex van okouméhout uit de Volksrepubliek China (PB L 181 of 18.5.2004, blz. 5).

(10)  Zie overwegingen 42 en 43 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2011.

(*1)  Behalve Gabon en Marokko.

(11)  Zie overweging 50 van Verordening (EU) nr. 82/2011.

(12)  Zie overweging 53 van Verordening (EU) nr. 82/2011.

(13)  Zie overwegingen 64-72 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 82/2011.