EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 15.7.2024
COM(2024) 297 final
2024/0165(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad met betrekking tot wijzigingen van bijlage 3 bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft een besluit van de Raad tot bepaling van het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad die is opgericht bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, betreffende wijzigingen van bijlage 3 daarbij.
Bij het besluit wordt de lijst van oorsprongverlenende be- of verwerkingen van niet-oorsprongsmaterialen (“productspecifieke oorsprongsregels”) aan het geharmoniseerd systeem (“GS”) 2022 aangepast.
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK
De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (“de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 en op 1 mei 2021 in werking getreden.
2.2.De Partnerschapsraad
Krachtens de artikelen 7 en 68 van de overeenkomst kan de Partnerschapsraad hoofdstuk 2 “Oorsprongsregels” van titel I “Handel in goederen” van deel 2 “Handel, vervoer, visserij en andere regelingen” en de bijlagen zoals bijlage 3 wijzigen om de doelstellingen van de overeenkomst beter te helpen verwezenlijken. Het Gespecialiseerd Handelscomité voor douanesamenwerking en oorsprongsregels tussen de EU en het VK (“het handelscomité”) heeft de voorbereidende werkzaamheden ter zake tijdens zijn derde vergadering op 27 september 2023 afgerond en dient door toepassing van artikel 8, lid 3, punt c), van de overeenkomst bij de Partnerschapsraad voorstellen tot wijziging van bijlage 3 in.
Op 21 december 2023 heeft de Partnerschapsraad Besluit 1/2023 vastgesteld, op grond waarvan bijlage 3 bij de overeenkomst wat de productcategorieën betreft (namelijk die opgenomen in bijlage 5 bij de overeenkomst) tot en met 1 januari 2032 niet mag worden gewijzigd. In artikel 1 van dat besluit is echter één uitzondering bepaald: indien de wijziging het gevolg is van een actualisering van het GS. Bovendien zijn in dit geval geen wijzigingen voorzien met betrekking tot de in bijlage 5 bij de overeenkomst vermelde producten.
De Partnerschapsraad zal één handeling vaststellen.
Op 1 januari 2022 zijn wijzigingen aangebracht in de nomenclatuur die in het Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen is vastgesteld.
De partijen bij de overeenkomst zijn overeengekomen dat de omschrijving van de hoofdstukken, posten of onderverdelingen van het GS en de productspecifieke oorsprongsregels in bijlage 3 bij de overeenkomst moeten worden geactualiseerd om met de aanpassingen in het GS 2022 overeen te stemmen.
Het doel van de beoogde handeling is bijlage 3 bij de overeenkomst te wijzigen om die te laten aansluiten op de GS-versie van 2022 wat de omschrijving van de GS-posten en de productspecifieke oorsprongsregels betreft.
Daarom moet bijlage 3 bij de overeenkomst worden gewijzigd. Deze wijzigingen leiden niet tot materiële wijzigingen van de oorsprongsregels die bij de onderhandelingen zijn overeengekomen.
De beoogde handeling wordt bindend overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt c), en artikel 68 van de overeenkomst, waarin is bepaald dat de Partnerschapsraad bijlagen zoals bijlage 3 kan wijzigen.
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
Deze voorgestelde maatregel heeft betrekking op de productspecifieke oorsprongsregels van bijlage 3. Door de inwerkingtreding van het GS 2022 op 1 januari 2022 zijn die nu achterhaald. Dienovereenkomstig heeft het handelscomité tijdens de derde vergadering op 27 september 2023 overeenstemming bereikt over de actualisering van bijlage 3 om deze op het GS 2022 te laten aansluiten.
Actualisering van bijlage 3
De lijst van oorsprongverlenende be- of verwerkingen van niet-oorsprongsmaterialen is opgenomen in bijlage 3. De actualisering van bijlage 3 houdt rekening met wijzigingen in het GS 2022 in de formulering van bepaalde hoofdstukken, posten of onderverdelingen van het GS, en met de aanpassing van bepaalde productspecifieke oorsprongsregels.
Het voorgestelde besluit van de Raad over het namens de Europese Unie in de Partnerschapsraad in te nemen standpunt betreft de wijzigingen van bijlage 3 bij de overeenkomst.
Het is een goede praktijk van de Europese Unie om de productspecifieke oorsprongsregels te actualiseren in overeenstemming met de vijfjaarlijkse actualisering in het GS.
4.Rechtsgrondslag
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van de “standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen ook instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
De Partnerschapsraad is een lichaam dat is opgericht bij een overeenkomst, namelijk de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds.
De door de Partnerschapsraad vast te stellen handeling, in dit geval een besluit, is conform de artikelen 7 en 68 van de overeenkomst een handeling met rechtsgevolgen.
De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag van het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
Het voorstel heeft betrekking op de uitvoering van een preferentiële handelsovereenkomst die is gesloten als onderdeel van het gemeenschappelijk handelsbeleid, waarvoor de Unie exclusief bevoegd is.
De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid van de Unie.
De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
5.Bekendmaking van de beoogde handeling
Aangezien de handeling van de Partnerschapsraad bijlage 3 bij de overeenkomst wijzigt, met daarin de productspecifieke oorsprongsregels, die voor tal van externe belanghebbenden van belang zijn, is het passend die handeling na de vaststelling ervan bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2024/0165 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad met betrekking tot wijzigingen van bijlage 3 bij de Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (“de overeenkomst”) is door de Unie gesloten bij Besluit (EU) 2021/689 van de Raad van 29 april 2021 en op 1 mei 2021 in werking getreden.
(2)Deel 2, titel I, hoofdstuk 2, van en de bijlagen 2 tot en met 9 bij de overeenkomst bevatten bepalingen over de definitie van producten van oorsprong en methoden van administratieve samenwerking.
(3)Overeenkomstig artikel 7, lid 4, punt c), en artikel 68 van de overeenkomst kan de in het kader van de overeenkomst opgerichte Partnerschapsraad hoofdstuk 2 “Oorsprongsregels” van titel I “Handel in goederen” van deel 2 “Handel, vervoer, visserij en andere regelingen” en de bijlagen daarbij wijzigen, zoals bijlage 3, waarin de productspecifieke oorsprongsregels (d.w.z. de respectievelijk uit te voeren oorsprongverlenende be- of verwerkingen van niet-oorsprongsmaterialen) zijn vastgesteld en die momenteel op de versie van het geharmoniseerd systeem (“GS”) 2017 is gebaseerd.
(4)De Partnerschapsraad moet een besluit vaststellen tot wijziging van bijlage 3 om de formulering van bepaalde hoofdstukken, posten of onderverdelingen te laten aansluiten op en de productspecifieke oorsprongsregels aan te passen aan de GS-versie van 2022. Omwille van de duidelijkheid en gezien het aantal wijzigingen dat in de bijlage moet worden aangebracht, moet de bijlage in haar geheel worden vervangen.
(5)In Besluit 1/2023 heeft de Partnerschapsraad bepaald dat bijlage 3 bij de overeenkomst niet mag worden gewijzigd voor de in bijlage 5 bij de overeenkomst vermelde producten, behalve indien de wijziging het gevolg is van actualiseringen van het GS. Ook zijn in dit geval geen wijzigingen voorzien met betrekking tot de in bijlage 5 bij de overeenkomst vermelde producten. Het aan dit besluit gehechte besluit van de Partnerschapsraad is derhalve in elk geval in overeenstemming met Besluit 1/2023 van de Partnerschapsraad.
(6)De goedkeuring van het besluit door de Partnerschapsraad vindt naar verwachting plaats in het derde kwartaal van 2024.
(7)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Partnerschapsraad, aangezien het besluit rechtsgevolgen in de Unie zal hebben,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het namens de Unie in de Partnerschapsraad in te nemen standpunt is gebaseerd op het ontwerpbesluit van de Partnerschapsraad dat als bijlage 1 aan dit besluit is gehecht.
Artikel 2
Na de vaststelling ervan wordt het in artikel 1 genoemde besluit van de Partnerschapsraad bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter