European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2024/2374

10.10.2024

RESOLUTIE (EU) 2024/2374 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 11 april 2024

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2022

HET EUROPEES PARLEMENT,

—

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2022,

—

gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

—

gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,

—

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0094/2024),

A.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” (Sesar 3), gevestigd te Brussel, in november 2021 in het kader van het programma Horizon Europa werd opgericht voor de periode die eindigt op 31 december 2031 (1); stelt vast dat de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar 3 de vervanger en opvolger van de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar is, die in februari 2007 in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek (KP7) werd opgericht voor een periode van acht jaar (2) (Sesar 1) en in juni 2014 werd verlengd om tot 31 december 2024 te blijven functioneren in het kader van het programma Horizon 2020 (3);

B.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming een publiek-privaat partnerschap is voor de ontwikkeling van gemoderniseerde luchtverkeersbeveiliging (ATM) in Europa en voor de versnelling van de totstandbrenging van het digitale Europese luchtruim door middel van onderzoek en innovatie; overwegende dat de oprichtende leden zijn: de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie, de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (Eurocontrol) en meer dan vijftig organisaties die de gehele waardeketen van de luchtvaart bestrijken, van luchthavens, luchtruimgebruikers van alle categorieën, verleners van luchtvaartnavigatiediensten, drone-exploitanten en -dienstverleners, fabrikanten en de wetenschappelijke wereld;

C.

overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming, om de transparantie te vergroten, in haar jaarrekeningen relevante informatie moet opnemen over de bijdragen van de leden op programmaniveau; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming, voor elk programma in het kader waarvan ze actief is, per categorie leden tot het einde van het jaar alle relevante informatie moet presenteren, met inbegrip van de wettelijke streefdoelen voor de bijdragen die voor het respectieve programma zijn vastgesteld, de omvang van de ontvangen bijdragen en het aantal juridische verbintenissen; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming moet blijven werken aan vergroting van de transparantie;

Algemeen

1.

maakt uit het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag (4) op dat het programma digitaal Europees luchtruim in 2022 van start is gegaan met de goedkeuring van het meerjarig werkprogramma en het eerste halfjaarlijkse werkprogramma en de lancering van de eerste twee oproepen in het kader van Horizon Europa voor 1) verkennend en industrieel onderzoek, en 2) het sneltraject voor innovatie en marktacceptatie in het kader van Horizon Europa; merkt op dat van de 127 ontvangen projectvoorstellen er 48 zijn geselecteerd, wat neerkomt op een totale investering van 350 miljoen EUR;

2.

is ingenomen met de bijdrage van de Gemeenschappelijke Onderneming aan de reactie op de illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, aangezien sommige verkeersstromen werden getroffen, waardoor de activiteiten op het gebied van luchtverkeersleiding van de Gemeenschappelijke Onderneming moesten worden aangepast, hetgeen heeft geleid tot een grotere behoefte aan luchtverkeersleiders;

3.

merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022 vooruitgang heeft geboekt bij de voltooiing van de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van het programma Sesar 2020, waarbij het nieuwe partnerschap van de Gemeenschappelijke Onderneming Sesar 3 volledig operationeel kon worden en het O&I-programma digitaal Europees luchtruim kon starten en in gebruik kon worden genomen;

4.

merkt voorts op dat de ontwikkelde activiteiten een belangrijke bijdrage leveren aan de strategische prioriteiten en initiatieven van de Europese Commissie, namelijk het gemeenschappelijk Europees luchtruim, de Europese Green Deal en een Europa dat klaar is voor het digitale tijdperk;

Budgettair en financieel beheer

5.

is ingenomen met de bijdrage van de Gemeenschappelijke Onderneming aan de reactie op de illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, aangezien sommige verkeersstromen werden getroffen, waardoor de activiteiten op het gebied van luchtverkeersleiding moesten worden aangepast, hetgeen heeft geleid tot een grotere behoefte aan luchtverkeersleiders;

6.

merkt op dat de beschikbare begroting (5) voor 2022 146,9 miljoen EUR aan betalingskredieten (69,9 miljoen EUR in 2021) en 158,8 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (34,8 miljoen EUR in 2021) bedroeg;

7.

stelt vast dat de veranderingen in de omvang van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming grotendeels afhankelijk zijn van de uitvoeringsfase van de meerjarige onderzoeks- en innovatieprogramma’s; merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022 is begonnen met de uitvoering van het programma Horizon Europa, en dat de begroting voor 2022 daarom de vastleggingsbegroting voor de eerste oproepen van Horizon Europa die gepland zijn voor 2022, en de betalingsbegroting voor de daarmee verband houdende voorfinancieringsbetalingen omvat;

8.

merkt op dat de raad van bestuur van de Gemeenschappelijke Onderneming in december 2021 de begroting 2022 heeft goedgekeurd en dat dit besluit enkele overgangselementen heeft goedgekeurd met betrekking tot het jaarlijkse werkprogramma, de begroting, de personeelsformatie en het aanbestedingsplan van de Gemeenschappelijke Onderneming voor 2021 en 2022; merkt op dat de begroting 2022 in oktober 2022 tweemaal werd gewijzigd, en dat er een derde wijziging was in december 2022 (6);

9.

merkt uit het verslag van de Rekenkamer op dat in de jaarrekening 2022 van de Gemeenschappelijke Onderneming de bedragen van de bijdragen per categorie leden (Unie-leden, particuliere leden, en Eurocontrol) aanzienlijk van elkaar verschillen; neemt er kennis van dat de reden hiervoor is dat de bijdragen in contanten van de Unie worden gevalideerd en vermeld wanneer zij aan het begin van de uitvoering van het project aan de Gemeenschappelijke Onderneming worden betaald, terwijl de bijdragen in natura van de leden pas worden opgenomen na validering van de gemaakte en gedeclareerde kosten voor de uitvoering van het project;

10.

merkt op dat de kloof tussen het opgenomen bedrag van de bijdragen in contanten enerzijds en de bijdragen in natura anderzijds moet worden aangepakt door informatie te verstrekken over de juridische verbintenissen van de leden van de Gemeenschappelijke Ondernemingen aan het einde van het jaar in verband met ondertekende subsidieovereenkomsten en andere overeenkomsten;

11.

merkt met betrekking tot de uitvoering van Horizon 2020 op dat de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2022 de maximale operationele bijdrage van de EU van 555,8 miljoen EUR voor ondertekende subsidieovereenkomsten en andere overeenkomsten in het kader van het programma volledig had vastgelegd en dat van dit vastgelegde bedrag in de komende jaren nog ongeveer 65,7 miljoen EUR (of 11,8 %) moet worden betaald voor nog af te ronden projecten en overeenkomsten; merkt daarnaast op dat de particuliere leden zich er wettelijk toe hadden verbonden hun volledige bijdragen in natura ter waarde van 280 miljoen EUR te verstrekken, zoals als streefdoel vastgelegd in de lidmaatschapsovereenkomst met de sector, en dat de deelnemers uit de sector eind 2022 een bedrag van 278,5 miljoen EUR (of 99,5 %) van dit bedrag hadden gerapporteerd; merkt bovendien op dat Eurocontrol het streefcijfer van 467 miljoen EUR aan operationele bijdragen, zoals vastgelegd in de bilaterale overeenkomst, volledig had vastgelegd en eind 2022 voor dit bedrag 313,6 miljoen EUR (of 67 % van het streefcijfer) had gerapporteerd;

12.

merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor Horizon 2020-activiteiten geen nieuwe operationele vastleggingskredieten ontving, aangezien de Gemeenschappelijke Onderneming eind 2020 haar laatste oproep tot het indienen van voorstellen had afgerond; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de Gemeenschappelijke Onderneming voor haar operationele begroting 2022 aanzienlijk lager was dan in voorgaande jaren (54 % in 2022 en 93 % in 2021), als gevolg van de stijgende kosten en leveringsproblemen waarmee begunstigden werden geconfronteerd in de nasleep van de COVID-19-crisis en de aanvalsoorlog tegen Oekraïne; merkt daarom op dat de duur van de meeste Horizon 2020-projecten moest worden verlengd en de saldobetalingen moesten worden uitgesteld tot 2023;

13.

stelt vast dat de kredieten voor Horizon Europa voor 2022 volledig werden uitgevoerd voor de eerste twee oproepen die in april 2022 werden gedaan; stelt vast dat de Commissie voor de uitvoering van deze projecten in 2022 een bijdrage in contanten van 83,5 miljoen EUR heeft geleverd; stelt echter vast dat, aangezien de evaluatiefase aan het eind van het jaar nog niet was afgerond, de bijdragen in contanten pas in de eerste helft van 2023 kunnen worden gebruikt, wanneer de subsidieovereenkomsten worden ondertekend, en de desbetreffende voorfinancieringsbetalingen kunnen worden verricht;

14.

is ingenomen met het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming nog steeds 71 projecten beheert op het gebied van verkennend onderzoek, industrieel onderzoek en validiteitsonderzoek, met 300 verschillende begunstigden, waarvan bijna 20 % kmo’s, 17 % hogeronderwijsinstellingen en 9 % onderzoeksorganisaties; herinnert eraan dat de Gemeenschappelijke Onderneming nieuwe kansen creëert voor kmo’s;

15.

merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2022 het partnerschap met het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) verder heeft versterkt, met als doel de samenwerking te bevorderen in het kader van de overeenkomst inzake het dienstverleningsniveau (SLA), waarbij het EASA wordt belast met de verlening van diensten op het gebied van ATM/luchtvaartnavigatiediensten, met inbegrip van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk Europees luchtruim; benadrukt het belang van verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijk Europees luchtruim;

16.

neemt kennis van het overschot van 107,2 miljoen EUR in 2022, dat is toe te schrijven aan de late vaststelling van de enkele basishandeling;

17.

benadrukt het belang van de Gemeenschappelijke Onderneming voor de verwezenlijking van het digitale Europese luchtruim, die heeft geresulteerd in 48 geselecteerde projecten — met inbegrip van de lancering van vijf demonstratiemodellen voor het digitale luchtruim, met investeringen van in totaal 350 miljoen EUR; is verheugd over de intensieve dialoog die sinds 2011 wordt gevoerd door de Gemeenschappelijke Onderneming en het Europees Defensieagentschap (EDA) over militaire aangelegenheden en input voor het programma Digitaal Europees luchtruim; wijst erop dat het EDA nu fungeert als belangrijkste schakel tussen het programma Digitaal Europees luchtruim enerzijds en de militaire luchtvaart en het luchtverkeersbeheer anderzijds, en verantwoordelijk is voor de coördinatie van de militaire standpunten met betrekking tot het gemeenschappelijk Europees luchtruim en Sesar;

Beheers- en controlesystemen

18.

stelt vast dat de gemeenschappelijke auditdienst van DG RTD van de Commissie de controles achteraf van de uitgaven in het kader van Horizon 2020 en Horizon Europa verrichtte; neemt er nota van dat de Gemeenschappelijke Onderneming voor Horizon 2020-uitgaven (verrekeningen en saldobetalingen) een representatief foutenpercentage van 2,4 % en een restfoutenpercentage van 1,8 % heeft gerapporteerd (7); stelt vast dat voor het programma Horizon Europa nog controles achteraf moeten worden uitgevoerd, aangezien de eerste tussentijdse betalingen pas in 2024 worden verwacht;

19.

stelt vast dat, om de controles van operationele betalingen van de Gemeenschappelijke Onderneming te beoordelen, de Rekenkamer een willekeurige steekproef van in 2022 verrichte Horizon 2020-betalingen op het niveau van de eindbegunstigden controleerde (8); stelt verder vast dat de Rekenkamer geen ernstige kwantificeerbare fouten aantrof bij de in de steekproef opgenomen begunstigden van de Gemeenschappelijke Onderneming; merkt echter op dat de Rekenkamer in één geval een structureel probleem meldde als gevolg van niet-subsidiabele kosten die door de begunstigde waren gedeclareerd voor niet-verplichte certificaten van financiële overzichten, met betrekking tot tussentijdse financiële overzichten;

20.

merkt op dat het volgens de Rekenkamer bij de helft van de gemeenschappelijke ondernemingen, met inbegrip van Sesar 3, ontbreekt aan een gestructureerde, risicogebaseerde aanpak van controles vooraf voor Horizon 2020-subsidies;

21.

wijst erop dat volgens artikel 21 van de financiële regels voor gemeenschappelijke ondernemingen controles vooraf tot doel hebben fouten en onregelmatigheden te voorkomen voordat de verrichtingen worden goedgekeurd, en het risico te beperken dat doelstellingen niet worden gehaald;

22.

merkt in dit verband op dat de Rekenkamer voor Sesar, op basis van de beoordeling van interne documentatie en vraaggesprekken met personeel van de Gemeenschappelijke Onderneming, vaststelde dat eind 2022 de aanpak van de gemeenschappelijke onderneming voor risicomonitoring alleen rekening hield met begunstigden die achteraf waren gecontroleerd, voornamelijk topbegunstigden; merkt verder op dat potentieel risicovolle begunstigden die nog nooit achteraf waren gecontroleerd en nieuwkomers daarom werden uitgesloten van de risicobeoordeling;

23.

merkt daarnaast op dat de Gemeenschappelijke Onderneming risico’s niet op projectniveau beoordeelde;

24.

roept de Gemeenschappelijke Onderneming op haar aanpak voor risicomonitoring van controles vooraf te verbeteren om potentieel risicovolle begunstigden die momenteel niet in de populatie zijn opgenomen (zoals begunstigden die nooit achteraf zijn gecontroleerd en nieuwkomers) en risicovolle projecten te identificeren;

25.

verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming tekortkomingen in het gebruik van het versterkte monitoringinstrument aan te pakken (9); herinnert er in dit verband aan dat het instrument dat is ontworpen om controles vooraf te helpen toespitsen op de belangrijkste risico’s die voor een project of begunstigden worden beoordeeld, zodat functionarissen op elk moment tijdens de uitvoering van het project vastgestelde belangrijke risico’s kunnen registreren en de respectieve monitoring- en risicobeperkende maatregelen kunnen traceren;

26.

stelt vast dat ambtenaren, voor een doeltreffend en efficiënt gebruik van het instrument, een relevante en haalbare termijn (uiterste datum) moeten definiëren voor de beoogde voltooiing van de versterkte monitoringactie; merkt echter op dat het label voor verscherpte monitoring van de Gemeenschappelijke Onderneming na het verstrijken van de vastgestelde vervaldatum niet werd vernieuwd of gesloten, en dat het risiconiveau bovendien niet opnieuw is beoordeeld door de functionaris na de uitvoering van de controleacties;

27.

is het met de Rekenkamer eens dat de Gemeenschappelijke Onderneming ervoor moet zorgen dat alle versterkte monitoringacties vergezeld gaan van specifieke controleacties die zijn gericht op de vastgestelde risico’s, en dat er binnen een vooraf bepaalde termijn follow-up aan wordt gegeven;

28.

merkt op dat volgens de beoordeling van de Rekenkamer het belang voor gemeenschappelijke ondernemingen om hun specifieke risicogebaseerde aanpak van subsidiebeheer uit te voeren, is toegenomen onder Horizon Europa;

29.

benadrukt dat de begunstigde en/of de projectstructuur van de Gemeenschappelijke Onderneming in het kader van het programma Horizon Europa aanzienlijk verandert, zoals het toegenomen aantal kmo’s, nieuwkomers en grotere consortia, evenals het vereiste om voor activiteiten in het kader van Horizon Europa alleen open oproepen te gebruiken, waardoor de in eerdere programma’s vastgestelde risicofactoren mogelijk niet langer relevant zijn en er nieuwe risicofactoren kunnen ontstaan;

30.

is het met de Rekenkamer eens dat deze veranderingen duidelijk maken hoe belangrijk het is voor de gemeenschappelijke ondernemingen om een specifieke risicogebaseerde aanpak van subsidiebeheer uit te voeren of aan te passen;

31.

is ingenomen met de toezegging van de Gemeenschappelijke Onderneming om de nieuwe risicofactoren die voortvloeien uit het kader van Horizon Europa aan te pakken en haar nieuwe risicogebaseerde aanpak van controles vooraf aan te passen en nieuwe risicogebaseerde instrumenten in te voeren voor het beoordelen van risico’s op projectniveau en voor nieuwkomers; verzoekt de Gemeenschappelijke Onderneming in haar jaarlijks activiteitenverslag 2023 informatie over deze activiteiten te verstrekken;

Aanbestedingen en personeel

32.

merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming zich vanwege haar opschalingsactiviteiten heeft geconcentreerd op het beheer van haar bestaande overeenkomsten die worden gedekt door beleidskredieten en op de selectie van de aanbieders van specifieke programmabeheerdiensten, en dat de Gemeenschappelijke Onderneming bijgevolg heeft besloten de indicatieve data van sommige operationele aanbestedingen over te hevelen naar het eerste kwartaal van 2023;

33.

stelt vast dat de door de Gemeenschappelijke Onderneming goedgekeurde personeelsformatie voor 2022 ruimte biedt voor 37 tijdelijke functionarissen, 1 arbeidscontractant en 2 gedetacheerde nationale deskundigen, zoals bepaald in de jaarlijkse algemene begroting van de Europese Unie voor de Europese Commissie;

34.

merkt op dat de doeltreffende toewijzing van personeel ook in 2022 een prioriteit bleef voor de Gemeenschappelijke Onderneming en dat zij haar inspanningen heeft gericht op de beroeps- en loopbaanontwikkeling van haar personeel, naast het waarborgen van de meest economische, efficiënte en effectieve inzet van het toegewezen personeel;

35.

merkt op dat het percentage vacatures eind 2022 8,1 % bedroeg; maakt uit het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag op dat, aangezien de personeelsformatie van de Gemeenschappelijke Onderneming slechts 37 tijdelijke posten telt, het desbetreffende percentage vacatures door elk vertrek van tijdelijk personeel met 2,7 % toeneemt;

36.

stelt vast dat de uitvoering van de Sysper-module “Job information system” in 2022 van start is gegaan; maakt uit het geconsolideerde jaarverslag van de activiteiten op dat de Gemeenschappelijke Onderneming in 2023 de invoering van het Sysper-systeem voor personeelsbeheer zal voltooien;

37.

merkt op dat de Gemeenschappelijke Onderneming zich met betrekking tot het genderevenwicht en het geografische evenwicht blijft inzetten om ervoor te zorgen dat haar algemene evenwicht stabiel blijft; merkt op dat eind 2022 59 % van de 37 personeelsleden vrouw en 41 % man was, met 15 nationaliteiten;

Follow-up van de opmerkingen van voorgaande jaren

38.

stelt vast dat de “opmerkingen” in de specifieke jaarverslagen over de gemeenschappelijke ondernemingen in feite “geen tijdgebonden aanbevelingen” van de Rekenkamer zijn; merkt op dat de Rekenkamer jaarlijks gevolg geeft aan deze opmerkingen door hun status als “openstaand” of “afgesloten” te beoordelen;

39.

is ingenomen met het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming corrigerende maatregelen heeft genomen naar aanleiding van de opmerkingen van de Rekenkamer van 2021.

(1)  Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014 (PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17).

(2)  Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar) (PB L 64 van 2.3.2007, blz. 1).

(3)  Verordening (EU) nr. 721/2014 van de Raad van 16 juni 2014 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 219/2007 betreffende de oprichting van een Gemeenschappelijke Onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (Sesar), voor wat de verlenging van de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming tot 2024 betreft (PB L 192 van 1.7.2014, blz. 1).

(4)   https://www.sesarju.eu/node/4509.

(5)  Dit omvat niet-gebruikte kredieten van voorgaande jaren die opnieuw in de begroting van het jaar 2022 zijn opgenomen, bestemmingsontvangsten en herschikkingen naar het volgende jaar.

(6)  Geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag (blz. 59).

(7)  Geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag, hoofdstuk 4.1.1.2.3.

(8)  Voor bij de begunstigden getoetste subsidiebetalingsverrichtingen bedraagt de meldingsdrempel voor kwantificeerbare fouten 1 % van de gecontroleerde kosten.

(9)  Volgens paragraaf 3.2.2 over versterkte monitoring in de CIC-richtsnoeren (gemeenschappelijk implementatiecentrum (Common Implementation Centre) van DG RTD van de Commissie) voor controles vooraf in het kader van Horizon 2020 ondersteunt het instrument voor versterkte monitoring ambtenaren die te maken hebben met subsidies (projectmedewerkers, financiële ambtenaren en juridische ambtenaren) bij het uitvoeren van een risicobeoordeling van projecten of begunstigden.


ELI: http://data.europa.eu/eli/res/2024/2374/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)