21.1.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 17/1


VERORDENING (EG) Nr. 101/2006 VAN DE RAAD

van 20 januari 2006

houdende wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004 en (EG) nr. 1976/2004 tot uitbreiding van de definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten op PET-folie uit India tot PET-folie verzonden uit Brazilië en Israël, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisantidumpingverordening” genoemd), en met name op artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, en op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (2) (hierna „de basisantisubsidieverordening” genoemd), en met name op artikel 20 en artikel 23, lid 3,

Gezien het voorstel dat de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft ingediend,

Overwegende hetgeen volgt:

A.   THANS GELDENDE MAATREGELEN

(1)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 1676/2001 (3) en (EG) nr. 2597/1999 (4) heeft de Raad antidumping- respectievelijk compenserende maatregelen ingesteld ten aanzien van polyethyleentereftalaatfolie (hierna „PET-folie” genoemd) uit onder meer India.

(2)

Bij de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004 (5) en (EG) nr. 1976/2004 (6) heeft de Raad deze maatregelen uitgebreid tot PET-folie die vanuit Israël en Brazilië wordt verzonden (hierna „de uitgebreide maatregelen” genoemd), met uitzondering van PET-folie vervaardigd door de Braziliaanse onderneming Terphane Ltda en door de Israëlische onderneming Jolybar Ltd, die met name zijn genoemd in de respectieve verordeningen.

(3)

Op 10 december 2004 (7) heeft de Commissie een herzieningsonderzoek ingeleid naar aanleiding van het vervallen van de definitieve compenserende maatregelen op basis van artikel 18 van de basisantisubsidieverordening. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zal worden besloten tot intrekking dan wel verlenging van de uitgebreide maatregelen.

B.   HUIDIG ONDERZOEK

1.   Verzoek om een herziening

(4)

De Commissie heeft vervolgens een verzoek ontvangen om vrijstelling van de uitgebreide maatregelen op basis van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 20 en artikel 23, lid 3, van de basisantisubsidieverordening. Dit verzoek was afkomstig van Hanita Coatings Rural Cooperative Association Ltd, kibboets Hanita, 22885, Israël (hierna „Hanita” genoemd), een producent in Israël.

2.   Inleiding van een herzieningsprocedure

(5)

De Commissie onderzocht het door Hanita verstrekte bewijsmateriaal en achtte dit toereikend voor de inleiding van een onderzoek op grond van artikel 11, lid 4, en artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 20 en artikel 23, lid 3, van de basisantisubsidieverordening teneinde vast te stellen of Hanita van de uitgebreide maatregelen kon worden vrijgesteld. Na overleg in het Raadgevend Comité en nadat de EG-producenten opmerkingen hadden kunnen maken, heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 1370/2005 (8) een procedure ingeleid met het oog op een eventuele herziening van de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004 en (EG) nr. 1976/2004 ten aanzien van Hanita.

(6)

Bij de verordening tot inleiding van de herzieningsprocedure is het bij Verordening (EG) nr. 1975/2004 ingestelde antidumpingrecht op PET-folie die door Hanita vanuit Israël wordt verzonden, ingetrokken. Tegelijkertijd werd de douane overeenkomstig artikel 14, lid 5, van de basisantidumpingverordening opgedragen passende maatregelen te nemen om die invoer te registreren.

3.   Betrokken product

(7)

Het betrokken product is, zoals omschreven in het oorspronkelijke onderzoek, polyethyleentereftalaatfolie (PET-folie), die doorgaans wordt ingedeeld onder de GN-code ex 3920 62 19 of ex 3920 62 90 .

(8)

PET-folie die vanuit Israël in de Gemeenschap wordt ingevoerd, aangegeven onder de GN-code ex 3920 62 19 of ex 3920 62 90 , heeft dezelfde technische, fysische en chemische basiskenmerken en dezelfde gebruiksdoeleinden als de in het kader van het oorspronkelijke onderzoek gedefinieerde PET-folie. Het gaat dus om soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 1, lid 5, van de basisantisubsidieverordening.

4.   Onderzoek

(9)

De Commissie heeft Hanita en de vertegenwoordigers van Israël van de inleiding van de herzieningsprocedure in kennis gesteld. Belanghebbenden werd verzocht hun standpunt kenbaar te maken. Hun werd tevens meegedeeld dat zij konden vragen om te worden gehoord. Een dergelijk verzoek is evenwel niet ontvangen.

(10)

De Commissie heeft ook een vragenlijst gezonden aan Hanita en binnen de gestelde termijn een toereikend antwoord ontvangen. De Commissie heeft alle gegevens die zij voor het onderzoek nodig had, verzameld en gecontroleerd. Er is een controle bij Hanita verricht.

5.   Onderzoektijdvak

(11)

Het onderzoek had betrekking op de periode van 1 januari 2004 tot en met 30 juni 2005. Er werden gegevens verzameld van 2001 tot het einde van het onderzoektijdvak om vast te stellen of zich enige wijziging in het handelspatroon had voorgedaan.

C.   RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK

(12)

Het onderzoek bevestigde dat Hanita PET-folie niet had uitgevoerd naar de Gemeenschap tijdens het onderzoektijdvak van het onderzoek dat tot de uitbreiding van de maatregelen leidde, dat wil zeggen van 1 januari tot en met 31 december 2003. Hanita begon dit product pas uit te voeren na de uitbreiding van de maatregelen.

(13)

Voorts bleek uit het voorgelegde bewijsmateriaal dat Hanita geen rechtstreekse of onrechtstreekse banden had met een van de Indiase producenten/exporteurs of Israëlische ondernemingen die onderworpen zijn aan de geldende antidumping- en compenserende maatregelen.

(14)

Zoals reeds in overweging 12 vermeld, is Hanita pas na de uitbreiding van de maatregelen begonnen PET-folie naar de Gemeenschap uit te voeren. Hanita snijdt en verwerkt aangekochte PET-folie en vervaardigt een reeks producten waarvan sommige onder dezelfde GN-codes vallen als het betrokken product. In PET-folie die door Hanita wordt verwerkt en naar de Gemeenschap uitgevoerd, worden geen materialen uit India gebruikt. Deze werkwijze wordt derhalve niet als ontduiking aangemerkt.

D.   WIJZIGING VAN DE ONDERZOCHTE MAATREGELEN

(15)

Overeenkomstig bovenstaande bevindingen waaruit blijkt dat Hanita de geldende maatregelen niet heeft ontdoken, dient dit bedrijf van de uitgebreide maatregelen te worden vrijgesteld.

(16)

De bij de verordening tot inleiding van de herzieningsprocedure ingestelde registratie van de invoer van PET-folie uit Israël, afkomstig van Hanita, dient te worden beëindigd. Daar in artikel 14, lid 5, van de basisantidumpingverordening is bepaald dat maatregelen ten aanzien van het product waarvan de invoer werd geregistreerd moeten worden genomen met ingang van de datum van registratie, moet geen antidumpingrecht worden geheven op PET-folie die door Hanita vanuit Israël werd verzonden en waarvan de invoer in de Gemeenschap overeenkomstig de verordening tot inleiding van de herzieningsprocedure werd geregistreerd.

(17)

De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Hanita vervaardigde PET-folie blijft, overeenkomstig artikel 13, lid 4, van de basisantidumpingverordening en artikel 23, lid 3, van de basisantisubsidieverordening, van toepassing zolang niet blijkt dat de vrijstelling is verleend op grond van onjuiste of misleidende informatie van de betrokken onderneming. Bij aanwijzingen van het tegendeel kan de Commissie een onderzoek openen om vast te stellen of de vrijstelling moet worden ingetrokken.

(18)

De vrijstelling van de uitgebreide maatregelen voor door Hanita vervaardigde PET-folie is gebaseerd op de bevindingen van dit herzieningsonderzoek. Deze vrijstelling is derhalve uitsluitend van toepassing op de invoer van PET-folie die uit Israël is verzonden en door deze specifieke rechtspersoon is vervaardigd. PET-folie die is vervaardigd of verzonden door ondernemingen die niet specifiek met naam en adres in artikel 1, lid 1, van de Verordeningen (EG) nr. 1975/2004 en (EG) nr. 1976/2004 zijn genoemd, met inbegrip van rechtspersonen die banden hebben met de specifiek genoemde ondernemingen, komen niet in aanmerking voor de vrijstelling en zijn onderworpen aan het bij de Verordeningen (EG) nr. 1676/2001 en (EG) nr. 2597/1999 ingestelde residuele recht.

E.   PROCEDURE

(19)

Hanita en alle overige belanghebbenden werden in kennis gesteld van de feiten en overwegingen op basis waarvan Hanita vrijstelling zou worden verleend van de uitgebreide maatregelen en daarop zijn geen opmerkingen ontvangen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1975/2004 wordt vervangen door:

„1.   Het definitieve antidumpingrecht van 53,3 % dat bij Verordening (EG) nr. 1676/2001 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31, 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569), door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570), en door Hanita Coatings Rural Cooperative Association Ltd, kibboets Hanita, 22885, Israël (aanvullende Taric-code A691).”.

2.   Artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1976/2004 wordt vervangen door:

„1.   Het definitieve compenserende recht van 19,1 % dat bij Verordening (EG) nr. 2597/1999 werd ingesteld op polyethyleentereftalaatfolie, ingedeeld onder de GN-codes ex 3920 62 19 en ex 3920 62 90 , van oorsprong uit India, wordt uitgebreid tot polyethyleentereftalaatfolie verzonden uit Brazilië en Israël (al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Brazilië of Israël) (Taric-codes 3920 62 19 01, 3920 62 19 04, 3920 62 19 07, 3920 62 19 11, 3920 62 19 14, 3920 62 19 17, 3920 62 19 21, 3920 62 19 24, 3920 62 19 27, 3920 62 19 31, 3920 62 19 34, 3920 62 19 37, 3920 62 19 41, 3920 62 19 44, 3920 62 19 47, 3920 62 19 51, 3920 62 19 54, 3920 62 19 57, 3920 62 19 61, 3920 62 19 67, 3920 62 19 74, 3920 62 19 92, 3920 62 90 31, 3920 62 90 92). Van deze uitbreiding is uitgezonderd polyethyleentereftalaatfolie die is vervaardigd door Terphane Ltda, BR 101, km 101, City of Cabo de Santo Agostinho, State of Pernambuco, Brazilië (aanvullende Taric-code A569), door Jolybar Filmtechnic Converting Ltd (1987), Hacharutsim str. 7, Ind. Park Siim 2000, Natania South, 42504, POB 8380, Israël (aanvullende Taric-code A570), en door Hanita Coatings Rural Cooperative Association Ltd, kibboets Hanita, 22885, Israël (aanvullende Taric-code A691).”.

Artikel 2

De registratie van de invoer van PET-folie krachtens artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1370/2005 wordt beëindigd zonder de heffing van antidumpingrechten.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 20 januari 2006.

Voor de Raad

De voorzitster

U. PLASSNIK


(1)   PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004 (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 12).

(2)   PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 461/2004.

(3)   PB L 227 van 23.8.2001, blz. 1.

(4)   PB L 316 van 10.12.1999, blz. 1.

(5)   PB L 342 van 15.11.2004, blz. 1.

(6)   PB L 342 van 15.11.2004, blz. 8.

(7)   PB C 306 van 10.12.2004, blz. 2.

(8)   PB L 218 van 23.8.2005, blz. 3.