25.11.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 319/13


BESLUIT (EU) 2016/2057 VAN DE COMMISSIE

van 2 mei 2016

inzake staatssteun en de maatregelen SA.29338 (2013/C-30) en SA.44910 (2016/N) ten gunste van HSH Nordbank AG

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 2689)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 108, lid 2, eerste alinea,

Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en met name artikel 62, lid 1, onder a),

Na de belanghebbenden overeenkomstig voornoemde bepalingen te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken (1),

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

(1)

Op 20 september 2011 heeft de Commissie een besluit genomen (hierna „het besluit van 2011” genoemd) (2), waarin zij meerdere steunmaatregelen ten gunste van HSH Nordbank AG (hierna „HSH” of „de bank” genoemd) heeft goedgekeurd. HSH is een Duitse Landesbank die grotendeels in handen is van twee deelstaten (hierna „de deelstaten” of „de publieke aandeelhouders” genoemd), met name de deelstaten Sleeswijk-Holstein (hierna „Sleeswijk-Holstein” genoemd) en de Vrije en Hanzestad Hamburg (hierna „Hamburg” genoemd). Deze maatregelen bestaan onder andere uit een door het HSH Finanzfonds AöR (hierna „het Finanzfonds AöR” of „de garantiegever” genoemd) verleende second loss-garantie (hierna „de garantie” genoemd) met een nominale waarde van 10 miljard EUR. De Commissie heeft deze garantie reeds in een eerder, in 2009, genomen besluit inzake reddingssteun voorlopig goedgekeurd.

(2)

Op 9 maart, 18 juni en 6 september 2011 is HSH met de garantiegever overeengekomen delen van de second loss-garantie op te zeggen en het maximumbedrag van de garantie tot 7 miljard EUR te verlagen. Bijgevolg werd er in het herstructureringsplan waarop het besluit van 2011 is gebaseerd, van uitgegaan dat HSH slechts garantievergoedingen zou betalen voor een garantie ten bedrage van 7 miljard EUR. (3)

(3)

Op 22 mei 2013 heeft Duitsland de door Sleeswijk-Holstein en Hamburg geplande wederverhoging van het maximumbedrag van de garantie van 7 miljard EUR tot 10 miljard EUR aangemeld bij de Commissie met het oog op goedkeuring ervan. Bij de aanmelding heeft Duitsland ook een bijgewerkt bedrijfsplan van HSH voor de middellange termijn ingediend voor de periode 2013-2015.

(4)

Bij brief van 21 juni 2013 (hierna „het inleidingsbesluit genoemd”) heeft de Commissie aan Duitsland meegedeeld dat zij de wederverhoging van het bedrag van de garantie met 3 miljard EUR als nieuwe steun kwalificeert, die ze voorlopig goedkeurt; voorts heeft zij Duitsland in kennis gesteld van haar besluit om ten aanzien van deze steunmaatregel de procedure van artikel 108, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „het VWEU” genoemd) in te leiden.

(5)

Het besluit van de Commissie tot inleiding van de procedure is in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt. (4) De Commissie heeft de belanghebbenden uitgenodigd hun opmerkingen te maken.

(6)

Bij brief van 30 september 2013 heeft Duitsland zijn opmerkingen over het inleidingsbesluit kenbaar gemaakt. De Commissie heeft geen opmerkingen van andere belanghebbenden ontvangen.

(7)

Bij brief van 20 december 2013 heeft Duitsland een eerste herstructureringsplan aan de Commissie voorgelegd en toegezegd dit plan na de presentatie van de jaarrekening van HSH over 2013 bij te werken en op conservatieve aannames te baseren. Op 28 april 2014 heeft Duitsland een bijgewerkt herstructureringsplan ingediend, waarvan na verdere bijeenkomsten en briefwisselingen op 17 april 2015 een nieuwe herziening werd voorgelegd.

(8)

In het kader van de contacten tussen de Duitse autoriteiten en de diensten van de Commissie bleef onduidelijk of deze plannen voldoende waren om de bezwaren die in het inleidingsbesluit met betrekking tot het herstel van de levensvatbaarheid van HSH waren geuit, weg te nemen. Daarom overwogen de Duitse autoriteiten de Commissie in de loop van het jaar 2015 alternatieve oplossingen voor te stellen, wat uiteindelijk niet gebeurd is.

(9)

Op 19 oktober 2015 bereikten vertegenwoordigers van de publieke aandeelhouders, de Bondsrepubliek Duitsland en de Commissie een akkoord over de grote lijnen van een aanmelding. De maatregelen bestaan in wezen uit de opsplitsing van de bank in een holdingmaatschappij en een operationele dochteronderneming, die de lopende zaken van de bank voortzet. Als gevolg hiervan moet deze dochteronderneming worden afgestoten of, wanneer de afstotingsprocedure niet met succes wordt afgerond, de nieuwe activiteiten stopzetten en de activa beheren met het oog op liquidatie.

(10)

Op 21 maart 2016 heeft Duitsland de wederverhoging van de garantie uit 2013 als steun voor de afstoting of liquidatie van HSH opnieuw bij de Commissie aangemeld en tegelijkertijd toezeggingen hieromtrent ingediend. (5)

2.   BESCHRIJVING

2.1.   De ontvanger van de steun

(11)

HSH is een privaatrechtelijke naamloze vennootschap die in 2003 in het kader van een fusie van de toenmalige Hamburgische Landesbank en de Landesbank Schleswig-Holstein is opgericht. Hamburg en Sleeswijk-Holstein zijn meerderheidsaandeelhouders van HSH. Samen hebben zij 85,38 % van de aandelen van de bank, hetzij rechtstreeks, hetzij via het Finanzfonds AöR, een door Hamburg en Sleeswijk-Holstein opgerichte en gecontroleerde instelling. (6) De Sparkassen- und Giroverband für Schleswig-Holstein heeft 5,31 % van de aandelen in handen en een groep van negen door J. C. Flowers geadviseerde trusts 9,31 %. Om historische redenen heeft HSH twee hoofdkantoren, één in Hamburg en één in Kiel.

(12)

Met een concernbalans van 105 miljard EUR (per 30 september 2015) is HSH de op vier na grootste van de zeven Duitse Landesbankconcerns. Het zwaartepunt van de bank, waarvan de activiteiten voornamelijk op Noord-Duitsland en de Duitse stedelijke gebieden zijn geconcentreerd, ligt op zakelijke klanten, vastgoed en private banking. De activiteiten met zakelijke klanten bestaan, zowel in het binnenland als in het buitenland, naast energie- en infrastructuurprojecten, in de eerste plaats uit scheepsfinanciering.

(13)

In 2009 heeft het Finanzfonds AöR kapitaal voor een bedrag van 3 miljard EUR aan de bank toegekend en tegelijkertijd met ingang van 1 april 2009 de second loss-garantie ter waarde van 10 miljard EUR verleend. Bovendien heeft het Duitse Fonds voor de stabilisatie van de financiële markten (Finanzmarkstabilisierungsfonds — SoFFin) HSH garanties voor de uitgifte van nieuwe schuldbewijzen ter waarde van maximaal 17 miljard EUR verleend. Deze steun is bij het besluit van 2011 op basis van een herstructureringsplan en toezeggingen hieromtrent, alsook op basis van voorwaarden inzake vergoeding en lastenverdeling, goedgekeurd.

(14)

Het herstructureringsplan en de toezeggingen van Duitsland voorzagen in een vermindering van de activiteiten van de bank in het segment scheepsfinanciering en in een diversificatie van haar bedrijfsmodel. De bank moest haar balansrisico verlagen door haar activiteiten in cyclische segmenten zoals scheeps- en vliegtuigfinanciering te beperken, ze moest haar bedrijfsmix evenwichtiger vormgeven door zich meer te richten op regionale activiteiten voor zakelijke klanten en vastgoed, en de financiering ervan stabiliseren door deze minder afhankelijk te maken van wholesalefinanciering in o.a. USD.

(15)

In de loop van 2011 is het maximumbedrag van de second loss-garantie op initiatief van HSH geleidelijk verlaagd tot 7 miljard EUR (in maart, juni en september 2011 telkens met 1 miljard EUR). Door deze verlaging, waarmee in het herstructureringsplan rekening was gehouden en waarop het besluit van 2011 is gebaseerd, daalden ook de door HSH aan het Finanzfonds AöR te betalen bijdragen.

(16)

Terwijl in het herstructureringsplan van 2011 werd uitgegaan van een verhoging van de chartertarieven, zijn deze in het jaar na het besluit van 2011, met name in het segment containerschepen, echter met ongeveer één derde teruggelopen; de marktwaarde van schepen onderging een soortgelijke ontwikkeling. Hoewel HSH haar bedrijfsactiviteiten in het segment scheepsfinanciering aanzienlijk heeft verminderd, blijft de desbetreffende kredietportefeuille een belangrijke bedrijfsactiviteit. Hierdoor werd HSH sterk getroffen door deze ontwikkelingen, die samen met de EUR/USD-wisselkoers de belangrijkste factor vormden voor de kans op wanbetaling van de scheepskredietportefeuilles van HSH en bijgevolg ook voor de nodige voorzorgsmaatregelen tegen risico's in de kredietverlening.

(17)

Daarom werd de bank in 2013 door de toezichthouder gemaand het bedrag van de garantie opnieuw met 3 miljard EUR te verhogen tot het oorspronkelijke niveau van 10 miljard EUR. Toen de Commissie in juni 2013 deze wederverhoging als nieuwe steunmaatregel voorlopig goedkeurde, uitte zij op basis van het bedrijfsplan, dat bij de aanmelding van de wederverhoging was voorgelegd, haar twijfels over het herstel van de levensvatbaarheid van HSH op lange termijn, en vroeg zij zich af of HSH haar bedrijfsstrategie moest aanpassen en alternatieve maatregelen moest treffen om dit doel te bereiken (7).

(18)

Na het inleidingsbesluit bleven de resultaten van HSH niet alleen duidelijk achter op het herstructureringsplan, dat bij het besluit van 2011 de basis was voor de goedkeuring van de herstructureringssteun, maar ook op de verschillende bijgewerkte tussentijdse plannen die door de diensten van de Commissie waren voorgelegd.

2.2.   De maatregelen

2.2.1.   Wederverhoging van het maximumbedrag van de garantie in juni 2013 (hierna „de maatregel van 2013” genoemd)

(19)

Bij deze maatregel gaat het om de in overweging 17 beschreven wederverhoging van het bedrag van de second loss-garantie. In het kader van deze second loss-garantie is de garantiegever slechts aansprakelijk voor verliezen uit de gegarandeerde portefeuille boven de first loss-tranche van 3,2 miljard EUR die HSH draagt. Na de wederverhoging van het bedrag tot 10 miljard EUR, wordt de garantie als gevolg van verliezen in de gegarandeerde portefeuille tussen de 3,2 en 13,2 miljard EUR vergoed. (8)

(20)

De gegarandeerde portefeuille had een aanvankelijke boekwaarde van ongeveer 185 miljard EUR, wat in 2009 overeenkwam met ongeveer 75 % van het balanstotaal van de bank. Bij de gegarandeerde activa gaat het grotendeels om kredieten aan klanten (aanvankelijk 115 miljard EUR), maar ook om vastrentende waardepapieren (aanvankelijk 27 miljard EUR), schuldtitels (aanvankelijk 15 miljard EUR), betalingsgaranties (aanvankelijk 5 miljard EUR) en door activa gedekte waardepapieren (aanvankelijk 9 miljard EUR). (9)

(21)

Eind 2015 stond in het kader van de garantie nog maar ongeveer 50 miljard EUR aan activa uit, gemeten aan de blootstelling bij wanbetaling (Exposure at Default, hierna „EAD” genoemd) (10). Bij de resterende activa gaat het bijna uitsluitend om kredieten aan klanten, vooral in het segment scheepsfinanciering, zakelijke klanten en vastgoed.

(22)

Uitbetalingen uit de garantie worden verricht wanneer gegarandeerde activa met een verlies voor de bank worden afgewikkeld en de totale first loss-tranche van 3,2 miljard EUR is opgebruikt. Tot nu toe zijn op gegarandeerde activa slechts verliezen voor een bedrag van ongeveer 1,6 miljard EUR afgerekend. Bovendien leidt de garantie ook tot een positief boekhoudkundig effect, omdat zij de voorzorgsmaatregelen tegen risico's voor de gegarandeerde portefeuille voor de kredietverlening compenseert en de bank en de toezichthouder in staat stelt de „virtuele” gebruikmaking van de garantie, d.w.z. de in het kader van de garantie te verwachten uitbetalingen, te berekenen en te controleren. Ten slotte is het risicogewicht van de gegarandeerde activa tijdens de looptijd van de garantie, onder voorbehoud van het oordeel van de toezichthouder, duidelijk verminderd.

(23)

HSH betaalt voor deze garantie een jaarlijkse basispremie van 4 % plus een aanvullende premie van 3,85 %.

(24)

De jaarlijkse basispremie van 4 % wordt berekend over het uitstaande maximumbedrag; de premie bestaat uit twee onderdelen: een vergoeding van 2,20 % en een terugvorderingsbetaling van 1,80 %. Bijgevolg leidt een gebruikmaking van de garantie door de bank niet tot een verlaging van de grondslag voor de berekening van de garantiepremie. HSH moet de jaarlijkse basispremie betalen totdat de garantie volledig is aangesproken of opgezegd, zodat verder geen garantie meer uitstaat. Volgens de actuele prognoses zal de portefeuille niet vóór eind 2025 zijn afgewikkeld.

(25)

De jaarlijkse aanvullende premie van 3,85 % moet HSH van 2009 tot en met 2019 betalen over de daadwerkelijke waarde van de in het kader van de garantie afgerekende verliezen, mits de garantie niet vóór 2019 volledig is aangesproken of opgezegd. Het bedrag dat daadwerkelijk voor deze premie moet worden betaald, is pas bekend zodra de garantie volledig is afgewikkeld, hetzij door gebruikmaking, hetzij door opzegging. De aanvullende premie is ook onderworpen aan een Besserungsschein, die de kernkapitaalratio van de bank beschermt. Als de kernkapitaalratio van de bank onder een minimumratio van 10 % aan hard kernkapitaal uitkomt (hierna „CET1-ratio”), worden de betalingen tot uiterlijk [2030-2040] (*1) uitgesteld. De garantiegever heeft bij een succesvolle afstoting van de bank het recht af te zien van zijn aanspraak op de aanvullende premie.

2.2.2.   De maatregelen van 2016

(26)

Op 21 maart 2016 heeft Duitsland de volgende twee maatregelen bij de Commissie aangemeld:

(1)

de opsplitsing van HSH in een holdingmaatschappij (hierna „de HoldCo” genoemd) en een operationele dochteronderneming (hierna „de OpCo” genoemd) en de verdeling van de verplichtingen tot betaling van de garantievergoedingen over deze maatschappijen (hierna „maatregel 1 van 2016” genoemd);

(2)

de overdracht tegen marktwaarde van activa ter waarde van maximaal 6,2 miljard EUR van de OpCo aan Sleeswijk-Holstein en Hamburg (hierna „maatregel 2 van 2016” genoemd).

(27)

Voor nadere details over de opsplitsing en de overdracht van activa voor een bedrag van maximaal 6,2 miljard EUR EAD wordt verwezen naar de toezeggingen hieromtrent in de bij dit besluit gevoegde lijst (hierna „de lijst met toezeggingen” genoemd), die Duitsland bij de aanmelding van 21 maart 2016 heeft overgelegd (zie bijlage I). (11)

(28)

In het kader van maatregel 1 van 2016 behoudt de OpCo het totaal aan bedrijfsmiddelen en verplichtingen van HSH, met inbegrip van de gegarandeerde activa, de garantie zelf en de bankvergunning. Als bijdrage voor het handhaven van de garantie betaalt de OpCo een vergoeding van 2,20 % over het niet-gebruikte deel van de garantie. (12) Alle andere verplichtingen in het kader van de overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van de garantie worden door de HoldCo overgenomen, d.w.z. de basispremie van 2,20 % als vergoeding over het gebruikte deel van de garantie, de in het kader van het besluit van 2011 als terugvorderingsbetaling voorziene basispremie van 1,80 % en de aanvullende premie van 3,85 % met inbegrip van de Besserungsschein. (13)

(29)

De HoldCo wordt een zuivere financiële holdingmaatschappij zonder operationele activiteiten. De activa van de HoldCo zullen minstens 90 % van de aandelen in de OpCo, alsook een beperkte liquiditeit omvatten, die door de OpCo beschikbaar wordt gesteld (14) om de exploitatiekosten van de HoldCo en de betalingen van de garantievergoedingen op de vervaldatum te dekken. De passiva van de HoldCo zullen bestaan uit de in het kader van de opsplitsing overgenomen verplichtingen voor betaling van de garantievergoedingen. Om het insolvabiliteitsrisico van de HoldCo te minimaliseren, wordt tussen de HoldCo en de garantiegever met betrekking tot deze verplichtingen een achterstellingsovereenkomst gesloten. In het kader van deze overeenkomst kunnen eventuele betalingen die de HoldCo niet kan voldoen, tegen een rentevoet van 10 % tot de volgende betaaldatum worden uitgesteld.

(30)

Als begeleidende maatregel zal de OpCo het recht hebben een portefeuille met activa tot een bedrag van 6,2 miljard EUR EAD tegen marktprijzen aan de deelstaten af te stoten. Deze overdracht kan in verschillende tranches geschieden. (15) Vóór de afstoting van activa heeft de Commissie op basis van een onafhankelijke waardering van deze waarden een onafhankelijke evaluatie van de marktprijs verricht. Mochten er na eind augustus 2016 overdrachten plaatsvinden, dan is een hernieuwde waardering door de Commissie vereist. (16)

2.3.   Toezeggingen

(31)

Los van de toezeggingen in verband met de opsplitsing in de HoldCo en de OpCo en de verdeling van de garantievergoedingsbetalingen (zie afdeling 2.2.2) heeft Duitsland aanvullende toezeggingen ingediend. Het betreft in de eerste plaats de toezegging om het aandeel van de HoldCo in de OpCo uiterlijk op 28 februari 2018 door middel van een open, niet-discriminerende, concurrerende en transparante aanbestedingsprocedure af te stoten. (17) Met het oog op een tijdige uitvoering van deze privatisering zullen de Duitse autoriteiten vóór aanvang van de afstotingsprocedure een plan aan de Commissie voorleggen waarin de mijlpalen zijn aangegeven. (18) Als de afstotingsprocedure als gevolg van een steunvrije, positieve biedprijs (met behoud van de garantie) met succes wordt afgesloten, wordt de voorgenomen overname bij de Commissie aangemeld voor een levensvatbaarheidanalyse van de nieuwe ondernemingsstructuur. De overname zal niet worden uitgevoerd zolang de Commissie geen positief besluit heeft genomen. (19) Bij een succesvolle afronding van de afstotingsprocedure zal de bank een nieuwe naam aannemen. (20)

(32)

Mocht de aanbestedingsprocedure niet binnen de termijn met succes worden afgesloten, d.w.z. dat de procedure niet tot een steunvrije, positieve biedprijs (met behoud van de garantie) leidt, of mocht de Commissie tot de bevinding komen dat de integratie van de OpCo in de nieuwe ondernemingsstructuur niet tot een op lange termijn levensvatbaar bedrijfsmodel leidt, zegt Duitsland toe dat de OpCo haar nieuwe activiteiten zal stopzetten en haar activa uitsluitend zal beheren met het oog op de gecontroleerde liquidatie ervan. (21) Duitsland heeft toegezegd dat de HoldCo de OpCo tijdens de afstotingstermijn zal beheren met als enige doel het behoud van haar economische levensvatbaarheid, concurrentievermogen en verkoopbaarheid. (22) Daartoe worden verdere maatregelen ten uitvoer gelegd die gericht zijn op een vermindering van de kosten van de OpCo (zodat de administratieve lasten niet meer bedragen dan [570-590] miljoen EUR in 2016 en [520-550] miljoen EUR in 2017), op een versterking van haar kapitaalbasis (o.a. door vrijwillig Liability Management onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie), op voorzichtig ondernemen en op het niet betalen van dividenden of het niet verrichten van overige betalingen op winstafhankelijke instrumenten, zoals bijvoorbeeld hybride kapitaalinstrumenten. (23)

(33)

Voorts zal het balanstotaal van de OpCo niet boven het bedrag van [100-110] miljard EUR in 2016 en [90-100] miljard EUR in 2017 uitkomen. (24) Op het gebied van scheepsfinanciering zal de OpCo haar activiteiten verder reduceren en haar nieuwe activiteiten in dit segment beperken tot [1-2] miljard EUR. (25) Voorts zegt Duitsland toe, bepaalde bij het besluit van 2011 gevoegde toezeggingen na te komen, en bijvoorbeeld activiteiten op het gebied van asset-based vliegtuigfinancieringen niet te hernemen (26), geen externe groei te behalen door de verwerving van zeggenschap over andere ondernemingen (27), geen handel voor eigen rekening te beoefenen (hierna „dedicated proprietary trading” genoemd) (28) en geen reclame te maken waarin met steunverlening of met de hieruit voortvloeiende voordelen wordt uitgepakt tegenover concurrenten (29).

(34)

Ten slotte heeft Duitsland toegezegd dat de OpCo bepaalde liquiditeitskengetallen (30), alsook beperkingen ten aanzien van de beloning van haar medewerkers, leden van beheersorganen en cruciaal uitvoerend personeel, in acht zal nemen. Zo zal de totale beloning voor deze personen niet meer dan vijftien keer het nationale gemiddelde loon in Duitsland of meer dan tien keer het gemiddelde loon bij de HSH Nordbank (vóór de opsplitsing) bedragen. (31)

2.4.   Redenen voor het inleiden van de procedure

(35)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 2 en 15 is het bedrag van de garantie in 2011 tot 7 miljard EUR verlaagd, maar moest het in juni 2013 als gevolg van een verslechtering van de situatie op de scheepvaartmarkt in 2011 weer worden teruggebracht tot het oorspronkelijke maximumbedrag van 10 miljard EUR (zie de overwegingen 16 en 17).

(36)

Duitsland heeft deze wederverhoging ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd. Volgens de Duitse autoriteiten vormt de garantie steun; ze betwijfelen evenwel dat het bij de wederverhoging van het maximumbedrag tot 10 miljard EUR om nieuwe steun gaat, aangezien hetzelfde bedrag reeds bij het besluit van 2011 was goedgekeurd. (32) Voorts voerde Duitsland aan dat, mocht de Commissie de wederverhoging als nieuwe steun kwalificeren, deze reeds bij het besluit van 2011 verenigbaar met de interne markt was verklaard (33).

(37)

De Commissie heeft de wederverhoging in het inleidingsbesluit echter als nieuwe steun gekwalificeerd. Ten eerste wordt de verhoging van de garantie toegekend door het Finanzfonds AöR, dat in handen is van Hamburg en Sleeswijk-Hostein, dus uit staatsmiddelen, ten gunste van een internationaal opererende bank, waardoor de concurrentie in de bankensector wordt verstoord en het intracommunautaire handelsverkeer ongunstig wordt beïnvloed (34) Aangezien de garantie door een particuliere investeerder niet op dezelfde voorwaarden zou zijn toegekend, is aan HSH een voordeel verschaft dat staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU vormt. (35)

(38)

Ten tweede verklaart de Commissie in het inleidingsbesluit dat de opzegging van een garantie een bindend karakter heeft en dat, in tegenstelling tot het stanpunt van Duitsland, de wederverhoging niet als nieuwe steun kan worden gekwalificeerd omdat het maximumbedrag van 10 miljard EUR reeds bij het besluit van 2011 is goedgekeurd. Een herinvoering moet als een nieuwe overeenkomst tussen garantiegever en garantienemer worden beschouwd die gebaseerd is op een nieuwe economische waardering van de risicofactoren die in de loop van tijd mogelijk veranderd zijn. Aangezien een verhoging van het bedrag van de garantie niet is voorzien in de garantievoorwaarden die bij het besluit van 2011 waren goedgekeurd, moesten de eerdere garantievoorwaarden worden gewijzigd. Bijgevolg kwalificeert de Commissie de verhoging als toekenning van een nieuwe garantie. (36)

(39)

Met betrekking tot de voorlopige verenigbaarheid van de steun met de interne markt baseert de Commissie zich bij haar beoordeling in het inleidingsbesluit op artikel 107, lid 3, onder b), VWEU, op grond waarvan staatssteun als verenigbaar met de interne markt kan worden beschouwd als deze erop is gericht „een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen”. Gelet op de nog steeds instabiele situatie op de financiële markten erkent de Commissie dat een instorting van HSH een rechtstreekse ongunstige invloed kan hebben op de financiële markten en dus op de gehele Duitse economie. (37) Met betrekking tot de voor staatssteun ten gunste van financiële instellingen geldende beginselen verwees de Commissie naar punt 15 van de bankenmededeling van 2008 (38); ten tijde van het inleidingsbesluit waren deze beginselen door de herkapitalisatiemededeling (39) en door de verlengingsmededelingen van 2010 en 2011 (40) nader uitgewerkt.

(40)

Zoals reeds vastgesteld, heeft Duitsland in 2013, mocht de Commissie de verhoging van het maximumbedrag van de garantie als nieuwe steun kwalificeren, aangevoerd dat de verenigbaarheid ervan met de interne markt reeds in het besluit van 2011 was vastgesteld, waardoor de Commissie nu aan deze beoordeling gebonden is en geen andere conclusie kan trekken. (41)

(41)

De Commissie verklaarde in het inleidingsbesluit dat zij het maximumbedrag van 10 miljard EUR in 2011 weliswaar verenigbaar met de interne markt heeft verklaard, maar dat deze beoordeling berustte op de waardering van de op 30 april 2009 door Duitsland aangemelde garantie, alsook op de economische situatie op het tijdstip van vaststelling van het besluit van 2011 en op de financiële prognoses die HSH als basis voor de beoordeling van dit besluit had voorgelegd. Bijgevolg werd er destijds in het herstructureringsplan van uitgegaan dat HSH slechts garantievergoedingen zou betalen voor een garantie ten bedrage van 7 miljard EUR. (42)

(42)

Voorts heeft de Commissie in haar inleidingsbesluit vastgesteld, dat de factoren die relevant waren voor de beoordeling van de verenigbaarheid van de nieuwe steun met de interne markt, weliswaar ook voor de voorafgaande beoordeling relevant waren, maar toch in hun huidige vorm moeten worden beoordeeld. Daarom moet in het bijzonder de winstgevendheid van de HSH met het oog op de beslissing over de verenigbaarheid van de steun met de interne markt worden beoordeeld op basis van de huidige economische situatie. (43)

(43)

In dit verband heeft de Commissie vastgesteld dat de economische situatie in de scheepvaartsector, de essentie van de activiteiten van HSH, die als zodanig reeds in het besluit van 2011 als problematisch voor de levensvatbaarheid van de bank werd gezien, in de tussentijd nog verder is verslechterd. De crisis in de scheepvaart bleek langer en ernstiger dan verwacht, had invloed op de kredietwaardigheid van het segment scheepsfinanciering in het algemeen en veroorzaakte een verhoging van de risicogewogen activa van HSH. (44)

(44)

De Commissie heeft in haar inleidingsbesluit vastgesteld dat de verhoging van de garantie tot hogere garantievergoedingen van ongeveer 1 miljard EUR zou leiden en dat deze aanvullende kosten de toekomstige levensvatbaarheid van HSH ernstig zouden beïnvloeden. (45)

(45)

Hoewel met de extra garantievergoedingen rekening is gehouden in het bij de aanmelding van de wederverhoging van de garantie in 2013 voorgelegde bedrijfsplan, had de Commissie twijfels over de robuustheid van de aannames waarop het bedrijfsplan was gebaseerd, en stelde zij verder vast dat er geen bijgewerkt stressscenario voorhanden was. Aangezien HSH het niet voor elkaar heeft gekregen de verwachte financiële prognoses in het basisscenario van het herstructureringsplan van 2011 te behalen en in het verwachte volume nieuwe activiteiten te ontwikkelen, vroeg de Commissie zich af of de bedrijfsstrategie van de HSH moest worden aangepast en of er alternatieve maatregelen moesten worden getroffen om de levensvatbaarheid op lange termijn van de bank te herstellen. (46)

(46)

Om deze redenen heeft de Commissie twijfels geuit ten aanzien van de vraag of HSH, zoals aangenomen in het besluit van 2011, weer levensvatbaar zou worden, en heeft zij verzocht om nadere informatie ter bevestiging van de aannames in het bedrijfsplan en de ingediende prognoses voor de scheepvaartmarkten, en om een bewijs dat de extra garantievergoedingen de financiële mogelijkheden van de bank ook in een stressscenario niet zouden overstijgen. (47)

(47)

De Commissie heeft in haar inleidingsbesluit echter geen twijfels geuit ten aanzien van de bij het besluit van 2011 goedgekeurde maatregelen voor de lastenverdeling of de beperking van de concurrentieverstoringen, en heeft vastgesteld dat deze maatregelen ook ten tijde van het inleidingsbesluit nog toereikend waren, aangezien de nieuwe steun binnen de grenzen blijft van de maatregel die reeds in 2011 was goedgekeurd. (48) Gelet op de noodzaak om de garantie te verhogen en het feit dat de vergoeding als toereikend wordt beschouwd, heeft de Commissie voorlopig vastgesteld dat de steun verenigbaar is met de interne markt. (49)

3.   OPMERKINGEN VAN DUITSLAND

(48)

In de eerste plaats herhaalt Duitsland in zijn opmerkingen bij het inleidingsbesluit (50) zijn oorspronkelijke standpunt dat de wederverhoging van de garantie geen nieuwe steunmaatregel vormt, aangezien deze niet uitstijgt boven het bij het besluit van 2011 goedgekeurde maximumbedrag van 10 miljard EUR. Het feit dat de vermindering een verbindend karakter had of dat de wederverhoging niet contractueel was geregeld, waardoor deze dus opnieuw contractueel moest worden vastgelegd, verandert niets aan dit standpunt. Duitsland is van oordeel dat de economische gevolgen van de wederverhoging voor de situatie van de deelstaten als garantiegever doorslaggevend is en dat hun situatie niet is veranderd door de wederverhoging, met name omdat de kans op gebruikmaking van de garantietranche waarop deze wederverhoging betrekking heeft, niet wezenlijk zou zijn toegenomen. Bovendien zou de wederverhoging grotendeels overeenkomen met de oorspronkelijke garantie; dit heeft de Commissie reeds in het kader van het besluit van 2011 onderzocht, en niet alleen op basis van een basisscenario, maar ook op basis van een worstcasescenario. (51)

(49)

Ten tweede herhaalt Duitsland zijn eerdere standpunt dat de wederverhoging, zelfs als deze als nieuwe steun zou worden gekwalificeerd, wordt gedekt door de redenen voor de goedkeuring in het besluit van 2011, aangezien de Commissie in het inleidingsbesluit niet betwijfelt dat de compenserende maatregelen en de eigen bijdrage van de bank, die in het besluit van 2011 als geschikt en toereikend werden beschouwd, nog steeds toereikend zijn, aangezien de nieuwe steun binnen de grenzen blijft van de maatregelen die bij het besluit van 2011 zijn goedgekeurd. (52) Duitsland is van oordeel dat de Commissie gebonden is aan de redenen die zij heeft opgegeven voor de goedkeuring van de steun in het besluit van 2011.

(50)

Ten derde heeft Duitsland aangevoerd dat de wederverhoging van het maximumbedrag van de garantie diende voor het herstel van de levensvatbaarheid van HSH op lange termijn en bovendien in overeenstemming was met de doelstellingen van het in 2011 goedgekeurde herstructureringsplan. In dit verband stelde Duitsland dat er geen reden is om te twijfelen aan de levensvatbaarheid van de bank op lange termijn en aan de draagkracht van haar bedrijfsmodel. De Duitse autoriteiten hebben verklaard dat de afwijkingen van het bedrijfsplan die zich ondertussen hebben voorgedaan, geen andere conclusies rechtvaardigen. Het uitstel van de gedeeltelijke opzeggingen van de garantie met twee tot drie jaar zou gelet op de aanhoudende crisis in de scheepvaart en rekening houdend met de toezichtseisen een duurzamer en minder riskant bedrijfsmodel garanderen. De hogere vergoedingsbetalingen als gevolg van de wederverhoging van de garantie zijn voor de bank, gelet op haar toereikende kapitaalbasis en op de andere maatregelen in het bij het besluit van 2011 goedgekeurde herstructureringsplan, draagbaar.

(51)

Tot slot stelde Duitsland vast dat de wederverhoging van de garantie noodzakelijk is geworden door exogene factoren zoals de aanhoudende financiële crisis, de toegenomen regelgevingseisen voor financiële instellingen en de overgang naar de internationale standaarden voor jaarrekeningen (International Financial Reporting Standards, hierna „IFRS” genoemd) voor de berekening van de kapitaalratio's.

(52)

Na de indiening van deze opmerkingen heeft Duitsland zijn nauwe samenwerking met de Commissie voortgezet en meerdere bijgewerkte herstructureringsplannen ingediend. Het eerste werd in december 2013 voorgelegd, een tweede, herzien herstructureringsplan met voorzichtige aannames in april 2014 en een verdere actualisering van de bedrijfsplanning in april 2015. Toen deze plannen de twijfels van de Commissie ten aanzien van hun vermogen om de levensvatbaarheid van HSH te herstellen, niet konden wegnemen, hebben de Duitse autoriteiten gezocht naar andere oplossingen. Uit deze inspanningen ontstonden de grote lijnen van de maatregelen van 2016, die Duitsland in oktober 2015 met de Commissie is overeengekomen.

(53)

Vervolgens heeft Duitsland op 21 maart 2016 de wederverhoging van de garantie in 2013 opnieuw bij de Commissie aangemeld als staatssteun voor de afstoting of, als een afstoting mislukt, voor de liquidatie van HSH.

4.   BEOORDELING VAN DE MAATREGEL

(54)

De Commissie heeft de maatregel van 2013, d.w.z. de bij het inleidingsbesluit voorlopig goedgekeurde wederverhoging van de garantie van 7 miljard EUR tot 10 miljard EUR, reeds als staatssteun gekwalificeerd. (53) Duitsland heeft in zijn opmerkingen bij het inleidingsbesluit (zie overweging 49) weliswaar gesteld dat de wederverhoging van de garantie geen nieuwe steun vormt — en mocht de Commissie toch tot deze conclusie komen, dat deze steun onder de redenen voor de goedkeuring van 2011 valt — maar heeft dit standpunt niet nader uiteengezet, noch met bewijzen gestaafd. Ten slotte heeft Duitsland de beoordeling van de Commissie bevestigd met de hernieuwde aanmelding van de wederverhoging „als staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU” (54) voor de afstoting of liquidatie van HSH. Bijgevolg bevestigt de Commissie in dit besluit haar vaststelling in het inleidingsbesluit dat de maatregel in kwestie staatssteun inhoudt; deze bevestiging is gebaseerd op de redenen die in het inleidingsbesluit zijn uiteengezet, zonder een hernieuwde beoordeling.

(55)

De Commissie moet echter onderzoeken of de maatregelen van 2016 steun inhouden. (55)

(56)

Ten slotte moet de Commissie onderzoeken of de steunmaatregelen in kwestie — de maatregelen van 2013 en de maatregelen van 2016 (voor zover ze steun inhouden) — als verenigbaar met de interne markt beschouwd kunnen worden.

4.1.   Aanwezigheid van steun in de maatregelen van 2016

(57)

De Commissie tekent aan dat in het kader van de maatregelen van 2016 volgens Duitsland geen aanvullende staatssteun wordt toegekend.

(58)

In artikel 107, lid 1, van het Verdrag is het volgende bepaald: „Behoudens de afwijkingen waarin de Verdragen voorzien, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt”. Een maatregel vormt staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, als aan de hieronder genoemde voorwaarden is voldaan: a) de maatregel is aan de staat toe te rekenen en wordt uit staatsmiddelen gefinancierd, b) de maatregel verschaft de begunstigde een voordeel, c) dit voordeel is selectief en d) de maatregel vervalst de mededinging of dreigt deze te vervalsen en kan het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloeden.

(59)

Met betrekking tot de inzet van staatsmiddelen moet worden vastgesteld dat maatregel 1 van 2016 zowel een achterstellingsclausule als een mechanisme voor gedeeltelijke uitgestelde betaling omvat voor de tegenover de publieke aandeelhouders bestaande verplichtingen tot betaling van de garantievergoedingen. Beide zijn erop gericht het insolvabiliteitsrisico van de HoldCo te verminderen. Deze regelingen hebben betrekking op verplichtingen die als vergoeding aan de publieke aandeelhouders moeten worden betaald, en mocht maatregel 1 van 2016 de HSH een voordeel verschaffen, kunnen deze elementen een verlies aan staatsmiddelen tot gevolg hebben.

(60)

Daarom is de Commissie van mening dat beide maatregelen van 2016 staatsmiddelen omvatten, maatregel 1 van 2016 vanwege de achterstellingsovereenkomst en het mechanisme voor gedeeltelijke uitgestelde betaling voor de als vergoeding voor de garantie op grond van het besluit van 2011 te betalen vergoedingen, en maatregel 2 vanwege de bedragen die de deelstaten voor de overgedragen activa aan de OpCo hebben betaald.

(61)

Maatregel 2 van 2016, de overname van activa door de deelstaten, is een door de staat ten uitvoer gelegde maatregel. Maatregel 1 van 2016, de wijziging van de betalingsstructuur van de vergoedingen, is aan de publieke aandeelhouders van het Finanzfonds AöR en dus aan de staat toe te rekenen. Deze toerekenbaarheid blijkt uit het feit dat deze wijziging onderdeel vormt van een groter pakket maatregelen die met de actieve medewerking van de deelstaten zijn uitgewerkt.

(62)

De maatregelen van 2016 komen uitsluitend HSH ten goede en zijn bijgevolg selectief. Ze kunnen de mededinging vervalsen doordat ze een normale marktwerking verhinderen. Gezien de liberalisering van de financiële dienstverlening in de EU beïnvloeden ze het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig.

(63)

Om te beoordelen of de maatregelen van 2016 steun inhouden, moet de Commissie derhalve vaststellen of HSH door de maatregelen van 2016 een bijkomend voordeel krijgt dat verder gaat dan het door de maatregel van 2013 verschafte voordeel.

(64)

Voordat de Commissie kan beoordelen of aan de maatregelen van 2016 een bijkomend voordeel is verbonden, moet zij herhalen hoe de garantie werkt. Op basis hiervan kan zij onderzoeken welke gevolgen de uitvoering van de maatregelen van 2016 in de voorgestelde vorm op de werking van de garantie heeft.

4.1.1.   Werking van de garantie en gevolgen van de maatregelen van 2016

(65)

De bij het besluit van 2011 goedgekeurde second loss-garantie heeft de vorm van een synthetische securitisatie. Dit betekent dat de totale gegarandeerde portefeuille virtueel in drie tranches is opgedeeld:

(1)

de junior-tranche of first loss-tranche van 3,2 miljard EUR, die volledig door de bank wordt gedekt en reeds is afgeschreven;

(2)

de mezzanine-tranche of second loss-tranche van 10 miljard EUR, die door de Staat is gegarandeerd (uitstaand bedrag van 7 miljard EUR uit 2011 en een bedrag van 3 miljard EUR dat in het inleidingsbesluit voorlopig is goedgekeurd);

(3)

de senior-tranche.

(66)

Het bestaan van de garantie heeft in wezen twee soorten gevolgen, met name gevolgen voor de jaarrekening volgens de IFRS en gevolgen voor de kapitaalvereisten in het kader van de regelgeving en de prudentiële voorschriften, zoals deze door de toezichthouder worden toegepast.

Gevolgen voor de jaarrekening

(67)

Ten eerste compenseert de garantie alle verliezen uit de gegarandeerde portefeuille, voor zover deze meer dan 3,2 miljard EUR, maar minder dan 13,2 miljard EUR bedragen. (56)

(68)

Zolang de gegarandeerde activa nog in de balans worden opgenomen, worden de met betrekking tot deze activa volgens de IFRS voorgenomen waardeaanpassingen en voorzieningen door middel van herwaarderingsrekeningen van dezelfde hoogte vergoed. Pas als de activa uiteindelijk zijn afgewikkeld en niet meer in de balans worden opgenomen, en dus vast staat welke verliezen zich hebben voorgedaan, worden de compensatievorderingen in het kader van de garantie daadwerkelijk uitbetaald.

(69)

Deze verschillende soorten compensatievorderingen in het kader van de garantie leiden ertoe dat in verschillende mate een beroep wordt gedaan op de garantie:

(1)

De hoogte van de garantie waarop telkens daadwerkelijk een beroep wordt gedaan (hierna „het daadwerkelijk benutte garantiebedrag” genoemd) is gelijk aan het bedrag van een op een bepaald moment afgewikkeld verlies uit de gegarandeerde portefeuille. Eind 2015 zijn verliezen voor een totaalbedrag van [1,2-2,0] miljard EUR daadwerkelijk afgerekend. Het is reeds bekend dat dit bedrag in 2016 op basis van de vorderingen die momenteel worden afgewikkeld, zal stijgen tot [2-3] miljard EUR.

(2)

Daarentegen is het bedrag van de garantie waarop geen beroep is gedaan (hierna „het niet-benutte garantiebedrag” genoemd) het bedrag dat nog voor bijkomende verliezen ter beschikking staat, in dit geval [8,2-10,0] miljard EUR (10 miljard EUR totale garantie, verminderd met het verschil tussen [3,2-5,0 miljard EUR aan afgewikkelde en bekende verliezen en de first loss-tranche van 3,2 miljard EUR).

(3)

Het totaalbedrag van de garantie waarop een beroep is gedaan (hierna „het totale benutte garantiebedrag”) verwijst naar het garantiebedrag dat uitbetaald zal zijn zodra de volledige, oorspronkelijk onder de garantie vallende portefeuille is afgewikkeld. Het totale benutte garantiebedrag kan momenteel nog niet worden bepaald.

(4)

De beste benadering voor het totaalbedrag waarop een beroep is gedaan, is momenteel de virtuele gebruikmaking van de garantie (hierna „de virtuele gebruikmaking” genoemd), die overeenkomt met de som van het bedrag waarop daadwerkelijk een beroep is gedaan en de voorzieningen in het kader van de IFRS op de gegarandeerde portefeuille. De virtuele gebruikmaking bedraagt momenteel om en bij de [6-8] miljard EUR, d.w.z. [9,2-11,2] miljard EUR (daadwerkelijk benut garantiebedrag plus voorzieningen) minus 3,2 miljard EUR (first loss-tranche). De bank berekent ook het geschatte totaalbedrag waarop een beroep is gedaan (hierna „het geschatte benutte totaalbedrag” genoemd).

(70)

De voor de garantie te betalen vergoedingen bestaan uit twee componenten: de basispremie van 4,00 % (hierna „de basispremie” genoemd) en de aanvullende premie van 3,85 % (hierna „de aanvullende premie” genoemd). De grondslag voor de berekening van de basispremie is het totaalbedrag aan uitstaande garantie, d.w.z. 10 miljard EUR. De grondslag voor de berekening van de aanvullende premie is het totale benutte garantiebedrag, dat momenteel nog niet kan worden bepaald. (57)

(71)

Volgens de IFRS worden de op een uitstaande garantie betaalde vergoedingen beschouwd als verzekeringspremies en leiden deze tot een eenvoudige opneming in de winst- en verliesrekening.

(72)

Als gebruikmaking van de garantie echter waarschijnlijk wordt of als het daadwerkelijk benutte bedrag groter is dan nul, zijn vergoedingsbetalingen op dit deel van de garantie te voorzien. Volgens de IFRS moeten dergelijke lasten worden vergeleken met verplichtingen (het voordeel werd verstrekt, maar moet worden terugbetaald), waarvoor voorzieningen moeten worden aangelegd met het oog op de terugbetaling ervan. Volgens de voorwaarden van de IFRS moet de hoogte van de desbetreffende voorzieningen bij een stijging van het geschatte benutte totaalbedrag toenemen. Iedere bijkomende gebruikmaking van de garantie leidt tot een toename van het geschatte benutte totaalbedrag, en dus tot navenant hogere vergoedingsbetalingen in de toekomst, wat op zijn beurt tot een stijging van de noodzakelijke voorzieningen leidt.

(73)

De aanvullende premie is gebonden aan een uitstelmechanisme, de Besserungsschein, dat van toepassing is bij een CET1-ratio van de HSH op geconsolideerd niveau (HoldCo + OpCo) van 10 %. Dit uitstelmechanisme maakt het mogelijk alle betalingen voor de periode tot [2030-2040] op te schorten. Bovendien is dit uitstelmechanisme ook van toepassing op voorzieningen die voor toekomstige betalingen in de Besserungsschein worden aangelegd. Dit betekent dat reeds aangelegde voorzieningen als buffer voor verliezen kunnen worden gebruikt als deze verliezen tot een vermindering van de CET1-ratio tot onder de 10 % zouden leiden. (58)

Prudentiële gevolgen

(74)

Ten tweede wordt de bij de berekening van de risicogewogen activa (hierna „RWA” genoemd) op de senior-tranche overeenkomstig de prudentiële formule in Basel II (hierna „de prudentiële formule” genoemd) toe te passen risicowegingsfactor, die op synthetische securitisatiestructuren zoals de second loss-garantie van toepassing is, door de garantie met 20 % verminderd. (59)

(75)

Volgens de prudentiële voorschriften en rekening houdend met het oordeel van de toezichthouder bij het toepassen van deze voorschriften moeten twee drempelwaarden in acht worden genomen opdat de garantie deze werking behoudt. De eerste drempelwaarde hangt af van de prudentiële berekening van de verwachte verliezen (in het basisscenario), terwijl de tweede drempelwaarde gebonden is aan onverwachte verliezen (bijkomende verliezen in het worstcasescenario) in de overgebleven portefeuille onder de garantie. Het bedrag van verwachte en onverwachte verliezen in de overgebleven portefeuille moet in zekere mate door het onbenutte garantiebedrag worden gedekt. Niet-inachtneming van één van deze drempelwaarden of van beide drempelwaarden hangt daarom af van het beschikbare onbenutte garantiebedrag, dat aanzienlijk wordt beïnvloed door de hoogte van de afgewikkelde verliezen.

(76)

Als de eerste drempelwaarde niet in acht wordt genomen, leidt toepassing van de prudentiële formule tot een toename van de hoogte van de aan de senior-tranche toe te rekenen RWA ten opzichte van het minimum van 20 %, waarbij een dergelijke toename plaatsvindt in verhouding met de omvang van de verliezen die niet door de garantie worden gedekt. Als de tweede drempelwaarde niet in acht wordt genomen, is de prudentiële formule niet meer van toepassing. In dat geval stijgen de aan de senior-tranche toe te rekenen RWA direct van het minimum van 20 % tot het niveau dat zonder garantie zou gelden (hierna het „clip effect” genoemd)

4.1.2.   Voordeel uit maatregel 1 van 2016

(77)

Volgens de aanmelding moet HSH worden opgedeeld in de ondernemingen HoldCo en Opco. De garantievergoedingen volgens het garantievergoedingsmechanisme, dat bij het besluit van 2011 is goedgekeurd, blijven onveranderd. Ze worden echter als volgt opgedeeld:

(1)

de OpCo blijft 2,20 % over het nog niet benutte deel van het garantiebedrag betalen.

(2)

de HoldCo neemt alle andere betalingen van de garantievergoedingen over:

(1)

1,80 % over het totaal uitstaande garantiebedrag;

(2)

2,20 % over het reeds benutte deel van de garantie;

(3)

3,85 % over het uiteindelijk benutte deel van de garantie, afhankelijk van de Besserungsschein.

(78)

De opsplitsing in OpCo en HoldCo leidt ertoe dat de gevolgen van de garantievergoeding voor de jaarrekening zich verder bij de OpCo voordoen, terwijl de totale voorzieningsbehoefte volgens IFRS, die voortvloeit uit de vergoedingsbetalingen over het benutte deel van de garantie, nu bij de HoldCo ontstaat. De Commissie benadrukt echter dat dit op geconsolideerd niveau van de bank (HoldCo + OpCo) niet tot wijzigingen in de structuur van de garantie of de gevolgen ervan mag leiden, zodat voor HSH geen bijkomend voordeel ontstaat door de opsplitsing zelf.

(79)

Volgens de door Duitsland gedane toezeggingen zal de HoldCo zelf geen bedrijfsactiviteiten uitoefenen en dus geen andere inkomsten genereren dan de inkomsten die voortkomen uit haar deelname in de OpCo. De HoldCo zal van de OpCo echter liquiditeit ter waarde van 260 miljoen EUR ontvangen (50 miljoen EUR voor bedrijfskosten tijdens de aanbestedingsperiode en 210 miljoen EUR voor garantievergoedingen wanneer die verschuldigd zijn).

(80)

De Commissie wijst erop dat het vergoedingsbedrag dat de HoldCo tijdens de afstotingsprocedure telkens aan het eind van het jaar in 2016 en 2017 in verband met de boven beschreven opdeling van de betalingsverplichtingen moet betalen, van de volgende factoren afhangt:

(1)

het uitstaande totale garantiebedrag (grondslag voor de berekening van de garantievergoeding van 1,80 %, hierna „vergoedingscomponent 1” genoemd);

(2)

het in 2016 en 2017 daadwerkelijk benutte garantiebedrag (grondslag voor de berekening van het deel van de garantievergoeding van 2,20 %, dat door de HoldCo wordt overgenomen, hierna „vergoedingscomponent 2” genoemd);

(3)

het totale benutte garantiebedrag (grondslag voor de berekening van de aan de Besserungsschein gekoppelde garantievergoeding van 3,85 %, hierna „vergoedingscomponent 3” genoemd).

Basispremie van 1,80 %

(81)

Bij vergoedingscomponent 1 ligt het uitstaande garantiebedrag momenteel op 10 miljard EUR (met inbegrip van de maatregel van 2013). Dit bedrag kan niet verder stijgen, aangezien het bedrag van 10 miljard EUR overeenkomt met het vastgelegde maximumbedrag. Het is ook onwaarschijnlijk dat dit bedrag tijdens de afstotingsprocedure zal dalen.

(82)

Aangezien het bedrag van 10 miljard EUR als grondslag voor de berekening van vergoedingscomponent 1 van 1,80 % dient, is de Commissie van mening dat voor vergoedingscomponent 1 jaarlijks een vergoeding van 180 miljoen EUR zal moeten worden betaald.

Basispremie van 2,20 %

(83)

Met betrekking tot vergoedingscomponent 2 herinnert de Commissie eraan dat de afgerekende verliezen uit de gegarandeerde portefeuille volgens de recentste schattingen in 2016 zullen toenemen tot ongeveer [3,2-5,0] miljard EUR, d.w.z. dat ze ongeveer [0-1,8] miljard EUR boven de first loss-tranche van 3,2 miljard EUR zullen liggen.

(84)

Dit bedrag zal nog verder stijgen door de verliezen die HSH door maatregel 2 van 2016 zal oplopen, d.w.z. door de overdracht van gegarandeerde activa ten bedrage van maximaal 6,2 miljard EUR EAD aan de publieke aandeelhouders. Overeenkomstig de toezeggingen wordt de overdrachtswaarde van de activa berekend met behulp van de bij de aanmelding gevoegde lijst die een afspiegeling is van de resultaten van de waardering tegen marktprijzen door de deskundigen van de Commissie.

(85)

De Commissie wijst erop dat de bank overeenkomstig de toezeggingen ernaar streeft om tot eind juni 2016 slechts activa ter waarde van 5 miljard EUR EAD over te dragen. Tot op de dag van de overdracht blijft de garantie grotendeels onbenut, en worden de desbetreffende vergoedingen derhalve door de OpCo betaald.

(86)

Op basis van de lijst met overdrachtswaarden (zie bijlage II bij dit besluit) en uitgaande van de optimalisering van het gebruik van de garantie zullen de eventuele bijkomende in het kader van de garantie gedekte verliezen uit de overdracht van een portefeuille van 5 miljard EUR EAD die uit de lijst met beschikbare activa ter waarde van [8-10] miljard EUR werd uitgekozen, waarschijnlijk tussen de [1-4] miljard EUR en [1-4] miljard EUR liggen.

(87)

Daarom is de Commissie van mening dat de in het kader van vergoedingscomponent 2 voor zes maanden in 2016 te betalen vergoeding waarschijnlijk tussen de [25-35] miljoen en [25-35] miljoen EUR zal liggen.

Aanvullende premie van 3,85 %

(88)

Voor wat betreft vergoedingscomponent 3 wijst de Commissie erop dat de betaling van de premie van 3,85 % aan de Besserungsschein is gekoppeld, waarvoor een CET1-ratio van 10 % op geconsolideerd niveau (HoldCo + OpCo) geldt. Volgens de laatst beschikbare cijfers zit de CET1-ratio van HSH reeds op de ondergrens van 10 %, waarbij ongeveer [700-800] miljoen EUR aan voorzieningen in het kader van de Besserungsschein overblijven.

(89)

Bijkomende verliezen van [1-4] miljard EUR tot [1-4] miljard EUR die uit de overdracht van activa ter waarde van 5 miljard EUR EAD van de bank aan de deelstaten voortkomen, zullen leiden tot een toename van het totale benutte garantiebedrag en bijgevolg tot een extra voorzienigsbehoefte volgens IFRS voor zowel vergoedingscomponent 2 als vergoedingscomponent 3.

(90)

Uit het onderzoek van de Commissie bleek dat de bijkomende voorzieningsbehoefte volgens IFRS voor vergoedingscomponent 2 waarschijnlijk tussen de [700-900] miljoen en [700-900] miljoen EUR zal liggen.

(91)

Volgens het door de bank voorgelegde herstructureringsplan zullen deze bijkomende voorzieningen vermoedelijk niet via het netto-inkomen van de bank kunnen worden gefinancierd en zullen ze daarom op geconsolideerd niveau waarschijnlijk tot een gebruikmaking van de Besserungsschein voor ongeveer hetzelfde bedrag leiden. Een dergelijke gebruikmaking van de Besserungsschein wordt echter beperkt tot het bedrag van de resterende buffer, d.w.z. [700-800] miljoen EUR. Bijkomende lasten ter waarde van [700-900] miljoen tot [700-900] miljoen EUR zouden daarom leiden tot een daling van de CET1-ratio op geconsolideerd niveau tot onder de 10 %.

(92)

De voorzieningen voor vergoedingscomponent 3 worden echter door de Besserungsschein gedekt (zie overweging 73). Aangezien de totale voorzieningenbuffer in het kader van de Besserungsschein is opgebruikt voor de voorzieningen voor vergoedingscomponent 2 en de CET1-ratio reeds onder de 10 % is gedaald, moest de vorming van aanvullende voorzieningen voor vergoedingscomponent 3 eveneens worden uitgesteld.

(93)

Iedere overdracht van activa tijdens de afstotingsperiode boven het bedrag van 5 miljard EUR, zoals toegestaan in het kader van de toezeggingen van Duitsland, zal waarschijnlijk tot verdere verliezen leiden. Deze verliezen leiden tot een verdere vermindering van de CET1-ratio op geconsolideerd niveau, waardoor het minder waarschijnlijk wordt dat de CET1-ratio boven 10 % zal uitstijgen. Alleen in een dergelijk geval zouden betalingen of voorzieningen voor vergoedingscomponent 3 noodzakelijk zijn.

(94)

De Commissie acht het derhalve waarschijnlijk dat tijdens de afstotingsprocedure geen betalingen of voorzieningen voor vergoedingscomponent 3 noodzakelijk zullen zijn. De Commissie herinnert er voorts aan dat de deelstaten op grond van de overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantie het recht hebben na succesvolle afstoting af te zien van de aanvullende premie van 3,85 %. (60)

Vergoedingsbetalingen in het kader van maatregel 1 van 2016

(95)

Op basis van de beschikbare informatie, waaronder het feit dat maatregel 2 van 2016, d.w.z. de overdracht van activa, eind juni 2016 moet worden omgezet, komt de Commissie tot de conclusie dat de vergoeding die de HoldCo voor 2016 moet betalen, waarschijnlijk tussen de [205-210] miljoen en [210-220] miljoen EUR zal liggen. De Commissie is verheugd dat deze marge grotendeels overeenkomt met de liquiditeiten ter waarde van 210 miljoen EUR die de OpCo voor de HoldCo beschikbaar heeft gesteld.

(96)

Bovendien worden de vergoedingen van 2,20 % over het onbenutte garantiebedrag zonder een aanvullend uitstelmechanisme door de OpCo betaald, en dekken ze met name het volledige bedrag van de garantievergoeding voor de eerste zes maanden van 2016, voordat maatregel 2 van 2016 wordt omgezet.

(97)

Uitgaande van de beschikbare informatie zullen de garantievergoedingsbetalingen die de deelstaten voor 2016 na de omzetting van de maatregelen van 2016 ontvangen, naar alle waarschijnlijkheid dus niet onder de [385-400] miljoen EUR ([175-190] miljoen EUR van de OpCo + 210 miljoen EUR van de HoldCo) liggen. Dit betekent dat in 2016 hoogstens een vergoedingsbedrag van [0-15] miljoen EUR tot de volgende vervaldag zal worden uitgesteld. Een dergelijk uitstel wordt met een jaarlijkse rentevoet van 10 % vergoed.

Vergoedingsbetalingen in 2017

(98)

De Commissie stelt echter vast dat de door de HoldCo in 2017 te betalen vergoedingen hoger kunnen uitvallen omdat er een mogelijkheid bestaat om meer onder de garantie vallende activa aan de publieke aandeelhouders over te dragen, en omdat de HoldCo de garantiepremie van 2,20 % gedurende het hele jaar moet betalen.

(99)

Zoals reeds gezegd zal de HoldCo geen inkomsten genereren; daarom is het waarschijnlijk dat de HoldCo, indien de afstoting van de OpCo plaatsvindt nadat de vergoedingen voor 2017 verschuldigd zijn, niet in staat zal zijn de garantievergoedingen voor 2017 te betalen wanneer deze verschuldigd zijn. In een dergelijk geval zouden volgens de toezeggingen van Duitsland de vergoedingsbetalingen tegen een marktrente van 10 % worden uitgesteld tot de volgende vervaldag.

(100)

De Commissie wijst erop dat de definitieve termijn voor de afstoting van de HSH volgens de toezeggingen van Duitsland op 28 februari 2018 valt en dat de opbrengsten die de HoldCo uit de succesvolle afstoting zal verkrijgen, in de eerste plaats zullen dienen om aan de uit de garantie voortvloeiende betalingsverplichtingen te voldoen.

(101)

Daarom zullen de betalingsverplichtingen die tot eind 2017 niet kunnen worden nagekomen, alleen worden uitgesteld als de OpCo op dat moment nog niet is afgestoten. Zelfs in een dergelijk geval worden de betalingen met maximaal twee maanden uitgesteld, totdat de OpCo afgestoten wordt of op ordelijke wijze wordt geliquideerd. Een dergelijk uitstel wordt met een jaarlijkse rentevoet van 10 % vergoed.

Conclusie

(102)

Samenvattend stelt de Commissie vast dat er een risico bestaat dat de vergoedingen van 400 miljoen EUR die volgens de huidige overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantie eind 2016 moesten worden betaald (1,80 % + 2,20 % over een uitstaand garantiebedrag van 10 miljard EUR), niet volledig worden betaald, waarbij echter waarschijnlijk niet meer dan [0-15] miljoen EUR zal worden uitgesteld. De vergoedingsbetalingen die in 2017 verschuldigd zijn, moeten daarentegen mogelijkerwijs volledig worden uitgesteld, waarbij het uitstel gelet op de afstotingstermijn van 28 februari 2018 echter tot maximaal twee maanden wordt beperkt.

(103)

Overeenkomstig de toezeggingen worden alle uitgestelde betalingen met een jaarlijkse rentevoet van 10 % vergoed. De meest liquide achtergestelde leningen van HSH (61) worden ingevolge de in oktober 2015 bereikte overeenkomst met een verwacht rendement op jaarbasis van 7,5 % tot 8 % verhandeld; momenteel ligt het rendement op jaarbasis van de bank op ongeveer 10,6 %. Deze beide uitgiftes zijn tijdens de afstotingsprocedure in februari 2017 verschuldigd, waarbij een nominaal bedrag van 928 miljoen EUR moet worden terugbetaald. Zij vormen een aanwijzing voor de marktprijs van het risico van een kapitaalgerelateerde blootstelling ten aanzien van HSH en geven daarom een conservatieve schatting van de hoogte van een marktconforme vergoeding voor een eventueel uitstel van de vergoedingen.

(104)

Gelet op de bandbreedte van de rendementen op deze achtergestelde uitgiftes van HSH en het feit dat een eventueel uitstel in 2016 waarschijnlijk beperkt blijft tot niet meer dan [0-15] miljoen EUR, beschouwt de Commissie een vergoeding van 10 % per jaar voor het aan het uitstel van de betaling van [0-15] miljoen EUR met een jaar verbonden risico als marktconform.

(105)

Met betrekking tot een eventueel uitstel van de in 2017 verschuldigde betalingsverplichtingen stelt de Commissie voorlopig vast dat het alleen tot uitstel zou komen als de afstoting niet vóór eind 2017 plaatsvindt. Het eventueel uitgestelde bedrag zou waarschijnlijk vergelijkbaar zijn met het uitstaande bedrag van elk van beide achtergestelde uitgiftes; dit uitstel wordt gelet op de afstotingstermijn echter beperkt tot maximaal twee maanden, wat het aan het uitstel verbonden risico aanzienlijk vermindert. Aangezien uitgestelde betalingsverplichtingen uit 2017 daardoor een kortere looptijd zouden hebben dan de achtergestelde uitgiftes en het daaraan verbonden risico dienovereenkomstig lager is, beschouwt de Commissie een vergoeding van 10 % per jaar als marktconform.

(106)

Resumerend komt de Commissie tot de conclusie dat, aangezien een eventueel uitstel van een deel van de aan de publieke aandeelhouders verschuldigde garantievergoedingsbetalingen, a) in 2016, in voorkomend geval, waarschijnlijk slechts een gering bedrag zou betreffen, b) voor de in 2017 verschuldigde vergoedingen in de tijd beperkt zou zijn (voor zover het daar, afhankelijk van de daadwerkelijke afstotingsdatum, toe zou komen) en c) in ieder geval tegen een marktconforme rentevoet zou worden vergoed, door de omzetting van maatregel 1 van 2016 geen aanvullend, uit de in a) en b) genoemde risico's voortvloeiend voordeel wordt verschaft aan HSH.

4.1.3.   Voordeel uit maatregel 2 van 2016

(107)

Volgens de door Duitsland gedane toezeggingen zal HSH een portefeuille met momenteel door de garantie gedekte activa van maximaal 6,2 miljard EUR EAD aan de deelstaten overdragen. Deze overdracht kan in meerdere tranches tijdens de afstotingsprocedure in 2016 en 2017 plaatsvinden.

(108)

Voor de vastlegging van de over te dragen portefeuille hebben Duitsland en de bank door de garantie gedekte activa ter waarde van [8-10] miljard EUR EAD geselecteerd die voor de overdracht aan de publieke aandeelhouders in aanmerking komen. De Commissie stelt vast dat het bij bijna al deze activa om noodlijdende kredieten uit het segment scheepsfinanciering gaat, dat een van de belangrijkste oorzaken van de moeilijkheden van de bank vormde. (62)

(109)

Aangezien er op dit moment geen kopers op de markt zijn voor deze activa, is de Commissie van mening dat een dergelijke overdracht aan de publieke aandeelhouders overeenkomt met een maatregel voor activaondersteuning voor aan bijzondere waardevermindering onderhevige activa. In overeenstemming met haar principes en zoals de Commissie recentelijk in besluiten inzake noodlijdende kredieten in Italië en Hongarije (63) heeft bevestigd, kan een dergelijke overdracht van activa enkel als vrij van steun worden gezien als deze volgens marktconforme voorwaarden geschiedt.

(110)

Meer bepaald verklaarde de Commissie dat zij op basis van de hoedanigheid van de portefeuille en gelet op het gebrek aan een koper op de markt haar waardering baseert op de principes voor marktwaardebepaling zoals beschreven in de mededeling betreffende de behandeling van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa (64). De primaire doelstelling van de waardering is dus niet om de reële waarde te bepalen, maar wel een marktwaarde — wanneer deze als overdrachtsprijs bij een transactie met een overheidsinstantie wordt gebruikt — waarbij de Commissie ervan kan uitgaan dat de bank geen voordeel krijgt; op deze manier kan de aanwezigheid van staatssteun worden uitgesloten. Bij de waardering moet daarom uiterst voorzichtig en conservatief te werk worden gegaan.

(111)

De Commissie heeft onafhankelijke waarderingsdeskundigen de opdracht gegeven haar bij de waardering van de marktwaarde van deze activa te ondersteunen.

Waardering van de martkwaarde

(112)

Na een eerste verzoek om gegevens van de Commissie en haar deskundigen half december 2015 heeft de bank op 18 januari 2016 de desbetreffende informatie ter beschikking gesteld. Van 20 januari tot 19 maart 2016 vonden talrijke contacten, bijeenkomsten, besprekingen en gegevensdoorgiften plaats.

(113)

De portefeuille omvat ongeveer […] kredietfaciliteiten, die door […] schepen en andere activa worden gegarandeerd. Om problemen ten aanzien van zekerheden die voor de garantie van meerdere kredieten worden gebruikt, te vermijden, heeft de bank het zogenaamde „formatieniveau” beschikbaar gesteld, waarbij het om het laagste niveau gaat waarop zekerheden als zekerheden voor precies één lijn kunnen worden beschouwd. Er zijn […] formatielijnen in de portefeuille.

(114)

Overeenkomstig de voorzichtige en conservatieve waarderingsgrondslagen hebben de deskundigen van de Commissie op basis van de gegevens die de bank ter beschikking heeft gesteld, een reeks hypothesen opgesteld. Zo zijn bijvoorbeeld andere zekerheden dan schepen, waarover de deskundigen van de Commissie geen gegevens ter beschikking hadden, conservatief op nul gewaardeerd en buiten de berekening gelaten. Aangezien er geen gegevens zijn over de exacte rangorde van de aanspraken die afzonderlijke crediteuren op de door de zekerheden gegenereerde cashflow hebben, zijn alle vorderingen uit scheepsgerelateerde zekerheden als prioritair geclassificeerd en van de waarde van de zekerheden afgetrokken. Ook is er geen rekening gehouden met voordelen uit de recentelijk voorgenomen herstructurering van bestaande kredieten.

(115)

Bij het door de deskundigen van de Commissie toegepaste model gaat het om een discounted cash flow-model. Alle operationele cashflows zijn aangepast aan waarneembare marktgegevens zoals bijvoorbeeld bestaande scheepstransportcontracten. Er zijn kortingen op de recentste waarderingen van de liquidatiewaardes van schepen gemaakt om rekening te houden met de verkoopskosten en de periode tot aan verkoop en om statistisch waarneembare vertekeningen in de door bepaalde beoordelaars gemaakte schattingen te corrigeren. De economische levensduur van schepen is aan de hand van waarneembare gegevens naar beneden aangepast. Alle cashflows zijn met beschikbare marktbenchmarks van derde aanbieders vergeleken en tot de hoogte van deze benchmarks teruggebracht. De groeiratio's van de cashflows en de liquidatiewaardes zijn op basis van deze marktbenchmarks berekend, maar daarbij tot een periode van vijf jaar beperkt.

(116)

Terwijl de met de bank overeengekomen datum van de waardering 31 december 2015 was, stammen de meeste gegevens die door de bank ter beschikking zijn gesteld, uit 30 september 2015. De deskundigen van de Commissie hebben daarom alle volgens de prognoses van het vierde kwartaal van 2015 relevante cashflows van de waardering afgetrokken.

(117)

Op basis van de waardering van haar deskundigen komt de Commissie tot de conclusie dat de marktwaarde van de totale portefeuille van [8-10] miljard EUR EAD op [33,4 % — 56,8 %] van de EAD ligt. De marktwaarden van de portefeuilles ter waarde van 6,2 miljard EUR EAD, die uit deze activa geselecteerd kunnen worden, liggen tussen de 33,4 % en de 56,8 % van de EAD. De waardering is Duitsland en de bank lijn per lijn op formatieniveau ter beschikking gesteld.

Conclusie

(118)

Overeenkomstig de toezeggingen zullen de bank en de publieke aandeelhouders de bij de aanmelding en dit besluit (bijlage II) gevoegde waardering per lijn gebruiken om de geldende overdrachtswaarde voor een geselecteerde portefeuille te bepalen. De geselecteerde portefeuille mag in totaal, met inbegrip van alle tranches, niet meer bedragen dan 6,2 miljard EUR EAD. Volgens de toezeggingen zal de Commissie bij iedere overdracht na 31 augustus 2016 de waardering van de geselecteerde activa actualiseren om zich ervan te verzekeren dat de marktwaarde wordt aangepast aan de ontwikkelingen van de activa en de markt.

(119)

Ten slotte benadrukt de Commissie dat de verkoop van leningen aan de deelstaten tegen de uit het voorafgaande voortvloeidende prijzen tot extra verliezen voor de bank zullen leiden, die weerspiegeld zullen worden in de winst- en verliesrekening en die door het beschikbare kapitaalniveau van de bank moeten worden opgevangen. Voorts herinnert de Commissie eraan dat een dergelijke verkoop de werking van de garantie, zoals beschreven in de overwegingen 75 en 76, negatief kan beïnvloeden en onder de bevoegdheid van de toezichthouder valt. Al deze gevolgen kunnen tot een verdere vermindering van het kapitaalniveau van de bank leiden. De Commissie benadrukt echter dat de bank onder geen beding verdere kapitaalsteun krijgt.

(120)

Op basis van de gecontroleerde toezeggingen is de Commissie ervan overtuigd dat maatregel 2 van 2016, d.w.z. de overdracht van activa aan de publieke aandeelhouders, tegen marktwaarde zal geschieden en dus niet tot een voordeel zal leiden. De daaruit voortvloeiende verliezen worden door het huidige kapitaalniveau van de bank zonder verdere steun opgevangen.

4.1.4.   Conclusie

(121)

Op basis van de bovenstaande beoordeling trekt de Commissie de conclusie dat de maatregelen van 2016 geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, omvatten.

4.2.   Verenigbaarheid met de interne markt

(122)

Zoals de Commissie in het bovengenoemde punt heeft vastgesteld, omvatten de maatregelen van 2016 geen staatssteun.

(123)

De Commissie verklaarde de maatregel van 2013 in het inleidingsbesluit tijdelijk verenigbaar met de interne markt, maar leidde toch de formele onderzoeksprocedure in omdat zij bedenkingen had ten aanzien van de verenigbaarheid van de maatregel met de interne markt en met name betwijfelde dat de HSH, zoals in het besluit van 2011 wordt aangenomen, op basis van het nieuwe bedrijfsplan weer winstgevend zou worden (65).

(124)

Aangezien de maatregel van 2013 is aangemeld en tijdelijk met de interne markt verenigbaar is verklaard voordat de bankenmededeling van 2013 (66) in werking trad, steunt de Commissie haar staatssteunrechtelijke beoordeling van de maatregel van 2013 nog steeds op artikel 107, lid 3, onder b), VWEU, zoals toegelicht in de verlengingsmededeling van 2011 en overeenkomstig de algemene beginselen inzake staatssteun voor financiële instellingen zoals uiteengezet in de bankenmededeling van 2008, verder uitgewerkt in de herkapitalisatiemededeling en de herstructureringsmededeling (67) en gewijzigd bij de verlengingsmededelingen van 2010 en 2011.

4.2.1.   Beoordeling van de redenen voor het inleiden van de procedure

(125)

Met betrekking tot haar twijfels ten aanzien van het herstel van de levensvatbaarheid voerde de Commissie in het inleidingsbesluit in het bijzonder drie factoren aan (zie punt 2.4 voor een vollediger overzicht):

(1)

de verdere verslechtering van de economische situatie in de scheepvaartsector;

(2)

de zwakkere economische prestaties van de bank ten opzichte van de financiële prognoses in het basisscenario in het besluit van 2011, in het bijzonder ten aanzien van de verwachte ontwikkeling van de nieuwe activiteiten;

(3)

de hogere garantievergoedingsbetalingen als gevolg van het verhoogde garantiebedrag.

(126)

Zoals vermeld in punt 1 heeft Duitsland meerdere door de bank uitgewerkte herstructureringsplannen aan de Commissie voorgelegd. Hierbij dienen evenwel de volgende aspecten in aanmerking te worden genomen:

(1)

de situatie in de scheepvaartsector is sinds de vaststelling van het inleidingsbesluit verder dramatisch verslechterd, waarbij de scheepsindex Baltic Dry in februari 2016 tot een nieuw historisch dieptepunt daalde, wat bij scheepsportefeuille die nog steeds in handen van HSH is, tot nog grotere en verder reikende verliezen leidde;

(2)

in elk jaar sinds de vaststelling van het inleidingsbesluit heeft HSH haar eigen prognoses voor de omvang van de nieuwe activiteiten, die in de afzonderlijke plannen reeds aanzienlijk naar beneden was gecorrigeerd, onderschreden; dit geldt in het bijzonder voor de segmenten scheepsfinanciering en zakelijke klanten;

(3)

de vergoedingsbetalingen drukken nog steeds zwaar op de levensvatbaarheid van HSH, en de waarschijnlijkheid dat het totale garantiebedrag tijdens de looptijd van de garantie afneemt, is sterk geslonken.

(127)

De Commissie is derhalve niet van mening dat de twijfels die ze in haar inleidingsbesluit tot uitdrukking heeft gebracht, door de herstructureringsplannen worden weggenomen.

4.2.2.   Wijziging van het doel van de steun

(128)

De Commissie stelt vast dat Duitsland de maatregel van 2013 opnieuw heeft aangemeld als staatssteun om de HSH Nordbank op ordelijke wijze te liquideren, hetzij door een verkoop zonder steun, hetzij door het stopzetten van de nieuwe activiteiten en liquidatie. Gelet op dit nieuwe doel van de steun acht de Commissie het niet nodig de bij haar ingediende herstructureringsplannen uitvoeriger te beoordelen en trekt zij geen gevolgen uit het feit dat haar twijfels ten aanzien van het herstel van de levensvatbaarheid van de bank niet zijn weggenomen.

(129)

In plaats daarvan zal de Commissie de verenigbaarheid van de steun beoordelen op basis van onderdeel 2 van de herstructureringsmededeling en in het bijzonder van subonderdeel „Herstel van de levensvatbaarheid door verkoop van een bank”, alsook op basis van onderdeel 5 van de bankenmededeling van 2008 (68)„Steun voor gecontroleerde liquidatie van financiële instellingen”.

(130)

Volgens onderdeel 2 van de herstructureringsmededeling kan de afstoting van een noodlijdende bank aan een andere financiële instelling, als het bij de koper om een levensvatbare onderneming gaat die de overdracht van de noodlijdende bank kan verwerken, bijdragen aan het herstel van de levensvatbaarheid op lange termijn. De koper moet aantonen dat de nieuw ontstane onderneming levensvatbaar zal zijn.

(131)

Overeenkomstig onderdeel 5 van de bankenmededeling van 2008 moet steun voor de gecontroleerde liquidatie van financiële instellingen mutatis mutandis op basis van onderdeel 3 van de bankenmededeling van 2008 worden beoordeeld, en met name op basis van de subonderdelen

(1)

„Steun tot het minimum beperkt — Bijdrage van de particuliere sector” en

(2)

„Voorkoming van buitensporige mededingingverstoring”.

Deze voorwaarden komen overeen met de in het geval van een succesvolle verkoop geldende voorwaarden van onderdeel 2 van de herstructureringsmededeling.

(132)

Aangezien een liquidatie op ordelijke wijze kan worden bereikt door de afstoting van de OpCo, moet bovendien aan de specifieke criteria van punt 49 van de bankenmededeling van 2008 zijn voldaan, d.w.z. „Om ervoor te zorgen dat geen steun wordt verleend aan de kopers van de financiële instelling, of gedeelten daarvan, of aan de verkochte entiteiten, is het van belang dat […] bepaalde voorwaarden in acht worden genomen […]:

(1)

de verkoopprocedure is open en niet-discriminerend;

(2)

de verkoop geschiedt op marktvoorwaarden;

(3)

de financiële instelling […] poogt […] een zo hoog mogelijk verkoopprijs te verkrijgen;”

Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden van onderdeel 2 van de herstructureringsmededeling ten aanzien van de afstotingsprocedure.

(133)

Overeenkomstig punt 50 van de bankenmededeling van 2008 moet de verenigbaarheid van nieuwe, aan de hand van bovengenoemde criteria vastgestelde steun ten gunste van de kopers of de verkochte entiteiten afzonderlijk worden beoordeeld.

4.2.3.   Beperking van de steun tot het strikte minimum

(134)

Met betrekking tot de beperking van de steun tot het strikte minimum en de bijdrage van de particuliere sector verwijst de Commissie naar haar beoordeling in overweging 57 van het inleidingsbesluit, waar zij tot de conclusie kwam dat de verhoging van de second loss-garantie, waarbij het om nieuwe steun ging, binnen de oorspronkelijk in het besluit van 2011 goedgekeurde grenzen bleef. De Commissie komt daarom tot de conclusie dat de bij het besluit van 2011 goedgekeurde vergoeding ook voor de nieuwe maatregel toereikend is.

(135)

Bij haar tijdelijke goedkeuring van de maatregel nam de Commissie in haar beoordeling ook een eenmalige betaling voor een bedrag van 275 miljoen EUR door de bank aan de garantiegever in aanmerking, evenals het feit dat de aanvullende 3 miljard EUR van de garantie als prioritair kan worden beschouwd ten opzichte van de bestaande garantie voor een bedrag van 7 miljard EUR. Op basis van deze beide aanvullende elementen is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de vergoeding voldoende rekening houdt met het grotere risico voor de garantiegever.

(136)

De Commissie blijft bij deze beoordeling en wijst tegelijkertijd op het feit dat een groot deel van de garantievergoedingsstructuur erop gericht was een toereikende terugvordering van het steunbedrag te garanderen. Aangezien de nieuwe regeling ervoor zorgt dat deze bedragen daadwerkelijk aan de garantiegever worden terugbetaald, wordt gegarandeerd dat de steun die HSH tijdens de crisis heeft ontvangen, tot het strikte minimum is beperkt.

(137)

Maatregelen voor de lastenverdeling zijn omgezet zoals voorzien in het besluit van 2011 en de Commissie bevestigt haar beoordeling in het inleidingsbesluit dat zij niet betwijfelt dat deze maatregelen nog steeds toereikend zijn voor de verenigbaarheid van de maatregel van 2013.

(138)

Op basis hiervan komt de Commissie tot de conclusie dat de steun tot het strikte minimum is beperkt en een toereikende bijdrage behelst.

4.2.4.   Voorkoming van buitensporige mededingingverstoring

(139)

Met betrekking tot mededingingverstoringen neemt de Commissie nota van het feit dat de steun tot doel heeft ervoor te zorgen dat HSH uiteindelijk als zelfstandige financiële instelling van de markt verdwijnt, hetzij a) door afstoting aan een andere financiële instelling, hetzij b) door de stopzetting van de nieuwe activiteiten, waardoor het marktaandeel van HSH voor andere marktdeelnemers beschikbaar wordt.

(140)

De Commissie is van oordeel dat met de door Duitsland ingediende toezeggingen tijdens de afstotingsprocedure wordt beoogd aan de voorwaarden van onderdeel 3 van de bankenmededeling van 2008 voor de minimalisering van mededingingverstoringen te voldoen:

(1)

vermindering van de activiteiten door het segment scheepsfinanciering te beperken tot [1-2] miljard EUR per jaar en door het segment zakelijke klanten te beperken tot activiteiten met betrekking tot Duitsland, alsook door een verplichting om geen Dedicated Proprietary Trading te bedrijven;

(2)

een verdere vermindering van het balanstotaal tot [100-110] miljard EUR in 2016 en tot [90-100] miljard EUR in 2017 en

(3)

beperkingen van gedragingen die niet met de inhoud van de steun verenigbaar zijn, zoals een reclameverbod, een overnameverbod en een vergoedingslimiet.

(141)

De Commissie staat voorts positief tegenover het feit dat Duitsland heeft toegezegd dat de HSH Nordbank na een succesvolle afstoting een nieuwe naam zal aannemen en dat afstoting van de activa van HSH afzonderlijk of gebundeld aan verschillende kopers, zoals aangegeven in de toezeggingen, uitdrukkelijk wordt toegestaan.

(142)

Indien de afstotingsprocedure niet met succes wordt afgerond omdat a) er geen bieder is, b) er enkel bieders zijn die volgens de toezeggingen niet in aanmerking komen, c) het hoogste bod tot een negatieve prijs leidt, of d) uit de levensvatbaarheidsanalyse van de Commissie blijkt dat de nieuw ontstane onderneming niet rendabel is, zeggen Duitsland en de HSH toe dat de bank haar nieuwe activiteiten zal stopzetten en haar activa zal aanwenden met het oog op een liquidatie op ordelijke wijze. (69)

(143)

Op basis hiervan is de Commissie van oordeel dat de door Duitsland gedane toezeggingen tijdens de afstotingsprocedure en daarna, ongeacht het uiteindelijke resultaat ervan, buitensporige mededingingverstoringen zullen voorkomen.

4.2.5.   De afstotingsprocedure

(144)

Zoals in detail uiteengezet in punt 4.1, wordt HSH in het kader van de maatregelen van 2016 opgesplitst in de holdingmaatschappij HoldCo en de operationele dochteronderneming OpCo, waarbij de OpCo hetzij tegen 28 februari 2018 wordt afgestoten, hetzij haar nieuwe activiteiten zal stopzetten. Deze maatregelen behelzen geen nieuwe steun.

(145)

Overeenkomstig onderdeel 2 van de herstructureringsmededeling en onderdeel 5 van de bankenmededeling van 2008 moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan opdat de afstotingsprocedure geschikt is om a) de levensvatbaarheid van de bank door afstoting ervan te herstellen en b) ervoor te zorgen dat aan de koper geen steun wordt verleend.

(146)

Met betrekking tot de vraag naar eventuele steun ten gunste van de koper verheugt de Commissie zich over de toezegging van Duitsland om de OpCo uiterlijk op 28 februari 2018 door middel van een open, niet-discriminerende, concurrerende en transparante aanbestedingsprocedure en tegen een positieve prijs af te stoten. Duitsland zal meteen na aanvang van de afstotingsprocedure een tijdschema met mijlpalen voor toezicht aan de Commissie voorleggen. Duitsland heeft in de toezeggingen reeds de laatst mogelijke termijnen voor de belangrijkste mijlpalen aangegeven.

(147)

Met betrekking tot de vraag of er uit de afstoting een rendabele onderneming zal ontstaan, neemt de Commissie positief nota van beide toezeggingen van Duitsland ten aanzien van het feit dat de deelnemers aan de afstotingsprocedure a) over de noodzakelijke financiële middelen en aangetoonde sectorgerelateerde deskundigheid moeten beschikken om de OpCo als rendabele en actieve concurrent te leiden en b) onafhankelijk moeten zijn van de overheidssector. Landesbanken en publieke spaarbanken mogen (indien zij gezamenlijk met andere bieders een bod afgeven) aan de aanbestedingsprocedure deelnemen.

(148)

Voorts verheugt de Commissie zich over een reeks toezeggingen van Duitsland om de commerciële situatie van de OpCo te verbeteren, zoals het uitvoeren van extra herstructureringsmaatregelen in de vorm van kostenverlagingen (tot [570-590] miljoen EUR in 2016 en tot [520-550] miljoen EUR in 2017), verbeteringen aan het liquiditeits- en risicobeheer van de bank, alsmede een algemene verplichting tot een duurzaam beheer van de activa en verplichtingen van de bank om de vooruitzichten op een succesvolle afstoting tegen een zo hoog mogelijke prijs met inachtneming van de voorwaarden te verbeteren.

(149)

De Commissie merkt op dat een extra besluit van de Commissie vereist is zodra een definitief bod in het kader van de afstotingsprocedure is ontvangen. In dit besluit zal worden nagegaan a) of de nieuw ontstane onderneming daadwerkelijk rendabel is en b) of de definitieve geboden prijs daadwerkelijk positief is en noch aan de koper, noch aan de afgestoten financiële instelling in het kader van de afstotingsprocedure steun wordt toegekend. (70) De Commissie verheugt zich over de toezegging van Duitsland om het definitieve bod ter beoordeling en goedkeuring aan de Commissie voor te leggen.

(150)

Met betrekking tot de vereiste levensvatbaarheidsanalyse stelt de Commissie vast dat een loutere verandering van eigenaar zonder wijziging van het bedrijfsmodel, zoals bijvoorbeeld bij een beursgang, tot dezelfde bezwaren ten aanzien van de levensvatbaarheid zou leiden als die welke de Commissie in het inleidingsbesluit heeft geuit en die, zoals vermeld in punt 4.2.1 van dit besluit, niet konden worden weggenomen.

(151)

Op basis van deze toezeggingen en bovenstaande overwegingen komt de Commissie tot de conclusie dat aan de voorwaarden van punt 49 van de bankenmededeling van 2008 en de punten 17 en 18 van de herstructureringsmededeling is voldaan.

4.2.6.   Toezicht

(152)

De Commissie is verheugd over de verzekering van Duitsland om de tenuitvoerlegging van de toezeggingen volledig onder toezicht van een gekwalificeerde en onafhankelijke monitoring trustee te stellen en nauwkeurig te laten onderzoeken.

5.   CONCLUSIE

(153)

Op basis van de toezeggingen en de bovenstaande beoordeling concludeert de Commissie dat de maatregel van 2013, die opnieuw is aangemeld als steun om HSH op ordelijke wijze te liquideren, als verenigbaar met de regels voor de interne markt kan worden aangemerkt.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De maatregelen van 2016, die Duitsland voornemens is ten uitvoer te leggen ten gunste van de HSH Nordbank, vormen geen staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 2

De maatregel van 2013, een hernieuwde verhoging van de door het Finanzfonds AöR aan de HSH Nordbank toegekende second loss-garantie met 3 miljard EUR, vormt staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU, en is gelet op de toezeggingen in bijlage I bij dit besluit verenigbaar met de interne markt.

Artikel 3

Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 2 mei 2016.

Voor de Commissie

Margrethe VESTAGER

Lid van de Commissie


(1)   PB C 315 van 29.10.2013, blz. 81.

(2)  Besluit 2012/477/EU van de Commissie van 20 september 2011 betreffende steunmaatregel SA.29338 (C 29/09 (N 264/09)) van de Bondsrepubliek Duitsland aan HSH Nordbank AG (PB L 225 van 21.8.2012, blz. 1).

(3)  Zie het besluit van 2011, overweging 48.

(4)  Zie voetnoot 1.

(5)  Op 27 april 2016 heeft Duitsland een correctie van de lijst met toezeggingen ingediend waarin een fout in de toezeggingen is gecorrigeerd.

(6)  Via het Finanzfonds AöR hebben beide deelstaten 65 %, rechtstreeks heeft Hamburg 10,8 % en Sleeswijk-Holstein 9,58 % [van de aandelen].

(7)  Zie inleidingsbesluit, overweging 54.

(8)  Een uitvoerige beschrijving van de garantie is terug te vinden in de overwegingen 42 tot 47 van het besluit van 2011.

(9)  Zie inleidingsbesluit, overweging 13.

(10)  De blootstelling bij wanbetaling duidt op het verwachte verlies van een bank wanneer een tegenpartij in gebreke blijft. Dit wordt door financiële instellingen gebruikt bij de berekening van het kredietrisico.

(*1)  Vertrouwelijke informatie.

(11)  Zie de punten 2 en 4 van de lijst met toezeggingen.

(12)  Zie punt 3.1 van de lijst met toezeggingen.

(13)  Zie voetnoot 12.

(14)  Zie punt 2.3 van de lijst met toezeggingen.

(15)  Voor bijzonderheden zie punt 4.2 van de lijst met toezeggingen.

(16)  Zie de punten 4.1 en 4.2 van de lijst met toezeggingen.

(17)  Zie punt 5.1 van de lijst met toezeggingen.

(18)  Zie punt 5.4 van de lijst met toezeggingen.

(19)  Zie punt 5.7 van de lijst met toezeggingen.

(20)  Zie punt 5.8 van de lijst met toezeggingen.

(21)  Zie punt 5.9 van de lijst met toezeggingen.

(22)  Zie punt 6 van de lijst met toezeggingen.

(23)  Zie punt 6(a)-(e) van de lijst met toezeggingen.

(24)  Zie punt 7.1 van de lijst met toezeggingen.

(25)  Zie punt 7.5 van de lijst met toezeggingen.

(26)  Zie punt 7.2 van de lijst met toezeggingen.

(27)  Zie punt 8 van de lijst met toezeggingen.

(28)  Zie punt 10 van de lijst met toezeggingen.

(29)  Zie punt 12 van de lijst met toezeggingen.

(30)  Zie punt 11 van de lijst met toezeggingen.

(31)  Zie punt 14.2 van de lijst met toezeggingen.

(32)  Zie inleidingsbesluit, overweging 30.

(33)  Zie inleidingsbesluit, overweging 31.

(34)  Zie inleidingsbesluit, overwegingen 38 en 39.

(35)  Zie inleidingsbesluit, overweging 40.

(36)  Zie inleidingsbesluit, overweging 41.

(37)  Zie inleidingsbesluit, overweging 45.

(38)  Mededeling van de Commissie — De toepassing van de staatssteunregels op maatregelen in het kader van de huidige wereldwijde financiële crisis genomen met betrekking tot financiële instellingen (PB C 270 van 25.10.2008, blz. 8).

(39)  Mededeling van de Commissie — De herkapitalisatie van financiële instellingen in de huidige financiële crisis: beperking van steun tot het noodzakelijke minimum en bescherming tegen buitensporige mededingingverstoringen (PB C 10 van 15.1.2009, blz. 2).

(40)  Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2011 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 329 van 7.12.2010, blz. 7) en Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 januari 2012 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 356 van 6.12.2011, blz. 7).

(41)  Zie inleidingsbesluit, overweging 47.

(42)  Zie inleidingsbesluit, overweging 48.

(43)  Zie inleidingsbesluit, overweging 49.

(44)  Zie inleidingsbesluit, overweging 50.

(45)  Zie inleidingsbesluit, overweging 52.

(46)  Zie inleidingsbesluit, overwegingen 53 en 54.

(47)  Zie inleidingsbesluit, overweging 56.

(48)  Zie inleidingsbesluit, overweging 57.

(49)  Zie inleidingsbesluit, overweging 63.

(50)  Duitsland heeft zijn opmerkingen, die het gemeenschappelijke standpunt van Duitsland, Sleeswijk-Holstein, Hamburg en de HSH weergeven, ingediend bij brief van 30 september 2013.

(51)  Zie bijvoorbeeld overweging 61 van het Besluit van 2011.

(52)  Zie inleidingsbesluit, overweging 57.

(53)  Zie de overwegingen 37 en 38.

(54)  Met de aanmelding van Duitsland op 21 maart 2016 ingediende brief.

(55)  Zie punt 2.2.2.

(56)  Nadat de door de bank gedekte first loss-tranche van 3,2 miljard EUR volledig is opgebruikt, worden verliezen tot een maximumbedrag van 10 miljard EUR volledig vergoed. Iedere euro verlies uit de gegarandeerde portefeuille tussen de 3,2 miljard EUR plus één euro verlies en de 13,2 miljard EUR wordt door de garantiegever aan de bank terugbetaald.

(57)  Zie de overwegingen 24 en 25.

(58)  Zie overweging 25.

(59)  De RWA worden door de toezichthouder berekend om de absolute hoogte van het kapitaal te bepalen dat de bank moet aanhouden.

(60)  Dit recht werd reeds in de oorspronkelijke overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantie van 2009 verleend.

(61)  ISIN-codes DE000HSH2H15 en DE000HSH2H23.

(62)  Zie punt 2.1.

(63)  Staatssteun SA.43390 (2016/N) en SA.38843 (2015/N), nog niet gepubliceerd.

(64)  Mededeling van de Commissie betreffende de behandeling van aan een bijzondere waardevermindering onderhevige activa in de communautaire banksector (PB C 72 van 26.3.2009, blz. 1).

(65)  Zie inleidingsbesluit, overweging 56.

(66)  Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 augustus 2013 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 216 van 30.7.2013, blz. 1).

(67)  Mededeling van de Commissie betreffende het herstel van de levensvatbaarheid en de beoordeling van de herstructureringsmaatregelen in de financiële sector in de huidige crisis met inachtneming van de staatssteunregels (PB C 195 van 19.8.2009, blz. 9).

(68)  Zie overweging 124 voor een uitvoerige verklaring, waarom de bankenmededeling uit 2008 relevant is bij onderhavig geval.

(69)  Zie punt 5.9 van de lijst met toezeggingen.

(70)  De Commissie wijst erop dat door de inwerkingtreding van de richtlijn over het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen (Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190) eventuele nieuwe, in de afstotingsprocedure vastgestelde steun enkel in het geval van een afwikkeling kan worden toegekend en het onderwerp van een afzonderlijk besluit van de Commissie moet vormen.


BIJLAGE I

LIJST MET TOEZEGGINGEN IN STEUNZAAK SA.29338 HSH NORDBANK AG

Duitsland verbindt zich ertoe de volgende toezeggingen uit te voeren:

1.   [Herstructureringsfase en monitoring trustee]

1.1.    [Herstructureringsfase] De herstructureringsfase eindigt wanneer de verkoopprocedure wordt afgerond. Onderstaande toezeggingen zijn van toepassing tijdens de herstructureringsfase, tenzij anders bepaald in de specifieke bewoordingen van de afzonderlijke toezeggingen.

1.2.    [Monitoring trustee] De volledige en correcte uitvoering van alle toezeggingen wordt tijdens de herstructureringsfase door een voldoende gekwalificeerde en van HSH onafhankelijke monitoring trustee voortdurend en in volle omvang gemonitord en nader onderzocht.

2.   [Holdingstructuur]

2.1.    [Oprichting holdingstructuur] HSH wordt opgesplitst in een holdingmaatschappij (hierna „HoldCo” genoemd) en in een af te stoten dochteronderneming (hierna „OpCo” genoemd).

2.2.    [Dochteronderneming] OpCo bezit alle activa en verplichtingen van HSH, met inbegrip van de door de garantie gedekte activa (voor zover ze niet overeenkomstig punt 4 aan de deelstaten zijn verkocht), de garantie zelf en de banklicentie. Om de exploitatie van HoldCo te garanderen, verstrekt OpCo haar 50 miljoen EUR liquide middelen.

2.3.    [Holdingmaatschappij] De activazijde van de balans van HoldCo bestaat, naast de in de punten 2.2 en 3.3 vermelde liquide middelen, uit de participatie in OpCo. HoldCo zal tot de afstoting ten minste 90 % van de aandelen van OpCo bezitten.

3.   [Garantieverplichtingen]

3.1.    [Opsplitsing van de garantieverplichtingen] De op 2 juni 2009 tussen HSH Finanzfonds AöR en HSH gesloten overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantiekader wordt als volgt aangepast:

OpCo betaalt 2,2 % basispremie op het nog niet aangesproken deel van de garantie als vergoeding voor het verkrijgen van het capital relief-effect.

Alle andere in het goedkeuringsbesluit C 29/2009 (ex N 264/2009) van 20 september 2011 beschreven verplichtingen van HSH in het kader van de overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantie, zijnde

a)

2,2 % basispremie als vergoeding voor het aangesproken deel van de garantie,

b)

1,8 % basispremie als betaling van de terugvordering en

c)

3,85 % aanvullende premie met inbegrip van het Besserungsschein,

inclusief alle daarmee verband houdende voorzieningen op de balans, worden met ingang van 1 januari 2016 aan HoldCo overgedragen.

3.2.    [Matchingclausule] De overdracht van de garantieverplichtingen aan HoldCo heeft geen effecten voor de totale garantieverplichtingen die in het kader van het goedkeuringsbesluit C 29/2009 (ex N 264/2009) van 20 september 2011 moeten worden betaald.

a)

De bepalingen van de overeenkomst inzake de beschikbaarstelling van een garantie van 2 juni 2009 na de uitvoering van de voorwaarden van de Commissie in het goedkeuringsbesluit blijven onveranderd, behoudens de uit de opsplitsing van de premieverplichtingen volgens punt 3.1 voortvloeiende wijzigingen.

b)

De voor het Besserungsschein relevante minimale kernkapitaalratio van 10 % wordt tot de verkoop berekend aan de hand van de kapitalisatie van de hele groep; na een succesvolle verkoop gebeurt dat aan de hand van de kapitalisatie van HoldCo. Als de verkoop niet met succes zou worden afgerond, blijft de relevante ratio aan de hand van het niveau van de kapitalisatie van de hele groep berekend worden.

c)

Het door HoldCo overgenomen bedrag van de aanvullende premie van 3,85 % kan bij de verkoop van aandelen aan OpCo op initiatief van de publieke aandeelhouders in verhouding tot de directe en indirecte participatie worden verlaagd.

3.3.    [Nakoming van de garantieverplichtingen] De opbrengst die HoldCo uit de verkoop van haar aandelen aan OpCo haalt, worden in de eerste plaats gebruikt om de overgenomen premieverplichtingen na te komen. Om te garanderen dat HoldCo tegen insolventie wordt beschermd, worden passende maatregelen, namelijk een gekwalificeerde achterstelling in het kader van de garantie, afgesproken tussen HSH Finanzfonds AöR en HoldCo. Als de verkoopprocedure niet met succes kan worden afgerond, zullen de deelstaten voor zover dit juridisch mogelijk is de effecten van de achterstelling ongedaan maken en de liquidatie-opbrengsten in de eerste plaats gebruiken om aan uitstaande garantieverplichtingen te voldoen.

Voorts doet Opco een eenmalige betaling van 210 miljoen EUR aan HoldCo om de van HoldCo overgenomen premieverplichtingen tijdens de lopende verkoopprocedure na te komen. De van HoldCo overgenomen basispremie van 2,2 % op het aangesproken deel van de garantie moet worden betaald vanaf het tijdstip waarop met name door de in punt 4 bedoelde verkoop van activa een beroep wordt gedaan op de garantie. De bank is van plan om een in punt 4 bedoelde verkoop van activa niet voor eind juni 2016 uit te voeren. Tot het tijdstip van een dergelijke verkoop moet OpCo de basispremie van 2,2 % blijven betalen. Indien HoldCo op een vervaldag niet voldoende liquiditeit ter beschikking heeft om de uitstaande premiebetalingen volledig uit te voeren of indien er juridische belemmeringen voor de betaling zijn, met name door inbreuken op de regels voor kapitaalinstandhouding of door de bestaande achterstelling of in het geval HoldCo daardoor insolvent zou worden, kan dat deel van de uitstaande premiebetalingen tot de volgende vervaldag worden opgeschort tegen een marktconforme rente van 10 %.

4.   [Verkoop van activa aan de deelstaten en op de markt]

4.1.    [Verkoop van activa] HSH kan activa ter waarde van maximaal 8,2 miljard EUR blootstelling bij wanbetaling (EAD, Exposure at Default) verkopen en de verliezen die daardoor ontstaan in overeenstemming met de voorwaarden van de bestaande garantieovereenkomst met HSH Finanzfonds AöR verrekenen, waarvan tot 6,2 miljard EUR EAD aan de deelstaten. De bank is van plan om in eerste instantie in 2016 een portefeuille van 5 miljard EUR EAD aan de deelstaten over te dragen. De verkoop gebeurt tegen marktwaarde. Hierbij blijft het recht van HSH ongewijzigd om activa op de markt te blijven verkopen en in overeenstemming met de voorwaarden van de bestaande garantieovereenkomst te blijven verrekenen.

4.2.    [Flexibiliteit bij de selectie van de over te dragen activa] Om de aankoopprijs van de geselecteerde activa te bepalen gebruiken de deelstaten de als bijlage bij deze lijst met toezeggingen gevoegde waardering. Het staat de deelstaten vrij om op basis van die waardering de marktprijs voor onderdelen van de geselecteerde activa te bepalen en deze op hun domein over te nemen, voor zover de geselecteerde portefeuille niet meer dan 6,2 miljard EUR EAD bedraagt. De geselecteerde activa kunnen tijdens de verkoopperiode als één geheel, maar ook apart of in pakketten door de deelstaten worden overgenomen. Bij een overdracht na 31 augustus 2016 zal de Commissie de waardering actualiseren.

5.   [Verkoop]

5.1.    [Verkoopprocedure] Behoudens punt 5.3 verkoopt HoldCo haar aandelen uiterlijk op 28 februari 2018 (hierna de „verkoopperiode” genoemd) aan OpCo door middel van een open, niet-discriminerende, concurrerende en transparante procedure (hierna de „verkoopprocedure” genoemd). De verkoopperiode wordt gewaarborgd door de ondertekening van een verkoopovereenkomst.

5.2.    [Verlenging van de verkoopperiode] De in punt 5.1 vermelde termijn kan met toestemming van de Commissie met zes maanden worden verlengd indien de technische uitvoering van het model wordt vertraagd door omstandigheden waarop de deelstaten geen directe invloed hebben.

5.3.    [Overgangsperiode voor participatie van de deelstaten] De deelstaten mogen via hun indirecte en directe participatie in HoldCo tot 25 % van de aandelen van OpCo behouden voor een periode van maximaal vier jaar vanaf de afronding van de verkoop.

5.4.    [Tijdschema en onderdelen van de verkoopprocedure] Vóór een verkoopprocedure wordt opgestart, wordt bij de Commissie een tijdschema ingediend, waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijn opgenomen:

a)

voorbereiding van de procedure (ten laatste […] (*1));

b)

indienen van voorlopige biedingen (ten laatste […]);

c)

toegang tot een dataroom (ten laatste […]);

d)

selectie van de bieders en ondertekening (ten laatste 28 februari 2018).

5.5.    [Kwalificatie van de overnemer(s)] De bieders die aan de verkoopprocedure deelnemen, moeten over de nodige financiële middelen en over aantoonbare, voor de sector relevante expertise beschikken om OpCo als een rendabele en actieve concurrent te beheren.

5.6.    [Onafhankelijkheid van de overnemer(s)] De overnemer(s) van OpCo moet(en) onafhankelijk zijn van HSH en de overheid. Dat is het geval wanneer noch HSH, noch een overheid op het tijdstip van de verkoop zeggenschap in de zin van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (1) over de overnemer(s) kunnen uitoefenen. Onder het begrip „overheid” vallen de federale overheid, alle deelstaten en gemeenten, alsook de openbare instellingen ervan en de ondernemingen waarover zij zeggenschap uitoefenen. Een verkoop aan een of meer Landesbanken is toegelaten. Openbare spaarbanken kunnen gezamenlijk als minderheidsaandeelhouder aan een overname deelnemen via een andere, van HSH en de overheid (uitgezonderd Landesbanken) onafhankelijke koper.

5.7.    [Succesvolle afronding van de verkoopprocedure] Wanneer de verkoopprocedure met succes is uitgevoerd met als resultaat een aanbod zonder staatssteun met een positieve biedprijs (met behoud van de garantie), wordt de voorgenomen overname bij de Commissie aangemeld met het oog op de beoordeling van de levensvatbaarheid van de nieuwe ondernemingsstructuur. De overname wordt niet afgerond alvorens de Commissie een goedkeuringsbesluit heeft vastgesteld. De tijd die voor de beoordeling nodig is, wordt niet meegeteld in de verkoopperiode.

5.8.    [Naamsverandering] Als de verkoopprocedure met succes wordt afgerond, neemt de bank binnen drie maanden een nieuwe naam aan.

5.9.    [Beëindiging van de nieuwe activiteiten als de verkoopprocedure niet met succes wordt afgerond] Indien de verkoopprocedure voor het einde van de verkoopperiode geen aanbiedingen zonder staatssteun met een positieve biedprijs (met behoud van de garantie) oplevert of uit de beoordeling van de levensvatbaarheid door de Commissie overeenkomstig punt 5.6 blijkt dat de integratie van OpCo in de nieuwe ondernemingsstructuur niet tot een bedrijfsmodel leidt dat op lange termijn levensvatbaar is, zal OpCo haar nieuwe activiteiten beëindigen en binnen het kader van wat wettelijk is toegestaan haar activa beheren met een gecontroleerde afwikkeling als doel. In dat geval blijft het volgende toegestaan:

a)

herstructureringen van bestaande kredieten met het oog op waardebehoud in zoverre het om probleemkredieten gaat die onder toezicht staan;

b)

activiteiten die in het kader van het liquiditeitsbeheer van OpCo noodzakelijk zijn, met uitzondering van het in ontvangst nemen van nieuwe deposito's, met inbegrip van nieuwe deposito's van bestaande klanten; het verlengen van vervallende deposito's tegen ongewijzigde voorwaarden blijft toegestaan;

c)

verlengingen die noodzakelijk zijn om verliezen te voorkomen, in zoverre een verlenging tot aanzienlijk betere vooruitzichten voor een uiteindelijke realisatie leidt;

d)

derivatentransacties die noodzakelijk zijn om rente-, valuta- en kredietrisico's in de bestaande portefeuille te beheren en die het algehele risico van OpCo op de markt verkleinen.

6.    [Verplichtingen tijdens de verkoopperiode] Tijdens de verkoopperiode beheert HoldCo OpCo met het oog op het behoud van de economische levensvatbaarheid, de verkoopbaarheid en het concurrentievermogen. Hiertoe:

a)

worden bij OpCo overeenkomstig het ingediende herstructureringsplan verdere kostenbesparings- en rationaliseringsmaatregelen doorgevoerd, zodat de administratieve lasten niet meer bedragen dan [570-590] miljoen EUR in 2016 en [520-550] miljoen EUR in 2017;

b)

wordt het risicobeheer van OpCo, in het bijzonder wat de nieuwe activiteiten betreft, in overeenstemming met de beginselen van de voorzichtige handelspraktijken gevoerd;

c)

worden, mits toestemming van de Commissie, maatregelen voor een verdere versterking van de kapitaalbasis genomen (o.a. passivabeheer);

d)

mag OpCo geen betalingen op winstafhankelijke eigenvermogensinstrumenten (zoals hybride kapitaalinstrumenten en winstbewijzen) doen voor zover deze niet contractueel of wettelijk verplicht zijn. Deze instrumenten absorberen ook verliezen, wanneer de balans van OpCo, zonder aantasting van de kapitaalreserves, een verlies te zien zou geven. Er vindt geen deelneming in de voorwaartse verliesverrekening uit de jaren voordien plaats; en

e)

keert OpCo tot de verkoop (d.w.z. voor de periode tot en met het boekjaar dat op 31 december 2017 eindigt) geen dividenden uit. Dit vormt geen beletsel voor dividenduitkeringen van OpCo aan HoldCo binnen het kader van wat wettelijk is toegestaan.

7.   [Verkorting van de balans en bedrijfsmodel]

7.1.    [Verkorting van de balans — OpCo] Het balanstotaal van OpCo zal niet meer bedragen dan [100-110] miljard EUR in 2016 en [90-100] miljard EUR in 2017 (balanstotaal van OpCo). Daarvan betreft maximaal [5-12] miljard EUR handelsactiva.

7.2.    [Stopzetting van asset-based lending in de luchtvaartsector] OpCo start de activiteiten inzake asset-based lending in de luchtvaartsector, die overeenkomstig de lijst met toezeggingen bij het besluit van 20 september 2011 door HSH zijn stopgezet, niet opnieuw op.

7.3.    [Inkrimping van het segment zakelijke klanten] OpCo beperkt haar activiteiten voor zakelijke klanten tot Duitse klanten en hun participaties in binnen- en buitenland, evenals tot buitenlandse klanten die activiteiten in Duitsland nastreven. De activiteiten blijven beperkt tot bestaande vestigingen; er worden geen nieuwe vestigingen geopend.

7.4.    [Afbakening van het segment scheepsfinanciering] OpCo is in het shippingsegment actief als strategische partner van klanten, met inbegrip van reders, in de internationale scheepvaart- en scheepswerfsector. Het segment zakelijke klanten zal, anders dan het shippingsegment, niet actief zijn in de asset-based scheepsfinanciering.

7.5.    [Inkrimping van het segment scheepsfinanciering] OpCo krimpt haar activiteiten in het segment scheepsfinanciering in en beperkt de nieuwe activiteiten in dit segment tot [1-2] miljard EUR per jaar. De huidige geplande aflossingen zouden door nieuwe activiteiten van deze omvang niet volledig gecompenseerd worden.

7.6.    [EUR/USD-wisselkoers] De toezeggingen in de punten 7.1 en 7.5 met betrekking tot het balanstotaal en de omvang van de nieuwe activiteiten in het segment scheepsfinanciering zijn gebaseerd op een gemiddelde EUR/USD-wisselkoers van 1,10. Indien de koers onder deze referentiekoers zakt, kunnen de daar vermelde maximumbedragen naar boven worden bijgesteld.

8.    [Beperking van de externe groei] Tot het einde van de verkoopperiode is een groei van de activiteiten door de verwerving van zeggenschap over andere ondernemingen niet toegestaan (geen externe groei). Debt-to-equity-swaps en andere maatregelen in het kader van het gebruikelijke kredietmanagement gelden niet als een uitbreiding van de activiteiten, mits deze niet zijn bedoeld om de in de eerste zinsnede bedoelde groeibeperking te omzeilen.

9.    [Afstoting van bedrijfsonderdelen] De afstoting van bedrijfsonderdelen (of delen daarvan) met toestemming van de publieke aandeelhouders is verenigbaar met dit besluit.

10.    [Handel voor eigen rekening] OpCo doet niet aan dedicated proprietary trading. Dit betekent dat OpCo alleen nog handelsactiviteiten uitvoert die in de handelsportefeuille van OpCo zijn opgenomen en die noodzakelijk zijn a) voor het accepteren, overdragen en uitvoeren van koop- of verkoopopdrachten van haar cliënten (d.w.z. handel in financiële instrumenten als dienstverlening; tot een maximum, gemeten volgens Value-at-Risk (VaR), van […] miljoen EUR/één dag, betrouwbaarheidsniveau 99 %), of b) voor het hedgen van activiteiten van cliënten of ten behoeve van liquiditeitsbeheer in het segment Treasury (het zogenoemde handelen voor eigen rekening; tot een maximum, gemeten volgens Value-at-Risk (VaR), van […] miljoen EUR/één dag, betrouwbaarheid van 99 %), of c) om de economische overdracht van balansposities aan de Restructuring Unit of aan derden mogelijk te maken (tot een maximum, gemeten volgens Value-at-Risk (VaR), van […] miljoen EUR/één dag, betrouwbaarheid van 99 %). Aangezien deze posities slechts binnen de zo-even afgebakende grenzen kunnen worden ingenomen, kunnen zij het draagvermogen of de liquiditeitspositie van OpCo niet in gevaar brengen. In geen geval voert OpCo activiteiten uit die uitsluitend dienen om winst te maken voor andere doeleinden dan die genoemd onder a), b) of c). Voorts zal OpCo de specificaties van de prudentiële vereisten, Fundamental Review of the Trading Book (FRTB), tijdig uitvoeren.

11.   [Liquiditeit/funding]

OpCo neemt in 2016 en 2017 per jaarultimo telkens de volgende liquiditeitskengetallen in acht:

a)

Net Stable Funding Ratio (NSFR) en Liquidity Coverage Ratio (LCR) van […] tot […] %. De berekening wordt gemaakt op basis van de op dat ogenblik door het Comité van Basel voor het toezicht op de banken gepubliceerde definities;

b)

het gedeelte in USD luidende activiteiten van de kernbank, dat via oorspronkelijke in USD luidende funding (en niet via swaps) wordt geherfinancierd, ontwikkelt zich in de periode 2016-2017 als volgt: ten minste 55 % per ultimo 2016 en 2017.

12.    [Reclame] HSH maakt geen reclame waarin met de verlening van steunmaatregelen of met de hieruit voortvloeiende voordelen wordt uitgepakt tegenover concurrenten.

13.    [Toezeggingen op het punt van corporate governance] Met betrekking tot de corporate governance van OpCo geldt het volgende:

a)

alle leden van de toezichtsraad moeten over de in § 25d(2), eerste zin, van de Duitse wet inzake het kredietwezen (Kreditwesengesetz — KWG) bedoelde bekwaamheden beschikken. De leden zijn geschikt, wanneer zij betrouwbaar zijn en over de voor het waarnemen van de controlefunctie, alsmede voor de beoordeling van en het toezicht op de activiteiten die OpCo uitoefent, vereiste kennis van zaken beschikken;

b)

het aantal leden van de toezichtsraad bedraagt maximaal 16;

c)

ten minste de helft van de zetels die de deelstaten Hamburg en Sleeswijk-Holstein toevallen, worden ingenomen door externe deskundigen.

14.   [Beloning van leden van beheersorganen, medewerkers en cruciaal uitvoerend personeel]

14.1.    [Beloningssysteem] OpCo waarborgt, in het kader van de civielrechtelijke mogelijkheden, dat haar beloningssystemen geen aanleiding geven tot het aangaan van ongepaste risico's en dat deze op houdbare langetermijndoelstellingen van de onderneming zijn toegespitst en transparant zijn. Aan deze verplichting is voldaan wanneer de beloningssystemen van OpCo voldoen aan de verplichtingen in de bijlage „Verpflichtungen der HSH” bij de overeenkomst van 2 juni 2009 inzake de beschikbaarstelling van een garantiekader.

Na een succesvolle privatisering kan een passende bonus (een „privatiseringsbonus”) worden betaald. Die is aan een maximum gebonden, zodat de totale beloning voor elk van de personen niet in strijd is met de voorwaarden van 14.2.

14.2.   De totale beloning voor de leden van de vennootschapsorganen en de werknemers van OpCo zal passend zijn en in geen geval meer dan vijftien keer het nationale gemiddelde loon in Duitsland of meer dan tien keer het gemiddelde loon bij HSH Nordbank (vóór de opsplitsing) bedragen.

15.    [Overige gedragsregels] OpCo houdt in het kader van haar kredietverlening en kapitaalbeleggingen rekening met de kredietbehoeften van de economie, met name van het midden- en kleinbedrijf, door middel van op de markt gebruikelijke en uit prudentieel/bankeconomisch oogpunt passende voorwaarden. OpCo voert een omzichtig, solide en op duurzaamheid gericht bedrijfsbeleid. Zij zal haar bankactiviteiten zo uitoefenen dat de waarde van de activa behouden blijft, de verkoopbaarheid van de bank toeneemt en de stabiliteit van het verkoopproces gemaximaliseerd wordt.

16.    [Transparantie] Bij de uitvoering van dit besluit krijgt de Commissie onbeperkte toegang tot alle informatie die noodzakelijk is om op de uitvoering van dit besluit te kunnen toezien. De Commissie kan OpCo of HoldCo om nadere verklaringen en toelichtingen verzoeken. Duitsland, OpCo en HoldCo verlenen de Commissie hun volledige medewerking bij alle verzoeken in verband met het toezicht op en de uitvoering van dit besluit. Dit laat de naleving van de dwingende bepalingen inzake de eerbiediging van het bankgeheim onverlet.

17.    [Vervallen van verplichtingen] De toezeggingen in deze bijlage en het geldende goedkeuringsbesluit vervallen bij de afstoting, en in elk geval na afloop van de verkoopperiode, tenzij in de betreffende toezegging uitdrukkelijk anders is bepaald.


(*1)  Vertrouwelijke informatie.

(1)  Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de „EG-concentratieverordening”) (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).


BIJLAGE II

UITKOMSTEN VAN DE WAARDERING PER LIJN — PER FORMATIE

[…] (*1)


(*1)  Vertrouwelijke informatie.