|
21.9.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 246/47 |
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 20 september 2007
betreffende de niet-opneming van benfuracarb in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die deze stof bevatten
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 4285)
(Voor de EER relevante tekst)
(2007/615/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (1), en met name op artikel 8, lid 2, vierde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG mag een lidstaat gedurende een periode van twaalf jaar na de kennisgeving van die richtlijn toestaan dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage I bij die richtlijn opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na de datum van kennisgeving van de richtlijn al op de markt zijn, op de markt worden gebracht terwijl deze stoffen in het kader van een werkprogramma geleidelijk worden onderzocht. |
|
(2) |
Bij de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 (2) en (EG) nr. 703/2001 (3) van de Commissie zijn de bepalingen voor de uitvoering van de tweede fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgesteld en is een lijst opgesteld van werkzame stoffen die moeten worden onderzocht met het oog op hun opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Benfuracarb is in die lijst opgenomen. |
|
(3) |
Voor benfuracarb zijn de uitwerking op de menselijke gezondheid en het milieueffect overeenkomstig de Verordeningen (EG) nr. 451/2000 en (EG) nr. 703/2001 geëvalueerd voor een aantal door de kennisgever voorgestelde toepassingen. Bovendien worden in die verordeningen de als rapporteur optredende lidstaten aangewezen die overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 451/2000 de desbetreffende beoordelingsverslagen met aanbevelingen bij de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) moeten indienen. Voor benfuracarb was België de rapporterende lidstaat en werd alle relevante informatie op 2 augustus 2004 ingediend. |
|
(4) |
Het beoordelingsverslag is door de lidstaten en de EFSA (in haar werkgroep Evaluatie) intercollegiaal getoetst en op 28 juli 2006 bij de Commissie ingediend in de vorm van de conclusie van de EFSA betreffende de intercollegiale toetsing van de risico-evaluatie van de werkzame stof benfuracarb als bestrijdingsmiddel. Dit verslag is door de lidstaten en de Commissie in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid onderzocht en op 16 maart 2007 afgerond in de vorm van het evaluatieverslag van de Commissie voor benfuracarb. |
|
(5) |
Tijdens de evaluatie van deze werkzame stof is een aantal problemen vastgesteld. Benfuracarb is een stof waarvan de voornaamste metaboliet carbofuran is, zelf een werkzame stof die uit hoofde van Richtlijn 91/414/EEG is bekeken. Het gebruik van benfuracarb leidt tot de aanwezigheid van de metaboliet carbofuran, die aanzienlijk toxischer is dan de oorspronkelijke stof benfuracarb. Voor de carbofuranresiduen, die het gevolg zijn van het gebruik van benfuracarb, is in de evaluatie gewezen op het probleem van de acute blootstelling van kwetsbare groepen consumenten, met name kinderen. De EFSA heeft echter aangegeven dat het niet mogelijk is het risico voor de consumenten volledig te evalueren wegens een gebrek aan gegevens in het door de kennisgever overgelegde dossier. Verder waren de binnen de wettelijke termijnen ingediende gegevens voor de EFSA ontoereikend om een volledige evaluatie van het risico van grondwaterverontreiniging met andere metabolieten dan carbofuran uit te voeren. Ten slotte is op grond van de beschikbare gegevens niet aangetoond dat het risico voor vogels en zoogdieren, in het water levende organismen, op de grond levende organismen, regenwormen en andere niet-doelorganismen aanvaardbaar is. Bijgevolg kon op grond van de beschikbare informatie niet worden geconcludeerd dat benfuracarb voldeed aan de criteria voor opneming in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. |
|
(6) |
De Commissie heeft de kennisgever verzocht haar zijn opmerkingen over de resultaten van de intercollegiale toetsing te doen toekomen en aan te geven of hij al dan niet van plan was om de stof verder te ondersteunen. De kennisgever heeft zijn opmerkingen ingediend en deze zijn zorgvuldig onderzocht. Ondanks de door de kennisgever aangevoerde argumenten blijven de hierboven vermelde problemen echter bestaan en de evaluaties op basis van de verstrekte en tijdens de vergaderingen van deskundigen van de EFSA beoordeelde gegevens hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die benfuracarb bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden in het algemeen aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen. |
|
(7) |
Benfuracarb mag daarom niet in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen. |
|
(8) |
De nodige maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de verleende toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die benfuracarb bevatten, binnen een bepaalde termijn worden ingetrokken en niet worden verlengd, en dat voor dergelijke producten geen nieuwe toelatingen worden verleend. |
|
(9) |
De looptijd van eventuele door de lidstaten toegestane termijnen voor de verwijdering, de opslag, het op de markt brengen en het gebruik van bestaande voorraden gewasbeschermingsmiddelen die benfuracarb bevatten, moet worden beperkt tot twaalf maanden, zodat de bestaande voorraden nog gedurende 18 maanden na de goedkeuring van deze beschikking mogen worden gebruikt. |
|
(10) |
Deze beschikking laat de indiening van een aanvraag voor benfuracarb overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG met het oog op de eventuele opneming van deze stof in bijlage I onverlet. |
|
(11) |
De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, |
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Benfuracarb wordt niet als werkzame stof opgenomen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG.
Artikel 2
De lidstaten zorgen ervoor dat:
|
a) |
toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die benfuracarb bevatten, uiterlijk op 20 maart 2008 worden ingetrokken; |
|
b) |
met ingang van de datum van bekendmaking van deze beschikking geen toelatingen voor benfuracarb bevattende gewasbeschermingsmiddelen meer worden verleend of verlengd. |
Artikel 3
Eventuele door de lidstaten overeenkomstig artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG toegestane termijnen moeten zo snel mogelijk en uiterlijk op 20 maart 2009 aflopen.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 20 september 2007.
Voor de Commissie
Markos KYPRIANOU
Lid van de Commissie
(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2007/52/EG van de Commissie (PB L 214 van 17.8.2007, blz. 3).
(2) PB L 55 van 29.2.2000, blz. 25. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1044/2003 (PB L 151 van 19.6.2003, blz. 32).