15.6.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 188/1


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/777 VAN DE COMMISSIE

van 12 juni 2020

tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 wat betreft de toepassingsdata en bepaalde overgangsbepalingen naar aanleiding van de verlenging van de termijn voor de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 inzake veiligheid op het spoor (1), en met name artikel 10, lid 10,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Richtlijn (EU) 2016/798 is gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2020/700 (2), teneinde de lidstaten de mogelijkheid te bieden de termijn voor de inwerkingtreding van de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 33, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/798 te verlengen.

(2)

Door de uitbraak van COVID-19 kan de beoordeling van aanvragen van veiligheidscertificaten overeenkomstig Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (3), op basis waarvan het veiligheidscertificaat vóór 16 juni 2020 moest worden afgegeven, vertraging oplopen. In de lidstaten die bij de Commissie en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (hierna “het Bureau” genoemd) overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 een kennisgeving hebben ingediend en waar Richtlijn (EU) 2016/798 met ingang van 16 juni 2020 van toepassing is, moet de beoordeling op verzoek van de aanvrager derhalve ook na die datum door de nationale veiligheidsinstanties (hierna “NVI” genoemd) worden voortgezet. Vóór 30 oktober 2020 moeten de NVI’s hun beoordelingen afronden en de veiligheidscertificaten afgeven.

(3)

Voor lidstaten die bij het Bureau en de Commissie overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 een kennisgeving hebben ingediend, moet de toepassing van sommige bepalingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 (4) van de Commissie worden uitgesteld tot 31 oktober 2020. De in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 opgenomen overgangsbepalingen moeten worden aangepast.

(4)

Het is mogelijk dat aanvragers overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 een dossier hebben ingediend in het licht van de huidige aanvraagtermijn. Aanvragen die overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 zijn opgesteld, moeten alle noodzakelijke bewijsstukken bevatten voor de veiligheidscertificering van spoorwegondernemingen uit hoofde van Richtlijn 2004/49/EG of Richtlijn (EU) 2016/798. Daarom moet aanvragers worden toegestaan om in de lidstaten die overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 bij het Bureau en de Commissie een kennisgeving hebben ingediend, bij de nationale veiligheidsinstanties aanvragen in te dienen die zijn gestaafd met bewijsstukken overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763. De nationale veiligheidsinstanties moeten dergelijke aanvragen aanvaarden zonder een herziening daarvan te verlangen.

(5)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 moet bijgevolg dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2016/798 bedoelde comité.

(7)

Teneinde de effectiviteit van de maatregelen als voorzien in deze verordening te waarborgen, dient de verordening op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking te treden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 wordt als volgt gewijzigd:

1)

artikel 2, lid 5, wordt vervangen door:

“5.

“relevante datum”: 16 juni 2019 voor lidstaten die het Bureau en de Commissie er niet overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 van in kennis hebben gesteld dat zij de omzettingstermijn van die richtlijn hebben verlengd. De relevante datum is 16 juni 2020 voor lidstaten die het Bureau en de Commissie er overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 van in kennis hebben gesteld dat zij de omzettingstermijn van die richtlijn hebben verlengd maar die bij het Bureau en de Commissie geen kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798. De relevante datum is 31 oktober 2020 voor de lidstaten die het Bureau en de Commissie er overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 van in kennis hebben gesteld dat zij de omzettingstermijn van die richtlijn verder hebben verlengd.”;

2)

artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a)

het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:

“4 bis.   Onverminderd de leden 1 tot en met 4, mogen aanvragers in lidstaten die overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 een kennisgeving hebben ingediend bij het Bureau en de Commissie en waar Richtlijn (EU) 2016/798 met ingang van 16 juni 2020 van toepassing is, de NVI verzoeken de beoordeling van hun aanvraag van een veiligheidscertificaat na 16 juni 2020 voor te zetten overeenkomstig Richtlijn 2004/49/EG, voor zover de voertuigvergunning vóór 30 oktober 2020 wordt afgegeven.

Indien een NVI erkent dat zij niet in staat zal zijn vóór 30 oktober 2020 een veiligheidscertificaat af te geven, stelt zij de aanvrager en het Bureau daar onmiddellijk van in kennis en zijn de leden 2 tot en met 4 van toepassing.”;

b)

het volgende lid 6 bis wordt ingevoegd:

“6 bis.   Wanneer het beoogde exploitatiegebied meer dan één lidstaat bestrijkt, is een uniek veiligheidscertificaat dat het Bureau tussen 16 juni 2020 en 30 oktober 2020 heeft afgegeven, niet geldig voor de netwerken van lidstaten die overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 een kennisgeving hebben ingediend bij het Bureau en de Commissie. De nationale veiligheidsinstanties van de lidstaten die een dergelijke kennisgeving hebben gedaan:

a)

behandelen een door het Bureau afgegeven uniek veiligheidscertificaat als gelijkwaardig met het deel van het veiligheidscertificaat dat is afgegeven overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder a), van Richtlijn 2004/49/EG;

b)

geven vanaf 16 juni 2020 overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder b), van Richtlijn 2004/49/EG veiligheidscertificaten af met een geldigheidstermijn die niet langer is dan die van het unieke veiligheidscertificaat.”;

c)

lid 7 wordt vervangen door:

“7.   In de in lid 2, onder a), en leden 6 en 6 bis van dit artikel bedoelde gevallen werken de nationale veiligheidsinstanties en het Bureau samen en plegen zij overleg om de beoordeling van de in artikel 10, lid 3, onder a), van Richtlijn (EU) 2016/798 bedoelde elementen uit te voeren. Daarbij aanvaardt het Bureau de in artikel 10, lid 2, onder a), van Richtlijn 2004/49/EG bedoelde beoordeling die door de nationale veiligheidsinstantie is uitgevoerd.”;

d)

een nieuw lid 8 wordt toegevoegd:

“8.   In de lidstaten die bij het Bureau en de Commissie een kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 mogen aanvragers van een veiligheidscertificaat uit hoofde van Richtlijn 2004/49/EG tussen 16 juni 2020 en 30 oktober 2020 bij de nationale veiligheidsinstanties een dossier indienen overeenkomstig bijlage I.

Aanvragen van veiligheidscertificaten overeenkomstig deze verordening worden door de in de eerste alinea bedoelde nationale veiligheidsinstanties aanvaard voor de toepassing van Richtlijn 2004/49/EG.”;

3)

artikel 16 wordt vervangen door:

“Artikel 16

Intrekking

Verordening (EG) nr. 653/2007 wordt ingetrokken met ingang van 16 juni 2019.

Zij blijft evenwel tot en met 15 juni 2020 van toepassing in de lidstaten die aan het Bureau en de Commissie overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 hebben meegedeeld dat zij de termijn voor de omzetting van de richtlijn hebben verlengd maar die bij het Bureau en de Commissie geen kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798.

Zij blijft van toepassing tot en met 30 oktober 2020 in de lidstaten die het Bureau en de Commissie er overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798 van in kennis hebben gesteld dat zij de termijn voor de omzetting van die richtlijn hebben verlengd.”;

4)

in artikel 17 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Zij is van toepassing met ingang van 16 juni 2019 voor de lidstaten die bij het Bureau en de Commissie geen kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798.

Zij is van toepassing met ingang van 16 juni 2020 in lidstaten die overeenkomstig artikel 33, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/798 een kennisgeving hebben ingediend bij het Bureau en de Commissie maar die bij het Bureau en de Commissie geen kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 33, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/798.

Zij is in alle lidstaten van toepassing met ingang van 31 oktober 2020.

Artikel 15, leden 1, 2, 3 en 7, is echter van toepassing met ingang van 16 februari 2019 en artikel 15, lid 6, is van toepassing met ingang van 16 juni 2019 in alle lidstaten.

Artikel 15, lid 6 bis, is in alle lidstaten van toepassing met ingang van 16 juni 2020.

Artikel 15, lid 8, is met ingang van 16 juni 2020 van toepassing in de lidstaten die bij het Bureau en de Commissie een kennisgeving hebben ingediend overeenkomstig artikel 57, lid 2 bis, van Richtlijn (EU) 2016/797.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juni 2020.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 138 van 26.5.2016, blz. 102.

(2)  Richtlijn (EU) 2020/700 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2016/797 en (EU) 2016/798, wat de verlenging van de omzettingstermijn betreft (PB L 165 van 27.5.2020, blz. 27).

(3)  Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44).

(4)  Uitvoeringsverordening (EU) 2018/763 van de Commissie van 9 april 2018 tot vaststelling van praktische regelingen voor de afgifte van unieke veiligheidscertificaten aan spoorwegondernemingen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/798 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 653/2007 van de Commissie (PB L 129 van 25.5.2018, blz. 49).