23.2.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 45/71


Rechtsbescherming van volwassenen: grensoverschrijdende gevolgen

P6_TA(2008)0638

Resolutie van het Europees Parlement van 18 december 2008 houdende aanbevelingen aan de Commissie betreffende de rechtsbescherming van volwassenen: grensoverschrijdende gevolgen (2008/2123(INI))

(2010/C 45 E/13)

Het Europees Parlement,

gelet op artikel 192, tweede alinea, van het EG-Verdrag,

gelet op het Verdrag van Den Haag van 13 januari 2000 over de internationale bescherming van volwassenen,

gelet op het Verdrag van de Verenigde Naties van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (COM(2008)0530),

gezien de mededeling van de Commissie van 10 mei 2005 getiteld „Het Haags programma: tien prioriteiten voor de komende vijf jaar. Het partnerschap voor Europese vernieuwing op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht” (COM(2005)0184),

gelet op de artikelen 39 en 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0460/2008),

A.

overwegende dat de Commissie, in het kader van haar bovengenoemde mededeling over het Haags Programma, de noodzaak van waarborging van een effectieve Europese civielrechtelijke ruimte als een van haar prioriteiten heeft genoemd, in het bijzonder voor wat betreft de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen,

B.

overwegende dat in die context werkzaamheden zijn verricht en overleg is gepleegd over besluiten inzake huwelijksvermogensstelsels, erfopvolging en wilsbeschikkingen, met het oog op de voorbereiding van nieuwe wetgevingsvoorstellen,

C.

overwegende dat het eveneens noodzakelijk is de erkenning en uitvoering van wettelijke of bestuursrechtelijke beschikkingen met betrekking tot personen die het voorwerp zijn van beschermingsmaatregelen, te bevorderen,

D.

overwegende dat er aandacht moet worden besteed aan de delicate en kwetsbare situatie van personen die het voorwerp zijn van beschermingsmaatregelen en dat verzoeken tot samenwerking, informatieverschaffing of erkenning en tenuitvoerlegging snel moeten kunnen worden afgehandeld,

E.

overwegende dat het steeds vaker voorkomt dat bij de uitvoering van rechtsbeschermingsmaatregelen twee of meer lidstaten betrokken zijn,

F.

overwegende dat het ook steeds vaker voorkomt dat rechtsbeschermingsmaatregelen betrekking hebben op twee of meer lidstaten en op lidstaten en derde landen, met name vanwege traditionele migratiestromen (voormalige kolonies, de Verenigde Staten en Canada),

G.

overwegende dat er problemen zijn ontstaan wegens het toenemende verkeer tussen lidstaten die een netto uitstroom van gepensioneerden kennen, met inbegrip van kwetsbare volwassenen, en lidstaten met een netto instroom van gepensioneerden,

H.

overwegende dat de noodzaak van en de beginselen inzake rechtsbescherming van kwetsbare volwassenen door alle EU-lidstaten zijn overeengekomen in de Aanbeveling R(99) 4 van het Comité van ministers van de Raad van Europa van 23 februari 1999 aan de lidstaten inzake de beginselen betreffende de rechtsbescherming van handelingsonbekwame meerderjarigen,

I.

overwegende dat de rechtsbescherming van kwetsbare meerderjarigen een pijler dient te zijn van het recht van vrij verkeer van personen,

J.

overwegende dat de wetgevingen van de lidstaten op het gebied van rechtsbeschermingsmaatregelen momenteel nog uiteenlopen,

K.

overwegende dat rekening moet worden gehouden met de bepalingen van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,

L.

overwegende dat het Verdrag van Den Haag een bijdrage kan leveren aan het streven naar totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid omdat dit verdrag het makkelijker maakt om besluiten tot toekenning van een rechtsbeschermingsmaatregel te erkennen en uit te voeren en het toepasselijke recht te bepalen, en ook de samenwerking tussen centrale overheden vergemakkelijkt,

M.

overwegende dat er specifieke en passende maatregelen met het oog op samenwerking tussen de lidstaten moeten worden uitgevoerd die zouden kunnen voortbouwen op de instrumenten die bij het Verdrag van Den Haag zijn gecreëerd,

N.

overwegende dat er uniforme communautaire formulieren zouden kunnen worden ingevoerd om de informatieverstrekking over rechtsbeschermingsmaatregelen, alsook het circuleren, erkennen en uitvoeren van de besluiten daartoe, te bevorderen,

O.

overwegende dat voor volmachten wegens handelingsonbekwaamheid één voor de gehele Europese Unie geldend formulier zou kunnen worden ingevoerd, teneinde de effectiviteit ervan in alle lidstaten te garanderen,

P.

overwegende dat er mechanismen zouden kunnen worden ingevoerd voor een soepele erkenning, registratie en aanwending van permanente volmachten in de gehele Europese Unie,

1.   is verheugd over de aandacht van het Franse voorzitterschap voor de situatie van kwetsbare volwassenen en hun grensoverschrijdende rechtsbescherming; complimenteert de lidstaten die het Verdrag van Den Haag hebben ondertekend en geratificeerd en moedigt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, aan zulks alsnog te doen;

2.   verzoekt de Commissie om, zodra er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van het Verdrag van Den Haag, op basis van artikel 65 van het EG-Verdrag bij het Europees Parlement een wetsvoorstel in te dienen inzake versterking van de samenwerking tussen de lidstaten en verbetering op het stuk van de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen met betrekking tot de bescherming van meerderjarigen, van volmachten wegens handelingsonbekwaamheid en van permanente volmachten, volgens de gedetailleerde aanbevelingen hieronder uiteengezet;

3.   verzoekt de Commissie de ervaringen met de uitvoering van het Verdrag van Den Haag en de toepassing daarvan in de lidstaten te evalueren en tijdig een verslag voor te leggen aan het Parlement en de Raad, met opgave van de problemen en beste praktijken bij de praktische toepassing, en, zonodig, met voorstellen voor communautaire wetgeving ter aanvulling of nadere uitwerking van de wijze waarop het Verdrag moet worden uitgevoerd;

4.   verzoekt de Commissie de optie van toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag van Den Haag na te gaan; suggereert dat dit een gebied kan zijn van versterkte samenwerking tussen de lidstaten;

5.   verzoekt alle lidstaten die het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap nog niet hebben ondertekend of geratificeerd, tot dit verdrag toe te treden, aangezien dat de bescherming van kwetsbare meerderjarigen binnen de EU zou verbeteren;

6.   verzoekt de Commissie een studie te financieren waarin de wetgeving van de lidstaten inzake kwetsbare meerderjarigen en de rechtsbeschermingsmaatregelen wordt vergeleken, om vast te kunnen stellen waar juridische knelpunten kunnen ontstaan en welke maatregelen op EU- of lidstaatniveau nodig zullen zijn om die uit de weg te ruimen; is van oordeel dat in die studie ook aandacht moet worden besteed aan het vraagstuk van de voogdij over geïnterneerde verstandelijk gehandicapte meerderjarigen en hun bekwaamheid tot het uitoefenen van hun wettelijke rechten; verzoekt de Commissie een reeks conferenties te organiseren voor rechtsbeoefenaren die direct bij dergelijke zaken betrokken zijn en bij toekomstige wetgeving de resultaten van de studie en de gezichtspunten van de rechtsdeskundigen in aanmerking te nemen;

7.   verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat rechtsbeschermingsmaatregelen in verhouding staan tot de situatie van de kwetsbare meerderjarige, zodat individuele burgers van de EU geen wettelijk recht wordt ontnomen wanneer zij zelf nog bekwaam zijn dat recht uit te oefenen;

8.   verzoekt de lidstaten beschermingsmaatregelen te treffen om te voorkomen dat kwetsbare meerderjarigen het slachtoffer worden van diefstal van of fraude met identiteit, of van telefoon- of cybercriminaliteit, met inbegrip van wettelijke maatregelen ter verbetering van de bescherming van kwetsbare meerderjarigen en/of ter beperking van de toegang tot hun persoonlijke gegevens;

9.   steunt de ontwikkeling van veilige instrumenten, onderworpen aan strenge regels inzake bescherming van persoonsgegevens en beperking van toegang, voor de uitwisseling tussen de lidstaten van beste praktijken en andere informatie inzake rechtsbeschermingsmaatregelen zoals die op het moment bestaan, met inbegrip van de mogelijkheid om tussen de rechtssystemen van lidstaten informatie uit te wisselen betreffende de aard en de omvang van de rechtsbeschermingsmaatregelen die ten aanzien van een kwetsbare meerderjarige zijn getroffen;

10.   wijst de Commissie en de lidstaten erop dat niet alle kwetsbare volwassenen kwetsbaar zijn omwille van hoge leeftijd en verzoekt om maatregelen om niet alleen de wettelijke bescherming en rechten van oudere kwetsbare volwassenen te vergroten, maar ook die van volwassenen die kwetsbaar zijn ten gevolge van ernstige fysieke en/of mentale handicaps, en evenzeer rekening te houden met de behoeften van de laatstgenoemden wanneer in de toekomst maatschappelijke voorzieningen worden getroffen om deze wettelijke rechten veilig te stellen;

11.   constateert dat deze aanbevelingen in overeenstemming zijn met het subsidiariteitsbeginsel en de grondrechten van de burger;

12.   is van oordeel dat het verlangde voorstel geen financiële gevolgen heeft;

13.   verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en bijgaande gedetailleerde aanbevelingen te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.


BIJLAGE

GEDETAILLEERDE AANBEVELINGEN OMTRENT DE INHOUD VAN HET VERLANGDE VOORSTEL

A.   UITGANGSPUNTEN EN DOELSTELLINGEN VAN HET VOORSTEL

1.   Bevordering van de erkenning en uitvoering van wettelijke of bestuursrechtelijke beslissingen met betrekking tot personen die het voorwerp zijn van rechtsbeschermingsmaatregelen.

2.   Bepalingen die een bijdrage leveren aan het streven naar de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid omdat zij het makkelijker maken om besluiten tot toekenning van een beschermingsmaatregel te erkennen en uit te voeren en het toepasselijke recht te bepalen, en ook de samenwerking tussen centrale overheden vergemakkelijken.

3.   Specifieke en passende maatregelen met het oog op samenwerking tussen de lidstaten die voortbouwen op de instrumenten die bij het Verdrag van Den Haag worden gecreëerd.

4.   Uniforme communautaire formulieren om de informatieverstrekking over rechtsbeschermingsmaatregelen, alsook het circuleren, erkennen en uitvoeren van de besluiten daartoe, te bevorderen.

5.   Eén formulier voor de hele Europese Unie voor volmachten wegens handelingsonbekwaamheid, teneinde de effectiviteit ervan in alle lidstaten te garanderen.

B.   VOOR TE STELLEN MAATREGEL

1.   Verzoekt de Commissie om, zodra er voldoende ervaring is opgedaan met de werking van het Verdrag van Den Haag, op basis van artikel 65 van het EG-Verdrag bij het Europees Parlement een wetsvoorstel in te dienen inzake versterking van de samenwerking tussen de lidstaten en verbetering op het stuk van de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen met betrekking tot de bescherming van meerderjarigen, van volmachten wegens handelingsonbekwaamheid en van permanente volmachten.