Brussel, 28.8.2025

COM(2025) 471 final

2025/0261(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de aanpassing van de douanerechten op de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en de opening van tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Op 27 juli 2025 hebben de Europese Unie en de Verenigde Staten een politiek akkoord bereikt over hun handelsbetrekkingen en op 21 augustus 2025 hebben zij een gezamenlijke verklaring afgelegd waarin het kader van de Verenigde Staten en de Europese Unie voor een overeenkomst inzake wederzijdse, eerlijke en evenwichtige handel werd aangekondigd (“gezamenlijke verklaring”). Als gevolg daarvan hebben de Verenigde Staten zich ertoe verbonden bepaalde tarieven die van toepassing zijn op uit de Unie ingevoerde producten in overeenstemming met dat politieke akkoord te wijzigen, waarbij het van toepassing zijnde tarief zou worden verlaagd tot een algemeen tariefplafond van 15 %. Bij presidentieel besluit nr. 14326 van de Verenigde Staten van 31 juli 2025 wordt deze verbintenis met ingang van 7 augustus 2025 uitgevoerd. Met ingang van 1 september 2025 zullen de Verenigde Staten voorts alleen het meestbegunstigingstarief toepassen op bepaalde producten uit de Unie, zoals niet-beschikbare natuurlijke hulpbronnen (waaronder kurk), alle luchtvaartuigen en onderdelen daarvan, generieke geneesmiddelen en de ingrediënten daarvan en chemische precursoren. De Unie en de Verenigde Staten zullen ook nagaan of andere sectoren en producten die belangrijk zijn voor hun economieën en waardeketens moeten worden opgenomen in de lijst van producten waarvoor alleen de meestbegunstigingstarieven zouden gelden. De Unie en de Verenigde Staten beschouwen deze gezamenlijke verklaring als een eerste stap in een proces dat gaandeweg verder kan worden uitgebreid tot andere gebieden, om de markttoegang te blijven verbeteren en hun handels- en investeringsbetrekkingen te versterken.

In het kader van het politieke akkoord, en zoals vastgelegd in de gezamenlijke verklaring van 21 augustus 2025, heeft de Unie het voornemen geuit de tarieven voor alle industriële goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten af te schaffen en preferentiële markttoegang te verlenen voor bepaalde visserij- en landbouwproducten.

Met het oog op de uitvoering van de politieke verbintenissen van de Unie wordt met dit voorstel beoogd af te zien van de toepassing van douanerechten op alle industriële goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en te voorzien in preferentiële markttoegang voor bepaalde visserij- en landbouwproducten van oorsprong uit de Verenigde Staten.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde verordening zou extra mogelijkheden creëren voor marktdeelnemers uit de Unie en de Verenigde Staten door geen douanerechten toe te passen of deze te verlagen, en zou een verslechtering van de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten voorkomen. Het voorstel is in overeenstemming met het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), dat bepaalt dat de Unie “de integratie van alle landen in de wereldeconomie [moet stimuleren], onder meer door het geleidelijk wegwerken van belemmeringen voor de internationale handel” 1 .

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel is in overeenstemming met andere beleidsterreinen van de Unie.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

Artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Overeenkomstig artikel 5, lid 3, VEU is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. De douane-unie en de gemeenschappelijk handelspolitiek behoren krachtens artikel 3, VWEU tot de gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Op grond van onder meer artikel 207, VWEU omvat de gemeenschappelijke handelspolitiek de onderhandelingen over handelsovereenkomsten en de vaststelling van handelspolitieke maatregelen, met inbegrip van tariefverlagingen.

•Evenredigheid

Het voorstel van de Commissie is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en is noodzakelijk in het licht van de doelstelling om een verslechtering van de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten te voorkomen.

•Keuze van het instrument

Verordening van het Europees Parlement en de Raad.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

•Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing.

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing.

•Effectbeoordeling

In het licht van de politieke toezegging van Commissievoorzitter Von der Leyen en president Trump van 27 juli 2025 en de gezamenlijke verklaring van 21 augustus 2025, alsook de noodzaak om snel vooruitgang te boeken met de uitvoering van het politieke akkoord, is afgezien van een formele effectbeoordeling.

De snelle uitvoering van de verbintenissen van de Unie inzake markttoegang naar aanleiding van het politieke akkoord en de gezamenlijke verklaring zal ten goede komen van importeurs en ondernemingen in de Unie alsook van consumenten. De snelle uitvoering door de Unie in het kader van het politieke akkoord met de Verenigde Staten is van essentieel belang om de handelsbetrekkingen te stabiliseren en de verbintenissen van zowel de Unie als de Verenigde Staten kracht bij te zetten om ervoor te zorgen dat de marktdeelnemers uit de Unie concurrerend blijven op de markt van de Verenigde Staten.

Tot de verbintenissen van de Unie op grond van de gezamenlijke verklaring behoort de toekenning van een preferentiële tariefverlaging voor bepaalde producten van oorsprong uit de Verenigde Staten. Dit houdt in dat er geen douanerechten worden toegepast ten aanzien van de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten. Naast de reeds rechtenvrije behandeling van bepaalde industriële goederen, die in 2024 gold voor 66 % van alle industriële goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten, zullen op grond van deze verordening de douanerechten worden opgeschort voor de resterende industriële goederen, die in 2024 34 % van de invoer van industriële goederen vertegenwoordigden. Wat visserij- en landbouwproducten betreft, wordt voorgesteld alleen preferentiële markttoegang te verlenen voor niet-gevoelige landbouwproducten, wanneer het in het belang van de Unie is om de invoer te vergemakkelijken. Dat gebeurt via een gedeeltelijke liberalisering van bepaalde landbouwproducten en met behulp van tariefcontingenten.

Wat de digitale gevolgen van de verordening betreft, heeft het voorstel betrekking op de aanpassing van de douanerechten op de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten. Hoewel voor de uitvoering van de ingestelde procedures gebruik wordt gemaakt van digitale middelen, omvat het voorstel geen specifieke bindende vereisten die het gebruik ervan verplicht stellen. De voorgestelde procedures gaan volledig uit van de reeds bestaande technische en digitale systemen en het voorstel wijzigt die systemen niet. Op basis hiervan wordt geoordeeld dat voor dit beleidsinitiatief geen digitale relevantie vereist is. Het beginsel “standaard digitaal” wordt zoveel mogelijk in aanmerking genomen, namelijk door te bepalen dat de bestaande digitale middelen kunnen worden gebruikt voor de toepassing van dit voorstel.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

•Grondrechten

De voorgestelde verordening is in overeenstemming met de Verdragen en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, omdat zij de uitoefening van de grondrechten, zoals de vrijheid van beroep, niet zou beperken, aangezien de invoerrechten alleen zouden worden verlaagd en niet verhoogd. Waar de voorgestelde verordening voor bepaalde producten wel, maar voor andere niet, de invoerrechten verlaagt of tariefcontingenten opent, geschiedt die keuze op basis van een passende rechtsgrondslag. Wanneer de voorgestelde verordening de Commissie uitvoeringsbevoegdheden zou verlenen om de verlaging van de invoerrechten of de tariefcontingenten op te schorten, zou die opschorting slechts de juridische situatie herstellen die vóór de vaststelling van de voorgestelde verordening bestond.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De verdere liberalisering van de industriële tarieven alsook van niet-gevoelige landbouw- en visserijproducten zal een beperkt negatief effect hebben op de begroting van de Unie in de vorm van gederfde douanerechten als gevolg van de tariefliberalisering voor de producten die onder de tariefposten in de bijlage bij dit voorstel voor een verordening vallen.

Uitgaande van het jaar 2024 wordt het totale effect van de gederfde rechten als gevolg van de opschorting van de tarieven op goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten op de begroting van de Unie geraamd op 3,6 miljard EUR 2 . In totaal zijn er drie categorieën goederen: landbouwproducten, visserijproducten en industriële producten. Voor landbouwproducten wordt het totale verlies aan douane-ontvangsten geraamd op 230 miljoen EUR, als gevolg van zowel liberalisaties als tariefcontingenten. Het verlies voor de begroting van de Unie wordt derhalve geraamd op 172,5 miljoen EUR. Voor visserijproducten uit de Verenigde Staten wordt het totale verlies aan ontvangsten als gevolg van gederfde rechten geraamd op 63 miljoen EUR, wat betekent dat het geraamde verlies voor de begroting van de Unie ongeveer 47 miljoen EUR bedraagt. Voor industriële goederen uit de Verenigde Staten zouden de ontvangsten uit gederfde rechten naar schatting 4,6 miljard EUR bedragen, wat neerkomt op een verlies voor de begroting van de Unie van 3,4 miljard EUR.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing.

•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

•Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 voorziet in de aanpassing van de douanerechten voor in de bijlagen I en II bij deze verordening vermelde goederen die in de Unie worden ingevoerd en van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten.

Artikel 1 voorziet voorts in de invoering van een systeem van gedeeltelijke liberalisering voor bepaalde in bijlage II bij de voorgestelde verordening vermelde goederen die in de Unie worden ingevoerd en van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten.

Artikel 2 voorziet in de opening van tariefcontingenten voor de invoer van in bijlage III bij de voorgestelde verordening vermelde goederen die in de Unie worden ingevoerd en van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten. In het artikel wordt de in bijlage III vermelde tariefcontingentregeling uiteengezet, die voorziet in de specifieke contingentrechten, de omvang van de contingenten voor die goederen en het beheer van die contingenten.

Artikel 3 voorziet in de gehele of gedeeltelijke opschorting, onder de in artikel 3 uiteengezette omstandigheden, van de in artikel 1 bedoelde aanpassing van de douanerechten en de in artikel 2 bedoelde tariefcontingenten. In het artikel wordt bepaald dat opschorting afhankelijk is van de vaststelling van een uitvoeringshandeling door de Commissie overeenkomstig de desbetreffende procedures.

In artikel 4 wordt bepaald dat de comitéprocedure moet worden gevolgd voor een dergelijke opschorting van de aanpassing van de douanerechten, de gedeeltelijke liberalisering en de tariefcontingenten.

Artikel 5 bevat de regels die van toepassing zijn bij het vaststellen van de oorsprong van een goed.

Artikel 6 bevat nadere informatie over de inwerkingtreding van het voorstel voor een verordening.

2025/0261 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de aanpassing van de douanerechten op de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en de opening van tariefcontingenten voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Unie en de Verenigde Staten van Amerika (de “Verenigde Staten”) hebben de omvangrijkste en diepste bilaterale handels- en investeringsbetrekkingen ter wereld en hebben sterk geïntegreerde economieën. De totale wederzijdse handel tussen beide partijen vertegenwoordigde in 2024 meer dan 1,6 biljoen EUR. Dit diepe en brede partnerschap wordt geschraagd door aanzienlijke wederzijdse investeringen op elkaars markten ter waarde van ongeveer 5,3 biljoen EUR.

(2)Op 21 augustus 2025 hebben de Unie en de Verenigde Staten een gezamenlijke verklaring afgelegd over een kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten inzake wederzijdse, eerlijke en evenwichtige handel (“de gezamenlijke verklaring”) 3 . In de gezamenlijke verklaring hebben de Verenigde Staten zich ertoe verbonden bepaalde tarieven die van toepassing zijn op uit de Unie ingevoerde producten in overeenstemming met dat politieke akkoord te wijzigen, waarbij het van toepassing zijnde tarief zou worden verlaagd tot een algemeen tariefplafond van 15 %. Bij presidentieel besluit nr. 14326 van de Verenigde Staten van 31 juli 2025 wordt die verbintenis met ingang van 7 augustus 2025 uitgevoerd. Met ingang van 1 september 2025 zullen de Verenigde Staten voorts alleen het meestbegunstigingstarief toepassen op bepaalde producten uit de Unie, zoals niet-beschikbare natuurlijke hulpbronnen (waaronder kurk), alle luchtvaartuigen en onderdelen daarvan, generieke geneesmiddelen en de ingrediënten daarvan en chemische precursoren. De Unie en de Verenigde Staten hebben ook toegezegd na te zullen gaan of andere sectoren en producten die belangrijk zijn voor hun economieën en waardeketens moeten worden opgenomen in de lijst van producten waarvoor alleen de meestbegunstigingstarieven zouden gelden.

(3)De Unie en de Verenigde Staten beschouwen de gezamenlijke verklaring als een eerste stap in een proces dat gaandeweg verder kan worden uitgebreid tot andere gebieden, om de markttoegang te blijven verbeteren en hun handels- en investeringsbetrekkingen te versterken.

(4)De Unie heeft zich ertoe verbonden de tarieven voor alle industriële goederen uit de Verenigde Staten af te schaffen en preferentiële markttoegang te verlenen voor een breed scala aan Amerikaanse visserij- en landbouwproducten, waaronder noten, zuivelproducten, verse en verwerkte vruchten en groenten, verwerkte levensmiddelen, zaaizaad, sojaolie en varkens- en bizonvlees. De Unie en de Verenigde Staten hebben toegezegd te onderhandelen over oorsprongsregels die van toepassing zouden zijn op deze handelsvoordelen.

(5)Dienovereenkomstig moet de Unie de douanerechten op de invoer van bepaalde goederen aanpassen en tariefcontingenten openen voor de invoer van bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten door preferentiële tariefmaatregelen vast te stellen als bedoeld in artikel 56 van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad 4 .

(6)De aangepaste douanerechten en de tariefcontingenten moeten van toepassing zijn zolang de Verenigde Staten de gezamenlijke verklaring daadwerkelijk uitvoeren.

(7)Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend om de toepassing van deze verordening in specifieke omstandigheden op te schorten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 5 .

(8)De oorsprong van een goed moet worden vastgesteld overeenkomstig de toepasselijke wetgeving van de Unie, met name artikel 59 van Verordening (EU) nr. 952/2013, totdat regels inzake preferentiële oorsprong zoals bedoeld in artikel 64, leden 2 en 3, van die verordening zijn vastgesteld om uitvoering te geven aan het resultaat van de in de gezamenlijke verklaring vermelde onderhandelingen over de oorsprongsregels.

(9)Gelet op het belang om verstoring van de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de Unie en de Verenigde Staten te voorkomen, moet deze verordening in werking treden op de dag na de dag van de bekendmaking ervan,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Aanpassing van douanerechten

1.Het toepasselijke douanerecht van het gemeenschappelijk douanetarief op de invoer in de Unie van de goederen die zijn ingedeeld onder de in bijlage I vermelde codes van de gecombineerde nomenclatuur (GN) en die van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten, bedraagt 0 %.

2.De ad-valoremcomponent in het kader van het gemeenschappelijk douanetarief wordt niet toegepast bij de invoer in de Unie van de goederen die zijn ingedeeld onder de in bijlage II vermelde GN-codes en die van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten. Het specifieke recht op goederen van oorsprong dat wordt toegepast wanneer de prijs bij invoer onder de invoerprijs daalt, wordt gehandhaafd.

Artikel 2

Opening van tariefcontingenten

1.Er worden tariefcontingenten van de Unie (“contingenten”) geopend voor de invoer in de Unie van de goederen die zijn ingedeeld onder de in bijlage III vermelde GN‑codes en die van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten.

2.Binnen de in lid 1 van dit artikel bedoelde contingenten zijn de in artikel 56, lid 2, punt e), van Verordening (EU) nr. 952/2013 bedoelde preferentiële rechten de in de kolom “contingentrecht” vermelde rechten tot maximaal de in bijlage III bij deze verordening vermelde totale omvang van de contingenten. De totale omvang van elk contingent geldt voor perioden van twaalf maanden die aanvangen op de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.De in bijlage III bij deze verordening bedoelde invoercontingenten worden door de Commissie en de lidstaten beheerd overeenkomstig het in de artikelen 49 tot en met 54 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie voorziene beheersysteem voor tariefcontingenten 6 .

Artikel 3

Opschorting

1.De Commissie kan in de volgende omstandigheden een uitvoeringshandeling vaststellen waarbij de toepassing van artikel 1 of artikel 2 geheel of gedeeltelijk wordt opgeschort:

a)wanneer de Verenigde Staten de gezamenlijke verklaring niet uitvoeren of anderszins de doelstellingen van de gezamenlijke verklaring ondermijnen, de toegang van marktdeelnemers uit de Unie tot de markt van de Verenigde Staten ondermijnen of de handels- en investeringsbetrekkingen tussen de Unie en de Verenigde Staten anderszins verstoren;

b)wanneer er voldoende aanwijzingen zijn dat de Verenigde Staten in de toekomst zullen handelen op wijze als bedoeld bij punt a);

c)wanneer de aanpassing van de douanerechten als bedoeld in artikel 1 of de opening van tariefcontingenten als bedoeld in artikel 2 leidt tot een zodanige toename van de invoer van goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten, in absolute termen of in verhouding tot de binnenlandse productie, en onder zodanige voorwaarden dat de interne bedrijfstak van de Unie ernstige schade lijdt of dreigt te lijden;

d)wanneer de objectieve omstandigheden zijn gewijzigd ten opzichte van de objectieve omstandigheden die bestonden op het moment waarop de gezamenlijke verklaring werd afgegeven.

Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling is van toepassing zolang de in lid 1 bedoelde omstandigheden aanhouden.

Artikel 4

Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 7 van Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad 7 opgerichte Comité inzake handelsbelemmeringen.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 5

Oorsprongsregels

Voor de toepassing van deze verordening wordt de oorsprong van een goed vastgesteld overeenkomstig artikel 59 van Verordening (EU) nr. 952/2013 totdat regels inzake preferentiële oorsprong zoals bedoeld in artikel 64, leden 2 en 3, van die verordening zijn vastgesteld.

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)3

1.3.Doelstelling(en)3

1.3.1.Algemene doelstelling(en)3

1.3.2.Specifieke doelstelling(en)3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERSMAATREGELEN7

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen7

2.2.Beheers- en controlesystemen7

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie7

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken7

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).7

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden7

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF8

3.1.Benaming van het voorstel8

3.2.Begrotingsonderdelen8

3.3.Financiële gevolgen 8

4.ANDERE OPMERKINGEN9

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en tot opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

Handel

1.3.Doelstelling(en)

1.3.1.Algemene doelstelling(en)

Marktdeelnemers uit de Unie en de Verenigde Staten extra mogelijkheden bieden en een verslechtering van de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten voorkomen door tarieven niet toe te passen of ze te verlagen.

1.3.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr.

Aanpassing van de douanerechten en opening van autonome tariefcontingenten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten om uitvoering te geven aan de verbintenissen van de Unie in het kader van het politieke akkoord tussen de Unie en de Verenigde Staten van 31 juli 2025 en de gezamenlijke verklaring van 21 augustus 2025.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Het verwachte resultaat is dat bepaalde douanerechten niet worden toegepast door de tarieven voor alle industriële goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten op te schorten en dat er preferentiële markttoegang wordt verleend voor bepaalde visserij- en landbouwproducten. Met deze preferentiële tariefverlagingen geeft de Unie uitvoering aan haar verbintenissen inzake markttoegang die voortvloeien uit het politieke akkoord en de gezamenlijke verklaring van respectievelijk 31 juli 2025 en 21 augustus 2025. Ze behelzen een rechtenvrije behandeling voor de overige industriële goederen die nog niet van rechten zijn vrijgesteld en die in 2024 goed waren voor 34 % van de invoer van industriële goederen. Wat visserij- en landbouwproducten betreft wordt voorgesteld alleen preferentiële markttoegang te verlenen voor niet-gevoelige landbouwproducten, wanneer het in het belang van de Unie is om de invoer te vergemakkelijken, door gedeeltelijke liberalisering van de invoer van bepaalde landbouwproducten en door middel van tariefcontingenten. De snelle uitvoering door de Unie in het kader van het politieke akkoord met de Verenigde Staten zal naar verwachting de handelsbetrekkingen stabiliseren en de verbintenissen van zowel de Unie als de Verenigde Staten kracht bijzetten om ervoor te zorgen dat de ondernemingen uit de Unie concurrerend blijven op de Amerikaanse markt.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

Niet van toepassing, aangezien het enige doel is de douanerechten op bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten aan te passen en tariefcontingenten van de Unie te openen voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 8

 de verlenging van een bestaande actie

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De voorgestelde verordening moet zo spoedig mogelijk volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld en zo spoedig mogelijk in werking treden.

Het is de bedoeling dat de verordening in werking treedt op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Overeenkomstig artikel 5, lid 3, VEU is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. De douane-unie en de gemeenschappelijk handelspolitiek behoren krachtens artikel 3, VWEU tot de gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Op grond van onder meer artikel 207, VWEU omvat de gemeenschappelijke handelspolitiek de onderhandelingen over handelsovereenkomsten en de vaststelling van handelspolitieke maatregelen, met inbegrip van tariefverlagingen.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Gelet op het ongekende niveau van de eenzijdige Amerikaanse tarieven die ongeveer 70 % van de uitvoer uit de EU naar de Verenigde Staten treffen, en de lopende onderzoeken van de VS op grond van Section 232, die gevolgen zouden hebben voor ongeveer 97 % van de uitvoer uit de EU naar de Verenigde Staten indien douanerechten zouden worden opgelegd, is het van essentieel belang om verbintenissen inzake preferentiële markttoegang aan te gaan om de handelsbetrekkingen met de Verenigde Staten te stabiliseren, zoals bepaald in het politieke akkoord van 27 juli 2025. In overeenstemming met hun eigen verbintenissen in het kader van het politieke akkoord hebben de Verenigde Staten het overeengekomen algemene tariefplafond van 15 % voor de meeste goederen waarop wederkerige tarieven van de VS van toepassing waren, reeds ingevoerd middels een op 31 juli uitgevaardigd presidentieel besluit dat sinds 7 augustus 2025 van kracht is. De uitvoering van de voorgestelde verordening zal derhalve de verbintenissen van het politieke akkoord van 27 juli 2025 consolideren en de uitvoering ervan bevorderen.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

N.v.t.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

N.v.t.

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan

beperkte geldigheidsduur

–    van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

–    financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten

Onbeperkte geldigheidsduur

–Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2025 tot en met JJJJ,

–gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting

 Direct beheer door de Commissie

– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

–    door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

– derde landen of de door hen aangewezen organen

– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

– publiekrechtelijke organen

– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

–in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

N.v.t.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

Niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en om de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

2.2.Beheers- en controlesystemen

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en om de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en om de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

Niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en om de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

Niet van toepassing, aangezien het hier gaat om een aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten en om de opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten.

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Benaming van het voorstel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpassing van de douanerechten voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika en tot opening van tariefcontingenten van de Unie voor bepaalde goederen van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika

3.2.Begrotingsonderdelen

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten (hoofdstuk/artikel/post):

Begroot bedrag voor het desbetreffende jaar: 21 082 004 566 EUR

(alleen in geval van bestemmingsontvangsten):

De ontvangsten worden toegewezen aan het volgende begrotingsonderdeel voor uitgaven (hoofdstuk/artikel/post):

3.3.Financiële gevolgen

   Het voorstel heeft geen financiële gevolgen

☑     Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten

   Het voorstel heeft financiële gevolgen voor de bestemmingsontvangsten,

namelijk:

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten

Gevolgen voor ontvangsten 9

Periode van XX maanden, met ingang van dd.mm.jjjj (indien van toepassing)

Jaar N

Hoofdstuk 12, artikel 120 – Douanerechten en andere rechten bedoeld in artikel 2, lid 1, punt a), van Besluit 2014/335/EU, Euratom

–12 miljard EUR

Vier maanden met ingang van 1.9.2025

2025

Situatie na de actie

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten

2026

2027

2028

2029

2030

Hoofdstuk 12, artikel 120

–3,9 miljard EUR

–3,9 miljard EUR

–3,9 miljard EUR

–3,9 miljard EUR

–3,9 miljard EUR

(Alleen in geval van bestemmingsontvangsten, op voorwaarde dat het begrotingsonderdeel al bekend is):

Begrotingsonderdeel voor uitgaven 10

Jaar N

Jaar N+1

Hoofdstuk/artikel/post …

Hoofdstuk/artikel/post …

Begrotingsonderdeel voor uitgaven

[N+2]

[N+3]

[N+4]

[N+5]

Hoofdstuk/artikel/post …

Hoofdstuk/artikel/post …

4.ANDERE OPMERKINGEN

De waarde van de gederfde rechten werd berekend door de invoer uit de VS waarop momenteel rechten van toepassing zijn, te vermenigvuldigen met het handelsgewogen gemiddelde recht. Er is een verschil tussen de totale gederfde rechten en het verlies aan ontvangsten voor de begroting van de Unie, aangezien de lidstaten 25 % van de geïnde rechten mogen houden als compensatie voor de administratieve lasten.

(1)    Artikel 21, lid 2, punt e), VEU.
(2)    De waarde van de gederfde rechten werd berekend door de invoer uit de VS waarop momenteel rechten van toepassing zijn, te vermenigvuldigen met het handelsgewogen gemiddelde recht. Er is een verschil tussen de totale gederfde rechten en het verlies aan ontvangsten voor de begroting van de Unie, aangezien de lidstaten 25 % van de geïnde rechten mogen houden als compensatie voor de inningskosten.
(3)     Joint Statement on a United States-European Union framework on an agreement on reciprocal, fair and balanced trade (Gezamenlijke verklaring over een kader van de Verenigde Staten en de Europese Unie voor een overeenkomst inzake wederzijdse, eerlijke en evenwichtige handel) – Europese Commissie , link: https://policy.trade.ec.europa.eu/news/joint-statement-united-states-european-union-framework-agreement-reciprocal-fair-and-balanced-trade-2025-08-21_en .
(4)    Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
(5)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren ( PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13 , ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj ).
(6)    Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(7)    Verordening (EU) 2015/1843 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2015 tot vaststelling van procedures van de Unie op het gebied van de gemeenschappelijke handelspolitiek met het oog op de handhaving van de rechten die de Unie ontleent aan internationale regelingen voor het handelsverkeer, in het bijzonder die welke onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werden vastgesteld (codificatie) (PB L 272 van 16.10.2015, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2015/1843/oj ).
(8)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of punt b), van het Financieel Reglement.
(9)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
(10)    Alleen te gebruiken indien nodig.