Verordening (EEG) nr. 2295/86 van de Raad van 21 juli 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3626/82 betreffende de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten
Publicatieblad Nr. L 201 van 24/07/1986 blz. 0001 - 0001
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 7 blz. 0145
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 7 blz. 0145
***** VERORDENING (EEG) Nr. 2295/86 VAN DE RAAD van 21 juli 1986 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3626/82 betreffende de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europese Parlement (2), Overwegende dat het, overeenkomstig de besluiten van de vierde vergadering van de conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten, noodzakelijk is artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3626/82 (3) te wijzigen, ten einde rekening te houden met het herziene controlesysteem voor planten die in de bijlagen II en III en voor dieren die in bijlage III bij de Overeenkomst zijn opgenomen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3626/82 wordt als volgt gewijzigd: 1. artikel 2 wordt vervangen door: »Artikel 2 De specimens waarop deze verordening van toepassing is, zijn: a) elk dier of elke plant, levend of dood, van de in bijlage I van de Overeenkomst opgenomen soorten, elk deel daarvan of elk daaruit verkregen produkt, opgenomen in bijlage B van deze verordening, evenals alle andere goederen, voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket, of uit enigerlei andere omstandigheid blijkt dat het delen van dieren of planten van deze soorten of daaruit verkregen produkten betreft; b) elk dier of elke plant, levend of dood, van de in bijlage II en III van de Overeenkomst opgenomen soorten, elk deel daarvan of elk daaruit verkregen produkt, opgenomen in bijlage B van deze verordening, evenals alle andere goederen, voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket of enigerlei andere omstandigheid blijkt dat het delen van dieren of planten van deze soorten of daaruit verkregen produkten betreft, tenzij die delen of produkten uitdrukkelijk wegens een desbetreffende vermelding in de interpretatie van de bijlagen II en III van de Overeenkomst van de toepassing van de Overeenkomst zijn uitgezonderd."; 2. artikel 6, lid 2, wordt vervangen door: »2. De in lid 1 bedoelde verbodsbepaling geldt ook voor de niet onder lid 1 vallende specimens in de zin van artikel 2, onder b), voor zover deze in strijd met artikel 5 zijn binnengebracht.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 21 juli 1986. Voor de Raad De Voorzitter G. HOWE (1) PB nr. C 272 van 11. 10. 1983, blz. 7. (2) PB nr. C 332 van 28. 11. 1983, blz. 279. (3) PB nr. L 384 van 31. 12. 1982, blz. 1.