|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/1185 |
21.3.2025 |
Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Artificiële intelligentie ten dienste van werknemers: hefbomen voor het benutten van het potentieel en het beperken van de risico’s van AI in verband met het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid
(initiatiefadvies)
(C/2025/1185)
Rapporteur:
Franca SALIS-MADINIER|
Adviseurs |
Odile CHAGNY (van de rapporteur) Isaline OSSIEUR (van groep I) Etzerodt CLEMENS ØRNSTRUP (voor groep I) Aïda PONCE DEL CASTILLO (van groep II) Anthony BOCHON (van groep III) |
|
Besluit van de voltallige vergadering |
15.2.2024 |
|
Rechtsgrond |
Artikel 52, lid 2, van het reglement van orde |
|
Bevoegde afdeling |
Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Burgerschap (SOC) |
|
Goedkeuring door de afdeling |
17.12.2024 |
|
Goedkeuring door de voltallige vergadering |
22.1.2025 |
|
Zitting nr. |
593 |
|
Stemuitslag (voor/tegen/onthoudingen) |
142/103/14 |
1. Conclusies en aanbevelingen
|
1.1. |
Het EESC steunt de gezamenlijke verklaring die de sociale partners tijdens de laatste G7-top in Italië hebben afgelegd (1), waarin wordt gesteld dat de snelle ontwikkeling van artificiële-intelligentiesystemen (AI-systemen), waaronder generatieve AI (GenAI), ongetwijfeld een van de belangrijkste trends is die van invloed zijn op de arbeidswereld en onze samenlevingen in het algemeen. Of dit een verandering ten goede of ten kwade is, staat niet van tevoren vast: dat hangt af van de beslissingen van beleidsmakers om ambitieus en doeltreffend beleid evenals regelgevingskaders vast te stellen ter bevordering van sociale vooruitgang, inclusiviteit, gelijkheid, economische welvaart, duurzame ondernemingen, bedrijfscontinuïteit en veerkracht, het scheppen van fatsoenlijke banen, eerbiediging van democratische instellingen en werknemersrechten, waarbij sociale dialoog een belangrijke rol vervult. |
|
1.2. |
De sociale dialoog en de inbreng van werknemers spelen een cruciale rol bij het behoud van de grondrechten van werknemers en het bevorderen van “betrouwbare” AI in de arbeidswereld. Een van de middelen om de risico’s en schadelijke effecten van AI-systemen te minimaliseren, is het vergroten van de inspraak van werknemers en hun vertegenwoordigers. |
|
1.3. |
Wetgevings- of andere initiatieven ter aanpassing van bestaande wetten moeten de lacunes in de bescherming van de rechten van werknemers op het werk aanpakken en ervoor zorgen dat de mens de controle houdt in alle vormen van wisselwerking tussen mens en machine. |
|
1.4. |
De bestaande wettelijke bepalingen van de EU inzake het gebruik van AI op het werk moeten worden ondersteund door expliciete richtsnoeren met betrekking tot bestaande wetgeving. |
|
1.5. |
Het EESC is voor een snelle toepassing van artikel 4 van de AI-verordening (2), waarin is bepaald dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen moeten nemen om te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel. |
|
1.6. |
Overheden moeten initiatieven voor de ontwikkeling van vaardigheden van werknemers ontplooien om ervoor te zorgen dat artificiële-intelligentiesystemen mensen ondersteunen en niet vervangen. |
|
1.7. |
Het EESC raadt sterk aan dat de EU met haar beleid en ook de lidstaten voorzien in de ontwikkeling van AI-modules in onderwijs en opleiding en de terbeschikkingstelling van voorlichtingsmateriaal over AI aan burgers. Formeel onderwijs over AI-technologieën moet in een vroeg stadium worden aangeboden, zodat alle burgers ermee vertrouwd kunnen raken. |
|
1.8. |
Om versnippering van de huidige initiatieven van de lidstaten te voorkomen en een gelijk speelveld op de eengemaakte markt te waarborgen pleit het EESC met klem voor een sterkere sociale dialoog over de uitrol van AI-systemen op basis van een ad-hocrechtsinstrument van de EU met onder meer bepalingen om de volgende maatregelen doeltreffender te maken:
|
|
1.9. |
Het EESC verzoekt het Europees AI-bureau om nauw samen te werken met de Europese sectoroverschrijdende sociale partners om ervoor te zorgen dat de rol van de sociale dialoog voldoende tot uiting komt in de komende richtsnoeren van het AI-bureau en duidelijkheid te scheppen over alle AI-systemen. Er moeten diepgaande, robuuste en duidelijk gestructureerde coördinatiekanalen tussen het AI-bureau en DG EMPL en DG Connect van de Europese Commissie worden opgezet. |
2. Algemene opmerkingen
|
2.1. |
Dit initiatiefadvies heeft ten doel beleidsmakers op Europees en nationaal niveau aanbevelingen en specifieke voorstellen te doen met het oog op het creëren van een klimaat dat bevorderlijk is voor de positieve uitrol van AI-systemen en -instrumenten op de werkvloer. Rekening houdend met het verzoek van het komende Poolse voorzitterschap zal een specifiek hoofdstuk worden gewijd aan het verkennen van hefbomen voor het benutten van het potentieel en het beperken van de risico’s van AI in het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid. Dit advies heeft input verzameld via twee workshops die bij het EESC zijn gehouden aan de hand van de prognosemethode van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, met medewerking van Europese en internationale deskundigen. |
|
2.2. |
AI wordt omschreven als een universeel toepasbare technologie (8), die transformatieve digitale toepassingen met een groot potentieel voor sociale en economische impact mogelijk maakt (9). AI, big data en high-performance computing zijn met elkaar verweven. Generatieve AI (GenAI) omvat systemen zoals geavanceerde grote taalmodellen die nieuwe inhoud kunnen creëren, uiteenlopend van tekst tot beelden, door te leren van uitgebreide trainingsdata. Dit advies bestrijkt een breed gebied en onderzoekt zowel algoritmische beheersystemen als het bredere gebruik van digitale technologieën op de werkplek, zoals surveillance-instrumenten en digitale HR-platforms, die aanzienlijke gevolgen hebben voor werknemers. |
|
2.3. |
Volgens schattingen is het gebruik van AI-instrumenten in Europese ondernemingen sinds de opkomst van GenAI-instrumenten snel toegenomen. Er lijkt echter een aanmerkelijk verschil te bestaan tussen het gebruik door grote ondernemingen en het gebruik door kmo’s (10). Het ontbreekt aan consistente gegevens en kennis om te weten hoe AI zich precies zal ontwikkelen, maar er kan redelijkerwijs van worden uitgegaan dat AI de arbeidswereld op veel manieren zal beïnvloeden en een belangrijk onderdeel kan worden van het werk van veel mensen (11). |
|
2.4. |
De scenario’s die zijn verkend tijdens onze workshops over de toekomst van AI in de arbeidswereld (12) tonen aan dat het nog niet te laat is om de ontwikkeling van AI op de werkplek te sturen om ervoor te zorgen dat AI ten behoeve van iedereen wordt uitgerold. Het visionaire scenario dat het “ideale scenario” wordt genoemd liet zien dat het aanpassen van de EU-wetgeving en het versterken van de sociale dialoog op het meest passende niveau een belangrijke rol kan spelen bij de ontwikkeling van betrouwbare toepassingen van AI op het werk, en Europese ondernemingen kan aanmoedigen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie te investeren. |
|
2.5. |
De impact van AI op de arbeidswereld komt indirect aan bod in de EU-wetgeving met betrekking tot sociale kwesties (13). De EU-instellingen hebben ook aanzienlijke middelen geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gedeelde digitale agenda en een digitale eengemaakte markt. |
|
2.6. |
In aansluiting op het voorstel van de voorzitter van de Europese Commissie om initiatieven op te nemen waarmee wordt nagegaan welke invloed digitalisering op de arbeidswereld heeft, van AI-beheer tot telewerk, en in aansluiting op de recente verklaring van de sociale partners tijdens de G7-top, stelt het EESC dat elk wetgevingsinitiatief de lacunes in de bescherming van de rechten van werknemers waarin de huidige wetgeving met betrekking tot AI voorziet, moet aanpakken en ervoor moet zorgen dat het beginsel dat de mens de uiteindelijke controle behoudt doeltreffend wordt toegepast. |
|
2.7. |
Het EESC verzoekt de Europese Commissie ervoor te zorgen dat de bestaande wettelijke bepalingen met betrekking tot het gebruik van AI op de werkplek vergezeld gaan van expliciete richtsnoeren. |
|
2.8. |
De sociale partners en burgers hebben een essentiële rol te vervullen bij het behoud van de grondrechten van werknemers en het bevorderen van “betrouwbare” AI in de arbeidswereld en in de rest van de samenleving (14). |
3. Definitie van AI-systemen in het kader van dit advies
3.1. In het kader van dit advies beveelt het EESC aan de definitie van de AI-verordening (15) te gebruiken.
|
3.2. |
Volgens artikel 3, punt 1, van de AI-verordening wordt onder een “AI-systeem” verstaan “een op een machine gebaseerd systeem dat is ontworpen om met verschillende niveaus van autonomie te werken en dat na het inzetten ervan aanpassingsvermogen kan vertonen, en dat, voor expliciete of impliciete doelstellingen, uit de ontvangen input afleidt hoe output te genereren zoals voorspellingen, inhoud, aanbevelingen of beslissingen die van invloed kunnen zijn op fysieke of virtuele omgevingen”. |
|
3.3. |
Deze definitie is breed genoeg om de drie essentiële kenmerken van AI-systemen te bestrijken, namelijk:
|
|
3.4. |
Bovendien vestigt het EESC de aandacht op drie belangrijke specifieke kenmerken van op de werkplek gebruikte AI-systemen in vergelijking met eerdere digitale technologieën:
|
4. Gevolgen van AI voor de arbeidsmarkt en de arbeidsomstandigheden
4.1. Gevolgen voor de werkgelegenheid
|
4.1.1. |
Vanwege de snelle ontwikkeling, de onzekerheid over de integratie van AI in productieprocessen en de effecten op organisaties en werknemers, kunnen de gevolgen van AI voor de werkgelegenheid en werknemers niet van tevoren worden bepaald. De mate waarin AI banen creëert, wijzigt, ondersteunt of vernietigt, hangt ook af van het doel dat ermee wordt nagestreefd (optimalisering van processen, kostenverlaging, efficiëntie, innovatie enz.). |
|
4.1.2. |
AI heeft potentiële waarde bij: i) het matchen van functieprofielen met potentiële kandidaten, wat de efficiëntie van werkgelegenheidsmaatregelen ten goede komt, ii) het aanwerven van geschikte kandidaten, iii) het versnellen van onboardingprocessen, iv) het beheren van prestaties, v) het bedenken van doeltreffende gepersonaliseerde opleidingsmethoden en het vaststellen van kloven op het vlak van digitale vaardigheden, vi) het verzamelen en analyseren van big data, vii) het opstellen van notulen, viii) het opstellen van functiebeschrijvingen en ix) het beheren van personeelsbehoud en -verloop en het voorspellen van toekomstige aanwervingsbehoeften (21). |
|
4.1.3. |
De grootste potentiële economische impuls van AI zal waarschijnlijk van een verbeterde productiviteit komen (22). Dit omvat automatisering van routinematige en monotone taken (23), waardoor de capaciteiten van werknemers worden aangevuld en zij zich kunnen richten op meer stimulerend werk dat een grotere meerwaarde heeft (24). Door recente technologische ontwikkelingen zijn AI-systemen in staat tot het vervangen of aanvullen van menselijke rollen op een grotere verscheidenheid van gebieden dan eerdere technologieën, waaronder niet-routinematige en cognitieve taken (25), met name in de gezondheidszorg en het onderwijs. |
|
4.1.4. |
In recente studies wordt gewezen op het potentieel van “complementatie” van GenAI-technologieën (26). Volgens schattingen van de IAO (27) is het potentieel voor transformatie in hoge-inkomenslanden meer dan dubbel zo groot als het potentieel voor automatisering (respectievelijk 13,4 % en 5,1 %). Empirische bevindingen bieden echter nog steeds geen uitsluitsel wat betreft de gevolgen voor werkgelegenheid en productiviteit (28). De werkelijke omvang van de productiviteitswinsten is onzeker (29) en wordt mogelijk overdreven (30). Wat GenAI betreft is het aandeel beroepen waarvoor onzekerheid bestaat over het potentieel voor automatisering en complementatie hoog (31) (11,6 % in hoge-inkomenslanden (32)). GenAI kan mensen met een handicap gemakkelijker aan werk helpen (33), maar er ook toe leiden dat hun banen geautomatiseerd worden. |
4.2. AI zal aanzienlijke gevolgen hebben voor de behoefte aan vaardigheden (34) .
|
4.2.1. |
Enerzijds zal AI bepaalde manuele vaardigheden en fijne psychomotorische vermogens overnemen, maar ook cognitieve vermogens, zoals begrip, planning en advisering. Anderzijds zullen de vaardigheden die nodig zijn voor de ontwikkeling en het onderhoud van AI-systemen en de vaardigheden die nodig zijn voor de vaststelling en het gebruik van en de interactie met AI-toepassingen belangrijker worden. De vraag naar digitale basisvaardigheden en datawetenschap (35) zal toenemen. Er zal behoefte zijn aan cognitieve en overdraagbare vaardigheden die het beste aansluiten bij AI (zoals creatieve probleemoplossing, originaliteit en andere overdraagbare vaardigheden zoals sociale en managementvaardigheden (36)). Ook de vaardigheden en kennis van managers en bedrijfsleiders zullen van belang zijn voor de invoering van AI (37). Er zijn aanwijzingen dat een gebrek aan adequate AI-gerelateerde vaardigheden een belemmering vormt voor het gebruik van AI op het werk (38). AI kan ook worden gebruikt om systemen voor volwasseneneducatie te verbeteren. |
4.3. Werkomstandigheden
|
4.3.1. |
De gevolgen van AI-systemen zijn het onduidelijkst op het gebied van de arbeidsomstandigheden (39). AI-systemen hebben namelijk het potentieel om organisatorische en beheersactiviteiten en controle te transformeren (40) en om organisatorische processen (41) op een ingrijpende manier te herschikken. |
|
4.3.2. |
Bij verstandig gebruik kunnen AI-instrumenten de gezondheid en veiligheid op het werk verbeteren door de werkdruk van werknemers te verlichten (42), het evenwicht tussen werk en privéleven te bevorderen (43) en de geestelijke gezondheid op het werk te verbeteren (44). AI-tools kunnen gevaarlijke taken overnemen of verminderen en spier- en skeletaandoeningen helpen voorkomen. Als de tijd die werknemers besparen op hun taken op een eerlijke manier wordt herverdeeld, kan dit hun welzijn doen toenemen. Wanneer AI-instrumenten worden gebruikt om repetitieve en monotone taken te vervangen, kunnen zij de tevredenheid met het werk verhogen (45). Het gebruik van AI-toepassingen kan leiden tot betere, eerlijkere en niet-discriminerende beslissingen en praktijken (46). |
|
4.3.3. |
AI-toepassingen kunnen ervoor zorgen om kwaliteitsvolle informatie op bredere schaal te verspreiden, diepe inzichten in gegevens te verschaffen en beter afgebakende besluiten te nemen. |
|
4.3.4. |
Anderzijds zijn er bepaalde risico’s als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een betrouwbare uitrol van AI-systemen op het werk (47). |
|
4.3.5. |
Algoritmische beheersystemen maken een vorm van alomtegenwoordige controle mogelijk die veel sterker is dan welke oudere vormen van controle dan ook, met mogelijk schadelijke gevolgen voor werknemers (48). Uit onderzoek (49) komt naar voren dat algoritmisch beheer slecht kan uitpakken voor de gezondheid en veiligheid van werknemers en dat bedrijven weinig genegen zijn om dergelijke technologieën voor een betere gezondheid en veiligheid op het werk in te zetten. |
|
4.3.6. |
Werknemers kunnen te maken krijgen met onrechtmatige controle, discriminatie, verlies van autonomie en psychosociale risico’s (50). AI-instrumenten kunnen groepen op de werkplek ontwrichten en werknemers een sterker gevoel van isolement bezorgen. |
|
4.3.7. |
AI-systemen kunnen bestaande informatieasymmetrieën tussen management en werknemers vergroten (51). |
4.4. Ongelijkheden uit de wereld helpen
|
4.4.1. |
Uit recente studies over Gen AI blijkt dat deze systemen ongelijkheden kunnen verminderen, bestendigen of zelfs nieuwe risico’s op ongelijkheden kunnen creëren. |
|
4.4.1.1. |
Ongelijkheden tussen hoogopgeleide en laagopgeleide werknemers kunnen mogelijk worden verminderd. De conclusie van de meeste studies luidt dat administratieve, hoger gekwalificeerde beroepen grotere werkgelegenheidsgerelateerde risico’s zullen lopen als gevolg van de invoering van GenAI (52). Als het doel van het inzetten van GenAI is bedrijfsinnovatie te verhogen, de werkorganisatie te verbeteren en hoogwaardige banen te bevorderen, zullen minder geschoolde en minder ervaren werknemers het meest profiteren van GenAI-instrumenten, doordat nieuwe werknemers dankzij AI-modellen vertrouwd kunnen raken met de goede praktijken van ervaren werknemers (53). |
|
4.4.1.2. |
Vrouwen en laaggeschoolde en oudere werknemers zijn de kwetsbare groepen die het zwaarst door AI worden getroffen (54). Omdat administratieve banen meer onderhevig zijn aan de risico’s van automatisering, zijn de werkgelegenheidseffecten gendergerelateerd, waarbij het percentage vrouwen dat mogelijk te maken krijgt met automatisering dubbel zo groot is (55) en de banen van vrouwen vaak een groter transformatiepotentieel hebben. |
|
4.4.1.3. |
Het lage percentage vrouwen onder afgestudeerden op STEM-gebieden of in computerwetenschappen en informatietechnologie zorgt in sommige landen voor significante uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid en loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen in het kader van de verspreiding van AI (56). De kwestie van gendergelijkheid moet op alle niveaus beter worden aangepakt. Een sociale dialoog en beter beleid om op deze trends te anticiperen zijn van cruciaal belang. |
4.4.2. Nieuwe wereldwijde ongelijkheden
|
4.4.2.1. |
De ontwikkeling van AI wordt ondersteund door onzichtbare werknemers, die zich meestal in lage-inkomenslanden bevinden en met slechte arbeidsomstandigheden te maken hebben (57). |
4.5. Een sociale dialoog en betrokkenheid van werknemers zijn van cruciaal belang om het potentieel van AI te benutten.
|
4.5.1. |
Vanwege de specifieke kenmerken van AI-systemen en hun impact op organisatorische kwesties zijn aanvaarding, betrouwbaarheid en vertrouwen in de ontwikkeling en toepassing van AI van cruciaal belang voor de positieve effecten ervan (58). |
|
4.5.2. |
Het raadplegen van werknemersvertegenwoordigers leidt aantoonbaar tot betere prestaties en arbeidsomstandigheden (59). Wanneer werknemersvertegenwoordigers gebruikmaken van het systeem van een “collectieve stem” van medezeggenschap, helpt dit om de privacy, autonomie en beslissingsvrijheid van werknemers te beschermen tegen technologieën voor personeelsbeheer (60). |
|
4.5.3. |
Om overal waar AI wordt ingezet te zorgen voor een doeltreffende sociale dialoog dringt het EESC aan op expliciete richtsnoeren in relevante juridische en niet-juridische teksten. |
|
4.5.4. |
Mensen en belanghebbenden moeten kiezen op welke manier en voor welke doeleinden AI wordt ingezet in onze samenlevingen en op het werk. De sociale partners en burgers moeten worden betrokken bij publieke debatten, AI-geletterdheid en opleiding. |
4.6. Voorbereid zijn op de inzet van AI is van essentieel belang (61) .
|
4.6.1. |
Voor de benutting van het potentieel van AI op het werk roept het EESC de Europese Commissie op om: |
|
4.6.1.1. |
beleidsmakers op alle niveaus ertoe aan te zetten om het vaardighedenbeleid zo te herzien dat opkomende AI-systemen werknemers aanvullen in plaats van hen te vervangen; |
|
4.6.1.2. |
overheden ertoe aan te zetten om AI-modules te ontwikkelen in vroegschoolse educatie en opleiding en om bewustmakingsmateriaal over AI beschikbaar te stellen voor burgers. Dit beleid moet ervoor zorgen dat er binnen het formele onderwijs in een vroeg stadium kennis over AI-technologieën wordt verspreid, zodat alle burgers zich hiermee vertrouwd kunnen maken; |
|
4.6.1.3. |
aan te dringen op een snelle toepassing van artikel 4 van de AI-verordening, waarin is bepaald dat aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen maatregelen moeten nemen om te zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel. |
5. Handhaving en aanpassing van de huidige EU-wetgeving
5.1. De AVG (62) is niet specifiek ontworpen om problemen met gegevensbescherming op de werkplek aan te pakken.
|
5.1.1. |
De rechtsgronden van de AVG als een op zichzelf staande verordening volstaan niet om het risico van schadelijke AI-systemen op de werkplek te beperken, omdat ze geen rekening houden met de specifieke aard van AI-systemen als het aankomt op de verwerking van persoonsgegevens op de werkplek. |
|
5.1.2. |
Men is het erover eens dat toestemming van de werknemer of een legitiem belang geen geldige basis vormt voor gegevensverwerking bij een asymmetrische machtsdynamiek op de werkplek (63). Uit een recente enquête onder 6 300 werknemers in Noordse landen blijkt dat in alle sectoren waarop de studie betrekking heeft sprake is van misbruik bij een dergelijke asymmetrische machtsverhouding (64). |
|
5.1.3. |
Artikel 15, lid 1, onder h), van de AVG, met betrekking tot transparantievereisten, heeft een beperkt toepassingsgebied, aangezien semigeautomatiseerde besluitvorming er niet onder valt. |
|
5.1.4. |
Werknemers kunnen meer geraakt kunnen worden door de verwerking van gegevens die over andere werknemers worden verzameld dan door gegevens die over henzelf worden verzameld (65). De rechten van vakbonden of werknemersvertegenwoordigers om controle uit te oefenen op het verzamelen en verwerken van gegevens zijn beperkt. Het idee dat privacygerelateerde schade altijd individueel van aard is, vormt een grote zwakte waar het gaat over algoritmische beheersystemen. Bovendien schieten de bepalingen inzake effectbeoordelingen inzake gegevensbescherming tekort. |
|
5.1.5. |
In artikel 88 van de AVG wordt erkend dat de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de arbeidsverhouding moet worden beschermd via “nadere regels” die de lidstaten bij wet of bij collectieve overeenkomst kunnen vaststellen (66). Sinds de AVG in werking is getreden, is artikel 88 weinig toegepast en in bijna alle lidstaten een dode letter gebleven (67). |
|
5.1.6. |
Om werknemers meer zeggenschap over hun gegevens te geven zou de Europese Commissie maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat artikel 88 van de AVG doeltreffend wordt gehandhaafd. |
5.2. De AI-verordening
|
5.2.1. |
Het bredere doel van de AI-verordening is om de invoering en verspreiding van AI in de EU te stimuleren door werk te maken van een uniform rechtskader voor “betrouwbare AI”, gebaseerd op de logica dat het gebruik van AI gangbaarder zal worden als de daarmee samenhangende risico’s worden aangepakt. Aangezien het om transversale wetgeving gaat, worden met de verordening een aantal dwingende doelstellingen nagestreefd, zoals een hoog niveau van bescherming van de gezondheid, veiligheid en grondrechten. De rechtsgrond van de AI-verordening is voornamelijk gebaseerd op de VWEU-bepalingen over de eengemaakte markt. De AI-verordening is niet specifiek ontworpen om problemen op de werkplek aan te pakken (68). |
|
5.2.2. |
Met de AI-verordening worden er beperkende maatregelen opgelegd voor het gebruik van AI op de werkplek. Zo zijn bepaalde systemen verboden en gelden er strenge eisen voor de beschikbaarstelling of uitrol van AI-systemen, vooral systemen die worden geclassificeerd als systemen met een hoog risico omdat ze worden gebruikt op het gebied van werkgelegenheid, personeelsbeheer en toegang tot zelfstandige arbeid. In dit opzicht is de AI-verordening een belangrijke stap in de goede richting. |
|
5.2.3. |
Het EESC stelt verschillende hiaten in de AI-verordening vast met betrekking tot grondrechten op de werkplek. |
|
5.2.3.1. |
In de AI-verordening wordt erkend dat een voorafgaande definiëring van het risico niet volstaat om bescherming te bieden tegen de potentiële schade van AI-systemen, en dat het niet volledig vooraf kan worden bepaald, aangezien dit ook afhangt van de context waarin ze worden uitgerold (69). Systemen voor het beheer van de risico’s van AI-systemen met een hoog risico moeten gedurende de gehele levensduur van het systeem worden toegepast (artikel 9). In de AI-verordening wordt echter uitdrukkelijk de mogelijkheid erkend dat een AI-systeem, ook al voldoet het aan de verordening, een risico kan inhouden voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor de grondrechten (artikel 82) (70). |
|
5.2.3.2. |
De verplichting om een effectbeoordeling op het gebied van de grondrechten uit te voeren voor systemen met een hoog risico is alleen van toepassing op publiekrechtelijke organen, particuliere entiteiten die openbare diensten verlenen, en banken en verzekeringsmaatschappijen (artikel 27). |
|
5.2.3.3. |
Werknemersvertegenwoordigers hebben alleen recht op informatie, niet op raadpleging (artikel 26, lid 7). AI-testomgevingen voor regelgeving (artikel 57) en het testen van systemen met een hoog risico onder reële omstandigheden (artikel 60) zijn uitsluitend toegestaan voordat het systeem in gebruik wordt genomen. |
|
5.2.3.4. |
Het EESC is van mening dat experimenten cruciaal zijn om organisaties in staat te stellen risico’s vast te stellen, onbedoelde gevolgen te testen en algoritmen in een gecontroleerde omgeving te verfijnen voordat ze op grote schaal worden uitgerold. De AI-verordening moet worden ondersteund door expliciete richtsnoeren om juridische duidelijkheid te verschaffen en ondubbelzinnige toepassing en handhaving te waarborgen. |
|
5.2.4. |
Om deze problemen aan te pakken roept het EESC het AI-bureau op om bij de ontwikkeling van zijn eerste richtsnoeren nauw samen te werken met de Europese sectoroverschrijdende sociale partners, met het oog op duidelijke richtsnoeren en verduidelijkingen inzake AI-systemen die de emoties van natuurlijke personen lezen. Er moeten diepgaande, robuuste en duidelijk gestructureerde coördinatiekanalen tussen het AI-bureau en DG EMPL en DG Connect van de Europese Commissie worden opgezet. |
|
5.2.5. |
Het is aan de aanbieders om een effectbeoordeling inzake grondrechten uit te voeren voor systemen met een hoog risico voordat deze overal worden ingezet. |
|
5.2.6. |
Het EESC dringt aan op duidelijke richtsnoeren voor de wijze waarop testomgevingen en testen onder reële omstandigheden kunnen worden gebruikt in toekomstige initiatieven voor AI op het werk. |
5.3. Richtlijnen betreffende informatie en raadpleging van werknemers, veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk, en de autonome kaderovereenkomst van de Europese sociale partners over digitalisering
|
5.3.1. |
Richtlijn 2002/14/EG (71) waarborgt het collectieve recht op informatie en raadpleging van werknemersvertegenwoordigers en geldt voor elke anticiperende maatregel die de werkgelegenheid bedreigt, alsook voor elke beslissing die “ingrijpende veranderingen” in de arbeidsorganisatie met zich meebrengt (artikel 4). Op grond van Richtlijn 89/391/EG (72) moeten werkgevers de veiligheid en gezondheid van de werknemers in alle werkgerelateerde omstandigheden waarborgen, zorgen voor informatie en opleiding en werknemersvertegenwoordigers raadplegen over gezondheid en veiligheid. Aangezien AI-instrumenten op ondoorzichtige wijze worden ingevoerd en volop in ontwikkeling zijn, en gezien het feit dat het definiëren van “substantiële wijzigingen” een complexe aangelegenheid is, moet de toepassing van deze richtlijnen echter worden versterkt door middel van expliciete richtsnoeren. |
|
5.3.2. |
De iteratieve en dynamische aard van AI-systemen sluit aan bij het proces van de iteratieve dialoog dat deel uitmaakt van de kaderovereenkomst van de Europese sociale partners inzake digitalisering (73). |
|
5.3.3. |
In de overeenkomst wordt echter maar zijdelings op AI-kwesties ingegaan. Specifieke AI-gerelateerde acties in verband met de uitvoering van deze overeenkomst door de nationale sociale partners, zijn tot nu toe vrij beperkt gebleven; de meeste daarvan hadden alleen betrekking op kwesties aangaande telewerk en het recht om offline te zijn. |
|
5.3.4. |
De Europese Commissie zou in een ad-hocinstrument duidelijk moeten ingaan op de context van AI, om rekening te houden met de dynamische dimensie van de sociale dialoog en de gezondheids- en veiligheidsrisicobeoordelingen van AI-systemen in de autonome overeenkomst. |
5.4. De richtlijn betreffende platformwerk (74)
|
5.4.1. |
De richtlijn betreffende platformwerk bevat bepalingen die geautomatiseerde systemen voor toezicht en besluitvorming effectief zouden kunnen reguleren. In het bijzonder wordt in hoofdstuk III (75):
|
|
5.4.2. |
De bepalingen van hoofdstuk III van de richtlijn betreffende platformwerk zijn alleen van toepassing op personen die platformwerk verrichten. Algoritmische managementpraktijken op reguliere werkplekken zijn echter al een feit (76), bijvoorbeeld bij het toewijzen en optimaliseren van werktijden, het screenen en beoordelen van sollicitanten, het beoordelen van werkprestaties en het behandelen van personeelskwesties. Het EESC verzoekt de Europese Commissie het toepassingsgebied van de bepalingen van hoofdstuk III van de richtlijn betreffende platformwerk uit te breiden tot alle werknemers. |
Brussel, 22 januari 2025.
De voorzitter
van het Europees Economisch en Sociaal Comité
Oliver RÖPKE
(1) Shaping the advancement of artificial intelligence through social dialogue.
(2) PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.
(3) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(4) PB L, 2024/2831, 11.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2831/oj.
(5) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.
(6) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.
(7) Framework Agreement on Digitalisation | Etuc resources center.
(8) World Economic Forum, Markets of Tomorrow: Pathways to a New Economy, 2020.
(9) McKinsey, Shaping the digital transformation in Europe, 2020.
(11) STOA-studie (wetenschappelijke toekomstverkenning) The use of artificial intelligence in workplace management, 2022.
(13) Zie bijlage.
(15) PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.
(16) K. C. Kellogg et al. 2020, Algorithms at Work: The New Contested Terrain of Control.
(17) Alle AI-instrumenten die op adaptief machinaal leren zijn gebaseerd. Zie geactualiseerde OESO-definitie.
(18) OESO (2024), The impact of Artificial Intelligence on productivity, distribution and growth.
(19) Kellogg et al. (2020); Cazzaniga et al (2024), Gen-AI: Artificial Intelligence and the Future of Work.
(20) T. Babina et al (2024), “Firm Investments in Artificial Intelligence Technologies and Changes in Workforce Composition”.
(21) EPRS (2022), AI and digital tools in workplace management and evaluation; Tambe et al “Artificial Intelligence in Human Resources Management: Challenges and a Path Forward”, California Management Review, 2019.
(22) PwC (2017), Sizing the prize.
(23) EPRS (2022), Hmoud, B. en Laszo V. L. (2019); “Will Artificial Intelligence Take Over Human Resources Recruitment and Selection?”, Network Intelligence Studies.
(24) PwC (2017).
(25) OESO (2024).
(26) M. Comunale et al. (2024), “The Economic Impacts and the Regulation of AI: A Review of the Academic Literature and Policy Actions”, IMF-werkdocument nr. 2024/65.
(27) Gmyrek P. et al. (2023), “Generative AI and jobs: A global analysis of potential effects on job quantity and quality”, IAO-werkdocument 96.
(28) Comunale et al. (2024).
(29) Comunale et al. (2024).
(30) D. Acemoglu (2024), “The Simple Macroeconomics of AI”, Massachusetts Institute of Technology.
(31) Gmyrek P. et al. (2023).
(32) Gmyrek P. et al. 2023, blz. 37.
(33) OESO 2024, Who will be the workers most affected by AI?, werkdocument van de OESO over AI no. 26.
(34) OECD (2023), OECD Employment Outlook 2023.
(35) Verslag van de Franse commissie voor generatieve AI, 2024.
(36) Alekseeva, L. et al. (2021), “The demand for AI skills in the labor market”, Labour Economics, vol. 71.
(37) OESO (2023), OECD Employment Outlook 2023.
(38) OESO (2023), “ The impact of AI on the workplace: Main findings from the OECD AI surveys of employers and workers ”.
(39) Böhmer & H. Schinnenburg, 2023, Critical exploration of AI-driven HRM to build up organizational capabilities.
(40) Kellogg et al., (2020). J. Adams-Prassl, H. Abraha et al (2023): “Regulating algorithmic management: A blueprint”, European Labour Law Journal 2023, vol. 14(2) 124-151.
(41) Nurski L. (2024), “AI at Work, why there’s more to it than task automation”, CEPS Explainer.
(42) EPRS (2022), CIPD en PA Consulting, “People and machines: from hype to reality”, Chartered Institute of Personnel and Development, 2019.
(43) EP-studie, “Improving working conditions using Artificial Intelligence”, 2021.
(44) Workplace Intelligence, “AI at Work 2020 Study”.
(45) OESO (2023), OECD Employment Outlook 2023.
(46) Pessach, D., Singer, G., Avrahami, D., et al. (2020), “Employees recruitment: A prescriptive analytics approach via machine learning and mathematical programming”. Decision Support Systems.
(47) V. Mandinaud, A. Ponce del Castillo (2024), AI systems, risks and working conditions, in Artificial intelligence, labour and society, ETUI.
(48) Kellogg et al. 2020.
(49) EU-OSHA(2024), Worker management through AI - From technology development to the impacts on workers and their safety and health, 2024.
(50) EU-OSHA (2022), OSH Pulse - Occupational safety and health in post-pandemic workplaces, 2022.
(51) OESO (2023).
(52) Eloundou, T. et al. (2023), “GPTs are GPTs: An Early Look at the Labor Market Impact Potential of Large Language Models”.
(53) Comunale et al. (2024); Brynjolfsson E. et al. (2023): Generative IA at work, NBER Working Paper No. 3116.
(54) OESO 2024.
(55) ILO Global Survey on Microtasks workers (2017), Tubaro et al. (2020). “The trainer, the verifier, the imitator: Three ways in which human platform workers support artificial intelligence”. Big Data & Society, 7(1).
(56) Verslag van de Franse commissie voor generatieve AI, 2024.
(57) De ontwikkeling van AI wordt wereldwijd ondersteund door onzichtbare werknemers, die zich meestal in lage-inkomenslanden bevinden en met slechte arbeidsomstandigheden te maken hebben. Tubaro et al. (2020).
(58) OESO (2024).
(59) OESO (2023), “ The impact of AI on the workplace: Main findings from the OECD AI surveys of employers and workers ”.
(60) FEPS (2024), Algorithm by and for the workers.
(61) Cazzaniga et al. (2024).
(62) PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(63) EPRS (2022).
(64) FEPS (2024).
(65) Martin Tisné (2020): The Data Delusion: protecting individual data isn’t enough when the harm is collective, Luminate, Cyber Policy Center aan de Universiteit van Stanford.
(66) Artikel 88 wordt in de EU-lidstaten nog steeds sterk onbenut.
(67) Abraha H. (2023) “Article 88 GDPR and the Interplay between EU and Member State Employee Data protection rules”, The Modern Law Review.
(68) Aida Ponce Del Castillo, “The EU’s AI Act: governing through uncertainties and complexity, identifying opportunities for action, global workplace law and policy”, kluwerlawonline.com, 2024.
(69) Isabel Kusche (2024) “Possible harms of artificial intelligence and the EU AI act: fundamental rights and risk”, Journal of Risk Research.
(70) Isabel Kusche (2024).
(71) PB L 80 van 23.3.2002, blz. 29.
(72) PB L 183 van 29.6.1989, blz. 1.
(73) https://resourcecentre.etuc.org/agreement/framework-agreement-digitalisation.
(74) PB L, 2024/2831, 11.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2831/oj.
(75) J. Adams-Prassl, H. Abraha et al (2023).
(76) EU Science Hub (2024), “Algoritmische managementpraktijken op reguliere werkplekken zijn al een feit”.
BIJLAGE I
Het volgende wijzigingsvoorstel is tijdens de behandeling van het advies verworpen, hoewel er meer dan een kwart van de stemmen voor werd uitgebracht (art. 14, lid 3, rvo):
WIJZIGINGSVOORSTEL 1
SOC/803
Artificiële intelligentie ten dienste van werknemers
Het hele advies van de afdeling SOC door de volgende tekst vervangen (toelichting/motivering aan het eind van het document):
|
Wijzigingsvoorstel |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1. Conclusies en aanbevelingen
2. Kansen en uitdagingen van AI voor de economie van de EU
2.7. Kansen en uitdagingen van AI in de arbeidswereld
3. Het Europees kader voor het gebruik van AI op de werkplek 3.1. Het huidige wetgevingskader van de EU
3.2. Rol van de sociale dialoog
3.3. Evaluatie van de huidige situatie
|
Motivering
Deze tekst omvat een wijzigingsvoorstel dat een standpunt verwoordt dat over het geheel genomen afwijkt van het door de afdeling gepresenteerde advies, en moet daarom als een tegenadvies worden beschouwd. Daarin wordt uiteengezet waarom het EESC van mening is dat er geen behoefte is aan aanvullende wetgeving inzake AI in de arbeidswereld en waarom de Commissie bedrijven de ruimte moet laten om binnen het huidige rechtskader verantwoorde en ethische benaderingen te ontwikkelen voor het werken met AI-technologieën.
Stemuitslag
Vóór: 112
Tegen: 136
Onthoudingen: 11
(1) Europese Commissie (2024), The future of European competitiveness part A a competitiveness strategy for Europe .
(2) Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, AI investment: EU and global indicators.
(3) Europese Commissie (2024), The future of European competitiveness part B In-depth analysis of recommendations .
(4) https://www.ecb.europa.eu/press/economic-bulletin/focus/2024/html/ecb.ebbox202406_01~9c8418b554.en.html.
(5) https://www.ecb.europa.eu/press/economic-bulletin/focus/2024/html/ecb.ebbox202404_01~3ceb83e0e4.en.html.
(6) Zie bijvoorbeeld CEPS’s AI World, Navigate Tomorrow’s Intelligence Today/AI World.
(7) OESO (2024), OECD Digital Economy Outlook 2024 (Volume 1): Embracing the Technology Frontier, OECD Publishing, Parijs, https://doi.org/10.1787/a1689dc5-en.
(8) Zie bijvoorbeeld Lane, M., M. Williams en S. Broecke (2023), “ The impact of AI on the workplace: Main findings from the OECD AI surveys of employers and workers”, OECD Social, Employment and Migration Working Papers, No. 288, OECD Publishing, Parijs.
(9) EU-OSHA (2021), Impact of artificial intelligence on occupational safety and health .
(10) Bruegel_factsheet_2024_0.pdf.
(11) Zie sectie 3 van dit tegenadvies voor meer informatie.
(12) Zie de opdrachtbrief aan Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie.
(13) Verkennend advies op verzoek van het Poolse voorzitterschap “Kunstmatige intelligentie — potentieel en risico’s in het kader van het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid”.
(14) OESO (2024), OECD Digital Economy Outlook 2024 (Volume 1): Embracing the Technology Frontier, OECD Publishing, Parijs.
(15) Zie bijvoorbeeld CEPS’s AI World, Navigate Tomorrow’s Intelligence Today/AI World.
(16) Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029.
(17) In 2023 maakte 8 % van de ondernemingen in de EU gebruik van artificiële-intelligentietechnologieën. Voor grote EU-ondernemingen was dit 30,4 %. Zie Eurostat Use of artificial intelligence in enterprises - Statistics Explained.
(18) Eurostat, Use of artificial intelligence in enterprises - Statistics Explained.
(19) Europese Commissie (2024), The future of European competitiveness part A a competitiveness strategy for Europe .
(20) Europese Commissie (2024), The future of European competitiveness part B In-depth analysis of recommendations .
(22) Het AI Indexverslag, zie ook hier.
(23) The state of AI in early 2024: Gen AI adoption spikes and starts to generate value.
(24) Boston Consulting Group (2023), Turning GenAI Magic into Business Impact.
(25) The state of AI in early 2024: Gen AI adoption spikes and starts to generate value.
(26) Deze trend valt op te maken uit verslagen en studies over de ontwikkeling van banen, zoals het Future of Jobs Report 2025 van het World Economic Forum (Future of Jobs Report 2025: These are the fastest growing and declining jobs | World Economic Forum).
(27) Het AI Indexverslag, zie ook hier.
(29) Zie bijvoorbeeld EURES, How AI can improve the talent acquisition process.
(30) IMF Gen-AI: Artificial Intelligence and the Future of Work.
(31) WEF, Future of Jobs Report 2025 januari 2025.
(32) Lane, M., M. Williams en S. Broecke (2023), “ The impact of AI on the workplace: Main findings from the OECD AI surveys of employers and workers”, OECD Social, Employment and Migration Working Papers, No. 288, OECD Publishing, Parijs.
(33) 33 Workplace Intelligence, AI at Work 2020 Stud, CIPD and PA Consulting; People and machines: from hype to reality; Chartered Institute of Personnel and Development, 2019.
(34) EP-studie, Improving working conditions using Artificial Intelligence, 2021.
(35) Studie Workplace Intelligence, AI at Work 2020.
(36) Lane, M., M. Williams en S. Broecke (2023), “ The impact of AI on the workplace: Main findings from the OECD AI surveys of employers and workers”, OECD Social, Employment and Migration Working Papers, No. 288, OECD Publishing, Parijs.
(37) Dana Pessach, Gonen Singer, Dan Avrahami, Hila Chalutz Ben-Gal, Erez Shmueli, Irad Ben-Gal, Employees recruitment: A prescriptive analytics approach via machine learning and mathematical programming, Decision Support Systems, Volume 134, 2020.
(38) Zie het verslag Artificial intelligence for worker management: an overview.
(39) Zie Work organisation and job quality in the digital age | European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions.
(40) Baiocco, S., Fernández-Macías, E., Rani, U. en Pesole, A., The Algorithmic Management of work and its implications in different contexts, Sevilla: Europese Commissie, 2022, JRC129749.
(41) Krachtens de verordening cyberweerbaarheid moeten fabrikanten van verbonden producten er beter voor zorgen dat kwetsbaarheden worden aangepakt en verholpen, en dat de bescherming van de apparaten/machines wordt verbeterd.
(44) Zie de opdrachtbrief aan, Roxana Mînzatu, uitvoerend vicevoorzitter van de Europese Commissie.
(45) Voor een beschrijving van deze risico’s zie Baiocco, S., Fernández-Macías, E., Rani, U. en Pesole, A., The Algorithmic Management of work and its implications in different contexts, Sevilla: Europese Commissie, 2022, JRC129749.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1185/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)