EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 18.4.2018
COM(2018) 196 final
BIJLAGE
bij
voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 18.4.2018
COM(2018) 196 final
BIJLAGE
bij
voorstel voor een besluit van de Raad
betreffende de sluiting van de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore
BIJLAGE 11-A
BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP OVERIGE SUBSIDIES
1. Een partij mag in beginsel geen overige subsidies in verband met de handel in goederen en de levering van diensten die niet onder artikel 11.7 (Verboden subsidies) vallen, verlenen wanneer zij het handelsverkeer van een van de partijen ongunstig beïnvloeden of het waarschijnlijk is dat zij dat doen.
2. Onverminderd lid 1 kan een partij de volgende subsidies verlenen wanneer zij noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang, en wanneer de betrokken subsidies niet meer bedragen dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken en de gevolgen ervan voor het handelsverkeer van de andere partij beperkt zijn:
a) subsidies van sociale aard aan individuele verbruikers, op voorwaarde dat deze verleend worden zonder onderscheid naar de oorsprong van de producten;
b) subsidies tot herstel van de schade veroorzaakt door natuurrampen of andere buitengewone gebeurtenissen;
c) subsidies ter bevordering van de economische ontwikkeling van streken waar de levensstandaard abnormaal laag is of waar een ernstig gebrek aan werkgelegenheid heerst;
d) subsidies om een ernstige verstoring in de economie van een van de partijen op te heffen;
e) subsidies om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde economische terreinen te vergemakkelijken, wanneer de voorwaarden waaronder het handelsverkeer van elk van beide partijen plaatsvindt en de mededinging tussen de partijen daardoor niet ongunstig worden beïnvloed 1 ;
f) subsidies aan ondernemingen belast met het beheer van nauwkeurig omschreven diensten van algemeen economisch belang, mits de subsidies worden beperkt tot de kosten van de verlening van dergelijke diensten;
g) subsidies om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen, wanneer de voorwaarden waaronder het handelsverkeer van elk van beide partijen plaatsvindt en de mededinging tussen de partijen daardoor niet ongunstig worden beïnvloed, of
h) subsidies om de verwezenlijking van een belangrijk project van regionaal of bilateraal belang te bevorderen.
________________