21.5.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 125/15


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2015/787 VAN DE COMMISSIE

van 19 mei 2015

tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China en acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China in bepaalde preparaten en/of mengsels

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), en met name artikel 7, lid 4,

In overleg met de lidstaten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Inleiding

(1)

Op 4 september 2014 heeft de Europese Commissie („de Commissie”) een antidumpingonderzoek geopend met betrekking tot de invoer in de Unie van acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China („het betrokken land” of „de VRC”) en van acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China in bepaalde preparaten en/of mengsels. De Commissie heeft het onderzoek geopend op basis van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad („de basisverordening”) en een bericht van inleiding gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) („het bericht van inleiding”).

(2)

De Commissie heeft het onderzoek geopend naar aanleiding van een klacht die op 22 juli 2014 werd ingediend door Nutrinova Nutrition Specialties & Food Ingredients GmbH („de klager”), de enige producent van acesulfaamkalium (ofwel „ace-K”) in de Unie. De klager neemt dus de totale productie van ace-K in de Unie voor zijn rekening. Het bij de klacht gevoegde bewijsmateriaal over dumping en de aanmerkelijke schade als gevolg daarvan werd voldoende geacht om een onderzoek te openen.

1.2.   Belanghebbenden

(3)

In het bericht van inleiding werden de belanghebbenden uitgenodigd om met de Commissie contact op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. Daarnaast heeft de Commissie specifiek de klager, de haar bekende producenten-exporteurs en de Chinese autoriteiten, de haar bekende betrokken importeurs, gebruikers, handelaren en verenigingen op de hoogte gebracht van de opening van het onderzoek en hen uitgenodigd daaraan mee te werken.

(4)

De belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over de opening van het onderzoek en te verzoeken te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

1.3.   Producenten in het referentieland

(5)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie de belanghebbenden meegedeeld dat op basis van de informatie in de klacht het betrokken product, voor zover bekend, uitsluitend in de Unie en de VRC wordt vervaardigd. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hierover opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen.

(6)

De Commissie heeft evenwel contact opgenomen met alle negen derde landen die volgens de statistieken van Eurostat producten van dezelfde GN-codes als het betrokken product naar de Unie uitvoeren. De Commissie heeft die landen om ondersteuning verzocht bij het opsporen van producenten van en/of producentenorganisaties voor ace-K. Geen van de derde landen die werden gecontacteerd, kon producenten van ace-K opsporen. Derhalve werd vastgesteld dat het betrokken product nergens anders dan in de Unie en in het betrokken land werd vervaardigd.

1.4.   Steekproeven

(7)

In het bericht van inleiding heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zal samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

a)   Steekproef van importeurs

(8)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te kunnen stellen, heeft de Commissie niet-verbonden importeurs verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken.

(9)

Gezien het geringe aantal reacties heeft zij besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was.

b)   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(10)

Om te kunnen beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te kunnen stellen, heeft de Commissie alle bekende producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in het bericht van inleiding gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie de Vertegenwoordiging van de VRC bij de EU verzocht mogelijke andere producenten-exporteurs die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(11)

Vier producenten-exporteurs uit het betrokken land hebben de verlangde informatie verstrekt en ermee ingestemd in de steekproef te worden opgenomen. Eén van deze producenten-exporteurs heeft in het onderzoektijdvak niet op de EU-markt verkocht. Daarom kon deze producent-exporteur niet voorwerp van onderzoek zijn, zodat er drie medewerkende ondernemingen waren. Zij namen de volledige invoer van het betrokken product in de Unie tijdens het onderzoektijdvak voor hun rekening. Gezien het geringe aantal betrokken partijen heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was.

1.5.   Formulieren voor de aanvraag van behandeling als marktgerichte onderneming („BMO”)

(12)

Voor de toepassing van artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening heeft de Commissie BMO-aanvraagformulieren toegezonden aan de drie medewerkende producenten-exporteurs in het betrokken land. Geen van hen heeft een BMO-aanvraag ingediend.

1.6.   Beantwoording van de vragenlijst

(13)

De Commissie heeft vragenlijsten toegezonden aan de producent in de Unie, de drie medewerkende producenten-exporteurs in het betrokken land en alle niet-verbonden importeurs en gebruikers die belangstelling voor het onderzoek hebben getoond.

(14)

De vragenlijst is ingevuld teruggestuurd door de producent in de Unie, de drie medewerkende producenten-exporteurs in het betrokken land, drie niet-verbonden importeurs en één gebruiker.

1.7.   Controlebezoeken

(15)

De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling van dumping, de daardoor veroorzaakte schade en het belang van de Unie nodig achtte, verzameld en gecontroleerd. Krachtens artikel 16 van de basisverordening zijn controlebezoeken ter plaatse verricht bij de volgende ondernemingen:

Producent in de Unie

—

Nutrinova Nutrition Specialties & Food Ingredients GmbH, Frankfurt, Duitsland;

Importeurs

—

RFI Food Ingredients Handelsgesellschaft mbH, Düsseldorf, Duitsland,

—

Brenntag Holding GmbH, Mülheim an der Ruhr, Duitsland,

—

The Ingredient House Llc., Skillman, New Jersey, VS;

Gebruiker

—

The Wrigley Company Limited, Plymouth, VK;

Producenten-exporteurs in het betrokken land

—

Anhui Jinhe Industrial Co., Ltd, Lai'an County, VRC,

—

Suzhou Hope Technology Co., Ltd, Zhangjiagang, VRC,

—

Anhui Vitasweet Food Ingredient Co., Ltd, Suzhou en Liyang, VRC.

1.8.   Onderzoektijdvak en beoordelingsperiode

(16)

Het onderzoek naar de dumping en de schade had betrekking op de periode van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2014 („het onderzoektijdvak” of „OT”). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die van belang zijn voor de schadebeoordeling, had betrekking op de periode van januari 2011 tot het einde van het onderzoektijdvak („de beoordelingsperiode”).

2.   BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Betrokken product

(17)

Bij het betrokken product gaat het om acesulfaamkalium (kaliumzout van 6-methyl-1,2,3-oxathiazin-4(3H)-on 2,2-dioxide; CAS-nummer 55589-62-3) van oorsprong uit de VRC en acesulfaamkalium van oorsprong uit de VRC in bepaalde preparaten en/of mengsels die eveneens andere zoetstoffen en/of water bevatten („het onderzochte product”), momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2106 90 92 , ex 2106 90 98 , ex 2934 99 90 (Taric-code 2934 99 90 21), ex 3824 90 92 , ex 3824 90 93 en ex 3824 90 96 („het betrokken product”). Acesulfaamkalium wordt ook acesulfaam-K of ace-K genoemd.

(18)

Ace-K wordt als kunstmatige zoetstof voor uiteenlopende toepassingen gebruikt, bijvoorbeeld in voedingsmiddelen, dranken en farmaceutische producten.

2.2.   Soortgelijk product

(19)

Het is gebleken dat ace-K dat door de bedrijfstak van de Unie in de Unie geproduceerd en verkocht wordt, dezelfde fysieke en chemische basiskenmerken en dezelfde basistoepassingen heeft als ace-K dat in het betrokken land geproduceerd en naar de Unie uitgevoerd wordt. Daarom worden deze producten beschouwd als soortgelijke producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

3.   DUMPING

3.1.   Behandeling als marktgerichte onderneming (BMO)

(20)

Krachtens artikel 2, lid 7, onder b), van de basisverordening stelt de Commissie overeenkomstig artikel 2, leden 1 tot en met 6, van die verordening de normale waarde vast voor de producenten-exporteurs in de VRC die voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 7, onder c), van de verordening, en dus in aanmerking komen voor een BMO.

(21)

Zoals vermeld in overweging 12, heeft echter geen van de medewerkende producenten-exporteurs om BMO verzocht.

3.2.   Normale waarde

(22)

Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening moest de normale waarde worden vastgesteld aan de hand van de prijzen in een geschikt derde land met markteconomie („het referentieland”) of aan de hand van de prijs bij uitvoer uit een dergelijk derde land naar andere landen, waaronder de Unie, of, indien dit niet mogelijk is, op een andere redelijke grondslag, zoals de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het soortgelijke product in de Unie, indien nodig verhoogd met een redelijke winstmarge.

(23)

Wegens het ontbreken van een referentieland, zoals vermeld in overweging 6, werd de normale waarde gebaseerd op de in de Unie voor het soortgelijke product werkelijk betaalde of te betalen prijzen. Er werd vastgesteld welke door de producent in de Unie verkochte productsoorten overeenstemden met die welke door de Chinese medewerkende producenten in het onderzoektijdvak op de markt van de Unie werden verkocht. De verkopen door de Unieproducent aan onafhankelijke afnemers werden als representatief beschouwd wanneer zij werden uitgedrukt als percentage van het totale uitvoervolume van het betrokken product en per productsoort. De verkoop van deze productsoorten door de producent in de Unie was winstgevend. De gemiddelde verkoopprijs in de Unie daarvan diende als de normale waarde.

3.3.   Uitvoerprijs

(24)

De medewerkende producenten-exporteurs voerden rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Unie uit. Daarom was de uitvoerprijs de werkelijk betaalde of te betalen prijs van het betrokken product dat met het oog op uitvoer naar de Unie werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening.

3.4.   Vergelijking

(25)

De Commissie heeft de normale waarde en de uitvoerprijs van de medewerkende producenten-exporteurs vergeleken in het stadium af fabriek.

(26)

Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en/of de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen.

(27)

Met name heeft de Commissie een correctie voor verschillen in handelsstadium toegepast omdat werd vastgesteld dat de enige producent in de Unie hoofdzakelijk aan gebruikers verkocht, terwijl de Chinese producenten hoofdzakelijk aan handelaren verkochten. Vervolgens is op basis van verschillende opmerkingen een correctie toegepast voor het kwaliteitsverschil en de marktperceptie van dat verschil tussen Chinees ace-K en door de producent in de Unie vervaardigd ace-K. Daarnaast is de normale waarde gecorrigeerd voor bepaalde uitzonderlijke kosten die de producent in de Unie in het onderzoektijdvak heeft gemaakt voor onderzoek en ontwikkeling (O&O) en voor marketing. Deze kosten komen meer in detail aan de orde in overweging 67.

3.5.   Dumpingmarges

(28)

Overeenkomstig artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening heeft de Commissie voor elk van de medewerkende producenten-exporteurs de gewogen gemiddelde uitvoerprijs per productsoort vergeleken met de gewogen gemiddelde normale waarde.

(29)

Op grond hiervan bedragen de voorlopige gewogen gemiddelde dumpingmarges, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring:

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Anhui Jinhe Industrial Co., Ltd

97,8 %

Suzhou Hope Technology Co., Ltd

89,1 %

Anhui Vitasweet Food Ingredient Co., Ltd

37,4 %

(30)

Voor alle andere producenten-exporteurs in het betrokken land heeft de Commissie de dumpingmarge overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening aan de hand van de beschikbare gegevens vastgesteld. Hiertoe heeft de Commissie de mate van medewerking van de producenten-exporteurs bepaald. De mate van medewerking komt overeen met het volume van de uitvoer naar de Unie van de medewerkende producenten-exporteurs, uitgedrukt als percentage van het totale volume van de uitvoer naar de Unie — volgens de invoerstatistieken van Eurostat — van het betrokken land.

(31)

De mate van medewerking is in dit geval hoog, aangezien de uitvoer van de medewerkende producenten-exporteurs naar de Unie de totale uitvoer naar de Unie in het onderzoektijdvak vormde. De Commissie heeft op basis hiervan besloten de residuele dumpingmarge vast te stellen op het niveau van de medewerkende onderneming met de hoogste dumpingmarge.

(32)

De voorlopige residuele dumpingmarge, uitgedrukt als percentage van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, bedraagt derhalve 97,8 %.

Onderneming

Voorlopige dumpingmarge

Anhui Jinhe Industrial Co., Ltd

97,8 %

Suzhou Hope Technology Co., Ltd

89,1 %

Anhui Vitasweet Food Ingredient Co., Ltd

37,4 %

Alle andere ondernemingen

97,8 %

4.   SCHADE

4.1.   Opmerking vooraf

(33)

De analyse betreft slechts één onderneming. Daarom worden de meeste indicatoren met het oog op de vertrouwelijkheid in geïndexeerde vorm of als orde van grootte gepresenteerd.

4.2.   Definitie van de bedrijfstak van de Unie en de productie in de Unie

(34)

Het soortgelijke product werd in het onderzoektijdvak vervaardigd door één producent in de Unie, die de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening vormt.

4.3.   Verbruik in de Unie

(35)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld op basis van de door de bedrijfstak van de Unie verstrekte gegevens, de Chinese uitvoerstatistieken en de gegevens van de Chinese producenten-exporteurs. De gegevens van Eurostat leenden zich hier niet voor, omdat het betrokken product samen met veel andere producten onder verschillende GN-codes wordt ingevoerd. Aangezien er geen derde land is dat ace-K produceert, vond alle invoer in de Unie uit de VRC plaats.

(36)

Het verbruik in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 1

Verbruik in de Unie (ton)

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Totaal verbruik in de Unie — Index

100

104

110

104

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie en medewerkende Chinese producenten alsmede Chinese uitvoerstatistieken.

(37)

Het verbruik van ace-K in de Unie is tijdens de beoordelingsperiode met ongeveer 4 % gestegen, naar verluidt vanwege een grotere vraag naar suikervrije producten in de Unie. Het laatste jaar van de beoordelingsperiode heeft een daling van het verbruik te zien gegeven als gevolg van de toename van de concurrentie door andere (nieuwe) zoetstoffen. Deze daling lijkt evenwel tijdelijk van aard te zijn en het dossier bevat geen duidelijke aanwijzing dat de vraag naar ace-K in de komende jaren verder zal afnemen.

4.4.   Invoer uit de VRC

4.4.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC

(38)

De Commissie heeft de omvang van de invoer uit de VRC vastgesteld op basis van de Chinese uitvoerstatistieken die zijn gecontroleerd aan de hand van de gegevens van de drie producenten-exporteurs in de VRC die de totale uitvoer van het betrokken product in het onderzoektijdvak voor hun rekening namen.

(39)

De invoer uit de VRC in de Unie en het marktaandeel daarvan hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Omvang van invoer (ton) en marktaandeel

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Omvang van invoer uit de VRC

1 612

1 816

2 051

1 831

Marktaandeel van invoer uit de VRC — Index

100

108

115

110

Bron: Gegevens verstrekt door medewerkende Chinese producenten alsmede Chinese uitvoerstatistieken.

(40)

De invoer uit de VRC is in de beoordelingsperiode met 14 % gestegen. In dezelfde periode is het marktaandeel van de invoer uit de VRC eveneens gestegen, en wel met 10 %, zodat in het onderzoektijdvak van een marktaandeel van 65 %-80 % sprake was.

4.4.2.   Prijzen van de invoer uit de VRC en prijsonderbieding

(41)

De Commissie heeft de prijzen van de invoer vastgesteld op basis van de gegevens van de medewerkende producenten in de VRC. De gewogen gemiddelde cif-prijs, in EUR, per kilogram invoer uit de VRC in de Unie heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Cif-prijzen van invoer uit de VRC (EUR/kg)

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Gewogen gemiddelde invoerprijzen

5,71

5,11

4,30

3,99

Index

100

90

75

0

Bron: Gegevens verstrekt door medewerkende Chinese producenten alsmede Chinese uitvoerstatistieken.

(42)

De gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC is in de beoordelingsperiode gestaag gedaald, met 30 %.

(43)

De Commissie heeft de prijsonderbieding tijdens het onderzoektijdvak vastgesteld aan de hand van een vergelijking van:

a)

de gewogen gemiddelde verkoopprijzen die door de enige producent in de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie werden berekend voor de door de Chinese producenten-exporteurs naar de Unie uitgevoerde productsoorten, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, en

b)

de overeenkomstige gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort die door de medewerkende producenten-exporteurs aan de eerste onafhankelijke afnemer op de markt van de Unie werden berekend, op cif-basis, met de nodige correcties voor douanerechten (6,5 %) en kosten na invoer.

(44)

De gewogen gemiddelde prijs van de bedrijfstak van de Unie is vergeleken met de overeenkomstige gewogen gemiddelde invoerprijzen per productsoort van de medewerkende producenten-exporteurs voor transacties op hetzelfde handelsniveau, na aftrek van rabatten en kortingen en na correcties van de prijs van de bedrijfstak van de Unie voor het kwaliteitsverschil en de marktperceptie van dat verschil alsmede voor de O&O- en marketingkosten, om dezelfde redenen als vermeld in overweging 27. Het resultaat van de vergelijking is uitgedrukt als percentage van de omzet van de producenten in de Unie tijdens het onderzoektijdvak. De Commissie heeft voor de invoer uit de VRC op de markt van de Unie een gewogen gemiddelde prijsonderbiedingsmarge tussen 18 % en 45 % vastgesteld.

4.5.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.5.1.   Algemene opmerkingen

(45)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening omvatte het onderzoek naar de gevolgen van de invoer met dumping voor de bedrijfstak van de Unie een beoordeling van alle economische indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode van invloed waren op de situatie van de bedrijfstak van de Unie. Voor de vaststelling van de schade heeft de Commissie geen onderscheid gemaakt tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren, omdat de enige producent in de Unie de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening vormde. Bij het beoordelen van de economische indicatoren is de Commissie uitgegaan van de gegevens met betrekking tot de enige producent in de Unie. De gegevens bleken representatief te zijn voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(46)

De economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoopvolume, marktaandeel, groei, werkgelegenheid, productiviteit, hoogte van dumpingmarge en herstel van eerdere dumping, gemiddelde eenheidsprijzen, kosten per eenheid, loonkosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken. Zij worden als volgt geanalyseerd.

4.5.2.   Schade-indicatoren

4.5.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(47)

De totale productie, de totale productiecapaciteit en de totale bezettingsgraad in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Productievolume — Index

100

81

70

69

Productiecapaciteit — Index

100

100

100

100

Bezettingsgraad — Index

100

81

70

69

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(48)

Het productievolume van de bedrijfstak van de Unie is gestaag gedaald, met 31 %. De producent in de Unie is er gedurende de beoordelingsperiode in werkelijkheid steeds meer toe overgegaan productiefaciliteiten stil te leggen om kosten te besparen. Om die reden was de fabriek tijdens het onderzoektijdvak in totaal vier maanden lang gesloten.

(49)

De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie is gedurende de hele beoordelingsperiode gelijk gebleven, aangezien veel kosten vaste kosten zijn en losstaan van de capaciteit. Als gevolg hiervan is de bezettingsgraad hand in hand met het productievolume teruggelopen.

4.5.2.2.   Verkoopvolume en marktaandeel

(50)

Het volume van de verkoop van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie en het marktaandeel daarvan hebben zich gedurende de beoordelingsperiode negatief ontwikkeld:

Tabel 5

Verkoopvolume en marktaandeel

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Verkoopvolume op de markt van de Unie — Index

100

89

82

87

Marktaandeel — Index

100

86

74

84

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(51)

In de beoordelingsperiode is het verkoopvolume van de producent in de Unie in totaal met 13 % gedaald, hoewel het verbruik in die periode is gestegen. Ondanks deze negatieve ontwikkeling is tussen 2013 en het einde van het onderzoektijdvak ook een licht herstel van het verkoopvolume opgetekend; dit herstel was alleen mogelijk door middel van contracten met verkoopprijzen waardoor de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie verder werd ondermijnd.

(52)

Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie is tijdens de beoordelingsperiode eveneens gedaald, en wel met 16 %, zowel doordat afnemers van leverancier zijn veranderd als doordat afnemers van twee leveranciers zijn gaan betrekken, waardoor het percentage aankopen uit de VRC is gestegen.

4.5.2.3.   Groei

(53)

Het is duidelijk dat de bedrijfstak van de Unie een negatieve groei heeft doorgemaakt, gelet op bovengenoemde daling van het marktaandeel en de stijging van het verbruik waarvan in overweging 37 sprake is.

4.5.2.4.   Werkgelegenheid

(54)

De werkgelegenheid en de productiviteit hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Werkgelegenheid en productiviteit

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Aantal werknemers — Index

100

103

82

82

Productie in ton per werknemer — Index

100

87

100

106

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(55)

Tussen 2011 en het einde van het onderzoektijdvak heeft de bedrijfstak van de Unie, hand in hand met de tijdelijke stilleggingen, zijn personeelsbestand met bijna een vijfde ingekrompen om het hoofd te bieden aan de daling van de productie. De productiviteit is in die periode met 6 % licht gestegen, als gevolg van de vermindering van het aantal werknemers.

4.5.2.5.   Loonkosten

(56)

De gemiddelde loonkosten van de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Gemiddelde loonkosten per werknemer

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Gemiddelde loonkosten per werknemer — Index

100

103

111

115

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(57)

De bedrijfstak van de Unie heeft de gemiddelde loonkosten per werknemer in de beoordelingsperiode met 15 % zien stijgen, vanwege de ontslagvergoedingen die moesten worden betaald door de inkrimping van het personeelsbestand (zie overweging 54). Tevens werden naar verluidt in de chemische sector nieuwe loontarieven toegepast.

4.5.2.6.   Hoogte van dumpingmarge en herstel van eerdere dumping

(58)

Er was sprake van significante dumpingmarges (zie overweging 29). De gevolgen van de hoogte van de werkelijke dumpingmarges voor de bedrijfstak van de Unie waren aanzienlijk, gezien de omvang en de prijzen van de invoer uit de VRC.

(59)

Dit is het eerste antidumpingonderzoek ten aanzien van het betrokken product. Daarom waren er geen gegevens beschikbaar om de gevolgen van mogelijke dumping in het verleden vast te stellen.

4.5.2.7.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(60)

De gewogen gemiddelde verkoopprijzen per eenheid van de producent in de Unie voor niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Verkoopprijzen in de Unie

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Gemiddelde verkoopprijs in de Unie — Index

100

94

94

88

Productiekosten per eenheid — Index

100

106

117

119

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(61)

De gemiddelde verkoopprijs van de bedrijfstak van de Unie voor het soortgelijke product is in de beoordelingsperiode met 12 % gedaald, deels als gevolg van de sterk negatieve ontwikkeling van de gemiddelde prijzen bij invoer uit de VRC (zie overweging 42).

(62)

De gemiddelde productiekosten van de bedrijfstak van de Unie zijn met 19 % gestegen. Dit kwam hoofdzakelijk door de grotere impact van de vaste kosten op het teruglopende productie- en verkoopvolume en door de stijging van de grondstofprijzen.

4.5.2.8.   Voorraden

(63)

De voorraden van de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Voorraden

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Eindvoorraden — Index

100

98

89

94

Eindvoorraden uitgedrukt als percentage van de productie — Index

100

121

126

135

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(64)

Hoewel de eindvoorraden in de beoordelingsperiode zijn gedaald wegens de tijdelijke stillegging van productiefaciliteiten met het doel om kosten te besparen (zie overweging 48), zijn zij uitgedrukt als percentage van de productie gestegen.

4.5.2.9.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(65)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de producent in de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Winstgevendheid van de verkoop in de Unie aan niet-verbonden afnemers — Index

100

74

48

26

Kasstroom — Index

100

85

75

78

Investeringen — Index

100

51

48

34

Rendement van investeringen — Index

100

68

44

25

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(66)

De winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie is vastgesteld door de nettowinst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als percentage van de aldus gerealiseerde omzet. Bij de berekening van de winstgevendheid heeft de Commissie op de gerapporteerde kosten alle O&O- en marketingkosten in mindering gebracht die zij als uitzonderlijk heeft aangemerkt, zoals vermeld in overweging 27. Zonder deze aftrek zou de bedrijfstak van de Unie in het onderzoektijdvak verliezen hebben geboekt. Hand in hand met de winstgevendheid zijn ook de nettokasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen teruggelopen.

(67)

De bedrijfstak van de Unie heeft aangevoerd dat het bij de in mindering gebrachte O&O- en marketingkosten om normale, lopende kosten met betrekking tot het betrokken product ging. Uit het onderzoek is echter gebleken dat deze kosten verband hielden met een nieuw product, maar wel een product dat onder de productomschrijving van dit onderzoek valt. Deze uitzonderlijke en hoge kosten zouden in een normaal of representatief jaar voor de bedrijfstak van de Unie niet ontstaan. Bovendien betreffen deze kosten het onderzoek en de ontwikkeling alsmede de marketing van een product waarvan tijdens de beoordelingsperiode geen aanzienlijke hoeveelheden op de markt van de Unie zijn verkocht.

(68)

Zelfs zonder die kosten mee te rekenen, heeft de winstgevendheid van de producent in de Unie gedurende de beoordelingsperiode een forse en gestage daling vertoond. De Commissie heeft zich op het standpunt gesteld dat het winstgevendheidsniveau in het onderzoektijdvak en de ontwikkeling van de winstgevendheid wegens de hierboven beschreven duidelijke en substantiële daling schadelijk waren.

(69)

De sterke daling van de winstgevendheid was voornamelijk het gevolg van de toerekening van de gestaag toenemende vaste kosten per ton in verhouding tot het teruglopende productie- en verkoopvolume. Bovendien waren de gemiddelde prijzen aanzienlijk gedaald, waardoor de bedrijfstak van de Unie niet langer in staat was de winstniveaus te handhaven, zodat de winstgevendheid sterk terugliep. Zoals blijkt uit tabel 10, hebben de overige prestatie-indicatoren een ontwikkeling te zien gegeven die vergelijkbaar was met die van de opbrengst over de omzet.

(70)

De nettokasstroom is het vermogen van de producenten in de Unie om hun activiteiten zelf te financieren. Uitgedrukt in de vorm van een indexcijfer heeft de nettokasstroom in de beoordelingsperiode een negatieve ontwikkeling te zien gegeven, nu hij met 22 % is teruggelopen als gevolg van de daling van de winstgevendheid.

(71)

De investeringen van de bedrijfstak van de Unie zijn zelfs nog sterker teruggelopen. Het investeringsvolume tijdens het onderzoektijdvak bedroeg slechts ongeveer een derde van het investeringsvolume in 2011. Bij de berekening van de winstgevendheid zijn de investeringen in het nieuwe product niet in aanmerking genomen.

(72)

Het rendement van investeringen wordt uitgedrukt als de winst in procenten van de nettoboekwaarde van de investeringen. Dat rendement is tussen 2011 en het einde van het onderzoektijdvak met ongeveer 75 % sterk en continu gedaald.

(73)

De enige producent in de Unie, die deel uitmaakt van een grote internationale groep, heeft niet gesteld dat zijn vermogen om kapitaal aan te trekken tot dan toe door bovenbedoelde ontwikkelingen was beïnvloed. De bedrijfstak van de Unie heeft echter in de loop van de procedure duidelijk gemaakt dat de actuele situatie onhoudbaar was.

4.5.3.   Conclusie inzake schade

(74)

De volgende economische indicatoren hebben een sterk negatieve ontwikkeling te zien gegeven: productie, bezettingsgraad, marktaandeel, werkgelegenheid, verkoopvolume en verkoopprijzen op de markt van de Unie. De voorraden (als percentage van de productie) zijn gestegen, hoewel zij in absolute zin zijn gedaald. De continu dalende verkoopprijzen hebben in combinatie met het dalende totale verkoopvolume aanzienlijke gevolgen meegebracht, aangezien zij hebben geleid tot een forse daling van het marktaandeel, de winstgevendheid, het rendement van investeringen en de kasstroom.

(75)

Het feit dat de markt van de Unie wordt beheerst door grote spelers in de levensmiddelen- en drankensector en dat in die sector zaken worden gedaan via het afsluiten van jaarlijkse contracten, betekent dat de bedrijfstak van de Unie in die sector bijzonder gevoelig is voor dalingen van het verkoopvolume en de verkoopprijzen, zelfs indien een gering aantal afnemers door deze dalingen wordt geraakt.

(76)

De productiviteit is daarentegen verbeterd. Dit kwam evenwel door de inkrimping van het personeelsbestand als gevolg van de daling van de vraag en dus ook van de productie, waardoor er ontslagen zijn gevallen. Daarom kan in deze omstandigheden de productiviteitsstijging niet als een positief element worden beschouwd.

(77)

Ook het verbruik in de Unie is toegenomen. De bedrijfstak van de Unie heeft hiervan echter niet kunnen profiteren, omdat zowel het verkoopvolume als de verkoopprijzen zijn gedaald, zoals hierboven is beschreven.

(78)

Een belanghebbende heeft betwijfeld of er daadwerkelijk sprake is van schade. Hij heeft aangevoerd dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie tijdens het onderzoektijdvak normaal was. Volgens hem heeft de bedrijfstak van de Unie zijn octrooibescherming verloren en is hij vervolgens zijn dominante marktpositie kwijtgeraakt. Derhalve moet hij nu genoegen nemen met lagere winsten en geringere verkoopvolumen.

(79)

Dit argument is ongegrond. Het voornaamste productieoctrooi is in 2005 verlopen (twee kleinere octrooien zijn vóór en na deze datum verlopen). Na het verstrijken van dit octrooi in 2005, dat wil zeggen ruim vóór de aanvang van de beoordelingsperiode, hebben nieuwe spelers de markt betreden, namelijk de Chinese producenten-exporteurs, die hun aanwezigheid sindsdien steeds meer doen gelden. In 2009, dus nog steeds ruim vóór het begin van de beoordelingsperiode, is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, die tot dan toe een dominante positie had ingenomen, gedaald tot onder 50 %. In 2011, het begin van de beoordelingsperiode, werd het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie reeds ruimschoots overtroffen door het marktaandeel van de invoer uit de VRC op de markt van de Unie. Daarom heeft het verstrijken van de octrooibescherming in 2005 er in werkelijkheid toe geleid dat een markt met meer dan één speler tot stand is gekomen.

(80)

Voorts is de schade veroorzakende situatie geanalyseerd voor de hele beoordelingsperiode, die liep van 2011 tot in 2014, oftewel zes jaar na het verstrijken van het productieoctrooi inging. De meeste schade-indicatoren hebben zich tijdens die periode (2011-einde onderzoektijdvak) voor de bedrijfstak van de Unie bijzonder negatief ontwikkeld. Meer bepaald heeft die bedrijfstak, zoals uiteengezet in overweging 74, marktaandeel verloren zien gaan, zijn verkoopprijzen zien dalen, de winstgevendheid en de overige hierboven onderzochte financiële indicatoren fors zien teruglopen, de productiviteit zien afnemen, installaties moeten stilleggen met het doel om kosten te besparen, en geen voordeel weten te behalen uit het toenemende verbruik. Een dergelijke economische situatie kan niet zonder meer worden verklaard door de mogelijkheid voor nieuwe spelers om wegens het verstrijken van de octrooibescherming de markt te betreden. Hoe dan ook kan deze situatie niet als normaal in de zin van een houdbare en gezonde situatie worden beschouwd. In de eerste plaats is het productieoctrooi ruim vóór de aanvang van de beoordelingsperiode verlopen en heeft de bedrijfstak van de Unie derhalve voldoende tijd gehad om op het gebrek aan bescherming in te spelen. In de tweede plaats bevinden de schade-indicatoren zich in het onderzoektijdvak zelf voor een duurzame en gezonde bedrijfstak op een zeer laag niveau, ook al zou het verstrijken van de octrooibescherming met een bepaalde daling van de prestaties gepaard kunnen zijn gegaan. Bovendien stond de bedrijfstak van de Unie er ondanks dit verlies van octrooibescherming tot 2011 in economisch en financieel opzicht gezond voor.

(81)

Op basis hiervan moet het argument dat de bedrijfstak van de Unie geen schade lijdt, worden afgewezen. Het verstrijken van de octrooibescherming wordt echter nader geanalyseerd als een factor die tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade heeft bijgedragen.

(82)

Rekening houdend met het bovenstaande heeft de Commissie in dit stadium geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basisverordening.

5.   OORZAKELIJK VERBAND

(83)

Overeenkomstig artikel 3, lid 6, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of de bedrijfstak van de Unie door de invoer met dumping uit het betrokken land aanmerkelijke schade heeft geleden. Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van de basisverordening heeft de Commissie ook onderzocht of de bedrijfstak van de Unie in dezelfde periode door andere bekende factoren schade had kunnen lijden. De Commissie heeft zich ervan verzekerd dat eventuele schade die werd veroorzaakt door andere factoren dan de invoer met dumping uit het betrokken land, niet aan de invoer met dumping werd toegeschreven. Deze factoren zijn: a) de prestaties van de bedrijfstak van de Unie op de exportmarkten, b) het verlies van de octrooibescherming en c) de commerciële strategie van de bedrijfstak van de Unie.

5.1.   Gevolgen van de invoer met dumping

(84)

De verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode viel samen met de toename van de invoer tegen dumpingprijzen uit de VRC. In de beoordelingsperiode is het invoervolume met 14 % gestegen en zijn de prijzen bij invoer met 30 % gedaald. Dit heeft geresulteerd in een stijging van het marktaandeel van de Chinese exporteurs met 10 %. Tegelijkertijd heeft de bedrijfstak van de Unie marktaandeel verloren, zijn zijn verkoopprijzen gedaald en heeft het verkoopvolume ook een negatieve ontwikkeling laten zien.

(85)

Met name de forse prijsonderbiedingsmarges tussen 18 % en 45 % zijn andere indicatoren dat de invoer met dumping uit het betrokken land aanzienlijke druk op de prijzen van de bedrijfstak van de Unie heeft uitgeoefend.

(86)

De daling van het verkoopvolume heeft tot gevolg gehad dat de bedrijfstak van de Unie minder goed in staat was de vaste kosten te absorberen. De invoer tegen lage prijzen uit het betrokken land heeft ertoe geleid dat de bedrijfstak van de Unie niet in staat was zijn winstniveaus te handhaven, als gevolg waarvan de winstgevendheid sterk is teruggelopen (zie tabel 10).

(87)

De bedrijfstak van de Unie en andere belanghebbenden hebben aangevoerd dat de twee grootste Chinese producenten-exporteurs in de beoordelingsperiode in een „prijzenoorlog” verwikkeld waren en dat er sprake was van een overnamepoging. In werkelijkheid heeft een van deze medewerkende producenten-exporteurs, Suzhou Hope Technology Co., Ltd, begin 2015, dus kort na het einde van het onderzoektijdvak, faillissementsbescherming naar Chinees recht aangevraagd. De constante en aanhoudende neerwaartse ontwikkeling van de prijzen van de twee grootste Chinese exporteurs heeft er in feite toe geleid dat de verkoopprijzen onhoudbaar zijn geworden. De prijzen van de bedrijfstak van de Unie werden door die prijzen sterk onderboden, waardoor de situatie van de bedrijfstak van de Unie ook qua productie, bezettingsgraad, marktaandeel, werkgelegenheid, verkoopvolume en verkoopprijzen op de markt van de Unie is verslechterd.

(88)

Op basis van het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat de verslechtering van de toestand van de bedrijfstak van de Unie samenviel met de aanzienlijke stijging van de invoer tegen dalende en dumpingprijzen en dat deze invoer een beslissende rol heeft gespeeld bij de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Unie heeft geleden. De verkoopprijzen van de producenten-exporteurs zijn in het onderzoektijdvak met 30 % gedaald. Door hun verkoopprijs per eenheid tijdens de beoordelingsperiode voortdurend te verlagen, zijn de producenten uit het betrokken land erin geslaagd hun marktaandeel te vergroten. Daar duidelijk is vastgesteld dat er een tijdsverband bestaat tussen enerzijds de omvang van de invoer met dumping tegen steeds lagere prijzen en anderzijds het verlies aan verkoopvolume door de bedrijfstak van de Unie en de neerwaartse prijsdruk, wordt geconcludeerd dat de invoer met dumping de oorzaak was van de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade.

5.2.   Gevolgen van andere factoren

5.2.1.   Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie

(89)

De omvang en de gemiddelde prijs van de uitvoer door de bedrijfstak van de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie

 

2011

2012

2013

Onderzoektijdvak

Uitvoervolume — Index

100

87

75

72

Gemiddelde prijs — Index

100

112

108

98

Bron: Gegevens verstrekt door bedrijfstak van de Unie.

(90)

De uitvoerprestaties van de bedrijfstak van de Unie waren qua omvang vergelijkbaar met zijn verkopen op de markt van de Unie, hoewel de prijzen zich op een hoger niveau handhaafden als ze werden uitgedrukt in euro's. Dit verschil in prijsontwikkeling is gedeeltelijk toe te schrijven aan de koersschommelingen tussen de euro en de Amerikaanse dollar in de beoordelingsperiode. De Commissie concludeert derhalve dat de uitvoerprestaties weliswaar ook negatief zijn geweest, maar geen verklaring vormen voor de door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie geleden schade.

5.2.2.   Verlies van de octrooibescherming

(91)

Sommige belanghebbenden hebben aangevoerd dat de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade kan worden verklaard door het feit dat de enige producent in de Unie de octrooibescherming voor ace-K is kwijtgeraakt. Dat argument is ongegrond. Zoals uiteengezet in overweging 79, hebben met name na het verstrijken van het productieoctrooi in 2005 nieuwe spelers de markt betreden, namelijk de Chinese producenten-exporteurs, die hun aanwezigheid sindsdien steeds meer doen gelden. In 2009, dus ruim vóór het begin van de beoordelingsperiode, is het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie, die tot dan toe dankzij de octrooibescherming een dominante positie had ingenomen, gedaald tot onder 50 %. In 2011, het begin van de beoordelingsperiode, werd het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie ruimschoots overtroffen door het marktaandeel van de invoer uit de VRC op de markt van de Unie. Daarom heeft het verstrijken van de octrooibescherming er in werkelijkheid toe geleid dat een markt met meer dan één speler tot stand is gekomen.

(92)

Uit het onderzoek is evenwel aanmerkelijke schade voor de bedrijfstak van de Unie gebleken. Gezien de bevindingen inzake de schade wordt ervan uitgegaan dat de bedrijfstak van de Unie tot 2011 een economisch en financieel gezonde situatie heeft gekend en dat daarna de neerwaartse trend heeft ingezet, dat wil zeggen zes jaar na het verstrijken van het productieoctrooi oftewel na afloop van een voldoende lange periode voor de bedrijfstak van de Unie om te reageren. Er is derhalve niet aangetoond dat de situatie van de bedrijfstak van de Unie is verslechterd omdat meer spelers de markt hebben betreden. De situatie van de bedrijfstak van de Unie is veeleer verslechterd vanwege de door die nieuwe spelers toegepaste prijsstellingsstrategieën die hebben geleid tot een toegenomen invoervolume tegen lage prijzen die onhoudbaar zijn en tot aanzienlijke prijsonderbieding.

(93)

Daarom concludeert de Commissie in dit stadium dat het verlies van de octrooibescherming niet heeft bijgedragen tot de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade.

5.2.3.   Commerciële strategie

5.2.3.1.   Prijsstellingsstrategie van de bedrijfstak van de Unie

(94)

Een belanghebbende heeft aangevoerd dat een verklaring voor de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade is dat de bedrijfstak heeft besloten zijn positie als producent van hoogwaardige producten op de markt van de Unie te handhaven. In het onderzoek is daarentegen geconcludeerd dat deze strategie ervoor heeft gezorgd dat de bedrijfstak heeft kunnen overleven. Proberen alleen op prijs te concurreren, zou ertoe hebben geleid dat de ace-K-activiteiten hadden moeten worden gestaakt, omdat de prijzen van de invoer met dumping tot een onhoudbaar niveau waren gedaald. Dat de prijzen bij invoer zich op een onhoudbaar niveau bevinden, wordt voorts bevestigd door het feit dat de op een na grootste producent-exporteur, waarvoor ace-K voor het leeuwendeel van de totale omzet zorgt, begin 2015 faillissementsbescherming naar Chinees recht heeft aangevraagd.

5.2.3.2.   Aanzienlijke O&O- en marketingkosten van de bedrijfstak van de Unie

(95)

Volgens een belanghebbende wordt de schade voor de bedrijfstak van de Unie verklaard door de uitgaven voor een nieuw product in de beoordelingsperiode. Er moet worden opgemerkt dat die uitgaven verband hielden met het onderzoek en de ontwikkeling alsmede de marketing van een nieuw product dat ace-K bevat. Zoals uiteengezet in overweging 66, zijn deze kosten voor innovatie bij de schadeanalyse echter buiten beschouwing gelaten, zodat zij niet van invloed konden zijn op de vaststelling dat sprake is van aanmerkelijke schade.

(96)

Bijgevolg wordt geconcludeerd dat de commerciële strategie van de bedrijfstak van de Unie niet heeft bijgedragen aan de door die bedrijfstak geleden aanmerkelijke schade.

5.3.   Conclusie inzake oorzakelijk verband

(97)

Zoals hierboven beschreven, wijzen de meeste indicatoren in het kader van dit onderzoek duidelijk op schade. De schade komt duidelijk naar voren wanneer zowel naar de volumeaspecten (met name marktaandeel, productie, bezettingsgraad, verkoopvolume op de markt van de Unie en werkgelegenheid) als naar de prijsaspecten (gemiddelde verkoopprijzen) en naar de prestatie-indicatoren (winstgevendheid, rendement van investeringen, investeringen en kasstroom) wordt gekeken. De toename van de omvang en het marktaandeel van de invoer met dumping tegen lage prijzen viel in de tijd duidelijk samen met de negatieve ontwikkeling van de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie. Hoewel de volumeaspecten op dit punt minder aan duidelijkheid te wensen overlaten, bestaat er een onmiskenbare correlatie tussen de sterke achteruitgang van de verkoop- en productievolumen en de daaropvolgende verslechtering van de financiële indicatoren.

(98)

De Commissie heeft onderscheid gemaakt tussen en afzonderlijk gekeken naar de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Unie en de schade veroorzakende gevolgen van de invoer met dumping. Zij heeft geen andere factoren vastgesteld die aan de schade hadden kunnen bijdragen.

(99)

De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de invoer met dumping de oorzaak was van de door de bedrijfstak van de Unie geleden aanmerkelijke schade en dat er geen andere factoren waren die het oorzakelijk verband hadden kunnen verbreken.

6.   BELANG VAN DE UNIE

(100)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of kon worden geconcludeerd dat het niet in het belang van de Unie was om in dit geval maatregelen te nemen, ondanks de vaststelling van schade veroorzakende dumping. Het belang van de Unie is vastgesteld aan de hand van een afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers.

6.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(101)

Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Unie aanmerkelijke schade heeft geleden als gevolg van de invoer met dumping uit de VRC. Nagenoeg alle schade-indicatoren hebben tijdens de beoordelingsperiode een negatieve trend vertoond, vooral het productievolume, het verkoopvolume, de verkoopprijzen, de werkgelegenheid, het marktaandeel en de winstgevendheid. Een neerwaartse ontwikkeling werd ook vastgesteld voor andere indicatoren met betrekking tot de financiële prestaties, zoals de kasstroom en het rendement van investeringen.

(102)

De verwachting is dat na de instelling van maatregelen de invoerprijzen zullen stijgen en dat de bedrijfstak van de Unie voor een deel zal worden bevrijd van de zware prijsdruk die momenteel wordt uitgeoefend door de invoer met dumping. Als er geen maatregelen worden genomen, lijkt een verdere verslechtering van de situatie van de bedrijfstak van de Unie zeer waarschijnlijk. Er zal naar alle waarschijnlijkheid nog meer verkoopvolume en marktaandeel verloren gaan, aangezien de prijsdruk van de invoer met dumping zal aanhouden en de bedrijfstak van de Unie gedwongen zal zijn om zijn prijzen verder te verlagen. Aan de andere kant zijn er geen redenen aan te nemen dat zonder maatregelen de prijsdruk anders zou zijn en niet dezelfde ontwikkeling zou volgen als die welke in de beoordelingsperiode is waargenomen. Het is niet uitgesloten dat de bedrijfstak van de Unie bij het uitblijven van maatregelen gedwongen zal zijn om de productie van ace-K op de middellange termijn volledig te staken, met als gevolg verlies van werkgelegenheid in de Unie. Dit zou de markt van de Unie tevens volledig afhankelijk van invoer uit de VRC maken.

(103)

Derhalve heeft de Commissie in dit stadium geconcludeerd dat de instelling van antidumpingrechten in het belang van de bedrijfstak van de Unie is.

6.2.   Belang van de niet-verbonden importeurs

(104)

Van de 25 importeurs waarmee contact is opgenomen, hebben slechts drie de vragenlijst beantwoord. Zij nemen ongeveer 13 % van de totale invoer van ace-K uit de VRC voor hun rekening. Bij hen zijn controles ter plaatse uitgevoerd.

(105)

De invoer van ace-K uit de VRC maakte in het onderzoektijdvak minder dan 10 % van de totale omzet van deze importeurs uit (voor twee van hen zelfs minder dan 1 %).

(106)

Alle drie medewerkende importeurs hebben aangevoerd dat de instelling van rechten een negatief effect op hun activiteiten zou hebben, omdat die rechten onvermijdelijk tot hogere prijzen zouden leiden. Eén importeur heeft gewezen op het belang voor zijn afnemers om te kiezen voor meer dan één leverancier.

(107)

Een andere importeur heeft aangevoerd dat ace-K niet gemakkelijk is te vervangen bij producten die deze stof bevatten en al in de handel zijn. Volgens hem zouden nieuwe producten worden ontwikkeld met andere zoetstoffen in plaats van het betrokken product.

(108)

De Commissie heeft vastgesteld dat de importeurs inderdaad negatieve gevolgen van de maatregelen zouden kunnen ondervinden, zij het in zeer beperkte mate. Ace-K maakt slechts een klein deel uit van de activiteiten van de importeurs, die over een vrij ruim productassortiment beschikken. Daarnaast wordt er, aangezien de maatregelen enkel eerlijke concurrentie op de markt van de Unie zouden herstellen, van uitgegaan dat de antidumpingmaatregelen de importeurs niet ervan zouden weerhouden het betrokken product in de Unie te verkopen.

(109)

Evenzo zouden de maatregelen, aangezien zowel importeurs als eindgebruikers hebben gewezen op de noodzaak om over twee leveringsbronnen te beschikken, zeer waarschijnlijk de mogelijkheid om het product van twee leveranciers te betrekken verbeteren in plaats van beletten. Dit komt doordat de bedrijfstak van de Unie zonder maatregelen zeer waarschijnlijk van de markt zou worden verdrongen.

(110)

Derhalve komt uit de beschikbare informatie duidelijk naar voren dat de instelling van maatregelen voor de importeurs slechts een zeer beperkt effect zou hebben, indien hier überhaupt al sprake van zou zijn, en dat dit effect duidelijk te verwaarlozen zou zijn in vergelijking met de voordelen die de maatregelen voor de bedrijfstak van de Unie zouden kunnen meebrengen.

6.3.   Belang van de gebruikers

(111)

De Commissie heeft bij de opening van het onderzoek contact opgenomen met ongeveer 80 gebruikers van ace-K. Slechts één gebruiker heeft de vragenlijst beantwoord. De voornaamste gebruikers zijn te vinden in het suikervrije of beperkte-suikersegment van de levensmiddelen- en drankensector. Ook wordt ace-K aan de farmaceutische sector verkocht om de smaak van geneesmiddelen mee te verbeteren.

(112)

Hoewel de medewerkende gebruiker ace-K in de meeste van zijn producten verwerkt, maakt de aankoop daarvan slechts een zeer klein deel uit van zijn totale productie- en verkoopkosten.

(113)

De medewerkende gebruiker heeft aangevoerd dat het betrokken product een essentieel bestanddeel vormt van een groot deel van zijn eindproducten en uiterst moeilijk te vervangen is zonder nadelige gevolgen voor zijn kwaliteitsnormen en concurrentievermogen.

(114)

Drie andere gebruikers, die zowel grote multinationale levensmiddelen- en drankenproducenten als kleinere, gespecialiseerde farmaceutische ondernemingen vertegenwoordigen, hebben niet de vragenlijst ingevuld, maar schriftelijke opmerkingen ingediend. Zij hebben aangevoerd dat, onder voorbehoud van de vaststelling van dumping, de bedrijfstak van de Unie in stand moet worden gehouden als een levensvatbare concurrent en een betrouwbare bron voor hoogwaardige leveringen.

(115)

Uit het onderzoek is gebleken dat ace-K voor het eindproduct een onbeduidende kostenpost betekent. Het gebruik van ace-K is evenwel, zoals de medewerkende gebruiker heeft aangevoerd, van essentieel belang voor producten die reeds in de handel zijn. Er zouden nieuwe producten met alternatieve zoetstoffen kunnen worden ontwikkeld, maar het zou riskant en duur zijn om de formule van bestaande producten te wijzigen. Daarom is het van groot belang dat de gebruikers voor ace-K toegang tot alternatieve bronnen hebben.

(116)

Dit argument is ook naar voren gebracht door de drie gebruikers die opmerkingen hebben ingediend. Zij hebben benadrukt dat zij niet uitsluitend afhankelijk wilden zijn van ace-K uit de VRC, met het risico van monopolieprijzen wegens de mogelijke concentratie van de sector in de VRC.

(117)

Zoals vermeld in overweging 108, wordt met de voorgestelde antidumpingmaatregelen beoogd eerlijke concurrentievoorwaarden te herstellen, waardoor zowel de producenten in de Unie als de producenten in de VRC levensvatbare concurrenten op de markt zouden kunnen blijven. Met de instelling van maatregelen zou dan beter kunnen worden ingespeeld op de noodzaak voor de gebruikers om over twee leveranciers te beschikken dan wanneer maatregelen achterwege zouden blijven.

6.4.   Conclusie inzake belang van de Unie

(118)

Door de instelling van antidumpingmaatregelen zal de bedrijfstak van de Unie naar verwachting op de markt kunnen blijven en vervolgens zijn situatie kunnen verbeteren. De kans is groot dat, als geen maatregelen worden genomen, de bedrijfstak van de Unie zal moeten overwegen zich op de middellange termijn uit de ace-K-activiteiten terug te trekken, met banenverlies als onvermijdelijk gevolg. Dit zou een monopolie doen ontstaan voor de Chinese producenten-exporteurs, waarvan er waarschijnlijk ook minder zouden overblijven. Hoewel de gevolgen voor de importeurs mogelijk gering zouden zijn, zou dit nadelig uitwerken voor de eindgebruikers van ace-K, waarvan sommige hebben benadrukt dat het van belang is dat een bevoorradingsbron in de Unie behouden blijft.

(119)

Op basis van het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er in dit stadium van het onderzoek geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat het niet in het belang van de Unie zou zijn om maatregelen in te stellen ten aanzien van de invoer van ace-K van oorsprong uit de VRC.

7.   VOORLOPIGE ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(120)

Gelet op de conclusies van de Commissie inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Unie, moeten voorlopige maatregelen worden ingesteld om te voorkomen dat de bedrijfstak van de Unie nog meer schade lijdt door de invoer met dumping.

7.1.   Schade opheffend prijsniveau (schademarge)

(121)

Om het niveau van de maatregelen te bepalen, heeft de Commissie eerst de hoogte van het recht vastgesteld die nodig is om de schade voor de bedrijfstak van de Unie op te heffen. De maatregelen moeten worden ingesteld op een niveau dat voldoende is om een eerlijke concurrentie tussen de bedrijfstak van de Unie en de producenten-exporteurs in de VRC te herstellen.

(122)

De schade zou worden opgeheven als de bedrijfstak van de Unie in staat zou zijn om zijn productiekosten te dekken en op de verkoop van het soortgelijke product op de markt van de Unie een winst vóór belasting te behalen die redelijkerwijs door een bedrijfstak van dit type in de sector bij normale concurrentie, dat wil zeggen zonder dat er sprake is van invoer met dumping, kan worden bereikt.

(123)

Daartoe is de prijs van de bedrijfstak van de Unie die in de overwegingen 43 en 44 is vastgesteld voor de berekening van de prijsonderbieding, als een geen schade veroorzakende prijs beschouwd en voor de berekening van de schademarges gebruikt. De bijzondere omstandigheden van de onderhavige zaak hebben laten zien dat, door de eenmalige en uitzonderlijke O&O- en marketingkosten niet mee te rekenen, daadwerkelijk winst is gemaakt op de verkoop van het soortgelijke product in het onderzoektijdvak; daarom moet het schade opheffende prijsniveau met een dergelijke werkelijke prijs kunnen worden bereikt.

(124)

Derhalve heeft de Commissie het schade opheffende prijsniveau bepaald door de gewogen gemiddelde cif-invoerprijs van de medewerkende producenten-exporteurs in het betrokken land, zoals vastgesteld voor de berekening van de prijsonderbieding, te vergelijken met de gecorrigeerde gewogen gemiddelde prijs af fabriek van het soortgelijke product dat gedurende het onderzoektijdvak door de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie werd verkocht, eveneens zoals vastgesteld voor de berekening van de prijsonderbieding. Als uit deze vergelijking een verschil naar voren kwam, werd dit uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde bij invoer.

7.2.   Voorlopige maatregelen

(125)

Er moeten voorlopige antidumpingmaatregelen worden ingesteld ten aanzien van de invoer van acesulfaamkalium van oorsprong uit de VRC en acesulfaamkalium van oorsprong uit de VRC in bepaalde preparaten en/of mengsels, en daarbij moet de regel van het laagste recht in artikel 7, lid 2, van de basisverordening worden gevolgd. De Commissie heeft de schademarges en de dumpingmarges vergeleken. Het bedrag van de rechten moet worden vastgesteld op het niveau van de dumpingmarge, of van de schademarge indien deze lager is.

(126)

Gelet op het voorgaande zijn de voorlopige antidumpingrechten, uitgedrukt in cif-prijs grens Unie, vóór inklaring, als volgt:

Onderneming

Dumpingmarge

Schademarge

Voorlopig antidumpingrecht

Anhui Jinhe Industrial Co., Ltd

97,8 %

87,7 %

87,7 %

Suzhou Hope Technology Co., Ltd

89,1 %

76,6 %

76,6 %

Anhui Vitasweet Food Ingredient Co., Ltd

37,4 %

23,1 %

23,1 %

Alle andere ondernemingen

97,8 %

87,7 %

87,7 %

(127)

Aangezien het antidumpingrecht echter ook dient te gelden voor alle preparaten en/of mengsels die ace-K bevatten, is het voor de uitvoering van het recht door de douaneautoriteiten van de Unie passender om het recht als een vast bedrag in euro per kg netto uit te drukken, en dit op het ingevoerde zuivere ace-K of op het aandeel ace-K in het geprepareerde en/of gemengde product toe te passen.

(128)

De bij deze verordening voor de afzonderlijke ondernemingen vastgestelde individuele antidumpingrechten zijn gebaseerd op de bevindingen van dit onderzoek. Zij weerspiegelen dan ook de situatie die bij het onderzoek voor die ondernemingen werd geconstateerd. Deze rechten gelden (in tegenstelling tot het voor het hele land geldende recht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”) uitsluitend voor de invoer van het betrokken product van oorsprong uit het betrokken land dat vervaardigd is door de genoemde juridische entiteiten. Op de invoer van het betrokken product dat is vervaardigd door andere ondernemingen die in het dispositief van deze verordening niet specifiek worden genoemd, met inbegrip van entiteiten die met de specifiek genoemde ondernemingen zijn verbonden, is het recht van toepassing dat voor „alle andere ondernemingen” geldt. Zij mogen niet worden onderworpen aan de individuele antidumpingrechten.

(129)

Een onderneming die haar naam wijzigt, kan verzoeken om toepassing van deze individuele antidumpingrechten. Dit verzoek moet worden ingediend bij de Commissie (3). Het verzoek moet alle relevante informatie bevatten waaruit blijkt dat de wijziging niet van invloed is op het recht van de onderneming om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is. Als de naamswijziging van de onderneming niet van invloed is op haar recht om in aanmerking te komen voor het recht dat op haar van toepassing is, zal een bericht over de naamswijziging worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

(130)

Om het gevaar van ontwijking als gevolg van het grote verschil in rechten zoveel mogelijk te beperken, zijn speciale maatregelen nodig om de toepassing van de individuele antidumpingrechten te garanderen. De ondernemingen met individuele antidumpingrechten moeten een geldige handelsfactuur overleggen aan de douaneautoriteiten van de lidstaten. De factuur moet voldoen aan de voorschriften in bijlage I. Invoer die niet van een dergelijke factuur vergezeld gaat, wordt onderworpen aan het antidumpingrecht dat van toepassing is op „alle andere ondernemingen”.

(131)

Om een goede toepassing van het antidumpingrecht te garanderen, moet het voor alle andere ondernemingen vastgestelde antidumpingrecht niet alleen gelden voor de niet-medewerkende producenten-exporteurs in dit onderzoek, maar ook voor de producenten die in het onderzoektijdvak geen producten naar de Unie hebben uitgevoerd.

8.   SLOTBEPALINGEN

(132)

Gelet op de beginselen van behoorlijk bestuur kunnen de belanghebbenden schriftelijke opmerkingen indienen en/of vragen binnen een vaste termijn te worden gehoord door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

(133)

De bevindingen betreffende de instelling van voorlopige rechten zijn voorlopig en kunnen in het definitieve stadium van het onderzoek worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op acesulfaamkalium (kaliumzout van 6-methyl-1,2,3-oxathiazin-4(3H)-on 2,2-dioxide; CAS-nummer 55589-62-3) van oorsprong uit de Volksrepubliek China en acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China in bepaalde preparaten en/of mengsels, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 2106 90 92 , ex 2106 90 98 , ex 2934 99 90 (Taric-code 2934 99 90 21), ex 3824 90 92 , ex 3824 90 93 en ex 3824 90 96 .

2.   De voorlopige antidumpingrechten die van toepassing zijn op het in lid 1 omschreven en door de hieronder vermelde ondernemingen vervaardigde product, zijn als volgt:

Onderneming

Voorlopig recht — EUR per kg netto

Aanvullende Taric-code

Anhui Jinhe Industrial Co., Ltd

3,19

C046

Suzhou Hope Technology Co., Ltd

3,15

C047

Anhui Vitasweet Food Ingredient Co., Ltd

1,23

C048

Alle andere ondernemingen

3,19

C999

Alle ondernemingen die preparaten en/of mengsels, geen acesulfaamkalium van oorsprong uit de Volksrepubliek China bevattend, aangeven

0

C045

3.   Het antidumpingrecht op acesulfaamkalium in preparaten en/of mengsels is van toepassing naar rato van het aandeel van het totale gehalte aan acesulfaamkalium in de preparaten en/of mengsels, in gewichtsprocenten.

4.   De individuele rechten voor de in lid 2 genoemde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur, opgesteld conform de voorschriften in bijlage I, wordt overgelegd. Wanneer een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het recht toegepast dat voor alle andere ondernemingen geldt.

5.   Bij het in het vrije verkeer brengen in de Unie van het in lid 1 genoemde product wordt een zekerheid gesteld die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht.

6.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Bij de indiening van de aangifte voor het vrije verkeer bij de douaneautoriteiten van de lidstaat legt de importeur, wanneer het acesulfaamkalium van oorsprong is uit een ander land dan het land van oorsprong van de preparaten en/of mengsels die acesulfaamkalium bevatten, een verklaring van oorsprong over die door de eindproducent van de preparaten en/of mengsels is afgegeven in overeenstemming met de voorschriften in bijlage II.

Artikel 3

1.   Binnen 25 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening kunnen belanghebbenden:

a)

verzoeken om mededeling van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan deze verordening werd vastgesteld;

b)

hun schriftelijke opmerkingen indienen bij de Commissie; en

c)

een hoorzitting aanvragen met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures.

2.   Binnen 25 kalenderdagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening kunnen de partijen als bedoeld in artikel 21, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 opmerkingen doen toekomen over de toepassing van de voorlopige maatregelen.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 is gedurende een periode van zes maanden van toepassing.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 mei 2015.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

(2)   PB C 297 van 4.9.2014, blz. 2.

(3)   Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat H, Wetstraat 170, 1040 Brussel, België.


BIJLAGE I

De in artikel 1, lid 4, bedoelde geldige handelsfactuur dient de volgende gegevens te bevatten:

1.

de naam en de functie van de bevoegde medewerker van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft;

2.

de volgende verklaring: „Ondergetekende verklaart dat het acesulfaamkalium (ace-K) dat naar de Europese Unie wordt uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door (naam en adres van de onderneming) (aanvullende Taric-code) in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.”;

3.

datum en handtekening van de bevoegde medewerker van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft.


BIJLAGE II

Verklaring van oorsprong

Verkoper: [naam en volledig adres vermelden van de verkoper van de preparaten en/of mengsels die acesulfaamkalium bevatten]

Nummer en datum van de handelsfactuur:

Verpakkingsnr.

Productomschrijving van het preparaat en/of mengsel dat acesulfaamkalium bevat

Hoeveelheid in kg van het in het product aanwezige acesulfaamkalium

Land van oorsprong van het acesulfaamkalium

(1)

(2)

(3)

(4)

 

 

 

 

 

 

 

 

Producent: [naam en volledig adres vermelden van de eindproducent van de preparaten en/of mengsels die acesulfaamkalium bevatten, indien de verkoper niet tevens de producent is]

De producent van deze goederen verklaart dat:

—

de oorsprong die in kolom 4 is opgegeven voor de in kolom 2 van deze verklaring omschreven goederen, is vastgesteld in overeenstemming met de artikelen 23 en 24 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (1),

—

hij bereid is volledig mee te werken met de Commissie van de Europese Unie of de douaneautoriteiten van de lidstaat van invoer wanneer de juistheid van deze verklaring wordt gecontroleerd.

Datum

 

(Handtekening)

 

(Stempel van de ondertekenende producent)

(Naam en functie van de gevolmachtigde ondertekenaar)

 

 

 


(1)  Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).