31982D0203

82/203/EEG: Beschikking van de Commissie van 27 november 1981 inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag (IV/30.188-Moët et Chandon (London) Ltd) (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 094 van 08/04/1982 blz. 0007 - 0011


++++

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 27 november 1981

inzake een procedure op grond van artikel 85 van het EEG-Verdrag ( IV/30.188 - Moët et Chandon ( London ) Ltd )

( Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek )

( 82/203/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , en met name op artikel 85 ,

Gelet op Verordening nr . 17 van de Raad van 6 februari 1962 ( 1 ) , en met name op de artikelen 3 en 15 ,

Gezien het verzoek dat op 15 september 1980 conform artikel 3 van Verordening nr . 17 bij de Commissie is ingediend door Central Wine Buyers ( South Leicester ) Ltd ,

Gezien het besluit van de Commissie van 13 april 1981 om in deze zaak een procedure in te leiden ,

Gehoord de betrokken ondernemingen en personen overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van Verordening nr . 17 en in Verordening nr . 99/63/EEG ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Adviescomité voor mededingingsregelingen en economische machtsposities , conform artikel 10 van Verordening nr . 17 , ingewonnen op 14 oktober 1981 ,

In overweging van het volgende :

1 . Deze procedure heeft betrekking op verkoopvoorwaarden toegepast door Moët et Chandon ( London ) Ltd op zijn champagneafnemers . Daarin staat een clausule die neerkomt op een verbod om vanuit het Verenigd Koninkrijk te exporteren .

I . DE FEITEN

2 . Moët et Chandon ( London ) Ltd ( hierna te noemen " MC " ) , gevestigd in het Verenigd Koninkrijk , is een dochtermaatschappij voor 100 % van de Franse vennootschap Moët-Hennessy . De voornaamste activiteit van MC is de import en de afzet in het Verenigd Koninkrijk van wijnen , ratafia en gedistilleerd van marc van champagne van de merken Moët et Chandon , Ruinart en Mercier , die in Frankrijk worden geproduceerd . Deze produkten worden hierna " champagne " genoemd .

3 . Moët-Hennessy is een groep die meer dan 40 dochtermaatschappijen omvat , die in Frankrijk en de voornaamste landen van de wereld gevestigd zijn . Behalve de champagne van de bovengenoemde merken produceert en verkoopt deze groep voornamelijk cognac ( Hennessy ) en kosmetische produkten ( Christian Dior-parfums , Roc-produkten ) . Binnen de groep Moët-Hennessy is de Franse vennootschap Champagne Moët et Chandon te Epernay , eveneens een 100 % dochtermaatschappij van Moët-Hennessy , verantwoordelijk voor alle werkzaamheden met betrekking tot produktie en verkoop van de champagne van de groep . Alle leden van de raad van bestuur van Champagne Moët et Chandon hebben eveneens zitting in de raad van bestuur van Moët-Hennessy . Eén van hen maakt ook deel uit van de raad van bestuur van MC .

In 1980 was de totale geconsolideerde omzet van Moët-Hennessy opgelopen tot 2 923 600 000 Ffr . Haar totale champagneverkopen hadden een waarde van ongeveer 1 miljard Ffr . Ongeveer 80 % daarvan werd gerealiseerd in de Gemeenschap . Het totale omzetcijfer van MC in 1980 was 15 287 000 Pond , waarbij de omzet van de champagne zonder belasting en accijnzen ... Pond ( 3 ) bedroeg . De champagneverkopen van de groep binnen de Gemeenschap bedroegen in 1980 ... Ffr . De accijnzen hebben een minimale invloed op de omzetcijfers .

Het Verenigd Koninkrijk is voor wat de champagne van de groep betreft , de grootste exportmarkt van de wereld . Daar werd ongeveer 13 % van de verkopen in de wereld gerealiseerd . Het marktaandeel van champagne van de groep in het Verenigd Koninkrijk bedraagt ongeveer 40 % .

4 . Tenminste van 1 januari 1980 tot 21 oktober 1981 heeft MC voor de verkoop van zijn champagnemerken de hieronder overgenomen verkoopvoorwaarden laten gelden , die zijn vervat in de prijslijsten ( " Post-Budget Price List " ) .

" Terms of Sale :

The prices quoted in this list are valid only for goods intended for consumption within the United Kingdom or for sale through diplomatic channels , on airlines or as ships' stores . All orders for goods intended for consumption outside the United Kingdom will be handled and invoiced by our Principals in France " .

( Vertaling :

" Verkoopvoorwaarden :

De in deze lijst genoemde prijzen gelden alleen voor waren bestemd voor verbruik binnen het Verenigd Koninkrijk of voor verkoop via diplomatieke kanalen , op luchtlijnen of als scheepsvoorraden . Alle bestellingen voor goederen bestemd voor verbruik buiten het Verenigd Koninkrijk worden behandeld en gefactureerd door onze moedervennootschap in Frankrijk " . )

Deze bepaling is de enige clausule in deze prijslijsten onder de titel " Verkoopvoorwaarden " ( " Terms of sale " ) . De woorden " onze moedervennootschap " duiden de vennootschap Champagne Moët et Chandon , Epernay , Frankrijk aan .

Moët-Hennessy heeft de Commissie in een brief van 23 oktober 1981 medegedeeld dat bedoelde verkoopvoorwaarden geschrapt waren en dat een rondschrijven met dat doel op 21 oktober 1981 door MC aan alle cliënten was gestuurd .

5 . Over deze verkoopvoorwaarden is op 15 september 1980 een klacht conform artikel 3 van Verordening nr . 17 bij de Commissie ingediend door Central Wine Buyers ( South Leicester ) Ltd ( hierna " CWB " te noemen ) . CWB is een groothandelaar in wijnen en sterke dranken , gevestigd in het Verenigd Koninkrijk , die in 1980 3 700 kratten champagne heeft gekocht onder de bovengenoemde verkoopvoorwaarden . Volgens MC zouden de door CWB gekochte kratten later zijn geexporteerd . Daarom moest CWB in augustus 1980 de formele verzekering geven dat 738 kratten , welke op dat moment waren besteld slechts zouden worden gebruikt voor de verkoop op de binnenlandse markt en niet naar het buitenland zouden worden geëxpedieerd . CWB werd aldus verhinderd om MC-champagne te verkopen bestemd voor andere landen van de gemeenschappelijke markt dan het Verenigd Koninkrijk .

6 . In 1971 heeft de vennootschap Champagne Moët et Chandon , Frankrijk , na een interventie van de Commissie een verbod van export behoudens voorafgaande toestemming ingetrokken , dat aan zijn champagneafnemers was opgelegd . De vennootschap had het argument aangevoerd dat de verschillende Lid-Staten gewoonlijk met verschillende soorten champagne worden bevoorraad die zijn aangepast aan de smaak van de consument . De Commissie merkte destijds , bij brief van 30 april 1971 , op dat deze vennootschap haar klanten , wanneer zij bestellingen uit het buitenland wilden honoreren , altijd nog kon aanraden een beroep op haar ervaring te doen , ten einde zich over deze verschillen te laten inlichten .

Opmerkingen van partijen

7 . In antwoord op de mededeling van punten van bezwaar welke haar werd toegezonden , bracht Moët-Hennessy de volgende argumenten naar voren : deze verkoopvoorwaarden moet men in het groter verband plaatsen van de huidige handelspolitiek van haar filiaal Champagne Moët et Chandon , Frankrijk , dat verantwoordelijk is voor de champagnesector van de groep ; wegens de schaarste die de champagnesector sinds enkele jaren heeft getroffen , heeft Champagne Moët et Chandon , ten einde zijn cliëntèle zo goed mogelijk te bedienen , besloten tot contingentering van de leveranties , waarbij hij van land tot land vaste hoeveelheden toewijst ; gezien deze situatie heeft MC vervolgens de betrokken verkoopvoorwaarden ingevoerd om de beperkte hoeveelheden die hem worden geleverd te reserveren voor de Britse markt , waar hij een zo goed mogelijke afzet moet waarborgen . Volgens Moët-Hennessy beoogden deze verkoopvoorwaarden speculatieve kooptransacties te verhinderen van machtige Britse afnemers , die hadden kunnen overgaan tot aankoop van grote hoeveelheden met het oog op latere export , hetgeen de markt zou hebben ontregeld en zou zijn ingegaan tegen het beleid tot regeling van de tekorten en verdeling der hoeveelheden dat door Champagne Moët et Chandon was ingevoerd en zou hebben geleid tot een sterke prijsstijging . De vertegenwoordigers van Moët-Hennessy hebben echter bevestigd dat zij het uiterst moeilijk vonden , de omvang van deze aankopen van speculatieve aard te taxeren . Tenslotte hebben zij aangevoerd dat men hier dus niet te maken zou hebben met een klassieke poging om de gemeenschappelijke markt opnieuw te compartimenteren , maar met maatregelen om de storende gevolgen van de structurele schaarste aan champagne tot een minimum te beperken .

8 . Moët-Hennessy heeft voorts betoogd dat de betrokken verkoopvoorwaarden niet de export verboden , maar slechts beoogden de afnemers te waarschuwen dat de geleverde produkten in principe bestemd waren om de Britse vraag te bevredigen . Volgens Moët-Hennessy vloeide het incident dat leidde tot de klacht van CWB voort uit een wellicht buitensporige toepassing van de verkoopvoorwaarden door ongeruste handelsagenten , geplaatst tegenover hetgeen hun voorkwam als een onttrekken van hoeveelheden die bestemd waren voor de bevoorrading van hun markt en als een doen mislukken van het verdelingsplan dat door de schaarste noodzakelijk was geworden .

II . JURIDISCHE BEOORDELING

Toepasselijkheid van artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag

9 . Volgens artikel 85 , lid 1 , van het EEG-Verdrag zijn onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt en verbonden alle overeenkomsten tussen ondernemingen , alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen welke de handel tussen Lid-Staten ongunstig kunnen beïnvloeden en ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt verhinderd , beperkt of vervalst .

10 . De in de MC-prijslijsten genoemde verkoopvoorwaarden maken deel uit van de verkoopovereenkomsten voor MC-champagne die tenminste vanaf 1 januari 1980 tot 21 oktober 1981 tussen MC en zijn afnemers/wederverkopers zijn gesloten . Deze overeenkomsten zijn overeenkomsten tussen ondernemingen in de zin van artikel 85 , lid 1 .

11 . Volgens deze verkoopvoorwaarden zijn de genoemde prijzen slechts van toepassing op waren die bestemd zijn voor verbruik in het Verenigd Koninkrijk en worden bestellingen van waren voor export behandeld door Champagne Moët et Chandon in Frankrijk . Deze clausule komt neer op een exportverbod , dat alle champagnes treft die door MC onder genoemde voorwaarden worden verkocht . De afnemers van MC kunnen haar in die zin interpreteren , dat zij betekent dat de onder de genoemde voorwaarden gekochte waren alleen voor verbruik in het Verenigd Koninkrijk bestemd kunnen zijn ; het feit dat bestellingen voor de export moeten worden gericht tot de " moedervennootschap " in Frankrijk neemt het betrokken exportverbod niet weg maar bevestigt het . Het is trouwens wel degelijk een exportverbod dat MC wilde doen naleven toen hij van de klager verlangde dat hij de verbintenis aanging dat de MC-champagne die hij onder deze voorwaarden had gekocht niet buiten het Verenigd Koninkrijk zou worden verkocht .

12 . Deze clausule heeft ten doel en ten gevolge dat de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt wordt beperkt . Zij beoogt de klanten van MC in het Verenigd Koninkrijk en hun latere kopers te verhinderen de MC-champagne in andere Lid-Staten van de EEG door de verkopen en de in deze landen gevestigde wederverkopers concurrentie aan te doen en heeft hun dit ook verhinderd . Zoals partijen uitvoerig hebben uiteengezet heeft MC namelijk wel degelijk de betrokken verkoopvoorwaarden ingevoerd en toegepast om zich ervan te verzekeren dat de beperkte hoeveelheden die hem ter beschikking worden gesteld in het Verenigd Koninkrijk zullen blijven . De door partijen naar voren gebrachte rechtvaardigingen , te weten de commerciële politiek van de groep en de maatregelen tot verdeling der hoeveelheden over de Lid-Staten stellen slechts des te duidelijker in het licht , wat het concurrentiebeperkend doel en gevolg van het betrokken exportverbod zijn dat was bestemd om deze politiek effectief te doen zijn . De beweerde schaarstesituatie en de maatregelen ertegen vormen geen rechtvaardiging voor het feit dat de Britse afnemers/wederverkopers worden beroofd van de mogelijkheid om in de landen van de gemeenschappelijke markt naar hun keuze de door MC in het Verenigd Koninkrijk in omloop gebrachte waren door te verkopen , en kunnen de toepasselijkheid van artikel 85 , lid 1 , dan ook niet uitsluiten .

13 . Dit exportverbod kan reeds door zijn aard de handel tussen Lid-Staten ongunstig beïnvloeden , omdat het de bewegingen van de MC-champagne uit het Verenigd Koninkrijk naar andere Lid-Staten van de EEG belemmert . Het leidt tot een kunstmatige compartimentering van de gemeenschappelijke markt en staat de vestiging van één enkele markt tussen de Lid-Staten in de weg .

14 . Gezien de grote betekenis van de verkoop van MC-champagne in het Verenigd Koninkrijk , beperkt de betrokken clausule de mededinging en kan zij de handel tussen Lid-Staten op waarneembare wijze ongunstig beïnvloeden ( zie punt 3 ) .

Toepasselijkheid van artikel 85 , lid 3 , van het EEG-Verdrag

15 . Op grond van de artikelen 4 en 5 van Verordening nr . 17 van de Raad moet een overeenkomst , wil zij in aanmerking komen voor vrijstelling krachtens artikel 85 , lid 3 , zijn aangemeld , behalve indien zij valt onder de categorieën overeenkomsten beschreven in artikel 4 , leden 2 en 3 . De betrokken verkoopvoorwaarden die zijn opgenomen in de MC-prijslijsten waren niet van de aanmeldingsplicht vrijgesteld op grond van artikel 4 , lid 2 , punt 1 , omdat zij betrekking hebben op export tussen Lid-Staten , en noch op grond van artikel 4 , lid 2 , punt 2 , omdat zij niet uitsluitend betrekking hebben op prijzen of op andere handelsvoorwaarden en evenmin industrieel eigendomsrecht betreffen . Dit type overeenkomst valt niet onder artikel 4 , lid 3 .

Nu zij niet conform Verordening nr . 17 en Verordening nr . 27 van de Commissie ( 4 ) zijn aangemeld , komen zij dus niet in aanmerking voor een vrijstelling krachtens artikel 85 , lid 3 . De Commissie meent echter dat deze verkoopvoorwaarden zelfs indien zij waren aangemeld niet voor vrijstelling in aanmerking zouden zijn gekomen . De voordelen die , gezien de beweerde schaarstesituatie ( zie punt 7 ) , volgens partijen uit het betrokken verbod zouden voortvloeien , lijken niet op te wegen tegen de ernstige nadelen welke het verbod met zich brengt voor het vrije verkeer van goederen en voor de mededinging , noch oplegging van een dergelijk exportverbod te vereisen .

Toepasselijkheid van artikel 3 , lid 1 , van Verordening nr . 17 van de Raad

16 . Volgens artikel 3 , lid 1 , van Verordening nr . 17 kan de Commissie gelasten aan de vastgestelde inbreuk een einde te maken .

17 . De " Verkoopvoorwaarden " ( " Terms of Sale " ) die vanaf 1 januari 1980 tenminste tot 21 oktober 1981 in de MC-prijslijsten waren opgenomen , vormen een inbreuk op artikel 85 , lid 1 , en kunnen niet worden vrijgesteld .

18 . De Commissie is van mening dat Moët-Hennessy verplicht moet worden zich te onthouden van de toepassing , door haarzelf of door één van haar dochtermaatschappijen , van een exportverbod als is vervat in de betrokken verkoopvoorwaarden , dat erop gericht is de exporten van het Verenigd Koninkrijk naar andere Lid-Staten te belemmeren .

Toepasselijkheid van artikel 15 , lid 2 , van Verordening nr . 17 van de Raad

19 . Volgens artikel 15 , lid 2 , van Verordening nr . 17 kan de Commissie bij beschikking aan ondernemingen geldboeten opleggen wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid inbreuk maken op artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag . Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete wordt niet alleen rekening gehouden met de zwaarte , maar ook met de duur van de inbreuk .

20 . Om het bedrag van de geldboete vast te stellen heeft de Commissie met de volgende factoren rekening gehouden :

a ) De inbreuk is opzettelijk gepleegd . Niet alleen behoorden MC , Champagne Moët et Chandon en Moët-Hennessy te weten dat exportverboden , zoals in het onderhavige geval , inbreuken opleveren op de concurrentieregels van het EEG-Verdrag - het Hof en de Commissie hebben zich dikwijls over dit type beperking uitgesproken ( 5 ) - maar bovendien heeft de Commissie reeds gelegenheid gehad dit rechtstreeks aan Champagne Moët et Chandon , Frankrijk , duidelijk te maken , omdat deze onderneming na de interventie van de Commissie in 1971 een exportverbod had ingetrokken dat zij aan haar champagneafnemers had opgelegd . Champagne Moët et Chandon als " moedermaatschappij " diende de hier gewraakte voorschriften uit de verkoopvoorwaarden te kennen en kende die ook in feite , omdat deze haar opdroegen de bestellingen voor de export te behandelen . Het is overigens duidelijk dat de Commissie in 1971 , toen zij aangaf dat het steeds mogelijk was advies te geven aan de afnemers/exporteurs die dit wensten ( zij punt 6 ) , geen goedkeuring verleende voor het opleggen van een exportverbod als het onderhavige .

b ) Het betrokken exportverbod is ingevoerd op 1 januari 1980 en werd omstreeks 21 oktober 1981 ingetrokken ( zie punt 4 ) . De inbreuk heeft dus iets minder dan twee jaren geduurd .

c ) Voor wat de ernst van de inbreuk betreft moeten onderstaande elementen in beschouwing worden genomen .

i ) Het opleggen van een exportverbod vormt een ernstige inbreuk op de voorschriften van het Verdrag . In het onderhavige geval is de ernst van de inbreuk nog versterkt door het feit dat het betrokken exportverbod , zonder te zijn aangemeld , is ingevoerd toen de standpunten van de Commissie en van het Hof van Justitie met betrekking tot dit type clausule zeer duidelijk waren vastgesteld ( 5 ) .

ii ) Het betrokken exportverbod heeft de klager , alsmede de Britse kopers in dezelfde situatie , verhinderd produkten te verkopen die voor andere landen van de gemeenschappelijke markt bestemd waren ( zie punten 5 en 7 ) .

iii ) Deze clausule is geïntroduceerd met het concrete doel om exporten vanuit het Verenigd Koninkrijk te verhinderen , opdat het beleid tot verdeling der hoeveelheden over de Lid-Staten zoals dat door Champagne Moët et Chandon was uitgestippeld , niet zou worden doorkruist ( zie punt 7 ) .

iv ) MC behoort tot de groep Moët-Hennessy die een economisch zeer belangrijke onderneming is , voornamelijk door de champagneverkopen in de EG . Bovendien bezit hij in het Verenigd Koninkrijk een zeer aanzienlijk marktaandeel ( zie punt 3 ) .

21 . De Commissie meent derhalve een geldboete te moeten opleggen overeenkomstig het bedrag in artikel 3 van deze beschikking , die door de onderneming tot wie deze beschikking is gericht , Moët-Hennessy , die voor de handelingen van haar filialen aansprakelijk is , moet worden voldaan binnen drie maanden na betekening van deze beschikking ,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN :

Artikel 1

De " Verkoopvoorwaarden " ( " Terms of Sale " ) , vervat in de door Moët et Chandon ( London ) Ltd , een dochteronderneming van Moët-Hennessy , in werking gestelde prijslijsten en die deel uitmaken van de overeenkomsten gesloten vanaf 1 januari 1980 tot tenminste 21 oktober 1981 tussen Moët et Chandon ( London ) Ltd en zijn afnemers van champagne vormen een inbreuk op artikel 85 , lid 1 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap .

Artikel 2

Moët-Hennessy moet zich onthouden van de toepassing , door haarzelf of door middel van haar dochterondernemingen , van een exportverbod als in de in artikel 1 genoemde verkoopvoorwaarden is vervat en dat erop is gericht de exporten van het Verenigd Koninkrijk naar de andere Lid-Staten te belemmeren .

Artikel 3

Er wordt een geldboete van 1 100 000 ( één miljoen éénhonderdduizend ) Ecu of 624 977,10 Pond ( zeshonderdvierentwintigduizend negenhonderdzevenenzeventig pond sterling en 10 pence ) of 6 801 872 Ffr . ( zes miljoen achthonderdenéénduizend achthonderdtweeënzeventig Franse frank ) opgelegd aan Moët-Hennessy .

De geldboete moet worden betaald bij Lloyds Bank London , rekening nr . 108.63.41 of Société Générale Parijs , rekening nr . 5.770.006.5 binnen drie maanden na de datum van kennisgeving van deze beschikking .

Artikel 4

Deze beschikking vormt executoriële titel in de zin van artikel 192 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap .

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot Moët-Hennessy S.A . , 30 , avenue Hoche , 75008 Parijs , Frankrijk , en geldt voor haarzelf en voor haar dochterondernemingen .

Gedaan te Brussel , 27 november 1981 .

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . 13 van 21 . 2 . 1962 , blz . 204/62 .

( 2 ) PB nr . 127 van 20 . 8 . 1963 , blz . 2268/63 .

( 3 ) In de voor bekendmaking bestemde versie van deze beschikking zijn hierna enige cijfers weggelaten conform de bepalingen van artikel 21 van Verordening nr . 17 betreffende het niet-prijsgeven van zakengeheimen .

( 4 ) PB nr . 35 van 10 . 5 . 1962 , blz . 1118/62 .

( 5 ) Zie met name : Arrest van 13 juli 1966 , zaak 56 en 58/64 ( Grundig-Consten ) , H.v.J . EG , Jur . 1966 , blz . 449 ; Arrest van 1 februari 1978 , zaak 1977 ( Miller International Schallplatten GmbH ) , H.v.J . EG , Jur . 1978 , blz . 131 ; Beschikking van de Commissie van 20 december 1978 , PB nr . L 50 van 22 . 2 . 1978 , blz . 16 ; Arrest van 10 juli 1980 , zaak 30/78 ( The Distillers Company Ltd ) H.v.J . EG , Jur . 1980 , blz . 2229 .