7.8.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 201/16


Beroep, op 13 mei 2004 ingesteld door Asklepios Kliniken GmbH tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

(Zaak T-167/04)

(2004/C 201/36)

Procestaal: Duits

Bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen is op 13 mei 2004 beroep ingesteld tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen door Asklepios Kliniken GmbH, gevestigd te Königstein-Falkenstein (Duitsland), vertegenwoordigd door K. Füßer, advocaat.

Verzoekster concludeert dat het het Gerecht behage:

vast te stellen dat de Commissie haar verplichtingen krachtens artikel 88 EG alsmede de artikelen 10, lid 1, en 13, lid 1, van verordening (EG) nr. 659/1999 niet is nagekomen, voorzover zij op de door verzoekster bij brief van 20 januari 2003 ingediende klacht geen beschikking krachtens artikel 4, leden 2, 3 of 4 van verordening (EG) nr. 659/1999 heeft gegeven.

Middelen en voornaamste argumenten

Verzoekster is een in de exploitatie van ziekenhuizen gespecialiseerde privaatrechtelijke onderneming die uitsluitend in particuliere handen is. Sinds januari 2003 tracht zij van de Commissie een beschikking overeenkomstig artikel 4, leden 2, 3 of 4, te verkrijgen met betrekking tot beweerde steunverlening aan openbare ziekenhuisinstellingen in de Bondsrepubliek Duitsland.

Verzoekster stelt dat ziekenhuizen in particulier beheer zich in wezen moeten financieren door middel van prestaties die hun overeenkomstig de met de bevoegde ziekenfondsen en de toporganisaties daarvan gesloten zorgovereenkomsten worden toegewezen, en eventueel door middel van rechtstreekse subsidies voor ziekenhuisbouw, die hun worden verstrekt op basis van de voor het desbetreffende Bundesland bestaande financiële planning voor ziekenhuizen. Openbare ziekenhuizen daarentegen kunnen er bovendien op vertrouwen dat de bedrijfsverliezen waarmee zij vaak te maken krijgen, regelmatig worden gedekt door de betrokken publieke eigenaars. Volgens verzoekster gaat het in deze gevallen om steunmaatregelen in de zin van artikel 87, lid 1, EG, die krachtens artikel 88, lid 3, moeten worden aangemeld, maar die onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt zijn.

Voorts stelt verzoekster dat het beroep gegrond is aangezien de Commissie is blijven stilzitten, hoewel zij verplicht was om te handelen toen zij daartoe werd uitgenodigd.