2003/585/EG: Beschikking van de Raad van 28 juli 2003 houdende wijziging van bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies en van bijlage 5, overzicht A, van het Gemeenschappelijk Handboek betreffende de visumplicht voor houders van Pakistaanse diplomatieke paspoorten
Publicatieblad Nr. L 198 van 06/08/2003 blz. 0013 - 0014
Beschikking van de Raad van 28 juli 2003 houdende wijziging van bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies en van bijlage 5, overzicht A, van het Gemeenschappelijk Handboek betreffende de visumplicht voor houders van Pakistaanse diplomatieke paspoorten (2003/585/EG) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op Verordening (EG) nr. 789/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures voor de behandeling van visumaanvragen(1), Gelet op Verordening (EG) nr. 790/2001 van de Raad van 24 april 2001 tot verlening van uitvoeringsbevoegdheden aan de Raad met betrekking tot bepaalde gedetailleerde voorschriften en praktische procedures inzake de uitvoering van de controle en de bewaking aan de grenzen(2), Gezien het initiatief van de Helleense Republiek, Overwegende hetgeen volgt: (1) Bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies, alsmede bijlage 5, overzicht A, van het Gemeenschappelijk Handboek bevatten de lijst van staten waarvan de onderdanen in één of meer lidstaten niet visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van één diplomatiek, officieel of dienstpaspoort, en wel visumplichtig zijn voorzover zij houder zijn van een gewoon paspoort. (2) De Helleense Republiek wenst houders van Pakistaanse diplomatieke paspoorten vrij te stellen van de visumplicht. Derhalve moeten de Gemeenschappelijke Visuminstructies en het Gemeenschappelijk Handboek dienovereenkomstig worden gewijzigd. (3) Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze beschikking en is het niet gebonden door of onderworpen aan de toepassing ervan. Aangezien er met deze beschikking wordt beoogd voort te bouwen op het Schengenacquis krachtens de bepalingen van titel IV van het derde deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, beslist Denemarken op grond van artikel 5 van genoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad deze beschikking heeft vastgesteld, of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten. (4) Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze beschikking een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis zoals bedoeld in de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(3), die vallen onder artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG(4) inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst. (5) Deze beschikking vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis(5); het Verenigd Koninkrijk neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze beschikking en is hieraan niet gebonden, noch onderworpen aan de toepassing ervan. (6) Deze beschikking vormt een ontwikkeling van bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis(6); Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze beschikking en is hieraan niet gebonden noch onderworpen aan de toepassing ervan. (7) Deze beschikking is een rechtshandeling die voortbouwt op het Schengenacquis of daaraan is verbonden zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage 2, overzicht A, van de Gemeenschappelijke Visuminstructies en bijlage 5, overzicht A, van het Gemeenschappelijk Handboek worden als volgt gewijzigd: In de kolom "GR" wordt de letter "D" voor Pakistan ingevoegd. Artikel 2 Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 september 2003. Artikel 3 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten, overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Gedaan te Brussel, 28 juli 2003. Voor de Raad De voorzitter F. Frattini (1) PB L 116 van 26.4.2001, blz. 2. (2) PB L 116 van 26.4.2001, blz. 5. (3) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36. (4) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 31. (5) PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43. (6) PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.