EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 13.6.2025
COM(2025) 313 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst
(EED)
BIJLAGE
ONTWERPBESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. […]
van […]
tot wijziging van bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie) en bijlage IV (Energie) bij de EER-overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (“de EER-Overeenkomst”), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(2)Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 houdende wijziging van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(3)De EVA-staten zijn niet opgenomen in het EU-kerndoel inzake energie-efficiëntie van 20 % energiebesparing tegen 2020. Artikel 3 van Richtlijn 2012/27/EU moet van toepassing zijn op de EVA-staten, met uitzondering van de bepalingen in artikel 3, lid 1, punt a), en artikel 3, lid 5.
(4)De EVA-staten zijn niet opgenomen in de kerndoelen van de EU inzake energie-efficiëntie voor 2030 van ten minste 32,5 %. Artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2012/27/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/2002, moet derhalve niet van toepassing zijn op de EVA-staten. De EVA-staten stellen in plaats daarvan nationale indicatieve energie-efficiëntiestreefcijfers voor 2030 vast.
(5)De afwijkingen voor IJsland hebben tot doel ervoor te zorgen dat energie-efficiëntiemaatregelen op kosteneffectieve en passende wijze worden uitgevoerd in het licht van de situatie van IJsland met een geïsoleerd en bijna fossielvrij energiesysteem, met een hoog niveau van voorzieningszekerheid en energieonafhankelijkheid. IJsland heeft een uitgebreide uitrol van hernieuwbare geothermische energie met bijzondere kenmerken, waardoor IJsland onder meer moet afwijken van bepaalde in de artikelen 9 bis, 9 ter en 9 quater opgenomen meetvoorschriften.
(6)Artikel 5 van Richtlijn 2012/27/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/2002, verwijst naar minimumnormen voor energieprestaties in artikel 4 van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen. IJsland is vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2010/31/EU overeenkomstig Besluit nr. 135/2022 van het Gemengd Comité van de EER. Daarom vloeien verplichtingen inzake de minimale energieprestatie van gebouwen voort uit de nationale wetgeving in IJsland.
(7)IJsland heeft een onevenredig groot aandeel van de energie-intensieve industrie, wat leidt tot een besparingsverplichting die verscheidene malen hoger ligt dan het EU-gemiddelde. 88 % van de primaire energie in IJsland is hernieuwbaar en de kosten van elektriciteit en warmte zijn laag, hetgeen minder mogelijkheden voor kostenoptimale besparingen met zich meebrengt. Daarom moet IJsland overeenkomstig artikel 7, lid 1, van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2030 elk jaar nieuwe energiebesparingen realiseren die gelijk zijn aan 0,24 % van het gemiddelde eindenergieverbruik gedurende de meest recente periode van drie jaar voorafgaand aan 1 januari 2019.
(8)IJsland heeft geen aardgasinfrastructuur en is vrijgesteld van Richtlijn 2009/73/EG betreffende de interne markt voor aardgas overeenkomstig Besluit nr. 93/2017 van het Gemengd Comité van de EER. Daarom zijn de artikelen 9 en 10 met betrekking tot meting van aardgas en factureringsinformatie voor aardgas niet van toepassing op IJsland.
(9)Richtlijn 2004/8/EG inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt is, wat IJsland betreft, niet van toepassing op geothermische warmtekrachtkoppeling overeenkomstig Besluit nr. 151/2006 van het Gemengd Comité van de EER. De artikelen 14 en 15 betreffende warmtekrachtkoppeling in Richtlijn 2012/27/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/2002, stemmen overeen met de artikelen betreffende warmtekrachtkoppeling in Richtlijn 2004/8/EG. IJsland dekt reeds 90 % van de totale vraag naar warmte met geothermische energie en blijft de ontwikkeling van geothermische warmtekrachtkoppeling bevorderen binnen zijn nationale rechtskader waar dat technisch haalbaar is. Daarom zijn de artikelen 14 en 15 niet van toepassing op geothermische warmtekrachtkoppeling wat IJsland betreft.
(10)Er is overeenstemming bereikt over extra flexibiliteit bij de toepassing van de artikelen 5 en 20 van Richtlijn 2012/27/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/2002. In artikel 20, lid 5, moet de verwijzing naar artikel 5, lid 1, worden vervangen door een verwijzing naar artikel 5 zodat aan de verplichtingen van het gehele artikel 5 kan worden voldaan door bijdragen aan een fonds.
(11)De in de EER-overeenkomst opgenomen Richtlijn 2004/8/EG wordt bij Richtlijn 2012/27/EU ingetrokken en moet derhalve uit de EER-overeenkomst worden geschrapt.
(12)De bijlagen II en IV bij de EER-overeenkomst moeten daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In hoofdstuk IV van bijlage II bij de EER-overeenkomst wordt in punt 6 (Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad) het volgende toegevoegd:
“, gewijzigd bij:
-32012 L 0027: Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).”.
Artikel 2
Bijlage IV bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
1.De tekst van punt 24 (Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad) wordt vervangen door de volgende tekst:
“32012 L 0027: Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van de Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1), zoals gewijzigd bij:
-32018 L 2002: Richtlijn (EU) 2018/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 210).
De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:
a)Artikel 1, lid 1, en artikel 3, lid 1, punt a), en artikel 7, lid 1, derde alinea, zijn niet van toepassing op de EVA-staten.
b)Aan artikel 3, lid 5, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Elke EVA-staat stelt een nationaal indicatief energie-efficiëntiestreefcijfer voor 2030 vast op basis van primair of eindenergieverbruik, of energie-intensiteit, als onderdeel van zijn respectieve geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan overeenkomstig de artikelen 3 en 7 tot en met 12 van Verordening (EU) 2018/1999.”.
c)In artikel 5 worden na de woorden “artikel 4 van Richtlijn 2010/31/EU” de woorden “of, wat IJsland betreft, verplichtingen overeenkomstig de nationale wetgeving in IJsland” ingevoegd.
d)In artikel 7, lid 1, punt b), wordt het volgende streepje toegevoegd:
“Bij wijze van afwijking van de verplichting in de eerste zin van dit punt verwezenlijkt IJsland nieuwe besparingen die elk jaar tussen 1 januari 2021 en 31 december 2030 0,24 % bedragen van het gemiddelde van het jaarlijkse eindenergieverbruik gedurende de meest recente periode van drie jaar voorafgaand aan 1 januari 2019.”.
e)Artikel 9 is niet van toepassing op IJsland wat betreft meting voor gas.
f)In artikel 9 bis, lid 1, worden de woorden “, of het gelijkwaardige energieverbruik wat IJsland betreft” ingevoegd na de woorden “daadwerkelijke energieverbruik”.
g)De artikelen 9 bis en 9 quater zijn niet van toepassing op stadsverwarmingssystemen in IJsland met minder dan 1 500 eindgebruikers.
h)Artikel 9 ter is niet van toepassing op IJsland.
i)Artikel 10 is niet van toepassing op IJsland wat betreft factureringsinformatie voor gas.
j)In artikel 20, lid 5, wordt de verwijzing naar artikel 5, lid 1, vervangen door een verwijzing naar artikel 5.
k)Artikel 14 en 15 zijn niet van toepassing op IJsland wat betreft geothermische warmtekrachtkoppeling.”.
2.De volgende tekst wordt toegevoegd aan punt 26 (Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad):
“, gewijzigd bij:
-32012 L 0027: Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).”.
Artikel 3
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Richtlijnen 2012/27/EU en (EU) 2018/2002 zijn authentiek.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden.
Artikel 5
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, […].
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
[…]
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
[…]
Verklaring van de EVA-staten
bij Besluit nr. .../... waarbij Richtlijn (EU) 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad in de EER-overeenkomst wordt opgenomen
[ter goedkeuring met het besluit en voor publicatie in het PB]
De opneming van Richtlijn 2012/27EU van het Europees Parlement en de Raad in de EER-overeenkomst breidt het gemeenschappelijk regelgevingskader voor maatregelen ter bevordering van energie-efficiëntie uit tot de EVA-staten. De EVA-staten zijn niet opgenomen in de kerndoelen van de EU inzake energie-efficiëntie. De EVA-staten hebben echter de volgende indicatieve nationale energie-efficiëntiestreefcijfers vastgesteld:
·De IJslandse regering heeft een nationaal streefcijfer vastgesteld van 25 % efficiënter energiegebruik tegen 2030 dan in 2015. Het streefcijfer wordt uitgedrukt als een sectoroverschrijdende doelstelling om de energie-intensiteit te verminderen, d.w.z. de verhouding tussen het energieverbruik (finaal) en het reële bbp gecorrigeerd voor koopkrachtstandaarden (KKS). De indicator maakt deel uit van de energieprognose die jaarlijks door het IJslandse milieu- en energieagentschap wordt gepubliceerd.
·Op 6 november 2020 heeft het parlement van Liechtenstein (Landtag) zijn energiestrategie voor 2030 aangenomen, met een nationaal energie-efficiëntiestreefcijfer van 20 % ten opzichte van 2008. Centrale elementen van de verhoging van de efficiëntie in de periode tot 2030 zijn de renovatie van gebouwen, zeer efficiënte nieuwe gebouwen en efficiëntieverbeteringen in verlichting, motoraandrijvingen en huishoudelijke apparaten. Zowel elektrische warmtepompen voor warmtevoorziening als de elektrificatie van het vervoer zullen in de toekomst leiden tot een aanzienlijke vervanging van fossiele brandstoffen. Er wordt jaarlijks verslag uitgebracht over de verwezenlijking van de doelstellingen (als onderdeel van een monitoringverslag ter attentie van het Parlement).
·Het Noorse parlement (Storting) heeft een nationaal streefcijfer vastgesteld van 30 % efficiënter energiegebruik tegen 2030 dan in 2015 (wetsontwerp St. 25 (2015-2016)). Het streefcijfer wordt uitgedrukt als een sectoroverschrijdende doelstelling om de energie-intensiteit te verminderen, d.w.z. de verhouding tussen de energie-input (primair) en het reële bbp. Het ministerie van Energie brengt jaarlijks verslag uit over de doelstelling in het verslag aan de Storting (witboek) over de nationale begroting.