<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><ORDER xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-04.cj-20080212.xd"><BIB.ORDER><REF.CASE FILE="ECRT11997NLA.1100209701.case.xml"><NO.CASE>T-156/97</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>61997B0156</NO.CELEX><NO.SEQ>0004.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST>2098</PAGE.FIRST><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST>2102</PAGE.LAST><PAGE.TOTAL>5</PAGE.TOTAL><AUTHOR>T</AUTHOR></BIB.ORDER><CURR.TITLE><LEFT>BESCHIKKING VAN <DATE ISO="19971112">12.11.1997</DATE> — ZAAK T-156/97</LEFT><RIGHT>BERGE / COMMISSIE</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Beschikking van de president van de Vierde kamer van het Gerecht</HT></P><P><DATE ISO="19971112">12 november 1997</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Duits.</P></NOTE></P></TI></TITLE><ORDER.INIT><P>In zaak T-156/97,</P></ORDER.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">A. Berge,</HT> wonende te Freiburg (Duitsland), vertegenwoordigd door T. Müller-Heidelberg, advocaat te Koblenz, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ten kantore van Ch. Duro, Boulevard Royal 4,</P><PARTY.STATUS>verzoeker,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door U. Wölker, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij C. Gómez de la Cruz, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg,</P><PARTY.STATUS>verweerster,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><SUBJECT><P>betreffende een verzoek tot nietigverklaring van het stilzwijgend genomen besluit van de Commissie houdende weigering verzoeker toegang te verlenen tot bepaalde documenten, overeenkomstig besluit 94/90/EGKS, EG, Euratom van de Commissie van <DATE ISO="19940208">8 februari 1994</DATE> inzake de toegang tot documenten van de Commissie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="046" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="58">PB 1994, L 46, blz. 58</REF.DOC.OJ>),</P><P>geeft</P></SUBJECT><?PAGE NO="II-2099"?><PREAMBLE.GEN><PREAMBLE.INIT><P>DE PRESIDENT VAN DE VIERDE KAMERVAN HET GERECHT</P></PREAMBLE.INIT><PREAMBLE.FINAL><P>de navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE.GEN><CONTENTS.ORDER><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Beschikking</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19940208">8 februari 1994</DATE> heeft de Commissie besluit 94/90/EGKS, EG, Euratom vastgesteld, inzake de toegang tot documenten van de Commissie (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="046" DATE.PUB="1994" PAGE.FIRST="58">PB 1994, L 46, blz. 58</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>besluit 94/90<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>).</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Artikel 2 ervan bepaalt:</TXT><P><QUOT.S LEVEL="1"><P><QUOT.START ID="QS0002" REF.END="QE0002" CODE="201E"/>(...)</P><NP><NO.P>1.</NO.P><TXT>Alle verzoeken om toegang tot documenten worden schriftelijk gericht tot de desbetreffende dienst van de Commissie bij de zetel, de bureaus van de Commissie in de Lid-Staten of de delegaties van de Commissie in derde landen.</TXT></NP><NP><NO.P>2.</NO.P><TXT>De aanvrager krijgt binnen de maand schriftelijk antwoord van de directeur-generaal, het hoofd van dienst, de hiertoe bij het secretariaat-generaal aangewezen directeur of een daartoe gemachtigd en namens hen handelend ambtenaar, ongeacht of het verzoek wordt ingewilligd dan wel het voornemen bestaat het verzoek af te wijzen. In dit laatste geval wordt aan de aanvrager ook medegedeeld dat hij binnen de maand een confirmatief verzoek tot de secretarisgeneraal van de Commissie kan richten om dit standpunt te herzien en dat, als hij geen gebruik maakt van deze mogelijkheid, zal worden aangenomen dat hij van zijn oorspronkelijk verzoek heeft afgezien.</TXT></NP><P>(...)</P><?PAGE NO="II-2100"?><NP><NO.P>4.</NO.P><TXT>Ingeval een verzoek om toegang tot een document niet binnen de maand na indiening ervan wordt beantwoord door een van de in punt 2 genoemde ambtenaren, wordt dit gelijkgesteld met een voornemen om het verzoek af te wijzen.</TXT><P>Ingeval een verzoek om herziening niet binnen de maand na indiening ervan wordt beantwoord, wordt dit gelijkgesteld met een besluit om het verzoek af te wijzen.</P></NP><P>(...)<QUOT.END ID="QE0002" REF.START="QS0002" CODE="201D"/></P></QUOT.S></P></NP><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>Verzoeker is verantwoordelijk redacteur van het tijdschrift <QUOT.START ID="QS0003" REF.END="QE0003" CODE="201E"/>Forum Recht<QUOT.END ID="QE0003" REF.START="QS0003" CODE="201D"/>. Voor de publicatie van een artikel in dit tijdschrift verrichte hij onderzoek naar genetisch gemodificeerde levensmiddelen.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Bij brief van <DATE ISO="19961219">19 december 1996</DATE> aan de vertegenwoordiging van de Commissie in Duitsland (hierna: <QUOT.START ID="QS0004" REF.END="QE0004" CODE="201E"/>vertegenwoordiging van de Commissie<QUOT.END ID="QE0004" REF.START="QS0004" CODE="201D"/>) verzocht hij om toegang tot een aantal documenten over, onder meer, de toelating van door de vennootschap Ciba-Geigy voortgebrachte genetisch gemodificeerde maïs.</TXT></NP><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>Op <DATE ISO="19970109">9 januari 1997</DATE> deelde de vertegenwoordiging van de Commissie hem mee, dat zijn verzoek was doorgezonden aan de bevoegde diensten van de Commissie te Brussel.</TXT></NP><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>Bij schrijven van <DATE ISO="19970207">7 februari 1997</DATE> richtte hij een confirmatief verzoek tot het secretariaat-generaal van de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 2, van besluit 94/90.</TXT></NP><?PAGE NO="II-2101"?><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>De Commissie heeft op dit verzoek niet geantwoord binnen de termijn van een maand als bedoeld in artikel 2, lid 4, van dat besluit.</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Bij op <DATE ISO="19970509">9 mei 1997</DATE> ter griffie van het Gerecht neergelegd verzoekschrift heeft verzoeker het onderhavige beroep ingesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>In haar verweerschrift van <DATE ISO="19970707">7 juli 1997</DATE> heeft de Commissie het Gerecht verzocht vast te stellen, dat op het beroep niet meer behoefde te worden beslist, omdat de vertegenwoordiging van de Commissie op <DATE ISO="19970526">26 mei 1997</DATE> verzoeker alle verlangde documenten had doen toekomen, met uitzondering van die welke door derden ter beschikking van de Commissie waren gesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>Bij brief van <DATE ISO="19970717">17 juli 1997</DATE> heeft verzoeker verklaard, dat hij zich aansloot bij de conclusie van de Commissie, doch haar verwijzing in de kosten vorderde.</TXT></NP><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>Het Gerecht is van mening, dat die brief moet worden geacht een afstand van instantie te bevatten in de zin van artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering.</TXT></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Artikel 87, lid 5, eerste alinea, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt, dat de partij die afstand doet van instantie, in de proceskosten wordt veroordeeld voor zover dit door de wederpartij is gevorderd. Op vordering van eerstbedoelde partij wordt evenwel de wederpartij in de kosten veroordeeld, indien dit op grond van de houding van deze partij gerechtvaardigd lijkt.</TXT></NP><?PAGE NO="II-2102"?><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>In casu heeft verzoeker het Gerecht verzocht, de Commissie te veroordelen in de kosten. Dienaangaande moet worden vastgesteld, dat de Commissie verzoekers confirmatieve verzoek van <DATE ISO="19970207">7 februari 1997</DATE> niet heeft beantwoord binnen de termijn van een maand als bedoeld in artikel 2, lid 4, van besluit 94/90. Het uitblijven van dit antwoord gold dus als een besluit om het verzoek af te wijzen. Verzoeker heeft zijn beroep op <DATE ISO="19970509">9 mei 1997</DATE> ingesteld. Minder dan drie weken na deze datum heeft de vertegenwoordiging van de Commissie hem alle verlangde documenten doen toekomen, behalve die welke derden ter beschikking hadden gesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>In die omstandigheden rechtvaardigt de houding van de Commissie dat zij alle kosten draagt.</TXT></NP></GR.SEQ><JURISDICTION><INTRO><P>DE PRESIDENT VAN DE VIERDE KAMER</P><P>VAN HET GERECHT</P><P>beschikt:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>Zaak T-156/97 wordt doorgehaald in het register van het Gerecht.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>De Commissie zal alle kosten dragen.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.ORDER><SIGNATURE.CASE><P>Luxemburg, <DATE ISO="19971112">12 november 1997</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>H.Jung</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Vierde kamer</P><P>P. Lindh</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE></ORDER>