<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><JUDGMENT xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://formex.publications.europa.eu/schema/formex-05.00-20081231.xd"><BIB.JUDGMENT><REF.CASE FILE="ECRCJ2003NLC.0800987701.case.xml"><NO.CASE>C-74/02</NO.CASE></REF.CASE><NO.CELEX>62002J0074</NO.CELEX><NO.SEQ>0002.0001</NO.SEQ><PAGE.FIRST.ECR>9879</PAGE.FIRST.ECR><PAGE.SEQ>1</PAGE.SEQ><PAGE.LAST.ECR>9888</PAGE.LAST.ECR><PAGE.TOTAL>10</PAGE.TOTAL><AUTHOR>CJ</AUTHOR></BIB.JUDGMENT><CURR.TITLE><LEFT>ARREST VAN <DATE ISO="20030925">25. 9. 2003</DATE> — ZAAK C-74/02</LEFT><RIGHT>COMMISSIE / DUITSLAND</RIGHT></CURR.TITLE><TITLE><TI><P><HT TYPE="UC">Arrest van het Hof</HT> (Eerste kamer)</P><P><DATE ISO="20030925">25 september 2003</DATE><NOTE NOTE.ID="E0001" NUMBERING="STAR"><P>Procestaal: Duits.</P></NOTE></P></TI></TITLE><JUDGMENT.INIT><P>In zaak C-74/02,</P></JUDGMENT.INIT><PARTIES><PLAINTIFS><P><HT TYPE="BOLD">Commissie van de Europese Gemeenschappen,</HT> vertegenwoordigd door G. zur Hausen als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,</P><PARTY.STATUS>verzoekster,</PARTY.STATUS></PLAINTIFS><AGAINST>tegen</AGAINST><DEFENDANTS><P><HT TYPE="BOLD">Bondsrepubliek Duitsland,</HT> vertegenwoordigd door W.-D. Plessing en M. Lumma als gemachtigden,</P><PARTY.STATUS>verweerster,</PARTY.STATUS></DEFENDANTS></PARTIES><?PAGE NO="I-9880"?><P>betreffende een beroep strekkende tot vaststelling dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen om te voldoen aan richtlijn 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19991213">13 december 1999</DATE> betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO<HT TYPE="SUB">2</HT>-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto's (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="012" DATE.PUB="2000" PAGE.FIRST="16">PB 2000, L 12, biz. 16</REF.DOC.OJ>, en rectificatie, <REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="087" DATE.PUB="2000" PAGE.FIRST="34">PB 2000, L 87, blz. 34</REF.DOC.OJ>), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,</P><P>wijst</P><PREAMBLE><PREAMBLE.INIT><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),</P><P>samengesteld als volgt: M. Wathelet (rapporteur), kamerpresident, P. Jann en A. Rosas, rechters,</P><P>advocaatgeneraal: J. Mischo,</P><P>griffier: R. Grass,</P></PREAMBLE.INIT><GR.VISA><VISA>gezien het rapport van de rechterrapporteur,</VISA><VISA>gelet op de beslissing, de advocaatgeneraal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,</VISA></GR.VISA><?PAGE NO="I-9881"?><PREAMBLE.FINAL><P>het navolgende</P></PREAMBLE.FINAL></PREAMBLE><CONTENTS.JUDGMENT><GR.SEQ LEVEL="1"><TITLE><TI><P>Arrest</P></TI></TITLE><NP><NO.P>1</NO.P><TXT>Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op <DATE ISO="20020305">5 maart 2002</DATE>, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld strekkende tot vaststelling dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn de nodige maatregelen te treffen om te voldoen aan richtlijn 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19991213">13 december 1999</DATE> betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO<HT TYPE="SUB">2</HT>-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto's (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="012" DATE.PUB="2000" PAGE.FIRST="16">PB 2000, L 12, biz. 16</REF.DOC.OJ>, en rectificatie, <REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="087" DATE.PUB="2000" PAGE.FIRST="34">PB 2000, L 87, biz. 34</REF.DOC.OJ>; hierna: <QUOT.START ID="QS0001" REF.END="QE0001" CODE="201E"/>richtlijn<QUOT.END ID="QE0001" REF.START="QS0001" CODE="201D"/>), de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP><NP><NO.P>2</NO.P><TXT>Daar zij van de Duitse autoriteiten geen mededeling betreffende de omzetting van de richtlijn in het Duitse recht had ontvangen, heeft de Commissie de nietnakomingsprocedure ingeleid. Nadat zij de Bondsrepubliek Duitsland had aangemaand om haar opmerkingen te maken en zij door de argumenten in het antwoord van de Duitse regering niet was overtuigd, heeft de Commissie op <DATE ISO="20010725">25 juli 2001</DATE> een met redenen omkleed advies uitgebracht. Omdat de Bondsrepubliek Duitsland niet heeft geantwoord op dat advies, heeft de Commissie het onderhavige beroep ingesteld.</TXT></NP><?PAGE NO="I-9882"?><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Rechtskader</P></TI></TITLE><NP><NO.P>3</NO.P><TXT>De richtlijn beoogt te verzekeren dat gegevens over het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van nieuwe personenauto's die in de Gemeenschap voor verkoop of leasing worden aangeboden, voor de consument beschikbaar worden gesteld, zodat deze met kennis van zaken een keuze kan maken.</TXT></NP><NP><NO.P>4</NO.P><TXT>Ingevolge artikel 12, lid 1, van de richtlijn moesten de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking doen treden om uiterlijk op <DATE ISO="20010118">18 januari 2001</DATE> aan deze richtlijn te voldoen, en de Commissie hiervan onverwijld in kennis stellen.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>De niet-nakoming</P></TI></TITLE><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Argumenten van partijen</P></TI></TITLE><NP><NO.P>5</NO.P><TXT>De Commissie stelt dat een richtlijn ingevolge de artikelen 249, derde alinea, EG en 10, eerste alinea, EG, elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, verplicht binnen de erin gestelde termijn het voorgeschreven resultaat te bereiken.</TXT></NP><?PAGE NO="I-9883"?><NP><NO.P>6</NO.P><TXT>In casu worden de lidstaten bij artikel 12, lid 1, van de richtlijn gelast deze uiterlijk op <DATE ISO="20010118">18 januari 2001</DATE> in nationaal recht om te zetten en de Commissie de vastgestelde uitvoeringsmaatregelen mee te delen, hetgeen niet is gebeurd.</TXT></NP><NP><NO.P>7</NO.P><TXT>De Duitse regering betwist niet dat de uitvoering van de richtlijn vertraging heeft opgelopen.</TXT></NP><NP><NO.P>8</NO.P><TXT>Zij beklemtoont evenwel dat de richtlijn op het punt staat te worden uitgevoerd, een omstandigheid waarmee de Commissie rekening had moeten houden voordat zij het onderhavige beroep instelde en die haar elk procesbelang ontneemt.</TXT></NP><NP><NO.P>9</NO.P><TXT>De vertraging bij de uitvoering van de richtlijn is bovendien te verklaren doordat het Duitse recht vereiste dat een rechtsgrond werd vastgesteld alvorens de richtlijn werd omgezet. Dit is op <DATE ISO="20020130">30 januari 2002</DATE> gebeurd door de vaststelling van het Gesetz zur Umsetzung von Rechtsakten der Europäischen Gemeinschaften auf dem Gebiet der Energieeinsparung bei Geräten und Kraftfahrzeugen — Energieverbrauchskennzeichnungsgesetz (wet tot uitvoering van rechtshandelingen van de Europese Gemeenschappen op het vlak van energiebesparing bij apparaten en voertuigen). Het uitvoeringsbesluit tot omzetting van de richtlijn kan thans op deze grondslag worden vastgesteld.</TXT></NP><NP><NO.P>10</NO.P><TXT>De Duitse regering verklaart tot slot dat de uitvoering van de richtlijn om redenen van procedurele economie bewust is vertraagd, zodat zij kon worden omgezet<?PAGE NO="I-9884"?> samen met richtlijn 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="20000918">18 september 2000</DATE> inzake de energierendementseisen voor voorschakelapparaten voor fluorescentielampen (<REF.DOC.OJ COLL="L" NO.OJ="279" DATE.PUB="2000" PAGE.FIRST="33">PB L 279, biz. 33</REF.DOC.OJ>).</TXT></NP><NP><NO.P>11</NO.P><TXT>De Commissie verwerpt alle argumenten van de Duitse regering met betrekking tot bepaalde bijzonderheden van haar nationale rechtsorde, alsmede met betrekking tot het feit dat zij er om redenen van procedurele economie voor heeft gekozen de betrokken richtlijn en andere richtlijnen inzake de bescherming van het leefmilieu die van latere datum zijn, in één keer om te zetten.</TXT></NP><NP><NO.P>12</NO.P><TXT>Blijkens vaste rechtspraak van het Hof doen deze elementen immers niet ter zake bij het onderzoek van een beroep wegens niet-nakoming.</TXT></NP><NP><NO.P>13</NO.P><TXT>Volgens de Commissie doet ook de omstandigheid dat de richtlijn op het punt staat in het Duitse recht te worden omgezet, niet ter zake. Dit enkele feit ontneemt de Commissie niet elk procesbelang.</TXT></NP><NP><NO.P>14</NO.P><TXT>Tot slot moet het bestaan van een niet-nakoming volgens vaste rechtspraak worden beoordeeld aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn.</TXT></NP></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="3"><TITLE><TI><P>Beoordeling door het Hof</P></TI></TITLE><NP><NO.P>15</NO.P><TXT>Om te beginnen zij eraan herinnerd dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de<?PAGE NO="I-9885"?> lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn (zie met name arresten van <DATE ISO="20010315">15 maart 2001</DATE>, Commissie/Frankrijk, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-147/00" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-2387">C-147/00, Jurispr. blz. I-2387, punt 26</REF.DOC.ECR>; <DATE ISO="20020704">4 juli 2002</DATE>, Commissie/Griekenland, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-173/01" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-6129">C-173/01, Jurispr. blz. I-6129, punt 7</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20030410">10 april 2003</DATE>, Commissie/Frankrijk, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-114/02" YEAR="2003" PAGE.ECR="I-3783">Cl 14/02, Jurispr. blz. I-3783, punt 9</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>16</NO.P><TXT>In casu staat evenwel vast dat de Bondsrepubliek Duitsland niet de nodige maatregelen heeft genomen om de richtlijn binnen de daartoe gestelde termijn volledig uit te voeren.</TXT></NP><NP><NO.P>17</NO.P><TXT>De omstandigheid dat een uitvoeringsmaatregel op het punt staat te worden vastgesteld, doet niet ter zake en ontneemt de Commissie niet elk belang bij een beroep wegens niet-nakoming, aangezien zij volgens vaste rechtspraak over een discretionaire bevoegdheid beschikt om een dergelijk beroep in te stellen (zie met name arrest van <DATE ISO="20020514">14 mei 2002</DATE>, Commissie/Duitsland, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-383/00" YEAR="2002" PAGE.ECR="I-4219">C-383/00, Jurispr. blz. I-4219, punt 19</REF.DOC.ECR>).</TXT></NP><NP><NO.P>18</NO.P><TXT>Verder is het vaste rechtspraak dat een lidstaat zich ter rechtvaardiging van de niet-inachtneming van de in een richtlijn voorgeschreven verplichtingen en termijnen niet op nationale bepalingen, praktijken of situaties kan beroepen (zie met name arresten van <DATE ISO="20010308">8 maart 2001</DATE>, Commissie/Portugal, <REF.DOC.ECR EDITION="GEN" NO.CASE="C-276/98" YEAR="2001" PAGE.ECR="I-1699">C-276/98, Jurispr. blz. I-1699, punt 20</REF.DOC.ECR>, en <DATE ISO="20030410">10 april 2003</DATE>, Commissie/Frankrijk, reeds aangehaald, punt 11).</TXT></NP><NP><NO.P>19</NO.P><TXT>Derhalve moet het beroep van de Commissie gegrond worden verklaard.</TXT></NP><?PAGE NO="I-9886"?><NP><NO.P>20</NO.P><TXT>Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Bondsrepubliek Duitsland, door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan de richtlijn, de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><GR.SEQ LEVEL="2"><TITLE><TI><P>Kosten</P></TI></TITLE><NP><NO.P>21</NO.P><TXT>Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Daar de Commissie heeft geconcludeerd tot verwijzing van de Bondsrepubliek Duitsland in de kosten en de Bondsrepubliek Duitsland in het ongelijk is gesteld, dient deze in de kosten te worden verwezen.</TXT></NP></GR.SEQ></GR.SEQ><JURISDICTION><INTRO><P>HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),</P><P>rechtdoende, verstaat:</P></INTRO><LIST TYPE="ARAB"><ITEM><NP><NO.P>1)</NO.P><TXT>Door niet binnen de gestelde termijn alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan richtlijn<?PAGE NO="I-9887"?> 1999/94/EG van het Europees Parlement en de Raad van <DATE ISO="19991213">13 december 1999</DATE> betreffende de beschikbaarheid van consumenteninformatie over het brandstofverbruik en de CO<HT TYPE="SUB">2</HT>-uitstoot bij het op de markt brengen van nieuwe personenauto's, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.</TXT></NP></ITEM><ITEM><NP><NO.P>2)</NO.P><TXT>De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.</TXT></NP></ITEM></LIST></JURISDICTION></CONTENTS.JUDGMENT><SIGNATURE.CASE><P>Wathelet</P><P>Jann</P><P>Rosas</P><P>Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op <DATE ISO="20030925">25 september 2003</DATE>.</P><SIGNATORY><P>De griffier</P><P>R. Grass</P></SIGNATORY><SIGNATORY><P>De president van de Eerste kamer</P><P>M. Wathelet</P></SIGNATORY></SIGNATURE.CASE><?PAGE NO="I-9888"?></JUDGMENT>