ISSN 1725-2598

Publicatieblad

van de Europese Unie

L 175

European flag  

Uitgave in de Nederlandse taal

Wetgeving

50e jaargang
5 juli 2007


Inhoud

 

I   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

Bladzijde

 

 

VERORDENINGEN

 

*

Verordening (EG) nr. 783/2007 van de Raad van 25 juni 2007 waarbij Bulgarije en Roemenië wordt toegestaan af te wijken van een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002 met betrekking tot de referentieniveaus van de vissersvloten

1

 

 

Verordening (EG) nr. 784/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

3

 

*

Verordening (EG) nr. 785/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot verlening van een vergunning voor 6-fytase EC 3.1.3.26 (Phyzyme XP 5000G Phyzyme XP 5000L) als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding ( 1 )

5

 

*

Verordening (EG) nr. 786/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot verlening van een vergunning voor het gebruik van endo-1,4-bèta-mannanase EC 3.2.1.78 (Hemicell) als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding ( 1 )

8

 

*

Verordening (EG) nr. 787/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap ( 1 )

10

 

 

Verordening (EG) nr. 788/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de invoercertificaataanvragen die in de periode van 25 juni tot en met 2 juli 2007 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende communautaire invoertariefcontingent voor maïs

26

 

*

Verordening (EG) nr. 789/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 houdende elfde wijziging van Verordening (EG) nr. 1763/2004 tot vaststelling van bepaalde beperkende maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)

27

 

*

Verordening (EG) nr. 790/2007 van de Commissie van 4 juli 2007 tot vaststelling van een verbod op de visserij op tong in zone IIIa; IIIbcd (EG-wateren) door vaartuigen die de vlag van Zweden voeren

29

 

 

II   Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

 

 

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

 

 

Raad

 

 

2007/460/EG

 

*

Besluit nr. 1/2007 van de ACS-EG-Raad van ministers van 25 mei 2007 betreffende de overheveling van een deel van de reserve van de portefeuille voor langetermijnontwikkeling van het negende Europees Ontwikkelingsfonds naar de toewijzing voor intra-ACS-samenwerking binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie

31

 

 

2007/461/EG

 

*

Besluit nr. 2/2007 van de ACS-EG-Raad van ministers van 25 mei 2007 ten aanzien van door de Commissie te beheren aanvullende bilaterale bijdragen ter ondersteuning van de doelstellingen van de Afrikaanse Vredesfaciliteit

35

 

 

2007/462/EG

 

*

Besluit nr. 3/2007 van de ACS-EG-Raad van ministers van 25 mei 2007 tot wijziging van Besluit nr. 3/2001 betreffende de toewijzing van middelen aan Somalië uit het achtste en het negende Europees Ontwikkelingsfonds

36

 

 

Commissie

 

 

2007/463/EG

 

*

Beschikking van de Commissie van 4 juli 2007 houdende wijziging van Beschikking 2005/942/EG tot machtiging van de lidstaten om krachtens Richtlijn 1999/105/EG van de Raad besluiten te nemen over waarborgen met betrekking tot in derde landen geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 3173)

37

 

 

Rectificaties

 

 

Rectificatie van Verordening (EG) nr. 743/2007 van de Commissie van 28 juni 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm (PB L 169 van 29.6.2007)

39

 


 

(1)   Voor de EER relevante tekst

NL

Besluiten waarvan de titels mager zijn gedrukt, zijn besluiten van dagelijks beheer die in het kader van het landbouwbeleid zijn genomen en die in het algemeen een beperkte geldigheidsduur hebben.

Besluiten waarvan de titels vet zijn gedrukt en die worden voorafgegaan door een sterretje, zijn alle andere besluiten.


I Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie verplicht is

VERORDENINGEN

5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/1


VERORDENING (EG) Nr. 783/2007 VAN DE RAAD

van 25 juni 2007

waarbij Bulgarije en Roemenië wordt toegestaan af te wijken van een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002 met betrekking tot de referentieniveaus van de vissersvloten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië,

Gelet op de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 56,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1) is bepaald dat voor de vloot van elke lidstaat referentieniveaus moeten worden vastgesteld die gelijk zijn aan de som van de doelstellingen van het meerjarig oriëntatieprogramma 1997-2002 voor elk segment.

(2)

Bulgarije en Roemenië hebben geen doelstellingen zoals bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

(3)

Voor die lidstaten zouden de referentieniveaus uitsluitend kunnen worden vastgesteld op basis van de omvang van hun vloot op het ogenblik van hun toetreding. In dat geval zouden de verplichtingen die zijn vastgesteld in artikel 11, leden 2 en 4, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 evenwel overbodig worden, aangezien die verplichtingen en de verplichtingen ingevolge de regeling voor toevoeging/onttrekking van artikel 13 van die verordening elkaar zouden overlappen.

(4)

Het is dan ook niet dienstig voor Bulgarije en Roemenië referentieniveaus zoals bedoeld in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002, vast te stellen en evenmin artikel 11, leden 2 en 4, van die verordening voor die lidstaten toe te passen, aangezien dat geen effect zou hebben op het beheer van de vloot door de nieuwe lidstaten.

(5)

Bijgevolg moet worden toegestaan dat Bulgarije en Roemenië afwijken van die bepalingen van Verordening (EG) nr. 2371/2002,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bij wijze van afwijking zijn artikel 11, leden 2 en 4, en artikel 12 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 niet van toepassing op Bulgarije en Roemenië.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Luxemburg, 25 juni 2007.

Voor de Raad

De voorzitster

A. SCHAVAN


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/3


VERORDENING (EG) Nr. 784/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3223/94 van de Commissie van 21 december 1994 houdende uitvoeringsbepalingen van de invoerregeling voor groenten en fruit (1), en met name op artikel 4, lid 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EG) nr. 3223/94 zijn op grond van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguayronde de criteria vastgesteld aan de hand waarvan de Commissie voor de producten en de periodes die in de bijlage bij die verordening zijn vermeld, de forfaitaire waarden bij invoer uit derde landen vaststelt.

(2)

Op grond van de bovenvermelde criteria moeten de forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld op de in de bijlage bij deze verordening vermelde niveaus,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 3223/94 bedoelde forfaitaire invoerwaarden worden vastgesteld zoals aangegeven in de tabel in de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 5 juli 2007.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 337 van 24.12.1994, blz. 66. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 386/2005 (PB L 62 van 9.3.2005, blz. 3).


BIJLAGE

bij de verordening van de Commissie van 4 juli 2007 tot vaststelling van forfaitaire invoerwaarden voor de bepaling van de invoerprijzen van bepaalde soorten groenten en fruit

(EUR/100 kg)

GN-code

Code derde landen (1)

Forfaitaire invoerwaarde

0702 00 00

MA

36,7

TR

97,2

ZZ

67,0

0707 00 05

TR

107,1

ZZ

107,1

0709 90 70

IL

42,1

TR

89,1

ZZ

65,6

0805 50 10

AR

49,8

ZA

59,5

ZZ

54,7

0808 10 80

AR

92,0

BR

81,4

CA

99,5

CL

87,8

CN

74,2

NZ

103,7

US

124,1

UY

47,3

ZA

108,2

ZZ

90,9

0808 20 50

AR

82,9

CL

86,1

NZ

161,9

ZA

105,6

ZZ

109,1

0809 10 00

EG

88,7

TR

207,1

ZZ

147,9

0809 20 95

TR

263,6

US

422,9

ZZ

343,3

0809 30 10, 0809 30 90

US

120,3

ZZ

120,3

0809 40 05

IL

150,7

ZZ

150,7


(1)  Landennomenclatuur vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1833/2006 van de Commissie (PB L 354 van 14.12.2006, blz. 19). De code „ZZ” staat voor „andere oorsprong”.


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/5


VERORDENING (EG) Nr. 785/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot verlening van een vergunning voor 6-fytase EC 3.1.3.26 (Phyzyme XP 5000G Phyzyme XP 5000L) als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toelating van toevoegingsmiddelen voor dierenvoeding, met inbegrip van de toelatingsgronden en -procedure, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de verlening van een vergunning voor een nieuwe toepassing van het preparaat 6-fytase EC 3.1.3.26 (Phyzyme XP 5000G Phyzyme XP 5000L), geproduceerd door Schizosaccharomyces pombe (ATCC 5233), als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mestkippen, mestkalkoenen, legkippen, mesteenden, biggen (gespeend), mestvarkens en zeugen.

(4)

Voor het gebruik van 6-fytase EC 3.1.3.26 (Phyzyme XP 5000G Phyzyme XP 5000L), geproduceerd door Schizosaccharomyces pombe (ATCC 5233), is bij Verordening (EG) nr. 1743/2006 van de Commissie (2) een vergunning zonder tijdsbeperking verleend voor mestkippen.

(5)

Er zijn nieuwe gegevens ingediend ter staving van een aanvraag van een vergunning voor mestkippen, mestkalkoenen, legkippen, mesteenden, biggen (gespeend), mestvarkens en zeugen. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 17 oktober 2006 geconcludeerd dat het preparaat 6-fytase EC 3.1.3.26 (Phyzyme XP 5000G Phyzyme XP 5000L), geproduceerd door Schizosaccharomyces pombe (ATCC 5233), geen ongunstige gevolgen heeft voor de dierengezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu (3). Ook kwam zij tot de conclusie dat aan dat preparaat geen andere risico's verbonden zijn die op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 de verlening van een vergunning in de weg zouden staan. Overeenkomstig dat advies heeft het gebruik van dat preparaat geen ongunstige gevolgen voor deze bijkomende diercategorie. De EFSA adviseert om passende maatregelen te nemen met het oog op de veiligheid van de gebruiker. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(6)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de voorwaarden voor vergunningverlening van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage moet daarom worden toegestaan.

(7)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(2)  PB L 329 van 25.11.2006, blz. 16.

(3)  Opinion of the Scientific Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed on the safety and efficacy of the enzyme preparation Phyzyme™ XP 5000L and Phyzyme™ XP 5000G as feed additive for chickens for fattening, turkeys for fattening, laying hens, ducks for fattening, piglets (weaned), pigs for fattening, sows in accordance with Regulation (EC) No 1831/2003. Goedgekeurd op 17 oktober 2006. The EFSA Journal (2006) 404, blz. 1-20.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

(handelsnaam)

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Activiteitseenheid/kg volledig dierenvoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars.

4a1640

Danisco Animal Nutrition

6-Fytase

EC 3.1.3.26

(Phyzyme XP 5000G

Phyzyme XP 5000L)

 

Samenstelling toevoegingsmiddel:

Preparaat van 6-fytase (EC 3.1.3.26)

geproduceerd door Schizosaccharomyces pombe (ATCC 5233)

met een minimale activiteit van:

 

vast: 5 000 FTU (1)/g

 

vloeibaar: 5 000 FTU/ml

 

Karakterisering van de werkzame stof:

 

6-fytase (EC 3.1.3.26)

 

geproduceerd door Schizosaccharomyces pombe (ATCC 5233)

 

Analysemethode (2)

Colorimetrische methode die het anorganisch fosfaat meet dat door het enzym wordt vrijgemaakt uit een fytaatsubstraat

Mestkippen

250 FTU

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Voor gebruik in diervoeder met meer dan 0,23 % aan fytine gebonden fosfor.

3.

Voor biggen (gespeend) tot 35 kg lichaamsgewicht.

4.

Aanbevolen dosis per kg volledig dierenvoeder:

mestkippen: 500-750 FTU;

mestkalkoenen: 250-1 000 FTU;

legkippen: 150-900 FTU;

mesteenden: 250-1 000 FTU;

biggen (gespeend): 500-1 000 FTU;

mestvarkens: 500-1 000 FTU;

zeugen: 500 FTU.

25 juli 2017

Mestkalkoenen

250 FTU

Legkippen

150 FTU

Mesteenden

250 FTU

Biggen (gespeend)

250 FTU

Mestvarkens

250 FTU

Zeugen

500 FTU


(1)  1 FTU is de hoeveelheid enzym die bij een pH van 5,5 en een temperatuur van 37 °C 1 micromol anorganisch fosfaat per minuut vrijmaakt uit een natriumfytaatsubstraat.

(2)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/html/crlfaa/


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/8


VERORDENING (EG) Nr. 786/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot verlening van een vergunning voor het gebruik van endo-1,4-bèta-mannanase EC 3.2.1.78 (Hemicell) als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding (1), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De toelating van toevoegingsmiddelen voor dierenvoeding, met inbegrip van de toelatingsgronden en -procedure, is geregeld bij Verordening (EG) nr. 1831/2003.

(2)

Overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is een aanvraag voor een vergunning voor het in de bijlage opgenomen preparaat ingediend. De krachtens artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 vereiste gegevens en bescheiden zijn bij de aanvraag verstrekt.

(3)

De aanvraag betreft de toelating van het preparaat endo-1,4-bèta-mannanase EC 3.2.1.78 (Hemicell), geproduceerd door Bacillus lentus (ATCC 55045), als toevoegingsmiddel in de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” voor mestkippen.

(4)

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft in haar advies van 21 november 2006 geconcludeerd dat het preparaat endo-1,4-bèta-mannanase EC 3.2.1.78 (Hemicell), geproduceerd door Bacillus lentus (ATCC 55045), geen ongunstige gevolgen heeft voor de dierengezondheid, de menselijke gezondheid of het milieu (2). Ook kwam zij tot de conclusie dat aan dat preparaat geen andere risico's verbonden zijn die op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1831/2003 de verlening van een vergunning in de weg zouden staan. De EFSA adviseert om passende maatregelen te nemen met het oog op de veiligheid van de gebruiker. Specifieke eisen voor monitoring na het in de handel brengen acht de EFSA niet nodig. De EFSA heeft ook het rapport over de analysemethode voor het toevoegingsmiddel geverifieerd dat door het bij Verordening (EG) nr. 1831/2003 ingestelde communautaire referentielaboratorium was ingediend.

(5)

Uit de beoordeling van het preparaat blijkt dat aan de voorwaarden voor vergunningverlening van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1831/2003 is voldaan. Het gebruik van het preparaat zoals omschreven in de bijlage moet daarom worden toegestaan.

(6)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor het in de bijlage beschreven preparaat, dat behoort tot de categorie „zoötechnische toevoegingsmiddelen” en de functionele groep „verteringsbevorderaars”, wordt onder de in die bijlage vastgestelde voorwaarden een vergunning voor gebruik als toevoegingsmiddel voor dierenvoeding verleend.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 29. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 378/2005 van de Commissie (PB L 59 van 5.3.2005, blz. 8).

(2)  Opinion of the Scientific Panel on Additives and Products or Substances used in Animal Feed on the safety and efficacy of the enzymatic preparation Hemicell® Feed Enzyme (beta-D-mannanase) as a feed additive for chickens for fattening in accordance with Regulation (EC) No 1831/2003. Goedgekeurd op 21 november 2006. The EFSA Journal (2006) 412, blz. 1-12.


BIJLAGE

Identificatienummer van het toevoegingsmiddel

Naam van de vergunninghouder

Toevoegingsmiddel

(handelsnaam)

Samenstelling, chemische formule, beschrijving, analysemethode

Diersoort of -categorie

Maximumleeftijd

Minimumgehalte

Maximumgehalte

Andere bepalingen

Einde van de vergunningsperiode

Activiteitseenheid/kg volledig dierenvoeder met een vochtgehalte van 12 %

Categorie: zoötechnische toevoegingsmiddelen. Functionele groep: verteringsbevorderaars.

4a3

ChemGen Corp., vertegenwoordigd door Disproquima S.L.

Endo-1,4-bèta-mannanase

EC 3.2.1.78 (Hemicell)

 

Samenstelling toevoegingsmiddel:

Bereiding van endo-1,4-bèta-mannanase, geproduceerd door Bacillus lentus (ATCC 55045), met een minimale activiteit van:

vloeibaar:

7,2 × 105 U (1)/ml

 

Karakterisering van de werkzame stof:

Endo-1,4-bèta-mannanase, geproduceerd door Bacillus lentus (ATCC 55045)

 

Analysemethode (2):

Test op reducerende suikers voor endo-1,4-bèta-mannanase door colorimetrische reactie van dinitrosalicylzuurreagens op de verkregen reducerende suikers.

Mestkippen

79 200 U

1.

In de gebruiksaanwijzing voor het toevoegingsmiddel en het voormengsel de opslagtemperatuur, de houdbaarheid en de stabiliteit bij verwerking tot pellets vermelden.

2.

Ademhalingsbescherming tijdens hantering en veiligheidsbril gebruiken.

3.

Voor gebruik in mengvoeders die rijk zijn aan galactomannaanhoudende hemicellulosen (bv. soja en mais)

25 juli 2017


(1)  De eenheid van activiteit wordt gedefinieerd als de hoeveelheid enzym die bij pH 7,5 en 40 °C 0,72 microgram reducerende suikers (mannose-equivalent) per minuut produceert uit een mannaanhoudend substraat (johannesbroodpitmeel).

(2)  Nadere bijzonderheden over de analysemethoden zijn te vinden op het volgende adres van het communautaire referentielaboratorium: www.irmm.jrc.be/html/crlfaa/


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/10


VERORDENING (EG) Nr. 787/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG (1), en met name op artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 is de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 (2) bedoelde communautaire lijst opgesteld van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap.

(2)

Overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2111/2005 hebben sommige lidstaten de Commissie in kennis gesteld van informatie die relevant is voor het bijwerken van de communautaire lijst. Derde landen hebben eveneens relevante informatie meegedeeld. Op basis daarvan dient de communautaire lijst te worden bijgewerkt.

(3)

In overeenstemming met artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2111/2005 (3) en artikel 2 van Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap heeft een lidstaat gevraagd de communautaire lijst bij te werken.

(4)

De Commissie heeft alle betrokken luchtvaartmaatschappijen rechtstreeks of, wanneer dit praktisch niet mogelijk was, via de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor regelgevend toezicht op die maatschappijen, in kennis gesteld van de essentiële feiten en overwegingen die aan de basis liggen van haar beslissing om aan deze luchtvaartmaatschappijen een exploitatieverbod op te leggen in de Gemeenschap of om de voorwaarden te wijzigen van een exploitatieverbod voor een luchtvaartmaatschappij op de communautaire lijst.

(5)

De Commissie heeft de betrokken luchtvaartmaatschappijen de gelegenheid gegeven om de door de lidstaten verstrekte documenten te raadplegen, om schriftelijke opmerkingen in te dienen en om binnen tien werkdagen een mondelinge uiteenzetting te geven aan de Commissie en aan het Comité inzake veiligheid van de luchtvaart, dat is opgericht bij Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (4).

(6)

De autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor regelgevend toezicht op de betrokken luchtvaartmaatschappijen zijn door de Commissie en, in specifieke gevallen, door sommige lidstaten geraadpleegd.

(7)

Op 14 mei 2007 heeft Pakistan International Airlines een herstelplan bij de Commissie ingediend; later heeft deze maatschappij ook bewijsmateriaal ingediend waaruit blijkt dat een aantal corrigerende acties ten uitvoer worden gelegd. De Commissie neemt nota van het feit dat deze maatschappij aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt sinds haar opname in de communautaire lijst. De maatschappij heeft ook bevestigd dat zij bepaalde veiligheidstekortkomingen van haar vloot heeft verholpen; dit is bevestigd door de toezichthoudende autoriteiten. De bevoegde autoriteiten van Pakistan hebben deze maatregelen goedgekeurd.

(8)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt dan ook besloten dat Pakistan International Airlines vluchten naar de Gemeenschap mag exploiteren met de volgende elf vliegtuigen: drie Boeing 747-300's met registratiemerktekens AP-BFU, AP-BGG en AP-BFX; twee Boeing 747-200's met registratiemerktekens AP-BAK en AP-BAT; zes Airbus A-310's met registratiemerktekens AP-BEU, AP-BGP, AP-BGR, AP-BGN, AP-BEC en AP-BEG. Deze vliegtuigen moeten derhalve uit bijlage B worden geschrapt.

(9)

De bevoegde autoriteiten van de Islamitische Republiek Pakistan hebben ermee ingestemd om, alvorens de exploitatie van elk van deze vliegtuigen te hervatten, de autoriteiten van de lidstaten waarin de luchthaven van bestemming is gevestigd en de Commissie een verslag over te maken van een veiligheidsinspectie van het desbetreffende vliegtuig, die zij hebben uitgevoerd vóór het vliegtuig de exploitatie hervat. De lidstaat in kwestie mag, na ontvangst van dit verslag, zo nodig een exploitatieverbod opleggen aan het desbetreffende vliegtuig overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2111/2005. Bij aankomst van het vliegtuig wordt een volledige SAFA-platforminspectie uitgevoerd; het verslag daarvan moet onverwijld worden overgemaakt aan de Commissie, die het doorstuurt naar de andere lidstaten. Bovendien plannen de lidstaten verdere controle op de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen via systematische platforminspecties bij deze maatschappij.

(10)

De overige vliegtuigen van deze maatschappij voldoen nog steeds niet volledig aan de relevante veiligheidsnormen en moeten daarom vermeld blijven in bijlage B tot alle tekortkomingen zijn verholpen. Alvorens de exploitatiebeperkingen die aan deze maatschappij zijn opgelegd te herzien, moet een follow-upbezoek ter plaatse worden georganiseerd om na te gaan of het herstelplan volledig ten uitvoer wordt gelegd. Zowel de maatschappij als de bevoegde autoriteiten hebben ingestemd met een dergelijk bezoek.

(11)

Er zijn geverifieerde aanwijzingen voor ernstige veiligheidstekortkomingen bij het in Angola geregistreerde TAAG Angola Airlines. Deze tekortkomingen zijn vastgesteld door Frankrijk tijdens in het kader van het SAFA-programma uitgevoerde platforminspecties. Het feit dat deze veiligheidstekortkomingen herhaaldelijk zijn vastgesteld, wijst erop dat zij systemisch zijn (5).

(12)

Ondanks de garanties die de maatschappij en de bevoegde autoriteiten hebben gegeven, blijkt uit aanhoudende veiligheidstekortkomingen dat TAAG Angola Airlines niet in staat is om, in antwoord op vragen van Frankrijk, die veiligheidstekortkomingen te verhelpen. De bevoegde autoriteiten van Angola zijn ook onvoldoende in staat om de relevante veiligheidsnormen te handhaven, ondanks de garanties die zij hebben gegeven.

(13)

Toen bezorgdheid rees over de veiligheid van de activiteiten van het in Angola geregistreerde TAAG, hebben de bevoegde autoriteiten van Angola blijk gegeven van onvoldoende vermogen om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven.

(14)

De Commissie erkent dat de maatschappij inspanningen levert om de acties te identificeren die nodig zijn om de veiligheidsproblemen te verhelpen en dat zowel de maatschappij als de bevoegde burgerluchtvaartautoriteiten van Angola bereid zijn tot samenwerking, maar zij is desondanks van mening dat de maatschappij er niet in geslaagd is een passend actieplan met corrigerende maatregelen volledig ten uitvoer te leggen.

(15)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt hieruit geconcludeerd dat TAAG Angola Airlines niet voldoet aan de geldende veiligheidsnormen. Er moet een volledig exploitatieverbod aan deze luchtvaartmaatschappij worden opgelegd en de maatschappij dient in bijlage A te worden opgenomen.

(16)

Nederland heeft bij de Commissie een verzoek ingediend om de communautaire lijst bij te werken overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2111/2005, teneinde een exploitatieverbod op te leggen aan de volledige vloot van Volare Aviation.

(17)

Er zijn geverifieerde aanwijzingen voor ernstige veiligheidstekortkomingen bij het in Oekraïne geregistreerde Volare Aviation. Deze tekortkomingen zijn door Nederland vastgesteld tijdens platforminspecties in het kader van het SAFA-programma, en zijn bevestigd tijdens platforminspecties die in andere lidstaten zijn uitgevoerd. Het feit dat deze veiligheidstekortkomingen herhaaldelijk zijn vastgesteld, wijst erop dat zij systemisch zijn (6).

(18)

Blijkbaar is Volare Aviation niet in staat de systemische veiligheidstekortkomingen te verhelpen, zoals gevraagd door Nederland; dit blijkt uit het ontoereikende actieplan met corrigerende maatregelen dat naar aanleiding van de vastgestelde veiligheidstekortkomingen is opgesteld.

(19)

Toen bezorgdheid rees over de veiligheid van de activiteiten van het in Oekraïne geregistreerde Volare Aviation, hebben de bevoegde autoriteiten van Oekraïne blijk gegeven van onvoldoende vermogen om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven.

(20)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt hieruit geconcludeerd dat Volare Aviation niet voldoet aan de geldende veiligheidsnormen. Derhalve moet een volledig exploitatieverbod aan deze luchtvaartmaatschappij worden opgelegd en moet de maatschappij in bijlage A worden opgenomen.

(21)

Er zijn geverifieerde aanwijzingen voor ernstige veiligheidstekortkomingen bij alle luchtvaartmaatschappijen die in Indonesië zijn geregistreerd. Deze tekortkomingen zijn geïdentificeerd in een verslag van een veiligheidsaudit die door de burgerluchtvaartautoriteiten van Indonesië is uitgevoerd naar aanleiding van een reeks ongevallen; tijdens die audit is aan het licht gekomen dat geen enkele Indonesische luchtvaartmaatschappij aan de relevante veiligheidsnormen voldoet.

(22)

De Federal Aviation Administration (FAA) van het Department of Transportation van de Verenigde Staten heeft in haar IASA-programma de veiligheidsclassificatie van Indonesië verlaagd omdat Indonesië niet voldoet aan door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) vastgestelde internationale veiligheidsnormen. Deze maatregel staat gelijk met het opleggen van een exploitatieverbod aan alle in Indonesië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen. Dit betekent dat Indonesische luchtvaartmaatschappijen geen toestemming krijgen om vluchten naar de Verenigde Staten te exploiteren.

(23)

In het meest recente verslag van het universeel programma voor controle op het veiligheidstoezicht van ICAO (Universal Safety Oversight Audit Programme, USOAP) en in het follow-upverslag daarvan wordt melding gemaakt van ernstige tekortkomingen met betrekking tot het vermogen van de Indonesische burgerluchtvaartautoriteiten om hun verantwoordelijkheden inzake toezicht op de veiligheid van de luchtvaart uit te oefenen.

(24)

De bevoegde autoriteiten van Indonesië hebben blijk gegeven van onvoldoende vermogen om de relevante veiligheidsnormen toe te passen en te handhaven. Bovendien hebben deze autoriteiten geen adequaat en tijdig antwoord gegeven toen de Commissie haar bezorgdheid uitte over de veiligheid van de activiteiten van de in Indonesië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen.

(25)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt hieruit geconcludeerd dat aan alle in Indonesië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen een exploitatieverbod moet worden opgelegd en dat deze luchtvaartmaatschappijen in bijlage A moeten worden opgenomen.

(26)

De autoriteiten van de Kirgizische Republiek hebben de Commissie informatie verstrekt waaruit blijkt dat zij een AOC hebben afgegeven aan de volgende luchtvaartmaatschappijen: Eastok Avia, Kyrgyz Trans Avia, en S Group Aviation. Aangezien deze nieuwe luchtvaartmaatschappijen zijn gecertificeerd door de autoriteiten van de Kirgizische Republiek, die niet of niet voldoende in staat zijn gebleken om adequaat veiligheidstoezicht uit te oefenen, moeten zij in bijlage A worden opgenomen.

(27)

De autoriteiten van de Kirgizische Republiek hebben de Commissie bewijzen verstrekt van de intrekking van het Air Operator Certificate van de volgende luchtvaartmaatschappijen: British Gulf International Airlines FEZ en Kyrgyz General Aviation. Aangezien deze in de Kirgizische Republiek geregistreerde maatschappijen bijgevolg hun activiteiten hebben stopgezet, moeten zij uit bijlage A worden geschrapt.

(28)

Uit het meeste recente verslag van ICAO's universeel programma voor controle op het veiligheidstoezicht (USOAP), de resultaten van het recente beoordelingsbezoek aan Albanië in het kader van de Europese gemeenschappelijke luchtvaartruimte (ECAA) en door Italië verstrekte informatie is gebleken dat de burgerluchtvaartautoriteiten van Albanië ernstige tekortkomingen vertonen wat betreft hun verantwoordelijkheid om toezicht te houden op de veiligheid van de luchtvaart.

(29)

Ingevolge de uitnodiging van de Albanese burgerluchtvaartautoriteit heeft een team van Europese deskundigen van 4 tot en met 8 juni 2007 een inspectiebezoek gebracht aan Albanië. Uit het verslag van dat bezoek blijkt dat de burgerluchtvaartautoriteiten van Albanië, ondanks de vele inspanningen, nog steeds niet beschikken over de middelen, het rechtskader en de deskundigheid die nodig zijn om hen in staat te stellen op bevredigende wijze toezicht te houden op de veiligheid van de luchtvaart.

(30)

Met betrekking tot twee in Albanië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen — Albanian Airlines en Belle Air — blijkt uit het bovenvermelde verslag dat zij hun activiteiten overeenkomstig de relevante veiligheidsnormen uitoefenen en dat zij aanvullende maatregelen nemen om zelf toezicht te houden op de veiligheid, aangezien algemeen erkend wordt dat de nationale burgerluchtvaartautoriteiten tekortkomingen vertonen op dit gebied.

(31)

De vliegtuigen van deze twee maatschappijen waarmee vluchten naar Europese luchthavens worden uitgevoerd, zijn herhaaldelijk geïnspecteerd tijdens SAFA-platforminspecties. Deze inspecties hebben geen ernstige veiligheidstekortkomingen aan het licht gebracht.

(32)

De burgerluchtvaartautoriteiten van Albanië hebben toegezegd een uitgebreid actieplan in te dienen met corrigerende maatregelen die tot doel hebben alle tekortkomingen op het vlak van toezicht op de veiligheid te verhelpen die in de bovenvermelde verslagen zijn geïdentificeerd, met name in het verslag van het inspectiebezoek dat een team Europese deskundigen van 4 tot en met 8 juni 2007 aan Albanië heeft gebracht.

(33)

De regering van Albanië heeft herhaald dat zij haar volledige politieke steun verleent aan een grondig herstructureringsprogramma voor haar burgerluchtvaartautoriteit en dat zij geen Air Operator Certificates meer zal verlenen tot dat programma ten uitvoer is gelegd.

(34)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt besloten dat Albanian Airlines en Belle Air niet in de communautaire lijst worden opgenomen omdat ze voldoen aan de relevante veiligheidsnormen. De bevoegde autoriteiten van Albanië moeten de Commissie binnen drie maanden alle nodige informatie verstrekken met betrekking tot de formulering en de voortgang in de tenuitvoerlegging van een actieplan met corrigerende maatregelen. Bovendien plannen de lidstaten verdere controle op de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen via systematische platforminspecties bij deze maatschappijen.

(35)

Zoals vastgesteld in overweging 35 van Verordening (EG) nr. 235/2007 van de Commissie moet nauwlettend toezicht worden gehouden op de situatie van vijf Bulgaarse luchtvaartmaatschappijen: Air Sofia, Bright Aviation Services, Heli Air Services, Scorpion Air en Vega Airlines. De Bulgaarse burgerluchtvaartautoriteit heeft, met de steun van deskundigen van de Commissie, EASA en de lidstaten, controlebezoeken gebracht aan deze maatschappijen teneinde passende maatregelen vast te stellen met betrekking tot de exploitatiebeperkingen die sinds 21 februari 2007 voor deze maatschappijen gelden.

(36)

Op basis van de resultaten van het bezoek van 27 mei tot en met 2 juni wordt geconcludeerd dat er geverifieerde aanwijzingen zijn van ernstige veiligheidstekortkomingen bij Air Sofia, Bright Aviation Services, Scorpion Air en Vega Airlines. Het feit dat deze veiligheidstekortkomingen blijven bestaan, wijst erop dat zij systemisch zijn.

(37)

Uit het bezoek is bovendien gebleken dat de maatschappij Air Scorpio administratief, financieel en technisch wordt beheerd en gecontroleerd door de maatschappij Scorpion Air en dat de vliegtuigen die door Air Scorpio worden geëxploiteerd voor commercieel vervoer vroeger werden geëxploiteerd door en eigendom waren van Scorpion Air. Er zijn geverifieerde aanwijzingen voor ernstige veiligheidstekortkomingen bij Air Scorpio.

(38)

De Commissie heeft nota genomen van de intrekking van het AOC van Vega Airlines, Bright Aviation, Scorpion Air en Air Sofia, en van de opschorting van het AOC van Air Scorpio, zoals besloten door de Bulgaarse autoriteiten op 21 juni 2007. Aangezien deze luchtvaartmaatschappijen dus geen luchtdiensten kunnen exploiteren, acht de Commissie verdere maatregelen niet noodzakelijk.

(39)

De Commissie heeft ook nota genomen van de beslissing die de bevoegde autoriteiten van Bulgarije op 21 juni 2007 hebben genomen om het AOC van Heli Air Service in die zin te wijzigen dat de exploitatie in de Europese Gemeenschap, Zwitserland, Noorwegen en IJsland van de luchtvaartuigen van het type LET 410, met registratiemerktekens LZ-CCT, LZ-CCS, LZ-CCR, LZ-CCE, LZ-CCF en LZ-LSB, tot nader bericht is opgeschort. De maatschappij mag in de Gemeenschap wel vluchten exploiteren met het luchtvaartuig van het type LET 410 met registratiemerkteken LZ-CCP, omdat dit het enige luchtvaartuig is dat is uitgerust met de verplichte veiligheidsapparatuur (EGPWS en TCAS) en dus veilig kan worden geëxploiteerd in de Gemeenschap. De Commissie moet nauwgezet toezicht houden op de situatie van deze luchtvaartmaatschappij en, met de hulp van EASA en de lidstaten, nagaan of het actieplan met corrigerende maatregelen ten uitvoer wordt gelegd.

(40)

De Commissie erkent dat de Bulgaarse autoriteiten vooruitgang boeken bij het uitoefenen van hun verantwoordelijkheden. De Commissie steunt de inspanningen die de Bulgaarse autoriteiten leveren om hun toezichtsverantwoordelijkheden te blijven uitoefenen. Zij zal dit proces blijven volgen, met de hulp van EASA en de lidstaten.

(41)

Zoals gemeld in overweging 36 van Verordening (EG) nr. 910/2006 van de Commissie van 20 juni 2006 (7), heeft een team van Europese deskundigen van 18 tot 21 juni 2007 een follow-upbezoek gebracht aan Mauritanië om na te gaan hoeveel voortgang is geboekt bij de tenuitvoerlegging van de nieuwe wetgeving, voorschriften en procedures. Uit het verslag van dat bezoek blijkt dat het Agence Nationale de l'Aviation Civile (ANAC) zijn verplichtingen nakomt en ook is blijven voortwerken aan de opstelling van de technische regelgeving en de werkprocedures die nodig zijn om te kunnen garanderen dat het toezicht kan uitoefenen op de burgerluchtvaartsector.

(42)

Bovendien heeft Air Mauritanie de nodige maatregelen genomen om de tijdens platforminspecties op communautaire luchthavens vastgestelde tekortkomingen te verhelpen en om zijn procedures te verbeteren.

(43)

Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt geconcludeerd dat Mauritanië de nodige maatregelen heeft genomen om een aanvaardbaar prestatieniveau te bereiken bij het uitoefenen van zijn toezichtsverplichtingen, die tot doel hebben te garanderen dat Mauritaanse luchtvaartmaatschappijen voldoen aan de internationale veiligheidsnormen.

(44)

Er zijn geverifieerde aanwijzingen voor ernstige veiligheidstekortkomingen bij de in de Republiek Moldavië geregistreerde luchtvaartmaatschappijen Aeronordgroup, Aeroportul International Marculesti, Grixona, Jet Line International, Jetstream en Tiramavia. Deze tekortkomingen zijn door België, Kroatië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Litouwen, Malta, Nederland, Spanje en Turkije vastgesteld tijdens in het kader van het SAFA-programma uitgevoerde platforminspecties. Het feit dat deze veiligheidstekortkomingen herhaaldelijk zijn vastgesteld, wijst erop dat zij systemisch zijn (8).

(45)

Ingevolge de uitnodiging van de burgerluchtvaartautoriteit van de Republiek Moldavië heeft een team van Europese deskundigen van 4 tot en met 8 juni 2007 een inspectiebezoek gebracht aan Moldavië. Uit het verslag van dat bezoek blijkt dat de Moldavische burgerluchtvaartautoriteit onvoldoende in staat is om de relevante veiligheidsnormen uit te voeren en te handhaven in overeenstemming met haar verplichtingen op grond van het Verdrag van Chicago, met betrekking tot volgende luchtvaartmaatschappijen: Valan International Cargo Charter, Aeronord Group, Grixona, Jet Line International, Jet Stream, Pecotox Air, Aeroportul International Marculesti en Tiramavia.

(46)

Bovendien hebben de acht bovenvermelde maatschappijen, hoewel zij houder zijn van het door de Republiek Moldavië afgegeven Air Operator Certificate (AOC), hun hoofdkantoor niet in de Republiek Moldavië, hetgeen in strijd is met de eisen van bijlage 6 bij het Verdrag van Chicago.

(47)

De Commissie heeft er nota van genomen dat de autoriteiten van de Republiek Moldavië de Air Operator Certificates van de bovenvermelde maatschappijen hebben ingetrokken; deze maatschappijen hebben daarop hun activiteiten stopgezet.

(48)

Bovendien neemt de Commissie er nota van dat de Republiek Moldavië zich ertoe heeft verbonden geen Air Operator Certificates meer af te geven tot het actieplan met corrigerende maatregelen op bevredigende wijze ten uitvoer is gelegd; om dit na te gaan zal de Republiek Moldavië de Commissie raadplegen.

(49)

De burgerluchtvaartautoriteit van de Republiek Moldavië heeft ermee ingestemd tegen eind september 2007 een uitgebreid actieplan met corrigerende maatregelen in te dienen; dit actieplan, dat een stappenplan zal omvatten, heeft tot doel alle tekortkomingen inzake toezicht op de veiligheid, die geïdentificeerd zijn tijdens het inspectiebezoek dat een team van Europese deskundigen van 4 tot en met 8 juni 2007 aan de Republiek Moldavië heeft gebracht, te verhelpen.

(50)

Gezien de reeks maatregelen die de bevoegde autoriteit van de Republiek Moldavië heeft genomen, en in afwachting van de indiening van een actieplan met corrigerende maatregelen, is de Commissie van oordeel dat de overige luchtvaartmaatschappijen die houder zijn van een door de Republiek Moldavië afgegeven AOC (Air Moldova, Moldavian Airlines, Tandem Aero and Nobil Air) niet in de communautaire lijst dienen te worden opgenomen. De Commissie moet toezicht houden op de veiligheidssituatie van deze maatschappijen. Hiertoe plannen de lidstaten verdere controle op de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen via systematische platforminspecties van de vliegtuigen die door deze maatschappijen worden geëxploiteerd.

(51)

Zoals bepaald in overwegingen 36 en 39 van Verordening (EG) nr. 235/2007 van de Commissie, heeft de Commissie, bijgestaan door deskundigen uit de lidstaten, van 15 tot en met 21 april 2007 een bezoek gebracht aan de Russische Federatie om na te gaan hoe het gesteld is met de tenuitvoerlegging van de corrigerende maatregelen van de luchtvaartmaatschappij Rossyia (ex Pulkovo), om de veiligheidssituatie te controleren van bepaalde andere Russische luchtvaartmaatschappijen waaraan sinds 12 februari 2007 door de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie exploitatiebeperkingen zijn opgelegd en om de uitoefening van de toezichtsverplichtingen van deze autoriteiten te controleren.

(52)

Wat Rossyia betreft, is uit de resultaten van het bezoek gebleken dat deze maatschappij vooruitgang heeft geboekt wat de interne procedures voor toezicht op de veiligheid en de toepassing van de ICAO-veiligheidsnormen betreft. Er zit een duidelijke ontwikkeling in het kwaliteitsbeheer van deze maatschappij. Op 26 juni 2007 hebben de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie aanvullende informatie verstrekt. Aangezien nog niet alle corrigerende maatregelen volledig zijn uitgevoerd, moeten de bevoegde Russische autoriteiten nauwlettend toezicht blijven houden op deze maatschappij teneinde erop toe te zien dat het actieplan met corrigerende maatregelen verder wordt uitgevoerd.

(53)

Met betrekking tot de negen maatschappijen waaraan de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie bij besluit van 12 februari 2007 exploitatiebeperkingen hebben opgelegd, blijkt uit de resultaten van het bezoek dat alle maatschappijen bevestigd hebben dat zij, sinds de exploitatiebeperkingen zijn opgelegd, onder nauwlettend toezicht staan en dat de bevoegde autoriteiten voorafgaande toestemming voor het uitvoeren van vluchten moeten verlenen. Deze maatregelen hebben in alle gevallen meteen tot positieve reacties geleid. Uit de resultaten van het bezoek is ook gebleken dat eventuele positieve ontwikkelingen nog steeds moet uitgroeien tot duurzame oplossingen en moeten leiden tot de invoering van volwaardige interne veiligheidssystemen. Na het bezoek hebben de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie op 27 april besloten om de beperkingen op zes maatschappijen, Aero Rent, Gazpromavia, Lukoil, Tatarstan, Atlant Soyuz en Aviacon Zitotrans, op te heffen; zij hebben de Commissie hiervan op 2 mei 2007 op de hoogte gebracht. In dat zelfde besluit is ook bepaald dat de exploitatiebeperkingen worden gehandhaafd voor Centre Avia en Russian Sky (Russkoe Nebo). Het systeem van voorafgaande toestemmingen voor het uitvoeren van vluchten is bovendien uitgebreid tot de geregelde vluchten die door UTAir worden geëxploiteerd.

(54)

Tijdens het bezoek is ook gediscussieerd over bepaalde andere Russische maatschappijen, namelijk Krasnoyarsky Airlines (9) en Kuban Airlines (10); de Commissie beschikte immers over informatie die wees op systemische veiligheidstekortkomingen bij deze maatschappijen en ook de aandacht van de bevoegde Russische autoriteiten was reeds gevestigd op de veiligheidssituatie van deze maatschappijen. In de maatregelen die de bevoegde Russische autoriteiten op 27 april 2007 hebben genomen, is bepaald dat deze maatschappijen nog strenger zullen worden geïnspecteerd alvorens een vlucht te mogen uitvoeren.

(55)

Uit de resultaten van het bezoek is gebleken dat de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie de Russische veiligheidsregels sneller in overeenstemming moeten brengen met de ICAO-normen en dat ze zich moeten toeleggen op de toepassing van deze normen en van de aanbevelingen van de meest recente ICAO-veiligheidsaudit. Bovendien moeten ze intensiever samenwerken met de Russische fabrikanten teneinde te garanderen dat in Rusland ontworpen luchtvaartuigen beantwoorden aan de ICAO-normen. Dit is ook noodzakelijk om te vermijden dat in de Russische Federatie twee luchtwaardigheidsnormen zouden gelden: een norm voor exploitanten en luchtvaartuigen die naar de Gemeenschap vliegen, en een andere (lagere) norm voor exploitanten en luchtvaartuigen die binnen de Russische Federatie of binnen het GOS actief zijn. Bovendien moeten de bevoegde autoriteiten hun inspanningen opdrijven met betrekking tot permanente luchtwaardigheid en garanderen dat in het westen gebouwde luchtvaartuigen, die steeds vaker door Russische maatschappijen worden gekocht en geëxploiteerd, op passende wijze worden onderhouden door de betrokken maatschappijen.

(56)

Na het bezoek aan de Russische Federatie is uit de resultaten van de platforminspecties van alle bovenvermelde maatschappijen gebleken dat sommige maatschappijen waaraan exploitatiebeperkingen waren opgelegd geen diensten naar de Gemeenschap hebben geëxploiteerd.

(57)

De maatschappijen Gazpromavia en Atlant Soyuz, waaraan in het verleden exploitatiebeperkingen zijn opgelegd, hebben diensten naar de Gemeenschap geëxploiteerd en hebben platforminspecties ondergaan (11). Uit de resultaten van deze inspecties blijkt dat zich herhaaldelijk ernstige tekortkomingen hebben voorgedaan op dezelfde gebieden als vóór het opleggen van de exploitatiebeperkingen; dit wijst op systemische veiligheidstekortkomingen die ernstige gevolgen voor de veiligheid van de activiteiten kunnen hebben.

(58)

De maatschappij UTAir is eveneens geïnspecteerd (12). Uit de resultaten van deze inspecties blijkt dat zich herhaaldelijk tekortkomingen hebben voorgedaan op dezelfde gebieden als vóór het opleggen van de exploitatiebeperkingen; dit wijst erop dat de maatschappij de in februari 2007 voorgestelde corrigerende maatregelen nog steeds niet volledig heeft uitgevoerd. Op 29 mei en 5 juni 2007 zijn deze resultaten, samen met geverifieerde bewijzen van ernstige veiligheidstekortkomingen bij Airlines 400 (13), Kavminvodyavia (14), Ural Airlines (15) en Yakutia Airlines (16), aan de bevoegde autoriteiten overgemaakt.

(59)

Gezien het voorgaande heeft de Commissie, op basis van de gemeenschappelijke criteria, de luchtvaartmaatschappijen Atlant Soyuz, Gazpromavia, UTAir, Krasnoyarsky Airlines, Kuban Airlines, Airlines 400, Kavminvodyavia, Ural Airlines en Yakutia Airlines verzocht hun opmerkingen in te dienen overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2111/2005 en is zij begonnen met overleg te plegen met de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie. Op basis van de opmerkingen van de luchtvaartmaatschappijen, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie hebben deze autoriteiten op 23 juni 2007 beslist om, met ingang van 25 juni, aan tien luchtvaartmaatschappijen exploitatiebeperkingen op te leggen zolang hun veiligheidstekortkomingen niet tot wederzijdse voldoening van de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie en de Commissie zijn verholpen.

(60)

De bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie hebben derhalve besloten vier van de luchtvaartmaatschappijen in kwestie te verbieden vluchten naar de Gemeenschap te exploiteren: Kavminvodyavia, Kuban Airlines, Yakutia Airlines en Airlines 400. Het AOC van Airlines 400 is opgeschort.

(61)

De bevoegde Russische autoriteiten hebben ook beslist de activiteiten van bepaalde maatschappijen te beperken; zij mogen alleen met specifieke vliegtuigen vluchten naar de Gemeenschap exploiteren. Krasnoyarsky Airlines mag alleen vluchten exploiteren met de Boeing 737's EI-DNH, EI-DNS, EI-DNT, EI-CBQ, EI-CLZ, EI-CLW, de Boeing-757's EI-DUC, EI-DUE en de Boeing-767's EI-DMH, EI-DMP; Ural Airlines mag alleen vluchten exploiteren met de Airbus A-320's VP-BQY, VP-BQZ; Gazpromavia mag alleen vluchten exploiteren met de Falcon Mystères 900 RA-09000, RA-09001, RA-09006, RA-09008; Atlant-Soyuz mag alleen vluchten exploiteren met de Boeing 737's VP-BBL, VP-BBM; UTAir mag alleen vluchten exploiteren met de ATR 42's VP-BCB, VP-BCF, VP-BPJ, VP-BPK, de Gulfstream IV's RA-10201, RA-10202 en de Tu-154M RA-85805, RA-85808. Rossyia (ex-Pulkovo) mag geen vluchten naar de Gemeenschap exploiteren met het vliegtuig IL-62M (RA-86467).

(62)

De Commissie neemt nota van de beslissing van de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie en met name van het feit dat de autoriteiten deze exploitatiebeperkingen alleen kunnen wijzigingen in overleg met de Commissie. Zij neemt ook nota van het feit dat alle Russische luchtvaartmaatschappijen die internationale diensten exploiteren, onder meer naar de Gemeenschap, ervan in kennis worden gesteld dat de Russische autoriteiten exploitatiebeperkingen zullen opleggen wanneer tijdens platforminspecties vastgestelde ernstige (categorie 2) en zeer ernstige (categorie 3) tekortkomingen niet worden verholpen.

(63)

Gezien het voorgaande is de Commissie van oordeel dat de door de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie genomen maatregelen volstaan om de ernstige veiligheidstekortkomingen die bij bepaalde maatschappijen zijn vastgesteld op korte termijn te verhelpen. Om te garanderen dat adequate actieplannen met corrigerende maatregelen worden opgesteld, die een duurzame systemische oplossing van deze tekortkomingen garanderen, is de Commissie voornemens de veiligheidssituatie van de bovenvermelde luchtvaartmaatschappijen te controleren alvorens de bij de beslissing van de bevoegde autoriteiten van de Russische Federatie van 23 juni 2007 opgelegde beperkingen worden gewijzigd. De Commissie is voornemens om vóór de volgende bijwerking van deze verordening een bezoek te brengen, met de steun van de lidstaten. Bovendien moeten de lidstaten verdere controle uitoefenen op de effectieve naleving van de relevante veiligheidsnormen via systematische platforminspecties van alle activiteiten van deze maatschappijen.

(64)

Aangezien luchtvaartmaatschappijen die uit de lijst zijn geschrapt omdat ze verklaard hebben hun activiteiten te hebben stopgezet, hun activiteiten opnieuw kunnen opstarten onder een andere identiteit of nationaliteit, moet de Commissie actief toezicht blijven houden op eventuele transfers en verplaatsingen van die entiteiten.

(65)

Ondanks specifieke verzoeken van de Commissie is zij niet in kennis gesteld van bewijzen dat de overige luchtvaartmaatschappijen die in de communautaire lijst van 5 maart 2007 zijn vermeld en de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor regelgevend toezicht op die luchtvaartmaatschappijen volledige uitvoering hebben gegeven aan passende remediërende maatregelen. Op basis van de gemeenschappelijke criteria wordt geoordeeld dat het aan deze luchtvaartmaatschappijen opgelegde exploitatieverbod moet worden gehandhaafd.

(66)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité inzake veiligheid van de luchtvaart,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 474/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1)

Bijlage A wordt vervangen door bijlage A bij deze verordening.

2)

Bijlage B wordt vervangen door bijlage B bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Jacques BARROT

Vicevoorzitter


(1)  PB L 344 van 27.12.2005, blz. 15.

(2)  PB L 84 van 23.3.2006, blz. 14. Laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 235/2007 (PB L 66 van 6.3.2007, blz. 3).

(3)  PB L 84 van 23.3.2005, blz. 8.

(4)  PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4.

(5)  DGAC/F-2003-419, DGAC/F-2003-1026, DGAC/F-2005-394, DGAC/F-2005-1185, DGAC/F-2006-27, DGAC/F-2006-566, DGAC/F-2006-1598, DGAC/F-2006-1966, DGAC/F-2006-2087, DGAC/F-2006-2069, DGAC/F-2007-418, DGAC/F-2007-838, DGAC/F-2007-841, DGAC/F-2007-1113, DGAC/F-2007-1141.

(6)  BCAA-2004-58, CAA-N-2006-228, CAA-N-2007-56, CAA-N-2007-73, CAA-NL-2005-37, CAA-NL-2006-243, CAA-NL-2007-1, CAA-NL-2007-2, CAA-NL-2007-3, CAA-NL-2007-23, CAA-NL-2007-24, CAA-NL-2007-44, CAA-NL-2007-45, CAA-NL-2007-46, CAA-NL-2007-47, CAA-NL-2007-48, CAA-UK-2007-31, CAAFIN-2004-14, CAAFIN-2004-27, DGAC-E-2006-1131, DGAC-E-2006-1386, DGAC-E-2007-376, DGAC/F-2006-138, DGAC/F-2006-830, DGAC/F-2006-1041, DGAC/F-2006-1928, DGAC/F-2007-446, DGAC/F-2007-738, DGAC/F-2007-739, ENAC-IT-2004-477, ENAC-IT-2005-118, ENAC-IT-2006-299, ENAC-IT-2006-445, LBA/D-2004-425, LBA/D-2006-697, MOTLUX-2005-7.

(7)  Verordening (EG) nr. 910/2006 van de Commissie van 20 juni 2006 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap (PB L 168 van 21.6.2006, blz. 16).

(8)  BCAA-2006-64, BCAA-2007-9, CAA-NL-2005-227, CAA-NL-2006-262, CAA-NL-2007-4, CAACRO-2005-3, CAAMA-2005-12, CAIEY-2006-7, DGAC-E-2007-153, DGAC-E-2007-274, DGAC/F-2005-4, DGAC/F-2005-56, DGAC/F-2005-401, DGAC/F-2005-626, DGAC/F-2005-810, DGAC/F-2005-1204, DGAC/F-2005-1221, DGAC/F-2005-1266, DGAC/F-2005-1292, DGAC/F-2005-1465, DGAC/F-2006-34, DGAC/F-2006-41, DGAC/F-2006-249, DGAC/F-2006-333, DGAC/F-2006-465, DGAC/F-2006-819, DGAC/F-2006-1879, DGAC/F-2007-207, DGAC/F-2007-335, DGAC/F-2007-487, DGAC/F-2007-649, DGAC/F-2007-748, DGCATR-2006-29, DGCATR-2007-120, ENAC-IT-2005-74, ENAC-IT-2005-148, ENAC-IT-2005-455, ENAC-IT-2005-751, ENAC-IT-2006-74, ENAC-IT-2006-576, LBA/D-2005-672, LBA/D-2006-14, LBA/D-2006-100.

(9)  ACG-2007-1, ACG-2007-7, CAACRO-2004-35, CAACRO-2004-37, CAACRO-2004-38, CAACRO-2004-48, CAACRO-2004-50, CAO-2004-101, DGAC/F-2005-15, DGAC/F-2006-2105, DGAC/F-2007-477, DGAC/F-2007-481, DGCATR-2006-102, DGCATR-2007-112, ENAC-IT-2004-73, ENAC-IT-2004-110, ENAC-IT-2004-225, ENAC-IT-2004-237, ENAC-IT-2004-296, ENAC-IT-2004-366, ENAC-IT-2004-480, ENAC-IT-2004-487, ENAC-IT-2004-548, ENAC-IT-2005-24, ENAC-IT-2005-187, ENAC-IT-2005-188, ENAC-IT-2005-205, ENAC-IT-2005-454, ENAC-IT-2005-492, ENAC-IT-2005-694, ENAC-IT-2006-34, ENAC-IT-2006-117, ENAC-IT-2006-175, ENAC-IT-2006-180, ENAC-IT-2006-326, ENAC-IT-2006-403, ENAC-IT-2006-508, ENAC-IT-2006-674, ENAC-IT-2007-9, ENAC-IT-2007-24, ENAC-IT-2007-53, ENAC-IT-2007-66, ENAC-IT-2007-140, HCAAGR-2006-35, HCAAGR-2007-66, LBA/D-2006-66, LBA/D-2006-308, LBA/D-2006-354, OK-2004-4, OK-2004-8.

(10)  BCAA-2007-27, DGAC/F-2007-474, DGAC/F-2006-246, DGAC/F-2006-400, DGAC/F-2007-539, DGCATR-2006-79, ENAC-IT-2004-44, ENAC-IT-2004-494, ENAC-IT-2005-72, ENAC-IT-2005-114, FOCA-2004-225, LBA/D-2005-261, LBA/D-2006-4, LBA/D-2006-429, LBA/D-2007-125, LBA/D-2007-134.

(11)  Gazpromavia: CAA-NL-2007-43 op 11.5.2007; Atlant Soyuz: CAA-N-2007-86 op 31.5.2007 en INAC/P-2007-12 op 1.6.2007.

(12)  Utair: SDAT-2007-12 op 24.5.2007, LBA/D-2007-308 op 19.6.2007.

(13)  CAACRO-2004-44, DGAC-E-2006-853, DGAC-E-2006-1004, DGAC/F-2004-1011, DGAC/F-2005-19, DGAC/F-2005-883, DGAC/F-2005-1128, DGAC/F-2006-2008, DGAC/F-2007-24, ENAC-IT-2004-76, ENAC-IT-2004-86, ENAC-IT-2004-216, ENAC-IT-2004-259, ENAC-IT-2004-277, ENAC-IT-2004-297, ENAC-IT-2004-298, ENAC-IT-2006-195, ENAC-IT-2006-793, LBA/D-2005-185, RCAARO-2006-39.

(14)  BCAA-2007-25, BCAA-2007-29, CAACRO-2004-36, CAACRO-2004-46, CAACRO-2006-37, CAIEY-2005-6, CAIEY-2005-8, DGAC-E-2006-877, DGAC-E-2006-878, DGAC-E-2006-948, DGAC-E-2006-949, DGAC-E-2006-1122, DGAC-E-2006-1501, DGAC/F-2006-2102, ENAC-IT-2004-516, ENAC-IT-2004-573, ENAC-IT-2005-313, ENAC-IT-2005-446, ENAC-IT-2005-453, ENAC-IT-2006-184, ENAC-IT-2006-545, ENAC-IT-2006-570, ENAC-IT-2006-664, ENAC-IT-2007-107, EST-2006-2, FOCA-2007-25, LBA/D-2004-431, LBA/D-2007-238.

(15)  ACG-2007-6, CAACRO-2006-27, DGAC-E-2006-873, DGAC/F-2006-238, DGAC/F-2006-1709, ENAC-IT-2004-318, ENAC-IT-2006-392, ENAC-IT-2007-12, EST-2006-22, EST-2006-23, HCAAGR-2006-27, OK-2005-14, OK-2005-38, OK-2006-9, OK-2007-3.

(16)  BCAA-2006-54, DGAC/F-2007-135, ENAC-IT-2004-75 ENAC-IT-2006-604 ENAC-IT-2006-864 ENAC-IT-2006-867 ENAC-IT-2007-15.


BIJLAGE A

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EEN VOLLEDIG EXPLOITATIEVERBOD IS OPGELEGD IN DE GEMEENSCHAP (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaatschappij, zoals vermeld op het Air Operator Certificate (AOC) (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC) of van de exploitatievergunning

ICAO-identificatienummer van de luchtvaartmaatschappij

Land van de exploitant

AIR KORYO

Onbekend

KOR

Democratische Volksrepubliek Korea

AIR WEST CO. LTD

004/A

AWZ

Soedan

ARIANA AFGHAN AIRLINES

009

AFG

Afghanistan

BLUE WING AIRLINES

SRSH-01/2002

BWI

Suriname

SILVERBACK CARGO FREIGHTERS

Onbekend

VRB

Rwanda

TAAG ANGOLA AIRLINES

001

DTA

Angola

VOLARE AVIATION ENTREPRISE

143

VRE

Oekraïne

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, met uitzondering van Hewa Bora Airways (2), inclusief

 

Democratische Republiek Congo

AFRICA ONE

409/CAB/MIN/TC/0114/2006

CFR

Democratische Republiek Congo

AFRICAN AIR SERVICES COMMUTER SPRL

409/CAB/MIN/TC/0005/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIGLE AVIATION

409/CAB/MIN/TC/0042/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR BENI

409/CAB/MIN/TC/0019/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR BOYOMA

409/CAB/MIN/TC/0049/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR INFINI

409/CAB/MIN/TC/006/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR KASAI

409/CAB/MIN/TC/0118/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR NAVETTE

409/CAB/MIN/TC/015/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

AIR TROPIQUES S.P.R.L.

409/CAB/MIN/TC/0107/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

BEL GLOB AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0073/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

BLUE AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0109/2006

BUL

Democratische Republiek Congo

BRAVO AIR CONGO

409/CAB/MIN/TC/0090/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

BUSINESS AVIATION S.P.R.L.

409/CAB/MIN/TC/0117/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

BUTEMBO AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0056/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

CARGO BULL AVIATION

409/CAB/MIN/TC/0106/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

CETRACA AVIATION SERVICE

409/CAB/MIN/TC/037/2005

CER

Democratische Republiek Congo

CHC STELLAVIA

409/CAB/MIN/TC/0050/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

COMAIR

409/CAB/MIN/TC/0057/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

COMPAGNIE AFRICAINE D’AVIATION (CAA)

409/CAB/MIN/TC/0111/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

DOREN AIR CONGO

409/CAB/MIN/TC/0054/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

EL SAM AIRLIFT

409/CAB/MIN/TC/0002/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

ESPACE AVIATION SERVICE

409/CAB/MIN/TC/0003/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

FILAIR

409/CAB/MIN/TC/0008/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

FREE AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0047/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

GALAXY INCORPORATION

409/CAB/MIN/TC/0078/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

GOMA EXPRESS

409/CAB/MIN/TC/0051/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

GOMAIR

409/CAB/MIN/TC/0023/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

GREAT LAKE BUSINESS COMPANY

409/CAB/MIN/TC/0048/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

I.T.A.B. — INTERNATIONAL TRANS AIR BUSINESS

409/CAB/MIN/TC/0022/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

KATANGA AIRWAYS

409/CAB/MIN/TC/0088/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

KIVU AIR

409/CAB/MIN/TC/0044/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

LIGNES AÉRIENNES CONGOLAISES

Ministeriële handtekening (ordonnantie 78/205)

LCG

Democratische Republiek Congo

MALU AVIATION

409/CAB/MIN/TC/0113/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

MALILA AIRLIFT

409/CAB/MIN/TC/0112/2006

MLC

Democratische Republiek Congo

MANGO AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0007/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

PIVA AIRLINES

409/CAB/MIN/TC/0001/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

RWAKABIKA BUSHI EXPRESS

409/CAB/MIN/TC/0052/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

SAFARI LOGISTICS SPRL

409/CAB/MIN/TC/0076/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

SAFE AIR COMPANY

409/CAB/MIN/TC/0004/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

SERVICES AIR

409/CAB/MIN/TC/0115/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

SUN AIR SERVICES

409/CAB/MIN/TC/0077/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

TEMBO AIR SERVICES

409/CAB/MIN/TC/0089/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

THOM'S AIRWAYS

409/CAB/MIN/TC/0009/2007

Onbekend

Democratische Republiek Congo

TMK AIR COMMUTER

409/CAB/MIN/TC/020/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

TRACEP CONGO

409/CAB/MIN/TC/0055/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

TRANS AIR CARGO SERVICE

409/CAB/MIN/TC/0110/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

TRANSPORTS AERIENS CONGOLAIS (TRACO)

409/CAB/MIN/TC/0105/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

VIRUNGA AIR CHARTER

409/CAB/MIN/TC/018/2005

Onbekend

Democratische Republiek Congo

WIMBI DIRA AIRWAYS

409/CAB/MIN/TC/0116/2006

WDA

Democratische Republiek Congo

ZAABU INTERNATIONAL

409/CAB/MIN/TC/0046/2006

Onbekend

Democratische Republiek Congo

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Equatoriaal-Guinea welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, inclusief

 

 

Equatoriaal-Guinea

EUROGUINEANA DE AVIACION Y TRANSPORTES

2006/001/MTTCT/DGAC/SOPS

EUG

Equatoriaal-Guinea

GENERAL WORK AVIACION

002/ANAC

n.v.t.

Equatoriaal-Guinea

GETRA — GUINEA ECUATORIAL DE TRANSPORTES AEREOS

739

GET

Equatoriaal-Guinea

GUINEA AIRWAYS

738

n.v.t.

Equatoriaal-Guinea

UTAGE — UNION DE TRANSPORT AEREO DE GUINEA ECUATORIAL

737

UTG

Equatoriaal-Guinea

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Indonesië welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, inclusief

 

 

Indonesië

ADAMSKY CONNECTION AIRLINES

onbekend

DHI

Indonesië

AIR TRANSPORT SERVICES

onbekend

onbekend

Indonesië

BALAI KALIBRASI PENERBANGAN

onbekend

onbekend

Indonesië

EKSPRES TRANSPORTASI ANTARBENUA

onbekend

onbekend

Indonesië

GARUDA

onbekend

GIA

Indonesië

INDONESIA AIRASIA

onbekend

AWQ

Indonesië

KARTIKA AIRLINES

onbekend

KAE

Indonesië

LION MENTARI ARILINES

onbekend

LNI

Indonesië

MANDALA AIRLINES

onbekend

MDL

Indonesië

MANUNGGAL AIR SERVICE

onbekend

onbekend

Indonesië

MEGANTARA

onbekend

onbekend

Indonesië

MERPATI NUSANTARA AIRLINES

onbekend

MNA

Indonesië

METRO BATAVIA

onbekend

BTV

Indonesië

PELITA AIR SERVICE

onbekend

PAS

Indonesië

PT. AIR PACIFIC UTAMA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. AIRFAST INDONESIA

onbekend

AFE

Indonesië

PT. ASCO NUSA AIR

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. ASI PUDJIASTUTI

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. AVIASTAR MANDIRI

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. ATLAS DELTASATYA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. DABI AIR NUSANTARA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. DERAYA AIR TAXI

onbekend

DRY

Indonesië

PT. DERAZONA AIR SERVICE

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. DIRGANTARA AIR SERVICE

onbekend

DIR

Indonesië

PT. EASTINDO

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. EKSPRES TRANSPORTASI ANTARBENUA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. GATARI AIR SERVICE

onbekend

GHS

Indonesië

PT. GERMANIA TRISILA AIR

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. HELIZONA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. KURA-KURA AVIATION

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. INDONESIA AIR TRANSPORT

onbekend

IDA

Indonesië

PT. INTAN ANGKASA AIR SERVICE

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. NATIONAL UTILITY HELICOPTER

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. PELITA AIR SERVICE

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. PENERBENGAN ANGKASA SEMESTA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. PURA WISATA BARUNA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. SAMPOERNA AIR NUSANTARA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. SAYAP GARUDA INDAH

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. SMAC

onbekend

SMC

Indonesië

PT. TRANSWISATA PRIMA AVIATION

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. TRAVIRA UTAMA

onbekend

onbekend

Indonesië

PT. TRIGANA AIR SERVICE

onbekend

onbekend

Indonesië

REPUBLIC EXPRESS AIRLINES

onbekend

RPH

Indonesië

RIAU AIRLINES

onbekend

RIU

Indonesië

SRIWIJAYA AIR

onbekend

SJY

Indonesië

SURVEI UDARA PENAS

onbekend

PNS

Indonesië

TRANS WISATA PRIMA AVIATION

onbekend

onbekend

Indonesië

TRAVEL EXPRESS AVIATION SERVICE

onbekend

XAR

Indonesië

TRI MG INTRA ASIA AIRLINES

onbekend

TMG

Indonesië

TRIGANA AIR SERVICE

onbekend

TGN

Indonesië

WING ABADI AIRLINES

onbekend

WON

Indonesië

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van de Kirgizische Republiek welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, inclusief

 

Kirgizische Republiek

AIR CENTRAL ASIA

34

AAT

Kirgizische Republiek

AIR MANAS

17

MBB

Kirgizische Republiek

ASIA ALPHA AIRWAYS

32

SAL

Kirgizische Republiek

AVIA TRAFFIC COMPANY

23

AVJ

Kirgizische Republiek

BISTAIR-FEZ BISHKEK

08

BSC

Kirgizische Republiek

BOTIR AVIA

10

BTR

Kirgizische Republiek

CLICK AIRWAYS

11

CGK

Kirgizische Republiek

DAMES

20

DAM

Kirgizische Republiek

EASTOK AVIA

15

Onbekend

Kirgizische Republiek

ESEN AIR

2

ESD

Kirgizische Republiek

GALAXY AIR

12

GAL

Kirgizische Republiek

GOLDEN RULE AIRLINES

22

GRS

Kirgizische Republiek

INTAL AVIA

27

INL

Kirgizische Republiek

ITEK AIR

04

IKA

Kirgizische Republiek

KYRGYZ TRANS AVIA

31

KTC

Kirgizische Republiek

KIRGIZSTAN

03

LYN

Kirgizische Republiek

KYRGYZSTAN AIRLINES

01

KGA

Kirgizische Republiek

MAX AVIA

33

MAI

Kirgizische Republiek

OHS AVIA

09

OSH

Kirgizische Republiek

S GROUP AVIATION

6

Onbekend

Kirgizische Republiek

SKY GATE INTERNATIONAL AVIATION

14

SGD

Kirgizische Republiek

SKY WAY AIR

21

SAB

Kirgizische Republiek

TENIR AIRLINES

26

TEB

Kirgizische Republiek

TRAST AERO

05

TSJ

Kirgizische Republiek

WORLD WING AVIATION

35

WWM

Kirgizische Republiek

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Liberia welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht

 

Liberia

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Sierra Leone welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, inclusief

Sierra Leone

AIR RUM, LTD

Onbekend

RUM

Sierra Leone

BELLVIEW AIRLINES (S/L) LTD

Onbekend

BVU

Sierra Leone

DESTINY AIR SERVICES, LTD

Onbekend

DTY

Sierra Leone

HEAVYLIFT CARGO

Onbekend

Onbekend

Sierra Leone

ORANGE AIR SIERRA LEONE LTD

Onbekend

ORJ

Sierra Leone

PARAMOUNT AIRLINES, LTD

Onbekend

PRR

Sierra Leone

SEVEN FOUR EIGHT AIR SERVICES LTD

Onbekend

SVT

Sierra Leone

TEEBAH AIRWAYS

Onbekend

Onbekend

Sierra Leone

Alle luchtvaartmaatschappijen die geregistreerd zijn door de autoriteiten van Swaziland welke verantwoordelijk zijn voor regulerend toezicht, inclusief

Swaziland

AERO AFRICA (PTY) LTD

Onbekend

RFC

Swaziland

JET AFRICA SWAZILAND

Onbekend

OSW

Swaziland

ROYAL SWAZI NATIONAL AIRWAYS CORPORATION

Onbekend

RSN

Swaziland

SCAN AIR CHARTER, LTD

Onbekend

Onbekend

Swaziland

SWAZI EXPRESS AIRWAYS

Onbekend

SWX

Swaziland

SWAZILAND AIRLINK

Onbekend

SZL

Swaziland


(1)  De in bijlage A vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door luchtvaartuigen met bemanning te huren („wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, voorzover de geldende veiligheidsvoorschriften worden nageleefd.

(2)  Hewa Bora Airways mag voor zijn huidige activiteiten in de Europese Gemeenschap gebruik maken van het in bijlage B vermelde specifieke luchtvaartuig.


BIJLAGE B

LIJST VAN LUCHTVAARTMAATSCHAPPIJEN WAARAAN EXPLOITATIEBEPERKINGEN ZIJN OPGELEGD IN DE GEMEENSCHAP (1)

Naam van de juridische entiteit van de luchtvaartmaatschappij, zoals vermeld op het Air Operator Certificate (AOC) (en handelsnaam, indien verschillend)

Nummer van het Air Operator Certificate (AOC)

ICAO-identificatienummer van de luchtvaartmaatschappij

Land van de exploitant

Type vliegtuig

Registratiemerkteken(s) en, voor zover beschikbaar, constructieserienummer(s)

Land van registratie

AIR BANGLADESH

17

BGD

Bangladesh

B747-269B

S2-ADT

Bangladesh

AIR SERVICE COMORES

06-819/TA-15/DGACM

KMD

Comoren

De volledige vloot, met uitzondering van:

LET 410 UVP

De volledige vloot, met uitzondering van:

D6-CAM (851336)

Comoren

HEWA BORA AIRWAYS (HBA) (2)

409/CAB/MIN/TC/0108/2006

ALX

Democratische Republiek Congo

De volledige vloot, met uitzondering van:

B767-266 ER

De volledige vloot, met uitzondering van:

9Q-CJD (constructie-nr. 23 178)

Democratische Republiek Congo

PAKISTAN INTERNATIONAL AIRLINES

003/96 AL

PIA

Islamitische Republiek Pakistan

De volledige vloot, met uitzondering van:

alle B-777's; 3 B-747-300's; 2 B-747-200's; 6 A-310's

De volledige vloot, met uitzondering van:

AP-BHV, AP-BHW, AP-BGJ, AP-BGK, AP-BGL, AP-BGY, AP-BGZ; AP-BFU, AP-BGG, AP-BFX, AP-BAK, AP-BAT, AP-BEU, AP-BGP, AP-BGR, AP-BGN, AP-BEC, AP-BEG

Islamitische Republiek Pakistan


(1)  De in bijlage B vermelde luchtvaartmaatschappijen kunnen toestemming krijgen om verkeersrechten uit te oefenen door vliegtuigen met bemanning te huren („wet lease”) van luchtvaartmaatschappijen waaraan geen exploitatieverbod is opgelegd, mits de relevante veiligheidsnormen worden nageleefd.

(2)  Hewa Bora Airways mag voor zijn huidige activiteiten in de Europese Unie alleen gebruik maken van het vermelde specifieke luchtvaartuig.


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/26


VERORDENING (EG) Nr. 788/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot vaststelling van de toewijzingscoëfficiënt die moet worden toegepast op de invoercertificaataanvragen die in de periode van 25 juni tot en met 2 juli 2007 zijn ingediend in het kader van het bij Verordening (EG) nr. 969/2006 geopende communautaire invoertariefcontingent voor maïs

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1784/2003 van de Raad van 29 september 2003 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1301/2006 van de Commissie van 31 augustus 2006 houdende gemeenschappelijke voorschriften voor het beheer van door middel van een stelsel van invoercertificaten beheerde invoertariefcontingenten voor landbouwproducten (2), en met name op artikel 7, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 969/2006 van de Commissie (3) is een jaarlijks tariefcontingent geopend voor de invoer van 242 074 t maïs (volgnummer 09.4131).

(2)

Bij artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 969/2006 is de hoeveelheid voor tranche 2 vastgesteld op 121 037 t voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2007.

(3)

Uit de overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 969/2006 gedane mededeling blijkt dat de overeenkomstig artikel 4, lid 1, van die verordening in de periode van 25 juni 2007 vanaf 13.00 uur tot en met 2 juli 2007 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) ingediende aanvragen de beschikbare hoeveelheden overschrijden. Bijgevolg moet worden bepaald voor welke hoeveelheden invoercertificaten kunnen worden afgegeven, door de toewijzingscoëfficiënt vast te stellen die op de aangevraagde hoeveelheden moet worden toegepast.

(4)

Ook moet worden bepaald dat in het kader van Verordening (EG) nr. 969/2006 geen invoercertificaten meer mogen worden afgegeven voor de lopende contigentperiode,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Voor elke invoercertificaataanvraag in het kader van het in Verordening (EG) nr. 969/2006 bedoelde contingent voor maïs, die in de periode van 25 juni 2007 vanaf 13.00 uur tot en met 2 juli 2007 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) is ingediend, wordt een certificaat afgegeven voor de gevraagde hoeveelheid, vermenigvuldigd met een toewijzingscoëfficiënt van 1,542232 %.

2.   De afgifte van certificaten waarvoor de aanvraag is ingediend met ingang van 2 juli 2007 om 13.00 uur (plaatselijke tijd Brussel), wordt voor de lopende contingentperiode geschorst.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Jean-Luc DEMARTY

Directeur-generaal Landbouw en plattelandsontwikkeling


(1)  PB L 270 van 21.10.2003, blz. 78. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1154/2005 van de Commissie (PB L 187 van 19.7.2005, blz. 11).

(2)  PB L 238 van 1.9.2006, blz. 13. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 289/2007 (PB L 78 van 17.3.2007, blz. 17).

(3)  PB L 176 van 30.6.2006, blz. 44. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2022/2006 (PB L 384 van 29.12.2006, blz. 70).


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/27


VERORDENING (EG) Nr. 789/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

houdende elfde wijziging van Verordening (EG) nr. 1763/2004 tot vaststelling van bepaalde beperkende maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1763/2004 van de Raad tot vaststelling van bepaalde beperkende maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) (1), en met name artikel 10, onder a),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1763/2004 worden de personen opgesomd wier tegoeden en economische middelen krachtens die verordening worden bevroren.

(2)

De Commissie is gemachtigd deze bijlage te actualiseren, rekening houdend met de besluiten van de Raad tot uitvoering van Gemeenschappelijk Standpunt 2004/694/GBVB inzake verdere maatregelen ter ondersteuning van de daadwerkelijke uitvoering van het mandaat van het ICTY (2). Besluit 2007/449/GBVB (3) van de Raad van 28 juni 2007 legt dat gemeenschappelijk standpunt ten uitvoer. Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1763/2004 dient bijgevolg dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1763/2004 wordt hierbij gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Eneko LANDÁBURU

Directeur-generaal Buitenlandse betrekkingen


(1)  PB L 315 van 14.10.2004, blz. 14. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

(2)  PB L 315 van 14.10.2004, blz. 52.

(3)  PB L 169 van 29.6.2007, blz. 75.


BIJLAGE

De volgende personen worden uit de lijst van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1763/2004 geschrapt:

1)

Tolimir, Zdravko. Geboortedatum: 27.11.1948.

2)

Djordjevic, Vlastimir. Geboortedatum: 1948. Geboorteplaats: Vladicin Han, Servië en Montenegro. Nationaliteit: Servië en Montenegro.


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/29


VERORDENING (EG) Nr. 790/2007 VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

tot vaststelling van een verbod op de visserij op tong in zone IIIa; IIIbcd (EG-wateren) door vaartuigen die de vlag van Zweden voeren

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 26, lid 4,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (2), en met name op artikel 21, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften (3) zijn quota voor 2007 vastgesteld.

(2)

Uit door de Commissie ontvangen informatie blijkt dat, gezien de vangsten van het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage vermelde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, de betrokken, voor 2007 toegewezen quota volledig zijn opgebruikt.

(3)

Derhalve moet het worden verboden op dit bestand te vissen en vis uit dit bestand aan boord te houden, over te laden en aan te voeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het opgebruiken van het quotum

Het quotum dat voor 2007 aan de in de bijlage bij deze verordening genoemde lidstaat is toegewezen voor de visserij op het in die bijlage vermelde bestand, wordt met ingang van de in die bijlage opgenomen datum als opgebruikt beschouwd.

Artikel 2

Verbod

De visserij op het in de bijlage bij deze verordening vermelde bestand door vaartuigen die de vlag van de in die bijlage genoemde lidstaat voeren of daar geregistreerd zijn, is verboden met ingang van de in die bijlage opgenomen datum. Na die datum is het ook verboden om vis uit dit bestand die door deze vaartuigen is gevangen, aan boord te hebben, over te laden of aan te voeren.

Artikel 3

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Fokion FOTIADIS

Directeur-generaal Visserij en maritieme zaken


(1)  PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.

(2)  PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1967/2006 (PB L 409 van 30.12.2006, blz. 11, gerectificeerd bij PB L 36 van 8.2.2007, blz. 6).

(3)  PB L 15 van 20.1.2007, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 444/2007 (PB L 106 van 24.4.2007, blz. 22).


BIJLAGE

Nr.

15

Lidstaat

ZWEDEN

Bestand

SOL/3A/BCD

Soort

Tong (Solea solea)

Zone

IIIa; IIIbcd (EG-wateren)

Datum

11.6.2007


II Besluiten op grond van het EG- en het Euratom-Verdrag waarvan publicatie niet verplicht is

BESLUITEN/BESCHIKKINGEN

Raad

5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/31


BESLUIT Nr. 1/2007 VAN DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS

van 25 mei 2007

betreffende de overheveling van een deel van de reserve van de portefeuille voor langetermijnontwikkeling van het negende Europees Ontwikkelingsfonds naar de toewijzing voor intra-ACS-samenwerking binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie

(2007/460/EG)

DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst (1) tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (hierna „ACS-staten” genoemd), enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, die op 23 juni 2000 werd ondertekend te Cotonou en herzien bij de overeenkomst tot wijziging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (2), ondertekend te Luxemburg op 25 juni 2005, en met name op bijlage I, punt 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Naar aanleiding van de eindevaluatie van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) overeenkomstig de artikelen 5 en 11 van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst moet de toewijzing van de middelen worden herzien in het licht van de resultaten en de huidige behoeften.

(2)

De fondsen voor regionale samenwerking en integratie en de vrijgemaakte bedragen die naar verwachting voor eind 2007 hiernaar worden overgeheveld, zijn onvoldoende om te voorzien in de nieuwe behoeften aan meer steun voor intra-ACS-activiteiten.

(3)

Er moeten aanvullende middelen worden toegekend voor een intra-ACS-financieringsmechanisme voor FLEX voor de jaren 2006 en 2007 (toepassingsjaren 2005 en 2006), waarbij minimale steun voor de landen die kampen met de negatieve gevolgen van instabiele exportopbrengsten, is gewaarborgd, ongeacht de omvang van de niet-vastgelegde saldi van hun B-portefeuilles.

(4)

De niet-vastgelegde saldi van de nationale B-portefeuilles volstaan mogelijk niet voor de behoeften en moeten op de datum van dit besluit worden overgeheveld naar de intra-ACS-reserve om daarmee vijf nieuwe, regionale B-portefeuilles op te zetten voor de financiering van toekomstige behoeften op het gebied van humanitaire en noodhulp in deze regio's, op basis van regionale solidariteit, evenals een intra-ACS-reserve voor noodhulp zoals bedoeld in artikel 72, lid 3, onder a) en b), van de ACS-EG-overeenkomst, in uitzonderlijke omstandigheden wanneer deze hulp niet uit de Gemeenschapsbegroting kan worden gefinancierd.

(5)

De regionale B-portefeuille voor Oost-Afrika en zuidelijk Afrika en de Indische Oceaan omvat het bedrag dat overblijft na aftrek van 20 miljoen EUR voor de ad-hocverhoging van de B-portefeuille voor Sudan, die werd gefinancierd uit de reserve voor langetermijnontwikkeling; voor de Stille Oceaan wordt geen regionale B-portefeuille opgezet, aangezien de nationale B-portefeuilles al grotendeels zijn gebruikt voor een regionaal programma voor hulp bij natuurrampen.

(6)

Er zouden voor 2007 extra middelen moeten worden toegekend aan de Afrikaanse Vredesfaciliteit.

(7)

Er zouden aanvullende middelen moeten worden toegekend om de werkingskosten van het ACS-secretariaat in 2008 gedeeltelijk te financieren, ter overbrugging van de periode tot de inwerkingtreding van het tiende EOF.

(8)

Er zouden aanvullende middelen moeten worden toegekend aan de versterking van de faciliteit voor technische samenwerking tussen de ACS-landen, voornamelijk om tegemoet te komen aan behoeften aan technische bijstand, met name voor het voorbereiden van projecten.

(9)

Er zou een extra bijdrage moeten worden toegekend aan het Wereldfonds voor de bestrijding van hiv/aids, tuberculose en malaria (GFATM).

(10)

Tijdens de ACS-EG-Raad van 2 juni 2006 is erkend dat er behoefte is aan een nieuwe bijdrage voor het Caraïbisch Kennis- en Leernetwerk (CKLN) ten behoeve van capaciteitsopbouw en institutionele steun.

(11)

Er moet een kleine prudentiële reserve worden opgezet voor nieuwe, onverwachte behoeften in verband met intra-ACS-activiteiten in de periode tot en met 31 december 2007, onder meer ten behoeve van rehabilitatie in het gebied van de Stille Oceaan na een mogelijke natuurramp; die middelen kunnen vóór eind 2007 worden vastgelegd, kunnen niet uit een regionale B-portefeuille worden gefinancierd en zijn bestemd voor onvoorziene behoeften en eventuele bijkomende behoeften tijdens de overbruggingsperiode.

(12)

De middelen uit hoofde van het negende EOF, met inbegrip van de naar verwachting vrijkomende bedragen, kunnen worden vastgelegd tot en met 31 december 2007; er moet een mechanisme worden opgezet om beschikbare saldi voor die datum efficiënt en doeltreffend vast te leggen ter ondersteuning van de algemene doelstellingen van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst,

BESLUIT:

Artikel 1

Aanvulling van de intra-ACS-reserve binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie

1.   Alle fondsen die op 31 maart 2007 beschikbaar zijn in de reserve voor langetermijnontwikkeling (na correctie voor de besluiten inzake de nieuwe toewijzing die op die datum nog niet in de boekhouding waren verwerkt), met uitzondering van de middelen voor het Centrum voor de Ontwikkeling van het Bedrijfsleven (COB) en het Technisch Centrum voor Landbouwsamenwerking en Plattelandsontwikkeling (TCLP) voor 2008 (32 miljoen EUR), de middelen voor „programma's met een hoog risico” in landen waarvoor een landenstrategiedocument is ondertekend (72,4 miljoen EUR op 1 maart 2007), de fondsen voor de politieke prioriteiten in landen waarvoor geen landenstrategiedocument is ondertekend (30,2 miljoen EUR op 1 maart 2007) en de middelen voor het bijzondere steunprogramma voor Somalië (36,1 miljoen EUR), worden overgeheveld naar de intra-ACS-reserve binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie.

2.   Alle middelen die binnen de reserve zijn bestemd voor de in lid 1 beschreven activiteiten (de begroting van het COB en het TCLP voor 2008, de financiering van „programma's met een hoog risico” in landen waarvoor een landenstrategiedocument is ondertekend en van de politieke prioriteiten in landen waarvoor geen landenstrategiedocument is ondertekend) die op 31 oktober 2007 niet zijn vastgelegd, worden overgeheveld naar de intra-ACS-reserve binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie.

3.   Alle bedragen die tussen 1 april en 31 december 2007 in de boekhouding van de Commissie worden vrijgemaakt uit de reserve voor langetermijnontwikkeling van het negende EOF of eerdere EOF's, worden overgeheveld naar de intra-ACS-reserve binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie.

4.   Alle resterende middelen van de nationale indicatieve programma's die tussen 1 augustus en 31 december 2007 vrijkomen uit de reserve voor langetermijnontwikkeling, worden overgeheveld naar de intra-ACS-reserve binnen de portefeuille voor regionale samenwerking en integratie.

Artikel 2

Toewijzing van de intra-ACS-middelen

1.   De middelen van de intra-ACS-reserve worden als volgt aangewend:

a)

het aanleggen van:

i)

een voor alle ACS-staten beschikbare intra-ACS-reserve voor noodhulp zoals bedoeld in artikel 72, lid 3, onder a) en b), van de ACS-EG-overeenkomst, in uitzonderlijke omstandigheden wanneer deze hulp niet uit de Gemeenschapsbegroting kan worden gefinancierd; deze reserve bedraagt 26 741 326 EUR, bestaande uit 15 % van de niet-vastgelegde middelen van de B-portefeuilles van de landen in de onder ii) bedoelde regio's op de datum van inwerkingtreding van de besluiten inzake de nieuwe toewijzing;

ii)

vijf regionale B-portefeuilles voor een bedrag van 17 511 615 EUR voor zuidelijk Afrika, 48 920 391 EUR voor Oost-Afrika en de Indische Oceaan, 31 945 340 EUR voor West-Afrika, 16 139 355 EUR voor Centraal-Afrika en 35 422 478 EUR voor het Caribisch gebied, bestaande uit 85 % van de niet-vastgelegde middelen van de B-portefeuilles van de landen van de betreffende regio's op de datum van inwerkingtreding van de besluiten inzake de nieuwe toewijzing;

de regionale B-portefeuilles worden gebruikt voor internationaal overeengekomen schuldverlichtingsinitiatieven zoals bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, en voor humanitaire en noodhulp zoals bedoeld in de artikelen 72 en 73 van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst, op basis van regionale solidariteit, in uitzonderlijke omstandigheden wanneer deze hulp niet uit de Gemeenschapsbegroting kan worden gefinancierd;

b)

het opzetten van een intra-ACS-FLEX-programma van 50 miljoen EUR voor 2006 (toepassingsjaar 2005), waarbij minimale steun voor de landen die kampen met de negatieve gevolgen van instabiele exportopbrengsten, is gewaarborgd, ongeacht de omvang van de niet-vastgelegde saldi van hun B-portefeuilles op de datum van inwerkingtreding van de besluiten inzake de nieuwe toewijzing;

c)

een extra EOF-bijdrage aan de Afrikaanse Vredesfaciliteit van maximaal 100 miljoen EUR ter overbrugging van de periode tot de inwerkingtreding van het tiende EOF, voor diverse activiteiten op het gebied van vredesmissies, opleiding en capaciteitsopbouw, waarvan 45 miljoen EUR op basis van de beschikbare ACS-middelen voorafgaand aan de in artikel 1 bedoelde aanvulling en 35 miljoen EUR daarna, en bijkomend 20 miljoen EUR die gefinancierd zou kunnen worden uit niet-vastgelegde middelen van de onder h) en i) bedoelde prudentiële reserve of uit vrijgemaakte overschotten op de oorspronkelijke ramingen die op grond van artikel 1, leden 3 en 4, naar de intra-ACS-reserve zijn overgeheveld;

d)

aanvulling van de institutionele steun aan het ACS-secretariaat ter overbrugging van de periode tot de inwerkingtreding van het tiende EOF, voor een bedrag van 5,5 miljoen EUR voor de exploitatiekosten van het secretariaat in 2008;

e)

2,5 miljoen EUR extra voor de faciliteit voor technische samenwerking tussen de ACS-landen;

f)

4 miljoen EUR als dringende aanvulling op een programma ter bestrijding van runderpest in Afrika (PACE);

g)

5 miljoen EUR als bijdrage aan het fonds voor het Caraïbisch Kennis- en Leernetwerk (CKLN), ten behoeve van capaciteitsopbouw en institutionele steun;

h)

het aanleggen van een regionale prudentiële reserve van 10 miljoen EUR ter aanvulling van het regionale indicatieve programma voor zuidelijk Afrika voor het geval dat vóór 1 augustus 2007 het programma voor modernisering van de weg tussen Milange en Mocuba (Mozambique) zal zijn getoetst en de beheersprocedure van het EOF-comité zal zijn doorlopen; als dit programma niet tijdig kan worden getoetst, wordt dit bedrag overgeheveld naar de intra-ACS-reserve;

i)

het aanleggen van een prudentiële intra-ACS-reserve van 15 miljoen EUR voor nieuwe, onvoorziene behoeften die niet kunnen worden gefinancierd uit de regionale B-portefeuilles, onder meer ten behoeve van rehabilitatieprogramma's in het gebied van de Stille Oceaan na een mogelijke natuurramp en voor eventuele bijkomende behoeften tijdens de overbruggingsperiode in 2008;

j)

het opzetten van een intra-ACS-FLEX-programma, voorlopig vastgesteld op 35 miljoen EUR voor 2007 (toepassingsjaar 2006), om minimale steun te waarborgen voor de landen die kampen met de negatieve gevolgen van instabiele exportopbrengsten na de in lid 1, onder a), beschreven regionalisatie van de B-portefeuilles voor humanitaire en noodhulp; dit programma zou tot maximaal 15 miljoen EUR kunnen worden aangevuld met niet-vastgelegde middelen van de onder h) en i) beschreven prudentiële reserves of met vrijgemaakte middelen van overschotten op de oorspronkelijke ramingen of van overschotten op de aanvulling van de bijdrage aan de Afrikaanse Vredesfaciliteit met 20 miljoen EUR, zoals bedoeld onder c);

k)

38 miljoen EUR als aanvullende EOF-bijdrage aan het Wereldfonds voor de bestrijding van hiv/aids, tuberculose en malaria (GFATM).

2.   Als de naar de intra-ACS-reserve overgehevelde bedragen niet volstaan om aan alle behoeften tegemoet te komen, worden de middelen voor het in lid 1, onder j), bedoelde programma dienovereenkomstig verlaagd. Als het tekort groter is dan het in lid 1, onder j), genoemde bedrag, wordt de in lid 1, onder i), beschreven prudentiële reserve dienovereenkomstig verlaagd. Als er dan nog steeds een tekort is, wordt het in lid 1, onder c), genoemde bedrag verlaagd.

3.   Als de naar de intra-ACS-reserve overgehevelde bedragen de oorspronkelijke ramingen overschrijden of als de in lid 1, onder c), d), e), g) en/of i), beschreven middelen niet volledig worden besteed, worden de middelen die resteren boven het plafond van het in lid 1, onder c) en j), beschreven programma indien uitvoerbaar besteed ter aanvulling van het CKLN-fonds met een 5 miljoen EUR extra; indien er vervolgens nog overschotten beschikbaar zijn, worden die besteed ter aanvulling van het Infrastructuurtrustfonds EU-ACS als voorschot op de toewijzingen in het kader van het tiende EOF.

Artikel 3

Verzoek om steun

Overeenkomstig artikel 13, lid 2, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst verzoekt de ACS-EG-Raad van ministers de Commissie de in artikel 2 beschreven maatregelen te financieren.

Artikel 4

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt goedgekeurd.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2007.

Voor de ACS-EG-Raad van ministers

De voorzitter

Mohlabi K. TSEKOA


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 27. Overeenkomst voorlopig toegepast overeenkomstig Besluit nr. 5/2005 (PB L 287 van 28.10.2005, blz. 1).


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/35


BESLUIT Nr. 2/2007 VAN DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS

van 25 mei 2007

ten aanzien van door de Commissie te beheren aanvullende bilaterale bijdragen ter ondersteuning van de doelstellingen van de Afrikaanse Vredesfaciliteit

(2007/461/EG)

DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1), zoals herzien op 25 juni 2005 te Luxemburg bij de Overeenkomst tot wijziging van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst (2), en met name op bijlage I, punt 8,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van Besluit nr. 3/2003 van de ACS-EG-Raad van ministers van 11 december 2003 betreffende het gebruik van middelen voor langetermijnontwikkeling uit het negende EOF voor de totstandbrenging van een Vredesfaciliteit voor Afrika (3) werd de noodzakelijke financiële steun verstrekt voor de oprichting van de Afrikaanse Vredesfaciliteit.

(2)

Tijdens de Raad Algemene Zaken en Buitenlandse Betrekkingen van 5 maart 2007 werd erkend dat dringend moet worden tegemoetgekomen aan de financieringsbehoeften van AMIS (de vredestroepen van de Afrikaanse Unie) in Darfur (Sudan).

(3)

Het bedrag dat in de intra-ACS-portefeuille is gereserveerd voor de Afrikaanse Vredesfaciliteit tot de inwerkingtreding van het tiende Europees Ontwikkelingfonds (EOF) is niet voldoende om AMIS tot die datum te handhaven. De EU-lidstaten zijn bereid om aanvullende bilaterale bijdragen ter beschikking te stellen. Deze aanvullende bijdragen zouden moeten worden gebundeld in een gemeenschappelijk, door de Commissie te beheren project, om het gebruik van de fondsen beter te coördineren en te bewaken tot de inwerkingtreding van het tiende EOF.

(4)

Krachtens Besluit 2005/446/EG van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 30 mei 2005 tot vaststelling van de uiterste datum waarop betalingsverplichtingen uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) kunnen worden aangegaan (4) is 31 december 2007 de uiterste datum voor het aangaan van betalingsverplichtingen in het kader van het negende EOF.

(5)

Derhalve moeten door de Commissie te beheren aanvullende bijdragen van de EU-lidstaten ter ondersteuning van de doelstellingen van de Afrikaanse Vredesfaciliteit worden toegestaan,

BESLUIT:

Artikel 1

Vrijwillige bijdragen

Tot 30 september 2007 kunnen EU-lidstaten vrijwillige aanvullende bijdragen ter beschikking stellen van de Commissie ter ondersteuning van de doelstellingen van de Afrikaanse Vredesfaciliteit, overeenkomstig het Financieel Protocol.

De Commissie is verantwoordelijk voor het beheer van deze bijdragen in het kader van de Afrikaanse Vredesfaciliteit, overeenkomstig de procedures van het negende EOF, met uitzondering van vrijgekomen kredieten die pro rata worden teruggestort aan de lidstaten.

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2007.

Voor de ACS-EG-Raad van ministers

De voorzitter

Mohlabi K. TSEKOA


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 27. Overeenkomst voorlopig toegepast overeenkomstig Besluit nr. 5/2005 (PB L 287 van 28.10.2005, blz. 1).

(3)  PB L 345 van 31.12.2003, blz. 108.

(4)  PB L 156 van 18.6.2005, blz. 19.


5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/36


BESLUIT Nr. 3/2007 VAN DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS

van 25 mei 2007

tot wijziging van Besluit nr. 3/2001 betreffende de toewijzing van middelen aan Somalië uit het achtste en het negende Europees Ontwikkelingsfonds

(2007/462/EG)

DE ACS-EG-RAAD VAN MINISTERS,

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (1), gewijzigd bij de Overeenkomst (2), ondertekend in Luxemburg op 25 juni 2005, en met name op artikel 93, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op grond van artikel 93, lid 6, van de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst kan de ACS-EG-Raad van ministers besluiten speciale steun toe te kennen aan ACS-staten die de vorige ACS-EG-overeenkomsten hebben ondertekend en die door het ontbreken van normaal opgerichte overheidsinstellingen de Overeenkomst niet hebben kunnen ondertekenen of bekrachtigen. Deze steun kan zowel betrekking hebben op institutionele opbouw als op activiteiten in verband met de economische en sociale ontwikkeling, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de behoeften van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Deze bepaling is van toepassing op Somalië.

(2)

Bij Besluit nr. 3/2001 van de ACS-EG-Raad van ministers (3) werd aan Somalië een bedrag van 149 miljoen EUR uit hoofde van het negende Europees Ontwikkelingsfonds toegekend voor financiële en technische samenwerking. De taak van nationale ordonnateur voor de programmering en uitvoering van deze toewijzing werd toevertrouwd aan de hoofdordonnateur van het EOF.

(3)

Op grond van artikel 3, lid 5, van bijlage IV bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst kan de Gemeenschap de toewijzing aan een land verhogen in verband met bijzondere behoeften of uitzonderlijke prestaties.

(4)

Op grond van artikel 5, lid 2, van bijlage IV kan een evaluatie worden uitgevoerd in de uitzonderlijke omstandigheden zoals bedoeld in de bepalingen inzake humanitaire bijstand en spoedhulp. Gezien de conclusies van de ad-hoc-evaluatie van het samenwerkingsprogramma met Somalië zijn extra middelen uit hoofde van het negende EOF nodig met het oog op de continuïteit van de steun aan de bevolking van Somalië tot de inwerkingtreding van het tiende EOF,

BESLUIT:

Artikel 1

In Besluit nr. 3/2001 van de ACS-EG-Raad van ministers wordt het volgende artikel ingevoegd:

„Artikel 3 bis

Gezien de conclusies van de ad-hoc-evaluatie wordt een extra bedrag van 36 144 798 EUR uit hoofde van het negende EOF toegekend aan Somalië voor financiële en technische samenwerking, uit de kredieten voor langetermijnontwikkeling zoals bedoeld in punt 3, onder a), van het Financieel Protocol zoals bedoeld in bijlage I bij de ACS-EG-partnerschapsovereenkomst.”.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2007.

Voor de ACS-EG-Raad van ministers

De voorzitter

Mohlabi K. TSEKOA


(1)  PB L 317 van 15.12.2000, blz. 3.

(2)  PB L 209 van 11.8.2005, blz. 27. Overeenkomst op voorlopige basis toegepast bij Besluit nr. 5/2005 (PB L 287 van 28.10.2005, blz. 1).

(3)  PB L 56 van 27.2.2002, blz. 23.


Commissie

5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/37


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 4 juli 2007

houdende wijziging van Beschikking 2005/942/EG tot machtiging van de lidstaten om krachtens Richtlijn 1999/105/EG van de Raad besluiten te nemen over waarborgen met betrekking tot in derde landen geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 3173)

(2007/463/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 1999/105/EG van de Raad van 22 december 1999 betreffende het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (1), en met name op artikel 19, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Beschikking 2005/942/EG van de Commissie (2) worden de lidstaten gemachtigd om krachtens Richtlijn 1999/105/EG van de Raad besluiten te nemen over waarborgen met betrekking tot in bepaalde derde landen geproduceerd bosbouwkundig teeltmateriaal van bepaalde soorten.

(2)

De werkingssfeer van de huidige regeling moet worden uitgebreid voor zover de nodige waarborgen worden geboden.

(3)

Het is wenselijk Nieuw-Zeeland als geautoriseerd derde land toe te voegen voor bosbouwkundig teeltmateriaal van de categorie „Van bekende origine” van de soort Pinus radiata, en die soort toe te voegen voor de Verenigde Staten van Amerika. Beschikking 2005/942/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(4)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De bijlage bij Beschikking 2005/942/EG wordt gewijzigd zoals aangegeven in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 11 van 15.1.2000, blz. 17.

(2)  PB L 342 van 24.12.2005, blz. 92. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1792/2006 (PB L 362 van 20.12.2006, blz. 1).


BIJLAGE

De bijlage bij Beschikking 2005/942/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Tussen Kroatië en Noorwegen wordt in de tabel het volgende ingevoegd:

„Land van oorsprong

Soort

Categorie

Type uitgangsmateriaal

Nieuw-Zeeland

Pinus radiata D. Don

SI

SS, St”

2)

De vermelding in de tabel voor de Verenigde Staten van Amerika wordt vervangen door:

„Land van oorsprong

Soort

Categorie

Type uitgangsmateriaal

Verenigde Staten van Amerika (Washington, Oregon, Californië)

Abies grandis Lindl.

SI, Q, T

SS, St, SO, PF

Picea sitchensis Carr.

SI

SS, St

Pinus contorta Loud.

SI

SS, St

Pinus radiata D. Don

SI

SS, St

Pseudotsuga menziesii Franco

SI, Q, T

SS, St, SO, PF”


Rectificaties

5.7.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 175/39


Rectificatie van Verordening (EG) nr. 743/2007 van de Commissie van 28 juni 2007 tot vaststelling van de restituties bij uitvoer van witte en ruwe suiker in onveranderde vorm

( Publicatieblad van de Europese Unie L 169 van 29 juni 2007 )

Op bladzijde 32 in de bijlage in „NB:”

wordt de code S00 als volgt gelezen:

„S00

:

alle bestemmingen, met uitzondering van Albanië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Servië, Kosovo, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Andorra, Gibraltar, Ceuta, Melilla, de Heilige Stoel (Vaticaanstad), Liechtenstein, de gemeenten Livigno en Campione in Italië, Helgoland, Groenland, de Faeröer en de zones van de Republiek Cyprus waarover de regering van de Republiek Cyprus niet feitelijk het gezag uitoefent.”.