Zaak C-348/02
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Italiaanse Republiek
„Niet-nakoming ? Niet-uitvoering van richtlijn 1999/13/EG”
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 2 oktober 2003 I – 0000
Samenvatting van het arrest
Beroep wegens niet-nakoming ? Onderzoek van gegrondheid door Hof ? In aanmerking te nemen situatie ? Situatie bij verstrijken
van in met redenen omkleed advies gestelde termijn
(Art. 226 EG)
-
ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer)
2 oktober 2003 (1)
„Niet-nakoming – Niet-omzetting van richtlijn 1999/13/EG”
In zaak C-348/02,
Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. Valero Jordana en R. Amorosi als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza als gemachtigde, bijgestaan door M. Fiorilli, avvocato dello Stato, domicilie gekozen hebbende
te Luxemburg,
verweerster,
betreffende een verzoek om vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen
vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking
van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden
en in installaties (PB L 85, blz 1; rectificatie L 188, blz. 54), de krachtens artikel 15 van deze richtlijn op haar rustende
verplichtingen niet is nagekomen,
wijst
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),,
samengesteld als volgt: M. Wathelet, kamerpresident, P. Jann en A. Rosas (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: L. A. Geelhoed,
griffier: R. Grass,
gezien het rapport van de rechter-rapporteur,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
- 1
Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 30 september 2002, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen
krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke
en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 1999/13/EG van de Raad
van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische
oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties (PB L 85, blz 1; rectificatie L 188, blz. 54), de krachtens artikel 15
van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
- 2
Artikel 15 van richtlijn 1999/13 bepaalt dat de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen treffen
om uiterlijk op 1 april 2001 aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie daarvan onverwijld in kennis stellen.
- 3
Van oordeel dat richtlijn 1999/13 niet binnen de voorgeschreven termijn in Italiaans recht was omgezet, heeft de Commissie
de in artikel 226 EG bedoelde procedure ingeleid. Na de Italiaanse Republiek te hebben aangemaand haar opmerkingen te maken,
heeft de Commissie op 20 december 2001 een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij deze lidstaat verzocht, binnen
twee maanden na de kennisgeving ervan de nodige maatregelen te nemen om aan het advies te voldoen. Omdat de Italiaanse Republiek
niet op dit advies heeft geantwoord, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.
- 4
De Commissie stelt dat de Italiaanse Republiek, door niet de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan
richtlijn 1999/13, de krachtens de relevante bepalingen van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
- 5
De Italiaanse Republiek voert aan dat door het Ministero dell'Ambiente (ministerie van Milieubeheer) een ontwerp van decreet
houdende uitvoering van richtlijn 1999/13 is opgesteld en dat de goedkeuring daarvan door de Conferenza Stato-Regioni (overlegcomité
staat-regio's) gaande is.
- 6
Vastgesteld moet dienaangaande worden dat de Italiaanse Republiek niet betwist dat bij het verstrijken van de in het met redenen
omkleed advies gestelde termijn de maatregelen die noodzakelijk zijn om richtlijn 1999/13 in Italiaans recht om te zetten
nog niet waren genomen, doch slechts meedeelt in welk stadium de omzetting zich bevindt.
- 7
Volgens vaste rechtspraak moet het bestaan van een niet-nakoming nochtans worden beoordeeld op basis van de situatie waarin
de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn en kan het Hof met daarna
opgetreden wijzigingen geen rekening houden (zie met name arrest van 24 oktober 2002, Commissie/Italië, C-455/00, Jurispr.
blz. I-9231, punt 21).
- 8
In casu staat vast dat bij het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn nog geen enkele maatregel
tot omzetting van richtlijn 1999/13 in de Italiaanse rechtsorde was genomen.
- 9
Derhalve moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.
- 10
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek, door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast
te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 1999/13, de krachtens artikel 15 van deze richtlijn op haar rustende
verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
- 11
Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen,
voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Italiaanse Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering
van de Commissie in de kosten worden verwezen.
-
HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),
rechtdoende, verstaat:
- 1)
Door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn
1999/13/EG van de Raad van 11 maart 1999 inzake de beperking van de emissie van vluchtige organische stoffen ten gevolge van
het gebruik van organische oplosmiddelen bij bepaalde werkzaamheden en in installaties, is de Italiaanse Republiek de krachtens
artikel 15 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
- 2)
De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 2 oktober 2003.
|
De griffier
|
De president van de Eerste kamer
|
- 1 –
- Procestaal: Italiaans.