EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.3.2025
COM(2025) 92 final
2025/0049(NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202 van de Raad tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Bij Verordening (EU) 2025/202 van de Raad worden voor 2025 en 2026 voor bepaalde visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de EU en, voor vissersvaartuigen van de EU, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn. Het voorstel wijzigt die vangstmogelijkheden om rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke adviezen en andere ontwikkelingen.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De voorgestelde maatregelen stroken met de doelstellingen en regels van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) (de “basisverordening”), die onder meer moeten worden toegepast bij het vaststellen van de vangstmogelijkheden, d.w.z. de vangst- en visserijinspanningsbeperkingen die ervoor moeten zorgen dat de visserijen van de EU ecologisch, economisch en sociaal duurzaam zijn.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De voorgestelde maatregelen stroken met andere EU-beleidsmaatregelen, met name Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (“kaderrichtlijn mariene strategie”) en zijn erop gericht bij te dragen aan het bereiken van een goede milieutoestand, met name wat betreft beschrijvend element 3 inzake de goede milieutoestand, waarin is bepaald dat alle commercieel geëxploiteerde soorten vis en schaal- en schelpdieren binnen veilige biologische grenzen moeten blijven.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•Subsidiariteit
Het voorstel valt onder de exclusieve EU-bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), VWEU. Daarom is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing.
•Evenredigheid
In het voorstel worden vangstmogelijkheden aan de lidstaten toegewezen overeenkomstig de doelstellingen en regels van de basisverordening en de resultaten van multilateraal of bilateraal overleg met niet-EU-landen, onder meer in het kader van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s). Bijgevolg moeten de vangstmogelijkheden worden vastgesteld met inachtneming van het beste beschikbare wetenschappelijke advies. Behalve met biologische overwegingen moeten de vangstmogelijkheden rekening houden met sociaal-economische overwegingen, met name de moeilijkheid om alle bestanden in een gemengde visserij tegelijkertijd op het niveau van de maximale duurzame opbrengst (MDO) te bevissen.
Krachtens artikel 16, leden 6 en 7, en artikel 17 van de basisverordening beslissen de lidstaten zelf hoe de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden volgens bepaalde in die artikelen vermelde criteria kunnen worden toegewezen aan vissersvaartuigen die hun vlag voeren. De lidstaten beschikken dan ook over de nodige speelruimte om met het oog op de benutting van de voor hen beschikbare vangstmogelijkheden de toegewezen quota te verdelen volgens het sociale/economische model van hun keuze.
•Keuze van het instrument
Omdat een bestaande verordening wordt gewijzigd, is een verordening het geschiktste rechtsinstrument.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
De Commissie heeft, met name via de adviesraden, belanghebbenden geraadpleegd op basis van haar jaarlijkse mededeling getiteld “Duurzamere visserij in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2025” (COM(2024) 235).
In hun reactie op die jaarlijkse mededeling hebben de belanghebbenden hun mening gegeven over de door de Commissie verrichte evaluatie van de bestandssituatie en over de vraag welke beheersmatige reactie passend is. De Commissie heeft met die reacties rekening gehouden bij de uitwerking van het voorstel.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) berust op een kader dat door zijn deskundigengroepen en besluitvormingsorganen is ontwikkeld, en wordt uitgebracht in lijn met zijn kader-partnerschapsovereenkomst met de Commissie.
•Effectbeoordeling
Het toepassingsgebied van het voorstel is omschreven in artikel 43, lid 3, VWEU.
Dit voorstel vermijdt een kortetermijnaanpak en is gericht op duurzaamheid op de lange termijn. Er is rekening gehouden met initiatieven van belanghebbenden en adviesraden indien deze door de ICES positief werden beoordeeld. Het GVB-hervormingsvoorstel van de Commissie was gebaseerd op een effectbeoordeling (SEC(2011) 891) waarin werd geoordeeld dat de verwezenlijking van de MDO-doelstelling een noodzakelijke voorwaarde was om tot ecologische, economische en sociale duurzaamheid te komen en dat die drie doelstellingen niet los van elkaar kunnen worden verwezenlijkt.
Wat de vangstmogelijkheden voor bestanden van ROVB’s en voor gezamenlijk met niet-EU-landen beheerde bestanden betreft, worden met dit voorstel hoofdzakelijk internationaal overeengekomen maatregelen omgezet. Bij het voorbereiden en voeren van de internationale onderhandelingen waarin vangstmogelijkheden van de EU worden overeengekomen met niet-EU-landen, worden alle aspecten die van belang zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden in aanmerking genomen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Niet van toepassing.
•Grondrechten
Het voorstel strookt met de grondrechten, en met name die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•
Artikelsgewijze toelichting
Voorgesteld wordt Verordening (EU) 2025/202 van de Raad te wijzigen zoals hieronder uiteengezet.
Zandspieringen in de Noordzee
Bij Verordening (EU) 2025/202 zijn de totale toegestane vangsten (TAC) voor zandspieringen en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het VK en de EU van ICES-deelgebied 4 (Noordzee), de wateren van het Verenigd Koninkrijk (VK) van ICES-sector 2a en de EU-wateren van sector 3a (Skagerrak en Kattegat) voor 2025 voorlopig als “nog vast te stellen” aangemerkt, in afwachting van de bekendmaking van het wetenschappelijk advies van de ICES voor dat bestand voor 2025.
De ICES verwacht zijn wetenschappelijk advies voor zandspieringen in ICES-deelgebied 4 en ICES-sector 3a voor 2025 op 28 februari 2025 bekend te maken. Na de bekendmaking van dat advies zal de EU bilateraal overleg plegen met het VK over het niveau van de TAC voor 2025 voor dat bestand, overeenkomstig de artikelen 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”). In afwachting van de uitkomst van dat bilaterale overleg is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2024/1015 van de Raad tussen vierkante haken opgenomen en wordt de TAC voor zandspieringen in ICES-deelgebied 4 en de ICES-sectoren 2a en 3a voor 2024 als “p.m.” (pro memorie) aangegeven. Zodra de uitkomst van dat bilaterale overleg bekend is, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij door middel van een non-paper waarin de TAC voor 2025 wordt voorgesteld op het met het VK overeengekomen niveau.
Iccat
De beperkingen van de visserijinspanning voor EU-vaartuigen die op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen in een deel van het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat), in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee, en de maximale input en capaciteit voor EU-kwekerijen van blauwvintonijn in dat gebied zijn gebaseerd op informatie die wordt verstrekt in de in de artikelen 11, 13 en 15 van Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde jaarplannen. Op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2023/2053 moeten de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toezenden. Die plannen worden vervolgens door de Commissie gecompileerd en vormen de basis voor de opstelling van een jaarplan van de EU, dat overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2053 aan het Iccat-secretariaat wordt toegezonden voor bespreking en goedkeuring door de Iccat. In afwachting van de indiening en goedkeuring door de Iccat van het jaarplan van de EU is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2024/1015 van de Raad tussen vierkante haken opgenomen en worden de EU-beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekinput en -capaciteit van de EU voor 2025 als “p.m.” aangegeven. Zodra de Iccat het EU-jaarplan heeft goedgekeurd, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij met een non-paper waarin de beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekinput en -capaciteit voor 2025 worden voorgesteld.
Daarnaast kunnen de lidstaten op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2023/2053 verzoeken om maximaal 5 % van hun jaarlijkse quotum voor blauwvintonijn in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee van het voorgaande jaar naar een bepaald jaar over te dragen. Lidstaten die een dergelijk verzoek indienen, moeten bij de Commissie een herzien jaarlijks visserijplan en een herzien jaarlijks beheersplan voor de vangstcapaciteit indienen. Op basis van dergelijke herziene jaarlijkse visserijplannen en herziene jaarlijkse plannen voor het beheer van de vangstcapaciteit zal de Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Verordening (EU) 2023/2053 een herzien EU-jaarplan ter bespreking en goedkeuring voorleggen aan het Iccat-secretariaat. In afwachting van de mogelijke opneming door de Commissie en de goedkeuring door de Iccat van dergelijke herzieningen van het jaarplan van de EU is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2024/1856 van de Raad tussen vierkante haken opgenomen en wordt de TAC voor blauwvintonijn in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee voor 2025 als “p.m.” aangegeven. Zodra de Iccat het EU-jaarplan heeft goedgekeurd, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij met een non-paper waarin wordt voorgesteld de quota van de betrokken lidstaten voor dat bestand voor 2025 dienovereenkomstig te wijzigen.
Voorts mag op grond van de artikelen 8 bis, 17 ter en 18 ter van Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad het jaarlijkse quotum van een lidstaat bestemd voor: i) grootoogtonijn (Thunnus obesus) in de Atlantische Oceaan; ii) witte tonijn (Thunnus alalunga) in de Atlantische Oceaan, respectievelijk ten noorden van 5° NB en ten zuiden van 5° NB; en iii) zwaardvis (Xiphias gladius) in de Atlantische Oceaan, respectievelijk ten noorden van 5° NB en ten zuiden van 5° NB, van het voorlaatste naar een bepaald jaar worden overdragen overeenkomstig de desbetreffende Iccat-aanbevelingen. Daarom wordt voorgesteld de quota van de betrokken lidstaten voor die bestanden voor 2025 dienovereenkomstig te wijzigen.
Op grond van artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2107 moeten EU-vaartuigen kortvinmakreelhaai (Isurus oxyrinchus) in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (“Noord-Atlantische kortvinmakreelhaai”) bij incidentele bijvangst ongedeerd en onmiddellijk in zee terugzetten, voor zover doenbaar, en daarbij terdege rekening houden met de veiligheid van de bemanning. Tijdens haar jaarvergadering van 2021 heeft de Iccat een verbod vastgesteld op het aan boord houden, overladen of aanlanden van delen of volledige karkassen van Noord-Atlantische kortvinmakreelhaai. Daarom wordt voorgesteld dat verbod in EU-recht om te zetten. Dat verbod mag alleen van toepassing zijn totdat een wijziging van Verordening (EU) 2017/2107 ter omzetting van dat verbod van toepassing wordt.
SPRFMO
In afwachting van de uitkomst van de van 17 tot en met 21 februari 2025 gehouden jaarvergadering 2025 van de SPRFMO (Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan) worden bij Verordening (EU) 2025/202 de TAC’s van het SPRFMO-verdragsgebied op nul vastgesteld en worden de maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn, tijdelijk gehandhaafd.
In afwachting van de uitkomst van die jaarvergadering is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2024/1015 van de Raad tussen vierkante haken opgenomen en zijn de TAC’s in het SPRFMO-verdragsgebied als “p.m.” aangegeven. Zodra de uitkomst van die jaarvergadering bekend is, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij door middel van een non-paper waarin de relevante TAC’s voor 2025 worden voorgesteld op het in de SPRFMO overeengekomen niveau.
IATTC
Tijdens haar jaarvergadering van 2024 heeft de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) de sluitingsperioden voor ringzegenvaartuigen die vissen op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) of gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) gehandhaafd. Die maatregel is reeds in EU-recht omgezet bij Verordening (EU) 2025/202. Daarnaast heeft de IATTC tijdens haar jaarvergadering van 2024 besloten dat de verdragsluitende partijen de jaarlijkse vangsten van grootoogtonijn door individuele ringzegenvaartuigen uiterlijk op 15 februari van het volgende jaar aan haar secretariaat moeten rapporteren en dat ze in extra sluitingsdagen voor individuele ringzegenvaartuigen moeten voorzien indien die vaartuigen specifieke drempels voor vangsten van grootoogtonijn bereiken. Voorgesteld wordt ook die maatregelen in EU-recht om te zetten.
2025/0049 (NLE)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202 van de Raad tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) 2025/202 van de Raad stelt voor 2025 en 2026 de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden vast die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. Die vangstmogelijkheden, met inbegrip van bepaalde maatregelen die functioneel daarmee verbonden zijn, moeten worden gewijzigd op grond van de bekendmaking van wetenschappelijk advies en op grond van de uitkomst van het overleg met derde landen en van vergaderingen van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s).
(2)[De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na afloop van het overleg tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk.] [Op 7 en 8 maart 2024 hebben de Unie en het Verenigd Koninkrijk bilateraal overleg gevoerd overeenkomstig de artikelen 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”) over het niveau van de totale toegestane vangsten (TAC) voor zandspieringen en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-deelgebied 4, de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a, en de wateren van de Unie van sector 3a. De Unie heeft aan dat overleg deelgenomen op basis van het op 4 maart 2024 door de Raad goedgekeurde standpunt van de Unie. Het resultaat van dat overleg is vastgelegd in een schriftelijk verslag dat op 12 maart 2024 is ondertekend. De relevante TAC moet derhalve worden vastgesteld op het met het Verenigd Koninkrijk overeengekomen niveau.]
(3)[De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na de goedkeuring van het jaarplan van de Unie door de Iccat.] [De beperkingen van de visserijinspanning voor vissersvaartuigen van de Unie die op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen in een deel van het verdragsgebied van de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen (Iccat), in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee, en de maximale input en capaciteit voor kwekerijen van de Unie van blauwvintonijn in dat gebied zijn gebaseerd op informatie die wordt verstrekt in de in de artikelen 11, 13 en 15 van Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde jaarplannen. Op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2023/2053 moeten de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toezenden. Die plannen worden vervolgens door de Commissie gecompileerd en vormen de basis voor de opstelling van een jaarplan van de Unie, dat overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2053 aan het Iccat-secretariaat wordt toegezonden voor bespreking en goedkeuring door de Iccat. Op 6 maart 2024 heeft de Iccat het jaarplan van de Unie voor 2024 goedgekeurd. De beperkingen van de visserijinspanning van de Unie en de maximale kweekinput en -capaciteit van de Unie voor 2024 moeten derhalve worden gewijzigd overeenkomstig dat jaarplan.]
(4)[De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na de goedkeuring van het jaarplan van de Unie door de Iccat.] [Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU) 2023/2053 hebben lidstaten in hun bij de Commissie ingediende jaarlijkse visserijplannen en jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit verzoeken opgenomen om 5 % van hun jaarlijkse quota voor blauwvintonijn in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee van 2023 naar 2024 over te dragen. Op basis van die plannen heeft de Commissie bij het Iccat-secretariaat een herzien jaarplan van de Unie voor 2024 ingediend voor goedkeuring door de Iccat. Op 24 mei 2024 heeft de Iccat dat plan goedgekeurd. De quota van de betrokken lidstaten voor blauwvintonijn in de Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en in de Middellandse Zee voor 2024 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.]
(5)Op grond van de artikelen 8 bis, 17 ter en 18 ter van Verordening (EU) 2017/2107 van het Europees Parlement en de Raad zijn de jaarlijkse quota voor bepaalde lidstaten bestemd voor: i) grootoogtonijn (Thunnus obesus) in de Atlantische Oceaan; ii) witte tonijn (Thunnus alalunga) in de Atlantische Oceaan, respectievelijk ten noorden van 5° NB en ten zuiden van 5° NB; en iii) zwaardvis (Xiphias gladius) in de Atlantische Oceaan, respectievelijk ten noorden van 5° NB en ten zuiden van 5° NB, van 2023 naar 2025 overgedragen overeenkomstig de desbetreffende Iccat-aanbevelingen. De quota van de betrokken lidstaten voor die bestanden voor 2025 moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(6)Op grond van artikel 33, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2107 moeten vaartuigen van de Unie kortvinmakreelhaai (Isurus oxyrinchus) in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB (“Noord-Atlantische kortvinmakreelhaai”) bij incidentele bijvangst ongedeerd en onmiddellijk in zee terugzetten, voor zover doenbaar, en daarbij terdege rekening houden met de veiligheid van de bemanning. Tijdens haar jaarvergadering van 2021 heeft de Iccat een verbod vastgesteld op het aan boord houden, overladen of aanlanden van delen of volledige karkassen van Noord-Atlantische kortvinmakreelhaai. Dat verbod moet derhalve in het recht van de Unie worden omgezet. Daarnaast moet dat verbod van toepassing zijn tot en met 31 december 2025 of tot de datum waarop een wijziging van Verordening (EU) 2017/2107 tot invoering van dat verbod van toepassing wordt, indien dat eerder is.
(7)[De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na de jaarvergadering van de SPRFMO.] [Tijdens haar twaalfde jaarvergadering in 2024 heeft de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation — SPRFMO) nieuwe vangstbeperkingen voor Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi) vastgesteld en de experimentele visserij op ijsheken (Dissostichus spp.) gehandhaafd. Daarnaast heeft de SPRFMO functioneel daarmee verbonden maatregelen gehandhaafd of gewijzigd. Die maatregelen moeten in het recht van de Unie worden omgezet.]
(8)Tijdens haar jaarvergadering van 2024 heeft de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) de sluitingsperioden voor ringzegenvaartuigen die vissen op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn of gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) gehandhaafd. Die maatregel is in Unierecht omgezet bij Verordening (EU) 2025/202. Daarnaast heeft de IATTC tijdens haar jaarvergadering van 2024 besloten dat de verdragsluitende partijen de jaarlijkse vangsten van grootoogtonijn door individuele ringzegenvaartuigen uiterlijk op 15 februari van het volgende jaar aan haar secretariaat moeten rapporteren en dat ze in extra sluitingsdagen voor individuele ringzegenvaartuigen moeten voorzien indien die vaartuigen specifieke drempels voor vangsten van grootoogtonijn bereiken. Die maatregelen moeten in het recht van de Unie worden omgezet.
(9)Verordening (EU) 2025/202 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.
(10)De vangstmogelijkheden, en de functioneel daarmee verbonden maatregelen, van Verordening (EU) 2025/202 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2025. De bij deze verordening ingevoerde maatregelen betreffende vangstmogelijkheden, en de functioneel daarmee verbonden maatregelen, moeten derhalve ook met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen aangezien de betrokken vangstmogelijkheden worden verhoogd en er reeds functioneel verbonden maatregelen worden uitgevoerd.
(11)Gezien de urgentie om onderbrekingen in de visserijactiviteiten te voorkomen, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2025/202
Verordening (EU) 2025/202 wordt als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 29 wordt vervangen door:
“
Artikel 29
Haaien
1.In aanvulling op de verbodsbepalingen van de artikelen 32 tot en met 36 van Verordening (EU) 2017/2107 is het ook verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.
2.Het is ook verboden in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB delen of volledige karkassen van in visserijen in het Iccat-verdragsgebied gevangen kortvinmakreelhaai (Isurus oxyrinchus) aan boord te houden, over te laden of aan te landen.
”.
(2)Aan artikel 37 worden de volgende leden 5 en 6 toegevoegd:
“
5.Voor ringzegenvaartuigen van de Unie die in het IATTC-verdragsgebied vissen, zenden de vlaggenlidstaten de Commissie uiterlijk op 1 februari gegevens toe over de jaarlijkse vangsten van grootoogtonijn in het IATTC-verdragsgebied door onder hun vlag varende vaartuigen in het voorgaande jaar. De Commissie compileert die informatie en zendt ze onverwijld door aan het IATTC-secretariaat.
6.De in lid 1 bedoelde sluitingsperioden worden verlengd voor alle ringzegenvaartuigen van de Unie die in het IATTC-verdragsgebied vissen en in het voorgaande jaar de volgende vangstdrempels voor grootoogtonijn hebben overschreden:
–voor dergelijke vaartuigen die het voorgaande jaar in het IATTC-verdragsgebied tussen 1 200 en 1 499 ton grootoogtonijn hebben gevangen, wordt die sluitingsperiode met 10 dagen verlengd;
–voor dergelijke vaartuigen die het voorgaande jaar in het IATTC-verdragsgebied tussen 1 500 en 2 199 ton grootoogtonijn hebben gevangen, wordt die sluitingsperiode met 13 dagen verlengd;
–voor dergelijke vaartuigen die het voorgaande jaar in het IATTC-verdragsgebied tussen 2 100 en 2 399 ton grootoogtonijn hebben gevangen, wordt die sluitingsperiode met 19 dagen verlengd; en
–voor dergelijke vaartuigen die het voorgaande jaar in het IATTC-verdragsgebied 2 400 ton of meer grootoogtonijn hebben gevangen, wordt die sluitingsperiode met 22 dagen verlengd.
Dergelijke verlengingen van de sluitingsperioden worden door de betrokken vaartuigen als volgt in acht genomen:
–vaartuigen die de in lid 1, punt a), bedoelde sluitingsperiode hebben gekozen, nemen de extra dagen in aanmerking voor de aanvang van die sluitingsperiode; en
–vaartuigen die de in lid 1, punt b), bedoelde sluitingsperiode kiezen, nemen de extra dagen in aanmerking na afloop van die sluitingsperiode.
Voor elk van die vissersvaartuigen stelt de betrokken vlaggenlidstaat de Commissie in kennis van dergelijke verlengingen van de sluitingsperioden wanneer hij haar overeenkomstig lid 2 in kennis stelt van de gekozen sluitingsperioden.
”.
(3)In artikel 63 wordt het volgende punt h bis) ingevoegd:
“
h bis)Artikel 29, lid 2, is van toepassing van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 of tot de datum waarop een wijziging van Verordening (EU) 2017/2107 tot invoering van een verbod op het in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° NB aan boord houden, overladen of aanlanden van delen of volledige karkassen van in visserijen in het Iccat-verdragsgebied gevangen kortvinmakreelhaai (Isurus oxyrinchus) van toepassing wordt, indien dat eerder is.
”.
(4)De bijlagen IA, deel B, en de bijlagen ID, IH en VI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.
Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2025.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:3
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief3
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief3
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.3
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten4
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking4
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief5
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting5
2.BEHEERSMAATREGELEN7
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen7
2.2.Beheers- en controlesystemen7
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie7
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken7
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).7
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden7
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF8
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven8
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten9
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten9
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting9
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten14
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten19
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten20
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting20
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten20
3.2.3.3.Totaal kredieten20
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften21
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting21
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten21
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften22
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen23
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader23
3.2.7.Bijdragen van derden24
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten24
4.Digitale dimensies26
4.1.Voorschriften met digitale relevantie26
4.2.Gegevens26
4.3.Digitale oplossingen27
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling28
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering29
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2025/202 tot vaststelling, voor 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
1.3.2.Specifieke doelstellingen
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)
Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post) […]
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
–in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarige financiële
kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.3.Totaal kredieten
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
|
TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
voor de eigen middelen
voor overige ontvangsten
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
Indien wordt geoordeeld dat voor het beleidsinitiatief geen digitale relevantie vereist is, geef een toelichting waarom geen digitale middelen worden gebruikt.
Zo niet, vermeld in de onderstaande tabel de voorschriften met digitale relevantie:
|
Verwijzing naar het voorschrift
|
Beschrijving van het voorschrift
|
Actor waarop het voorschrift betrekking heeft
|
Processen op hoog niveau
|
Categorie
|
|
Artikel 1, punt 2, en bijlage
|
Rapporteringsniveaus (i.e. individuele vissersvaartuigen aan de lidstaten), frequenties en triggers, alsook codes voor vangsten van bepaalde visbestanden in verband met de bestaande rapportagevereisten in het kader van de “visserijcontroleverordening” (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad)
|
Europese Commissie, vlaggenlidstaten, ROVB-secretariaten (in bepaalde gevallen)
|
Indiening van gegevens, rapportage
|
Gegevens
|
4.2.Gegevens
Algemene beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties
|
Soort gegevens
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift
|
Norm en/of specificatie (indien van toepassing)
|
|
Vangsten van bepaalde visbestanden
|
Artikel 1, punt 2, en bijlage
|
//
|
Afstemming op de Europese datastrategie
Leg uit hoe het voorschrift is of de voorschriften zijn afgestemd op de Europese datastrategie
Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel
Leg uit hoe het eenmaligheidsbeginsel is overwogen hoe de mogelijkheid om bestaande gegevens te hergebruiken is onderzocht
Leg uit hoe nieuw gecreëerde gegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en aan hoogwaardige normen voldoen
Gegevensstromen
|
Soort gegevens
|
Verwijzing(en) naar het/de voorschrift(en)
|
Actor die de gegevens verstrekt
|
Actor die de gegevens ontvangt
|
Trigger voor de gegevensuitwisseling
|
Frequentie (indien van toepassing)
|
|
Vangsten van bepaalde visbestanden op een bepaald niveau
|
Artikel 1, punt 2, en bijlage
|
Vlaggenlidstaten
|
Europese Commissie
|
Bepaalde frequentie of totaal vangstniveau
|
Wekelijks tot jaarlijks
|
|
Vangsten van bepaalde visbestanden op een bepaald niveau (in bepaalde gevallen)
|
Artikel 1, punt 2, en bijlage
|
Europese Commissie
|
ROVB-secretariaat
|
Ontvangst van de rapportage door de vlaggenlidstaat
|
Wekelijks tot jaarlijks
|
4.3.Digitale oplossingen
Geef voor elke digitale oplossing de verwijzing naar het voorschrift of de voorschriften van digitaal belang met betrekking tot die oplossing, een beschrijving van de voorgeschreven functionaliteit van de digitale oplossing, de instantie die daarvoor verantwoordelijk zal zijn, en andere relevante aspecten zoals herbruikbaarheid en toegankelijkheid. Vermeld tot slot of het de bedoeling is dat de digitale oplossing gebruikmaakt van AI-technologieën.
|
Digitale oplossing
|
Verwijzing(en) naar het/de voorschrift(en)
|
Belangrijkste functies waarvoor een mandaat vereist is
|
Bevoegde instantie
|
Hoe wordt rekening gehouden met toegankelijkheid?
|
Hoe wordt herbruikbaarheid overwogen?
|
Gebruik van AI-technologieën (indien van toepassing)
|
|
//
|
|
|
|
|
|
|
Leg voor elke digitale oplossing uit op welke wijze de digitale oplossing voldoet aan de vereisten en verplichtingen van het cyberbeveiligingskader van de EU en andere toepasselijke digitale beleidsmaatregelen en wetgevingshandelingen (zoals eIDAS, één digitale toegangspoort enz.).
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
Beschrijf de digitale openbare dienst(en) waarop de vereisten betrekking hebben
|
Digitale overheidsdienst of categorie van digitale overheidsdiensten
|
Omschrijving
|
Verwijzing(en) naar het/de voorschrift(en)
|
Interoperabel Europa-oplossingen
(NIET VAN TOEPASSING)
|
Andere interoperabiliteitsoplossing(en)
|
|
N.v.t.
|
//
|
//
|
|
//
|
Beoordeel het effect van het voorschrift of de voorschriften op de grensoverschrijdende interoperabiliteit
|
Beoordeling
|
Maatregelen
|
Mogelijke resterende belemmeringen
|
|
De afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid beoordelen
Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
|
De organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten beoordelen
Vermeld de geplande governancemaatregelen
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
|
Beoordelen van de maatregelen die zijn genomen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
|
Beoordelen van het gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Beschrijving van de maatregel
|
Verwijzing(en) naar het/de voorschrift(en)
|
De rol van de Commissie
(indien van toepassing)
|
Te betrekken actoren
(indien van toepassing)
|
Verwacht tijdschema
(indien van toepassing)
|
|
N.v.t.
|
|
|
|
|