EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 14.5.2025
COM(2025) 229 final
2025/0108(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2024/823 van 28 februari 2024 betreffende uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Sinds 2000 zijn autonome handelsmaatregelen toegekend aan de Westelijke Balkan, nog voordat de stabilisatie- en associatieovereenkomsten (SAO’s) met de partners van de Westelijke Balkan werden gesloten. Destijds besloot de Europese Raad dat de partners van de Westelijke Balkan moeten profiteren van asymmetrische handelsliberalisering om de regio in staat te stellen voordeel te putten uit een preferentiële toegang tot de EU-markt tijdens de onderhandelingen over en de uitvoering van de SAO’s.
Intussen hebben alle partners in de regio nu een SAO met de EU ondertekend. De laatste SAO, met Kosovo, is op 1 april 2016 in werking getreden en wordt volledig uitgevoerd sinds 1 januari 2025, toen de overgangsperiode afliep. Na de sluiting van de SAO’s voor de Westelijke Balkan zijn de autonome handelsmaatregelen geleidelijk uitgehold, aangezien de unilaterale preferenties geleidelijk zijn ingetrokken en in de respectieve bilaterale SAO’s zijn opgenomen. De huidige autonome handelsmaatregelen voor de Westelijke Balkan hebben betrekking op twee resterende voordelen: ten eerste de opschorting van de specifieke rechten voor alle groenten en fruit die onder het stelsel van invoerprijzen vallen, en ten tweede de toegang tot een algemeen tariefcontingent voor wijn dat beschikbaar is op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt” zodra zij het nationale contingent in hun respectieve SAO hebben uitgeput.
Ondanks hun beperkte toepassingsgebied blijven de huidige autonome handelsmaatregelen belangrijk. In de eerste plaats hebben de landbouwproducenten van de regio zich gedurende bijna 25 jaar steeds op hen gebaseerd. Daarnaast wordt de nauwere integratie van de Westelijke Balkan in de eengemaakte markt van de EU aangemerkt als een prioriteit van de Commissie in het groeiplan voor de Westelijke Balkan, dat de Commissie op 8 november 2023 heeft aangenomen. Daarom wordt voorgesteld de kwetsbare economieën van de regio te blijven ondersteunen door de toepassingsperiode van Verordening (EU) 2024/823 (“de verordening”) na het verstrijken ervan op 31 december 2025 met nog eens vijf jaar te verlengen.
Naast het verlengen van de toepassingsperiode van de verordening, lijkt het passend wijzigingen voor te stellen om duidelijkheid te scheppen in de regels inzake de opschorting en tijdelijke opschorting van voordelen. De verordening voorziet in twee verschillende maatregelen in geval van niet-naleving door een begunstigde van zijn verplichting uit hoofde van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c): de EU kan voordelen uit hoofde van artikel 2, lid 3, opschorten of voordelen uit hoofde van artikel 10 tijdelijk opschorten. Voorts voorziet artikel 10 van de verordening in tijdelijke opschorting in geval van gebrek aan administratieve medewerking voor de verificatie van bewijzen van oorsprong, een vorm van niet-naleving door de begunstigde die reeds onder artikel 2, lid 1, punt c), valt, en in elk geval beter geschikt lijkt voor een opschorting op grond van artikel 2, lid 3.
Om de rechtsonzekerheid als gevolg van die regels weg te nemen, wordt voorgesteld de niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c), uit artikel 10 te schrappen en artikel 2, lid 3, te behouden als het enige mechanisme voor de opschorting van voordelen wegens niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c). Voorts wordt voorgesteld de elementen betreffende het gebrek aan administratieve samenwerking bij de verificatie van bewijzen van oorsprong uit artikel 10 te schrappen, aangezien die vorm van niet-naleving onder artikel 2, lid 1, punt c), valt. De voorgestelde wijziging zou leiden tot het volgende opschortingssysteem:
–niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c), of van artikel 2, lid 2, kan leiden tot gehele of gedeeltelijke opschorting van de voordelen uit hoofde van artikel 2, lid 3;
–niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt d), kan leiden tot gehele of gedeeltelijke opschorting van de voordelen uit hoofde van een nieuw artikel 2, lid 4, overeenkomstig artikel 6, en
–voldoende bewijs van fraude of een massale toename van de uitvoer naar de Unie boven het niveau van de normale productie- en uitvoercapaciteit kan leiden tot tijdelijke opschorting op grond van artikel 10.
Daarnaast wordt voorgesteld artikel 2, lid 2, tweede alinea, te schrappen, aangezien daarin wordt verwezen naar een institutioneel proces dat afwijkt van de gewone wetgevingsprocedure van artikel 207 VWEU.
Ten slotte zijn er nog enkele achterhaalde verwijzingen naar handelsconcessies voor de visserij in artikel 3, lid 2, van de verordening. Die verwijzingen zijn overgebleven uit de tijd toen in de autonome handelsmaatregelen tariefcontingenten voor de visserij waren opgenomen. Zij zijn echter geleidelijk aan irrelevant geworden, aangezien de regeling van die contingenten voor alle begunstigde landen is overgedragen naar de respectieve bilaterale SAO’s. Uiteindelijk zijn zij niet langer relevant na de inwerkingtreding op 1 april 2016 van de SAO tussen de EU en Kosovo, de laatste SAO die in werking trad. Dienovereenkomstig moeten de verwijzingen naar visserijmarkten en visserijproducten in artikel 3, lid 2, uit de autonome handelsmaatregelen worden geschrapt.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de SAO’s en met name met de respectieve titels IV daarvan, waarin is bepaald dat de partijen geleidelijk een vrijhandelszone tot stand zullen brengen. De maatregelen hebben bijgedragen aan de uitbreiding van de totale handel tussen de EU en de Westelijke Balkan, die in 2023 meer dan 82 miljard EUR bedroeg. De EU is de belangrijkste handelspartner van de Westelijke Balkan en is goed voor meer dan 80 % van de totale uitvoer en bijna 59 % van de invoer in de regio.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met het nieuwe groeiplan voor de Westelijke Balkan, dat tot doel heeft de economische integratie van de partners van de Westelijke Balkan in de eengemaakte markt van de EU te versterken en hun sociaal-economische convergentie met de EU te versnellen. Voor landen die zich op toetreding tot de EU voorbereiden, kan een nauwere associatie met de eengemaakte markt van de EU voordelen bieden die meteen merkbaar zijn voor hun burgers.
In de conclusies van de Raad van december 2024 over uitbreiding staat dat de Raad “vastbesloten [blijft] de partners dichter bij de EU te brengen, het pad voor toetreding voor te bereiden en hun burgers reeds tijdens het uitbreidingsproces concrete voordelen te bieden”, en dat de EU “op alle niveaus steun [zal] blijven verlenen voor de politieke, economische en sociale transformatie van de kandidaat-lidstaten, op basis van de concrete vooruitgang op het gebied van de rechtsstaat en sociaal-economische hervormingen, alsook op basis van de naleving van de waarden, regels en normen van de EU door de partners”.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 207, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De gemeenschappelijke handelspolitiek valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt e), VWEU. Daarom is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing.
•Evenredigheid
De voorgestelde maatregelen hebben een positief effect gehad op de begunstigde landen door bij te dragen tot hun economische ontwikkeling, met name door de totstandbrenging van sterke partnerschappen tussen bedrijven uit de EU en de lokale producenten in de Westelijke Balkan. Het voorstel om de maatregelen met nog eens vijf jaar te verlengen, wordt daarom de meest geschikte benadering geacht om de duurzame economische ontwikkeling van de partners van de Westelijke Balkan te waarborgen en tegelijkertijd een zeer lange en complexe procedure te vermijden waarbij elke afzonderlijke bilaterale handelsovereenkomst wordt gewijzigd als onderdeel van de SAO’s.
•Keuze van het instrument
Een verordening op grond van artikel 207, lid 2, VWEU is het geschikte instrument om niet-wederkerige handelspreferenties uit te breiden.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Gezien de zeer beperkte reikwijdte van de maatregelen is geen formele evaluatie uitgevoerd.
•Raadpleging van belanghebbenden
Er hebben geen formele raadplegingen van belanghebbenden plaatsgevonden, maar de begunstigde partijen hebben unaniem en aanhoudend belangstelling voor de voortzetting van de maatregelen betoond, terwijl de Europese marktdeelnemers geen bezwaren hebben geuit via de verschillende communicatieplatforms die de diensten van de Commissie voor de industrie in de EU hebben opgezet.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
•Effectbeoordeling
De maatregelen waarop dit voorstel betrekking heeft, zijn al bijna 25 jaar van kracht, maar de impact ervan is sterk teruggelopen, aangezien de meeste preferenties geleidelijk zijn opgenomen in de afzonderlijke SAO’s tussen de EU en de begunstigden. Hoewel het economische effect van de maatregelen beperkt is, toont de verlenging ervan aan dat de EU zich sterk blijft inzetten voor de handelsintegratie van de Westelijke Balkan. Deze verlenging moet ook bijdragen tot het waarborgen van de stabiliteit van de voorwaarden voor markttoegang voor marktdeelnemers, zowel in de regio als in de EU. Indien de verordening niet uiterlijk op 31 december 2025 wordt verlengd, zal de Westelijke Balkan deze geliberaliseerde markttoegang voor belangrijke landbouwproducten (groenten en fruit), die belangrijk zijn voor deze gevoelige regio, worden ontzegd. Dit wordt gestaafd door gegevens waaruit blijkt dat er tussen 2018 en 2024 een toename was van meer dan 125 % van de totale handel waarop de maatregelen betrekking hadden. Die steeg van 60,5 miljoen EUR tot 137 miljoen EUR.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Aangezien de maatregelen waarop dit voorstel betrekking heeft al bijna 25 jaar van kracht zijn, zijn de begunstigden zeer goed geïnformeerd en weten zij hoe zij aan de voorwaarden van de verordening kunnen voldoen. Bovendien werd de verordening in 2024 gecodificeerd.
•Grondrechten
De maatregelen waarop dit voorstel betrekking heeft, zijn in overeenstemming met de basisbeginselen die in de respectieve SAO’s zijn vastgelegd, met name de eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden (artikel 3 van de SAO EU-Kosovo en artikel 2 van de andere SAO’s).
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde verordening brengt naar verwachting geen extra kosten mee voor de EU-begroting. Tevens zal de verlenging van de toepassingsperiode van de verordening voor de jaren van de voorgestelde verlenging naar verwachting geen extra budgettaire gevolgen hebben voor de ontvangstenzijde in vergelijking met de budgettaire gevolgen van de huidige autonome handelsmaatregelen.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
In het kader van de vergaderingen van de subcomités in het kader van de SAO’s staat het toezicht op en de verslaglegging over het gebruik van bilaterale preferenties regelmatig op de agenda van bilaterale besprekingen met de partners van de Westelijke Balkan.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
•Artikelsgewijze toelichting
Dit voorstel betreft de volgende wijzigingen van de verordening:
1)Om het conflict tussen artikel 2, lid 3, en artikel 10 met betrekking tot de gevolgen van niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c), weg te nemen en rechtszekerheid te creëren, wordt voorgesteld deze gevallen van niet-naleving te schrappen uit de gevallen die onder artikel 10 vallen en artikel 2, lid 3, te behouden als het enige mechanisme voor de opschorting van voordelen wegens niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt a), b) of c).
2)Naast het hierboven voorgestelde amendement lijkt het erop dat de in artikel 10 genoemde niet-naleving met betrekking tot een gebrek aan administratieve medewerking voor de verificatie van bewijzen van oorsprong reeds onder artikel 2, lid 1, punt c), valt en in ieder geval beter geschikt is voor opschorting op grond van artikel 2, lid 3. In dit verband wordt voorgesteld deze vorm van niet-naleving in artikel 2, lid 1, punt c), op te nemen.
3)Er wordt voorgesteld artikel 2, lid 2, tweede alinea, te schrappen, aangezien daarin wordt verwezen naar een institutioneel proces dat afwijkt van de gewone wetgevingsprocedure van artikel 207 VWEU.
4)Duidelijkheidshalve moet een nieuw artikel 2, lid 4, worden ingevoerd om te specificeren dat niet-naleving van artikel 2, lid 1, punt d), kan leiden tot de opschorting van preferenties overeenkomstig artikel 6.
5)Om de inhoud ervan nauwkeurig weer te geven, moet artikel 2 een nieuwe titel krijgen.
6)Aangezien de unilaterale preferenties voor Kosovo zijn opgenomen in de SAO EU-Kosovo, de SAO die het laatst, op 1 april 2016, in werking trad, hebben de autonome handelspreferenties niet langer betrekking op handelsconcessies voor de visserij. Duidelijkheidshalve wordt daarom voorgesteld de resterende verouderde verwijzingen naar visserijmarkten en visserijproducten in artikel 3, lid 2, te schrappen.
7)Er wordt voorgesteld de toepassingsperiode van de verordening te verlengen tot en met 31 december 2030.
2025/0108 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2024/823 van 28 februari 2024 betreffende uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2024/823 is een systeem van autonome handelsmaatregelen tussen de Unie en de landen en gebieden van de Westelijke Balkan vastgesteld door bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Westelijke Balkan vrij te stellen van douanerechten en heffingen van gelijke werking en bepaalde wijnbouwproducten van oorsprong uit de Westelijke Balkan toegang te verlenen tot een algemeen tariefcontingent.
(2)De huidige autonome handelsmaatregelen voor de Westelijke Balkan hebben betrekking op twee resterende voordelen: ten eerste de opschorting van de specifieke rechten voor alle groenten en fruit die onder het stelsel van invoerprijzen vallen, en ten tweede de toegang tot een algemeen tariefcontingent voor wijn dat beschikbaar is op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt” zodra de landen van de Westelijke Balkan het nationale contingent in hun respectieve stabilisatie- en associatieovereenkomst (“SAO”) hebben uitgeput. Ondanks hun beperkte toepassingsgebied blijven de huidige autonome handelsmaatregelen belangrijk. De geldigheidsduur van Verordening (EU) 2024/823 verstrijkt echter op 31 december 2025.
(3)Het systeem van autonome handelsmaatregelen vormt een waardevolle steun voor de economieën van de partners in de Westelijke Balkan en heeft geen negatieve gevolgen voor de Unie.
(4)De Unie moet daarom de kwetsbare economieën van de regio blijven ondersteunen door de toepassingsperiode van Verordening (EU) 2024/823 met nog eens vijf jaar te verlengen. De verlenging van de toepassingsperiode van Verordening (EU) 2024/823 toont aan dat de Unie zich sterk inzet voor de handelsintegratie van de Westelijke Balkan.
(5)Daarom moet de toepassingsperiode van Verordening (EU) 2024/823 worden verlengd tot en met 31 december 2030.
(6)De verlenging van de toepassingsperiode van de autonome handelsmaatregelen is in overeenstemming met Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad.
(7)Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de EU en Kosovo, de laatste SAO die in werking trad, moeten de verwijzingen naar handelsconcessies voor de visserij in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) 2024/823 worden geschrapt, aangezien de desbetreffende contingenten voor alle begunstigde landen naar de respectieve bilaterale SAO’s zijn overgedragen.
(8)Er bestaat een overlapping tussen artikel 2, lid 3, en artikel 10 van Verordening (EU) 2024/823, die leidt tot conflicterende mechanismen voor de opschorting van voordelen en die moet worden aangepakt om rechtszekerheid te scheppen,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2024/823 wordt als volgt gewijzigd:
1.artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
a)de titel wordt vervangen door:
“Voorwaarden voor het recht op en de desbetreffende opschorting van de preferentiële regelingen”;
b)artikel 2, lid 1, punt c), wordt vervangen door:
“c) de begunstigde partijen gaan over tot een daadwerkelijke administratieve samenwerking met de Unie ter voorkoming van enig risico op fraude, onder meer zoals vereist voor de verificatie van bewijzen van oorsprong, en”;
c)artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:
“Het recht op de in artikel 1 bedoelde preferentiële regelingen is, onverminderd de in lid 1 van dit artikel neergelegde voorwaarden, afhankelijk van de bereidheid van de begunstigde landen tot daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelszones in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT-overeenkomst van 1994 en andere toepasselijke WTO-bepalingen.”;
d)artikel 2, lid 4, wordt toegevoegd:
“Bij niet-naleving door een begunstigde partij van lid 1, punt d), kan de Commissie het recht van een betrokken begunstigde partij op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten overeenkomstig artikel 6.”;
2.artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:
“2. Niettegenstaande de andere bepalingen van deze verordening, met name artikel 10, kan de Commissie, gezien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, door middel van uitvoeringshandelingen passende maatregelen vaststellen indien de invoer van landbouwproducten een ernstige verstoring van de markten van de Unie en de regulerende mechanismen daarvan veroorzaakt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.”;
3.artikel 10 wordt vervangen door:
“Artikel 10
Andere tijdelijke opschortingsmaatregelen
1.Indien de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude of dat de invoer in de Unie zeer sterk, tot boven het normale productieniveau en de normale uitvoercapaciteit, toeneemt, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele op te schorten, mits zij vooraf:
a)het Uitvoeringscomité Westelijke Balkan heeft ingelicht;
b)de lidstaten ertoe heeft opgeroepen de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie veilig te stellen of de begunstigde partijen ertoe te brengen artikel 2, lid 1, na te leven;
c)in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht heeft bekendgemaakt dat er gegronde twijfel bestaat over de toepassing van de preferentiële regelingen of de naleving van de bepalingen in artikel 2, lid 1, door de betrokken begunstigde partij, waardoor het recht van deze partij om verder de voordelen van deze verordening te genieten, ter discussie kan komen te staan.
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde maatregelen worden vastgesteld bij uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
2.Aan het einde van de opschortingsperiode besluit de Commissie de voorlopige opschorting te beëindigen of de opschorting overeenkomstig lid 1 te verlengen.”;
4.in artikel 12 wordt de tweede alinea vervangen door:
“Zij is van toepassing tot en met 31 december 2030.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM “ONTVANGSTEN” – VOOR VOORSTELLEN DIE GEVOLGEN HEBBEN AAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING
1.BENAMING VAN HET VOORSTEL
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2024/823 van 28 februari 2024 betreffende uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces
2.BEGROTINGSONDERDELEN
Onderdeel ontvangsten (hoofdstuk/artikel/post): Hoofdstuk 12, artikel 120
Begroot bedrag voor het betrokken jaar (2025): 21 082 004 566 EUR
(alleen in geval van bestemmingsontvangsten):
De ontvangsten worden toegewezen aan de volgende onderdelen voor uitgaven (hoofdstuk/artikel/post):
3.FINANCIËLE GEVOLGEN
■
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen
◻
Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten
◻
Het voorstel heeft financiële gevolgen voor de bestemmingsontvangsten,
namelijk:
(in miljoen EUR tot op één decimaal)
|
Onderdeel ontvangsten
|
Gevolgen voor ontvangsten
|
Periode van XX maanden, met ingang van dd.mm.jjjj (indien van toepassing)
|
Jaar N
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
|
Situatie na de actie
|
|
Onderdeel ontvangsten
|
[N+1]
|
[N+2]
|
[N+3]
|
[N+4]
|
[N+5]
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
|
|
(Alleen in geval van bestemmingsontvangsten, op voorwaarde dat het begrotingsonderdeel al bekend is):
|
Onderdeel uitgaven
|
Jaar N
|
Jaar N+1
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
Hoofdstuk/artikel/post ...
|
|
|
|
Onderdeel uitgaven
|
[N+2]
|
[N+3]
|
[N+4]
|
[N+5]
|
|
Hoofdstuk/artikel/
post ...
|
|
|
|
|
|
Hoofdstuk/artikel/
post ...
|
|
|
|
|
4.FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
5.ANDERE OPMERKINGEN
De voorgestelde verordening brengt geen extra kosten (uitgaven) mee voor de EU-begroting.
De verlenging van de autonome handelsmaatregelen (2026-2030) heeft voor de jaren van de voorgestelde verlenging geen extra budgettaire gevolgen voor de ontvangstenzijde in vergelijking met de budgettaire gevolgen van de vóór die verlenging geldende autonome handelsmaatregelen.
Eventuele gederfde inkomsten als gevolg van de verlenging van de autonome handelsmaatregelen kunnen niet worden beschouwd als een derving van tariefinkomsten, aangezien die inkomsten niet zijn waargenomen sinds het jaar 2000, toen de eerste autonome handelsmaatregel werd vastgesteld.