Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Partijen

In zaak C-47/01,

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door G. Valero Jordana als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verzoekster,

tegen

Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door S. Ortiz Vaamonde als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verweerder,

betreffende een verzoek om vast te stellen dat het Koninkrijk Spanje, door het plan, het schema en de samenvatting van de inventaris, bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's), niet vast te stellen, of ze althans niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens die bepalingen van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen,

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),

samengesteld als volgt: S. von Bahr, kamerpresident, D. A. O. Edward en A. La Pergola (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: F. G. Jacobs,

griffier: R. Grass,

gezien het rapport van de rechter-rapporteur,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 juni 2002,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest

1 Bij op 5 februari 2001 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen krachtens artikel 226 EG beroep ingesteld om te doen vaststellen dat het Koninkrijk Spanje, door het plan, het schema en de samenvatting van de inventaris, bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's) (PB L 243, blz. 31; hierna: richtlijn"), niet vast te stellen, of ze althans niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens die bepalingen van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2 Artikel 1 van de richtlijn luidt:

Deze richtlijn heeft tot doel de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de gecontroleerde verwijdering van PCB's, de reiniging of de verwijdering van PCB's bevattende apparaten en/of de verwijdering van gebruikte PCB's, teneinde op basis van de bepalingen van deze richtlijn te komen tot een volledige verwijdering van PCB's."

3 Artikel 4, lid 1, van de richtlijn bepaalt:

Teneinde te voldoen aan artikel 3, dragen de lidstaten er zorg voor dat inventarissen worden opgesteld van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten en sturen zij uiterlijk drie jaar na aanneming van deze richtlijn een samenvatting van deze inventarissen naar de Commissie. Voor sterkstroomcondensatoren geldt de drempel van 5 dm3 voor het totaal van de afzonderlijke onderdelen van een gecombineerd toestel."

4 In artikel 11 van de richtlijn wordt bepaald:

1. De lidstaten stellen binnen drie jaar na aanneming van deze richtlijn het volgende vast:

- een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's;

- een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de in artikel 6, lid 3, bedoelde apparaten die niet overeenkomstig artikel 4, lid 1, hoeven te worden geïnventariseerd.

2. De lidstaten delen dit plan en dit schema onverwijld mede aan de Commissie."

5 Overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de richtlijn is deze in werking getreden op de datum van aanneming ervan, zijnde 16 september 1996.

6 Aangezien de Commissie door het Koninkrijk Spanje niet in kennis was gesteld van de bepalingen die waren vastgesteld om te voldoen aan de artikelen 4 en 11 van de richtlijn heeft zij bij het verstrijken van de in deze bepalingen gestelde termijn overeenkomstig de procedure van artikel 226 EG het Koninkrijk Spanje bij brief van 11 april 2000 aangemaand, binnen een termijn van twee maanden zijn opmerkingen dienaangaande kenbaar te maken.

7 In antwoord op deze brief deelde het Koninkrijk Spanje de Commissie bij schrijven van 20 juni 2000 mee, dat ontwerpen van een inventaris, een plan voor de reiniging en verwijdering en een schema voor de inzameling en verwijdering waren vastgesteld. Bij brieven van 14 en 22 augustus en 12 september 2000 zonden de Spaanse autoriteiten de Commissie een kopie van het ontwerp van nationaal plan voor de reiniging van zowel de PCB's en PCT's als de apparaten die deze stoffen bevatten.

8 Van mening dat uit de door het Koninkrijk Spanje verstrekte informatie bleek dat het nog niet aan de uit de artikelen 4, lid 1, en 11 van de richtlijn voortvloeiende verplichtingen had voldaan, bracht de Commissie op 18 september 2000 een met redenen omkleed advies uit waarin zij het Koninkrijk Spanje verzocht, binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving ervan aan dat advies te voldoen.

9 De Spaanse autoriteiten antwoordden op bedoeld advies bij brief van 6 november 2000, waarbij een kopie was gevoegd van de aankondiging waarbij het besluit van de directeur-generaal kwaliteit en beoordeling van het milieu van het Ministerie van Milieu betreffende het nationale plan voor de reiniging en verwijdering van de PCB's en PCT's en de apparaten die deze stoffen bevatten, aan een openbaar onderzoek werd onderworpen.

10 Van mening dat het Koninkrijk Spanje niet aan zijn uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen had voldaan, heeft de Commissie besloten het onderhavige beroep in te stellen.

11 In haar verzoekschrift betoogt de Commissie, dat het Koninkrijk Spanje de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen, aangezien het niet binnen de gestelde termijn de samenvatting van de inventarissen, het plan en het schema, bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van deze richtlijn, heeft opgemaakt en/of meegedeeld.

12 In zijn verweerschrift betwist het Koninkrijk Spanje de verweten niet-nakoming. Het voert aan, dat het nationale plan voor de reiniging en verwijdering van PCB's, PCT's en apparaten die deze stoffen bevatten, is goedgekeurd en bekendgemaakt in het Boletín Oficial del Estado van 18 april 2001, zoals bepaald bij Real Decreto nr. 1378/99 van 27 augustus 1999 (BOE nr. 206 van 28 augustus 1999, blz. 31911), dat de richtlijn in nationaal recht omzet. Dat plan is vervolgens ook aan de Commissie meegedeeld.

13 In haar repliek voert de Commissie aan, dat het betrokken nationale plan het verweten verzuim niet kan opheffen, daar het is vastgesteld buiten de in het met redenen omkleed advies gestelde termijnen, en zelfs na het instellen van het beroep. Subsidiair betoogt zij, dat de inhoud van dat plan niet aan de eisen van de richtlijn voldoet.

14 In zijn dupliek betwist het Koninkrijk Spanje de stellingen van de Commissie betreffende de inhoud van het nationale plan en betoogt het, met een beroep op overwegingen van technische aard, dat die inhoud strookt met de criteria van de richtlijn.

15 Dienaangaande zij erop gewezen, dat volgens vaste rechtspraak het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn, en dat het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening kan houden (zie met name arresten van 6 december 2001, Commissie/Italië, C-148/00, Jurispr. blz. I-9823, punt 7, en 16 mei 2002, Commissie/Luxemburg, C-372/01, Jurispr. blz. I-4553, punt 7).

16 Het staat echter vast, dat het nationale plan voor de reiniging en verwijdering van PCB's, PCT's en apparaten die deze stoffen bevatten, is goedgekeurd, bekendgemaakt en aan de Commissie meegedeeld na het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn van twee maanden.

17 In deze omstandigheden moet het door de Commissie ingestelde beroep gegrond worden geacht.

18 Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat het Koninkrijk Spanje, door niet binnen de gestelde termijn een samenvatting te maken van de inventarissen van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, en evenmin een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's, of een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet hoeven te worden geïnventariseerd, als bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van de richtlijn, de krachtens die bepalingen van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Beslissing inzake de kosten

Kosten

19 Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien het Koninkrijk Spanje in het ongelijk is gesteld, moet het overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.

Dictum

HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),

rechtdoende, verstaat:

1) Door niet binnen de gestelde termijn een samenvatting te maken van de inventarissen van apparaten die meer dan 5 dm3 PCB's bevatten, en evenmin een plan voor de reiniging en/of verwijdering van geïnventariseerde apparaten en de daarin aanwezige PCB's, of een schema voor de inzameling en latere verwijdering van de apparaten die niet behoeven te worden geïnventariseerd, als bedoeld in de artikelen 4, lid 1, en 11 van richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van polychloorbifenylen en polychloorterfenylen (PCB's/PCT's), is het Koninkrijk Spanje de krachtens die bepalingen van deze richtlijn op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.

2) Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.