|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2024/2592 |
30.9.2024 |
BESLUIT (EU) 2024/2592 VAN DE RAAD
van 26 september 2024
betreffende het namens de Europese Unie in antwoord op de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) uitgegeven staatsbrief in te nemen standpunt met betrekking tot de herziening van de aansprakelijkheidsgrenzen door de ICAO uit hoofde van artikel 24 van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (het Verdrag van Montreal)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (het “Verdrag van Montreal”), gedaan te Montreal op 28 mei 1999, is door de Unie gesloten en goedgekeurd bij Besluit 2001/539/EG van de Raad (1). |
|
(2) |
Op grond van artikel 24, lid 1, van het Verdrag van Montreal herziet de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO), als depositaris van het Verdrag van Montreal, elke vijf jaar de in de artikelen 21, 22 en 23 vastgestelde aansprakelijkheidsgrenzen. |
|
(3) |
Naar aanleiding van de laatste herziening door de ICAO moeten de in artikel 21 en artikel 22, leden 1, 2 en 3, van het Verdrag van Montreal vastgestelde aansprakelijkheidsgrenzen worden aangepast, zoals uiteengezet in de door de ICAO uitgegeven staatsbrief LE 3/38.1-IND/24/4 van 28 juni 2024 (de “ICAO-staatsbrief”). Volgens de ICAO-staatsbrief worden die aanpassingen zes maanden na de kennisgeving van kracht voor alle staten die partij zijn bij het verdrag, tenzij een meerderheid van de staten die partij zijn bij het verdrag binnen drie maanden na die kennisgeving hun afkeuring kenbaar maakt bij de ICAO. |
|
(4) |
Het is passend het namens de Unie in de ICAO in te nemen standpunt te bepalen, aangezien de herziene aansprakelijkheidsgrenzen bindend zullen zijn uit hoofde van het internationaal recht, overeenkomstig artikel 21 en artikel 22, leden 1, 2 en 3, van het Verdrag van Montreal, en aangezien het Verdrag van Montreal integrerend deel uitmaakt van de rechtsorde van de Unie. |
|
(5) |
Gezien de technische aard van die herziening, die de duidelijk omschreven berekeningsmethode van het Verdrag van Montreal volgt, is er voor de Unie geen reden om bezwaar te maken tegen de herziening. |
|
(6) |
Daarom moet het namens de Unie in te nemen standpunt, erin bestaan geen afkeuring van de voorgestelde nieuwe aansprakelijkheidsgrenzen, zoals uiteengezet in de ICAO-staatsbrief, kenbaar te maken, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in antwoord op staatsbrief LE 3/38.1-IND/24/4, die op 28 juni 2024 door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie is uitgegeven, in te nemen standpunt houdt in dat geen afkeuring van de voorgestelde nieuwe aansprakelijkheidsgrenzen, zoals uiteengezet in die staatsbrief, kenbaar zal worden gemaakt.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel, 26 september 2024.
Voor de Raad
De voorzitter
LÓGA M.
(1) Besluit 2001/539/EG van de Raad van 5 april 2001 inzake de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) (PB L 194 van 18.7.2001, blz. 38).
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/2592/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)