98/633/GBVB: Gemeenschappelijk standpunt van 9 november 1998 vastgesteld door de Raad op basis van artikel J.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzake het op stabiliteit en goed nabuurschap gerichte proces in Zuidoost-Europa
Publicatieblad Nr. L 302 van 12/11/1998 blz. 0001 - 0007
GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT van 9 november 1998 vastgesteld door de Raad op basis van artikel J.2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzake het op stabiliteit en goed nabuurschap gerichte proces in Zuidoost-Europa (98/633/GBVB) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid op artikel J.2, Overwegende dat de Europese Raad van 15 en 16 december 1995 zijn voldoening heeft uitgesproken over het feit dat op 13 december 1995 in Royaumont, in de marge van de Conferentie van Parijs over vrede in Bosnië-Herzegovina, op initiatief van de Europese Unie de verklaring betreffende het op stabiliteit en goed nabuurschap gerichte proces in Zuidoost-Europa werd aangenomen door de ministers van 27 landen; Overwegende dat het de bedoeling is dat dit proces te gelegener tijd wordt geïntegreerd in de OVSE; Overwegende dat de Raad inmiddels op 26 februari 1996 een programma voor de ontwikkeling van het proces heeft goedgekeurd; dat hij op 27 oktober 1997 de taakomschrijving van de coördinator van het proces van Royaumont heeft goedgekeurd en op 28 november 1997 heeft ingestemd met de aanstelling van een coördinator; dat hij tevens op 26 januari 1998 het actieplan voor de coördinator van het proces heeft goedgekeurd; Overwegende dat het proces van Royaumont erop is gericht de uitvoering van het vredesakkoord van Parijs/Dayton te flankeren door het akkoord in te bedden in een ruimer perspectief teneinde stabiliteit en goed nabuurschap te bevorderen, met name door de dialoog, de contacten en samenwerking te stimuleren op alle niveaus van de civiele maatschappij in de regio Zuidoost-Europa in ruimere zin, HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD: Artikel 1 Dit gemeenschappelijk standpunt is gericht op consolidering van de steun aan het in Royaumont overeengekomen, op stabiliteit en goed nabuurschap gerichte proces in Zuidoost-Europa, waarmee met name wordt gestreefd naar bevordering van: - de normalisering van de betrekkingen en het herstel en de ontwikkeling van de dialoog en het vertrouwen tussen de betrokken landen, - banden tussen de bevolking van de landen van de regio en regionale samenwerking op het gebied van de civiele maatschappij (bijvoorbeeld in de sfeer van de cultuur, de media, de wetenschap, beroepen, vakbonden, NGO's of de godsdienst, alsmede contacten tussen parlementsleden), - de bepaling en uitvoering, met dat doel, van projecten die verband houden met stabiliteit, goed nabuurschap en de civiele maatschappij. Artikel 2 De coördinator van het proces zal zijn taken uitvoeren onder de verantwoordelijkheid van het EU-voorzitterschap overeenkomstig het in bijlage I omschreven mandaat en zal de in het actieplan in bijlage II beschreven initiatieven uitvoeren. Artikel 3 De Europese Unie kan projecten op het gebied van stabiliteit, goed nabuurschap en de civiele maatschappij in Zuidoost-Europa steunen als maatregelen die het proces flankeren. Onverminderd artikel 4 besluit de Raad op basis van concrete voorstellen of en hoe deze projecten moeten worden uitgevoerd en gefinancierd. Artikel 4 De Raad neemt er nota van dat: - de Commissie zal blijven werken aan de verwezenlijking van de doelstellingen en de prioriteiten van dit gemeenschappelijk standpunt, in voorkomend geval via passende communautaire maatregelen; - de lidstaten projecten kunnen steunen overeenkomstig hun nationale programma's, middelen en prioriteiten. Artikel 5 Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de dag van de aanneming ervan. Artikel 6 Dit gemeenschappelijk standpunt wordt in het Publicatieblad bekendgemaakt. Gedaan te Brussel, 9 november 1998. Voor de Raad De Voorzitter W. SCHÜSSEL BIJLAGE I Taakomschrijving van de coördinator van het proces van Royaumont 1. Deze taken komen voort uit de doelstelling van het proces van Royaumont, zijnde in de eerste plaats het flankeren van het vredesplan van Parijs/Dayton, dat echter tegelijkertijd moet worden ingebed in een ruimer perspectief dat de gehele regio omvat. Het proces van Royaumont wil ertoe bijdragen een gemeenschappelijke en voortdurende inspanning - van alle gouvernementele en niet-gouvernementele betrokken partijen, en alle geledingen van de civiele maatschappij - tot stand te brengen op het gebied van dialoog en samenwerking. Dankzij deze cultuur van dialoog en samenwerking zal de mogelijkheid ontstaan om de bestaande scheidslijnen uit de weg te ruimen, de meningsverschillen op te lossen en aldus in alle geledingen van de civiele maatschappij bij te dragen tot het herstel van het vertrouwen op basis waarvan een netwerk van betrekkingen van goed nabuurschap tussen staten tot stand kan worden gebracht, hetgeen een stabiliserende factor voor de gehele regio zal vormen. Volwaardige deelneming van de Federale Republiek Joegoslavië (FRJ) is in dit verband van het allergrootste belang. Het is tevens de bedoeling dat het proces te zijner tijd wordt ingebed in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). 2. De voornaamste actieterreinen in het kader van het proces zijn: - normalisatie van de betrekking tussen de betrokken landen (met inbegrip van de eventuele sluiting van verdragen voor goed nabuurschap); - herstel van volledige vrijheid van beweging en van meningsuiting, alsmede de organisatie van manifestaties en projecten die de verwezenlijking van die doelstelling stimuleren in een geest van respect en wederzijds begrip; - bevordering van de regionale samenwerking op cultureel, religieus, wetenschappelijk en technisch gebied, en herstel van de civiele maatschappij, als methode om de voordelen van een dergelijke samenwerking voor de oplossing van de problemen waarmee de regio te kampen heeft, aan te tonen. De doelstelling van het proces van Royaumont zal het best kunnen worden verwezenlijkt door - zo nodig in samenwerking met andere organisaties en nationale, regionale en supranationale initiatieven in de regio - projecten of programma's vast te stellen, te concipiëren en te organiseren, die kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van het proces. 3. De projecten/programma's moeten worden geselecteerd op grond van hun vermogen om te voldoen aan de criteria inzake goed nabuurschap en regionale stabiliteit. De voorkeur zal dus uitgaan naar projecten/programma's die gericht zijn op ontwikkeling en toenadering van de civiele maatschappijen, die een regionale en grensoverschrijdende finaliteit bezitten, die gemeenschappelijk worden uitgevoerd door en die gericht zijn tot verscheidene actoren in de regio. Royaumont zal de voorrang geven aan projecten/programma's met een civiel doel die beantwoorden aan de in punt 1 vermelde doelstelling. 4. De coördinator van het proces van Royaumont draagt zorg voor: - de zichtbaarheid, de continuïteit en de follow-up van het proces, met inbegrip van de opstelling van de agenda voor, en de follow-up en de uitvoering van de richtsnoeren en besluiten die het resultaat zijn van de vergaderingen in het kader van het proces; - de vertegenwoordiging van het proces bij internationale initiatieven, organisaties en conferenties die in de regio actief zijn; - de koppeling met het vredesproces in Bosnië-Herzegovina; - de functie van contactpunt in het kader van het proces van Royaumont, voor alle landen en internationale organisaties die deelnemen aan het proces, alsmede voor alle niet-gouvernementele actoren die eventueel kunnen deelnemen aan nationale en regionale projecten/programma's en aan lokale initiatieven die beantwoorden aan de doelstelling van het proces, met inbegrip van het ter beschikking stellen van informatie over de mogelijkheden inzake regionale en grensoverschrijdende samenwerking die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen inzake stabiliteit en goed nabuurschap. Te dien einde zou het nuttig kunnen zijn een gegevensbank op te richten met betrekking tot de actoren (instellingen, NGO's, ondernemingen enz.) die eventueel als volwaardige partners zouden kunnen deelnemen aan de flankerende maatregelen in het kader van het proces; - de coördinatie met andere regionale en subregionale initiatieven, zoals de Black Sea Economic Cooperation (BSEC), de conferentie van ministers van Zuidoost-Europa, het Midden-Europees Initiatief (MEI) en de Southeast Europe Cooperative Initiative (SECI); - de vaststelling en de uitwerking van projecten/programma's voor toenadering en regionale en grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van cultuur, religie, sport, informatie, onderwijs (ook voor wat betreft de jongere leeftijdscategorieën), wetenschap en techniek; - de organisatie van ontmoetingen van regionale en grensoverschrijdende aard tussen verschillende geledingen van de civiele maatschappij, met name jongeren, met een uiteenlopende etnische, culturele en religieuze achtergrond (bijvoorbeeld academici, journalisten, leden van niet-gouvernementele organisaties (NGO's), vertegenwoordigers van vakbonden, leden van politieke partijen), met dien verstande dat daarbij moet worden gezorgd voor een zo evenwichtig mogelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. Daarbij zal aandacht worden geschonken aan de totstandbrenging van een netwerk van rechtstreekse contacten tussen academische, culturele en wetenschappelijke instellingen en tussen NGO's; - de totstandbrenging van contacten tussen mannen en vrouwen van goede wil uit alle geledingen van de civiele maatschappij, die bereid zijn hun krachten te bundelen ter bevordering van de wederzijdse verstandhouding en het wederzijdse begrip en op deze wijze de voorwaarden te scheppen waaronder een klimaat van goed nabuurschap kan worden gecreëerd; - de identificatie van en het zoeken naar financiële middelen en het leggen van contacten tussen de promotors van de projecten/programma's en van lokale initiatieven en potentiële geldschieters; - waar nodig, de contacten met de speciale vertegenwoordiger van de OVSE belast met de tenuitvoerlegging van artikel V van bijlage I B van het vredesakkoord. Bij de vaststelling van de projecten/programma's zal bijzondere aandacht worden geschonken aan de rol en de mogelijkheden voor wat betreft de bevordering van het vrije verkeer van ideeën en objectieve en constructieve informatie, die de goede verstandhouding kunnen stimuleren ten nadele van stereotypen en propaganda voor agressie en confrontatie tussen nationaliteiten, religies en etnische groepen. 5. De uitvoering van de onder punt 4 vermelde taken vergt een grondige kennis van de geopolitieke, sociale, religieuze, etnische en culturele situatie in de regio. De zichtbaarheid van het proces zal des te beter gewaarborgd zijn naarmate het proces voet aan de grond krijgt dank zij het optreden en de regelmatige aanwezigheid van de coördinator in de regio. BIJLAGE II Op stabiliteit en goed nabuurschap gericht proces in Zuidoost-Europa (Royaumontproces) Actieplan voor de coördinator De Raad van de Europese Unie heeft bij besluit van 28 november 1997 de heer Panagiotis Roumeliotis aangesteld als coördinator van het op stabiliteit en goed nabuurschap gericht proces in Zuidoost-Europa (Royaumontproces). Het referentiekader van dit tezamen met de coördinator opgestelde actieplan wordt gevormd door: - de verklaring over een proces van stabiliteit en goed nabuurschap in Zuidoost-Europa van 13 december 1995; - het verslag van de Commissie aan de Raad van 26-27 februari 1996 over de vooruitzichten voor de ontwikkeling van de samenwerking tussen de staten die uit het voormalige Joegoslavië zijn voortgekomen; - het programma voor de ontwikkeling van het proces van Royaumont, goedgekeurd door de Raad van 26-27 februari 1996; - het besluit van de Raad van 27 oktober 1997 betreffende de vaststelling van het mandaat van een coördinator voor het Royaumontproces. Voorts heeft de Europese Unie in de Royaumontvergadering op 27 oktober 1997 te Istanbul de deelnemers aan het Royaumontproces meegedeeld dat zij een coördinator wilde aanstellen die ter beschikking van het proces zou staan. Dit voornemen heeft steun gekregen van de Royaumontdeelnemers, die ook positief gereageerd hebben op de taakomschrijving voor de coördinator. PROGRAMMA VAN DE COÖRDINATOR Met het oog op de vervulling van zijn taken dient de coördinator de volgende initiatieven te ontplooien: 1. In samenwerking met het voorzitterschap van de Raad zorgt hij voor de voorbereiding van de follow-upvergaderingen van het Royaumontproces. 2. Daartoe legt hij in samenwerking met de diplomatieke vertegenwoordigingen bij de Europese Unie van de aan het Royaumontproces deelnemende landen en met de Europese Commissie contacten in die landen waarbij met vertegenwoordigers van de regering, de civiele maatschappij en niet-gouvernementele organisaties de diverse uit het proces voortvloeiende mogelijkheden worden besproken. Meer in het bijzonder moet hij tijdens die contacten: - de zichtbaarheid, de continuïteit en de follow-up van het Royaumontproces verzekeren en als vertegenwoordiger van het proces optreden; - de regeringen polsen over hun prioriteiten met betrekking tot het Royaumontproces en nagaan of er in de deelnemende landen structuren opgericht kunnen worden die specifiek op het proces gericht zijn; - ontmoetingen regelen met vertegenwoordigers van de civiele maatschappij en de niet-gouvernementele organisaties, die tot doel hebben: a) hen op permanente basis voor de Royaumontdoelstellingen te winnen; b) hen in contact te brengen met de vertegenwoordigers van NGO's van andere deelnemende landen en een eerste reeks regionale ontmoetingen met personen uit bepaalde professionele, maatschappelijke of religieuze geledingen te plannen; c) Royaumontvergaderingen met de niet-gouvernementele component voor te bereiden; - informatie verspreiden en projecten/programma's van regionale of grensoverschrijdende aard in kaart brengen; - een eerste keuze maken uit projecten/programma's die aan de Royaumontcriteria lijken te kunnen beantwoorden. 3. De coördinator moet een niet-gouvernementele component bij de Royaumontvergaderingen betrekken door met vertegenwoordigers van de civiele maatschappij periodiek vergaderingen rond een bepaald thema te beleggen en jaarlijks een forum te organiseren. Daartoe dient hij na te gaan of in de marge van de komende Royaumontvergadering te Athene tussen de vertegenwoordigers van de deelnemende landen en van de media een rondetafelconferentie ter bevordering van stabiliteit en goed nabuurschap belegd kan worden. Daarbij zouden meer bepaald de volgende aspecten belicht kunnen worden: opheffing van belemmeringen voor de bewegingsvrijheid van de pers en voor de vrije nieuwsgaring, bevordering door de media van goed nabuurschap en verbetering van het beeld dat men van de ander heeft, vrije werking van en samenwerking tussen de media (uitwisseling van programma's en informatie, opleiding van journalisten, coproducties, rechtsbijstand voor het liberaliseren van de mediawetgeving, opstelling van een gedragscode enz.). 4. Andere mogelijkheden zijn: - een rondetafelconferentie tussen de vertegenwoordigers van de deelnemende landen en van het bedrijfsleven om administratieve, wettelijke en andere belemmeringen voor de bevordering van activiteiten van de particuliere sector in kaart te brengen en weg te nemen; - bevordering van parlementarisme en democratie en samenwerking tussen nationale parlementen; - bevordering van de sociale dialoog en van samenwerking tussen vakbonden; - samenwerking tussen overheden bij de bestrijding van corruptie; - de ontwikkeling van op de respectieve internationale verbintenissen gebaseerde praktijken terzake van de rechtsstaat, de rechten van de mens en gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Hiervoor zouden vertegenwoordigers van journalisten, politieke partijen, vakbonden, nationale overheden en internationale organisaties in het geweer gebracht moeten worden. Er kan gedacht worden aan het ondersteunen van volgens de coördinator daarvoor in aanmerking komende projecten via de communautaire programma's, overeenkomstig de geldende procedures en regels, alsmede in het kader van financiering door de deelnemende landen en door particuliere instellingen. 5. De coördinator inventariseert (bijvoorbeeld door middel van een register) de bilaterale of regionale akkoorden die tot goed nabuurschap bijdragen en toetst in coördinatie met andere initiatieven en instanties de toepassing van die akkoorden. 6. Hij pleegt overleg met andere initiatieven en instanties bij het voorbereiden van de follow-upvergaderingen, met name over de bevordering en financiering van gemeenschappelijke projecten. 7. Hij bestudeert de mogelijkheid te gelegener tijd een vergadering op hoog (ministerieel) niveau over het Royaumontproces te beleggen. AGENDA VAN DE COÖRDINATOR De coördinator zal zich in de eerste helft van 1998 bezighouden met de volgende punten: - voorbereiding van de eerstvolgende Royuamontvergadering te Athene (begin 1998) en inventarisering van de projecten/programma's die reeds voor het Royaumontproces ingediend zijn; - behandeling in deze en volgende vergaderingen van in eerdere vergaderingen voorgestelde projecten en van eventuele nieuwe door de deelnemers voor te stellen projecten; beoordeling van de uitvoerbaarheid en van de wijze van uitvoering (ontwerp-tijdschema). In de komende vergadering van Athene zouden twee à drie projecten geselecteerd kunnen worden; - het onder zijn vleugels inrichten van een "aanspreekpunt" voor de EU-regeringen, internationale organisaties, en niet-gouvernementele organisaties van de lidstaten van de Europese Unie en de aan het Royaumontproces deelnemende landen; - het voeren van besprekingen met het voorzitterschap van de Europese Unie, de Europese Commissie en andere initiatiefnemers in Zuidoost-Europa, om het Royaumontproces met die andere initiatieven te coördineren; - bezoeken brengen aan de aan het Royaumontproces deelnemende landen in Zuidoost-Europa en in dialoog treden met de vertegenwoordigers van gouvernementele organisaties, de civiele maatschappij en niet-gouvernementele organisaties, met inachtneming van hun diversiteit en specifieke karakter; - uitmaken welke projecten/programma's prioritair zijn en zoeken naar mogelijkheden voor de financiering ervan door de Europese Commissie, de deelnemende landen, financiële instellingen en particuliere instellingen; - totstandbrengen van een gegevensbank met informatie over projecten/programma's, NGO's, initiatieven enz. met betrekking tot Zuidoost-Europa, met steun van de Commissie. In de tweede helft van 1998 zal de coördinator de jaarvergaderingen van het Royaumontproces voorbereiden, zorg dragen voor de follow-up van zijn besluiten en beleidskeuzes en voor de planning van een eerste reeks regionale ontmoetingen met personen uit bepaalde professionele, maatschappelijke of religieuze geledingen, alsmede toezicht houden op de uitvoering van de in het Royaumontproces als prioritair aangemerkte projecten/programma's. Ook moet hij via een evaluatieprocedure de bereikte resultaten aan het actieplan laten toetsen. Op middellange termijn zorgt de coördinator ervoor dat de voornaamste activiteiten van het Royaumontproces (plenaire vergaderingen en tussentijdse ontmoetingen rond een bepaald thema tussen gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties enz.), zichtbaar zijn en geregeld plaatsvinden, onderzoekt hij de mogelijkheden tot het sluiten van akkoorden van goed nabuurschap en treft hij voorbereidingen voor het denkproces over de vraag welke status het Royaumontproces moet krijgen en hoe dat proces zich organisatorisch tot de OVSE dient te verhouden.